zondag 17 februari 2008

Sri Lanka, zondag is de rustdag

Colombo, 17/02/2008

Mijn laatste dag is aangebroken en vandaag maak ik er een rustdag van. Zondag is ook een rustdag in Colombo. Ik ben nog nooit in een stad in zuidoost Azië geweest die op zondag gesloten was. Colombo is dicht! Alleen in de westerse winkelcentra zijn er winkels open.
Een rustige wandeling langs de “Galle Face” waar nu tientallen verliefde stelletjes onder paraplus plannen zitten te maken voor de toekomst. Een frisse zeebries maakt het heel aangenaam. Ik plaats me ook op één van de weinige beschikbare bankjes en kijk rustig naar de aanrollende golven van de Indische Oceaan. Het leven is goed! Het duurt niet lang voordat een verveelde maar alerte soldaat een praatje met me komt maken. Een jongen van nog maar twintig jaar die midden in een serieuze oorlog zit. In de stad heb ik overal de affiches gezien van de “Tamil Tijgers” en de propaganda van de staat. Ik weet niet wie er nu het meeste recht heeft op zijn idealen maar dat het bloedvergieten zinloos is staat als een paal boven water.
Wat zou de wereld een mooie plaats zijn zonder die kleine groepen fanaten die ten koste van alles hun gelijk willen halen. Zo kom ik tijdens het dagdromen in het “Galle Face Hotel” terecht waar een oude bell boy mij snel een rondleiding geeft. De man werkt al zestig jaar in het hotel en heeft de groten der aarde zien komen en gaan. Het is inderdaad een schitterend hotel. Mocht ik hier ooit terugkeren dan slaap ik zeker in dit hotel. Het straalt een grootsheid uit die ik zelden heb gezien. Voor mij is het zelfs mooier dan het ultra dure hotel in Brunei waar ik een halfjaar geleden samen met Tettje was.
Langzaam slenterde ik door naar de meer drukke zijde van Colombo waar het nu ook enorm rustig was. Een korte stop bij de Délifrance voor een kopje koffie leerde mij weer iets nieuws over dit land. Het werd mij verteld door een kleine donkere geestelijke in zijn uniform, hij kwam zo uit zijn kerkdienst gestapt. De Engelsen hebben het altijd over de Pineapple, voor ons de Ananas. Dit woord is een verbastering van het woord dat de Srilankanen gebruiken voor de vrucht. Leuk om te horen, en ook dat hij de dominee was in de Protestantse kerk “Wolvendaal”. De kerk die is gesticht door de Protestantse Hollanders.
Het was nu tijd om weer richting het hotel te gaan. Ik wilde namelijk vroeg douchen en een biertje drinken in het “Galle Face Hotel” met de ondergaande zon als decor.
Na een snelle douche en een korte rust was ik weer bij het licht van de dag onderweg. Het was mooi om het hotel zo langzaam te zien opdoemen terwijl het daglicht langzaam afneemt. Natuurlijk zaten te honderden stelletjes nog steeds plannen voor de toekomst te maken maar de paraplus werden niet meer gebruikt om zich tegen de zon te beschermen maar om het één en ander te verbergen.
Ik zocht een plaatsje aan de bar en genoot van het tafereel dat zich voor mijn ogen afspeelde. Voor een moment dacht ik er nog aan om deel te nemen aan het Seafood buffet maar uiteindelijk koos ik er toch voor om weer wat in het CCC te eten. Helaas is het daar nooit meer van gekomen. Na mijn tweede biertje en het schouwspel van de pas getrouwde stelletjes die met de ondergaande zon als achtergrond werden gefotografeerd ging ik met de Tuk-tuk naar de CCC.
Het was de eerste avond zonder regen en de frisse bries van zee maakte het allemaal zeer aangenaam. Ik bestelde nog een biertje en plaatste me aan tafel bij een andere blanke die al anderhalf jaar in Sri Lanka werkt op de ambassade. Zo kwam ik nog wat interessante zaken te weten die me later misschien van pas kunnen komen. Van één biertje ging het naar een tweede biertje en zo schoot mijn avondeten er bij in. Er zat wel in mijn achterhoofd dat ik nog wat fruit en een kip/aardappelrol op mijn kamer had liggen. Ik zou niet omkomen van de honger!
Na de wedstrijd vond ik het wel genoeg en ging huiswaarts. Morgen zou ik me voor het eerst verplaatsen met de trein en alhoewel ik geen problemen verwachtte, iedereen spreekt namelijk goed Engels, speelde het toch een beetje door mijn hoofd.
Om half elf ging het licht uit en ik verwachtte dat de wekker me om zes uur zou wekken.

zaterdag 16 februari 2008

Sri Lanka, twee dagen zou genoeg zijn

Colombo, 16/02/2008

Om zes uur opstaan na vier grote flessen bier in mijn kraag? Dat geloven jullie zelf toch niet! Ik zette de wekker om zes uur uit en draaide mezelf op mijn andere oor. Om acht uur schrok ik opnieuw wakker maar wel op een meer natuurlijke manier.
Ik had nu door hoe de douche werkte en na een minuut of vijf doorspoelen van de warmwaterleiding had ik heerlijk warm water. Mijn trip met de trein naar Negombo was verschoven/afgezegd. Vandaag zou ik als vervanging van de treinreis een wandeling gaan maken naar een Boeddhistische tempel. De Lonely Planet noemde het niet een “moetjezien" maar als je tijd over had dan was het een bezienswaardigheid. Ruim zeven kilometer buiten de stad volgens de gids in een rustige buitenwijk.
Het was nu duidelijk drukker aan het ontbijt en er waren zelfs Russen aangekomen. Je kan ze niet missen met hun luid gepraat en borden met bergen voedsel die bijna onaangeraakt blijven. Ik hoop dat ze in de toekomst wat meer manieren leren.
Om half tien ging ik op weg en buiten aangekomen moest ik natuurlijk eerst een heel leger Tuk-Tuk chauffeurs te woord staan. Één voor één gingen ze terug naar hun voertuig. Een korte blik op de kaart leerde mij dat de kaart te klein was en dat ik op weg ging naar onbekend terrein. Ik zou het toch wel vinden ;). Ik was jullie nog vergeten te vertellen dat Colombo de stad van de “Kraaien” is. Er vliegen hier zoveel van die dingen rond dat “Edgar Ellen Poe” en “Alfred Hitchcock” zich hier niet op hun gemak hadden gevoeld. Hier ligt zoveel afval/voer in de straten dat het een paradijs is voor alles wat vliegt, loopt of rent. Er is zelfs een enorme vuilnisbelt met de bijbehorende geur in het midden van de noordelijke woonwijken!
De wandeling ging vanaf “Pettah” met zijn ontelbare winkeltjes en marktkramen naar de buitenwijken die bezaaid zijn met autobedrijven of bedrijfjes die maar wat te maken hebben met auto’s. Achterlichten, bumper, uitlaten en autobanden. Noem het maar op en ik heb er een winkeltje voor gezien. Autobanden zo glad als een aal liggen op hoge stapels te wachten op een nieuwe eigenaar die nog slechtere banden onder zijn voertuig heeft zitten.
Natuurlijk waren er onderweg meer dan een handvol controleposten, en daar ging het er serieus aan toe. De lokale bussen met soms wel meer dan vijftig mensen aan boord moesten allemaal stoppen en iedereen werd aan in inspectie onderworpen. De identiteitskaart, de bagage én de reden waarom je naar de stad ging. Zelf werd ik met een brede glimlach en een “Goodmorning Sir” begroet. Na ongeveer twee uur kwam ik aan bij de tempel en werd overvallen door een gevoel dat ik voor het laatst in Australië had ervaren. Hier werd iets verheven tot een bezienswaardigheid simpel om de reden omdat er niets anders te zien is! En nu begrijpen jullie ook de titel van dit verhaal. Ik heb vier dagen in Colombo gepland maar twee dagen zou meer dan genoeg zijn geweest. Omdat ik vanavond lekker voetbal ga kijken en een paar biertjes drink heb ik er geen probleem mee om nog een dagje langer te blijven. Maar mijn advies is toch dat als je naar Colombo komt zijn twee volle dagen voldoende!
De terugweg was veel van hetzelfde alleen aan de andere zijde van de weg. Ik had mijn kilometers gemaakt en de dag was gevuld. Lekker even ontspannen in de koelte van mijn kamer. Een paar verhalen geschreven en nagekeken. Het leven onderweg is mooi maar ik zou het wel graag met iemand delen!
Het eten was me gisteren goed bevallen in de “Cricket Club Café” dus was het een normale zaak dat ik hier weer zou eten. De weg erheen was een gevaarlijke! Ik zat nog geen tien seconden in de Tuk-tuk toen er een onweersbui losbrak. Hevige windstoten en grote regendruppels teisterden het kleine wagentje. Ik was al kletsnat toen één van de plastic zeilen naar beneden gingen. Het hielp niet veel en ondanks het tegenstribbelen van de chauffeur werd de tocht voortgezet. Totdat we op een weg kwamen die waarschijnlijk door een omgewaaide boom was geblokkeerd. Vanaf hier gingen we twee kilometer tegen het éénrichtingverkeer in naar het café. Grote autobussen met knipperende koplampen en luid blazende luchthoorns kwamen recht op ons af om op het laatste moment ons te ontwijken en een stoot opspattend regenwater over ons uit te gieten. Het was erg spannend en opwindend maar de chauffeur hoeft dit niet voor me te herhalen. Met een zucht van verlichting stapte ik uit het minuscule voertuig, blij dat ik het weer een keer had overleefd.
Ook in het “Cricket Club Café” was het nu veel drukker dan gisteren. Helaas zou de wedstrijd die ik graag had gezien pas om kwart voor elf beginnen. De zaak sluit om elf uur dus had het weinig nut om rond te blijven hangen. Na de overheerlijke “Kip Parmagan” en drie flessen bier was het einde van de dag daar. Een minder kleurrijke maar zeker zo leuke chauffeur scheurde me in een record tijd terug naar het hotel. Weer een mooie dag ten einde. Ik keek nog naar het nieuws en om half tien ging het licht uit. Nog één dag te gaan in Colombo en dan gaan we de wilde natuur in.

vrijdag 15 februari 2008

Sri Lanka: Een dagje in het belegerde Colombo

Victoria Memorial Building

Colombo (Grand Oriental Hotel Colombo), vrijdag 15 februari 2008

Vandaag is het mijn tweede volle dag in Colombo. De nieuwigheid is er al een beetje vanaf en vandaag ga ik andere dingen zien. Ik ga vandaag de cirkel rond mijn hotel weer wat groter maken en natuurlijk ben ik weer op pad om andere bezienswaardigheden te bezoeken.
Aan het ontbijt is het op deze ochtend heel erg rustig, ik was de enige gast in de enorme ontbijtzaal. Het meeste voedsel staat om half acht nog onaangeroerd op de lange buffettafels. Ik vind het jammer dat de witte bonen in tomatensaus zijn vervangen door champignons met Spaanse pepers. De rest is wel te pruimen en ik vulde mijn maag goed omdat ik niet wist wat er vanmiddag voor lunch voor me op tafel zou komen te staan.
Rond half negen stap ik de brandende zon in en loop weer de mij bekende weg richting het water en de “Galle Face”. Net als gisteren wordt ik weer aangesproken door van alles en iedereen met de mooiste verhalen en de beste aanbiedingen. Gewoon langzaam doorlopen, vriendelijk lachen, en er verder geen aandacht aan schenken aan de wanhopige mensen is de beste oplossing.
Oud kanon Zo kom ik snel op de “Galle Road”, de kustweg die een slagader van Colombo is. De weg loopt kilometers parallel aan de zee van het noordelijke naar het zuidelijke uiteinde van de stad. Hier gebeurd het dus en niet in het “Fort Colombo”. Mochten jullie ooit een hotel in Colombo zoeken dan kan ik het iconische “Galle Face Hotel” aanraden en kijk ook een beetje zuidelijker aan de “Galle road”.
In het kantoor van de “Srilankan Tourist Board” pik ik wat brochures op en teken het bezoekers logboek. Het doet me pijn om te lezen dat ik al de derde bezoeker deze week ben, en de smekende ogen van de meisjes achter hun bureau spreken boekdelen. Het lijkt er echt op dat de meeste toeristen Sri Lanka links laten liggen wegens de problemen met de “Tamil Tijgers”. Behalve de duidelijke aanwezigheid van het leger en politie in de straten van Colombo kan ik niet zeggen dat er iets dreigend in de lucht hangt.
Leyland Stadsbus in Colombo Een parel van de oude Britse auto-industrie, een “Ashok Leyland” bus staat met een rochelende dieselmotor te wachten op passagiers. Of is het een benzinemotor met zeer slechte krukas lagers? De oude dame van buslijn 140 staat in ieder geval te koop. Oog in oog met een “Délifrance”, een luxe broodjes restaurant, en een brandnieuwe “McDonalds” heb ik niet verwacht in deze tweede wereldstad. Maar toch zijn er meer horecagelegenheden die voor de weinige toeristen zijn opgezet. Alles met het oog op de fantastische toekomst?
Cricket afstanden

Ik heb op deze tweede dag in Colombo al een bezichtiging gedaan van het door de reizigers alom geroemde “The Cricket Club Café”. Het ziet er van binnen en buiten gezellig uit en ook op de menukaart staan er enkele gerechten die ik wel wil proberen. Het korte bezoek aan de “Colombo Cricket Club” laat mij besluiten om hier vanavond een biertje te gaan drinken en een hapje te eten.
Buddha in het Viharamahadevi ParkColombo Town Hall Het “Viharamahadevi Park” is mijn volgende doel voor vandaag. Ik bevindt me in een vreemde omgeving. Er is een opstand, of een burgeroorlog, gaande op het tropische eiland Sri Lanka. De straten van de hoofdstad Colombo zijn voor mijn gevoel spookachtig leeg. Er zijn opvallend weinig mensen op straat. Aan de rand van het park loop ik tegen het eerste, nou ja tweede, probleem van vandaag aan. Ook buiten het financiële centrum blijken hele straten, en wijken waar overheidsgebouwen zijn, afgezet voor het verkeer en/of publiek. Gewoon omlopen is de enige oplossing. Totdat ik tegen meer en meer barricades oploop en gewoon door de militairen word aangeraden om nog maar een stukje verder om te lopen.
Ik heb hier al snel genoeg van! Het wordt nog erger wanneer ik, na het nemen van een foto van het stadhuis van Colombo, word gemaand mijn camera weg te doen en geen foto’s meer te maken van belangrijke overheidsgebouwen gebouwen!
Maar daar ben ik toch voor op reis? De grote besnorde soldaat met het automatische geweer, dat ongetwijfeld doorgeladen is, wint! Ik voel zijn overmacht in deze situatie. Alsof een blanke Europese toerist informatie zou doorspelen naar de “Tamil terroristen”? In gedachten verzonken slenter ik weer richting het noorden naar de container haven van Colombo.
Het idee dat ik nóg twee hele dagen in Colombo moet doorbrengen kruipt in mijn hoofd en drijft me een beetje tot wanhoop. Wat moet ik in hemelsnaam nog twee dagen in Colombo doen? Ik heb mijn hotel al betaald en er is honderd procent zeker geen teruggave beleid. De onzekerheid moet ik uit mijn hoofd zien te verdrijven!
Het volgende doel voor vandaag is de “St. Lucias Cathedral”, een enorme katholieke kerk in het noorden van de stad. De Lonely PLanet heeft een lijstje met bezienswaardigheden in Colombo waar ik al snel doorheen ga. Nog voordat ik bij de kathedraal arriveer moet er natuurlijk iets worden gegeten. Het is al bijna twaalf uur en ik lust wel een klein hapje. Ik heb ondertussen ontdekt dat er een astronomisch aantal kleine bakkerijtjes in Colombo zijn waar je broodjes met een mysterieus beleg, of met iets er iets in gebakken, kan kopen. Bij zo’n klein bakkerijtje voor de vitrine maak ik een eerste keuze. Ik begin voorzichtig met een worstenbroodje, een witbrood puntje met een knakworst er in, en een koude cola om het broodje weg te spoelen. Het smaakt me goed en voor de 550 Sri Lankaanse Roepie (€ 0,77) koop ik, tot een groot genoegen van de eigenaar, nog een tweede set. Vandaag heb ik in iedere geval iets geleerd en ik hoef vanaf dit moment geen honger te lijden.
Victoria Memorial BuildingAutosloperij buurtMotoronderdelenOude en nieuwe gebouwen Ik ben nu in een buurt beland waar bijna nooit toeristen komen! De weinige mensen die ik tegenkom kijken me vreemd aan met een mengeling van ongeloof, angst, en afgunst op hun gezicht. Dit lijkt het echte Sri Lanka van de werkende onderklasse. Het rood-gele “Victoria Memorial Building” springt er echt tussenuit! Het zijn hoofdzakelijk overheidsgebouwen en monumenten die goed zijn onderhouden in Colombo.
Zoals in alle ontwikkelingslanden die ik heb bezocht zijn gebruikte onderdelen van auto’s, vrachtauto’s en hun motoren goud geld waard! Voor een fractie van de prijs van een nieuw onderdeel koop je gewoon een sloop onderdeel langs de straat. Het blijft spookachtig rustig om me heen.
Victoria Memorial Building
“Vrede begint met een glimlach”, (Moeder Theresa)

Op een muur langs de weg staat een citaat van “Moeder Theresa” geverfd. Voor enkele momenten staar ik naar de letters in het Engels en de twee andere mij onbekende schriften.
Er zijn meer dan zes verschillende schriften, en nog meer officiële talen, op en rond het Indiase sub-continent! Het is een waarheid als een (heilige) koe, er woeden veel teveel onnodige oorlogen op onze aardbol. Vaak gevoed door een religie waarvan er een met kop en schouders bovenuit steekt. Deze religie laat de oneindige en eeuwige lust van Rome om de hele aarde tot het Katholieke Christendom te bekeren verbleken. Ongewapende vredelievende missionarissen in Afrika en Azië staan niet in verhouding tot de tot de tanden bewapende bebaarde mannen, de moderne “Barbaren”, om iedereen die hun religie niet omarmt een kopje kleiner te maken.
St Lucia Cathedral De “St Lucia Cathedral” is nog niet zolang geleden voorzien van een nieuwe laag verf en de lichtgrijze koepel is al van verre te zien. De kathedraal kon op haar hoogtijdagen wel 5000 gelovigen in zich opnemen! Bij gebrek aan een gids of koster probeerde ik zelf maar een deur te openen en tot mijn verrassing lukte dit nog ook.
Jezus aan het kruis - St Lucia CathedralSt Lucia Cathedral Daar sta ik dan alleen binnen in die enorme kathedraal oog in oog met Jezus aan het kruis die vanuit de hoogte op me neerkijkt. De stilte en de omgeving is indrukwekkend, het is ook een beetje intimiderend. Ik weet dat het wetenschappelijk niet mogelijk is maar ik voel de ogen van het houten beeld aan het kruis mijn bewegingen volgen en ik voel de ogen in mijn rug prikken.
De binnenkant van de kathedraal is ook van een verse laag verf voorzien, helaas hebben de schilders de vloer niet afgedekt voordat ze aan het enorme karwij zijn begonnen. De verfspatten zitten dan ook overal, zelfs op het ongetwijfeld antieke houten meubilair. Behalve de gewoonlijke beelden in een katholieke tempel, Jezus aan het kruis en Maria met het kindje Jezus, valt het meteen op dat de kathedraal van binnen erg sober is aangekleed. Geen eeuwenoude grafzerken op de vloer van hooggeplaatste Europese bestuurders en handelaren maar slechts drie gebrandschilderde ramen achter het altaar.
St.Benedict's college brothers' hostelSt.Benedict's college brothers' hostel Wat nog mooier is zijn de twee aanliggende gebouwen van de kathedraal. Twee Christelijke scholen die zo in het zuiden van Europa konden staan. Tel daar de schattige meisjes in blauwe jurkjes en de jongens in hagelwitte broeken bij op en je krijgt de som van de overwinning van de missionarissen.
Ondertussen is de lucht al flink dichtgetrokken en mijn GPS geeft aan dat ik drie kilometer van mijn hotel verwijderd ben. Het wordt dus de hoogste tijd om richting mijn hotel te gaan voordat de regen gaat neerdalen. Ik kom gelukkig droog aan en koop in de lobby van mijn hotel van die heerlijke aardappel/kip broodjes. Vanuit mijn hotelraam zie ik even later de eerste dikke druppels vanuit de donkergrijze hemel neerdalen. De teller staat net over de twintig kilometer wandelen voor vandaag dus een beetje rust is wel verdiend.
Biefstuk met patat en sla in het The Cricket Club Café Vanavond ga ik een lekkere biefstuk eten bij de CCC, een paar koude flessen “Lion Lager” erbij maakte de avondmaaltijd tot een feest. Deze mooie avond heeft nog een laatste verrassing voor mij in petto.
Mijn Tuk-Tuk chauffeur heeft het op te terugweg naar mijn hotel alleen maar over: ‘Lovely Jubbly’.
Een opmerking uit mijn favoriete tv-serie “Only Fools and Horses”. Hij rijd me met een te hoge snelheid naar mijn hotel waar hij uitgebreid afscheid van mij neemt en in tegelijkertijd zijn taxi diensten voor de rest van mijn verblijf aanbied.
‘Waar heb je dat “Lovely Jubbly” toch vandaan?’, vraag ik hem.
Lovely Jubbly tuk-tuk in Colombo Hij neemt mij mee naar de achterkant van zijn Tuk-Tuk waar ik bijna in mijn broek pis van het lachen bij het zien van de opschriften.
Er staat in grote letters: “Lovely Jubbly”, “Del Boy” en “Rodney you Plonker”.
Veel inwoners in Sri Lanka zien de vertrokken kolonialisten niet als slecht! Na het vertrek is het voor veel mensen aan de onderkant van de samenleving alleen maar slechter geworden. Hun landgenoten snakken nu naar macht en geld. Conflicten tussen familie’s en kleine groepjes belanghebbenden leiden tot een verborgen oorlog.
Om tien uur gaat het licht uit en ik controleer de wekker of die wel op op zes uur staat. Morgen met de trein naar Negombo!
Copyright/Disclaimer