dinsdag 23 oktober 2007

Maleisië, aankomst in Melaka

Melaka, 23/10/2007

Om dus precies half negen sprong ik fit uit mijn bed. Het was een reisdag vandaag! En dan moet je vroeg op! Ik voelde me stukken beter en het achterwege laten van bier drinken had hier op zeker een positieve invloed. Na de gebruikelijk douche was de eerste gang voor de zoveelste keer naar de McDonalds om de hoek. Ik voelde mij zo goed dat ik zelfs voor de flauwekul een foto van mijn fastfoodontbijt nam. Dat was dat.
Snel de rugzak gepakt en onderweg naar het ‘Puduraya Busstation” om een bus naar Melaka te nemen. Bussen zijn erg goed in Maleisië en normaal gesproken hoef je niet eens te reserveren, nou ja als je een uurtje extra tijd hebt. Maar eerst moest er worden afgerekend en dat gaf een probleem. Mijn creditkaart weigerde de PIN code te accepteren en dat terwijl ik 100% zeker wist dat ik de juiste code gebruikte. Na twee keer begon ik geërgerd aan de derde keer en net voordat ik “akkoord” intoetste kwam ik tot bezinning.
“Hé, wacht eens even’!
Als ik nu voor de derde keer wordt geweigerd is mijn kaart geblokkeerd met alle gevolgen van dien. Dus ik gebruikte de andere optie om te vragen of de receptiemedewerker mijn kaart wilde accepteren zonder bevestiging. Ze doen dit alleen als ze je echt goed kennen! Dat was geen probleem en even later stapte ik fluitend de vochtige warme tropische ochtend in.
Het geluk was aan mijn zijde toen ik arriveerde in Pudu, zoals wij het busstation afkorten, want de bus stond al klaar om te vertrekken. RM 9,40 enkele reis naar Melaka in een Super VIP bus. Het meisje achter het loket riep de chauffeur op met een walkietalkie en gaf hem de opdracht om te wachten. Er was nog een passagier onderweg naar beneden.
Om ietsjes over half twaalf waren we onderweg naar Melaka, Mr. Au zou mijn kamer al gereed hebben in het “Heeren Inn Hotel”. De busreis verliep vlekkeloos alhoewel de chauffeur af en toe toch wel maximum snelheid flink overschreed. De kranten hadden er van vol gestaan dat het openbaarvervoersysteem moest worden doorgelicht om het allemaal veiliger te maken. Er waren teveel ongelukken en doden te betreuren. Te hard rijden en niet de juiste vergunningen hebben waren schering en inslag. De politie was dan ook een grote campagne begonnen met agenten in burger om deze bandieten te pakken te krijgen en te straffen.
Na een korte rit met bus 17 stapte ik uit voor het “Stadhuys” en liep de driehonderd meter naar het hotel waar Mr. Au al klaar zat om mij te verwelkomen.
“Selamat Datang ke Melaka”
Het was een goed gevoel om hier na acht maanden weer terug te zijn. Eerst wat eten want ik had alweer een flinke trek gekregen tijdens de busreis. Mee Goreng in een Indiaas eethuis is misschien een vreemde combinatie maar het smaakte uitstekend. Na het eten was het tijd voor een kop koffie bij een andere oude bekende. Mr. Teng was nog steeds de uitbater van het “Discovery Café” en het was ook weer fijn om hem in goede gezondheid te zien. Ik bracht het probleem van mijn ontbrekende visum ten sprake en Teng haalde zijn wenkbrauwen op.
“Geen visum, éh, ik zou dat voor de zekerheid toch maar eens even bij de immigratiedienst gaan navragen!”, adviseerde hij mij.
Snel werd met behulp van de kaart van Melaka uitgelegd waar ik de immigratiedienst kon vinden en ik was weer op weg. Veel tijd had ik niet want het was al halverwege de middag. Ik haalde mijn paspoort én het treinkaartje op in het hotel en ging op pad naar het kantoor van de immigratiedienst. En wat bleek? De immigratiedienst was al meer dan een jaar geleden verhuisd naar een groot regeringscomplex op wel twaalf kilometer buiten het centrum.
Hoe zou ik in hemelsnaam daar kunnen geraken? Als de nood het hoogst is dan is hulp nabij, en zo ook nu. Een wel heel vriendelijk gezelschap bood mij een lift aan in een grote Mercedes-Benz. En zo werd ik voor de deur van de immigratiedienst afgezet. Ik bedankte de chauffeur een paar keer en stapte een beetje zenuwachtig naar binnen.
In de grote koele zaal stonden honderden stoelen opgesteld als in een bioscoop. Ik keek goed om mij heen en zag op geen enkel bord ook maar één engels woord. Achter mij was een klein hokje met “Informasie” erboven, dat was duidelijk genoeg. Ik legde mijn probleem voor aan de vrouw in het hokje en even later liep ik samen met haar door de grote zaal naar een leeg loket waar zij mijn probleem weer voorlegde aan een andere medewerkster. Ze keek in mijn paspoort en keek toen over de rand naar mij. Ik glimlachte verlegen terug en zij keek weer naar de papieren. Mijn paspoort werd goed nagekeken, mijn immigratiekaart werd goed nagekeken, en daarna was het treinkaartje aan de beurt.
“No problem”, was haar antwoord kort en krachtig.
“When you leave Malaysia just show the card and trainticket”, vervolgde ze.
“Thank you very much”, antwoordde ik gerustgesteld.
Nou, daar gingen we dan weer op weg naar het centrum. Nog even speelde ik met de gedachte om te lopen maar het zien van een bus die naar “Melaka Sentral” ging was voldoende om die gedachte in de kiem te smoren.
Mijn dag zat er op en vandaag zou ik lekker ontspannen en nog eens lekker gaan eten bij dat zelfde restaurant als waar ik had gelunchte. Vroeg naar bed en weer droog. Tot morgen.

Maleisië, warm aanbevolen

Melaka, 23/10/2007

Het "Discovery Café"


"Ringo Classic"


"Raffles" restaurant


"Heeren Inn" Hotel

maandag 22 oktober 2007

Maleisië, de Thean Hou Tempel en een lange wandeling

Kuala Lumpur, 22/10/2007

De race was een thriller die niemand had kunnen bedenken. Het was niet mijn favoriet die won maar ik kon er wel vrede mee hebben. Om half negen liep de wekker af en toen ik de gordijnen opentrok kon ik niet blij zijn met wat ik zag. Het regende pijpenstelen. Ik speelde met het idee om vandaag al naar Melaka te vertrekken, maar in de verte leek het al een beetje op te klaren dus bleef ik nog maar een uurtje langer liggen.
Het weer was opgeklaard en ik had nog voldoende tijd om bij de McDonalds te ontbijten. Twee broodjes ei en een beker koffie. De jongens hadden niet gebeld dus ging ik er maar van uit dat ze zelf de weg hadden gevonden. En wie stappen er naar binnen net als ik op weg naar buiten ben? De jongens, ze waren ook langer blijven liggen en zouden nu de “Menara KL” gaan bezoeken.
Ik raapte mijn spullen bij elkaar in de kamer en probeerde wat van het in mijn lichaam zijnde vergif in het toilet achter te laten. Een klein beetje bleef achter en dat is altijd nog beter dan niets. Ik had mijn huiswerk goed gedaan en nog één keer keek ik naar de kaart waar ik de “Thean Hou Tempel” kon vinden. Ik zou met de Monorail naar het “Tun Sambathan Monorail Station” gaan en van daar ging het verder te voet. Ik voelde mij goed en wist zeker dat dit een interessante dag zou gaan worden. Kleine dingen irriteerden mij nog wel zoals de luide muziek in de monorail en de mensen op het perron die tegen de stroom uitstappende passagiers naar binnen probeerden te komen. Rustig aan jongen, rustig aan.
Eenmaal uitgestapt wierp ik een korte blik in de rondte en ik wist precies in welke richting we zouden gaan. Een voetgangersbrug over en ik stond aan de juiste kant van de autosnelweg die dwars door Kuala Lumpur heen loopt. Ik zweette als een otter en mijn fles 100+ was sneller leeg dan verwacht, om eerlijk te zijn nam ik de laatste slok net voordat ik het tempelterrein opstapte. Een echt nieuwe verschijning was het niet maar de tempel was wel indrukwekkend groot.
Buiten bevond zich natuurlijk een klein park met daarin alle dieren van de Chinese dierenriem met de bijbehorende karaktertrekken en deugden. Chinezen laten zich eigenlijk nooit uit over de negatieve kant van iets, heeft dit met het Yin en Yang te maken? Het varken, mijn teken, stond er gezond bij en met de bijbehorende karaktertrekken kon ik ook wel leven ook al waren er kleine afwijkingen.
Eenmaal binnen schrok ik van de enorme ruimte onder de eigenlijke tempel. Een enorme zaal die werd gebruikt voor bruiloften en begrafenissen van de zeer vermogende Chinezen van Kuala Lumpur en omstreken. Een smalle slingerende trap bracht mij naar de derde verdieping, ik heb geen idee wat er op de tweede verdieping is, en plotseling stond ik op een plein voor de grote hal. De geur van wierrook kwam je tegemoet en het zingen van monniken klonk uit grote luidsprekerboxen. Het was een kort maar indrukwekkend bezoek. De vijver aan de achterkant kwam nog als een verrassend toetje. Vol met echte levende grote waterschildpadden die op een afstand van plastic leken. Het moet hier een goed leven voor ze zijn.
Nu werd het tijd om de terugweg aan te gaan. Ik voelde me goed maar ik wilde mij niet forceren. Een andere brug over de snelweg lag een stukje verderop en zo stapte ik een wijk binnen die de “Brickfields” heet. Nu kon ik mij herinneren dat ik in de Lonely Planet had gelezen over een andere Chinese tempel in deze wijk. Ik keek en vroeg een beetje rond maar de tempel was of onbekend of ze spraken er liever niet over. De wijk was bezaaid met Indiase winkeltjes en eethuisjes. De geur van kruiden en specerijen vermengt met wierrook en mierzoete parfums hing in de lucht.
Het stukje van de “Sentral Stesen” naar “Pasar Seni” deed ik met de Putra Metro, het is nu eenmaal een bijna onmogelijk stuk om te lopen, snelwegen oversteken en dergelijke. Vanaf “Pasar Seni” liep ik langs de rivier en stak daarna bij “Masjid Jamek” “Little India” in. Bekend terrein voor mij. Met een wijde boog kwam ik zo bij de “Suria KLCC” waar ik de lunch gebruikte en daarna vond ik het welletjes. Ik ging naar mijn kamer om te rusten en na te denken over wat ik op mijn laatste avond in Kuala Lumpur zou gaan doen.
Dat zou dus niet veel zijn! Voor een laatste keer eten in het KLCC en vroeg naar bed. Zoals ik al eerder opmerkte, “ik voel me weer goed maar ik moet me niet forceren”.
Morgen op weg naar Melaka.

Copyright/Disclaimer