dinsdag 1 november 2011

Maleisië: Het is verder dan je denkt!

Malacca (Café 1511 (Otak room))

Hemelsbreed is het niet verder dan ongeveer 205 kilometer maar het is in Aziatische begrippen toch een hele verplaatsing! Eigenlijk zit het zo. Als je 50 kilometer per uur gemiddeld telt dan zit je er niet zo heel ver vanaf.
Wij verlieten dus rond negen uur ‘s ochtends ons hotel om met de bus richting de “Queenstreet Bus Terminal” te gaan. En niet zo heel ver daar vandaan zit in de Bugis Junction een McDonald’s waar we het ontbijt nuttigden. Het was weer een leuke week in Singapore geweest met maar één dieptepunt! Mijn kapotte camera dus!
Ik voelde me naakt zonder mijn camera en ik kon niet wachten om naar Kuala Lumpur te gaan. Natuurlijk was ik niet erg opgewekt en ook Lyka was na gisteren niet in haar gewone doen.
Het werd de eerste de beste bus naar Larkin in Johor Bahru en deze keer viel het lot op de rode busdienst. SGD 2,40 per persoon in een oude gammele maar technisch veilige bus op weg naar Malacca.
Nog voordat we bij de immigratie van Singapore waren begon het flink in mijn darmen te rommelen en de druk liep hoog op. Helaas was er aan de Singaporese kant van de grens geen mogelijkheid om naar het toilet te gaan, tenminste ik zag geen borden. Dus zou het de minder ontwikkelde zijde van de grens worden. Aan de Maleisische kant van de grens zouden er enkele gaten in de grond gewillig op me wachten. De 1056 meter over de “Causeway” duurden veel langer voor mijn gevoel dan voor de overige passagiers van de oude rode bus.
Ik duwde Lyka voor me uit en snelde naar boven waar we een immigratiekaart moesten invullen. Helaas voor mij waren de weinige sanitaire voorzieningen beneden en de enige manier om daar te komen was met een langzame lift. Eenmaal bij de toiletten aangekomen snelde ik naar binnen, trok een deur open, trok één been uit mijn korte en mijn zijden onderbroek, balanceerde boven het donkere gat in de lichtgele vloertegeltjes en loosde een flinke straal chemisch afval. Geen druppel er naast! Na al die jaren in Azië begin ik er zelfs goed in te worden!
Opgelucht kleedde ik me weer aan, waste mijn handen en verliet het toilet waar een verbaasde Indiase schoonmaakster me aankeek alsof ik de eerste blanke was die ze in haar leven zag. Ze begon wat in haar moedertaal te sputteren en binnen enkele seconden verscheen er een beveiligingsbeambte die haar hele verhaal aanhoorde. Hij wees naar het toilet en ik keek over mijn schouder wat ze nu eigenlijk bedoelden.
Het werd me nu ook duidelijk waarom deze ophef was ontstaan. Ik was namelijk in de haast en mijn ongemak naar het damestoilet gegaan. Ik haalde mijn schouder op en probeerde weg te lopen maar de beveiligingsbeambte was het daar waarschijnlijk niet mee eens en hij versperde mij de weg.
Op mijn beurt probeerde ik zo vriendelijk en goed mogelijk uit te leggen wat mijn probleem was geweest en wat de oorzaak van dit misverstand was. In de wetenschap dat hij toch niets uit me kon persen en het taalprobleem liet hij me maar gaan.
‘Terima Kasih!’, riep ik ze na terwijl ik weer op de roltrap omhoog ging.
In de hal stond Lyka verbaasd op me te wachten en nadat ik de kaart had ingevuld betraden we samen Maleisië. Het is en blijft één van de beste bestemmingen in ZO-Azië. Natuurlijk was de rode bus verder gereden maar elke twintig minuten komt er weer een andere waar je zomaar op vertoon van je kaartje kan instappen.
In het Larkin busstation hadden we een perfecte aansluiting naar Malacca en binnen tien minuten zaten we alweer op de autosnelweg. iPod en oude rockmuziek, eindeloze rijen oliepalmen en in een lichte trance weggezonken in mijn gedachten.
Na een rit met de Town Service bus en een korte wandeling stonden we rond kwart voor drie in het “1511 Café Guesthouse”, bijna vijf uur over 205 kilometers hemelsbreed!
Maar nu werd het tijd om te gaan eten en ons eens goed te verwennen met de plaatselijke heerlijkheden. Ik weet nog zo’n klein moslim familierestaurant waar het eten echt lekker en ook nog spotgoedkoop is. Ze kijken natuurlijk wel vreemd als er een verdwaalde toerist binnenkomt maar als je eenmaal in het Maleis besteld is het ijs gebroken. Een Roti Sardine en een Nasi Goreng Ajam.

Nu konden we er weer tegenaan en met volle magen slenterden we weer terug naar onze kamer.

Even rusten en dan weer op pad voor? Jullie raden het al! De volgende maaltijd van “Chicken Rice Ball” met groenten.

Nu werd het opnieuw rusten en vroeg naar bed. Ik heb bericht gekregen van YL-Camera dat het geen probleem is om mijn camera te repareren, daar zou ik dus goed op moeten slapen!

maandag 31 oktober 2011

Singapore: Ruzie en een tegenslag

Singapore (Hotel 81 Palace (725))

Wat kunnen Lyka en ik samen soms slecht opstaan, en vandaag was weer zo’n dag! Het begon allemaal met tergend langzaam opstaan van mijn meisje en het gereed maken voor onze laatste dag in Singapore. We zouden een 3D film over vliegende dinosauriërs in het IMAX theater gaan bekijken. Toen er ook weer het gezeur over een nieuwe iPhone bij kwam explodeerde ik bijna.
Mijn bloeddruk liep op tot ongezonde hoogten en ik was met drie dingen tegelijk bezig. Toen ik zag dat mijn CF kaart nog steeds in de kaartlezer zat was ik blij dat ik die niet over het hoofd had gezien. Gezeur aan mijn hoofd over een telefoon die ik niet eens kan betalen en de klaagzang over de hete zon die ik niet kan veranderen samen met de simpele handeling van een CF kaart plaatsen was een beetje teveel voor me.
Multitasken dat dus resulteerde in vastgelopen hersenen en een CF kaart die verkeert, maar toch met voldoende kracht, in de slede werd gedrukt. Het was zo’n moment dat je beseft dat je wat verkeerd aan het doen bent maar je bent niet meer in staat om de handeling af te breken omdat alle commando’s al door je hersenen naar je handen zijn verstuurt. De override werkt niet meer en met een hoop gevloek als gevolg.
En wat het dan nog het ergst maakt is dat mijn meisje in een flits van een klagend kreng veranderd in een engel waar je niet kwaad op kan worden. De schuld ligt bij mezelf en ik moet maar weer eens wat aan “anger management” gaan doen.
De dag veranderde in een lange tocht langs verschillende fotowinkels die misschien mijn camera konden repareren. Er was nog een week in Malacca te gaan en dat wilde ik zeker niet zonder camera doen.
Als eerste was het Nikon Service Center aan de beurt en daar kreeg ik de eerste teleurstelling van de dag te verwerken. Er werd niet eens naar mijn camera gekeken maar met de opmerking: ‘Kom over twee weken maar terug!’, werd ik gerustgesteld.
‘Echt niet’, ik had die tijd ook niet! Ook mijn charmes werkten niet en dus gingen we maar weer terug naar de stad om bij een winkel in het “Peninsula Plaza” te gaan vragen of ze wat voor me konden betekenen.
Daar konden ze misschien wat voor me doen maar zou me € 100,- kosten of het lukte of niet. Ik probeerde te onderhandelen dat ik € 125,- zou betalen als het lukte maar niets als er niet gerepareerd werd. De oude aan één oog blinde Chinees wilde daar niet aan.
Dus gingen we op pad naar het “The Adelphi” schuin tegenover omdat ik daar eerder vandaag ook twee winkels had gezien die leken op service centers. Bij de eerste winkel werd me nu langzaam duidelijk dat ik weinig kans van slagen had om de camera gerepareerd te krijgen. Ze wilden het wel maar het ontbreken van de onderdelen was het probleem. En het was iets moeilijker om gewoon de kromme uiterst dunnen koperen pennetjes weer recht te buigen.
Mijn allerlaatste kans lag bij “John 3:16”, een fotozaak waar ik in het verleden al wel iets gekocht had. De eigenaar probeerde tussen de klanten door de pennetjes, die zo klein zijn dat ik ze niet eens met het blote oog kan zien, één voor één weer recht te buigen. Drie uur en een berg zenuwen later kwamen we tot de conclusie dat het niet gelukt was.
Met mijn hart onder mijn arm slenterde ik door de stad en het moet er echt slecht uit hebben gezien want zelfs Lyka kreeg medelijden met me. Er zat dus niets anders op dan te wachten en woensdag te kijken of ze mijn camera in Kuala Lumpur konden repareren.
De noedels smaakten me maar half en ook het bier ging niet van harte naar binnen. Ik was in ieder geval niet kwaad op Lyka maar meer op mijzelf omdat ik weer iets verschrikkelijk stoms had gedaan. Het gaat al slecht vanaf mijn bezoek aan de Filipijnen en ik hoop dat er nu maar eens snel een einde aan alle ellende komt.

vrijdag 28 oktober 2011

Singapore: een ritje in de Singapore Duck

Singapore (Hotel 81 Palace (725))

Vandaag was het vroeg opstaan zodat we met de eerste rit van de “Singapore Duck” mee konden.
‘Waarom zo vroeg?’
‘Simpel!’
Ten eerste het zeer betrouwbare weer in de tropen dichtbij de evenaar. Je kan er vergif op innemen dat de dag altijd met een staalblauwe hemel begint die langzaam dicht trekt en tussen twee en drie uur gaan de hemelsluizen voor een half uurtje open waarna er misschien nog wel een buitje valt en de avond plezierig koel maar vochtig aanvoelt.
Ten tweede zitten de meeste toeristen op dit uur nog aan hun overvloedige ontbijtbuffetten in hun drie en vier sterren restaurants.
Dus wij wisselden om kwart over negen onze vouchers om voor de kaartjes. Normaal zou ik nooit met zo’n attractie meegaan! Zeker niet als ik alleen ben, maar omdat ik met Lyka ben en we 50% korting kregen met een coupon van Groupon konden we deze aanbieding niet afslaan.

De rit en de vaart met deze oude legervaartuigen is leuker dan je op het eerste gezicht zou denken. Het is vooral de zithoogte als je door de straten van Singapore rijdt die vreemd aanvoelt maar de plons van de overgang van autobus naar rondvaartboot brengt bij veel passagiers een gevoel van opwinding teweeg.

Maar ook de bekende gebouwen nu van een andere hoek te zien maakt de vaartocht bijzonder en interessant.

De tijd vliegt om en we genoten samen van deze bijzondere ervaring. Het is een aanrader mocht je ooit in Singapore zijn. Door de ondergrondse winkelgalerijen lopen we nagenietend en pratend richting het MRT station “City Hall”.
Een heerlijk kopje koffie bij McDonald’s terwijl Lyka een cheeseburger verorberd en ik snel een blik in de Lonely Planet werp om een gratis attractie voor deze middag te zoeken. Na een tiental minuten valt de keuze op een tempel in de buitenwijken van deze erg goed geplande stad. Ons doel is de “Cheng Huang Temple” en het “Lian Shan Shuang Lin Monastery”.
Maar eerst moet er geluncht worden in de foodcourt van het Toa Payo MRT station. En dit maakt Singapore juist zo aangenaam. Honderden keren heb ik moeten aanhoren hoe duur het hier allemaal wel niet is maar voor een ritje met de uiterst efficiënte metro sta ik voor nog geen zeventig Eurocent een paar kilometer verderop waar ik voor minder dan twee Euro vijftig een heerlijke Chinese maaltijd kan nuttigen. En dat is in Nederland niet meer mogelijk!

En dan te voet, met de GPS in de hand, op weg naar de tempel en het klooster. Natuurlijk moet het wel heel bijzonder zijn wil het in de oeh en aaah categorie vallen maar gelukkig heb ik mezelf in al die jaren geleerd om elke dag zonder vooroordelen en herinneringen te beginnen.

De tempel is niet al te bijzonder ware het niet dat deze tempel een bijzonder verhaal heeft. Het is het domein van een god die recht spreekt in de onderwereld en de gelovigen komen hier om te offeren zodat hun overleden naasten misschien een beetje gespaard worden. Het is een explosie van rood en geel.

Het klooster is interessanter! Maar direct bij aankomst begreep ik de bordjes verboden te fotograferen niet! Nu kom je die bordje steeds vaker tegen. En om verschillende en soms onduidelijke redenen. De ene keer is het om geld te verdienen aan de aangeboden postkaarten, die vaak al tientallen jaren oud zijn. Soms om de tentoongestelde kunstwerken te beschermen en soms gewoon omdat iemand op het idee kwam om een bord in zijn vrije tijd te maken.
Ik hou me daar uit principe niet mee bezig en ik schiet er altijd maar op los. Mijn camera is nogal een forse die moeilijk te verbergen is dus soms schiet ik soms gewoon uit de heup. Maar meestal kijk ik gewoon door de zoeker en druk af. En mocht er iemand zijn die het opmerkt en op me af stapt dan verontschuldig ik me nederig en vestig de aandacht op al die mobile telefoons met camera’s die iedereen om heen in zijn hand heeft. En vaak is het probleem dan opgelost. Een visitekaartje met een mededeling dat ik de bezienswaardigheid op mijn website zal vermelden en “eind goed is al goed!”

Het klooster doet me meteen denken aan Taiwan en die gedachten maken we warm van binnen. Wat is het jammer dat het zo moeilijk is voor Lyka om een visum te krijgen. Het zou een schitterende lokatie zijn voor een langere fietstocht. Maar dat ter zijde. Het klooster is mooi. Een sneeuwwitte marmeren Buddha ligt onder een afdak terwijl buiten de dikke regendruppels neerdalen. Schuilen in zo’n mooi klooster is een bijzondere ervaring. Het geluid van de regen zwelt aan en verdringt de stilte in het klooster.

Ik ga gewoon ergens zitten en neem zoveel mogelijk in me op.

Lyka begint te zeuren omdat haar interesse onder het nulpunt is gedaald.
‘Lets go!’, zeurt ze op een drammende toon.
Ik hoef haar alleen maar aan te kijken en ze weet dat ze te ver gaat. Ik pas me aan wanneer zij wat wil bezichtigen, schoenenwinkels, en zij past zich aan als ik wat wil bezichtigen. En het regent!

In een rappe pas passeren we de opening tussen twee gebouwen en belandden in een enorme hal waar een reusachtige bronzen Buddha staat. Opnieuw van die bordjes! Een oude vrouw kijkt op van haar leeswerk met de leesbril op het puntje van haar neus. Ik knik vriendelijk terug terwijl Lyka me op het bordje “Verboden te fotograferen” attendeert. Ik zie de ogen over de rand van de bril rollen en met een stoute glimlach gaat ze terug naar haar leeswerk.

Ik probeer al fluisterend aan Lyka uit te leggen dat ze dat niet meer moet doen. Ik wil en moet die foto’s hebben of het nu wel of niet is toegestaan. Ik kan ze zelfs met een staalhard gezicht van mijn geheugenkaartje verwijderen om ze een paar uur later weer tevoorschijn te toveren op mijn MacBook Pro.

De opklappende spiegel van mijn D700 klinkt als een pistoolschot in de enorme zaal. Ik voel mijn wangen verkleuren en kijk zo onschuldig mogelijk in het rond. Na een tien schoten is mijn magazijn leeg en ik heb de foto’s die ik wilde hebben. Noem het maar rebels of frivool, maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar.

Maar we kunnen nu al terugkijken op een geslaagde dag. We nemen de bus terug naar het hotel waar ik voor een uurtje mijn oogjes dichtknijp. Reizen is namelijk een topsport waar je heel moe van kan worden.

De avond brengen we door met mijn vrienden die gelukkig nog steeds tegenover de brandweerkazerne aan Hillstreet drinken. Één van mijn vrienden heeft Chili Crab van huis meegebracht en zet die trots op de tafel. We genieten van een hapje en een drankje.

De “Armenian Church” in Singapore is ook zo’n gebouw waar ik al tientallen foto’s van heb gemaakt. Het sneeuwwitte gebouw met de zwarte achtergrond van de nacht is nu eenmaal een erg mooi plaatje.
De dag zit er op en voldaan gaan we met de bus naar Geylang.
Copyright/Disclaimer