dinsdag 10 februari 2009

De Filippijnen, China Town en een dodenstad

Manila (Slouch Hat Inn)

Vanochtend werd ik wakker met een vreemde lucht in mijn neus. Ik kon de geur niet thuis brengen maar het was de geur van de dood vermengd met een flinke vleug rioolgas. Eerst dacht ik dat het mijn eigen adem was of mijn lichaamsgeur in de afgesloten kamer. Bij terugkeer van het toilet was de geur er nog en er zat niets anders op dan het raam van de badkamer open te zetten.
De eerste week in de Filippijnen zit er alweer bijna op! Van Kees en zijn vriendin had ik tot nu toe ook niets meer vernomen en dat moest ik dan maar onder de noemer “Geen nieuws is goed nieuws” plaatsen. Bij gebrek aan informatie zou ik zelf in ieder geval de terugreis op aanstaande donderdag naar Angeles boeken bij “Fly the bus”. Een goede betrouwbare busservice tussen de verschillende hotels van de Swagman.
Nu ik een MacDonald’s had gevonden niet al te ver van mijn hotel schoot het zware en calorierijke Australische ontbijt erbij in. Gewoon weer een broodje ei met bacon en een lekker bakkie koffie samen met de lokale krant. De ontdekking van een open netwerk met internet was ook nog een welkome meevaller. Nu kon ik tenminste mijn foto’s al uploaden en de Nederlandse krant op het internet lezen.
Na het het ontbijt en het boeken van de bus voor de terugreis ontmoette ik Mick weer in de Slouch Hat. Hij zat met moeite zijn ontbijt naar binnen te werken. Zijn verhaal over de afgelopen nacht zal ik jullie onthouden maar hij had in ieder geval niet veel geslapen.
Samen gingen we op pad naar China Town. China Town ligt over de brug aan de andere zijde van de rivier van Intramuros. De wandeling was aangenaam en een iets langere route over de stadsmuur bracht ons aan de grens van China Town.
Mijn kleine vriend zag er slecht uit en hing als nat zand aan elkaar. De lange nachten van drinken en uitgaan hadden hun tol geëist. Toch wilde hij niet meteen opgeven en een beetje met me door de stad slenteren. Langzaam, heel langzaam slenterden we door de steeds warmer wordende stad. Een flesje Coke Zero leste de grootste dorst en een stukje verder lag de rivier aan onze voeten. Aan de overkant lag het China Town van Manila.
Een grote boog in Chinese stijl verwelkomde ons terwijl wij ons door de oneindige stroom auto’s en jeepney’s worstelden. Voor het eerst waren de uitlaatgassen een probleem en we hapten naar frisse lucht.

Voor de Binondo Church lag een groot plein en daar moest ik even rustig zitten en haalde de Rough Guide tevoorschijn. We zaten dus op de Plaza San Lorenzo Ruiz en keken naar de Binondo Church. Het boek vermeldde dat China Town eigenlijk Binondo heet en dat de oorspronkelijke Chinezen door de Spanjaarden tegenover Intramuros aan de overkant van de rivier waren ondergebracht. Deze groep was (nog) niet bekeerd! Eenmaal een devoot katholiek, dan mocht de Chinees naar de overkant van de rivier komen en zich in Intramuros vestigen.

De eerste barsten begonnen zich te vertonen en Mick vond het welletjes. De luchtvervuiling en de vochtige warmte werden hem teveel. Hij zou nog een half uurtje meelopen en dan terug gaan naar de bar. Er was een cricket wedstrijd tussen Australië en Nieuw Zeeland op de tv en het idee van een koud biertje en een Cricket wedstrijd in de airconditioning leek hem beter dan tien kilometer naar een Chinese begraafplaats lopen.

Veel China Towns heb ik al van dichtbij gezien en deze moet wel een van de slechtste zijn tot nu toe. Misschien waren de gezichten een beetje anders maar voor mij leek het toch nog gewoon de Filippijnen. Overal stonden ze pinda’s te branden en er was ook voldoende Chinees voedsel te krijgen. Loempia’s en noedels, jammer dat ik me er nog niet aan durfde te wagen. Ik wilde nog even op zeker spelen.

Mick nam met een bezweet voorhoofd afscheid en ik volgde de treinbaan naar het noorden. Het was best vreemd om een trein zo hoog boven je hebben terwijl het rond om je heen op een sloppenwijk leek. Manila is veelal een chaos van van alles en nog wat. Gebouwen zijn schots en scheef tegen elkaar aan gebouwd en in miljoenen verschillende kleuren geverfd. Hoofdwegen eindigen gewoon in een smalle straat. Het verkeer kruipt door elkaar en van een verschil tussen het voetpad en de rijbaan is niets te bekennen. Het enige dat me echt opviel was een paarse streep die met me mee ging van het begin tot het einde. Het doel van die streep was me niet duidelijk.

Na een dik anderhalf uur wandelen kwam ik bij de bocht die duidelijk op de kaart stond. Ik was nu aan de grens van het “Chinese Cemetery van Binondo”. Nadat ik voor het eerst de weg had gevraagd kwam ik aan de Zuid-Poort van het kerkhof.
Wat ik hier aantrof maakte me stil en mijn mond viel open. Dit was nog veel anders dan ik me in de verste verten had voorgesteld. Hier stonden huizen voor de doden! Boeddhisten en katholieken door elkaar heen. Het was een schrijnend verschil met de buitenwereld van de levenden. In stilte slenterde ik door de wijk. Straten hebben namen en monumenten zijn er opgericht om de helden niet te vergeten. Meestal zijn de deuren van de huizen afgesloten maar daar waar er toegang is heeft een verdwaalde zwerver/bedelaar/dakloze zijn intrek genomen om aan de zijde van een overledene te wonen. In ruil voor het onderdak houd de bewoner het huis schoon. Een mooi voorbeeld van een symbiose. De armere bewoners van Binondo worden aan de muur, of beter gezegd, in de muur bijgezet.



Je zou hier uren kunnen ronddwalen maar het werd al laat en ik wilde voor het donker weer in het hotel terug zijn. Ik heb me tot nu toe nog niet bedreigt gevoelt. Manila is in mijn ogen een veilige stad. Althans, in het daglicht. Voor de tweede keer maakte ik gebruik van de trein. 15 Peso voor een enkele reis naar United Nations.
Bij terugkomst in de kamer was die verschrikkelijke stank nog steeds aanwezig. Ik keek nog eens goed rond maar kon de oorzaak niet vinden en nam snel een douche. De nare geur leek wel een minder te zijn geworden toen ik de kamer weer verliet om beneden in het restaurant opnieuw een Filippijnse biefstuk met patat te eten. Het verhaal van deze maaltijd is dezelfde als die van gisteren. Ik had zo’n trek dat ik weer vergat om een foto te schieten. Na een paar biertjes zocht ik mijn bed op en had nog een korte internet sessie. Welterusten, morgen doe ik rustig aan!

maandag 9 februari 2009

De Filippijnen, het eiland genaamd “Corregidor”

Manila (Slouch Hat Inn)

Een stuk beter! Zo niet een heel stuk beter, voelde ik me toen ik om zes uur vanochtend op stond. Ik was maar drie keer naar het toilet geweest en ik had nu gevoel dat ik het ergste had gehad. Snel douchen, aankleden en een kopje koffie gemaakt met mijn eigen waterkoker!
Natuurlijk was Wes niet door de nachtwaker van het hotel gewekt en toen ik om vijf over half zeven de lobby van het hotel binnen kwam zaten ze me als mongolen aan te staren. Ze zijn namelijk wel gewend dat er mensen zo laat met een meisje thuiskomen maar niet dat er mensen zo vroeg opstaan. Tenminste, behalve als ze naar de luchthaven moeten.
Een telefoontje naar de kamer van Wes was voldoende. Binnen een kwartier stond hij beneden en gingen we samen op pad naar de pier vanwaar de boot zou vertrekken. De zwervers en bedelaars waren ook al vroeg uit de veren. Ze zijn lastiger dan vliegen op een zomerdag. Dat is eigenlijk ook het enige waarvan ik tot nu zou zeggen dat het me tegenvalt in de Filippijnen.
De papieren reservering van Sun Cruises werd omgeruild voor een toegangsbewijs, een sticker en een lunchbon. De organisatie was prima! Alleen de boot zat bijna vol en opnieuw speelde dat verhaal van maximaal twintig personen door mijn hoofd. Nadat we een instructie briefing hadden gehad wat te doen bij een noodgeval, net als in het vliegtuig, mochten we eindelijk naar buiten. De airconditioning binnen was wel lekker maar ik zit zelf nu eenmaal liever in de buitenlucht, zeker op een boot die tussen Aziatische eilanden heen en weer vaart.

Manila lag bedekt met een deken van smog in de achtergrond en de boot gromde zich door het steeds schoner wordende zeewater. Aan de stuurboordzijde, rechts dus, doemde het schiereiland van Bataan op! Bataan is erg bekend door zijn dodenmars. Al zwervend door zuidoost Azië ben ik steeds meer te weten gekomen over de geschiedenis en met name wat er zich allemaal in tweede wereldoorlog zich hier heeft afgespeeld. Er is dus veel meer dan de Brug over de rivier de Kwai in Thailand!

De top van de slapende vulkaan, Mt. Natib, bracht me in gedachten nog even terug naar Java. Vulkanen zijn erg indrukwekkend en zeker als ze actief zijn. De lucht werd steeds blauwer en van de regen die was voorspeld kon je niets zien. Alles duidde er op dat het een mooie dag zou worden.
Nog voordat we de boot verlieten werd ook mijn dringende vraag over de “niet meer dan twintig personen” beantwoord. Op de kade stonden een stuk of zes vreemd gebouwde toeristen bussen klaar en de bezoekers werden netjes over die bussen verdeeld. Ieder ging zijn eigen weg en we zouden elkaar alleen weer bij het aanvangen van terugreis zien. Nou ja, lunch in twee groepen!
Nu kan ik hier wel de hele geschiedenis van Corregidor gaan zitten plakken en knippen maar het is beter als jullie even op de link klikken!


Brandplekken van de witte fosfor




Het was enorm indrukkend! Om de paar minuten werd er gestopt bij verschillende bezienswaardigheden en de gids deed zijn praatje. Grote kanonnen en platgebombardeerde barakken. Het meest interessante was dat de verdedigingswerken van het eiland waren gebouwd rond 1910. De tijd van voor het gebruik van vliegtuigen! De kanonnen waren dan ook uit het zicht geplaatst zodat de aanvallers alleen maar konden raden waar ze stonden. De komst van verkenningsvliegtuigen gooide natuurlijk roet in het eten. De Japanners wisten precies wat en waar het stond.
Wes was ook erg blij dat hij de moeite had genomen om vroeg uit zijn bed te komen. Wat me wel meteen opviel was dat het allemaal heel professioneel was georganiseerd. Het is zeker een aanrader mocht je ooit in de Filippijnen en met name in Manila terecht komen dan zou ik dit niet overslaan. Na de zeer leerzame en interessante ochtend werd het eindelijk tijd voor de lunch. Mijn darmen waren ondertussen weer tot rust gekomen en ik had een stevige trek gekregen. Wat bleek bij het betreden van het restaurant? Het buffet was ook uitstekend geregeld. Kippenbouten en stoofvlees, groenten en rijst. Het gleed allemaal best naar binnen.

Na de lunch stond er nog een vrijblijvend bezoek aan de “Malinta tunnel” op het programma. Voor het geld, 150 Peso, hoefde je het niet te laten dus kochten we allebei een kaartje voor de lichtshow. Doormiddel van een licht en geluidsshow word de geschiedenis van de belegering van Corregidor nog één keer verteld. Langzaam schuifelend door de donkere, benauwend warme tunnel krijg je ook een goede indruk hoe het hier moet zijn geweest tijdens de belegering van het eiland. Er was in de tunnel ook een ziekenhuis en eigenlijk was het gewoon een dorp onder de grond beschermd tegen de bombardementen van de Jappen.

Een mooi detail voor vandaag is toch het standbeeld van Generaal Douglas MacArthur. Mijn favoriete generaal die in het Asia-Pacific Theater voor veel spectaculaire acties heeft gezorgd met als hoogtepunt de invasie bij Incheon in Korea. Maar dat was een ander gewapend conflict.

Tijdens de terugtocht op het achterdek van de boot liet ik de indrukken van deze dag nog een keer de revue passeren. Wes en ik hadden het beren naar ons zin gehad en mijn trip naar de Filippijnen was nu al geslaagd en een mooie herinnering.
‘s Avonds waagde ik me aan de Filippijnse biefstuk met patat. Gebakken reepjes biefstuk met ui ringen die met een zware sojasaus zijn overgoten. Ik had zo’n trek dat ik ben vergeten om er een plaatje van te schieten, misschien morgen. Mick voegde zich bij ons en na een paar biertjes nam ik afscheid van de jongens. Ik was moe en redelijk hersteld, maar ik wilde het niet al te gek maken. Wes ging morgen verder naar Jakarta en Mick zou met me mee gaan naar Chinatown. Weer een mooie dag voorbij, ik ben benieuwd wat morgen me weer zal brengen.

zondag 8 februari 2009

De Filippijnen, dunne poep

Manila (Slouch Hat Inn)

De eerste tekenen van een verstoorde spijsvertering in combinatie met een paar flessen bier en het overslaan van het avondeten was geen goed idee geweest! Afgelopen nacht ben ik zeker een keer of zeven uit bed geweest om mijn darmen te legen. Water en nog eens water vloeide uit mijn darmen en dat moest ik aanvullen met meer water om zeker niet uit te drogen. Ik vroeg me af wat dit had veroorzaakt. Één van die gerechten in de straattentjes was waarschijnlijk niet in orde geweest!

Ik had niet echt trek maar besloot om toch maar een klein hapje te eten. Al was het maar om samen met de anti poeppillen een kurk in mijn darmen te vormen. Wes kwam ook op tijd voor het ontbijt en na mijn verhaal over Corregidor had hij ook wel interesse om morgen met me mee te gaan. Dus na het ontbijt gingen ik weer precies dezelfde weg als gisteren alleen nu met Wes.
Er waren nog voldoende kaarten aanwezig en ik vroeg me af hoe dat verhaal van maximaal twintig personen in elkaar zat. Lang dacht ik er niet over na! We zouden het morgen wel zien. Een exacte kopie was nu ook weer de spaghetti lunch bij sbarro. Het kan raar lopen! Zo eet ik in geen maanden pasta en zo eet ik het elke dag voor de lunch.
De oude stad, Intramuros, werd pas om drie uur betreden. Ik geef toe, een beetje laat maar er stond niet veel meer op het programma. We wilden vanmiddag alleen nog een kerk en het “Fort Santiago” bezichtigen. Mijn darmen waren leeg en ik voelde me week. Één ding stond als een paal boven water. Het Filippijnse straatvoedsel zou deze reis aan de kant blijven.

We slenterden een beetje over de oude stadsmuren en Wes kon het niet laten om een kaarsje te branden in één van de vele kapelletjes die je binnen de stadsmuren vindt.

De Manila Cathedral was het eerst aan de beurt en op zich was die niet zo erg bijzonder. Het godshuis was al vele malen ver woest en daarna weer opgebouwd. Van de originele kerk uit 1592 was niets meer over. De Christelijke tempel die we te zien kregen was tussen 1954 en 1958 gebouwd. Erg modern dus! Hier las ik ook in de Rough Guide dat Manila in de tweede wereldoorlog de op één na meest verwoeste stad was na de oorlog, Warschau staat volgens de guide op nummer één.

Het “Fort Santiago” in de noordelijke hoek was een wel heel aangename verrassing in de oude binnenstad. Alles staat er natuurlijk in het teken van Jose Rizal, zijn gevangenschap en zijn executie. Het was hartverwarmend om te zien dat de Filippijnse bevolking zelf ook heel veel interesse heeft voor zijn geschiedenis.

We waren moe en hadden dorst, natuurlijk sloten we de dag weer af in het Casa Manila. De koude biertjes smaakten me uitstekend en na een maaltijd van Filippijnse biefstuk met patat in de Slouch Hat zocht ik mijn bed op. De jongens, Mick had zich ondertussen ook bij ons gevoegd, bleven hangen en genoten van de live muziek. Ik drukte Wes nog even op zijn hart dat ik morgen om tien voor zeven voor zijn hotel zou staan. Morgen dus naar “Corrigedor”, een lange interessante dag.
Copyright/Disclaimer