woensdag 6 november 2013

Thailand: Karaoke in het Memorial Hotel

Surin (Memorial Hotel (207+214)

En zeg dat wel, dat “Memorial Hotel”! Dat zal nog lang in mijn geheugen gegrift staan. Net toen ik na het avondeten begon te relaxen klonken er vanuit het gebouw de eerste dreunen van een bas. Karaoke, en dat wordt zeker een probleem dat ik niet snel zal vergeten. Maar daar kom ik straks op terug!

Toen vanochtend om kwart over vier een roedel honden uit het dorp aansloeg realiseerde ik me meteen dat ik nu in de jungle van Thailand was. Vreemde nachtelijke geluiden! Vogels, insecten, reptielen en zoogdieren allen tegelijk creëren een nachtelijke symfonie die je alleen maar op het platteland van Thailand kan horen.
Voor mij was de nacht nog niet helemaal voorbij want ik kon na drie kwartier weer de slaap pakken. Om na een uurtje weer gewekt te worden door de stemmen van de dorpelingen die aanstalten maken om aan hun ongecompliceerde dag te beginnen. Gelukkig was er voor mij nog de luxe van een extra uurtje op het bed totdat de wekker om zeven uur zou aflopen.
Zover is het toch niet gekomen. De stemmen lokten me naar beneden waar de koffie op me wachtte. John, Allen en Yuun waren al beneden toen ik eindelijk mijn opwachting maakte. Wat is het leven toch eenvoudig zo op het platteland! Voor een moment zag ik mezelf al mijn oude dagen slijten op het platteland in de Filippijnen. In een kleine bungalow met een knusse slaapkamer en een kleine veranda op het westen. Sippen aan ijskoude San Miguel biertjes, met een goed boek in de andere hand, terwijl ik de zon achter de kokospalmen zie verdwijnen.

Het hele huis was dus al wakker en ik sloot me als laatste bij de koffie en thee aan. Eendeneieren werden gekookt, toast werd gegrild en zwarte koffie werd gezet. Zodra John en opa terug zijn van hun tocht naar de fuiken in de rijstvelden is het tijd voor het ontbijt. Heerlijk hardgekookte eieren en toast met mayonaise, een heerlijke combinatie.
Om half tien is het tijd om afscheid te nemen en weer verder te gaan. Ik had best nog wel een paar dagen langer willen en kunnen blijven maar de open wegen van Thailand roepen me. Misschien ga ik later dit jaar nog wel voor een paar dagen terug, ik ben hier tenslotte altijd welkom. Het eerste wat ik tijdens de rit om de hoek tegenkwam zal je in Nederland nooit tegenkomen!

Mijn dag is weer begonnen! Deze dag is eigenlijk een kopie van gisteren alleen in de omgekeerde richting! De wind blaast alsof hij niets te verliezen heeft, de eerste wolken staan al aan de hemel hoewel ze geen regen voorspellen en mijn motor rijdt weer als nieuw. Kilometer na kilometer eindeloze rijstvelden, een blikje ijskoffie, geen restaurants te vinden. Maar wel een nieuwe benzineslang. Al dat gemier deze ochtend was de oude poreuze slang teveel geworden en ik merkte dat er benzine op het hete motorblok lekte. En dat is niet zo heel veilig!
Bij de eerste de beste werkplaats begrepen ze meteen waar het probleem in zat en zonder enige twijfel werd de oude slang meteen vervangen door een nieuwe. Na die operatie van gisteren kan dit er ook nog wel bij! Weer een euro lichter! Trots als een pauw en blij als een kind zoef ik zonder helm door het Thaise landschap totdat ik onverwacht net na een onoverzichtelijke scherpe bocht zomaar in een politiefuik rijdt! Dat gaat geld kosten, denk ik bij mezelf.
De agenten Maken grappen met elkaar en na elke zin begint de rest van de agenten te schateren van het lachen. Ik voel me machteloos en weet dat ik rijp ben voor slachtofferhulp. Wat wel vreemd is is dat ze nog steeds niet naar mijn papieren hebben gevraagd. Ze kijken ombeurten naar mijn kentekenplaat en gaan dan weer verder met hun gesprek. Ik sta daar als Jan met de korte achternaam te wachten wat er komen gaat. Totdat er een, met een grote bruine pet op, zijn keel schraapt en in haast onverstaanbaar engels tegen me begint te praten.
Wat hij nu precies bedoeld ontgaat me maar ik ga gewoon verder met het geven van de gewoonlijke antwoorden. Half in het engels en half in het Thais. Ze kunnen hun oren niet geloven! Op een Honda Phantom van Chonburi, ik vermijd de naam Pattaya omdat de buitenlanders daar vandaan in de rest van Thailand niet zo’n beste naam hebben, op een toer door de Isaan! Daar hebben ze wel respect voor.
Ze stellen zich naast elkaar op als voor een elftalfoto en ik moet in het midden naast de man met de pet, de aanvoerder, gaan staan. Er wordt een half dozijn foto’s gemaakt, met evenveel mobiele telefoons, in steeds een andere samenstelling terwijl de grote politie controle wordt onderbroken om met die gekke buitenlander op de foto te gaan. Nog steeds geen enkele aanwijzing dat ze mijn papieren of rijbewijs willen zien.
Totdat de man met de pet, die duidelijk de baas is van al deze agenten, tegen me zegt: ‘Rijbewijs?’
Dat is de te verwachten gezichtsverlies clausule, hij moet even op zijn strepen gaan staan en laten zien wie er de baas is! Ik overhandig hem mijn Thaise rijbewijs en de hele groep knikt goedkeurend. Een buitenlander met een Thais rijbewijs hebben ze wel respect voor. Ik krijg mijn rijbewijs weer in mijn handen gedrukt en ik ben klaar. Ik kijk nog eens goed om me heen en knik vriendelijk tegen de overgebleven agent die alweer met hun bonnen boeken in de aanslag staan om nietsvermoedende weggebruikers op de bon te slingeren. Ik zet mijn mutsje weer op start de motor en verdwijn in het niets. Ik vraag me af of ze hebben gezien dat ik geen helm droeg.
Dit is me niet een keer maar wel vier keer overkomen gedurende de rit naar Surin. Het zand en de wind teisteren me opnieuw. Het is geen prettige dag om te rijden! Ik moet nu eenmaal door en hoop dat de oncomfortabele wind snel afneemt of verdwijnt. En daar is dan eindelijk Surin.
In Surin ga ik als eerste op zoek naar het guesthouse waar ik vijftien jaar geleden heb overnacht. Ik heb even moeten zoeken en ik heb het ook gevonden. Helaas was het gesloten en het leek zelfs onbewoond, met weemoed kijk ik naar het raam van het kamertje waar ik heb geslapen. Het eerste de beste hotel zal goed genoeg voor me zijn! Ik voel me vies en moe. En zo rij ik in het centrum tegen het “Memorial Hotel” aan.

Een groene betonnen kolos die zijn beste jaren zichtbaal al achter de rug heeft. Vlekken op de muren, gaten in het plafond maar de badkamer en het bed zijn acceptabel schoon voor de prijs van 380 baht. Nadat ik me heb geïnstalleerd is het de hoogste tijd voor de lunch want ik heb onderweg niets fatsoenlijks te eten kunnen vinden.

Vergeet de Tom Yam Kung? Pad Krapow Moo is voor mij de echte Thaise klassieker! En het smaakt me uitstekend. Ik beloon mezelf zelfs met een TopTen ijsje, en dat is al een hele tijd geleden! Na het eten slenter ik door de straten van Surin om te zien of ik me nog het een en ander kan herinneren. Nee dus! Wat wel een geluk is is dat ik eindelijk een ATM zie die op mijn kaart 20.000 baht wil verstrekken. Ondanks dat ik rustig aan met mijn geld probeer te doen is het geld in de eerste week van november uit mijn zak gevlogen! Allemaal extra kosten die nodig waren maar waar ik niet op heb gerekend.
Ik kan me dus helemaal niets meer herinneren van de binnenstad van Surin, maar dat is eigenlijk ook niet zo verwonderlijk. Surin is een typisch Thaise boomtown. De mooie houten huizen hebben al lang geleden plaats gemaakt voor de betonnen shophouses en dat maakt de stand nu niet echt vriendelijker. Wat me nu ook weer opvalt is het ontbreken van enig onderhoud aan de buitenkant van de winkelpanden. Binnen is het meestal wel allemaal in orde maar aan de buitenkant wordt er zelden iets meer aan gedaan. Wat me wel verbaasde is deze hele vreemde Boeddhistische tempel.

De avondmarkt die ik me van het vorige bezoek herinnerde is zo gevonden en het aantal brommers aan het begin van de markt verbaasd me. Het gaat goed in Thailand en iedereen leeft er maar op los. Bijna alles wordt gekocht op de pof! Dus is een paar brommers voor elk huishouden geen uitzondering meer. Wanneer er over een paar jaar de eerste golf personenauto’s op krediet kan worden gekocht dan zullen deze steden binnen enkele maanden geheel dichtslibben. Met parkeergelegenheid zijn ze hier nog niet bekend. Tel daar bij op dat ze te lui zijn om tien meter te lopen dan zal het al snel gebeuren dat ze met zijn allen eindeloos rondjes blijven rijden op zoek naar een parkeerplaats.
Op de markt heb ik al snel wat lekkers te eten gevonden. Uitstekend voedsel tegen haast weggeef prijzen. En hier zie je dan ook weer meteen het verschil tussen Pattaya en de rest van Thailand!

Het eten dat ik bestel zijn voor mij ook weer overheerlijke klassiekers. Natuurlijk zie ik heel af en toe nog wel eens wat nieuws op de schalen liggen maar de meeste gerechten zijn zo ondertussen wel bij me bekend. Maar deze vispastei vindt ik nog steeds heel bijzonder en zeker een aanrader wanneer je die ooit in Thailand zou tegenkomen.
Ik schuif aan tafel bij een jong stel dat tijdens ons korte gesprek verteld dat ze op weg naar Bangkok zijn. Ze studeren allebei in Bangkok en rijden een keer per maand van Bangkok naar hun geboortestad in een uithoek van de Isaan. Familie is heel belangrijk voor deze mensen en daarom zijn ze ook bereid om enorme afstanden en reistijden voor lief te nemen. Voorzichtig vragen ze of ze met me op de foto mogen. Een buitenlander die met de motor door Thailand reist zie je niet elke dag! Ik heb daar vanzelfsprekend geen problemen mee en groot is mijn verbazing wanneer ze bij het afrekenen ook mijn avondmaaltijd voor hun rekening nemen. Ik bedank ze dan ook uitgebreid en vraag of ze de foto van ons samen naar me kunnen emaillen. Nogmaals bedankt en goede reis!

Op de terugweg score ik nog twee flessen bier voor op de kamer omdat ik vanavond nog genoeg te doen heb. Er is gratis en snel internet en dan kan ik mooi in alle rust de foto’s verwerken en wat verhalen schrijven.
Omstreeks half negen beginnen er in het gebouw luidsprekers te bonken en het gedreun van de bas gaat door merg en been. Niet veel later begint er een vrouw te zingen en mijn advies aan haar zou zijn om haar dagbaan nog niet op te zeggen voor een carrière in de muziekbusiness!
De muziek klinkt keihard in mijn kamer en na een uur begint het me toch wel irriteren. Ik vorm een beeld in mijn gedachten van een oude eenzame vrouw die tot een uur of half elf in de lobby van het hotel alleen voor zichzelf liedjes staat te zingen en daarna vermoeid gaat slapen. Maar de muziek blijft maar dreunen en ik wil ondertussen toch ook wel gaan slapen.
Ik kleed me maar weer aan om op onderzoek uit te gaan en tref meer ontevreden hotelgasten op de gang aan. Ze blijken in gesprek met de nachtreceptioniste van het hotel die wel heel vriendelijk lacht en met haar handen zwaait maar geen woord engels spreekt of verstaat. Gelukkig krijg ik hulp in de vorm van twee jongens, die waarschijnlijk rondtrekkende vertegenwoordigers zijn, die wel de engelse taal een beetje machtig zijn.
‘Hoe laat stopt die muziek?’
Een van de jongens keert zich naar de receptioniste en stelt de vraag in het Thais of het lokale dialect.
‘Twee uur!’, vertaald hij tegen me.
‘Twee uur?’, vraag ik verbaasd in de veronderstelling dat mijn eerste vraag niet goed is doorgekomen of het antwoord misschien niet juist is vertaald.
Ik herhaal mijn vraag nog een keer en opnieuw krijg ik dat verschrikkelijke en onverwachte antwoord. De kleine woordenwisseling die er uit voort vloed zal ik maar niet publiceren! Kwaad loop in naar beneden om nog twee flessen bier te halen om de tijd totdat de muziek zwijgt te doden.
De bron van al het lawaai blijkt een karaoke club recht onder mijn kamer. Ik steek nieuwsgierig mijn hoofd door de deur en zie meteen dat het hier om een ouderwets Thais bordeel gaat. Nou, daar ben ik dan mooi klaar mee!
Wanneer ik weer terug in de lobby van het hotel ben heb ik besloten om het er niet bij te laten. Ik probeer zachtjes en met tact, in duidelijk engels, uit te leggen dat dit onacceptabel is en dat ik een andere kamer wil. Na even aandringen krijg ik voor elkaar wat de twee vertegenwoordigers waarschijnlijk niet is gelukt. Ik kan verhuizen naar een niet zo mooie kamer volgens de nachtreceptioniste!

Nou, die kamer is prima! De eenpersoonsbedden zijn goed en het lawaai is niet meer te horen. Het internet signaal is sterker, ik kan nog wat downloaden, en ik kan eindelijk gaan slapen.
In het donker denk ik nog eens na waarom ze mij die ongelofelijke slechte kamer hebben gegeven. Er komt maar een antwoord in me op: Man alleen, boven bordeel betekend “Boom Boom”, en dan heb ik het niet over het gedreun van de bas.

Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram - Bua Yai - Surin 651+185= 836 Km

dinsdag 5 november 2013

Thailand: Een nieuwe motor?

Bua Yai (John en Yuun’s huis)

Om acht uur staat de zon al aan een stralend blauwe hemel, er is geen wolkje te zien en wanneer ik mijn kennis over het weer in Thailand moet geloven zal dat ook hopelijk zo blijven de komende maanden.
Zodra ik buiten de bebouwde kom ben steekt de harde, onaangename, wind weer de kop op. Met de snelheden die ik op de motor haal valt het nog wel mee, zo tussen de zestig en zeventig Kilometer per uur, maar wanneer je op een snellere motor zou reizen dan is het haast wel oncomfortabel. De vrachtwagens en hoog beladen pick-up trucks voor me op de weg slingeren gevaarlijk bij elke windstoot. Verhoogde concentratie in deze gevaarlijke en verraderlijke situaties.

Bij een wel heel vreemde dikke Boeddha hou ik mijn eerste stop van de dag. Terwijl de nog koude cola me prima smaakt denk ik voor een moment aan de kilometers die er al achter me liggen en de onbekende wegen die nog voor me liggen. Ik vraag de dikke vreemde Boeddha in mijn gedachten, terwijl ik mijn amuletten in mijn handen hou, om me te beschermen en me te begeleiden. Geen antwoord maar ik ben ervan overtuigd dat het wel goed zal komen.
En dan breekt het saaie landschap van de Isaan aan! Honderdduizenden vierkante kilometer rijst doorsneden met asfalt. Er is maar heel weinig te zien of te beleven. Gewoon rijden en de kilometers maken. Ik heb last van de wind en het zand. Er waait zoveel zand over de weg, de rijstoogst is begonnen, dat ik het tussen mijn tanden hoor knarsen. En ik snap maar niet waarom ik steeds over van die hoofdwegen moet rijden. Er zouden toch zeker wel enkele wegen binnendoor moeten zijn! Maar tijd om te experimenteren heb ik niet, ik moet daar later vandaag maar eens naar kijken.

Gelukkig is er wel het eten!

Kip op rijst, simpel en toch complex van smaak. Heerlijk met de pittige saus en dat voor een euro. De laatste kilometers zandweg langs een reservoir herken ik en ik weet dat ik op de goede weg ben. John en Yuun zijn blij verbaasd me te zien en met een enthousiaste gastvrijheid is het vanzelfsprekend dat ik een nacht blijf slapen.
Na een koffie, er is een ander vriend van John genaamd Nick, gaan we op pad naar de motorwinkel om te kijken naar een brandstoffilter en misschien een nieuwe voorband.

Van het een komt het ander! Nieuwe voorband + nieuwe achterband + nieuwe tandwielen en nieuwe ketting + nieuwe remblokken voor en achter + een brandstoffilter. Honderd en tien euro voor de hele operatie en mijn motor is haast weer als nieuw! Soms moet je hier wel geld aan uitgeven!

Ondertussen heeft Alan zich ook bij ons gevoegd en hij blijft ook slapen. Het wordt een hele gezellige avond en John schotel ons heerlijk varkensvlees op engelse wijze voor. Nu is de engelse keuken niet een van de beste maar voor de kenners zeker niet zo slecht als ze ons willen laten geloven.

Het is een hele gezellige avond met oude en nieuwe vrienden. Een paar biertjes en dan naar bed!

Wat kan het leven toch simpel en mooi tegelijk zijn op het platteland van Thailand!

Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram - Bua Yai 459+192= 651 Km

maandag 4 november 2013

Thailand: Halt! Grenspolitie!

Buriram (Ploy Resort (A2)

De twee jungle poo’s van gisteren kregen laat op de avond een vervolg. Rond middernacht kon ik om de vijf minuten even gaan zitten. Zou het dan toch die “crap” wrap van de KFC zijn geweest. Gelukkig kon ik na een uur toch de slaap pakken.
Ik voel me dan ook redelijk uitgerust wanneer ik begin met het inpak ritueel van mijn bagage. Dat is eigenlijk het meest oncomfortabele aan een roadtrip. Bijna elke dag weer uitpakken en inpakken, maar het hoort erbij en later wanneer ik aan de Mekong rivier wat meer tijd voor mezelf neem ben ik dat snel weer vergeten. De plannen voor de ochtend zijn ook weer veranderd! Ik ga niet op weg zonder reserve voedsel en een ontbijt! Een tosti van de 7-11 is tegenwoordig een prima start van de dag. Twee pakjes krentenbrood als reserve en een liter thee in de fles. Mijn dag kan al niet meer kapot!

Iedereen heeft er wel eens van gehoord. Hoe belangrijk het voorkomen van  gezichtsverlies is voor de Thai.
Vandaag direct na mijn begin van de trip een mooi voorbeeld: Vandaag, ik zat nog geen tien minuten op de motor, zag ik de meest primitieve vorm voorbij komen in een dikke blauwe wolk van motorolie.Ik reed rustig op mijn gemak een jongeman op een oude brommer voorbij. Dat is op zich geen probleem en niet bijzonder. Maar ik knikte vriendelijk naar met en glimlachte een goedemorgen. Wegens mijn oordoppen hoorde ik de oude tweetakt motor niet terugschakelen en binnen twee minuten raasde hij mij in een flink tempo en met een oorverdovend lawaai voorbij. Hij keek me recht in de ogen, knikte en glimlachte mij een goedemorgen. Om nog geen honderd meter verder weer terug te gaan naar zijn oorspronkelijke slakkengang, gelukkig werd de blauwe walm direct minder, waarna ik hem voor een tweede keer voorbij stak. Thailand - Falang (buitenlander) 1-1. Dus Thailand heeft niet verloren!

De wielen draaien eindeloos rond en brengen me in de nu al wel bekende trance. Ik weet eigenlijk niet wat er om me heen gebeurd maar ik zie wel alles! Het lijkt nog het meest dat je naar een film kijkt die je niet interesseert. Ik zie een vreemd beeld wanneer ik vanuit mijn ooghoeken een groot Boeddhabeeld boven de bomen zie uitsteken. Een blik op mijn horloge verteld me dat het ongeveer tijd is voor een pauze en die kan ik dan meteen met het bezoek aan de tempel combineren.
Ik heb natuurlijk al heel veel vreemde dingen gezien in Thailand dus ik kijk niet snel van vreemde zaken op. Op het tempel terrein staat een bekende verzameling van beelden van de  Chinese dierenriem afgewisseld met beelden van de Boeddha en de meest uiteenlopende verschijningen.

Maar wat ik dan weer niet begrijp zijn de driehoofdige olifant en een beeld van de hindoe god Ganesha. Ik wil niet zeggen dat er hier maar een zooitje van maken maar er zijn van die combinaties die niet te begrijpen zijn.

Ik slinger mijn rechterbeen weer over het zadel en het wordt tijd om verder te gaan. Ik heb gisteren op mijn MacBook weer een mooie route uitgezet langs de grens met Cambodja. Het landschap gaat hier in het noordoosten van Thailand langzaam over in het cultuurgebied van de rijst. Ik weet er niet genoeg van om te zeggen dat het om Jasmijnrijst of een andere variëteit gaat. Een ding staat wel als een paal boven water, kilometer na kilometer zie ik de aangeplante rijst in de velden staan die na de oogst elke dag zonder problemen de weg naar miljoenen Thaise magen vindt.

Toen in het begin van de vorige eeuw de grenzen hier in de buurt werden getrokken gebeurde het wel eens dat er een Cambodjaanse tempel op Thais grondgebied terecht kwam. Deze tempels worden nu als hun eigen erfgoed gezien en met veel vertoon gerestaureerd. Bij de ingang worden er enorme parkeerplaatsen aangelegd met een dozijn winkelruimtes die nooit worden gebruikt. De toestroom is zo dun dat zelfs de kassa onbemand blijft. Maar dat neemt niet weg dat ik wel een kilometer of vier wil omrijden om een kijkje te gaan nemen.

Het blijkt inderdaad een redelijk mooie tempel te zijn en ik wordt ook meteen weer herinnerd aan het feit dat ik alleen op pad ben. En dat is op zo’n moment toch wel een klein ongemak. Ik kan de motor met mijn hele hebben en houden onmogelijk zomaar onbeheerd achterlaten en rustig door de tempel gaan zwerven.

Ik zoek de gulden middenweg en maak wat foto’s die een goede indruk geven zonder dat ik mijn motor met bagage uit het oog verlies.
En dan zwerf ik de weg met het nummer 3308 op. En het wordt rustig! Eerst is het asfalt nog in redelijke staat maar dan gaat het langzaam over in een verharde grindweg. Er is geen tegemoet komend verkeer meer en dat maakt me toch een beetje onrustig.
‘When traffic comes your way, it is still OK!’, is mijn ervaring in Thailand.
Terwijl de weg nog slechter wordt minder ik mijn vaart en tot mijn grote opluchting zie ik af en toe nog wel een brommer langs de kant van de weg staan terwijl er van de berijder geen spoor te bekennen is. Er is zeker al meer dan een uur geen levende ziel meer gezien wanneer ik een pauze neem omdat ik nu wel een beetje zadelvlees begin te krijgen.

De oordoppen gaan uit en ik luister naar de stilte. Een angstaanjagende stilte! In een flits schieten alle doemscenario’s door me heen. Wanneer ik hier pech krijg dan ben ik er wel aan! De Honda Phantom is een puik staaltje techniek maar het blijft toch mechanisch. Ik neem nog een paar slokken uit mijn fles koude thee en stijg weer op mijn stalen ros.
De rit over deze verlaten weg is schitterend, daar kan ik niets slechts over zeggen! De weg staat ook nog steeds aangegeven op mijn GPS dus ik ben nog steeds op bekend terrein! Ik ben nu al ruim anderhalf uur geen levende ziel meer gezien, zelfs de controle posten langs de weg zijn nu verlaten, en dat verbaasd en beangstigd me tegelijkertijd. De seconden worden minuten en minuten worden uitgerekt tot uren. Het gaat nu voor mijn gevoel tergend langzaam en ik begin me steeds meer zorgen te maken of ik wel verder moet gaan of omkeren.
Nog voordat ik een beslissing kan nemen zie ik rollen scheermesjesdraad over de gehele breedte van de weg liggen. Ik minder vaart en neem de omgeving zo goed als het mogelijk is in me op. Rechts van de weg is een bivak met een paar grote tenten, een personenauto en een roedel honden die meteen aanslaan. Door de zachte modder rijdt ik het bivak binnen en zet mijn motor af. Ik wacht af wat er komen gaat terwijl de meeste honden kwispelend met hun staart op me af komen.
Een soldaat in een camouflagepak komt, met de slaap in de ogen, uit een van de tenten en kijkt net zo verbaast naar mij als ik naar hem. Hij spreekt geen engels en ik spreek geen Thai, dus we gaan dit op een zo ongecompliceerde manier afhandelen. Hij laat zijn ogen enkele keren over de hele motor en de bepakking gaan. Hij zoekt diep in zijn geheugen naar enkele engelse woorden, ik zie het in zijn houding en in zijn ogen. Het is weer een vorm van gezichtsverlies omdat hij mij niet te woord kan staan. Plotseling begint hij met zijn handen te zwaaien dat het onmogelijk is om verder te rijden. Ik plaats mijn handen tegen elkaar met de vingers naar boven, plaats ze voor mijn borst en buig naar hem als teken van respect.
In een langzaam en duidelijk engels vertel ik hem dat het nog maar twaalf kilometer is naar het volgende dorp. Twaalf kilometer doorrijden of een kilometer of zestig terugrijden door het niets over die slechte en eenzame wegen. Ik voel dat hij me begrijpt en dat hij twijfelt. Hij heeft twee sterren op zijn schouders en dat zou in Nederland een Luitenant zijn, geen kleine jongen dus. Terwijl ik hem aan blijf kijken pieker ik me suf hoe ik hem ervan kan overtuigen dat hij me door moet laten rijden. Met behulp van enkele woorden in het Thai leg ik hem uit dat ik geen toerist ben ik dat ik weet dat ik dicht bij de grens met Cambodja ben en dat ik op weg ben naar Buriram.
Hij twijfelt nog steeds en hakkelt in haast onverstaanbaar engels dat zijn baas, zijn meerdere waarschijnlijk, er op dit ogenblik niet is. Ik vraag me af of dat ik mijn voordeel of nadeel zal werken.
‘Wat niet weet, wat niet deert!’, denk ik hardop.
Als laatste poging haal ik mijn Thaise rijbewijs uit mijn agenda tevoorschijn en overhandig het aan hem met een overdreven vriendelijkheid en respect waar ik zeker een Oscar nominatie aan overhou! Hij bestudeert het kleine plastic plaatje en vergelijkt de foto op het rijbewijs wel tien keer met mijn bebaarde gezicht. Het is een muntstuk op zijn kant en uiteindelijk valt het in mijn voordeel om.
‘Ok, Ok’, roept hij.
‘Careful!’
Ik neem mijn rijbewijs weer aan en stop het snel weer weg in mijn agenda. Start de Honda en vertrek met een snelheid die zelfs de duivel zou verbazen. Ik heb nog steeds een gevoel van angst dat hij zich zal bedenken. Maar daar heeft hij nu geen tijd meer voor wanneer ik de toeren van het motorblok hoog laat oplopen en via de tweede en de derde versnelling uiteindelijk in de vierde versnelling terecht kom. Met 85 Km per uur scheur ik over de verboden weg!
Maar mijn problemen blijken nog niet voorbij! Vanaf een afstand zie ik een enorme boom dwars over de weg liggen! Met het bonken van mijn hart in mijn keel verminder ik mijn snelheid en hoop dat ik er langs of doorheen kan. Want anders moet ik alsnog omkeren en terugrijden. En ja hoor, er is een stuk van een meter of twee tussenuit gezaagd, een stuk dat net breed genoeg is om een jeep door te laten. Voor mijn motor vormen alleen de takken die ze hebben laten liggen een probleem!
En dan bekruipt me een angstgevoel zoals je dat alleen maar kent van wanneer je een griezelfilm alleen in het donker zit te kijken. De jungle claimt langzaam het asfalt van de weg weer terug. Links en rechts van me kruipen de planten de weg op en hangen de bomen angstaanjagend laag alsof de takken je elk moment van je motor willen trekken. Op een moment is het begaanbare gedeelte van de weg nog maar ruim een meter breed!
Ik kijk om de minuut op mijn GPS en er zijn nog acht kilometer te gaan! Acht lange tergend langzame spannende kilometers. Als het nu fout gaat dan zit ik echt tot aan mijn nek in de stront! De weg opent zich weer en ik neem nog een paar hindernissen in de vorm van half opgeruimde omgevallen bomen. Kilometer, of beter gezegd, meter na meter tel ik af totdat ik in de verte weer een wegversperring van scheermesjesdraad zie liggen.
Dit is de laatste hindernis en die moet ik zonder twijfels nemen anders is mijn missie mislukt. Ik rijdt langzaam naar de wegversperring toe en neem de situatie goed in me op. Er staan drie houten gebouwen zonder ramen aan mijn kant. Ik heb dus het voordeel van de verrassing want ze zullen zeker geen verkeer van mijn kant verwachten! Ik zal de weg moeten verlaten en een meter of veertig langs de controlepost moeten afleggen. Het is geen moment voor twijfel. Ik moet het moment van de verrassing zo goed mogelijk benutten! Ik schakel in alle stilte terug naar de eerste versnelling en zodra ik over het gras de talud afrij om om de scheermesjesdraad heen te rijden let ik alleen nog maar op het terrein voor mijn wielen.
Er slaan honden aan en ik voel de ogen van slaperige soldaten in mijn rug. Verrast door het geluid van een wegsnellende Honda Phantom. Een kentekenplaat van Chonburi? Wat doet hij hier? Waar komt hij vandaan?
Er is geen tijd om deze vragen te beantwoorden of om te kijken. Ik geef gas alsof de duivel me op de hielen zit en verdwijn in een stofwolk de bewoonde wereld in. Terwijl ik een overwinningskreet slaak realiseer ik me dat ik ruim drie jaar geleden ook aan deze controle post heb gestaan. Toen werden we wel het hele stuk weer teruggestuurd!
Na alle opwinding komt de bevrijding, pas nu realiseer ik me wat ik heb meegemaakt. Dit is het avontuur waarom we op weg zijn. Ik wil geen drie weken aan een zwembad in de zon liggen. De verlossing vertaald zich in een trek in eten en op de eerste parkeerplaats naast een benzinestation doe ik me te goed aan een heerlijke noedelsoep met visballetjes.

En dan gaan we op weg naar mijn eindbestemming voor vandaag. Buriram, het Ploy Resort, bekend terrein van drie jaar geleden. Er is daar niets veranderd alleen het interieur is wat verouderd. Een prima slaapplaats voor een redelijke prijs en nu ook met WiFi!

Op mijn bed geniet ik, terwijl ik de foto’s van vandaag bekijk en sorteer, nog na van de avonturen van vandaag. Ik heb het hem toch maar geflikt! En dat terwijl de voorspellingen niet op mijn hand me waren. Na een douche ga ik weer op pad om wat te gaan eten. Het restaurant waar ik naar op zoek ben is alweer verdwenen of verhuisd maar gelukkig zie ik toch gerechten in de engelse taal op een groot reclamebord. Het is trouwens ook best fris op de motor ‘s avonds! Ik hoef niet lang na te denken en bestel de varkenskarbonade met groenten en patat. Het smaakt net zo goed als het er uit ziet!

Mijn dag zit er op! Na het eten geniet ik nog na met een koude Leo binnen handbereik. Mijn dagdroom wordt ruw verstoord door twee oude Thaise dames die zeer duidelijk en opzichtig aan het tafeltje naast met me gaan zitten flirten. Dit zijn twee valse aasgieren op zoek naar een Falang die een verzekering is voor een goede en probleemloze oude dag. Ik durf niet goed te kijken maar het lijkt de de dame met de minste tanden twee verschillende kleuren lipstick op heeft. Paars boven en een helder rood op de onderlip. Wanneer de band dan als klap op de vuurpijl ook nog “Hello” van Lionel Ritchie begint te spelen weet ik bij de eerste knipoog van de dames dat het tijd is om te vertrekken!

Het is een schitterende dag geweest en ik heb er nog geen moment spijt van gehad dat ik in mijn eentje met de motor op pad ben gegaan.

Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram 410+249=459 Km

Copyright/Disclaimer