woensdag 18 december 2013

Maleisië: Geen enkel probleem aan de grens

Taiping (Peking Hotel (308)

Ik vorder al aardig met het boek “Bloedoffer” van Pieter Aspe! Dat kan ook niet anders wanneer je om half acht op je bed ligt en alleen nog kan lezen totdat de slaap je overmand.

De imam heeft me al twee keer via de luidsprekers van de moskee opgeroepen om naar het gebed te komen maar dat aanbod heb ik steeds afgeslagen. Zoals verwacht heb ik prima geslapen, zonder bier en na twee koppen koffie. Toch heeft de stress, over het wel dan niet de grens met Maleisië oversteken, ook zijn tol geëist. Besluiteloosheid is troef en wanneer ik om zeven voor zes het licht aan schakel is het buiten nog pikdonker.
Mijn eerste gedachten gaan naar het vreemde traject dat ik moet afleggen! Namelijk eerst tachtig kilometer terug naar het noorden en dan weer met een grote bocht richting het zuiden naar de Thaise/Maleisische grens. Dat heeft me heel wat hoofdbrekens gekost! Ik zou echt zweren dat dat toch wel gemakkelijker had gekund. Ik pak mijn spullen rustig in en kan maar aan een ding denken: Zouden ze me toelaten tot Maleisië op mijn motor? Het is pas tien voor zeven wanneer ik voor het eerst de motor start om bij de 7-11 een paar tosti’s te eten en mijn fles met hete thee te vullen. Na vijf dagen beginnen die tosti’s nu ook wel een beetje te vervelen en om eerlijk te zijn kijk ik best uit naar een ontbijttje bij de gouden bogen.
Het is bedompt en grijs weer. Met lange tanden werk ik de twee tosti’s naar binnen en probeer niet aan die eerste onzinnige honderdzestig kilometer te denken. Ik hoop vurig dat ik verder kan maar ik ben ook een realist. Mocht ik worden terug gestuurd dan maak ik er gewoon het beste van!
Ik stap op met lood in de schoenen en begin aan misschiel wel het belangrijkste traject van mijn hele reis. Minibusjes vol met moslimkinderen compleet met sluiers en zwarte hoedjes zwaaien wanneer ze me voorbij komen. Terwijl ik terugzwaai ben ik in gedachten verzonken. Ik kan het nog steeds niet begrijpen dat ik zo’n cruciale fout heb kunnen maken. Normaal gesproken ben ik altijd beter ingelicht! Ik heb alle kaarten in mijn GPS nagekeken, Google Maps en Bing Maps geraadpleegd, en toch kom ik niet verder dan de onmogelijke rit die nu voor de wielen van mijn motorfiets ligt.
Dan zie ik plotseling op een verkeersbord langs de saaie weg een aanwijzing naar een grensmarkt, 22 Km verderop. Nu ben ik echt in de war! Bij het volgende verkeerslicht gebaar ik een chauffeur van een minibus, als iemand het zou moeten kunnen weten dan is hij het, zijn raam naar beneden te doen en vraag of je daar ook de grens kan èn mag oversteken. Het positieve antwoord dat je wel een paspoort moet hebben klinkt me als muziek in de oren. Ik hoef daarover niet lang na te denken. Het is de gok waard! Vier en veertig kilometer omrijden en honderd en tien kilometer uitsparen, daar hoef ik dus  niet zo lang over na te denken. Terwijl het verkeerslicht nog op rood staat schakel ik mijn richtingaanwijzer in en scheur zonder op het groene licht te wachten rechtsaf in de richting van de vermeende grensovergang.
Tijdens deze twee en twintig kilometer naar de grens lopen de spanningen flink op! In mijn hoofd en in mijn darmen. Een kilometer of vijf voor de grens haal ik mijn paspoort uit mijn rugzak en verplaats hem naar de binnenzak van mijn jas. Ik zorg ervoor dat ik alles bij de hand heb en dat ik de ambtenaar zo min mogelijk tijd geef om over mij en mijn motor na te denken. De helm gaat nu ook op want ik Maleisië controleert de politie wel streng op het dragen van die ondingen en de Maleisische politie staat bekend als streng en is niet omkoopbaar.

De mist hangt tussen de bergen en dat geeft deze ochtend een dramatische achtergrond. Tijdens de laatste kilometers spelen er ook een breed scala aan opmerkingen en adviezen, die ik over de grens oversteken met je motor heb gehoord, door mijn hoofd. Maar het is altijd, ‘Ik heb dat van een ander gehoord!’
Om eerlijk te zijn heb ik zelf persoonlijk nog nooit iemand gesproken die op zijn motor van Thailand naar Maleisië is gegaan.
En daar zijn de eerste kramen van de markt! Die markt is nog steeds dicht en het lijkt  mij niet dat hij op korte termijn nog open gaat ook. Overal zie ik de vergeten propaganda van de verdreven minister-president Thaksin Shinawatra. OTOP! Een dorp, een product! Niemand wil die handgemaakte rotzooi hebben en toeristen zullen hier wel zeer weinig komen.
Maar daar ben ik hier niet voor! Een klein gebouw in het midden van de weg lijkt onbemand. Er schiet een flits door me heen of ik misschien door zal rijden wanneer er niemand is. Jaren geleden ben ik ook uit Singapore gekomen zonder dat ik een stempel voor de toegang van Maleisië kreeg. Het is even zoeken naar het loket van de immigratie aan de Thaise kant en na een paar minuten overhandig ik mijn paspoort door een klein raampje aan een officier in een bruin uniform. De helm en zonnebril gaan snel af voor de foto en met een slappe plof komt de stempel op het papier van mijn paspoort neer.
Is dit alles? Verbaasd kijk ik naar de stempel in mijn paspoort. Nee, dit is niet alles, er is ook nog de andere hindernis, de Maleisische, kant van deze zaak.
‘Selamat pagi!’ (goedemorgen), roep ik amicaal.
De besnorde ambtenaar kijkt me voor een moment aan en stempelt zonder probleem mijn paspoort, ‘Selamat jalan’ (goede reis), zegt hij terwijl hij mijn paspoort terug geeft.
Was dit het dan? Heb ik me hier zo druk over gemaakt?

De eerste kilometers in Maleisië zijn niet anders dan de afgelopen twaalfhonderd in Thailand, maar dan komen er toch de eerste verschillen! De nieuwe kaart die ik nu in mijn GPS gebruik is van mindere kwaliteit en uit 2010. In een land dat in een razendsnel tempo zich naar een eerste wereldland ontwikkeld komt het regelmatig voor dat de weg niet meer bestaat of dat er een weg ligt die nog niet op mijn kaart vermeld is. Dat wordt dus extra opletten de komende dagen. Vanzelfsprekend beginnen hier, de door de staat gefinancierde, moskeeën met een hoog Anton Pieck gehalte te verschijnen. Daar heb ik weinig last van maar het verkeer, of beter gezegd de verkeersdeelnemers, begint lastiger en gevaarlijker te worden.

Tijdens het eerste gedeelte op de binnenwegen valt het nog wel mee maar zodra ik op de onvermijdbare hoofdwegen kom wordt het een drama! En eerlijk gezegd had ik dat niet verwacht! Ze snijden je de weg af en houden met niemand of soms ook met een verkeerslicht rekening. Omdat ik het verkeer in Maleisië altijd vanuit een touringcar heb gezien had ik dit dus niet verwacht. Ik stop ook iets vaker dan ik gewend ben om uit te rusten van de uiterste concentratie die de drukke wegen met zich meebrengen. Over een paar jaar wanneer meer mensen zich een auto kunnen veroorloven zal het alleen nog maar gevaarlijker worden.

Ik eet mijn eerste lunch, Mee Goreng, en de aanwezigen in het Chinese restaurant kunnen het niet geloven dat ik op de motor van Bangkok naar Maleisië ben gekomen. Compliment na compliment mag ik in ontvangst nemen en de mensen zijn zichtbaar trots dat ik de moeite neem om hun Maleisië op de motor te bezoeken. Het wordt zelfs nog vreemder wanneer de berijders van brommers, terwijl we voor een rood verkeerslicht staan en ze mijn Thaise nummerplaat hebben bestudeert, me schouderklopjes geven en een duim opsteken als teken dat ik goed bezig ben. En zo beland ik in een Taiping dat ik alleen nog van mijn herinneringen ken. En het Taiping dat ik me herinner is snel aan het veranderen, maar niet aan het verbeteren!

Gelukkig is het “Peking Hotel” nog steeds niet veranderd. De baas herkend me vaag en nadat ik naar zijn zoon, met de John Lennon bril, vraag begrijpt hij dat ik hier vaker ben geweest. In het korte gesprek dat volgt vertel ik hem dat ik twaalf jaar gelden hier voor het eerst kwam. Ik vertel nog een herinneringen van het oude Taiping en ik kan zien dat hij trots is dat ik nog steeds de weg naar zijn hotel kan vinden. Hij is minder blij met het feit dat ik heb ontdekt dat tijdens de tweede wereldoorlog het kantoor van de Japanse politie in het hotel was gevestigd. Chinezen zijn doorspekt met bijgeloof en er zouden zeker klanten wegblijven wanneer ze dat zouden weten. Voor mij maakt het weinig uit. Hoewel ik vanuit mijn ooghoeken wel schaduwen als personen door de gangen zie zweven. Misschien de geesten van slachtoffers van de Japanse politie die hier in een van die kamers hun leven hebben verloren tijdens de verhoren of martelingen. Maar mijn ogen zijn ook niet al te best meer dus doe ik het maar af als gezichtsbedrog.

Zodra ik mijn bagage van mijn motor heb begint het te stortregenen. Een regen zoals je kan verwachten aan het einde van de middag. Daarom is het vanaf morgen zaak om vroeg op pad te gaan om zo de regen voor te kunnen blijven!
Terwijl ik dit verhaal lig te schrijven gaat de wekker af voor mijn medicijnen. Vijf uur? Mijn horloge geeft vijf uur aan! Voor het eerst vandaag realiseer ik me dat ik al vanaf vanochtend naar een horloge kijk dat een uur achter loopt. Toen ik de grens overstak had ik de klok een uur vooruit moeten zetten.

Mijmerend over het oude gezellige Taiping loop ik langs de laatste overgebleven oude Chinese winkelpanden. Over een paar jaar zullen die ook allemaal zijn platgeslagen om een nieuw winkelcentrum te bouwen. Ik ben blij dat ik die momenten in ieder geval voor de mensheid heb kunnen behouden. Mijn drie taken voor het einde van deze dag zijn simpel,
1. Geld wisselen dat ik niet zo snel meer nodig heb
2. Een nieuwe SIM-kaart met 3G internet
3. Een nieuwe leesbril


De eerste twee regel ik op loopafstand van het hotel. De koers is zelfs prima te noemen en ik heb weer wat geld in mijn zak. De leesbril zal ik moeten zoeken op de goedkope markt wanneer ik ben wezen eten. De Mee Rebus in het bekende foodcourt smaakt me uitstekend. Nu heb ik nog maar een taak over! Een nieuwe leesbril. Ik kan het zelf niet geloven maar in de laatste zes dagen heb ik twee leesbrillen kapot zien gaan. Dat is toch haast onmogelijk zou je zeggen? Maar het is echt waar. Ik hoop dat mijn nieuwe blauwe leesbril van € 2,-- het in ieder geval tot mijn aankomst in de Pattaya uithoudt.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - 1.477 + 334 = 1.811 Km

dinsdag 17 december 2013

Thailand: Aan de grens met Maleisië

Satun (Rain Thong Hotel (308)

Om half zeven sluipt het eerste verlegen zonlicht onder de gordijnen door mijn kamer in. Ik wordt op een natuurlijke manier wakker die ze bij Philips in Eindhoven nu ook in een LED uitvoering hebben. Maar om eerlijk te zijn vindt de originele toch beter! Buiten gakt de waakgans al alsof er een leger inbrekers aan het werk is en binnen borrelt mijn eerste kop koffie van de dag.
Het was een redelijk nachtje! En dat werd ook hoog tijd! Maar ik heb ook mijn klachten over het latex matras. Dat is iets dat velen van jullie nooit mee zullen maken. Zo’n matras vormt zich binnen een minuut naar je lichaam en wanneer je je omdraait, wat ik wel duizend keer in een nacht doe, blijven die kuilen een paar minuten in het latex matras aanwezig totdat ze weer hersteld zijn. Met als gevolg dat je de hele nacht ongelijk ligt. Maar toch, die paar biertjes hebben me prima geholpen en ik voel me een stuk beter dan gisteren.

Wanneer ik de deur van mijn kamer opengooi om wat frisse lucht naar binnen te laten krijg ik de schrik van mijn leven! De waakgans kijkt me recht in de ogen aan en ik kan niet verder dan een meter of vijftig voor me uit kijken. Het mist, en niet zo’n beetje ook!
Vandaag blijf ik de kust, een voor velen, waaronder ikzelf, onbekende kust, volgen totdat ik in een zuidelijke uithoek van Thailand terecht kom. Op de GPS ziet het er allemaal schitterend uit en om eerlijk te zijn was het dat ook.

De mooiste en leegste stranden van Thailand aan de Straat van Malacca. Alleen hier ben je te ver weg van Bangkok! Niet veel mensen reizen zover, en passeren zoveel mooie stranden, om speciaal hier terecht te komen. De weinige westerse toeristen die hier een paar nachten blijven hangen zijn op doorreis of hebben deze stranden speciaal uitgekozen. Dus ze moeten het hebben van de Maleisiërs, die zelf ook enkele mooie en prima stranden hebben of de Singaporezen die nog verder weg zijn. Met als gevolg: Mooie stranden met niemand in zicht, en ook werkelijk niemand! Het is een week voor de kerst en het is hoogseizoen. Hier kan iedereen zien dat er keihard wordt gelogen over het aantal toeristen dat Thailand bezoekt.

Een lege parkeerplaats voor een duur 4 sterren resort

Wanneer ik bij zo’n vier sterren resort eens naar de prijs informeer vragen ze met een staalhard gezicht 2.500 baht (€ 56,50) per nacht inclusief ontbijt. Gezien de drukte op de parkeerplaats voor het resort zal het wel iedere nacht volgeboekt zijn! Maar dat is de Thaise zakenlogica! Wanneer het niet zo druk is verdubbel je de prijs om er toch nog wat van te maken. Een Thai kan niet langer dan dertig dagen terug en een dag vooruit denken, dat maakt ze kwetsbaar voor tegenslagen die ze echt niet kunnen begrijpen. En Thailand is echt niet meer zo goedkoop! Een echtpaar of stel moet toch al gauw aan de honderd euro per dag denken en dan niet te gek gaan doen want dan lig je om tien uur al op bed!


En nu ik het toch over die stranden heb! Wat is die fascinatie toch die mensen hebben met een strand? Ik heb er lang en diep over nagedacht en kan het antwoord daar niet op vinden. Twaalfduizend kilometer vliegen om een paar weken elke dag op het strand te liggen en verder niets te doen dan suikerige frisdrankjes en/of bieren te drinken.
‘Zou iemand mij dat eens kunnen uitleggen?’
Voor mij is strand namelijk zand, de kleur en fijnheid van de korrel maken me weinig uit want ik heb ze van spierwit in Australië tot gitzwart op Bali gezien. Dat zand gaat meestal op de meest oncomfortabele plaatsen of in je dure elektronica zitten. En daar ben ik persoonlijk niet zo gek op. Als het alleen voor de afkoeling is dan gaat een zwembad nog net maar al die bacteriën en urine van die mensen in het gechloorde water nemen bij mij de zin om te zwemmen al snel weg. Zo’n strand is voor mij dan ook meer een landschap en mooi om naar te kijken, en te luisteren naar het ruizen van de zee. Een zon in te zien wegzakken en een hapje met een goede vriend of een geliefde te eten.

Zelf hou ik meer van cultuur, drukte en steden, markten en kleine restaurants met hun heerlijke lokale gerechten. Tempels en andere godshuizen, groot en klein, bossen en bergen en veel mensen.
Tijdens mijn laatste rustpauze raak ik in gesprek met een andere motorrijden, Horst uit Songkla, een heel andere motor maar het hart is hetzelfde. Horst rijdt op zo’n grote 750cc Off en On road Honda. We bekijken elkaars machine en we zijn beiden blij met wat we hebben. We kletsen wat en dat maakt de pauze een stuk aangenamer.

En dan ben ik aan het laatste stukje van Thailand toe, tenminste, dat hoop ik. Ik Satun heb ik het hotel uit mijn herinneringen snel gevonden en ik krijg ook nog eens dezelfde kamer als vijf jaar geleden. Ik kwam toen alleen vanaf Langkawi omdat mijn reisgenoot uit Zaltbommel plotseling heimwee had naar de lichtjes van Pattaya. Hij kon echt niet meer zonder en vertoonde na ruim een week echte onthoudingsverschijnselen!

In Satun heeft de tijd bijna stilgestaan! En dat is ook wel eens fijn om te vermelden! Hier is het diepe zuiden waar de Islam heerst dus gaan de mensen vroeg naar bed. Wanneer je wil eten zal je voor acht uur op pad moeten want anders is het te laat.

Ik ga al vroeg op pad, kijk eens goed om me heen voor een restaurant en eet wat op de kleine avondmarkt. Er is hier zo weinig te doen dat ik ook geen zin heb om bier te drinken. Voor half zeven ben ik alweer terug op mijn kamer. Foto’s, verhalen schrijven en corrigeren èn nog wat lezen op de Kobo Glo. En om eerlijk te zijn voel ik dat ik vannacht eindelijk een keer goed zal slapen. De routes voor morgen zitten in de GPS en eigenlijk kan er weinig meer fout gaan. Behalve dat ik aan de grens wordt geweigerd! Daarvoor heb ik ook een alternatieve route naar Narathiwat geprogrammeerd.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun 1.180 + 297 = 1.477 Km



maandag 16 december 2013

Thailand: Ze zijn hier ècht gek geworden!

Krabi (Rim Khao Lodging (8)

Om zeven voor zes slaat een vreemde op mijn kamerdeur en roept enkele Thaise woorden. Ik ben verbaasd en verward tegelijk na de weinige uren slaap die ik de afgelopen nacht heb gehad. Ik kijk nog een goed op mijn horloge en de tijd klopt! Minder dan vier uur geslapen terwijl de man de rest van de deuren op de gang afgaat. Ik denk na de over de afgelopen nacht! Is dit dan alweer de derde slechte nacht op rij? Is er iets verkeerd met me? De slechte kussens, het polyester laken dat nooit slijt, de plastic hoes om het beton harde matras, nee, dit was dus de derde slechte nacht op rij. Misschien wil een hogere macht me een tip geven om maar snel terug te keren naar Pattaya. Ik draai me nog een keer om en slaap verder, ik heb geen interesse in vandaag. Misschien blijf ik nog wel een dagje langer hier, ik heb tenslotte toch niets beters te doen!
Wanneer om zeven uur de wekker voor de tweede keer afloopt voel ik me opvallend fit en controleer meteen het weer vanuit mijn raam. Een waterig zonnetje staat al boven de bergen in het oosten en het lijkt er op dat het een mooie dag gaat worden. Heel anders dan gisteren! Toen werd er voorspeld dat het zou regenen vandaag, en op zo’n moment ben ik blij dat de weerman er wel eens naast zit. Al tijdens mijn eerste kop koffie besluit ik toch maar weer op pad te gaan. Mijn pessimistische gedachtes zijn al door het waterige zonnetje verdreven.

Ik trek mijn, nog licht vochtige, kleren aan met uitzondering van mijn sokken en schoenen. Dat kan dus echt niet! Die zijn nog veel te nat. Na een kort en snel afscheid van de vrouw achter de receptie rij ik nog ruim voor acht uur weg uit Ranong. Het is fris en ik heb mijn jas aan. Mijn voeten in de sandalen worden al snel opgewarmd door de stralingswarmte van het motorblok. Ik heb er zin in en in  mijn gedachten komt het deuntje “Dan weet ik dat ik bijna thuis ben” van Hans de Booij op.

Maar een dag als gisteren blijkt moeilijk te evenaren! Ook al is het landschap schitterend mooi en het weer zit mee en de wegen slingeren zich als een lint door het groene landschap. De tempels worden zeldzamer en de moskeeën talrijker. Eerlijkheid gebied te zeggen dat haast al die lokale moskeeën moderne gedrochten zijn die niets en dan ook helemaal niets bijdragen aan de architectonische ontwikkeling van de geciviliseerde mens. Ik heb het ook anders gezien en ik hoop dat ik dat straks ook aan jullie kan laten zien wanneer ik toegang krijg tot Maleisië met de motor.
Het is dus niet zo mooi als gisteren en daarom maak ik weinig foto’s. Ik kan er ook niets aan doen. Ik geniet met volle teugen en heb eindelijk geaccepteerd dat de weerman ernaast zit. Mijn ogen speuren beide zijden van de weg af naar iets interessants en toch kan ik die ene foto niet vinden.

Totdat mijn beeld van gisteren weer vervaagd is en een frisse kijk op de wereld zich van mij meester maakt. Het landschap veranderd en de broodbergen, limestone mountains, doemen in de verte op. En vanaf dat moment komt mij camera weer regelmatig uit de zadeltas.

Ik heb altijd al graag die baai van Krabi willen zien en mijn eindbestemming onder voorbehoud was ook zo’n strand met van die bergen in zee aan de horizon. Helaas ben ik na enkele malen vragen naar een bungalow maar snel doorgereden. 800 baht voor een hok met een fan en 1400 baht voor een redelijke bungalow met een airconditioner die je toch niet gebruikt want het is hier stervenskoud ‘s nachts. Ik rij de laatste paar honderd meter, tegen beter weten in, langzaam om te zien of ik misschien toch nog wat goedkopers om te slapen kan vinden. Overal hangen de borden “Room Available”, en dat is niet zo vreemd wanneer het strand haast leeg is en er slechts een handjevol toeristen langs de boulevard lopen. Ook hier heeft de recessie toegeslagen met als gevolg prijzen van een Bangkok viersterren hotel voor een bungalowtje vergeven van de mieren, kakkerlakken en ander ongedierte. Ze zijn de weg hier ècht helemaal kwijt en ik vraag me hardop af of het ooit nog wel goed komt. Ik heb mijn plan getrokken en verdwijn weer net zo snel als ik hier ben gekomen. Verderop, niet al te ver kan ik zeker wel een slaapplaats vinden die beter en veel goedkoper is. Ik gooi mijn tank nog maar eens vol en vertrek uit deze toeristenval.
Achter is de lucht helder blauw en voor me veranderd de lucht met de seconde in een andere tint van grijs. “Vijftig tinten grijs”? Hier zij het wel vijftigduizend tinten grijs! De eerste aanvaringen met de waterdruppels voelen nog als insecten maar dan zie ik toch echt donkere vlekken op de dijbenen van mijn broek verschijnen. Ik vloek hardop en denk voor een seconde dat ik misschien beter toch dat hol voor 800 baht had kunnen nemen. Links af richting Trang en richting de blauwe lucht! Een paar kilometer verderop, en enkele vruchteloze pogingen, zie ik een bord voor een resort een paar honderd meter van de snelweg. Dat betekend een rustige nacht en hoogstwaarschijnlijk een gunstige prijs.

En het “Rim Khao Lodging” is een plaatje van een Boem boem resort en alleen de spiegels aan het plafond ontbreken. Maar voor de 400 baht (€ 9,10) hoor je mij niet klagen. Het is schoon, het bed is het zachtste dat ik in de afgelopen dagen gevoeld heb, en de vrouw is zeer vreemd maar erg vriendelijk.
Zo krijg ik geen sleutel van de kamer maar zij opent persoonlijk de deur wanneer ik weer terug kom. Om half vijf krijg ik geen bier bij de 7-11 omdat er in Thailand nog niet zo lang geleden een middeleeuwse wet is ingevoerd die dat verbied. Dus blijft het bij een zakje waspoeder om straks mijn reiskleding een wasbeurt te geven. Nog geen honderd meter verderop koop ik in een klein winkeltje zonder problemen twee ijskoude flessen Leo bier. Tijdens de was ontspan ik ombeurten tussen de massage in het water van de vuile kleding en mijn koude pils.

Mijn dag zit er op, de was hangt in de boom, en ik heb de regen bijna kunnen ontlopen. Terwijl ik geniet van mijn tweede Leo biertje wordt ook hier de lucht met de seconde donkerder en het duurt niet lang voordat de eerste dikke druppels het warme beton van de straat raken. Een half uur later winnen de wolken en de zon weer van het vallende water en wordt alles weer normaal. Dit is het weer in het zuiden. Blauwe lucht in de vroege ochtend en een dikke bui aan het einde van de middag. Terwijl het laatste water uit de hemel valt kleed ik me aan voor de laatste handeling van de dag. Het avondeten. Ik weet hier heg nog steg maar het moet toch gek zijn dat ik hier niets te eten kan vinden.

De gestoofde speklappen, in een saus die nog het meest naar speculaaskruiden smaakt, en een moot vis in een waterige limoensaus zijn van een hoge kwaliteit. Zo is ook het prijskaartje maar dat kan me eigenlijk niets schelen wanneer het me goed heeft gesmaakt.

Op het bed naast de grote spiegel in het Bum Bum Resort schrijf ik nog een verhaal en lees wat op de Kobo Glo. Het was weer een fantastische dag en morgen heb ik hopelijk de laatste etappe in Thailand.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi 821 + 359 = 1.180 Km

Copyright/Disclaimer