donderdag 14 april 2011

Canada: Het tegenovergestelde weer

Toronto (Canadiana Backpackers Inn (485))

Het was koud maar zonnig en ik had een hele goede nachtrust gehad. Daar waar ik gisteren nog werd gehinderd door het weer kon ik vandaag een hele lijst maken wat ik wilde gaan bezichtigen. Ik zou vandaag wel gaan lopen want mijn benen voelde nog steeds strak aan van de lange zit in het vliegtuig.
Gisterenavond voor het slapen gaan had ik een lijstje gemaakt van wat ik wilde gaan doen vandaag en na de gratis pannenkoeken stond de CN Tower als eerste op het programma.
De CN Tower is het iconische teken van Toronto en misschien wel Canada. De ruim 553 meter hoge toren mocht natuurlijk niet op mijn lijstje ontbreken. In de loop der jaren ben ik al op handjevol hoge gebouwen geweest en de fascinatie is alleen maar gegroeid en ik moet zeker binnenkort maar eens een keer in Dubai gaan kijken.
Maar nu terug naar de CN Tower. Het is mooi maar in het geheel is het maar een kale ervaring voor de CAN$ 23,-. Beneden is er al weinig te zien of te doen terwijl een kleine expositie over de bouw toch niet al te ingewikkeld zou zijn.
Eenmaal boven is het wel een teleurstelling! Op het observatiedek is tevens een restaurant gevestigd waar je als bezoeker natuurlijk niet naar binnen mag want het is alleen voor de gasten van het restaurant. Je kan dus maar 180 graden van het uitzicht op Toronto zien.



Weer een verdieping lager kan je naar buiten waar je wel een 360 graden uitzicht hebt maar waar je geen foto’s kan maken omdat het stalen gaas zo fijn is dat het alle foto’s verpest. Snel weg hier en op weg naar de volgende en historische bezienswaardigheid van Toronto!

Casa Loma is de grootste uitbarsting van kitsch en uiterlijke vertoon die ik ooit in mijn leven heb gezien! Sir Henry Pellatt bouwt met zijn flair en zijn vermogen een kasteel dat zo in het Engelse landschap zou kunnen hebben gestaan. Voor C$ 3.500.000 wordt er in de komende jaren door 300 arbeiders een droom verwezenlijkt voor een excentrieke zakenman die voor honderden anderen in een nachtmerrie eindigt! Drie miljoen voor de bouw wordt geleend van twee banken in Toronto die jaren later kort na elkaar failliet gaan. Honderden hardwerkende mensen verliezen al hun spaargeld voor een zorgeloze oude dag dat aan de banken was toevertrouwd.
Sir Henry Pellatt moet gedwongen kleiner gaan wonen en probeert met een gok het weinige geld dat hij nog over heeft te verdubbelen. Maar helaas moet hij weer gaan verhuizen naar een kleinere woning. Hij blijft berooid achter terwijl zijn droom de tand des tijds wel zal overleven.
Het is een klassiek verhaal dat een mooi gebouw heeft achter gelaten.

Na de Casa Loma ga ik naar mijn laatste bestemming, het ROM (Royal Ontario Museum). Maar niet voordat ik een heerlijke hamburger heb verorbert!

Het Royal Ontario Museum is een mooi museum over de natuur en volkeren van de wereld. Mijn voeten deden van de zestien kilometer wandelen wel pijn. Om half vijf zat mijn dag er dan ook op. Ik was moe, voldaan en ik had een fijne dag achter de rug en ik zou morgen na een goede nachtrust Toronto weer verlaten.


HOE ANDERS ZOU HET LOPEN!

Bij aankomst in het hostel waren de lakens van mijn bed verdwenen maar mijn spullen lagen er nog. Ik vond dat vreemd en was in de veronderstelling dat er een ergens fout was gemaakt.
Maar nee!, ik kreeg de mededeling dat ik moest verhuizen naar een andere kamer en ze waren niet echt blij want ik had twee mededelingen van het management genegeerd. Nou zeker niet! Maar toch begon ik licht te twijfelen, later werd door mijn oude kamergenoot bevestigd dat er geen briefjes op de deur hadden gezeten.
Erg moe en met een verpest humeur pakte ik mijn spullen om naar een andere kamer te verhuizen. Een drama! Ik had meteen gezien dat hier iets mis was en dat er maar één fatsoenlijke gast aanwezig was. De Hollander en de Japanner leken meteen als geestelijk niet volwaardig. Ik kon hier niets meer aan veranderen maar ik voelde aan mijn theewater dat het een slechte afsluiting van mijn bezoek aan Toronto zou worden.

Ik dronk maar een paar blikken bier en had een gezellige avond in de koffiekamer, de Ier bleek veel humor te hebben en na een paar blikken gingen we over in de slappe lach terwijl we korte stukjes van ‘Allo ‘Allo en Only fools and horses aan een Duitser en een Fransman lieten zien.
Met lood in de schoenen ging ik om iets voor twaalf naar mijn kamer. Morgen dus naar de US of A.

woensdag 13 april 2011

Canada: Regen en kou

Toronto (Canadiana Backpackers Inn (485))

Mijn kamergenoten blijken allebei te werken want ze waren om half zeven allebei vertrokken. Tijdens het aankleden in het donker vielen mijn sleutels op de grond en ik moest het licht wel aandoen. Om te ontdekken dat beide bedden al leeg waren en ik voor niets in het donker had staan te pielen. Toen ik om kwart voor zeven in de keuken van het hostel een plekje zocht hoefde ik niet lang te zoeken. Om eerlijk te zijn was iedereen die werkt al weg of de groep die later de stad moest gaan verkennen lag nog op één oor. Buiten vielen de eerste druppels uit de lucht die op regen stond.
En dat is een punt dat je het “Canadiana Backpackers Inn” niet echt een hostel kan noemen. Ik denk dat minstens 70% van de gasten werkt in Toronto en hier een kamer deelt omdat het gewoon goedkoop en ‘s avonds gezellig is. De werkende lijken ook weer opgedeeld in twee groepen, er zijn de Duitsers en de Ieren. Allebei met hun eigen taal, gebruiken en eigenaardigheden.
Voor mij maakt het weinig uit. Met de oordoppen in heb ik fantastisch geslapen en de drie nachten in het “Canadiana Backpackers Inn” kom ik wel door. Ook mede door de heerlijke pannenkoeken die er ‘s morgens op tafel voor het ontbijt worden gezet. Het personeel, dat 24/7 aanwezig is, is heel vriendelijk en behulpzaam. Daarom zal ik na één nachtje dit hostel nog niet een oordeel vellen. Maar aan het einde van deze korte trip in Noord Amerika slaap ik nog in een ander hostel in Toronto en dan kan ik een echte vergelijking maken.
Het weer was helaas niet opgeklaard en om eerlijk te zijn was het alleen maar slechter geworden. Van een paar druppels was het overgegaan in een miezer regen zoals wij die ook in Nederland kennen. Het was een tegenslag, maar de regendagen zijn tot nu toe tijdens mijn reizen nog steeds in de minderheid en daarom kan ik me daar niet al te druk over maken.
Toen ik voor het eerst het echte Toronto binnenstapte was ik aangenaam verrast. Het is een artistieke stad die me nog het meest aan Sydney of Auckland doet denken. Kunst is overal en in elke vorm aanwezig.

Wegens de regen zocht ik in mijn hoofd naar een bestemming waar ik binnen wat kon gaan zien. Ik weet niet of ik aan de verkeerde deur ben geweest maar het “Fort York” was voor mij niet meer dan een aarden wal met een paar houten barakken.

Op de terugweg sneed de koude wind door mijn fleece en ik had spijt dat ik mijn regenjas niet had aangetrokken. Het was zo koud dat ik aan de haven een koffie nodig had om op te warmen en een broodje als brandstof om mijn lichaam warm te houden. Mijn hoofd begon te gloeien van de warmte en het personeel was erg vriendelijk. Maleisië en Irak waren de geboortelanden. Over de eerste kon ik natuurlijk meepraten maar bij de tweede dacht ik meteen aan hoe multicultureel Canada wel niet is. Zonder twijfel is dit de meest culturele plaats waar ik ooit ben geweest, en het lijkt ook nog zonder problemen te gaan. Laat iedereen voor wat ze zijn en start niet meteen met betuttelen en onnodige regels!

Midden in de stad naast de “CN tower” ligt het overdekte “Rogers Centre” waar een paar grote sportteams ombeurten gebruik van maken. De top van de CN tower was onzichtbaar door de wolken en omhoog gaan was natuurlijk geen optie. Wat wel leuk zou zijn was een bezoek aan een bierbrouwerij die nu gevestigd is in een oude treinwerkplaats.

“Steam Whistle Beer” moet natuurlijk geproefd worden maar het was net twaalf uur geweest en dus was het nog een beetje te vroeg. Morgen ga ik dus aan het einde van de middag de brouwerij bezoeken.

Op de terugweg ging ik nog even het “Union Station” inspecteren om te zien waar ik vrijdagochtend moest zijn en zo niet al te veel tijd zou verliezen met mijn kaartjes ophalen en mijn trein te zoeken.
Het bleek allemaal veel eenvoudiger dan ik had verwacht! Mijn kaartjes konden meteen, ondanks dat ik mijn paspoort niet bij me had, worden uitgeprint en die tijd had ik dus al gewonnen. Het was pas half één maar mijn benen en knieën deden pijn. Ze voelden aan alsof er een griep aan zat te komen. Laten we maar hopen dat ik het mis heb! Een grote lichtreclame “Foodcourt” trok mijn aandacht en ik een kelder van een groot kantoor was er een verzameling van restaurantjes en keukentjes bemand door Arabieren en Aziaten zoals ik dat vanuit Singapore en Kuala Lumpur gewend ben. En natuurlijk koos ik voor de Oosterse keuken!

De kwaliteit was goed en de hoeveelheid een beetje te groot. Zelf zou ik graag de helft voor de halve prijs hebben gehad zodat ik wat verschillende gerechten had kunnen proberen. Na het eten ging ik een uurtje liggen. Na een hete douche lekker onder het dekbed een beetje liggen doezelen. Toen ik om drie uur uit het raam keek leek de straat droger te worden en de zon stond op het punt om door te breken. Dit was meteen het signaal om me weer aan te kleden en op pad te gaan.

Met maar één doel stapte ik weer het hostel uit. Ik wilde vanmiddag nog de “St James Cathedral” bezoeken en ik nam niet de kortste weg! Onderweg schoot ik foto’s van alles en nog wat. Ik moet op dit punt eerlijk zijn want ik ben nog nooit zo slecht voorbereid naar een bestemming gegaan.

Het was in ieder geval wel goed om te zien dat de wilgenkatjes ook hier de lente aankondigen. Het weer kan over twee weken wel heel anders zijn.

‘s Avonds dronk ik nog een paar biertjes in het hostel en kwam zo aan de praat met de manager en een oude Chinees die de eigenaar lijkt te zijn. Hopen dat het morgen weer mooi weer is zodat ik wat leuke dingen kan gaan bezoeken.

dinsdag 12 april 2011

Canada: Voor het eerst in Noord Amerika

Toronto (Canadiana Backpackers Inn (485))

Gisterenavond was het toch nog later geworden dan ik had gepland. De twee uurtjes die ik in de middag had geslapen kwamen me dus goed van pas. Opvallend beter dan bij andere vooravonden van vertrekkende vluchten had ik vannacht geslapen en ik had dus ook weinig van de regen gemerkt. Het weer veranderd in Zaltbommel nu ik op reis ga!
Het is druk in de trein en de mensen zijn stil. Tegenover me zit een meisje haar gezicht te spiegelen in een iPhone en kleurt haar wenkbrauwen met mascara. Het is een vreemde kille stille wereld in de trein van 07:10 naar Utrecht CS.
De intercity naar Schiphol heeft een paar minuten vertraging en dat is net genoeg om een bekertje Douwe Egberts koffie op het perron te kopen. In de trein naar Schiphol zijn er wel gedempte stemmen in de verte maar het is nog geen feest. Tachtig procent van de passagiers, jong en oud, zitten weggedoken in een gratis krant naar een mp3 speler te luisteren. Sociaal gedrag is ver te zoeken en de angst voor het onbekende overwint.
Op Schiphol gaat het allemaal heel erg gemakkelijk en ik print de twee boardingpassen uit aan een kiosk. Een geweldige snelle en simpele oplossing! Op het internet inchecken en op Schiphol snel gewoon uitprinten. Er komt geen sjagerijnig mens meer aan te pas. Drie uur voordat mijn vliegtuig volgens het schema moet vertrekken sta ik ik de enorme vertrekhal waar een nog grotere verbouwing aan de gang is.
Internet is nu gratis op Schiphol! Iedereen mag twee keer een half uur inloggen maar daarna wil moeder KPN geld zien. Een half uurtje onder het genot van een kop koffie is voor mij voldoende. Ik denk eens diep na en droom over de zaken die ik nu weer te zien krijg op dit nieuwe avontuur.
De koffie is een genot maar de bediening is van de oeronvriendelijke kwaliteit zoals ik dat nu op Schiphol gewend ben. Het is erg jammer dat Cees de Snor er niet is want anders had ik daar natuurlijk een bakkie gedaan. Ik weet zeker dat een hoop vaste passagiers Cees zijn humor en vriendelijkheid zullen missen.
Aan boord van de Airbus A321 van British Airways gaat alles als een razende Roeland! Er is maar heel weinig tijd tussen het opstijgen en het landen en om eerlijk te zijn begint het vliegtuig al weer snelheid te verliezen als ik nog niet eens halverwege ben in het zakje zoutjes. Vanaf ruim 7000 meter hoogte zie ik het kanaal en realiseer me dat er niet eens zoveel water tussen Engeland en Nederland ligt.

Op Heathrow zijn de controles nog het strengste van alle vliegvelden waar ik ooit ben geweest. Binnen tien minuten gaan mijn spullen twee keer door de scanner, worden de vloeistoffen op hun brandbaarheid gecontroleerd en worden mijn gezicht en boardingpas vergeleken met mijn paspoort. Een broodje Chorizo met paprika en een flesje Coke Zero zijn de lunch.

Internet is helaas niet vrij en ik vind € 14,- voor twee uurtjes een beetje aan de prijs. Rustig wacht ik totdat het licht “BOARDING” van vlucht BA0099 naar Toronto begint te knipperen. De tweede etappe staat op het punt te beginnen.
De niet meer zo jonge Boeing 777 moet me naar de andere kant van de grote plas brengen. Het is voor mij de eerste keer dat ik de Atlantische oceaan oversteek en natuurlijk een mijlpaal, net zoals ik voor de eerste keer de evenaar passeerde.

Meer dan zeven lange lange uren met een stoel aan het raam. Ik wil nu eenmaal graag aan het raam zitten omdat ik dan mij GPS in de gaten kan houden. En die films zijn toch allemaal ingekort en gewijzigd zodat zelfs orthodoxe Joden ze kunnen bekijken.

Slapende oudjes aan de ene kant en een grijs wolkendek aan de andere kant, het had niet eentoniger kunnen zijn. Dus kneep ik mijn oogjes maar dicht en probeerde wat te slapen. Ik werd gewekt door een purser voor een snack en een drankje en ik wil van deze gelegenheid meteen gebruik maken om te melden dat de service aan boord uitstekend was. Ik heb wel eens andere verhalen gehoord over British Airways. Het wolkendek verdween langzaam en het schouwspel bood mij een lappendeken van meren en plassen omringt door beboste heuvels. Het ruige Canada van de avonturenverhalen.

De zon stond al laag aan de hemel toen we eindelijk op Pearson International Airport landden. De reis zat er nu bijna op en ik moest alleen nog in de stad zien te komen. En dat was weer een heel ander verhaal. Volgens de instructies van het hostel was een shuttle bus voor € 18,- een goede optie! Nou, ik slap niet in een hostel om een busmaatschappij te spekken dus ging ik op zoek naar een alternatief.
Een kort gesprek met een medereiziger was voldoende om mijn weg te zoeken naar de “TTC Rocket”, een gewone lijndienst die je voor C$ 3,- naar het centrum van de stad brengt. Het duurt wel 45 minuten langer maar dat vond ik in dit geval geen enkel probleem. Eerst met bus 192 naar Kipling Station en dan met de trein/ondergrondse naar St Andrew. Ook onderweg werd ik door medereizigers goed opgevangen en geholpen. Het ziet er allemaal uit als een vriendelijke wereld.

Het “Canadiana Backpackers Inn” was precies wat ik me er van had voorgesteld. De hele ervaring deed me toch al aan Australië en Nieuw Zeeland denken. Een hostel voor de feestende jeugd maar waar toch rekening wordt gehouden met de wat oudere reiziger. Mijn bedje was snel opgemaakt in een drie beds-dorm en na een laatste Coke zocht ik mijn bed op. Ik was weer 6275 Km verder gereisd in mijn zoektocht naar mijn Shangri-La.
Ik hoop niet dat de vijf uur tijdverschil, elf uur in een week, me problemen geeft!
Copyright/Disclaimer