dinsdag 1 juni 2010

Taiwan, alle lichten staan weer op groen

Tainan (Good Ground Hotel)

Ik heb geslapen als een os en mijn oor is gelukkig weer open. Ik voel me nu weer goed en ik kan eigenlijk wel zeggen dat de griep bijna weg is. Het is vandaag één juni, dat betekend dat we nog negen dagen te gaan hebben in Taiwan en dat ik verse contactlenzen kan indoen.
‘En dat is altijd lekker!’, geloof het of niet.
Maar toen ik vanochtend op de automatische piloot de grote platte tv aanzette was het wereldnieuws verbijsterend. Ik keek naar een foto van een hoofd dat veel en vaak in het nieuws was geweest. In Nederland was hij een echte BN’er die zelfs Peter R de Vries had uitgedaagd!
‘Het monster Joran van der Sloot had opnieuw toegeslagen!’
‘Precies vijf jaar na de verdwijning van Natalee Ann Holloway!’
Tettje en ik keken elkaar aan en ik zette het geluid wat harder om uit vinden wat er precies aan de hand was.
Het was “Joran van der Sloet” hier en het was “Joran van der Sloet” daar op de Engelstalige nieuwszender. Er was een dood meisje gevonden op een kamer die hij had gehuurd in Lima. Alleen “Joran van der Sloet” was onvindbaar en de politie had een opsporingsbericht door heel Zuid-Amerika verspreid. Dus het was smullen voor de wereldpers en de Nederlandse pers.

De zaak “Joran van der Sloet” besprekend liepen we de trap af en zochten onze vaste plaatsen in het restaurant van ons hotel op. De Taiwanese tv-zender had het ook over “Joran van der Sloet”. Nou, deze keer was hij dus echt wereldnieuws!
Het ontbijt was weer zoals op de eerste dag en we beginnen nu ook wel te wennen aan de vreemde zaken die we ‘s morgens op onze borden vinden.
‘Sperziebonen en een hamburger voor je ontbijt?’
Daar kunnen ze bij “van der Valk” niet mee wegkomen!

Maar goed. Ik voelde me dus weer honderd procent en na een korte blik in de Lonely Planet kwamen we tot de conclusie dat we het beste de onderbroken wandeling van een paar dagen geleden konden gaan afmaken. Een handvol tempels en bijzondere gebouwen lagen langs de route die we nog moesten bewandelen. Het was heerlijk weer en we hadden er zin in op deze laatste dag in Tainan.
De eerste tempel die we aandeden was de “Dongyue Temple”. En dat was meteen een bijzondere ervaring! In deze tempel komen de mensen, gelovigen vindt ik zo’n Christelijk woord, om aan hun voorouders om raad te vragen. Die voorouders worden aangesproken door een medium die allerlei rituelen uitvoert. Later worden die voorouders beloont met stoffelijke zaken die ze in het hiernamaals wel kunnen gebruiken. Er wordt veel geld verbrand, nepgeld natuurlijk, en ook gaan er hele papieren poppenhuizen inclusief een Mercedes Benz op de uitrit voor het huis de verbrandingsoven in.


Het wordt dus een spirituele dag vandaag! De volgende tempel is de “City of God Temple”. Opnieuw een plaats met een bijzondere betekenis waar veel volk op af komt. De symboliek van deze tempel is samengevat in drie Chinese symbolen die staan voor “U bent tot mij gekomen!” De betekenis is dat niemand aan de dood ontkomt en dat er aan het einde van het aardse bestaan moet worden afgerekend. Goden bijgestaan door goede en slechte geesten tellen op dit enorme telraam je goede en slechte daden van je leven op. Eenmaal uitgerekend hoe je leven is verlopen ga je naar de hel of de hemel. De rust die heerst in zo’n tempel werkt ook inspirerend en rustgevend. Het zijn heerlijke oasis van schoonheid in een hectische stad.


Het mooie gebouw, “de Tainan Public Hall”, hadden we al eerder bezocht maar toen was de grote zaal voor het publiek gesloten. Deze keer was hij open en wij rustte wat uit in de aangename koele atmosfeer. Het geluid uit een Chinese fluit van een man die in de hoek zat te oefenen maakte het tot een wel heel bijzondere pauze.


Na al die hemel en hel zaken met kleurrijke goden, geesten en demonen was de volgende tempel heel anders dan de meesten die we tot nu toe gezien hadden. Het “Altar of Heaven” is bijzonder omdat er geen beelden van een god in de tempel zijn. Er wordt niets aanbeden maar de beleving van het nummer één (in het Chinees “Yi”) staat centraal.
‘Er is maar één hemel en er is maar één aarde’
‘Er is maar één juiste weg, en dat is de weg van menslievendheid en gerechtigheid’


We sluipen door de tempel als roofdieren op zoek naar een prooi. De prooi die wij zoeken zien we door de zoeker van onze camera. Deze plaats is fotogeniek en we komen veel mooie plaatjes tegen. Trappen op en weer af, donkere smalle gangen die uitkomen in door fel tl-licht verlichte kamers. Oude vrouwen scheppen een theelepeltje as van de wierook op een rood velletje papier en vouwen dit dicht.
‘Draag het op je hart en je zal alleen nog maar pure gedachten hebben!’


Een oud klein vrouwtje, die opvallend goed engels spreekt, klampt me aan begint een betoog over hoe de mensen de aarde aan het vernietigen zijn. Voor een groot gedeelte ben ik het met haar eens. Maar wat me nog het meeste verbaasd is dat iemand op zo’n hoge leeftijd er meer mee bezig is dan heel veel jongen mensen.


Het liep alweer tegen kwart voor één en het werd tijd voor “noedelslobberen”. Mijn maag begon te klagen en voor een persoon waarvoor eten meer betekend dan alleen je maag vullen werd het dus weer een feest. Zelf een eenvoudige kom noedels in bouillon met een paar lapjes varkensvlees is hier een heerlijke maaltijd.


Op weg naar de laatste tempel van vandaag passeerden we een paar ateliers waar producten worden gemaakt die nauw verbonden zijn met de tempels. Mooi en kleurrijk borduurwerk dat hier door geduldige handen wordt gemaakt.


En misschien nog wel mooier houtsnijwerk, vlijmscherpe beitels en gutsen in de handen van een kunstenaar veranderen een ruw blok hout in een mooi beeld dat waarschijnlijk wel honderden jaren in een tempel staat of in een familie van generatie op generatie wordt doorgegeven. En nooit wordt er een moment stilgestaan bij de handen die het geschapen hebben.


En toen stonden we voor de poorten van de “Official God of War Temple”, ook wel bekend als de “Temple van Guan Gong”. Deze tempel was een beetje teveel van het goede en we hadden problemen om geconcentreerd te blijven bij alles wat we zagen.
Hier leerden we toch nog wat nieuws! De hoge drempels van de tempels, soms wel veertig centimeter hoog, zijn er niet om het water tegen te houden. Zij zijn er er de vrouwen tegen te houden. De vrouwen hadden vroegen geen toegang tot de tempel. Omdat zij lange strakke rokken droegen konden ze niet over de hoge drempel drempel heen stappen.
Aan het einde sprak ik nog met twee Taiwanese meisjes. Ze spraken ook opvallend goed engels en vonden het leuk om de taal te oefenen. Mai Mai en Chen Mango zijn nu toegevoegd aan mijn vriendenlijst op Facebook!


Het einde van deze dag was nu in zicht en de “Chihkan Towers (Fort Proventia)” was het laatste wat we vandaag en in Tainan zouden bezoeken. Helaas was het niet veel bijzonders maar we zijn toch ook wel blij dat we kunnen zeggen dat we op dit stukje Hollandse geschiedenis hebben gestaan.


De dag zat er dus op en we gingen terug naar de kamer. Met de tv aan op de achtergrond, met het laatste nieuws over “Joran van der Sloot”, ging ik door de foto’s van de afgelopen dagen en schreef wat over onze belevenissen. Tettje had geen zin om op de kamer te zitten en ging alleen op pad. Een ijsje eten of een kopje drinken. Het is mooi om te zien hoe mijn reismaat tijdens deze reis ook weer is veranderd. Hij gaat nu alleen op pad in de stad en af en toe een half uurtje alleen zijn is toch wel lekker. Zijn eetpatroon is ook tweehonderd procent veranderd. Hij eet nu echt alles en af en toe sta ik er echt van te kijken waar hij naar binnen wil om te gaan eten.

En dat was meteen het allerlaatste wat we nog deden in Tainan. De kokkin, en baas van het openluchtrestaurant, haalde een jongen uit een zaak aan de overkant van de straat erbij omdat ze wel eens meer van ons wilde weten. Het was een vreemd gesprek met een tolk in het midden maar het was ook wel leuk om te ervaren dat deze mensen echt interesse hebben in wie we zijn en wat we in Taiwan doen. Als dank voor de klandizie van de afgelopen dagen kregen we allebei een klein bierglas cadeau. Door de lege straten van Tainan gingen we voor de laatste keer naar het hotel.

Tainan was een heerlijke ervaring geweest!

maandag 31 mei 2010

Taiwan, kilometervreten

Tainan (Good Ground Hotel)

Maandag, en het is weer rustig buiten nu alle inwoners van Tainan aan het werk zijn. Een grijze lucht begroet me als ik de gordijnen in onze vertrouwde kamer openschuif. We zijn er alweer aan gewend om op de grond te slapen. Mocht ik later ook een hostel beginnen dan wordt het ook in “Japanse stijl”. Scheelt je erg veel meubelstukken die ook niet meer kapot kunnen gaan. Ik trek alleen geen plastic om het matras want dat staat me wel erg tegen.
Het ontbijt van vandaag bestaat uit de opgewarmde restjes van gisteren. Op het eerste gezicht ben ik er niet blij mee en ik begin humeurig te klagen tegen Tettje die rustig zijn gebakken eitje met een sneetje geroosterd brood naar binnen zit te werken.
‘Ach, laat ook maar!’
‘Als het morgen maar weer niet hetzelfde is!’, zucht ik in mezelf.

Maar toen gebeurde er iets dat me echt nog nooit is overkomen zolang ik onderweg ben in deze mooie grote wereld. Tettje en ik kregen een wenskaart van het personeel als dank voor ons verblijf in het hotel. Dan krijg je toch wel een brok in je keel!
Vandaag gaan we dus treinen naar Alishan. Het moet één van de mooiste treinreizen in de wereld zijn en we hebben er zin in. Op het station wordt nog snel een sandwich en een kop koffie gekocht voor onderweg. En weg zijn we in een mooie nieuwe trein op weg naar Chiayi City. Daar stappen we dan over op de “trein naar Alishan”. We hebben wel verhalen gehoord dat de trein niet zou rijden. Maar ik heb daar niets over kunnen vinden op welke website dan ook. Het lijkt er op dat alle seinen op groen staan.
Helaas zien we bij aankomst een loket voor de treinkaartjes het volgende bericht:


Een kort gesprek met een meisje achter de informatiebalie van het station verklaart alles. Het spoor is gesloten wegen aardverschuivingen ten gevolge van een tyfoon. Het kan nog wel enkele jaren duren voordat de trein weer gaat rijden. Hij rijdt nog wel maar alleen een klein stukje op het bovenste gedeelte van het traject.
‘Erg jammer.’
‘Wij hadden écht naar deze treinreis erg uitgekeken!’
Onze enige optie was nu de bus. Overleg was er niet nodig want we moesten deze dag toch vullen en vanuit de bus zouden toch ook nog wel wat van het mooie landschap kunnen zien.

Tijdens de busreis naar Alishan konden we overal de schade zien de tyfoon had aangericht. Halve bergen waren van hun plaats verschoven en overal was het werk om de wegen te repareren in volle gang. Na een rit van bijna twee uur kwamen we aan in het paradijs hoog in de bergen dat nu was omgetoverd in een, jullie raden het al, grote braderie.

Mijn eerste opdracht na aankomst was om kaartjes voor de bus terug te regelen en dat bleek een stuk moeilijker te zijn dan ik had verwacht. Ten gevolge van een Chinese taalbarrière en het onbegrip dat we meteen weer terug naar Chiayi City wilden maakte dat we geen kaartjes voor de bus kregen. De Lonely Planet met zijn beknopte taalgids schoot ook te kort en ik moest mijn laatste en ultieme wapen uit de kast halen.
Mijn charmes werkten als vanouds en twintig minuten later hobbelden we weer in tegengestelde richting over de bergwegen van Taiwan.

Ons tijdschema zag er fantastisch uit totdat de bus een lekke band kreeg. Het maakte ons weinig uit want we hadden toch alle tijd van de wereld. De rustige dag had me aangesterkt en ik voelde me goed. Het leek dat de laatste symptomen van de griep waren verdwenen. Alleen zat er een oor van me dicht. Ik kon slikken wat ik wilde maar het irritante gevoel bleef. Morgen nog één dag in Tainan en dan op weg naar onze voorlaatste halte.

zondag 30 mei 2010

Taiwan, even buiten de stad

Tainan (Good Ground Hotel)

Weer iets meer opgeknapt stond ik vandaag op en vandaag zou onze laatste dag in Tainan zijn. Het enige wat we nog niet gezien/bezichtigd hadden was het “Anping Fort (Fort Zeelandia)”. Hollandse glorie uit een ver verleden in een ver land. Uit de tijd dat “Batavia” nog een begrip was en d’n Hollanders hele landen leegroofden.
Het hotel was vol en ons vertrouwde persoonlijke ontbijtje maakte plaats voor een overvloedig buffet van Taiwanese heerlijkheden. Fijn wanneer je Chinees bent maar voor een westerling die gewend is aan een sneetje brood met jam is het wel een hele overgang. Voor mij maakte het niet zo heel veel uit en ik at wat groente met gestoomd brood.
Mijn bloedsuikers lopen wel licht op en de stoelgang is nog steeds verstoord, ik heb nu ook hevige buikkrampen er bij gekregen. Het is en blijft behelpen! En zo stapten we de lichtbewolkte wereld in op zoek naar een bushalte. Bussen en treinen zijn in Taiwan goed te berijden en de meeste hebben ook Engelse aanwijzingen over de bestemming en de plaatsen waar er wordt gestopt. En zo zaten we al binnen tien minuten in een bus op weg naar Anping. Anping was de haven geweest en het andere fort, “Chihkan Towers (Fort Proventia)”, lag meer in het achterland maar wel aan de rand van een flinke binnenzee. De twee locaties zijn nu aan elkaar gegroeid en het enige dat nog herinnerd aan het water is een kanaal dat een honderd jaar geleden door de Japanners is gegraven.
Zondag is een perfecte dag voor de inwoners van Taiwan om er massaal op uit te trekken en te genieten van eten en braderiën. Het zijn en blijven op dat gebied echte Chinezen. Na aankomst in Anping bezochten we eerst het “Anping Oyster Shell Cement Kiln Museum”. Het lag aan het begin van de wandeling en ook hier zijn, volgens de legendes, Hollandse invloeden. Het zouden namelijk de Hollanders zijn geweest die de oorspronkelijke inwoners geleerd hebben om kalk te branden van de schelpen. Deze kalk was een enorme stap voorwaarts bij het bouwen van stenen gebouwen. We waren er zo klaar en het was meteen ook mijn tweede toiletbezoek van de dag.
En toen stonden we aan de rand van de braderie! We baanden ons een weg door de stroom toeristen en lokale bevolking. Het zou natuurlijk wel vreemd zijn als we hier niets nieuws zouden ontdekken. Dat nieuwe vonden we tussen de Taiwanese kroepoek en knakworsten. Ouderwets snoepgoed! Suikergoed en handgemaakte lolly's zoals ik die als kind bij van Diggelen op de hoek van de Nieuwstraat kocht. Vliegensvlugge handen van een oud vrouwtje toverde een blok kneedbaar zoet tot een kluwen van zoete dunne draadjes. Het meel dat werd gebruikt zorgde er voor dat de draadjes niet aan elkaar kleefden door de hoge luchtvochtigheid. Een mooi schouwspel om te zien! De kluwen werd dan in stukken geknipt die op haar beurt weer werden gevuld met wat gebrand sesamzaad.

We sloegen het fort niet over want daar waren we tenslotte voor gekomen. De TW$ 50 toegang (€ 1,25) waren de kosten niet en de toiletten waren schoner dan ik had verwacht. Alleen kan ik over het fort weinig vertellen want de Japanners hebben alleen een stuk muur laten staan.

De regen was ook weer terug van weggeweest en na een korte wandeling door Anping gingen we weer op weg naar Tainan. De rit in de gratis bus.
‘Ja, jullie lezen het goed!’
Na de rit in de gratis toeristenbus vielen we weer het hotel binnen waar het personeel meer dan vriendelijk is. Het moet wel het meest vriendelijke hotel zijn waar ik ooit geweest ben.

We gingen in overleg. En mijn voorstel was om nog twee nachten langer in dit hotel te blijven en de twee gewonnen dagen te gebruiken voor dagtrips. Wel onder de voorwaarde dat we twintig procent korting op onze overnachtingen zouden krijgen. Tettje vond het ook een goed idee en onderweg naar het avondeten vroeg ik of het mogelijk was dat we nog twee nachten in dezelfde kamer konden blijven. De manager moest worden geraadpleegd per telefoon en binnen tien minuten was alles geregeld. Twee nachten langer voor TW$ 1680 inclusief ontbijt.

Nu dit zeker was konden we tijdens het avondeten plannen voor de komende twee dagen maken. Het eten was simpel en heel gezond, maar ook wel lekker en vooral met een paar koude biertjes er naast. De plannen werden gesmeed en morgen gaan we treinen naar “Alishan”.
Copyright/Disclaimer