vrijdag 1 januari 2016

Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 3)

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Steef zijn kwaadheid was alweer verdwenen toen de mini-bus met een schok op de zandweg voor het huisje van zijn meisje tot stilstand kwam. Steef was geen man die lang kwaad was want zijn moeder had hem geleerd dat hij met lang kwaad zijn zichzelf het meest schaadde. Die ander waar hij lang kwaad op bleef dacht er al lang niet meer aan! De schuifdeur gingen open en de hele optocht schoonfamilie verdween in het kleine vervallen huisje. Steef bleef met zijn bagage en de chauffeur achter.
‘Tip? Tip?’, fluisterde de chauffeur verwachtingsvol toen hij de twee koffers van Steef achter het busje op het zand had geplaatst.
‘Neem een andere kapper!’, fluisterde Steef de chauffeur lachend toe die hem onbegrijpend aankeek.
De chauffeur begreep snel dat er bij Steef niets meer te halen viel en maakte zich uit de voeten. Steef bleef alleen achter met zijn twee koffers in een enorme stofwolk op het platteland van de Isaan. Hij keek eens goed om zich heen. Er was niets te zien. Een oud vervallen huisje, rijstvelden doorsneden met rijen suikerpalmen en af en toe een klein bamboe hutje met een rieten dak voor de boeren om te schuilen voor de regen en de brandende middagzon. Hier op het platteland bestaat er maar een klok! De zon. Wanneer het licht wordt gaan de hanen kraaien en is het tijd om op te staan en aan het werk te gaan. Zodra de zon haast recht boven de rijstvelden staat is het tijd om te slapen om de hitte van de middagzon te ontwijken. Zodra de lucht oranje kleurt ga je naar huis om te eten en te slapen. Het ritme van het leven van een arme rijstboer in de Isaan.
Steef slenterde met zijn koffers naar het kleine huisje waar de meesten van zijn schoonfamilie alweer lagen te slapen. Thai en slapen? Wat bezielt die mensen toch om de meeste tijd van hun leven met hun ogen dicht door te brengen? Er was het een en ander in het huisje verandert. Het viel Steef meteen op. De roze koelkast stond nog op dezelfde vertrouwde plaats. Steef opende nieuwsgierig de deur en tot zijn grote verbazing lagen er twaalf kleine ijskoude flesjes Singha bier en een voorraadje van zijn geliefde ham en eieren op hem te wachten. Hij opende meteen een flesje met de vertrouwde opener die aan een stuk touw aan de deurhandel van de koelkast bungelde en nam een flinke slok. Zo, dacht Steef. Ik ben weer thuis en we gaan eens heerlijk vakantie vieren!
In een schuur achter het huis kwam een oude diesel kwam rochelend op gang en het geluid kwam langzaam dichterbij. Het leek wel of er een handvol lagerkogels door de motor heen werden geschoten. Het kon Steef niet van zijn idee afbrengen dat hij nu eerst een ijskoud biertje ging drinken op de veranda van het huisje. Verblind door het scherpe zonlicht buiten had Steef niet meteen in de gaten dat de oude donkerblauwe Isuzu pick-up truck voor het huisje op hem stond te wachten. Zijn meisje riep iets dat hij niet verstond. Toen hij eindelijk zijn zonnebril had gevonden zag hij door de donkere glazen van zijn zonnebril dat de cabine al vol zat en dat hij plaats moest nemen achter in de laadbak van de pick-up truck. Steef aanvaarde zijn zitplaats met een gevoel voor romantiek. De romantiek van het platteland van de Isaan, de romantiek van het tegenovergestelde van Nederlandse gebruiken. De romantiek van het reizen gegoten in afzien en diepe ellende. Niet veel mensen zouden dit zonder te vloeken hebben geaccepteerd! Maar niet Steef, de romantiek van Thailand had hem alweer helemaal in haar macht.
Steef zag de alcoholische broer van zijn meisje aan de zijkant van het huisje op een stoel in de schaduw zitten. Zijn hoofd schudde als van een mens met de zwaarste vorm van Parkinson. Alleen in dit geval was de zoveelste fles Lao Khao verantwoordelijk, deze man zou zich zonder enige twijfel op zeer jonge leeftijd dood drinken en het kon niemand wat schelen.
‘Up to Buddha!’, zeggen ze hier en daarmee zijn ieders en tegelijk alle problemen opgelost want de oorsprong en oplossing van alle problemen worden gestuurd door de Boeddha!
De oude pick-up kwam schokkend op gang en reed de zandweg op. Een weg met gaten en kuilen waar je een Thaise olifant in kan verbergen! De zuigende werking van de open laadbak omgaf Steef in een dikke wolk rood stof vermengt met de onverbrande zwarte koolstof uit de rook van de pick-up. Het deerde Steef niet, ook dit hoorde bij de romantiek van het Thaise platteland.
Een eindje verderop passeerden ze een mooi nieuw wit huisje dat Steef nog niet eerder had opgemerkt. Voor het huisje in de kleine groene tuin zwaaide een kleine grijze man naar de passerende pick-up truck. Steef zwaaide terug totdat de kleine man met het huisje door de enorme rode stofwolk was verzwolgen. Hij moest niet vergeten straks aan zijn meisje te vragen wat het verhaal achter die man is. Misschien was het wel een bondgenoot en kon Steef hem dagelijks bezoeken.
Daar was eindelijk het verlossende asfalt, zo vlak als een biljartlaken. Het stof bleef achter boven de zandweg en Steef kon eindelijk ongestoord om zich heen kijken. Niet dat het uitzicht zoveel anders was dan om het huisje van zijn meisje, maar toch. Een grote waterbuffel, een trekdier voor op de rijstvelden die nu snel werden verdrongen door rode Chinese tractoren, rolde zich rustig in een ondiepe modderpoel tussen de jonge rijst. Het enorme bruine beest was nu door de modder muisgrijs geworden. Een witte reiger pikte de insecten van zijn dikke huid. een romantisch beeld uit het verleden.
Nog een paar jaar, dan kon Steef met pensioen en zou hij hier ook een huisje op het land van zijn schoonouders bouwen. Steef zou de dagen vullen met bier drinken en ….? Ja, wat eigenlijk nog meer? Hobby’s had Steef nooit gehad. Ja, hij had voor zijn moeder gezorgd, er was de biljartclub in het plaatselijk café en de visclub maar daar kon hij hier niet veel mee. Hij moest maar eens diep gaan nadenken over een hobby om de tijd in Thailand mee door te brengen. Met alleen bier drinken zou hij snel achter zijn zwager aan in het crematorium van de tempel eindigen, en daar had hij ècht geen trek in.
Steef realiseerde zich op dat moment dat hij geen idee had waar ze naar toe gingen en wat zijn schoonfamilie van plan was. Er was hem niets gevraagd en er was hem niets verteld voordat hij achter op de pick-up truck plaats nam! Lang kon hij er niet over nadenken! De pick-up stopte langs de weg en de cabine stroomde leeg. Twee tafels werden aan elkaar geschoven en iedereen nam plaats op kleine blauwe lage plastic krukjes. Voor Steef was er een plaatsje naast zijn meisje vrij gehouden. Kleine restaurantjes als deze vindt je op de meeste plaatsen in Thailand. Een menukaart is er niet dus toeristen laten deze restaurantjes vaak voor wat ze zijn. Pas wanneer ze enkele gerechten uit hun hoofd kunnen opzeggen strijken ze hier neer. Maar Steef was met zijn schoonfamilie en die konden alle klassieke Thaise gerechten in hun slaap opnoemen.
Er werd eten besteld en toen Steef aan de beurt was zei hij trots: ‘Khao Pad Kung Kai Dao?’
De serveerster knikte goedkeurend naar Steef en ging naar de keuken.
‘Laat het nu voor iedereen duidelijk zijn dat ik geen toerist in Thailand meer ben! Thailand is mijn tweede thuisland!’, sprak Steef terwijl de rest van de mensen aan tafel hem aankeek alsof hij net zijn verstand had verloren.
Twee flessen koud water en een grote fles Beer Leo verschenen op tafel met een half dozijn glazen. Er werd ingeschonken en er werd gedronken. Zijn schoonfamilie besteedde geen enkele aandacht aan hem! Steef had toch op zijn minst wel enkele goedkeurende blikken verwacht nadat hij zelf in het Thais zijn eten had besteld. De serveerster verscheen met de eerste schalen en zijn schoonfamilie doken op het geserveerde voedsel als gieren op een vers karkas.
Steef moest nog even wachten totdat hij aan de beurt was. Zo gaat dat namelijk in Thailand. Het eten dat klaar is in de keuken wordt direct geserveerd en je kan meteen eten. Wachten totdat iedereen aan tafel zijn eten heeft gekregen is onmogelijk omdat dan drie kwart van de tafel met koud eten zit op een ander zit te wachten.


Steef lacht in zichzelf over een voorval dat hij lang geleden in Khorat had meegemaakt. In een restaurant had hij het voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht tegelijkertijd besteld. Met als direct gevolg dat als eerste het ijsje, dat vanzelfsprekend als nagerecht was bedoeld, als eerste werd geserveerd. Samen met de koffie! Toen Steef de serveerster daarop attent maakte dat dat niet kon had ze Steef met grote ogen en een vreemd gezicht aangekeken. Zonder een woord te zeggen was ze weer van de tafel weggelopen. Dus het ijsje werd het voorgerecht en het voorgerecht het nagerecht. Steef wist sindsdien dat je altijd gang voor gang moet bestellen in Thailand. Dat vinden ze hier in Thailand helemaal niet erg.

Steef liet zijn blikken over de borden van zijn schoonfamilie gaan. De witte rijst was duidelijk maar wat er nog meer op tafel stond zou zelfs de maag van een Hollandse geit overstuur maken! Er stond een grote schaal met Som Tam, een salade van groene papaja met knoflook, vissaus, suiker, groene tomaten, pinda’s, chilipepers en nog veel meer. Het smerigste vond Steef wel de gefermenteerde krab òf vis die er in ging. De aanblik van het doorzichtige emmertje met die verrotte zwarte krabben was voor Steef al voldoende om te kokhalzen. En de geur! Stel je voor? Het ruikt als het lekwater van een vuilniswagen die op een tropische zomerdag een hele middag in de brandende zon heeft gestaan. En als klap op de vuurpijl is het gerecht zo pittig dat de volgende ochtend de tranen je opnieuw in de ogen schieten waneer je op de pot zit! En toch zat zijn familie te genieten van dit voor veel Nederlanders vreemde gerecht.
Daarnaast stond nog zo’n voor Nederlanders onbegrijpelijk gerecht. Een schaal met rauwe reepjes varkenslever aangemaakt met chilipepers, knoflook, limoen, citroengras en nog wat meer. Het was zo pittig dat de chilipepers alle bacteriën in het gerecht doodden. Kun je je indenken wat dat spul in je maag doet! Steef had het één keer per ongelijk geprobeerd. Toen hij nog niet wist wat het was en ook een beetje teveel van het Singha bier had geproefd. Eens maar nooit meer!
En daar was de Thaise nasi goreng met garnalen voor Steef! Het zag er fantastisch appetijtelijk uit en Steef was al aan het eten toe hij besefte dat ze het bestelde gebakken ei op het gerecht waren vergeten. Precies op dat moment arriveerde de serveerster met een gebakken ei op een klein schoteltje. Steef moest om zichzelf lachen! Man, dìt was het èchte leven! Dìt was wàt hij wilde wanneer hij eindelijk gestopt was met werken!
Voor het eerst in zijn leven bekroop hem de gedachten dat hij ook ontslagen zou kunnen worden op de fabriek. Het vreemde was dat de gedachte hem niet beangstigde. Hij pelde met zijn onhandige dikke worstvingers nog een garnaal en liet die met een golf Beer Leo in een donker gat verdwijnen. Misschien zou hij de oude van Rijn kunnen vragen of ze hem in plaats van iemand met een gezin zouden kunnen ontslaan? Dan kon hij al eerder naar Thailand. Zijn pensioen zou dan wel wat minder zijn maar de ontslagvergoeding zou aan de andere kant misschien wel voldoende kunnen zijn voor een eenvoudig huisje op het Thaise platteland. Hij schudde met zijn hoofd om de foute gedachte kwijt te raken. Met opzet werkeloos raken en dan met een uitkering naar Thailand vertrekken? Zijn oude moeder zou zich in haar graf omdraaien! Zo was Steef niet opgevoed! Nee, hij zou werken totdat hij een receptie in de kantine van de fabriek kreeg en voor de laatste keer zijn met kleurige slingers versierde garderobekast leeg maakte!
De schalen, borden, kommen en flessen waren leeg en het was tijd om af te rekenen en dat was Steef het meest plezierige moment van de maaltijd. De rekening kwam en nadat alle zes personen van de familie de rekening hadden gecontroleerd, voor de flauwekul want ze kunnen geen van allen rekenen, kreeg Steef hem in handen. Het hele feestmaal inclusief het bier had omgerekend nog geen vijftien euro gekost. Wat hield Steef toch van Thailand! Haar heerlijke gerechten en haar eenvoudige bevolking.
De zitplaatsen werden weer ingenomen en vol en voldaan reed de oude pick-up naar de volgende bestemming. Steef kon zich wel voor zijn kop slaan! Door het genot van de overheerlijke maaltijd was hij helemaal vergeten aan zijn meisje te vragen waar de rit naartoe ging. Hij was meegevraagd omdat hij de enige in het gezin was met geld in zijn zak, zo dom was Steef nu ook weer niet. Maar Steef had zich tijdens de elf uur durende vliegreis van Amsterdam naar Bangkok wel voorgenomen om zich niet meer te laten leegzuigen, figuurlijk dan.
Buriram verscheen en het werd steeds drukker. Steef had de stad in de laatste jaren enorm zien veranderen! De stad was groter geworden en alle grote winkels en restaurantketens hadden nu een filiaal in Buriram. Aan de ene kant was Steef daar niet blij mee want hij hield van het eenvoudige provinciale karakter. Aan de andere kant kon hij ook enorm genieten van zijn uitsmijter ham/kaas voor het ontbijt. Hij hield van het Thaise eten maar zijn wortels waren toch in Nederland ontwikkeld. Een varkenskarbonade met gebakken aardappelen, boontjes en jus òf een bordje met blokjes kaas en harde worst aan het einde van een warme dag bij een ijskoud biertje op de veranda voor het huisje waren toch ook niet fout?
Nee, Steef had het in de loop der jaren alleen maar meer naar zijn zin gekregen in Thailand.

woensdag 30 december 2015

Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 2)

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Daar stond het hele ontvangstcomité in de aankomsthal al op hem te wachtten. Steef had wel een flink ontvangstcomité verwacht maar het hele gezin inclusief de altijd dronken broer van zijn meisje was achterop de pick-up meegekomen naar de Suvarnabhumi luchthaven van Bangkok. Zijn meisje stond te zwaaien met haar armen van blijdschap alsof ze net de staatsloterij show had gewonnen. Haar altijd dronken broer keek lodderig uit zijn ogen en schudde heftig van de ontwenningsverschijnselen van de alcohol. De rest van het gezin keek naar Steef als een groep toeristen die voor het eerst in hun leven sneeuw zagen.
Steef liet zijn oude koffer en nieuwe roltrolley voor wat ze waren en omarmde zijn meisje, die ondertussen naar hem toe was gerend, innig en kuste haar overal waar hij zijn lippen kon plaatsen. Ze was er duidelijk niet blij mee en ze veegde haar gezicht meteen met een tissue droog. Een voor een liep de rest van het gezin langs Steef en schudde hem een slappe hand alsof ze hem condoleerden met het verlies van een dierbare.
De twee jongste leden van het gezelschap namen ieder een koffer voor hun rekening en zo ging de optocht langzaam richting de enorme parkeergarage van de luchthaven. Steef hand in hand met zijn meisje voorop en de rest in een optocht er achter. Steef had nog een verrassing voor ze! Hij was afgelopen jaar zonder dat zijn meisje het wist naar engelse les geweest en hij had zijn taalvaardigheid flink uitgebreid. Hij kon nu eindelijk wat met zijn schoonfamilie praten!
Voordat ze de aankomsthal verlieten werd Steef door zijn meisje en schoonmoeder voorzichtig naar een appelgroene ATM van de Thai Farmers Bank geleid. Vier smekende ogen keken hem aan en keken dan naar het kleine kleurenscherm van de geldautomaat. Steef had nog enkele duizenden Thaise baht overgehouden van zijn vorige vakantie en dat zou zeker voldoende moeten zijn voor de eerste paar dagen. Hij zou volgens zijn eigen plannen morgen voor de eerste keer in Buriram geld pinnen. Ze bleven onverzettelijk ingearmd naast hem voor de ATM staan. Een vrouwelijke houdgreep waaruit geen ontsnapping mogelijk was.
‘Wat maakt het ook uit’, dacht Steef en haalde zijn portefeuille tevoorschijn.
Tweeëntwintig ogen keken met hem mee! Steef zocht naar zijn pin-pas terwijl de rest een schatting probeerde te maken van de waarde van het stapeltje bankbiljetten in zijn portefeuille. Steef wist van de verhalen uit de bar dat hij zijn PIN-code goed moest afschermen voor de familie van zijn vriendin. Hij had genoeg verhalen gehoord over geplunderde Nederlandse bankrekeningen door de familie van de Thaise vriendinnen. 10.000 baht verscheen uit de automaat en Steef telde de tien biljetten na, samen met de elf gezinsleden.
Steef stopte het geld en zijn pin-pas in zijn portefeuille en draaide zich om. Er gebeurde niets! Het door zijn schoonfamilie gevormde kordon bleef staan en wist van geen wijken. Zijn meisje klopte hem op zijn schouder en wees zonder een woord te zeggen naar de gifgroene ATM achter hem. Steef controleerde snel of zijn pin-pas in zijn portefeuille zat en keek verbaasd op naar zijn vriendin die nog steeds naar de gifgroene ATM wees.
‘One more!’, sprak ze zakelijk.
‘Wat maakt het ook uit’, dacht Steef voor de tweede keer binnen drie minuten en haalde opnieuw zijn portefeuille tevoorschijn.
Het ritueel was een perfecte kopie van de eerste keer met als enige wijziging dat het familie kordon zich voor Steef opende als de Rode zee voor Mozes. Steef zuchtte en verlangde nu naar een koud Singha biertje. Het was een lange reis geweest en hij kon nog steeds niet bevatten dat je van elf uur stil in een smalle vliegtuigstoel zitten zo moe kon worden.
Steef schrok zich het leplazerus toen hij de vooruit gerende kinderen met zijn koffers bij een splinternieuwe Ford pick-up truck zag staan. Dat was iets was zijn meisje hem niet verteld had en Steef verwachtte dat hij een flinke aanbetaling zou moeten doen omdat de oude donkerblauwe Isuzu pick-up truck van zijn schoonvader in zijn ogen geen stuiver meer waard was. Hij keek opzij en schuin naar beneden waar zijn ogen de ogen van zijn meisje ontmoeten. Verbaasd en vragend keken haar ogen Steef aan. De hele familie nam plaats achter de nieuwe pick-up truck en Steef zwaaide met een zucht zijn roltrolley in de lege laadbak. Hij wilde zijn koffer ook in de laadbak slingeren toen het hem opviel dat zijn gehele schoonfamilie hem aan stond te kijken alsof hij gek was geworden.
‘Darling, mini-bus, not pick-up!’, sprak zijn meisje vermanend.
Steef keek op en keek daarna naar de nieuwe mini-bus die naast de pick-up truck geparkeerd stond. Een slaperig verbaasd hoofd verscheen precies op dat moment achter het raam. Een duivelse glimlach op het hoofd van de man in de mini-bus werd beantwoord met vreugdekreten van zijn schoonfamilie.
Even later verdwenen Steef zijn koffers achterin de mini-bus en zocht zijn schoonfamilie een plaatsje in het busje voor de zes uur durende reis naar Buriram. Papa en de dronken broer voorin, Steef en zijn meisje op de bank achter de chauffeur en de rest van de familie verdeeld over de overgebleven twee banken achter Steef. Iedereen had zijn plekje gevonden en de mini-bus was klaar om te vertrekken.
Dat wil zeggen, Steef moest eerst even wat geld geven om voor het parkeren in de garage te betalen. Steef zocht opzichtig voor de kat zijn snor door zijn portefeuille terwijl hij voor 100% zeker wist dat hij alleen briefjes van duizend baht op zich had. En een briefje van duizend baht aan zijn meisje geven met de 100% zekerheid dat hij niets meer daarvan terug zou zien ging hem op dit moment te ver.
Steef stak zijn vuist op met de duim richting zijn mond als teken dat hij eerst wat te drinken wilde kopen. Er is namelijk een 7-11 op de begane grond van de parkeergarage. Steef kocht daar altijd zijn eerste Singha voor in de taxi op weg naar Pattaya. De mini-bus kwam schokkend in beweging en slingerde zich over de krappe kurkentrekker weg naar beneden. De passagiers werden door elkaar geslingerd en Steef hoopte dat er niemand ziek zou worden. Reisziekte is een plaag in Azië! Het kotsen in bussen van de Thai is net zo normaal als het zoute water van de zee. Zes uur in de zure lucht van de kots zitten was geen optie voor Steef.
In de 7-11 sloeg het hele gezin, inclusief de chauffeur, voldoende eten en drinken in om de eerste uren van de reis te kunnen doorkomen.
‘Ping!’, zei de kassa en 1.768 baht verscheen er in groene letters op het display. Steef probeerde zijn humeur in toom te houden maar kon niet voorkomen dat hij een beetje kwaad werd. Het was een lange reis geweest en het liefst was hij meteen met zijn meisje tussen de lakens gedoken.
‘De wolven! Die smerige wolven!’, vloekte hij zachtjes binnensmonds.
In de bus zat iedereen al te eten en te drinken toen Steef bij de mini-bus terug kwam en plaatsnam op de hem toegewezen stoel. De alcoholistische broer had een fles Lao Khao, een Thaise vorm van rijstwijn, te pakken en met een gezicht alsof hij terpentine dronk nam hij slok na slok om zijn verslaafde schokkende lichaam te verdoven. Steef keek achterom en achter hem laafden ze zich aan van alles en nog wat alsof ze maanden niets hadden gegeten. Dat zou zeker kotsen worden! Gelukkig had de cassière iedereen afzonderlijk een plastic tasje gegeven. Steef gaf als een stewardess in het vliegtuig een demonstratie wat er van ze verwacht werd wanneer ze onder het rijden misselijk zouden worden. Aan het kleine wachthuisje naast de slagboom werd het parkeergeld afgerekend en waren ze eindelijk op weg.
Binnen enkele minuten zoefden ze over de verbazingwekkend goede betonnen snelwegen van Thailand. Links en rechts van de snelweg lagen fabrieken waarvan de gevels de handelingen en fabricage die binnen werden verricht verborgen. Af en toe was er een engelse naam waarin verweven was wat er werd geproduceerd. Nog voordat de fabrieken plaats hadden gemaakt voor eindeloze rijstvelden lag de hele bus, de chauffeur en Steef uitgezonderd, te slapen. Steef had er spijt van dat hij maar een biertje had gekocht. Hij was namelijk bang dat hij om de tien minuten moest pissen.
Steef keek naar het voorbij glijdende landschap en dacht na over het begin van zijn vakantie. Hij had er zo naar uitgekeken maar nu hij in deze nieuwe mini-bus zat met de gehele schoonfamilie wolven om hem heen, en ongeveer 26.000 baht in zijn portefeuille, vroeg hij zich af of het wel een goed idee was geweest om naar Buriram te gaan. Had hij niet beter met zijn meisje in een mooi hotel in Pattaya kunnen blijven? Maar was het nu te laat om de plannen te veranderen? Moest de rit maar uitzitten en de komende dagen op de farm in de jungle doorbrengen? Het oorspronkelijke idee om door een verblijf op het Thaise platteland veel geld te kunnen besparen stond nog overeind maar het was wel in de eerste uren na zijn aankomst in Bangkok aan het wankelen gebracht. Misschien kon hij na een week samen met zijn meisje naar Pattaya gaan?
Steef werd wreed uit zijn gedachten gerukt door een onverwachte en levensgevaarlijke manoeuvre van de chauffeur. Die besloot namelijk op het laatste moment een afrit naar een benzinestation te nemen. De vrachtwagen die hij de pas afsneed toeterde als een bezetene om de chauffeur van de mini-bus kenbaar te maken dat hij reed als een gek.
‘Mai pen rai’ , mompelde de chauffeur in het Thais.
De bus kwam naast een pomp en tegenover een 7-11 tot stilstand en alsof er een schakelaar werd omgezet ontwaakte ieder lid van zijn schoonfamilie uit hun diepe slaap om naar het toilet te gaan. Steef bleef rustig zitten omdat hij nog geen druk had en om een moment van de rust om hem heen te genieten.
‘Thailand, het mooie Thailand en straks Buriram!’, sprak hij zachtjes in zichzelf.
Lang duurde de rust niet!
Zijn meisje was als eerste terug en vroeg: ‘Schatje, betaal je de taxi nu?’
Verbaasd als Steef was dacht hij automatisch, zo zat hij nu eenmaal in elkaar, waarom ook niet!
Toen zijn portefeuille tevoorschijn was gekomen klonk het uit de mond van zijn meisje: ‘Zes duizend!’
Steef zijn ogen gingen wijd open en er kwam haast stoom uit zijn oren!
‘Hoeveel?’, hakkelde Steef.
‘Zes duizend. Is een mooie mini-bus!’, sprak ze op een toon of dat veel verschil maakte.
Steef wilde het uitschreeuwen dat hij het daar niet mee eens was maar hield wijselijk zijn mond. Hij was nog geen twee uur in Thailand en was al acht duizend baht lichter! De pompbediende voegde zich bij het tweetal en bleef sprakeloos naast zijn meisje staan en keek Steef aan.
‘Wat wil hij nu weer?’, snauwde Steef tegen zijn meisje.
‘Geld voor de benzine!’, snauwde ze op haar beurt terug.
De sfeer was nu al verpest en Steef wilde het liefst weglopen. Een strelende zachte Thaise hand over zijn onderarm liet al zijn kwaadheid weer wegvloeien. Hij keek in haar ogen en zag dat het paradijs dat aan het einde van de busrit op hem wachtte. De pompbediende wees naar de display van zijn pomp en daar stond te lezen dat Steef 1.500 baht voor de brandstof moest afrekenen. Op dat moment nam Steef zich voor om niet meer bij te houden wat deze dag hem ging kosten. Die berekening zou alleen maar zijn bloeddruk verhogen en zijn vakantie plezier bederven.
De rest van de familie bleef onvindbaar totdat zijn meisje haar moeder achter de rood/groen/witte ruit van de 7-11 zag zwaaien als teken dat ze moesten komen.
‘Kom Steef?’, zei ze en trok hem mee aan zijn arm naar de kleine winkel.
Veel werd er niet besproken! Dat was ook niet nodig want de rest van de familie stond met kleine plastic tasjes in de hand op Steef te wachten die de inkopen voor het vervolg van de reis moest afrekenen. 1.489 baht stond er op de display en op dat moment brak er iets in Steef. Hij liep als een dolle stier op de koelkast af en greep zes ijskoude blikken Singha bier.
‘Dan kunnen die er ook nog wel bij!’, schreeuwde hij luid door de kleine kruidenierswinkel terwijl zijn gehele familie inclusief de cassière hem vreemd aankeken.
Met de pest in zijn lijf liep hij terug naar de mini-bus en ging in stilte naast zijn meisje zitten. Psssttt!!!!!! Daar ging het eerste blik open en Steef nam demonstratief een flinke slok. Niemand in de mini-bus schonk enige aandacht aan hem. Het leek wel of hij er niet was, of hij doorzichtig was! De bus kwam weer in beweging en een half uur later lag iedereen weer in diepe slaap. Uitgezonderd Steef en de chauffeur. Nog een paar uur en dan waren ze eindelijk in Buriram.
Waar ben ik aan begonnen?, was zijn laatste gedachte toen hij zelf na het legen van het laatste blikje bier zelf ook in slaap viel.

maandag 28 december 2015

Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 1)

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Met trillende handen opende Steef de kleine bruine envelop die op zijn kledingkast in het omkleed lokaal van de fabriek was geplakt. Hij wilde zo graag naar Thailand maar hij durfde het niet te dromen dat het zou gaan gebeuren.

Er was de laatste jaren in de fabriek te veel veranderd. De oude directeur van Rijn, waar Steef heel goed mee kon opschieten, was met pensioen gegaan en de fabriek was aan een beleggers consortium verkocht. Het was er niet beter op geworden! De nieuwe directeur vond de kleur en de uitstraling van zijn lease auto belangrijker dan het welzijn van zijn personeel. De ploegbazen werden virtueel gedegradeerd tot gewone arbeiders, met behoud van salaris natuurlijk, en hun plaats werd ingenomen door productiemanagers van hetzelfde kaliber als de directeur, inclusief een wollen maatpak en schone gemanicuurde handen.
Elke ochtend wanneer Steef om kwart voor zeven over de parkeerplaats van de fabriek naar de fietsenstalling reed schudde hij onbegrijpelijk zijn hoofd naar de lege gereserveerde parkeerplaatsen voor de directie en de productiemanagers. Met die ouwe van Rijn dronk hij vroeger nog wel eens koffie voor half acht aan zijn machine. Die ouwe kwam altijd als eerste op de fabriek, opende de deuren, en ging als laatste nadat hij zeker wist dat alle machines waren uitgeschakeld en alle deuren waren afgesloten. Zijn personeelsleden waren als zijn bloedeigen kinderen en hij kwam zelf regelmatig op de werkvloer polshoogte nemen of iedereen tevreden en alles in orde was. Om iets over half vijf wanneer Steef in de andere richting naar huis fietste waren de parkeerplaatsen ook weer leeg. Er kwam tegenwoordig een bewakingsbedrijf afsluiten. De sfeer op de werkvloer èn op het kantoor was verpest en iedereen dacht met weemoed aan die goeie oude tijd. Dit kon niet lang goed gaan!
Achttien maanden na de overname kwamen de eerste slechte berichtten naar buiten. Er waren te weinig orders. Er werd geen winst meer gemaakt. De concurrentie uit het buitenland was te groot en bovendien veel goedkoper. Er werden meteen twee extra managers aangesteld om het productieproces door te lichten en in de productiekosten te snijden waar het mogelijk was.
Steef, met een paar jaar LTS elektro-opleiding, begreep donders goed waar het was misgegaan! Acht nieuwe managers in grote lease-auto’s van de zaak die de hele dag niets anders deden dan de gedegradeerde ploegbazen afsnauwen en achter hun vodden aanzitten. De sfeer was te snijden en er gingen nog maar weinig mensen plezier naar hun fabriek.
Ongeveer een jaar later kwam de eerste ontslagronde en er moest meer worden geproduceerd met minder werknemers. De twee managers zouden opnieuw een ronde kostenbesparing door het bedrijf doen. Steef begreep er nu helemaal niets meer van en ging voor het eerst ook met tegenzin naar zijn werk. Hij miste die ouwe van Rijn!
Toen gebeurde er iets waar iedereen op had gehoopt maar niemand had verwacht! Op een mooie zomerochtend stond de antieke donkergroene Jaguar van de oude directeur van Rijn weer op zijn vaste plaats op de parkeerplaats. Van schrik trapte Steef achteruit op zijn rem en sprong op de stang van zijn fiets. Hij wreef eens goed in zijn ogen en keek om zich heen of er niemand een grap met hem uithaalde. De zon scheen en hij kon het vers gemaaide gras ruiken. Het was een mooie ochtend. Hij droomde toch niet?
Hij stalde zijn fiets en ging in een versnelde tred naar binnen, Kleedde zich in een recordtijd om en spoedde zich als een snelwandelaar naar de loods waar zijn werkplaats was. Hij werd haast gek van blijdschap toen de ouwe van Rijn naast zijn machine met twee bekertjes koffie op zijn aankomst stond te wachten.
‘Goedemorgen Steef’, sprak de directeur statig.
‘Goedemorgen meneer de directeur’, antwoordde Steef automatisch met een verbaasd gezicht.
Hij wist niet wat hij zag en hij geloofde nog steeds dat hij droomde.
‘Ik ben sinds vandaag weer terug en we gaan de fabriek weer eens op de rails zetten! Ik heb jouw en veel van je collega’s gemist. Helaas mag ik niemand meer aannemen die al ontslagen is maar ik mag wel eigenhandig ontslaan dus zijn al die overbodige managers vrijdag voor het laatst. De ploegleiders krijgen hun verantwoording terug en ik heb de algehele leiding van de fabriek weer in handen.’
Steef was in zijn nopjes, misschien kreeg hij ook weer wat zijn privileges terug. Maar hij moest nog even wachtten om dat af te tasten.

Nu stond hij in het omkleed lokaal naar de bruine envelop, met het hanepotige handschrift van directeur van Rijn, te kijken waarin het antwoord zat op zijn aanvraag voor vakantiedagen eind december/begin januari. Hij wilde dolgraag een keer het nieuwjaar bij zijn meisje in Thailand vieren. Nu zijn moeder het heden voor de eeuwige had verruild waren de kerstdagen en het nieuwjaar hem slecht gevallen zo in zijn eentje. De kroeg was ook niet alles en veel van zijn Thaise vrienden gingen ook in de winter een paar weken naar de warmte. Het was zijn grootste droom.
Hij scheurde in een onhandige beweging met zijn vuile dikke wijsvinger de envelop open, ontvouwde het informele stukje papier en las hardop het antwoord op zijn verzoek.


Geachte Steef,

Ondanks dat mijn handen door de nieuwe eigenaren van de fabriek gebonden zijn en ik niet over de bevoegdheden beschik om een besluit te nemen over je aanvraag heb ik voornemens om je verzoek voor de vrije dagen te honoreren. Jouw afdeling draait weer op het niveau van voor mijn vertrek en met twee personen minder is dat een hele prestatie die een beloning verdient.

Ik keur je verzoek voor de vrije dagen met de kerst en jaarwisseling onder de volgende voorwaarden goed.

1. Deze vakantie is slechts eenmalig en in de toekomst zal ik je verzoeken afwijzen voor vakanties rond het jaareinde. Mede met het oog op de algehele inventarisatie van de fabriek en bijbehorende voorraad.
2. Uw gewoonlijke zomervakantie van vier weken wordt ingekort tot drie weken en wordt opgenomen buiten de schoolvakanties en de bouwvakvakantie.
3. U zal de goedkeuring van uw verzoek met niemand op de fabriek bespreken omdat het mij persoonlijk in een moeilijke positie zal kunnen brengen. Ik hoop dat u begrip heeft voor mijn verzoek?

Verder wens ik u een fijne vakantie en ik zal er zorg voor dragen dat uw kerstpakket hier in mijn kantoor zal worden bewaard tot na u terugkeer uit Thailand.

Hoogachtend, J.W. van Rijn (Algemeen Directeur)


Er verscheen een traantje van geluk in Steef zijn ooghoek. Voor een moment sloot hij zijn ogen en waande zich op de veranda van het huisje van zijn meisje tussen de rijstvelden met een koud Singha biertje in zijn hand.
‘Hé Steef, we gaan tussen de kerst en oud en nieuw een dagje naar Amsterdam plezier maken. Er wordt een busje gehuurd. Heb je zin om mee te gaan?’
Steef schrok van de vraag en was sneller terug in de werkelijkheid dan hij had gewild.
‘Ehh, ik weet het nog niet!’, was het eerste wat hij kon bedenken.
‘Zit toch niet te zeuren man! Ga toch mee? Wat moet je alleen thuis doen? Je zit toch alleen maar aan je dode moeder te denken! Kan je ook een keer met een èchte vrouw praten!’, zaagde Henk maar door.
Een èchte vrouw?, dacht Steef. Die Henk was altijd een huismus geweest totdat hij een keer per ongeluk op de Amsterdamse wallen half dronken een Thaise bar was binnengestapt. Gestrekt door de drank had hij met een meisje zitten praten en was later mee naar boven gegaan. Bleek dat meisje ook nog een Thaise uit Buriram te zijn! En nu had hij altijd het grootste woord over Thaise vrouwen! Hij wist het allemaal, maar Steef was allang blij dat hij niet moedig genoeg was om zelf met het vliegtuig naar Thailand te gaan. Hij had het wel eens tussen neus en lippen door aan Steef gevraagd. Hij wachtte ook nog steeds op zijn antwoord! Steef keek hem aan en zonder wat te zeggen trok hij zijn jasje aan en liep het omkleed lokaal uit.
Achter hem hoorde hij Henk nog zeggen: ‘Ouwe lul! Wat ben jij saai zeg! Ga toch mee man? Kun je ook een keer van bil!’
Steef schudde zijn hoofd en liep richting de fietsenstalling. Hij had het gevoel dat hij al richting Thailand liep.
Copyright/Disclaimer