maandag 21 januari 2008

Maleisië, weerzien met Penang

Penang, 19/01/2008

Een groter contrast met het weer van gisteren had er niet kunnen bestaan. Gisteren duifgrijs met regen en vandaag stralend blauw en geen wolkje aan de lucht, zelfs niet tegen de bergen. Vandaag was het weer een transportdag en de bestemming was “Penang”, een kleine honderd kilometer naar het noorden.
Het belangrijkste van een transportdag is het ontbijt. Je weet tenslotte nooit wanneer je weer de kans hebt om te eten en/of hoe lang de reis zal gaan duren. Ik kocht een krantje en tot mijn schrik kwam ik tot de ontdekking dat mijn vaste ontbijtadres (McDonalds) pas om tien uur open zou gaan vandaag. Gelukkig had ik nog een snee of zes bruin brood en een blik tonijn op de kamer. Deze twee samen konden gemakkelijk als ontbijt fungeren en ik hoefde ze dan ook niet meer mee te slepen in mijn rugzak. De koffie werd wel gemist terwijl ik op de rand van mijn bed de krant zat te lezen en de boterhammen met tonijn naar binnen werkte. Het was net voldoende om de maag te vullen en na de sleutel te hebben ingeleverd en afscheid te hebben genomen liep ik naar het kleine lokale busstation.
Bus nummer acht ging elke twintig minuten en ik had wel een beetje pech want ik kon de dikke zwarte dieselrook van de net vertrokken bus nog in het busstation zien hangen. Gelukkig heb ik geen haast en ik zocht een plaatsje tussen twee dikke zwarte Indiase vrouwen gehuld ik kleurige sari’s en een gouden ring door de neus. Het drong nu pas tot mij door dat ik in de afgelopen vier dagen in Ipoh en Taiping maar twee toeristen was tegengekomen. Én die twee sliepen ook in het “Peking Hotel”, wel vreemd als je weet dat het twee heel aangename plaatsen zijn om een dagje of twee te vertoeven. De twee vrouwen keken mij dan ook erg vreemd aan alsof ik van een andere planeet kwam. Ze waren hier geen toeristen gewend.
Bus nummer acht verscheen en ik zocht een plaatsje halverwege in de bus zodat ik in ieder geval wat rijwind zou hebben tijdens de korte rit naar “Kemunting”. Het was zo verschrikkelijk heet in die bus dat ik na een paar minuten alweer op het perron stond. Pas toen de kaartverkoper was ingestapt en de dikke chauffeur aanstalte maakte om weg te rijden sprong ik in de bus en zocht mijn plaatsje weer op. 85 sen alstublieft? Geen probleem, de kosten liggen hier niet zo hoog. Tien minuten later stond ik in het intercity busstation van “Kamunting”. Met kosten als € 1,40 voor een buskaartje kan je er soms best twee kopen voor jezelf. Ik hou er meestal niet van om naast een vreemde te zitten omdat ik altijd mijn rugzak mee de bus inneem. Dit natuurlijk in verband met de hoeveelheid kostbare elektronica.
Met mijn rugzak in de stoel naast me gingen we om elf uur op pad. Ik had op mijn GPS al het busstation van “Butterworth” ingesteld want dat was waar we naar toe gingen. Er was wel een bus rechtstreeks naar “Penang” maar die ging pas om half acht ’s avonds, dus moest ik overstappen in “Butterworth”. Het was niet anders, ik moest maar de weg zien te vinden naar een bus die mijn naar de “KOMTAR Tower” in “Penang” zou brengen. Naarmate we dichterbij dit noordelijk gelegen busstation kwamen werd mij meer duidelijk waar we terecht kwamen. Het busstation lag namelijk naast de veerboot terminal Butterworth-Penang! Dat was nog eens slim gepland, het zal wel per ongelijk zijn gegaan!
Eenmaal van de veerboot stond ik op mijn geliefde “Penang”, “Georgetown om precies te zijn. Ook hier zou ik in de toekomst, wanneer ik voorgoed Nederland verlaat, kunnen wonen. Een kilometertje sjokken om te zien of er in het “Continetal Hotel” nog goede aanbiedingen waren. Nog voordat ik daar was gearriveerd liep ik eerst de Starbucks binnen. Lekker een bakkie koffie en eerst even uitrusten. Aan de tafel naast mij nam een ouder stel plaats en het duurde niet lang of we raakten aan de praat. Het echtpaar kwam uit Luxemburg en zo moest ik snel omschakelen naar het Duits. Het ging niet geheel naadloos maar het was meer een goede ritssluiting. Het stel was voor zeven weken met de rugzak op pad, een hele prestatie in mijn ogen. Ik ken veel jongere mensen die het niet aandurven en liever georganiseerd op reis gaan. Mij niet gezien!
De kamers in het “Continental” waren te duur naar mijn zin en zo moest ik nu voor het eerst op zoektocht naar een slaapplaats in een toeristenstad. Bij het eerste guesthouse kreeg ik een, “Sorry, we zijn vol maar probeer het daar maar eens?” Dat deed ik dus en daar was het, “Sorry, we zijn vol maar probeer het daar maar eens?” Ik kreeg nu twijfels en dacht na over het aanbod dat ik in het “Continental Hotel” had gekregen. Ik wilde er nog twee proberen en dan zou ik terug gaan. Gelukkig was het bij de volgende wel raak. Het “Oasiss Hotel” is zo nieuw dat het zand en cement van de verbouwing nog op de uitrit lagen en in mijn kamer de lucht van Bison Kit lijm hing. Mijn matras had de krimpfolie nog aan en de prijs scheen door het nieuwe laken heen. 799 RM!
Samen met de zoon van de eigenaar verwijderde ik het plastic en spande het hoeslaken om het matras. RM 25 per nacht is een koopje, alhoewel ik wel met de oordoppen in zal moeten slapen. Nadat ik een uurtje had gerelaxte ging ik op pad om te eten.
Van mijn avondeten zou ik gaan genieten, het “Yong Pin” restaurant was de lokatie. Met de herinneringen nog vers in het geheugen van de vorige keer keek ik er al naar uit om hier “Dim Sum” oftewel “Dumplings” te gaan eten. Ik was erg vroeg en er was pas één tafel bezet in het restaurant. De serveerster, een jong meisje dat steeds verlegen glimlachend naar mij keek, zette een bakje met heet water voor mij neer. De in het bakje liggende kopjes, lepel en eetstokjes werden zo symbolisch gereinigd. Een klein potje thee maakte alles compleet. Ik was echt heel erg vroeg, het duurde zeker dertig minuten voordat de kok voor de eerste keer met de schaal “Dumplings” voorbij kwam. Rustig aan beginnen Jielus! Er werd begonnen met visballen en inktvishapjes. Heerlijk eerst in de lichte sojasaus dopen en dan naar binnen werken. Twee kleine loempia’s waren de volgende slachtoffers. Nu waren de garnalen met waterkastanjes aan de beurt en ondertussen werd mijn theepot ook nog een keer gevuld. Ik zat nu bijna aan mijn taks en moest een belangrijke keuze maken. Ik kon nog maar twee schaaltjes bestellen. De keuze viel na een lang beraad op garnalen in een andere vorm en varkensvlees met selderij. Ik was nu vol en slurpte nog een paar kopjes thee naar binnen. De vrouw achter de kassa zag me met mijn geld zwaaien en kwam onmiddellijk om de rekening op te maken. De schaaltjes werden geteld en voor het mooie ronde bedrag van RM 15 had ik als een koning gegeten.
Het was zaterdag vandaag en ik had al een week niet gedronken. Een paar biertjes konden vanavond geen kwaad tenslotte. Uit de Lonely Planet had ik twee barretjes genoteerd in mijn notitieboekje en die zou ik met een bezoek gaan vereren. De eerste was de “Pittstreet Corner Bar”. Met zwaaideuren zoals in een oude western leek het op een ruige kroeg. Binnen trof ik alleen maar donkere Hindoestanen aan die ijverig kleine flessen slechte Schotse whisky zaten leeg te drinken. Ik nam plaats aan de bar en bestelde een biertje. RM 6 is goedkoper dan ik in Thailand gewend ben. De man naast mijn zat een schoteltje Indiase snacks met beide handen naar binnen te werken, toen hij opkeek zag ik een heel krat Tiger bier in zijn ogen. India betekend natuurlijk Bollywood op de TV. Dansende en schietende stoere mannen afgewisseld met beeldschone vrouwen in de meest kleurrijke kostuums. Toen de dronken man tegen me begon te praten werd het tijd om weg gaan. Ik nam een laatste slok en maakte aanstalten om op te staan toen een andere klant mij aansprak en begon te informeren over mijn hoe en wat. Hij manuvreerde zich behendig tussen de dronken man en mij, ik kon hem nog wel steeds horen achter de grote kok van het Sangri-La hotel in Batu Feringi. We dronken nog een biertje en spraken wat over eten en koetjes en kalfjes. De man was helaas heel slecht te verstaan door de twee rammelende kunstgebitten die hij droeg. Een paar keer stak ik mijn handen uit omdat ik bang was dat ze uit zijn mond zouden vliegen. Na een laatste biertje nam ik afscheid en ging op pad naar het “Betelnut Café”.
Dit was het toppunt. Helemaal iemand binnen. Op weg naar de “Pittstreet Corner Bar” had ik voldoende andere plaatsen gezien waar ik misschien wel een biertje zou kunnen drinken. Helaas waren ze allemaal leeg of er zat een stelletje voorzichtig verliefd te wezen. Zo kwam ik bij de “Coco Island Traveller’s Corner” terecht. Een live band speelde goede rockmuziek uit de jaren zeventig en op een grootbeeld TV in de hoek werd de wedstrijd Fulham-Arsenal getoond. Mooie locatie met de rug tegen de bar en een koude Tiger in de hand. Hoe laat ik op de kamer was weet ik niet maar het was wel de plaats om met oordoppen te slapen. Morgen gaan we wandelen!

zondag 20 januari 2008

Maleisië, zit het weer niet mee?

Taiping, 18/01/2008

Na een redelijke nachtrust in een pikdonkere kamer stond ik een uurtje later op dan gepland. Buiten op de parkeerplaats lagen grote plassen regenwater, de overblijfselen van de machtige tropische regenbuien die de afgelopen nacht waren gevallen. De lucht was nog donkerder dan gisteren en stond niet alleen op regen maar schreeuwde regen. “Taiping” is niet al te groot maar als je wordt overvallen door een tropische regenbui heb je maar weinig tijd om een schuilplaats te vinden. We zullen wel zien wat het brengt vandaag.
Na het gebruikelijke ontbijt met een krant slenterde ik het dorp in om eens te onderzoeken wat er hier allemaal te zien was. Ik had een route uitgestippeld die langs alle bezienswaardigheden, zoals beschreven in de gratis toeristenkrant voor “Perak”, van Taiping zou gaan. Met de klok mee welteverstaan en beginnend bij weer een klokkentoren. Die vreemde Engelsen toch met al die klokkentorens over de wereld. Op zich was het niet al te bijzonder maar wat mijn aandacht meer trok was een echt oude vuurrode Engelse gietijzeren telefooncel. Schitterend in het Knalrood in originele staat. Een klein bordje net boven de grond vermeldde dat de telefooncel was vervaardigd door de “Carron Company” uit Stirlingshire. Helaas is de klokkentoren, vroeger een onderdeel van de brandweerkazerne, nu omgeven door lelijke Chinese hoogbouw.
Vanhier ging het richting een paar shophouses van de kapitein” Chung Keng Kooi”, misschien was de persoon belangrijk voor Taiping geweest maar van zijn shophouses gaan er dertien in een dozijn. Na de Taiping regeringsgebouwen, die gewoon zijn overgenomen van de Engelsen na de verklaring van de onafhankelijkheid in 1957, liep ik tegen een oud kerkje aan dat rustig verscholen lag tussen de kokospalmen en bananenbomen.
Dit was een plaats van aanbidding voor de leden van het Anglicaanse kerkgenootschap in Taiping. Het is tevens een sprekend voorbeeld hoe de hogere (moslim) ambtenaren misbruik maken van hun macht. Deze kerk wordt in het geheel niet vermeld in de toeristen brochures, waarom? Heel eenvoudig, het is geen moskee! Wel jammer, want deze kerk is gebouwd in 1886 en was de eerste Anglicaanse kerk in Maleisië. Binnen straalt het de rust uit die je van een kerk verwacht, met de namen van de verdwenen notabelen gegraveerd in messing plaatjes op de banken geschroefd. Grote messing platen aan de zijkant op de houten wanden vertellend over het leven en de dood van de grote onderzoekers, pioniers en soldaten die hier ver van huis het leven voor het eeuwige hadden gewisseld. Buiten op het kerkhof waren de grafstenen ook als een geschiedenisboek te lezen. Kinderen van vier maanden die aan tropische ziekten waren gestorven. Jonge politiemannen die waren vermoord tijdens de bloedige “Larut Oorlogen”. En hele oude mannen en vrouwen die nooit naar Europa waren teruggekeerd omdat het leven hier zo rustig en aangenaam was in den verre. Één van die stenen vertelde over een scheepsramp met de “S.S. Vyner Brooke” in de “Banka Straights” op 14 februari 1942 en over zijn vrouw die was gestorven op 22 april 1945 in een Jappenkamp op Sumatra. Een vriendelijke vrouw vertelde mij nog het één en ander waarna ik een briefje van RM 10 schonk om het geheel in ere en goede staat te houden.
Vanuit hier vervolgde ik mijn weg en kwam zo langs de gevangenis, die nog steeds in gebruik is na 129 jaar. Jammer dat ik alleen maar de aangepaste buitenkant kon zien en niet daar binnen een kijkje mocht nemen, ik stel me zo voor dat alleen het zien van de faciliteiten al een afschrikkend effect heeft op misdadigers in de dop. Recht tegenover de gevangenis is het “Perak Museum”, was het museum in Ipoh er één van een teleurstelling van de buitengewone categorie deze kon met zekerheid wedijveren om de titel “Slechtste Museum van Perak”. Het zou zeker een close finish worden tussen die twee als de stemmen eenmaal waren geteld. Om kwart voor twaalf stapte ik naar binnen nadat de bewaking mij had medegedeeld dat wegens de vrijdagsgebeden het museum van kwart over twaalf tot kwart over drie gesloten zou zijn. Zolang had ik niet nodig gehad, voor twaalf uur was ik alweer op weg naar de volgende attractie. “Old English Radio” had het bordje voor de “Telefunken” radio vermeld! Ik moest er in mijzelf om lachen.
We waren nu bijna aan het einde van de lijst en één de laatste bezienswaardigheden was de “Oorlogsbegraafplaats”. Pas op het laatste moment had ik deze toegevoegd aan mijn rondje, ik had hem niet eerder gezien op de kaart. Zoals ik al eens eerder in mijn verhalen heb vermeld vind ik de geschiedenis van de tweede wereldoorlog in Azië bijzonder interessant. Vooral het feit dat wij als Nederland doormiddel van Nederlands Indië in deze oorlog betrokken zijn geweest. Van school herinner ik mij dat alleen maar de oorlog in Europa is onderwezen met uitzondering van de twee atoombommen op Japan. Het bijzondere van deze begraafplaats is dat hij in tweeën wordt gesplitst door een weg. Aan de ene kant liggen de Christenen met een groot granieten kruis aan het einde van de begraafplaats en aan de andere kant liggen de Hindoes en de Moslims met een betonnen blok “Opdat wij niet vergeten”. Vreemd vanuit het broeders in de wapenen en zijde aan zijde gevochten en gesneuveld. Is dit weer de duidelijke invloed van de hogere (moslim) ambtenaren?
Ik weet het, maar het valt je wel meteen op. Het zweet gutste nu uit mijn lichaam en het werd tijd om uit de hete middagzon te gaan. Even wat te eten en dan wat rusten in de koelte van de airconditioning. Weer kon ik de gebakken noedels niet weerstaan en samen met een 100+ vormden ze een heerlijke lunch.
Na de lunch was er nog een kleine omweg en dan zat de bezichtiging van Taiping er op. Eerst werd het lokale busstation bezocht om te kijken wat de mogelijkheden waren om in Penang te komen. Dat was al snel duidelijk, drie bussen per uur voor 85 sen rechtstreeks naar het “Kemunting Busutation” vanwaar de bussen naar alle uithoeken van Maleisië vertrekken. Ik had het beste voor het laatst bewaard. De oude Indiase moskee die in 1897 is gebouwd en later door de Maleisiërs is ingepikt. Het is moeilijk te geloven dat de “Oude Kota Moskee” op de lijst staat met bezienswaardigheden. Een blik van enkele seconden was voldoende en ik wil niet eens plaats op mijn harde schijf gebruiken om een foto van dit onding op te slaan. Wat wel heel fijn was, ik vond een Indiaas restaurant waar ik vanavond zou gaan kunnen eten. Ik kijk er nu al naar uit.
Na de tocht legde ik mijn hoofd voor een uurtje op het kussen en dacht na over wat ik zou gaan schrijven over vandaag. Gemiddeld gebruik ik zo’n twee uurtjes per dag aan mijn verhalen, inclusief publiceren en de foto’s verwerken. Het is wel heel leuk en relaxend om te doen. Vroeger ging ik gewoon uit verveling bier zitten drinken. Morgen dus op weg naar Penang, het einde komt nu snel dichterbij en ik kan eerlijk zeggen dat ik weer heerlijk ben opgeknapt en uitkijk naar mijn volgende bestemming.

vrijdag 18 januari 2008

Maleisië, een dag met een verrassing of twee

Taiping, 17/01/2008

Buiten was de lucht muisgrijs en zelfs om acht uur leek het nog donker buiten. De lucht stond op regen. Ik had tijd genoeg dus ik deed het rustig aan. De spullen die ik niet meer nodig had pakte ik alvast in mijn rugzak, slikte mijn medicijnen voor de dag en ging op pad voor mijn ontbijt.Het was heerlijk om met een krantje en een bakkie koffie rustig aan te doen in een geairconditioneerd restaurant.
Vroeger dan ik had verwacht was ik weer terug op mijn kamer en stuurde mijn verhaal van de dag naar mijn weblog. Dat was dat, dan hebben jullie ook weer wat te lezen! Nadat ik de meisjes achter de receptie had bedankt en het overgebleven bedrag had terug ontvangen ging ik op weg naar “de Taj Mahal” oftewel het treinstation. Het kaartje voor de anderhalf uur durende treinreis kostte RM 8, nog geen twee Euro. Terwijl ik op de trein wachtte las ik wat in de Lonely Planet en kwam zo in aanraking met “Kuala Kangsar”, een oude hoofdstad van het sultanaat Perak. Ik speelde nog een moment of twee met het idee om hier voor één nachtje te stoppen of een dagtocht vanuit Taiping te maken. Maar het werd gewoon, “Nee”. Ik hou zo hier nog wat over zodat ik de volgende keer nog wat te zien heb in deze hoek van Maleisië.
Mijn trein had twintig minuten vertraging. Dat is heel normaal in deze streken. Wat wel vreemd en verontrustend was dat de minutenteller van de vertraging meeliep met de klok. 39 minuten, 41 minuten, 43 minuten en ik moest naar het toilet. Net voordat ik het toilet aan het andere uiteinde van het perron binnenstapte klonk er in het Maleis en Engels uit de luidspeakers dat de trein elk moment het station kon binnenrijden. Ik durfde de gok niet te wagen en dat werd dus anderhalf uur langer ophouden!
De treinreis was een aangename verrassing. Vooral het stuk Jungle tussen Kuala Kangsar en Taiping was erg mooi. Zeker zo mooi als de beroemde “Jungletrain” tussen “Jerantut” en “Kota Bharu” maar niet zo lang en niet zo vroeg. Deze rit was misschien nog wel beter, hij was dan wel niet zo lang maar er werden wel bergen aan het uitzicht toegevoegd.
“Taiping” zag er op het eerste gezicht uit als een slaperig provinciestadje. Later zou ik wel op onderzoek uitgaan maar eerst ging ik op zoek naar een hotel. Ik had twee hotels op het oog en bij de eerste was het meteen raak. Het “Peking Hotel” is gevestigd in een oud huis. Een mooi oud huis met achter een aanbouw waar zich nog meer kamers bevinden. Voor RM 40 per nacht zou het wel twee nachten voldoen aan mijn eisen. Al bij het inschrijven werd mij amandelbrood en Chinese thee aangeboden. Gastvrijheid op zijn best.
Om de trek te stillen ging ik nu eerst naar de supermarkt, brood met tonijn en boterhamworst uit blik was mijn late lunch. Daar had ik nu echt zin in gehad! Vanavond wordt het toch weer rijst. Nog voordat ik mij had geïnstalleerd in mijn kamer kwam de regen met bakken uit de hemel. Het satellietkanaal op de TV stopte en er bleef weinig over dan even te rusten en een stukje te schrijven over vandaag.
De fris geurende lucht na de regenbui deed mij goed. Er was nog voldoende tijd over voor een avondwandeling gevolgd door een bord rijst met bijbehoren. De route voor de wandeling was vanzelfsprekend rond het park. Het park is een verlaten tinmijn die al in 1880 was omgevormd tot de “Taiping Lake Garden”, en het is een leuke plaats. Met een dierentuin en troepen apen die er vrij in rondlopen.
De zon zakte langzaam aan de horizon en kleurde de hemel van licht oranje tot diep paars. “Avondzon geeft regen in de ton”, zei mijn grootmoeder altijd als ze zo’n lucht zag. Laten we het maar niet hopen. Wat opvallend is in deze plaats is de grote hoeveelheid eettentjes. Al dan niet overdekt en met merendeels Chinese verkopers. De “Hokkien Mee” zag er appetijtelijk uit, dan toch maar weer noedels. Heerlijk met een grote kop thee. Om half negen stapte ik mijn hotel weer binnen. Morgen gaan we dus op ontdekkingstocht in “Taiping”.

Copyright/Disclaimer