woensdag 20 juni 2007

Korea, de oorlog als propaganda

Seoul, 20/06/2007

Vandaag zou ik voor de laatste keer mijn heil buiten Seoul zoeken. Korea is voor altijd verbonden met de oorlog, ook wel de “vergeten oorlog” genoemd. En overal waar je in Korea komt zie de monumenten of andere zaken die ermee te maken hebben.

Een korte inleiding:
Op 25 juni 1950 werd Zuid-Korea door Noord-Koreaanse troepen binnengevallen. Daarop besloot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tot militaire steun aan Zuid-Korea. Uiteindelijk bestond die militaire steun uit een troepenmacht waaraan naast troepen van de Verenigde Staten nog vijftien landen deelnamen: Australië, België, Canada, Colombia, Filippijnen, Ethiopië, Frankrijk, Griekenland, Verenigd Koninkrijk, Luxemburg, Nederland, Nieuw-Zeeland, Thailand, Turkije en Zuid-Afrika. De Amerikaanse generaal Douglas MacArthur werd benoemd tot bevelhebber.
Na enkele dagen werd de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel bezet en begin september 1950 was 90 % van Zuid-Korea in handen van Noordelijke troepen. Alleen een klein gebied rondom Busan hield nog stand. Bijna waren de Zuid-Koreanen op de knieën gedwongen. Dankzij een tactisch hoogstandje, de amfibische landing bij Incheon, ver achter de Noord-Koreaanse linies, en het nodige geluk slaagde bevelhebber MacArthur erin de Noord-Koreanen terug te dringen tot ver over de 38e breedtegraad. De Chinezen, beducht voor een uitbreiding van de oorlog tot hun eigen grondgebied, intervenieerden en drongen de westerse coalitie terug. Opnieuw viel Seoul in communistische handen. MacArthur stelde voor de atoombom in te zetten tegen Volksrepubliek China, maar dat werd verworpen. Dit zou de wereld volgens president Truman in een nucleaire oorlog duwen, wat rampzalige gevolgen zou hebben. Douglas MacArthur werd 11 april 1951 ontheven uit zijn functie als bevelhebber over de VN-troepen in Korea.
In de periode die volgde sleepte de oorlog zich voort waarin successen en tegenslagen elkaar afwisselden. Medio 1951 werden er pogingen gedaan vredesonderhandelingen te beginnen. Daarmee kon op 10 juli 1951 in Kaesong worden begonnen. De onderhandelingen sukkelden maandenlang voort en werden herhaalde malen gestaakt. Groot struikelblok was de uitwisseling van krijgsgevangenen. Pas na de dood van Sovjetleider Stalin in maart 1953 werd er weer voortgang geboekt en kon er op 27 juli 1953 te Panmunjeom een wapenstilstand worden afgekondigd.
De onderhandelingen hadden dan wel tot een staakt-het-vuren geleid, maar de vrede tussen Noord- en Zuid-Korea is nooit gesloten, zodat beide landen officieel nog steeds in staat van oorlog verkeren. De Koreaanse Oorlog kostte aan twee miljoen burgers en militairen het leven. Noord- en Zuid-Korea bleven als puinhopen achter.

De plaats die ik vandaag zou bezoeken was Incheon, de landingsplaats van de bevrijdingsmacht. Er stond nog voldoende geld op mijn treinkaart en dat wilde ik graag gebruiken voor de ruim een uur durende treinritten. Het was de eerste keer dat ik richting de westelijke buitenwijken reisde. Het leek dat de mensen hier anders waren dan in het zuiden of het noorden. Jongelui gestoken in fel gekleurde PVC kleding met de nieuwste MP3 spelers liepen overal. Vreemde haarstijlen die mij lieten denken aan de glamourbands van de beginjaren 70.
Ik was nu wel blij dat het einde van de reis zo dichtbij was. Het wordt me een beetje teveel. Vier weken is mooi maar het is wel genoeg voor nu.
Het dorp (2.500.000 inwoners) is niet al te groot, ik bedoel het centrum. Ze zijn hier een oud Chinatown aan het restaureren om de overvloed aan Chinese toeristen te behagen. Naast het Koreaans zijn hier alle uithangborden in het Chinees.
Er was dus weinig te zien, het park op de heuvel met de monumenten en een korte wandeling door het met kitsch overgoten Chinatown was voldoende. Snel terug naar Seoul om het “Korea War Memorial” te bezoeken.
Weer ruim een uur in de trein, zo schoot de dag tenminste op. Onderweg bestudeerde ik de kaart van de ondergrondse en in dit uitzonderlijke geval moest ik twee keer overstappen. Of ik moest een stukje gaan lopen? De hele dag had ik al in de trein gezeten dus waarom zou ik niet gaan lopen? Het eindstation was “Seoul Station”, eenmaal buiten het station begreep ik wat er was misgegaan zondag. Er zijn namelijk twee “Seoul Stations” en deze was het station met de elektronicamarkt. Ik was hier al eens geweest, het zag er allemaal herkenbaar uit. Het museum (memorial) lag aan de rand van Ithawon en daar had ik tenslotte al genoeg rondgelopen.
Het geheel was erg indrukwekkend. Het is zo groot dat ze buiten een enorme collectie pantservoertuigen en vliegtuigen hebben staan. Zo maar, gratis te bezichtigen. Dat deed ik dus eerst, ik ben tenslotte een “Hollander”. Vooraf had ik nog getwijfeld of ik naar binnen zou gaan maar de wandeling buiten had mijn twijfel weggenomen.
Binnen trof ik goed ingerichte zalen aan met de verhalen over tweeduizend jaar oorlog. Natuurlijk tegen de buren, Japan en China. Het was erg interessant en ik heb veel gezien dat mij onbekend was. Er waren voldoende bordjes in het engels om het allemaal wat duidelijker te maken. De verdieping over de burgeroorlog en hoe het allemaal had kunnen gebeuren was het meest indrukwekkend.
Maar wat eigenlijk voor mij het vreemdst was dat hele groepen kleuters en kleine kinderen hand in hand door de zalen met de meest gruwelijke oorlogszaken werden geleid. Alles onder het mum van vrede en leve de “Republiek van Zuid Korea” zoals het land officieel heet. Ik weet niet of het goed is maar het is wel zeker dat ik geen één Koreaan heb ontmoet die niet trots op zijn land was. Misschien iets voor de linkse regering van ons land? Voer dan ook maar meteen schooluniformen in als we toch bezig zijn. Of heerst er nog steeds een angst van dat oude oorlogssyndroom?
De rondgang had langer geduurd dan verwacht en zo was het einde van de dag sneller daar dan verwacht. De vier en een halve kilometer liep ik natuurlijk naar het hotel. Onderweg pikte ik nog mijn laatste souvenirs op en had later op de avond een neutraal maal in mijn op één na favoriete restaurant, het favoriete was gesloten wegens een verbouwing. Zo kwam er een einde aan mijn voorlaatste dag. Met elk uur dat verstrijkt ben ik meer blij om weer terug naar Thailand te gaan. Ik ben er nu ook klaar voor. Voor mijn volgende trip, over twee weken alweer, ben ik ook wel klaar. Het zal leuk zijn om met een tweede persoon op pad te gaan. Morgen nog wat rondhangen en inpakken en dan zit het er echt op.

dinsdag 19 juni 2007

Korea, de wandeling was een ramp

Seoul, 19/06/2007

Na een heel slechte nacht stond ik om half acht naast mijn bed. Dinsdag vandaag en dus nog drie dagen te gaan. Mijn plannen werden opnieuw gewijzigd en ik hoopte nu voor de laatste keer. Bier zou geen spelbreker meer zijn, dat was zeker.
Vandaag zou ik voor het laatst gaan wandelen. Een gewone wandeling, niet in een National Park, maar gewoon in de buitenwijken Seoul. Een trek van een uur of zes. De treinreis naar het beginpunt was zo ondertussen gewoon geworden en na een uurtje in de trein stond ik aan het eindpunt van de lijn. Van hier zou ik over twee bergen lopen waarna ik weer bij een ander treinstation zou uitkomen. Eenvoudig toch?
Onder aan de eerste berg was een woonwijk waarvan meer dan de helft van de straten niet op mijn kaartje stonden en bij de rand van de woonwijk aangekomen zag ik meer paden die omhoog liepen dan mijn lief was. Wat nu? Geen bewoners te bekennen en geen wandelaars die mij tegemoet kwamen. Allemaal heel vreemd. Het vragen aan een winkeleigenaar leverde mij een vreemde blik op en hij verdween meteen achter een gordijn. Zijn antwoord was mij duidelijk.
Een ander probleem was dat mijn kaart weer geheel in het Engels was en alle richtingaanwijzers in het Koreaans. Uiteindelijk koos ik maar voor een pad en liep langzaam omhoog. Het pad ging van cement over in steen en daarna weer in zand en gravel. “Alle wegen leiden naar Rome”, is een oud gezegde. En inderdaad, voor mij leidde alle wegen naar boven. Bovenop de bergrug aangekomen was het plotseling erg druk. Mensen liepen in beide richtingen en op de weinige open plaatsen zaten veel wandelaars wat te eten of te genieten van het uitzicht en de zon. Zelf nam ik ook de tijd voor een paar korte pauzes. Ik at van mijn rijstdriehoekjes, met een heerlijke kip/mayonaise vulling, en twee bananen. Ook de bananen ware weer terug in mijn dieet. Ze werden nu overal in de stad ver kocht tegen dumpprijzen
Net voor de top van de eerste berg was er een tegenvaller van de eerste orde. Het pad naar beneden dat ik in gedachte had was afgesloten voor al het publiek. Naar wat ik begreep uit het weinige Engels van mijn medewandelaars ging het om een kleine bosbrand. Het kon wel waar zijn want er waren constant helikopters in de lucht geweest. Het was het enige pad dat in de juiste richting ging!
Maar wat betekende dat voor mij? Ik moest dezelfde weg terug en dan zes kilometer omlopen om weer aan te kunnen sluiten met mijn oorspronkelijke pad. Ik zou het wel zien als ik weer beneden was. De GPS kwam nu goed uit en alles leek er op dat ik hetzelfde pad weer naar beneden had genomen. Helaas was het niet zo en in het dal aangekomen stond ik dus weer op een andere plaats. Mijn horloge gaf nu al bijna één uur aan. Een simpel optel sommetje gaf als uitkomst dat ik tussen zes en zeven uur klaar zou zijn met de wandeling. Ik zou twee uur verliezen in totaal. Dat zou wel erg laat zijn.
De andere optie sprak mij meer aan. Ik ging terug naar het hotel om wat te rusten en te schrijven. Het was mooi geweest. Drieëneenhalve week was ik actief geweest. En daarvoor had ik een week met de Kuijnen door Thailand getrokken. Ik was gewoon moe en aan rust toe. Morgen ga ik de Koreaanse oorlog eens goed bestuderen.

maandag 18 juni 2007

Korea, de kater van het drinken

Seoul, 18/06/2007

Nou, het was me de ochtend wel. Mijn horloge wees half elf aan en ik kon mij niet eens herinneren dat ik de wekker had uitgezet. Misschien was hij wel uit zichzelf gestopt? Een droge mond, droge ogen en een zwaar gevoel in mijn hoofd. Ik had mij zo dus zeker drie weken niet gevoeld. Het was nog steeds een goede beslissing geweest om niet zoveel te drinken tijdens deze reis.
Toen ik eenmaal genoeg moed had verzameld om aan mijn ontbijt te beginnen wees mijn lichaam al het vaste voedsel af. Ik heb het al eens eerder verteld, als ik veel drink dan kan ik niet meer eten. En dat is een groot probleem. Dus ik wrong enkele boterhammen en bananen met koffie naar binnen en ik begon me ook nog eens beter te voelen.
Wat was het probleem voor deze dag? Wel, het was nu te laat om een grote wandeling te gaan maken (ik had er ook geen energie voor). Het gevoel om te bewegen was toch wel aanwezig en uiteindelijk koos ik ervoor om de “Seoul Tower” te gaan bezoeken. Deze toren is 236 meter hoog maar omdat hij op een heuvel staat steekt hij ruim 479 meter de zeespiegel uit. Ik heb nu eenmaal wat met torens en bruggen. De wandeling erheen was ook aangenaam, ik was al genoeg in die buurt geweest. Er zat wel een klimmetje in maar dat was niets vergeleken met de heuvels die ik was omhoog gelopen.
Met een flinke vertraging ging ik na de middag richting het “Namsan” park waar deze toren zich bevindt. Met behulp van Google Earth had ik een track uitgezet en die in mijn GPS geladen. Die track zou mij eerst langs een oud altaar brengen waarna ik dan de klim omhoog zou gaan maken. Lunch schoot er natuurlijk bij in want mijn hoofd stond niet naar eten, dat zouden ik later wel doen. Langzaam bewoog ik door de miljoenen stad af en toe een blik werpend op mijn GPS.
Ook met een afwijking van maar vijf meter kan het moeilijk zijn om in een oude buurt met smalle straatjes de weg te vinden. Na vijftien minuten zoeken hield ik het dan ook voor gezien, het altaar was onvindbaar en het was zeker niet aangegeven in Engels. Dan maar de berg op! En geloof me, het was maar een heuveltje maar het zag er uit als een berg voor mij. Mijn lichaam was zich ondertussen wel aan het herstellen. Na een flink gedeelte treden van een bijna oneindige trap te hebben beklommen stond ik bij een Y-spiltsing. De GPS gaf aan naar links en het (Engelstalige) verkeersbord gaf aan naar rechts. Niemand in de buurt om naar de weg te vragen! “Volg dan maar de borden”, dat leek het slimste om te doen. Het verbaasde mij wel dat ik steeds verder weg liep van de toren. Terugkeren was geen optie, ik zou nu eenmaal doorgaan.
De “Botanische Tuin” langs de weg had gelukkig een plattegrond in het Engels. Ik bestudeerde deze aandachtig en mijn vermoedens klopte. Ik liep weg van de toren naar een ingang voor auto’s aan de andere kant van de heuvel. De kaart liet ook zien dat er een kortere weg was door de tuinen die dan zou aansluiten op de weg naar de top. Ik had geen haast maar ik had ook geen zin om de lange omweg te kiezen. Het zweet gutste uit mijn lichaam en mijn flesje water was bijna leeg.
Het was een heerlijke wandeling door een dicht bos naar de top van de heuvel en onverwachts stond ik aan de voet van de toren. Hij was het meeste van de tijd niet te zien geweest door het dichte bladerdak. De toegangsprijs van 7000 won was redelijk. De ingang was iets moeilijker te vinden. Uiteindelijk stond ik in de lift omhoog luisterend naar een mooi Koreaans meisje dat een korte uitleg gaf over de toren, in het Koreaans. Het is na bijna vier weken voor mij nog steeds onbegrijpelijk hoe het toerisme hier nog steeds in de kinderschoenen staat! Op het observatie platform was het wat je verwacht van een toren. Een schitterend 360 graden uitzicht over de stad. Het viel me ook meteen op dat de “Gele zandstormen” uit China weer heviger werden. Het zicht werd wel weer beperkt. Al kijkend uit de toren weren de normale spelletjes gespeeld. Zoek het hotel? Waar eet ik straks? Waar heb ik die berg beklommen? Enzovoort, enzovoort. Het was leuk geweest voor een half uurtje maar niet echt spectaculair.
Het pad naar beneden kon ik wel volgen via de GPS en onder aan die berg stond ik weer bij de gewraakte Y-splitsing. Ik had dus links gemoeten. Het was niet anders. Mijn maag knorde nu wel en ik had trek in een bami. Het was nu drie weken geleden sinds ik in dat mooie grote foodcourt had gegeten en ik zou dat toch wel weer weten te vinden? Met moeite vond ik het gebouw waar zich op de 11e verdieping het foodcourt bevond. De bami was heerlijk! Ik vulde mijn fles met water en at nog een banaantje, en maakte mij op om de laatste etappen naar mijn hotel te gaan lopen. Om half zes kwam ik vermoeid en voldaan terug op mijn kamer.
Jullie vragen je misschien wel af waarom er geen foto’s van eten meer worden geplaatst. Het antwoord daarop is simpel. Het eten is nu bijna allemaal bekend voor me. Ik heb mijn favoriete gerechten en restaurants waar ik steeds gebruik van maak. Er is dus niets nieuws onder de zon. Om half tien lag ik onder de dekens, morgen de laatste echte wandeling.
Copyright/Disclaimer