vrijdag 8 oktober 2010

Maleisië: Het goud en het geloof

Kuala Lumpur (Fortuna Hotel (102))

Ik heb beter geslapen dan gisteren maar het ritme is nog steeds niet goed. Natuurlijk was ik weer om vijf uur wakker maar een half uurtje achter de computer was genoeg om weer slaperig te worden en terug naar bed te gaan. Acht uur was het moment dat mijn iPhone een irritant geluid begon te maken en ik meteen opstond.
Deze ochtend was het niet meteen tijd voor een kopje koffie!
‘Waarom niet?’
‘Wat was er dan anders deze ochtend?’
Vanochtend zette ik een kopje thee om de sushi mee weg te spoelen.
‘Sushi?’
Ja, de sushi was gisterenavond blijven staan en ik at de sushi vandaag als ontbijt. Wel puur! Zonder de wasabi en sojasaus. En het was heerlijk! Ik nam me meteen voor om het vaker te doen.

Na het douchen ging ik meteen op stap. Ik had niet al teveel te doen vandaag maar ik had geen zin om rond te blijven hangen. Eerst even langs YL-Camera in Pudu Plaza om mijn camera te laten reinigen en dan naar het “Islamic Arts Museum Malaysia”.

Op weg naar YL-Camera vond ik dat mijn camera nog steeds vreemd deed. Het waren van die onverklaarbare zaken die de foto’s precies anders maakten dan dat ik wilde of gewend was. Ik zou daar toch maar eens naar vragen?

YL-Camera was nog steeds gesloten wegens een renovatie maar gelukkig liep ik één van de jongens tegen het lijf. Alvin was nog steeds ziek maar hij herkende me ook en het schoonmaken was geen probleem. Ik zat nog geen minuut binnen en daar was Alvin. We schudde elkaar de hand en begonnen meteen over de exotische bestemmingen in Azië te kletsen. Ik geniet altijd van Alvin zijn foto’s en het is goed om te zien hoe een ander door de zoeker van zijn Nikon kijkt.

In verband met mijn voet besloot ik om maar met de trein terug naar de stad te gaan. Pudu-Masjid Jamek en dan met een omweg langs het oude centraal station naar het “Islamic Arts Museum Malaysia”. Het was pas vijf voor twaalf toen ik langs “Restoran Yussoof” liep. Een oude bekende en een zeer gewaardeerde. Een moment naar binnen gekeken, een moment nagedacht en na een korte blik op mijn horloge had ik besloten om maar vroeg te lunchen vandaag. Rijst, inktvis en vis in verschillende kerries met witte kool. Met veel plezier verdwenen de heerlijkheden hap voor hap in mijn keel.

Het weer is opvallend goed tijdens dit verblijf en met weinig haast slenterde ik achter het oude centraal station van Kuala Lumpur langs. Dit paleis uit het sprookje “1001 nacht” kon zo worden overgeplaatst naar “de Efteling”. De gebouwen zijn mooi maar het blijft toch altijd een beetje kitsch. Tegenover het station ligt het hoofdkwartier van van de nationale spoorwegmaatschappij, ook een pareltje van deze architectuur, en ik was daar nog nooit binnen geweest. Het werd eens tijd dat ik dat eens probeerde. Helaas kwam ik niet verder dan de hal maar een foto van de schitterende trap was al voldoende.

Vrijdag is de belangrijkste dag voor de Moslims, het is de tegenhanger van de zondag voor de Christenen. Met als gevolg dat er een drukte van jewelste heerste bij de Nationale Moskee. Het was vreemd om te zien hoe een grote groep moslims met hun vrouwen in die verschrikkelijke zwarte boerka’s de trappen van de moskee betraden. Er werden zelfs foto’s gemaakt. Ik liet de camera maar in de tas, als ik mijn 200mm telezoom bij me had gehad dan had ik het waarschijnlijk wel aangedurfd om een foto te schieten
Ik wilde het “Islamic Arts Museum Malaysia” bezoeken om twee redenen. De eerste was een tentoonstelling van foto’s over de Islamitische monumenten in India van “Benoy K. Behl” en de tweede was een tentoonstelling “Jewelled Arts of India in the Age of the Mughals”. Wat me meteen opviel was de stilte in het museum, het is natuurlijk meestal stil in het museum maar vandaag zag ik helemaal niemand in het museum. Ik was alleen! Alleen liep ik langs de middelmatige foto’s van “Benoy K. Behl” en na het zien van zijn werk durf ik nog te geloven dat ik in de toekomst ook zal exposeren. Al is het maar in het “Stadskasteel” in Zaltbommel. Toch was deze expositie interessant omdat het me weer wat meer leerde over de Islam en de hypocrisie die dit geloof omringt. Maar daarover later meer!

De expositie “Treasury of the World: Jewelled Arts of India in the Age of the Mughals” was veel interessanter. Het was fantastisch om de kunst en de handvaardigheid van de oude meesters en goudsmeden uit een ver verleden te zien. Van ringen tot zwaarden belegd met de meest kostbare edelstenen stonden er tentoongesteld. Ik heb wat plaatjes van de website gestolen want ik mocht zelf de juwelen van onschatbare waarden wegens de veiligheid niet fotograferen.

De vaste collectie van het museum was erg saai, muurkleden en potjes met Islamitische teksten erop. Die gasten mogen namelijk geen menselijke afbeeldingen gebruiken. Er was maar één object dat ik noemenswaardig vond. Een rood zandstenen raam uit één stuk dat ongelofelijk fijn was uitgehouwen.

Mijn dag zat er alweer op en het werd tijd voor een middagtukje. Mijn voet deed weer pijn en mijn oogleden waren zwaar.

Het was vrijdag en dat is ook een traditionele avond voor een biertje in Chinatown, of Jalan Petaling. Het is maar hoe je het noemen wilt. Heerlijke saté, bruisende kip en gebakken mie, alles natuurlijk weggespoeld met een ijskoud Tiger biertje.

Tegen twaalf uur lag ik op bed, redelijk vermoeid en terugkijkend op weer een mooie dag in mijn geliefde Kuala Lumpur.

donderdag 7 oktober 2010

Maleisië: De verborgen schatten van Kuala Lumpur

Kuala Lumpur (Fortuna Hotel (102))

Om vijf uur vanochtend was ik alweer klaarwakker. Vreemde geluiden en een beetje jetlag hoogstwaarschijnlijk. Ik was echt al over mijn slaap heen dus ik stond gewoon op, nou ja, ik startte mijn MacBook op en begon in mijn bed te schrijven en aan mijn foto’s te werken.
Het verhaal was zo geschreven en ik begon met het plannen voor vandaag. Een korte blik op de website van “Kuala Lumpur” en ik ontdekte een tempel in de top tien waar ik nog nooit was geweest. Op plaats negen staat de Sri Maha Sakthi Mohambigai Amman Temple. Nog nooit van gehoord en nog nooit geweest. Volgens de korte beschrijving op de website stond hij naast de “Mid-Valley Megamall”.
Nadat ik twee boterhammen met kaas en een kop koffie had gedronken was er toch nog plaats voor een broodje ei en een derde bakkie bij MacDonald’s op de hoek van Bukit Bintang. Het is heerlijk om vanachter het glas te zien hoe een wereldstad als Kuala Lumpur langzaam op gang komt.
Uitgerust, maar met toch nog lichte sporen van vermoeidheid ging ik op stap om het begin van het MotoGP 2010 weekend te bekijken. Het was me gisteren al opgevallen dat er geen kaartjes meer werden verkocht in het Sentral Stesen en ook in het Pavilion Shopping Complex was er maar een minimale stand ingericht om de kaartjes aan de man te brengen. De Formula One van afgelopen april was, voor mij persoonlijk zeker, al op een fiasco uitgelopen en het leek er op dat de MotoGP door de zelfde incompetente mensen wordt georganiseerd.
Yamaha en Tissot (Horloges) hebben allebei een stand ingericht in en bij het Suria KLCC shopping center en dat was alles. Gelukkig was het nog vroeg en er liepen weinig mensen in de weg zodat ik wat leuke plaatjes van de Yamaha M1 van 2009 kon schieten. Het viel meteen op dat het beangstigend stil was op deze donderdagochtend.

Vanaf het KLCC ging ik met de Putra line, die nu anders heet, naar het Sentral Stesen om daar over te stappen op de KTM naar het “Mid-Valley Megamall” winkelcentrum. Openbaar vervoer is goedkoop en gemakkelijk in KL, en dat is maar goed ook want het is niet een stad om te gaan wandelen. Ruim een uur heb ik naar de tempel gezocht, en zonder resultaat! Dit is ook Maleisië! Er wordt hier gepraat over één volk en één staat maar het blijft bij een mooie ideologie. In een land waar vijfenvijftig procent van de bevolking moslim is en een openlijke bevoorrechte positie inneemt is dit moeilijk te verwezenlijken. Hindoe, Christelijke en Boeddhistische monument worden meestal doodgezwegen. Elke moskee, hoe mooi of hoe bouwvallig ook, heeft een dozijn verkeersborden in de omgeving maar voor de rest van de culturele schatten is en blijft het maar zoeken. En zo, helaas ook voor deze tempel, blijft het een verborgen schat van Kuala Lumpur.
Onverrichterzake ging ik weer op de stad aan. In de trein wijzigde ik mijn plannen omdat mijn rechtervoet me weer problemen gaf. Het doet pijn, heel veel pijn, en af en toe schieten er gewoon tranen in mijn ogen. Ik wil het niet accepteren maar het lopen van afstanden gaat me nu gewoon slecht af. Volgende week moet ik maar eens op steunzolenjacht gaan.
In plaats van het museum werd het dus langzaam terug naar het hotel. De Jalan Hang Kasturi, naast de “Central Market”, krijgt ook een overbodige facelift. Het oude culturele hart van Kuala Lumpur wordt langzaam kapot gemaakt in naam van de vooruitgang. Wegens een drie meter hoge afscheidingswand ging ik maar rechtsaf een steegje in en aan het einde stond ik voor de, ook voor mij nog onbekende, Sin Sze Si Ya Temple. Een levend fossiel uit een ver verleden. Ik genoot van mijn ijskoude Cola Light en zoog de sfeer en rust op die hier op de kleine buitenplaats hing.

Helaas was het erg moeilijk om leuke foto’s te maken. De strategisch geplaatste lelijke TL-buizen waren moeilijk te ontwijken.

De lunch was goed en voortreffelijk van smaak. Een klein islamitisch restaurant werd gekozen. Volgens mij was ik er wel eens eerder geweest maar ik durfde mijn hand er niet voor in het vuur te steken. Gebakken mie met een lamskerrie, en een mok zwarte thee. Wat kan een eenvoudige Maleisische lunch toch mooi zijn! € 2,50 was de schade inclusief een flesje fris.

Mijn voet deed steeds meer pijn en mijn ogen werden zwaar. Een tukje in het hotel!
Dat tukje werd een flinke tuk en pas om half acht verliet ik uitgerust maar ongerust het hotel. Ik was bang dat ik vanavond niet kon slapen. Ik had gevochten tegen de jetlag maar de eerste slag was verloren.
Noedels in Sichuan pindasoep met groenten. Fantastisch voedsel voor een ongekende prijs, € 3,20 voor deze vullende maaltijd.

Het was nog te vroeg om terug te gaan naar het hotel en ik werd overvallen door de drang om een chocolade ijsje te gaan eten. Het weer was goed dus waarom zou ik niet even naar de torens lopen. Onderaan de torens kon ik het toch weer niet laten om een paar foto’s te schieten. Achter mij was een groep meisjes bezig met het fotografen voor een opdracht van school. Het waren Nikonians dus ik bood aan of ze mijn fisheye wilden proberen. Één van de meisjes ging er mee aan de slag en ik had een leuk gesprek met de rest van de groep.

Het ijsje was al halverwege toen ik moest afrekenen aan de kassa, de cassière keek me vreemd aan toen ik het lege omhulsel voor haar neerlegde. Toen ze mijn half opgegeten ijsje zag verscheen er een brede glimlach onder haar hoofddoekje. Als door een vreemde onzichtbare kracht gestuurd begon ik zonder doel door het enorme winkelcentrum te dwalen. Ik keek goed om heen ondanks dat ik niets nodig had. Althans, dat dacht ik! Op de vierde verdieping stond ik plotseling oog in oog met iets waarvan ik gedacht had dat ik het nooit meer zou zien!
‘Daar hing een exemplaar van mijn uitgestorven cameratas!’
Niet één, maar het bleken er drie te zijn in verschillende kleuren! Ik kon mijn ogen niet geloven en bekeek de eerste om te zien of het echt dezelfde was, en dat was zo. De verkoper kon zijn oren niet geloven toen ik vroeg wat de prijs voor alle drie de tassen was.
‘Alle drie?’, vroeg hij verbaasd.
‘Ja, alle drie!’, antwoordde ik vastberaden.
De prijs werd met vijfentwintig procent verminderd en voor nog geen honderd Euro was ik drie tassen rijker. Mijn dag kon al niet meer kapot!
Met een laatste sessie van de Yamaha en Petronasmeisjes op de gevoelige plaat ging ik voldaan op mijn hotel aan. Ik had weer een mooie dag achter de rug.

woensdag 6 oktober 2010

Maleisië: Zeg nooit? ‘Nooit!’

Kuala Lumpur (Fortuna Hotel (102))

Ik was opgewekt en blij toen ik om kwart voor negen mijn huis verliet. Het was wel te vroeg maar dat maakte me niets uit, ik zou gewoon de trein van kwart voor tien nemen. Buiten was mistig en somber, ‘een mooie dag voor een begrafenis’, dacht ik nog terwijl ik over de buitengracht naar de half, door de mist, verhulde Bommelse toren keek.
Met het treinkaartje in mijn hand en mijn gedachten al in Azië zag ik de gele sprinter voor mijn neus stoppen. Ik twijfelde voor een moment om te blijven zitten. Maar het had toch geen nut om nog een half uur te wachten op een verlaten station en dus stapte ik aan boord. In Utrecht was het snel wisselen van trein en ik was onderweg naar Schiphol. Eenmaal op de luchthaven was de stress weg want toen had ik het lot weer in mijn eigen hand.
Ik doodde de tijd op Schiphol met een broodje en een flesje cola dat ik van huis had meegebracht. Ruim drie uur van te voren kon ik inchecken en daar kreeg ik een welkome verrassing. Wilco, een oude bekende uit Thailand zat ook op de vlucht CI0066 van Amsterdam naar Bangkok. Er werd wel wat gezeurd over het gewicht van mijn cabinebagage maar toen ik meldde dat het om kostbare fotoapparatuur ging was het geen probleem.
Natuurlijk ploften we neer in de bal waar Cees de Snor al op ons stond te wachten. Wilco is ook een bekende van Cees en zo was het ijs al snel gebroken. We dronken de nodige biertjes met een paar andere reizigers die op weg waren naar Japan. Ik zonk voor een moment weer weg in mijn gedachten en beleefde enkele mooie momenten van mijn reis naar Japan opnieuw. Japan is en blijft heel bijzonder.

China Airlines is nu een drama! Ik had het al zien aankomen maar wat ik nu zag overtrof al mijn verwachtingen. Het vliegtuig leek nu een soort dubbele touringcar op weg naar Spanje. Dit waren hoofdzakelijk Krassers en Foxers. Luide mensen in zomerkleding die een arrangement hebben geboekt dat bijna net zo duur is als het ticket van mijn buurman. Na de landing werd er zelfs in het vliegtuig geapplaudisseerd, de laatste keer dat ik dat heb meegemaakt was tijdens een vakantie met Petra van der Kraan naar Griekenland in 1994. China Airlines was niet meer dan een slechte chartermaatschappij geworden. In het verleden heb ik wel eens beter meegemaakt als ik met ze vloog.

Het eten was middelmatig, het drinkwater had een smaakje en na één blikje bier was de koelkast leeg.
‘Dan kan je nog beter met Air Berlin vliegen!’
Je betaald dan misschien wel € 2,50 voor een blikje bier maar het is ijskoud en het bier raakt in ieder geval niet op. De mentaliteit van de vakantieganger is natuurlijk om zoveel mogelijk gratis te drinken. Ik had door het lawaai en de slechte airconditioning moeite om de slaap te vatten en zo kwam ik na een ontbijt van noedels, de eieren waren op, erg vermoeid rond half zeven op Bangkok International Airport aan.
Tweederde van de reis zat er op en ik kon niet wachten om aan boord van de Airbus 320 van AirAsia te gaan. Boarden om 09:20!
Mijn kleine reiskoffertje kon met Wilco mee naar Pattaya en dat scheelde me al veel gesleep. Tijdens het inchecken werd het nu ook voor mij moeilijk bij AirAsia om mijn rugzak mee de cabine in te krijgen. Met argwaan keek het meisje naar het label van de KLM, ‘Checked Cabin Luggage”. De mededeling dat er dure lenzen en andere elektronica in zat was ook hier voldoende om door te kunnen lopen richting de vertrekhal.
Mijn oogleden werden weer zwaarder en een kop koffie moest verlichting brengen. Als ik zo alleen op een vreemde luchthaven mijn verhalen zit te schrijven besef ik goed dat ik een bevoorrecht persoon ben! Soms heb ik het er moeilijk mee dat ik alleen op reis ben, maar de gedachte alleen al aan een slechte werkgever die altijd klaagt geeft me weer voldoende energie om door te gaan.
Het uurtje wachten was zo om en ik kon aan boord van het vliegtuig richting Kuala Lumpur. De SMS die ik kreeg van Al, een goede vriend, was een tegenvaller. Hij was op weg van Kuala Lumpur naar Bangkok en ik ging precies de andere kant op. Jammer! Want ik had graag een biertje met hem gedronken in Chinatown.
De honderdvijfentwintig minuten in het vliegtuig waren zo om mede doordat ik na mijn sandwich en cola light meteen in slaap viel. Het kan nooit een diepe slaap zijn geweest maar ik voelde mijn droge contactlenzen en dat was genoeg om te weten dat ik een flinke tijd had geslapen.
‘Oude gewoonten zijn er om gebroken te worden!’

Dus vandaag ging ik met de trein! Normaal neem ik de bus naar het centraal station van Kuala Lumpur die RM 9 kost maar die bus zit altijd helemaal vol en vandaag had ik daar echt geen zin. Voor RM 12,50 kon ik met de trein en dan had ik voldoende ruimte voor mijn vermoeide lichaam en geest. Die bus vertrek om het half uur op xx:25 en xx:55. Ik heb toch voldoende tijd dus waarom zou ik haasten?

De trein was dus precies wat ik verwachtte, we werden alleen op het eerste station, Salak Tinggi, na vertrek van het KLIA gedropt. Dit om de mensen die de volle prijs voor het kaartje, RM 35, niet tegen de haren in te strijken. De treinrit is me zo goed bevallen dat ik misschien daar maar gebruik van blijf maken. De kansen op vertraging, zeker bij het vertrek, worden zo alleen nog maar kleiner.

Om drie uur precies stapte ik het “Fortuna Hotel” binnen, precies vierentwintig uur nadat ik Zaltbommel had verlaten. Ik kon niet meer, ik was helemaal op, en ik moest eerst even liggen. Ik kan niet zeggen dat ik heb geslapen maar ik voelde me wel een stuk beter. Eerst eten, dan boodschappen doen en dan naar bed.
Er was nog steeds weinig energie in mijn lichaam dus koos ik maar voor een diner in het Pavillion Shopping Center. Er moest ook nog boodschappen worden gedaan, maar dat liet ik maar voor morgen. Mijn eerste maaltijd smaakte me uitstekend!

Op de terugweg passeerde ik Lot 10, ook een shopping center, dat nu halverwege de renovatie was en een groot bord nodigde me uit om het foodcourt in de kelder te bezoeken. Ik was er niet echt van onder de indruk maar wat wel fijn was was dat de supermarkt ook weer open was. Ik kon meteen shoppen voor mijn ontbijt en snack! Een schaal sushi voor twee Euro! Een heerlijke lichte snack voor het slapen gaan en ik denk persoonlijk niet dat vanavond de laatste keer was op deze trip.

Morgen heb ik dus mijn eerste dag in Kuala Lumpur. Ik moet nog wel even bezien wat ik ga doen, dat hangt natuurlijk van mijn nachtrust af!
Copyright/Disclaimer