woensdag 27 februari 2008

Sri Lanka, de botanische tuinen van Kandy

Kandy, 27/02/2008

Het leven onder een muskietennet is niet eenvoudig. Zeker niet wanneer je heel bewegelijk bent in je slaap zoals ik. Het duurde dan ook niet erg lang voordat ik gezelschap had van een handjevol van die bloedzuigers. Enkele waren een snelle dood toebedeeld tussen mijn handpalmen en lieten een rode bloedvlek na als afscheid. Anderen waren sneller en losten zichzelf op in het niets wanneer ik met mijn zaklantaarn de irritante zoemers probeerde te vinden. Na een gevecht van twintig minuten was de stand 4-0 voor mij en minimaal één mug was de dans ontsprongen omdat ik hem af en toe hoorde zoemen. Mijn wollen sokken, fleecetrui en behaarde benen verhinderde dat hij op het grootste gedeelte van mijn lichaam bloed kon aftappen. Ik sliep dus rustig verder.
De wekker liep om zeven uur af en nadat ik het toilet had bezocht en de koude douche had bekeken lag de eerste dag Kandy voor me. De veranda van het “Olde Empire Hotel” is een schitterende plaats om de dag te beginnen met een pot koffie en een paar sneetjes geroosterd brood met roerei. Gefascineerd keek ik naar het schouwspel dat zich voor mijn ogen ontvouwde. De gelovigen stonden in een rij om de “Tempel van de heilige tand” (Sri Dalada Maligawa) te betreden, ze moesten wachten op de soldaten om hun persoonlijke bezittingen en tassen te laten controleren. Er is hier al een keer een bomaanslag geweest en een volgende zou zeker de definitieve doodsteek voor het toch al erg zieke toerisme zijn op Sri Lanka.
Graham voegde zich bij ons op de veranda om een uur of acht en hij was druk als een klein baasje. Zijn laatste dagen waren aangebroken en er was nog veel te doen voordat hij terug naar India zou vliegen. Hij was in een poep en een scheet weer verdwenen met de afspraak dat we elkaar om een uur of één bij de klokkentoren zouden ontmoeten om een bezoek te brengen aan de “Botanische tuinen van Kandy”.
De kou van de afgelopen dagen zat nog echt in mijn lichaam en alleen het idee van een koude douche deed me al huiveren. Ik had het nog steeds koud, het leek wel dat de kou zich had vastgeklonken aan mijn botten. Een beetje water in mijn gezicht was voldoende geweest om me op te frissen.
Met de wetenschap dat Graham en ik veel overeenkomsten hebben was het geen verrassing dat we elkaar tegen het lijf liepen in het Toeristen Informatie Centrum. We moesten er beiden om lachen en verdwenen toen in de mensenmassa van Kandy. Mijn plan was om een lange cirkel te gaan lopen om eens te kijken wat er in de buitenwijken van de stad te zien was. Maar niet voordat ik eerst de “Anglicaanse kerk” naast het Info centrum had bezocht. Kerken als dertien in een dozijn maar toch met die kleine verschillen maken het de moeite waard om even naar binnen te lopen. Koperen platen en marmeren gedenktekens aan de muur. De rest van de nieuwe stad was een grote chaos zonder enig opvallend detail en een mix van oerlelijke moderne gebouwen afgewisseld met bouwvallen uit een nog niet zo ver verleden.
Om tien voor één stond ik bij de klokkentoren klaar om de “Botanische tuinen van Kandy” te gaan bezoeken. Ik ben geen tuinmens maar bij gebrek aan beter kan het geen kwaad. Een Tuk-tuk bracht ons, na lang onderhandelen over de prijs, naar de poort van de tuinen voor 200 Roepies. De kassa van de tuinen had een, onaangename, verrasing in petto. 30 Roepies voor Srilankanen en 600 Roepies voor niet Srilankanen. De oorlog moet gefinancierd worden en de beste bron van inkomsten is dan het toerisme. De prijzen voor de toeristenattracties zijn per 01/10/2007 verdubbeld of verdrievoudigd en worden nu vaak aangegeven in Amerikaanse Dollars, de prijs varieert mee met de koers van de green bag. Dagprijzen voor het toerisme! We moesten toch wat vanmiddag en met de wetenschap dat we hier nooit meer zou terugkeren betaalden we voor de kaartjes. Opnieuw politie en leger die van alles en nog wat controleerden.
Het park was wel leuk en soms leerzaam maar het hoogtepunt was toch wel de specerijentuin. Ik stond voor het eerst in oog met een kaneelboom, en ik maar denken dat het een struik was, en andere leveranciers van specerijen die ons dagelijks eten een beetje opfleuren. We zagen muskaatnoten in de vrucht aan de boom hangen, maar kruidnagel was er niet te vinden. Toen de lokale bevolking als bezetenen de muskaatboom beklommen en de vruchten plukten kon ik het niet laten om er ook één te vangen en open te breken. Het was schitterend om de maagdelijke noot met zijn vlies in de vrucht te zien. Ik denk dat hier over een paar jaar helemaal niets meer te zien is want als de bevolking door de moordende inflatie steeds armer wordt zullen ze alles plukken en opeten wat er ook maar enigszins eetbaar is.
Het was net vier uur geweest dus besloten we maar om de vijf kilometer naar het hotel te gaan lopen. We moesten de tijd toch vullen met iets. Een omweg langs een olifantencentrum onthulde een begraafplaats uit de tweede wereld oorlog, helaas was het hek afgesloten en de toestand van mijn schouder liet het niet toe om over het hek te klimmen. Graham was fit genoeg en besteedde wat tijd op de begraafplaats waarna we verder gingen richting ons hotel.
Het was een prettige wandeling door de rijkere buitenwijken van Kandy. Grote huizen met meer dan één grote auto op de oprijlaan. Er zijn hier ook beter bedeelden die waarschijnlijk geen moer geven om de arme mensen van de samenleving. Hier zou het “Socialisme van Wouter Bos” nog wonderen kunnen verrichten en hem een plaatsje in de geschiedenisboeken bezorgen.
De dag zat er op en we genoten aan het einde van de middag op de veranda van het hotel. Een grote pot verkwikkende thee en de dag analyserend. De avond viel in de categorie gebruikelijke avonden. Pizza Hut en een paar flessen bier bij “The Pub”, boven het “Bake House”. Een andere plaats en misschien niet zoveel sfeer als in de “Pub Royale” maar zeker meer mensen. Morgen heel vroeg op om de “Tempel van de heilige tand” te bezoeken.

De beste foto van mijn reis naar Sri Lanka!

dinsdag 26 februari 2008

Sri Lanka: Alle wegen leiden naar Kandy

Kandy (Olde Empire Hotel), dinsdag 26 februari 2008

Kandy was en is nog steeds het religieuze centrum van Sri Lanka. Zelfs toen de Hollanders en Portugezen hier de baas waren ging hun invloed niet verder dan een kilometer of twintig landinwaarts. Zij waren de baas in de kustlijn maar de rest van het land werd geregeerd door de boeddhistische geestelijken in Kandy. Het is dan ook niet moeilijk om zich voor te stellen dat Kandy, als in het midden van een spinnenweb, het centrum is van het wegennet. Van zuid naar noord en van west naar oost lopen alle wegen en paden naar Kandy.
Na het avondeten ben ik gisterenavond vroeg naar bed gegaan. De beklimming had me gesloopt en ik was zeer vermoeid van de mooie, maar genereus beloonde, tocht naar de top van “Adam’s Peak of beter gezegd Sri Pada” voor de Srilankanen. Als een blok ben ik in slaap gevallen en heb, zonder ook maar een moment wakker te zijn geweest, in een keer doorgeslapen totdat de Chinese reiswekker me roept.
Untitled
Om iets voor half zeven wordt ik weer redelijk fris wakker, ik kan mijn benen goed voelen! Hoewel ik veel en vaak, ook langere afstanden, wandel is een beklimming tot 2.243 meter over betonnen trappen weer een heel andere discipline. Vandaag zal het geen vermoeiende dag worden, maar wel word waarschijnlijk wel een lange dag.
Het doel voor deze ochtend is om uiterlijk half elf in Hatton te zijn. Daar nemen we de aansluitende trein naar Kandy van drie minuten voor elf. De bus van half negen is spelen met het noodlot dus hebben we tijdens het avondeten besloten om de bus van acht uur op deze ochtend absoluut niet te missen.
Om zeven uur zit ik al gezakt en gepakt aan het ontbijt terwijl Graham nog bezig is met zijn rugzak in te pakken. Op het moment dat het eerste gedeelte van het ontbijt arriveert roep ik Graham en tegen de tijd dat hij aan tafel is aangeschoven staat het wel zeer uitgebreide ontbijt op tafel. Het is een lust voor het oog en het smaakt ons nog veel beter.
Untitled
Het “Green House” in Dalhousie is ten zeerste aan te bevelen voor een kort verblijf in de buurt van het pad naar “Sri Pada”! Mijmerend over de zware klim komen we samen tot de conclusie dat we uiteindelijk toch de beste optie hebben gekozen. Weer een zonsopkomst had ons hoogstwaarschijnlijk toch meer niet aangesproken en terugkijkend was onze plotselinge beslissing om de beklimming van “Adam’s Peak” ’s middags te doen goed uitgevallen.
Tijdens de korte wandeling van het “Green House” naar het pleintje waarvan de diverse bussen vertrekken sputteren mijn benen wat tegen maar het doet me goed om te zien dat de goed getrainde Graham ook niet helemaal okselfris is na die klim van gisteren. Op het plein staat het felgekleurde gezelschap, dat we nu wel gewend zijn, op de diverse bussen te wachten. Er zijn opvallend weinig toeristen en dat doet ons goed. De beklimming van “Adam’s Peak” zal niet in veel rondreizen van de OAD en de Kras worden opgenomen! Die toeristen uit Nederland zien we vanavond wel in Kandy!
Zoals verwacht vertrekt de bus van acht uur later, niet ècht veel later, maar toch genoeg reden om de chauffeur van de bus van half te instrueren om ook later te vertrekken. Wij hebben in ieder geval de tijdswinst al binnen. Toch zijn we er niet honderd procent zeker van dat wij wel op tijd in Hatton zullen arriveren. Openbaar vervoer in dit deel van de wereld beweegt zich nog steeds op gevoel en emotie, niet op een klok. De enige klokken die ze hier kennen zijn de zon en de roep van de maag.
Untitled
We zoeken een, veel te kleine, zitplaats in de overvolle bus en zoals we ook al gewend zijn zal er geen enkele Srilankaan zijn zitplaats opgeven zodat Graham en ik naar elkaar kunnen zitten. Normaal zou dat geen probleem zijn maar zodra de bus in beweging komt slapen alle passagiers die niet van Europese afkomst zijn. We geven het heen en weer geschreeuw al snel op en genieten onafhankelijk van elkaar van de geboden vergezichten en landschappen. Mensen en hun dagelijkse bezigheden trekken aan ons voorbij.
UntitledUntitled
We rijden en rijden maar “Adam’s Peak” blijft aan de horizon. Dat geeft goed aan wat voor een enorme granieten puist, dat bedoel ik niet oneerbiedig, we eigenlijk hebben beklommen. Zodra “Adam’s Peak” aan de horizon is verdwenen wordt ik onverwacht door de schommelende bus in slaap gewiegd. Graham maakt me snel wakker! Het is van belang om wakker te blijven want voordat je het weet stapt een Srilankaan uit met jouw rugzak op zijn rug en een half uur later ben je alles kwijt.
Hatton treinstation
Hatton treinstation
Op het station van “Hatton” aangekomen, gelukkig zijn we toch nog vroeger dan gedacht, hebben we twee plotseling de luxe om te kiezen uit twee mogelijkheden om onze reis naar Kandy te vervolgen:
1. Òf we nemen de trein van elf uur tot aan “Gampola” en dan reizen we verder met de bus naar Kandy.
2. Òf we wachten op het station op de trein die om twee uur vertrekt en die rechtstreeks naar Kandy gaat.
Untitled
Het wordt natuurlijk de eerste optie! Het kopen van plaatsbewijzen is altijd een avontuur op zich. Prijzen verdubbelen zich zo maar ter plaatse zonder een duidelijke reden. Het enige dat we ook nu weer kunnen bedenken is gewoonweg dat we twee blanken met blond haar zijn. Een heel donkere man met een enorme zwarte snor onder zijn neus kijkt ons met grote witte ogen doordringend aan.
Zijn balpen krast over de ouderwetse kartonnen treinkaartjes, zoals ik me die ook nog uit Nederland kan herinneren, en zegt: ‘Twee keer negen en veertig rupiah!’
Wij kijken elkaar aan maar zijn niet verbaasd. Waarom zouden we überhaupt ruzie gaan staan maken om een paar eurocent? De gedachte die hier achter steekt kan ons ook al lang niet meer boeien! Is het de politiek van de staats spoorwegen of verdwijnen die paar rupiah in zijn eigen diepe zakken? Wij gaan in ieder geval met een gerust gevoel op weg naar “Gampola”.
Op weg naar GampolaOp weg naar GampolaOp weg naar Gampola
De treinreis is minder boeiend dan die van gisteren. Het enige noemenswaardige moment is dat de trein op een heuvel zijn tractie verliest door een te lage snelheid. Slippende wielen met een vuurwerk van vonken van staal op staal zijn het spectaculaire gevolg. Daarna kakken we samen weer in door de vermoeidheid van de klim van gisteren die ons nog steeds parten speelt. Onze medereizigers zijn ook niet erg spraakzaam. Iedere keer wanneer we wakker schieten, om beurten of samen tegelijk controleren we onze rugzakken. Het dievengilde slaapt nu eenmaal nooit! Buiten het station van Gampola hebben we al snel de bus naar Kandy gevonden. Door de snelle aansluiting blijven we goed op het door ons voorgenomen tijdschema.
Kandy lijkt op het eerste gezicht een vriendelijke stad. Tijdens de korte wandeling naar het hotel dat we in gedachten hebben zijn we positief verrast door de enorme drukte op straat. We hebben in tijden niet zoveel mensen bij elkaar gezien. Het lijkt wel een mierenhoop, een erg welkome mierenhoop. Er zijn ook bakkerijen en cafés, er is zelfs een “Pizza Hut”, we hoeven hier niet eens over te praten. Elkaar aankijken is genoeg om tot een eenzijdig besluit te komen. Vanavond geen rijst met een vaag vleesgerecht maar PIZZA!
Olde Empire HotelOlde Empire Hotel
We nemen kamers in het “Olde Empire Hotel” net naast de tempel van de heilige tand. Het oude hotel, dat in vervlogen tijden zelfs statig moet zijn geweest, loopt over van de geschiedenis en nostalgie. Alleen de aanblik van de gevel al zet bij een doorgewinterde rugzak artiest zijn nekharen recht overeind. Wanneer je in Kandy bent geweest moet je een keer in dit hotel hebben geslapen. Het “Olde Empire Hotel” is niet het meest luxueuze hotel in Kandy maar wat kan je verwachten voor 575 Roepies (€ 3,50) per nacht? We nemen afscheid en splitsten ons op. We hebben tijd voor onszelf nodig en gaan ieder onze eigen weg in de middag. Graham heeft ook wat persoonlijke zaken te regelen en dan kan je beter alleen zijn.
Zelf rust ik wat uit op de heerlijke veranda van het hotel en geniet van het uitzicht over het kunstmatige meer in het midden van Kandy. Mijn benen zijn erg dankbaar voor de rust die ze eindelijk krijgen. Benen omhoog en de thee met koekjes wordt geserveerd door een in smetteloos wit geklede ober, inclusief de tulband, die zo uit het sprookje “Duizend en een nacht” is gestapt. Na de thee en de koekjes heb ik ook nog wat tijd over en een rondje om het meer lijkt de ideale wandeling om deze mooie dag tot een nog mooier einde te brengen.
World War I memorial cross at George E. de Silva Park
Ook hier in Kandy zijn er veel sporen van de engelse overheersing. Vanzelfsprekend moesten onderdanen uit het gehele Britse keizerrijk vechten in de vele oorlogen die het keizerrijk voerde. Een monument voor de gevallen soldaten uit Kandy die in de grote oorlog, wij noemen die “de eerste wereldoorlog”, zijn gesneuveld is dan ook niet verbazingwekkend.
Bogambara PrisonQueen's Bath
Een stukje verder passeer ik de dikke muren van de “Bogambara Prison”, die natuurlijk ook door de Britten is gebouwd om de opstandigen onder de bevolking op te sluiten. De wandeling langs het kunstmatige meer blijkt niet zo mooi als ik me had voorgesteld. Het verkeer raast onafgebroken langs je heen. Met een flinke pas loop ik mijn benen weer los totdat ik aan de andere oever op een verkeersvrij pads terecht kom. Het badhuis van de koninginnen van Kandy is een pareltje. Ik heb geen idee welke bouwstijl dit is maar het gebouw is ondanks de kleine afmetingen toch indrukwekkend.
Verlost van het vuil
De gemeenschappelijke douche is van een standaard die veel Nederlanders zouden afwijzen maar voor mij wordt het de hoogste tijd om me weer eens te wassen. Daartegenover staat dat de dikke witte badhanddoek heerlijk fris ruikt. Het water is warm genoeg en na twee nachten zonder douche is het weer heerlijk ontspannen onder het gemalen water. Met een hoopje vuile kleding onder de arm en de badhanddoek om mijn middel loop ik heerlijk fris terug naar mijn kamer. Na het afdrogen is mijn handdoek zo zwart dat het lijkt of ik de afgelopen twee dagen in een kolenmijn heb gewerkt!
Zoals eerder vermeld, Pizza als avondeten. Twee verschillende pizza’s om nauwkeuriger te zijn die Graham en ik met plezier delen. Deze franchise van de Pizza Hut is waarschijnlijk nog niet zo lang open. We zijn de enige gasten in het restaurant gedeelte. Op zich is dat niet zo vreemd gezien de prijs van een pizza. God weet hoe lang de naar binnen starende mensen die het restaurant passeren moeten werken voor een broodplaat met tomatensaus en kaas.
In de keuken gaat het ook nog niet helemaal naar wens. Er staan drie bezorgers nerveus te wachten op de bestellingen die ze moeten gaan afleveren. Het volautomatisch bakken van een pizza blijkt toch moeilijker te zijn dan ze hebben gedacht. Na veel te lang wachten verschijnen eindelijk de pizza’s op tafel, vergezeld met ontelbare verontschuldigingen. De pizza’s zijn in ieder geval heerlijk na een week van het slechte Sri Lankaanse voedsel. Het lange wachten wordt rijkelijk beloond. Het eten is tot nu toe in Sri Lanka heel slecht en het zal waarschijnlijk alleen nog maar slechter en duurder worden in dit toeristen metropool.
Twee flessen bier in de “Pub Royale” in het “Queen’s Hotel” maken de avond kompleet en het duurde niet lang voordat ik weer op bed lag. Morgen gaan we een dagje cultuur doen.

maandag 25 februari 2008

Sri Lanka, Sri Pada (Adam’s Peak)

Dalhousie, 25/02/2008

Het was opnieuw vroeg opstaan en het zag er niet naar uit dat ik zou kunnen uitslapen in de komende dagen. Ik ben moe, erg moe. De combinatie van een paar dagen erg vroeg opstaan, slecht eten en vijf keer naar de wc in een half uur vannacht had zijn tol geëist. Tel daar bij op dat een medewerker van het hotel om half twaalf als een bezetene de papieren verpakking voor de lunchpakketten begon te stempelen en het hebt een heel slechte nachtrust.
Om half zeven liep de wekker dus af en das was het voor “Haputale”, rustig de rugzak inpakken en een ontbijt nuttigen en daarna op weg naar de laatste van de grote wandelingen “Sri Pada” oftewel “Adam’s Peak”. De trein zou om twaalf voor acht vertrekken vanaf het station dat op nog geen honderdvijftig meter van mijn hotel lag. Ik ben lui van natuur en verblijf nu eenmaal graag in hotels die dichtbij bus en treinstations liggen. Ook al betekend dat vaak dat het niet de beste of mooiste locatie is.
Het afrekenen in Sri Lanka was tot nu toe altijd een verrassing geweest. In mijn kleine notitieboekje had ik bijgehouden was ik had gegeten en gedronken in de laatste drie dagen. Een ruime berekening bracht me op 6000 Roepies totaal, ongeveer € 40,-. De neef van de eigenaar deed zijn best om alles uit te rekenen en presenteerde mij de nota die volgens hem 5945 Roepies bedroeg. Ik kon daar goed mee leven en overhandigde hem de 6000 die ik al had klaargelegd. Dit hoofdstuk was nu beëindigd en ik was klaar om te vertrekken en aan een nieuw hoofdstuk van Sri Lanka te beginnen.
Met de rugzak op mijn rug stapte ik de frisse ochtendlucht in. De zon was al aardig warm en het weer leek nog het meest op een mooie herfstdag in Nederland. Het kaartloket in het station was net open toen ik de entree van het kleine station betrad. Ik hoorde mijn naam in koor roepen en keek verbaasd door de deur naar het perron waar Mohammed en Graham zij aan zij stonden. De twee wisten niet van elkaar dat ze beiden bekenden van mij waren. Ik stel het zeer op prijs dat Mohammed zelf nog een keer afscheid kwam nemen en het was leuk om Graham weer te zien en iemand in de trein te hebben om een praatje mee te maken.
De treinreis naar “Hatton” wordt gezien als één van de mooiste in de wereld, zij het dat je eigenlijk in “Ella” zou moeten beginnen. Mijn oorspronkelijke idee was om deze treinreis per stoomtrein te doen, maar deze treinservice is geschorst bij gebrek aan toeristen hier op Sri Lanka. We hadden goede plaatsen en genoten van het uitzicht dat ik onmogelijk kan beschrijven. Nadat het allemaal een beetje teveel van hetzelfde begon te worden hadden we tijd voor een gesprek en te informeren wat onze verdere plannen waren.
Graham was bijna in zijn laatste week en had een beetje haast om nog wat in het noorden te zien. Zelf had ik voldoende tijd maar geen trek om een dag rond te hangen in een klein dorpje aan de voet van een bedevaartsoord. Na wikken en wegen vonden een gemeenschappelijke oplossing. We zouden proberen om “Sri Pada (Adam’s Peak)” vanmiddag te beklimmen. Het had voor ons geen nut om de zonsopkomst op weer een andere berg of uitkijkpunt te zien.
We hadden geluk! De bus stond met draaiende motor voor het station te wachten om ons naar “Dalhousie” te brengen, het begin van de bedevaart. Ondertussen had het noodlot ook toegeslagen! Bij het verlaten van de trein was ik onder de voet gelopen door een horde Srilankanen die geen enkel respect toonden voor de mensen die de trein wilden verlaten. Ze wrongen zich aan beide zijden langs me heen geen rekening houdend met mijn rugzak en ledematen. Mij schouder werd op brutale, en pijnlijke, wijze uit zijn fatsoen gerukt. Het was geen goed gevoel.
De busreis ging natuurlijk door heuvels met theestruiken en een stuwmeer was de welkome afwisseling in het theelandschap. De lucht was staalblauw en het weer zag er goed uit. “Dalhousie” werd sneller bereikt dan we dachten, met open monden en vol ongeloof zaten we in de bus op een plein in Dalhousie. Er was een kleine twee uur voorbij gegaan zonder dat we het ons eigenlijk hadden gerealiseerd. “Green House” was volgens de LP een goede plaats om te slapen en zijn ligging maakte het een perfecte plaats om de klim naar de 2243 meter hoge “Sri Pada (Adam’s Peak)” te beginnen. Alles liep perfect en in een poep en een scheet stonden we om één uur klaar om aan de klim te beginnen.

Het begin van het pad was kinderlijk eenvoudig en liep door een kleine braderie waar alle in de wereld geproduceerde goedkope rotzooi aan de man werd gebracht. De eerste tempel verscheen op het hoornvlies en het werd rustiger. Een gestage stroom van bedevaartgangers op weg naar beneden passeerde links en rechts van ons. Graham was superfit en ik vocht na dertig minuten al tegen de pijn in mijn lichaam en de vermoeidheid.
“Ga maar alleen verder”, vertelde ik Graham.
“Maar je komt toch wel naar de top?, vroeg hij.
“Ik zie wel hoe hoog ik kom, mijn hele lichaam doet pijn”, antwoordde ik met een zure glimlach op mijn mond en een onwetende gelaatsuitdrukking.
Graham verdween als een schim in de verte en ik bleef vechtend tegen de vermoeidheid alleen achter. Het zweet liep uit mijn lichaam en er was na de diarreeaanval van vannacht weinig energie achter gebleven. Een paar snoepjes gaven me de brandstof die ik nodig had om verder te klimmen. De totale hoogteverschil van de klim is ongeveer duizend meter over een pad van viereneenhalve kilometer lang. Niet gemakkelijk dus! Een fles zoete limonade gevolgd door een banaan gaven me meer suiker om de tocht naar boven te voltooien. Op één punt in de klim krijg je de top van de berg goed in zicht. Waar het bos overgaat in de rots was mijn nieuwe richtpunt.
“Als ik die rots haal, dan haal ik ook de top!”, plantte ik in mijn hoofd.
Moeizaam ging ik naar boven omgeven door mensen die soms wel anderhalf keer mijn leeftijd hadden. Op een moment werd ik zelfs ingehaald door een drager met een zak rijst van zeker veertig kilo op zijn hoofd. Het was fascinerend om te zien dat alles in de leeftijd tussen pasgeboren en zeer oud de weg naar de top volgde. Meer bananen en zoete frisdrank als brandstof. Mijn dijen begonnen nu echt pijn te doen en dat terwijl het pad een beetje gemakkelijker werd. En daar was ik dan, aan de voet van de kale rots.

Nu zou ik ook helemaal naar boven gaan! Mijn GPS vertelde dat ik nog ongeveer 350 meter moest klimmen. Ik zou het halen! In stappen van twintig meter hoogteverschil begon ik aan de treden van de betonnen trap. De treden waren erg ongelijk, soms tien centimeter en soms wel vijftig centimeter. Ik sleepte me naar boven en het werd steeds moeilijker. De twintig meters werden tien meters en die gingen weer over in tien treden per keer. Het zingen van de monniken kondigde aan dat ik nu dicht bij de top kwam, er was zelfs al een stukje van het gebouw te zien. Het werd steeds moeilijker en het stijgen tussen twee rustpunten steeds korter.
Na drie uur en een kwartier stond ik voldaan op de top van “Sri Pada (Adam’s Peak)”. Graham stond lachend in een hoek met een paar andere bedevaartgangers te praten terwijl ik me op een plaatsje in zon en uit de wind nestelde om op te drogen en mijn adem te hervinden. Ik had het wel gehaald! En dat ondanks ik zou ziek was geweest vannacht. Ongeveer een uurtje heb ik op de top doorgebracht met bidden en rondkijken wat er zo allemaal rond ons heen gebeurde. Ik kreeg de zegening van de priester in de vorm van een gouden stip op mijn voorhoofd en dacht wat na over de zin van het bestaan. Het is een magische plek dat “Sri Pada (Adam’s Peak)”.
Alleen ging ik omhoog en alleen begon ik aan de afdaling. Graham zou me later wel inhalen en ik twijfelde daar geen moment aan. Omlaag was niet veel eenvoudiger dan de tocht omhoog. De knieën moesten de schokken van de ongeveer 8500 treden opvangen en bij elke stap naar beneden voelde ik de pijn in mijn schouder. Het was even doorbijten. Grote groepen kwamen mij tegemoet om de nacht op de top door te brengen. Zij zouden in alle vroegte afdalen na de zonopkomst te hebben aanschouwd. Nadat Graham zich bij mij had aangesloten veranderde het afdalen. Ons gesprek leidde de aandacht wat af en het lopen werd gemakkelijker.
Om half acht melden we ons bij het “Green House” voor het avondeten en dat was het einde van de dag. Een heerlijke combinatie van rijst en verschillende kerriegerechten , en dat voor de pakketprijs van 1430 Roepies voor slapen, avondeten en ontbijt. Ik wilde nu slapen. Voldaan zocht ik mijn bed op en viel meteen als een blok in slaap, trots op wat vandaag had gedaan. Het actieve gedeelte zit er nu op, morgen naar “Kandy” waar we aan het religieuze gedeelte beginnen. Welterusten.
Copyright/Disclaimer