dinsdag 4 december 2012

Thailand: Terug bij af

Thaise spoorwegen

Pattaya (Boxing Roo (5), dinsdag 4 december 2012

Zodra het zonlicht aan de horizon verschijnt beginnen de passagiers van slaaptrein nummer 36 op weg naar Bangkok te ontwaken. Privacy is belangrijk, of noem het schaamte? Er stappen maar weinig passagiers uit bed om zich in het gangpad aan te kleden. Bij alle passagiers worstelen zich op het bed liggend in hun dagelijkse kloffie. Niet deze jongen! Die voor deze speciale gelegenheid een keer met zijn onderbroek aan heeft geslapen.
We rijden in een slaaptrein en zijn onderweg naar Bangkok, ‘Koffie?’
Vergeet het maar! Misschien met wat geluk een beker sterke Nescafé oploskoffie met veel suiker. Op zoek naar koffie doorloop ik de trein van voor tot achter en weer terug. Ook in de restauratie wagon is er geen hete verse koffie te koop. Een ochtend zonder koffie zal ik ongetwijfeld wel overleven.
Wakker worden! De gordijnen boven ons bed in de wagon gaan open en buiten komen de eerste Thaise rijstvelden in zicht. Zoals verwacht bevinden we ons in de buurt van “Prachuap Khiri Khan”, een provinciestad op het Thaise schiereiland die ik al eens heb bezocht en waar ik warme herinneringen aan heb.
Lyka blijft nog even onder de dekens liggen. Het ontbijt is nog niet in zicht en we hebben nog zeker vijf uur in de trein voor de boeg.
Er gonst maar een vraag in mijn hoofd: ‘Hoe laat komt het ontbijt?’
De Metformine en Atorvastatine zijn al ingenomen met veel lauw water en mijn lichaam schreeuwt om energie in de vorm van een ontbijt! Wat zal het worden? De Chinese gefrituurde broodjes genaamd “Yóutiáo”? Hard gekookte eieren of misschien wel een hartige rijstsoep?
Tijdens het wachten op ons ontbijt bespreken we de plannen voor onze gezamenlijke toekomst nog een keer en bevestigen aan elkaar wat we gisterenavond hebben besloten. We gaan op zoek naar een taalschool in Thailand die Lyka gaat klaarstomen voor haar inburgeringsexamen.
Tijdens een korte stop op een passeer- en rangeerterrein, waar we een tegemoet komende trein moeten laten passeren voordat wij het spoorvak van het enkelspoor mogen berijden, worden enkele kratten met onze ontbijtjes aan boord van de slaaptrein gebracht.
Ontbijt in de trein Alleen het zien van het door de toegewijde conducteur geserveerde ontbijt doet het water me in de mond lopen. Helaas is er opnieuw geen koffie aan boord gebracht. De mierzoete oranje koude thee heeft mij in de afgelopen jaren nooit kunnen bekoren! Wat blijft er dan over, een flesje koud drinkwater. Geloof het of niet maar ik kan op elk moment van de dag (koude) friet eten! Dus ook bij het ontbijt. De puntjes sandwich zijn overheerlijk met verse groenten en een vleugje zoete Thaise mayonaise. De twee halve schijven verse ananas gaan ook naar binnen. Mocht het als garnering hebben gediend dan was het in ieder geval een heerlijke garnering!
Coupé nummer 6 Mijn MacBook Pro komt tevoorschijn en ik ga nog maar eens door de foto’s van de afgelopen twee maanden. Wat waren het drie mooie maanden samen! Maleisië en Singapore vervelen nooit, maar ook Zuid-Korea blijft een mooie en exotische bestemming.
We ruiken de stal al maar de slaaptrein gaat niet sneller. Een half uur buiten Bangkok staan we ongelofelijk lang stil in het midden van niets. Ook dit is reizen met het openbaar vervoer in Thailand. De locomotief blaast haar hoorn als teken dat we weer in beweging gaan komen. De gordijnen van couchette 6 zijn nog steeds dicht.
We zijn weer in Bangkok En eindelijk is daar het “Hua Lamphong” treinstation van Bangkok. Treinen zijn in Thailand lang niet zo populair als de duizenden intercity bussen die elke dag naar alle uithoeken van Thailand vertrekken. Wij zijn in ieder geval blij dat we deze ervaring aan onze herinneringen van onze reis hebben kunnen toevoegen.
Een laatste foto van slaaptrein 36 en het is meteen duidelijk dat we een van de laatste aanwinsten van de “State Railway of Thailand” voor onze bedden hebben gehad. Een dieselelektrische locomotief van een model waarvan ik me niet kan herinneren dat ik die ooit heb gezien. Deze belangrijke internationale treinen mogen onderweg natuurlijk niet stuk gaan!
Koninklijke wagonsKoninklijke wagons Er is een oploopje op een van de verre perrons omdat de “Koninklijke Rijtuigen” daar klaar staan om “Rama IX, koning Bhumibol Adulyadej” naar zijn volk op het platte land te brengen. De koning is bij zijn leven al een heilige, hij leeft sober en zorgt goed voor zijn onderdanen.
In de metro Eenmaal in Bangkok weten we dat we nog een kleine vier uur nodig hebben voordat we in Pattaya op ons bed kunnen neervallen. Eerst nog een korte rit met de metro naar “Asok station” waar we overstappen op de Skytrain naar het “Ekkamai station” vlakbij het gelijknamige busstation. Het openbaar vervoer in de hoofdstad van Thailand is snel en efficiënt.
Onderweg hebben we al afgesproken dat we eerst gaan eten! Het is al half twee geweest en het heerlijke ontbijt in de trein is alweer een lange tijd geleden. We weten een klein Thais/Japans restaurant een paar deuren verder dan het “Ekkamai Busstation” vanwaar we straks naar Pattaya gaan.
Noedels met varkensvleesNoedels met rundvlees We hebben weinig tijd met de menukaart nodig om te beslissen wat we bestellen. Ramen met varkensvlees voor de schrijver van dit verhaal en ramen met rundvlees voor de reisgenoot. Het lijkt eenvoudig voedsel maar het is heel smaakvol. Zelf was ik wel weer een keer aan noedels toe. Lyka blijft een grote fan van de gekookte witte rijst. Twee flesjes drinken voor onderweg bij de 7-11 op de hoek en dan snel buskaartjes kopen.
In de bus naar Pattaya Normaal zitten we altijd achterin de intercity bus, omdat we dan gemakkelijker onze rugzakken kwijt kunnen, maar deze keer zijn er alleen nog plaatsen op de eerste rij beschikbaar. Lang nadenken is niet nodig dus koop ik alle vier de zitplaatsen op de eerste rij. Voor € 2,50 per persoon meer heb je een hele bank tot je beschikking! De rugzakken staan op de stoel naast je dus daar hoef je je ook geen zorgen over te maken.
Met een goed uitzicht lijkt de busreis ook sneller te gaan. Het verbaasd me iedere keer hoe de omgeving langs de tolweg naar het zuidoosten van Thailand weer is veranderd. Nieuwe flats en fabrieken schieten als paddenstoelen uit de grond!
Boxing Roo Bijna twee maanden na ons vertrek uit Thailand arriveren we weer in Pattaya. Kenny en Am ontvangen ons hartelijk maar er is ook een kleine teleurstelling. Onze vaste kamer is nog voor een paar dagen verhuurd maar zodra de grote kamer op de bovenste verdieping weer vrijkomt kunnen we verhuizen. Kerstmis staat voor de deur en dan wordt het echt druk in Thailand. We gaan de komende weken veel oude, en nieuwe, vrienden ontmoeten.

maandag 3 december 2012

Maleisië: Trein nummer 36

Alor Setar

In de trein, maandag 3 december 2012

Ik kan me niets meer van de afgelopen nacht herinneren. Ook Lyka kan zich niets meer herinneren sinds ik gisterenavond het licht in de kamer heb uitgedaan. Het eerste dat in me opkomt is eten. Helaas moet ik dat op de lange baan schuiven want we moeten een manier vinden om uit Alor Setar te ontsnappen. Snel alles ingepakt - we hebben tenslotte alleen het hoognodige uitgepakt - en dan naar buiten waar we al snel worden opgemerkt door de altijd en overal aanwezige sjacheraars in Azië die op de loer liggen voor kwetsbare toeristen.
Nadat ik de eerste sjacheraars heb weten te ontwijken wordt de overmacht te groot en wordt ons van alles aangeboden behalve dat waar we naar op zoek zijn. We willen zo snel als mogelijk naar Thailand!
‘Impossible!’, roepen ze me in koor toe en zo snel als ze op me af zijn gekomen verdwijnen ze weer naar hun schuilplaatsen in de schaduw van het busstation.
Er zijn drie sjacheraars die overgebleven en die geven ons alle adviezen waar we naar op zoek zijn en die we hard nodig hebben. We hebben de keuze uit enkele mogelijkheden die allemaal hun eigen prijskaartje hebben.
De eerste is met de taxi naar de grens tussen Maleisië en Thailand en daar overstappen op een andere taxi naar Hat Yai waar we de bus of de trein kunnen nemen naar Bangkok.
Of met de bus naar Kuala Perlis, dan met de boot naar Langkawi en dan weer verder met de boot naar Satun. Vanuit Satun zal er ongetwijfeld dagelijks een bus naar Bangkok vertrekken.
Of met de trein naar Hat Yai. Hat Yai is het grootste treinstation van Thailand in het zuiden vanwaar elke dag meerdere treinen naar Bangkok vertrekken.
‘Bangkok?’
‘Ja, Bangkok!’, we hebben in de kortst mogelijke tijd besloten om zo snel mogelijk een einde aan deze reis te maken. We zijn moe en willen zo snel mogelijk terug naar Pattaya waar we heerlijk kunnen rusten, eten en relaxen in een vertrouwde omgeving. Deze reis zit er nu op! We moeten alleen nog naar Pattaya zien te komen.
De eerste twee opties vallen beide af door een lange reistijd en de hoge kosten, dan hadden we net zo goed kunnen gaan vliegen! Dus we springen in de eerste de beste taxi die zich voor een redelijke prijs aanbied en gaan op weg naar het treinstation van “Alor Setar”.
Zoals bijna overal in Maleisië ligt het treinstation aan de rand, of net buiten de stad. Het treinstation is verlaten en door de geopende hal heen kan ik de werkzaamheden zien aan het nieuwe spoor dat eind volgend jaar klaar moet zijn. Een eindje verderop verschijnt een betonnen kolos uit de grond die het kleine houten stationsgebouw moet gaan vervangen. Alles uit naam van de vooruitgang.
‘Tutup’, “gesloten” staat er op de kartonnen kaart voor de opening in het glas van het loket.
‘Dibuka’, “Open”, 10:30 - 12:30 16:00 - 18:00, staat er onder geschreven.
Niet veel treinen Op een schema aan de muur tegenover het loket zie ik de vertrektijden van de treinen. 07:19 en 17:07, inderdaad, slechts twee treinen per dag en die trein kan je dan beter niet missen. Op mijn Casio is het pas tien over negen dus we gaan eerst op jacht naar het ontbijt.
De taxichauffeur is plotseling dom en doof voor mijn vraag of we een stukje mee terug naar de stad mogen rijden. Ongeïnteresseerd in een gratis ritje terug, ondanks de stevige fooi, stapt hij in zijn vijftien jaar oude “Proton Saga” en rijdt met een slippende koppeling weg. Op zo’n moment zijn de moslims in Maleisië ook bij mij niet erg populair. Lyka heeft het van een afstandje staan aankijken. Haar ogen schieten stille vragen op me af die zich gemakkelijk laten raden.
Ontbijt bij KFC ‘Let’s go and find some breakfast!’, roep ik nagemaakt opgewekt en draai me om in de richting vanwaar we zijn gekomen.
Zodra we de hoek om zijn zie ik in de verte meteen een enorm reclamebord van KFC. Niet mijn favoriete fastfood restaurant maar waarschijnlijk hebben ze er hete sterke koffie, een ontbijt, gratis internet en airconditioning. Het bord blijkt zo enorm groot dat het lijkt dat het fastfood restaurant een stuk dichterbij zou moeten liggen. Na zo’n tien minuten door de opwarmende stoffige lucht van Alor Setar stappen we eindelijk de verlossende koelte binnen. Een broodje kip, een hartige rijstepap met kip, “Bubur Ajam”, voor Lyka en twee gratis pakjes koekjes als toegift.
We installeren ons uitgebreid in het restaurant want het gaat vandaag een lange dag worden. Op het internet ontdek ik al gauw dat het haast onmogelijk is om uit “Alor Setar” naar Thailand te reizen. De sjacheraars waren dus eerlijk in hun adviezen!
De islamitische opstand die het zuiden van Thailand in haar greep heeft is hieraan de oorzaak. Geen enkele vervoerder wil de verantwoordelijkheid nemen om potentiële terroristen te vervoeren of wil dat zijn bus vol onschuldige passagiers wordt opgeblazen. Het resultaat is dat onze enige hoop om hier weg te komen is gevestigd op de (slaap)trein.
‘Wie het eerst komt, wie het eerste maalt!’, is een oeroud Nederlands gezegde dat vandaag de dag nog steeds geld. Treinkaartjes worden in dit deel van de wereld verkocht op zitplaats, staanplaatsen in de trein bestaan gewoonweg niet. Het is dus van belang om zo vroeg als mogelijk aan het loket te staan om je treinreis veilig te stellen.
Om iets over tien verdwijnt het kartonnen bordje achter het glas van het loket en het gezicht van een vrouw met een hoofddoek verschijnt. Ze kijkt me met grote ogen vreemd aan! Het zal wel niet vaak voorkomen dat er hier buitenlanders voor het loket staan?
‘Selamat pagi (goedemorgen), Is er nog plaats in de slaaptrein naar Bangkok van vandaag?’, vraag ik.
Ze ratelt op het oude smoezelige toetsenbord voor haar, ‘Nee, die is vol.’
‘En morgen?’
Opnieuw geratel, ‘Ook vol, de eerste beschikbare plaatsen zijn op 11 december beschikbaar.’
Ze begrijpt wat mijn volgende vraag zal zijn! Maar haar antwoord is voor ons een tegenvaller!
‘Kunnen we op een andere manier naar Thailand?’, vraag ik verder.
‘Ja, met de trein van 17:07’, antwoord ze met een glimlach nu haar eerste wantrouwen in de warme ochtendzon is opgelost.
‘Een gewone zitplaats tot de aan grens in “Padang Besar” en daar overstappen op de Thaise trein naar Hat Yai.’
Ik hoef niet lang na te denken over dit aanbod. We willen hier zo snel mogelijk weg!
‘Da’s oké, geef u mij maar twee zitplaatsen?’
‘Dan moet u om 16:00 terug komen’, zegt ze vriendelijk terwijl ze langs me heen kijkt naar de volgende klant.
Ik slenter langzaam terug naar het fastfood restaurant terwijl ik de ontwakende stad in me op neem. Hier zijn we dus ècht in een uithoek van Maleisië. Het lijkt alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Het lijkt zelfs dat de tijd nog steeds stil staat! Er is een groot verschil in de uitersten die deze vergeten slaperige provincie hoofdstad aan me laat zien. Magere geiten die in het afval naar wat te eten zoeken springen verschrikt op wanneer een nagelnieuwe dikke BMW langs hen heen zoeft.
In de KFC zit Lyka smachtend op me te wachten om de laatste ontwikkelingen aan te horen. Het is 10:55 en ik haal eerst nog een gratis tweede bekertje koffie voordat de klok elf uur slaat. Terwijl de koffie in mijn kartonnen bekertje loopt maak ik van het moment gebruik om aan een ander meisje achter de counter naar een paperclip te vragen. Mijn leesbril heeft nu voor de tweede keer een schroefje verloren en ook deze laatste twee dagen kan ik niet zonder. Gelukkig hebben ze er snel een gevonden en terwijl mijn koffie afkoelt repareer ik provisorisch mijn leesbril.
Lunch bij KFC Internet, wat eten en lezen op mijn Kobo, de dag wachten in de KFC is zo om! Om 15:35 sta ik - deze keer inclusief bepakking en Lyka - weer op om naar het station te gaan. Bij aankomst zitten er nu enkele mensen op hun trein zitten te wachten. Het loopt niet echt storm dus om een zitplaats hoeven we niet te vechten. Mijn zoektocht op het internet heeft opgeleverd dat de bussen vanuit Hat Yai naar Bangkok zonder een uitzondering nachtbussen zijn. Daar heb ik dus ècht geen trek in. Nachtbussen zijn berucht omdat er vaak ongelukken gebeuren die niet eens meer het nieuws halen omdat slechte reclame niet goed is voor de omzet en het vertrouwen in de overheid. Het zal dus wel een nachtje slapen in Hat Yai worden!
Wachten op de treinAlor Setar - Op een klein stationWisselen Zodra het loket open is ga ik de treinkaartjes kopen en zijn we er in ieder geval zeker van dat we vanavond in Thailand zijn. Nu nog een uurtje wachten en we zijn weer op weg. Tijdens het wachten spreek ik nog met een groepje mensen die de trein in “Butterworth” hebben gemist. Lyka hoort het verhaal aan en knipoogt naar me. Ze begrijpt nu waarom we altijd heel vroeg en zeker op tijd zijn wanneer we een verplaatsing hebben.
‘Mister!’, hoor ik vanuit de verte een vrouwenstem roepen.
Ik kijk automatisch om en zie de gehoofddoekte vrouw van de kaartverkoop naar me wenken. Ik kijk voor de zekerheid nog eens goed om me heen of ze mij wel wil spreken. Wanneer ik haar weer aankijk wenkt ze opnieuw en knikt ja.
Zodra in binnen haar bereik ben zegt ze: ‘Wilt u nog kaartjes voor de slaaptrein naar Bangkok?’
‘Natuurlijk!’, antwoord ik haar terwijl mijn hart sneller begint te kloppen.
Ze maakt een cirkel met haar arm als teken dat ik moet omlopen naar het loket.
‘Boven of beneden bed?’, vraagt ze vriendelijk.
‘Als het mogelijk is een boven- en onderbed bij elkaar?’, antwoord ik nog steeds opgewonden van de plotselinge aanbieding.
‘Geen probleem, dat is dan 202 Ringgit en 60 sen?’
Trein Alor Setar - Padang BesarTrein Padang Besar - Bangkok Ik overhandig haar 205 Maleisische Ringgit en de twee gewone treinkaartjes die ik eerder van haar heb ontvangen. Ik staar een eeuwigheid naar de vervoersbewijzen in mijn hand. Een beetje geluk kunnen we aan het einde van deze reis wel gebruiken! Lyka is nog blijer dan ik wanneer ik ze vertel dat we vannacht in trein 36 naar Bangkok slapen.
Slaaptrein naar BangkokOnze coupé Het eerste traject naar de grens is de slaaptrein nog alleen trein, pas aan de grens worden de slaapplaatsen verdeeld. Waar je normaal met vier personen kan zitten veranderd dat in de slaaptrein voor twee personen.
De ruim zestig kilometer spoor worden afgelegd in een kleine anderhalf uur. Dit zijn de werkelijke snelheden van het openbaar vervoer in Zuidoost- Azië! Eindelijk zijn we in “Padang Besar”, de grens met Thailand. Alle pasaagiers moeten uitstappen en met al hun bagage langs de immigratie wandelen. De trein die we net hebben verlaten wordt al schoongemaakt en ontvangt morgen heel vroeg de passagiers die vandaag uit Bangkok zijn vertrokken. De immigratie is niet de enige reden dat we de trein hebben moeten verlaten. De breedte van het spoor verschild ook in Thailand en Maleisië. De trein kan gewoonweg niet verder rijden. In de toekomst moeten alle landen in Zuidoost-Azië dezelfde spoorbreedte hebben!
Onderweg naar de immigratie worden de passagiers langs een rij van “Tax-Free” marktkramen geloodst om de laatste inkopen in Maleisië te doen. We kopen enkele blikjes bier om op ons geluk te toosten en onze laatste Maleisische Ringgit kwijt te raken. Geld voor haram alcohol houdende dranken stinkt ook niet in islamitische landen.
De immigratie handelingen voor beide landen gebeuren in hetzelfde gebouwtje op een perron van het treinstation. Aan de Thaise kant is er een probleem met Lyka’s paspoort. Ze schijnen ook hier in “Padang Besar” niet te geloven dat zo’n jonge vrouw onmogelijk een visum voor een jaar kan hebben. De beambte vertrekt uit zijn hokje om waarschijnlijk zijn baas te raadplegen.
Enkele minuten later komt hij terug en ik vul snel aan: ‘Het is mijn vrouw!’, hij kijkt geamuseerd op van Lyka’s paspoort en glimlacht me toe.
‘Negentig dagen?’, zegt hij lachend.
Hij kijkt me nog een keer streng aan en knikt goedkeurend, even later valt de stempel met een klap op een lege bladzijde van Lyka's paspoort.
Bij mij gaat het allemaal wat sneller en samen lopen we opgelucht en opgewekt naar de slaaptrein die ons naar Bangkok zal brengen en al op ons staat te wachten.
Onze coupé We zijn weer in Thailand en mogen negentig dagen blijven. Opgelucht nemen we plaats op de banken die ons worden toegewezen door een zeer toegewijde conducteur. We moeten zelf ook nog aan het idee wennen dat we morgenavond weer in pattaya slapen.
Op de goede afloop We toosten op de goede afloop van de dag en genieten van onze welverdiende koude Maleisische biertjes.
Het avondeten is besteldBagage en koud bier Een vrouw komt met een menukaart langs en geeft ons enige tijd om te beslissen wat we vanavond willen eten. Bij het lezen van de Thaise gerechten loopt het water bij ons in de mond, we zijn weer aan verandering van spijs toe. We bestellen varkensvlees met paddenstoelen en Kip met Cashewnoten. Er blijven twee strookjes papieren afplaktape achter op de rand van de tafel als bevestiging voor welke gerechten we als avondeten hebben besteld.
Diner in de treinDiner in de trein De trein stopt onderweg bij een klein station om de maaltijden aan boord te nemen. ’Welkom in Thailand’, roep ik in het Engels naar de verbaasde ober die onze avondmaaltijd serveert.
De maaltijd, die inbegrepen is bij de prijs van het treinkaartje, smaakt ons uitstekend en wordt weggespoeld met een volgend koud blikje Tiger bier.
Terwijl de trein zachtjes heen en weer schud, en we luisteren naar het ‘Kedeng-Kedeng, Kedeng-Kedeng’ van de spoorstaven onder ons, hebben Lyka en ik een gesprek dat we al heel lang voor ons uit hebben geschoven. Het gaat over onze toekomst samen. Het gaat over een verplichte cursus inburgeren, met moeilijke en strenge examens, voor Nederland en er valt meteen een stilte aan tafel.
Terwijl Lyka naar buiten in het voorbij schietende uitbundig groene tropische landschap staart kijk ik naar het silhouette van de slanke lange Japanse medereizigster aan de andere zijde van het gangpad.
Wanneer we samen een toekomst in Nederland willen opbouwen zal Lyka toch de Nederlandse taal moeten gaan leren en de Nederlandse nationaliteit verkrijgen! Of ze dat wil of niet. We kijken elkaar in stilte aan en ik peil de diepte in haar ogen. We luisteren naar elkaars argumenten en angsten. Ik heb terloops op het internet al wat taalscholen bekeken en een schatting gemaakt van de kosten die deze operatie met zich mee zullen brengen. Die kosten zijn ook niet gering maar ook niet onoverkomelijk! De kosten gaan nu eenmaal voor de baat uit.
Gelukkig ziet Lyka ook de noodzaak van deze taalcursus in en we spreken af zodra we weer in Pattaya zijn om samen alles nog eens rustig te bekijken. Gelukkig is de toon van dit belangrijke gesprek veranderd. Het voelt niet meer aan als vooruit schuiven van een belangrijke beslissing. Die beslissing is in onze harten al genomen, het gaat nu alleen nog om de invulling. Er is een enorme last van mijn schouders gevallen. Ik ben blij dat we eindelijk de volgende stap kunnen gaan maken om voor een heel lange tijd samen te blijven.
Nog even lezenDe bedden zijn klaar Rond acht uur begint de conducteur met het ombouwen van de zitplaatsen naar bedden. Gelukkig zijn de bedden tegenover onze bedden onverkocht gebleven en wij nemen op de zittingen plaats zodat de conducteur zijn werk kan doen.
De bedden zijn klaar Elk bed wordt netjes opgemaakt en Lyka bekijkt geïnteresseerd alle sierlijke handelingen van de conducteur. Lyka geniet zichtbaar van haar eerste lange rit in een slaaptrein. Voor mij is het ook leuk om het weer eens te doen. Het is al zeker tien jaar geleden dat ik zelf voor het laatst deze rit in omgekeerde richting naar “Butterworth” heb gedaan.
Vermoeid van de lange dag en alle opwinding kruipt Lyka al snel in het bovenste bed. Dat bed is net breed genoeg voor twee personen en wij zijn niet de enige in de wagon die samen op het onderste matras slapen. Een oudere Thaise vrouw glimlacht me toe voordat ze naast haar gehandicapte man in het bed voor ons kruipt. Af en toe komt Lyka’s hoofdje achter het gordijntje vandaan met een vragende glimlach.
‘Waar blijf je nou?’
Een laatste biertjeNog even lezen Maar voordat het zover is lees ik nog wat in het nieuwe boek op mijn Kobo. “Het container meisje van Belinda Aebi”, een thriller die zich in Gent afspeelt en doorspekt is met heerlijke Vlaamse woorden en zegswijzen. Ik sip aan een heerlijk koud Singha biertje en zink weg in het verhaal.
Het is onze laatste nacht van deze mooie reis naar Singapore en Maleisië, morgen worden we wakker ergens diep in Thailand, in de buurt van “Prachuap Khiri Khan” schat ik. Na een dozijn pagina’s kruip ik tegen mijn meisje aan die al vertrokken is naar dromenland. Een kusje op haar voorhoofd en ik vlij me zachtjes naast haar neer. We slapen samen in het smalle onderste bed van de slaaptrein.
De laatste gedachten en gevoelens die door me heen schieten zijn heerlijk warm en bevredigend. De laatste stap om samen in Nederland een toekomst op te bouwen is eindelijk gezet. Het zal niet gemakkelijk worden maar we moeten beiden onze schouders eronder zetten om het inburgeringsproces tot een succes te maken.

zondag 2 december 2012

Maleisië: Een lange zit

Onderweg

Alor Setar (Seri 2 Motel (S6), zondag 2 december 2012

Was het gisterenavond toch precies genoeg bier geweest in de eetschuur vol met Chinezen. Gelukkig ben ik netjes op tijd terug naar het hotel gegaan. Mijn hoofd is troebel maar ik kan wel scherp in de verte zien. Om ietsjes over zevenen in de ochtend verlaten we het achteraf gezien toch wel prettige hotel.
T-Hotel
Ik weet bijna voor 100 % zeker dat we hier nooit meer zullen overnachten maar mocht het onverhoopt weer nodig zijn dan kunnen we het T-hotel weer opzoeken.
Ruim op tijd arriveren we in “Larkin Sentral”, de plaats voor het busvervoer naar alle uithoeken richting het noorden van Maleisië. Ik heb er bewust voor gekozen om vandaag een flinke afstand in één keer af te leggen en later wat meer tijd te nemen op een andere plaats.
We eten ons ontbijt vanzelfsprekend weer bij de gouden bogen op het busstation. Vreemd genoeg verveeld het broodje ei met het platte worstje me nog steeds niet. De kwaliteit van de koffie in het busstation maakt ook veel goed! Rust, er heerst rust in ons beiden.
Lyka vraagt zich nog steeds hardop af waarom we niet terug vliegen naar Bangkok. Voor de zoveelste keer leg ik haar uit dat dat onmogelijk is met de openstaande aanvraag voor een visum. Het is nu eenmaal niet anders en we gaan over land van het zuidelijkste puntje van het schiereiland terug naar Pattaya. We zien wel waar we onderweg stoppen om te overnachten.
Doughnuts om te overleven en enkele flessen drinkwater voor onderweg. De bus zal niet vaak stoppen voor maaltijden, alleen de verplichte toilet stop rond twee uur in de middag. ‘Tien uur reistijd’, drukt de kaartjesverkoper ons op het hart. Ik weet wel beter. Twaalf zal zeker dichter in de buurt komen! De bus komt met een gecontroleerde schok in beweging en ik kijk automatisch op mijn horloge. 09:47. We zijn op weg naar Thailand!
Onderweg Over de lange rit richting het noorden kan ik jullie weinig vertellen. Je hoopt als passagier dat het zo snel mogelijk voorbij is en je probeert zo weinig mogelijk op je horloge te kijken. Elke keer als er wordt gestopt maak je gebruik van het moment om naar het toilet te gaan en wat chips of koekjes te kopen. Ik lees wat op mijn Kobo e-reader totdat de oogleden zwaar worden. “Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan…” van Louis Couperus, meer dan honderd jaar oud en toch nog zo actueel. Elk mens neemt geheimen mee het graf in. Grote en kleine geheimen die dan voor altijd voorbij zijn gegaan…
Plaatsen, steden en dorpen waar ik in een ver verleden wel eens ben geweest verschijnen op de bekende blauwe verkeersborden of schieten langs de snelweg voorbij. Voor me zit Lyka te slapen, achter me heeft een vrouw het overal bekende “Gangnam Style” als beltoon.
De vrouw schijnt nogal populair te zijn. De enige onderbreking van de eentonigheid van de reis voor de passagiers is een gewelddadige film, op een dikke TV voor in de bus, over een jonge Maleisische gangster die tot inkeer komt. De gangster is vanzelfsprekend geen moslim, want die zijn zo niet! Alle klassieke Maleisische islamitische vooroordelen zitten in de film ingebakken. Bijna 4D met Dolby surround op een volume dat ik in mijn rugzak op zoek ga naar een set verse wegwerp oordoppen.
Aan het einde van de middag komt de lang verwachte tropische regen. De bus gaat nu veel langzamer vooruit terwijl de ruitenwissers eindeloos van links naar rechts zwaaien. We naderen ons bestemming want de passagiers verlaten een voor een de bus op een busstation, of zo maar op een afgesproken plaats langs de (snel)weg.
De klokt tikt langzaam maar gestaag verder en het duister valt wanneer we in de verte Pulau Pinang zien liggen. Voor een moment speel ik met de gedachte om hier uit te stappen. Pinang, een van de beste plaatsen voor een toerist in Maleisië. De regen houdt ons in de bus.
In “Sungai Petani” krijgt de chauffeur het - niet geheel vreemde - idee om ons over te laden op een andere bus. Wij zijn nog maar met vijf passagiers over in de enorme touringcar en ik verbaas me dat er niemand over klaagt. Dus ik hou me ook maar stil, ik wil vandaag niet de moeilijke toerist spelen.
Ergens, in het ongrijpbare en ondoordringbare donker, op een lege onbekende plaats, terwijl de regen neerdaalt, verteld de chauffeur een verhaal over een vrouw, een douche en een welkome warme maaltijd. Ik knik bevestigend met hem mee en zeg dat ik ook naar hetzelfde verlang en dat het voor ons net zo’n lange dag is geweest. De twee grote witte ogen van de Indische chauffeur kijken me verbaasd aan.
Na twintig lange onnodige minuten wachten is er nog steeds geen spoor van de bus die ons verder zal vervoeren. Om de twee minuten belt hij weer en schreeuwt steeds harder, in een onverstaanbare taal, in de kleine Samsung telefoon.
Totdat hij het uiteindelijk opgeeft en zonder een woord te zeggen de laatste 50 kilometer naar “Alor Setar” met ons in de minibus aflegt. Het is bijna tien uur wanneer we in “Alor Setar” uitstappen en in een donkere islamitische wereld staren. Het busstation ligt er leeg en verlaten bij, niet geheel onverwachts want ik had al zoiets gelezen.
Rekening Hotel We kiezen voor de eerste de beste kamer die we kunnen vinden. Voor RM 45 hebben we de luxe van een airconditioning en een gedeeld toilet op de gang in het “Seri2 Motel” in Alor Setar. Een geel plastic steelpannetje, dat drijft in een betonnen bak vol koud water, is na deze lange dag onze douche.
Ouderwets maar effectief! We zijn allebei moe en hongerig. Mijn bloedsuiker is nu zo laag dat ik echt niet meer kan denken en dat alles wat ik vanaf nu doe uit automatismen bestaat. Zonder ook maar een herinnering op te slaan in mijn geheugen. Mijn humeur schommelt ergens tussen vrolijk en depressief, dat is een bijwerking van mijn diabetes.
De receptie kan nog wel, met enige moeite, twee bakjes Nasi Goreng voor ons regelen. De prijs voor de twee bakjes is ongeveer de helft van de prijs voor onze overnachting! Hebben we een keuze? Nee, dus! Lauwe gebakken rijst met weinig smaak zoekt een weg in onze lichamen om te worden omgezet in energie die ons morgen weer verder naar ons einddoel zal brengen.
Op bed praten we nog enkele minuten over wat ons vandaag allemaal is overkomen. We zijn het al snel over eens! We proberen morgen zo snel als mogelijk uit “Alor Setar” weg te komen. Snel op weg naar het voor ons zo bekende en geliefde Thailand.
Copyright/Disclaimer