vrijdag 15 juni 2007

Korea, en daar was de regen

Jongju, 14/06/2007

Ik was er helemaal klaar voor toen de pieptonen mij wekten om zeven uur. Met een grote schep slaapzand nog in de ogen schoof ik het luik van mijn raam open. Een glanzende straat en druipende daken lagen stil in de regen. De auto’s in de verte zwiepten hun ruitenwissers heen en weer. Zo, daar was dan de regen. Je hoort mij niet klagen. Als je na bijna drie weken reizen alleen een middag miezerige regen hebt gehad is dat al geluk genoeg. Mijn plannen voor vandaag vielen dus wel letterlijk en figuurlijk in het water.
Ik voelde mij sowieso al niet al te best. De eenzaamheid begon zijn tol te eisen en ik had mij niet zo alleen gevoeld sinds Australië 2003. Maar er was weinig aan te doen. Wat kon ik er aan doen? Ik bracht de ochtend door met koffie drinken en paste mijn weblog aan op kleine dingen. Steeds uit het raam kijkend of het weer wilde veranderen.
Om twaalf uur zag ik eindelijk langzaam een droge streep op de straat verschijnen. Het was nu te laat om nog naar het park te gaan, een gewone wandeling zou genoeg zijn voor deze middag. Er zat nog een track in mijn GPS die ik niet had gelopen, er waren nog twee bezienswaardigheden die ik eerder had gemist in Jongju. Ik kleedde mij snel aan en met goede moed vertrok ik in de koele vochtige middaglucht Nog geen twee kilometer van huis voelde ik de eerste druppels regen alweer in mijn gezicht. De lucht was muisgrijs en het leek dat de bergen aan de horizon langzaam verdwenen. Alles wees op een terugkeer van de regen en een terugkeer naar mijn hotel.
Daar zat ik dan weer, ruim een uurtje later dan ik was vertrokken, in mijn hotelkamer. Mijn plan om nog een tussenstop te maken was nu ook in het water gevallen. Dan morgen maar naar de paardenoren! Lekker uitrusten en TV kijken.

Jinan (Jongju), 15/06/2007

Deze ochtend was het een genot om een droge weg te zien, het was wel zwaar bewolkt maar het was toch een genot. De sandwiches uit de koelkast kwamen op temperatuur terwijl ik onder de douche stond. Koffie was in de ban sinds mijn laatste problemen met de stoelgang, Cola One was de nieuwe drank.
Binnen een half uur zat ik alweer in de bus richting “Jinan”. Mijn eerste fout voor vandaag was alweer ontdekt. Ik had mijn bananen op mijn bed laten liggen, dom, dom, dom! Nou ja, dan probeer ik maar wat te eten te vinden in het “Mt. Maisan NP”.
De busreis was maar de helft van de tijd die door de LP vermeld was, maar mijn LP is dan ook al drie jaar oud ;). De overstap naar de bus die naar de ingang van het park ging was ook een vloeiende beweging. Mijn tweede fout kwam nu aan het licht. Ik was iets te optimistisch geweest over het weer en ik had dus mijn fleece niet meegenomen. Daar stond ik dan voor een rij gesloten winkels aan de voet van de bergen. Een koude wind blazend in mijn rug die de moed mij in de schoenen deed zakken. Ik speelde voor een moment met het idee om terug te keren en alles maar te laten zoals het was. Het waren de restjes van mijn kleine depressie gisteren.
Kom op, we gaan er tegen aan! En dat deden we dan ook. De klim begon langzaam maar werd steiler naarmate ik bij de kloof tussen de twee bergen kwam. De kassa was open en ik betaalde netjes mijn bijdrage voor het onderhoud van het park. 2000 won, een koopje. De eerste klim was een trap die mij tot een respectabele hoogte binnen de kloof bracht. Eenmaal net over de top en uit de wind had ik iets nodig om mij op te warmen. Koffie!!!! En ik had er zin in na twee dagen. Een dubbele zwarte koffie smaakte uitstekend en warmde mij een beetje op. En, ik zat bij de eerste tempel van de dag. Tempels, Buddha’s en waterbronnen, met een genezende werking natuurlijk.
De afdaling was aangenaam, ik warmde mijzelf langzaam op met de wandeling en het alleen lopen in de bossen had ook een positieve invloed op mijn gemoedstoestand. Daar stond ik dan oog in oog met het eigenlijke doel van deze dagtocht, de “ Stone Pagoda’s of Mt. Maisan”. Gebouwd in een periode die meer dan dertig jaar heeft geduurd door een monnik die hier heeft geleefd om zijn diepere bewustzijn te ontdekken. De meeste zijn gebouwd met stenen uit de buurt maar er zijn er ook bij die met stenen zijn gebouwd vanuit heel Korea. Dit om de stroom van energie in balans te houden. Het was nog steeds erg rustig, ik had misschien zes Koreanen gezien in het laatste uur.
Alles ging op rolletjes en ik liep zelfs in mijzelf te zingen. Nu werd het tijd voor mijn tweede doel van de dag, een wandeling van een uur of drie over de bergtoppen met mooie vergezichten over het berglandschap en op de twee paardenoren. Op zoek naar het begin hoorde ik in de verte een monnik zingen en natuurlijk werd ik aangetrokken door dit onverwachte zingen.

Na een bocht in de weg kreeg ik een tempel te zien die zeer eigenaardig was. Hij was van onder tot boven goudkleurig geschilderd. Dit had ik nog nooit gezien, en het zingen kwam uit deze tempel. Schoorvoetend ging ik op de tempel af om te kijken wat er aan de hand was. Eenmaal dichterbij gekomen zag ik binnen in de tempel mensen bewegen. Er was een ceremonie aan de gang in de “Geumdangsa” tempel. Zonder mijn schoenen uit te trekken ging ik op de drempel zitten en keek naar het schouwspel dat zich binnen afspeelde. Er werd gebeden gevolgd door een gesprek, of misschien wel een debat, tussen de monnik en de gelovigen. Natuurlijk sprong ik ook in het oog en toen er iets werd uitgedeeld deelde ik mee. Ik had geen idee wat het was maar ik bedankte de hulpmonnik en de hoofdmonnik symbolisch met samengevoegde handen en een diepe buiging.
Met mijn cadeau in de hand verliet drie kwartier later de tempelgrond mezelf afvragend of ik misschien geld had moeten schenken aan de tempel. Ik had wel een idee wat het was en later bleek dat ik gelijk had. Jullie krijgen het later wel te zien als weer veilig thuis ben.
En daar stond ik dan voor de wegwijzer die de verschillende paden aangaf in vloeiend Koreaans. Nu, ik had een kaart in het Engels en daar stond geen letter Koreaans op. Normaal had ik de symbolen kunnen vergelijken maar nu vroeg ik de weg aan een groep oude mannetjes die toevallig passeerden en heel geïnteresseerd waren in zo’n lange blonde buitenlander. Niet echt veel wijzer zag ik de groep in de verte verdwijnen. Ik bestudeerde de kaart nog een keer en kwam tot de conclusie dat het waarschijnlijk wel goed zat. Het gemakkelijke van deze trek was dat als ik eenmaal boven op de bergkam was zou ik rechtsaf slaan en daarna was het alleen maar rechtdoor.
Al fluitend liep ik het langzaam stijgende pad op. Het klimmen werd zwaarder en het pad steeds smaller. Hier kreeg ik onverwachts hulp van gekleurde vaantjes die door anderen waren achter gelaten. Het leek dat ik op het pad van de rode vaantjes was. Het was een mooie wandeling met heel weinig tegenliggers, het leek wel dat ik alleen op pad was. Er zaten een paar stevige klimmen in die mij naar ruim 520 meter brachten. Ik voelde de kou niet meer, de zon kwam af en toe door de wolken en warmde de lucht snel op. Slokje voor slokje ging ik door mijn drinkwater en vervloekte mezelf dat ik de bananen was vergeten. Er werd nu gezocht naar brandstof in alle hoeken en gaten van mijn lichaam. Er was niets meer, ik was leeg. Dit maakte dat ik binnen tien minuten een hongergevoel ontwikkelde en mijn maag begon te knorren. Ik probeerde de honger met water te stillen en dat lukte gedeeltelijk. Ik klom en ik daalde herhaaldelijk, steeds mijn GPS raadplegend of ik wel in de juiste richting ging. Plotseling stond ik voor een klim waar ik een afdaling had verwacht. Dit was een dilemma. Had ik een afslag gemist? Ik bestudeerde de kaart nog eens, ik zag nog steeds rode vaantjes. Nee, het was goed. Dan nog maar een klim met mijn lege vermoeide lichaam.
Uiteindelijk kwam ik weer beneden bij de stenen pagoda’s in plaats van de parkeerplaats. Ik moest wat eten en gelukkig waren er nu ook wat winkels open. Een gevulde chocolade reep, ik kon mij niet herinneren wanneer de laatste had gekocht. 500 won, een koopje. Hij smaakte mij zo goed dat toen ik hem nog niet voor de helft op had de tweede alweer had gekocht. De krachten vloeide weer terug in mijn lichaam en ik maakte mij op voor de klim door de kloof. Precies op de plaats waar ik op de heenweg koffie had gedronken kocht ik opnieuw een kop koffie en genoot van de omgeving. Bij de parkeerplaats zag ik dat het pad dat ik niet kon vinden was afgesloten voor onderhoud, het had dus niet aan mij gelegen.
Drie kilometer tot aan de bushalte stond er op het scherm van de GPS. Lekker even de spieren leeg en los lopen! De bus arriveerde precies op hetzelfde moment als ik. De chauffeur was zo vriendelijk om even te wachten terwijl ik snel een kaartje kocht.
Uit het raam kijkend naar de bergen die langzaam voorbij gleden analyseerde ik de dag die achter mij lag. De conclusies waren simpel. Ik zou een tweede rugzak kopen voor die korte tochten en ik wist wat een mooi tweede souvenir uit Korea is voor mijzelf zou kopen.
In beide ben ik geslaagd en ik ben nu de trotse eigenaar van een nieuwe “Cerro Torre Ocelot 35” rugzak. 25% kleiner dan mijn “Delta 47”. En het antwoord op de vraag, “Wat is de volgende tussenstop?”. Geen! Morgen stap ik op de bus terug naar Seoul waar ik nog wat ga lopen en het één en ander bezoeken. De laatste week ik aangebroken en ik ga er een mooi einde aan maken.

woensdag 13 juni 2007

Korea, nog één tussenstop?

Jongju, 12/06/2007

Mijn trip is nu over de helft en ik kan niet zeggen dat ik het erg vindt. Sinds mijn vertrek uit Seoul heb ik misschien vijf blanken gezien, de eenzaamheid begint nu zwaar te wegen. Het alleen reizen in geen probleem voor mij maar het niemand om je heen om even wat tegen te praten is wel moeilijk. Vandaar dat ik nu nog niet weet wat de laatste acht dagen zullen brengen.
Mijn busreis naar “Jongju” was aangenaam, ik hoefde geen één keer over te stappen. Ruim vier en een half uur over een kleine 160 kilometer door een mooi berglandschap. Het “Sydney Hotel” in Jeonju is erg goed en op een makkelijke plaats gesitueerd. Naast het grote busstation wat mijn uitstapjes naar de NP’s zal vergemakkelijken. Alleen de buurt is een beetje vreemd. Ik ben natuurlijk heel wat gewend maar een tarief per uur voor de kamer en een condoomautomaat op de kamer zet je wel aan het denken. De kast met videobanden aan het einde van de gang was ook een grote verrassing, er stond van “The Godfather” tot en met “Zachte Porno” op de planken. Aan het einde van de dag is het tenslotte maar een bed om in te slapen en ook het grootste bed tot nu toe hier in Korea.
Jongju is eindelijk weer een vriendelijke stad. Er zijn veel meer mensen op de been en het ziet er niet armoedig uit. Grote troepen ouderen gewapend met een plastic zak en gekleed in rode hesjes van de gemeente zwerven door de stad om alles op te ruimen wat ze maar kunnen vinden. Ik begrijp zelf niet dat ze geen vuilnisbakken plaatsen. De markten zijn hetzelfde overal waar ik ga met grote bergen knoflook en zakken uien. Het lijkt wel of ze hier niets anders eten. Het is maar goed dat ik beter weet.

Jongju, 13/06/2007

Mijn eerste echte dag had een wandeling op de agenda staan naar de oude stad. Er is hier in “Jongju” namelijk nog een wijk die bijna geheel uit authentieke huisjes bestaat. De weersverwachting was niet best maar misschien had ik toch nog geluk vandaag. Nee dus, de regen was net genoeg om onaangenaam te zijn maar het regende toch niet hard genoeg. Iets over de helft op weg naar de stad besloot ik om terug naar het hotel te gaan, ik droeg tenslotte alleen maar een overhemd met korte mouwen en dat was toch wat aan de koele kant als je vochtig was.
Na een uurtje of twee ondernam ik een tweede poging alhoewel het nog steeds spetterde. Ik had de tijd gebruikt om een route uit te stippelen door de stad en die had ik nu in mijn “Garmin GPSmap 60CSx” geladen. Dit met een stukje software dat nieuw voor mij was. Het werkte allemaal perfect.
De oude huisjes zijn op sommige plaatsen de moeite waard maar er zal nog veel moeten gebeuren om er een mooie buurt van te maken. Opnieuw, het lijkt wel of toerisme hier volledig onbekend is! De mensen trekken in het weekend massaal de natuur in als ze vrij hebben en de cultuur en architectuur blijft links liggen.
Plotseling werd mijn aandacht aangetrokken door een voorwerp waarvan ik op voorhand het idee had om er één van te kopen. Een wierookbrander van porselein, ik heb nu mijn aandenken (souvenir) van Korea in mijn rugzak.
De dag was vruchtbaar en uiteindelijk niet zo verregend als het er naar had uitgezien. Mijn plannen voor morgen zijn eenvoudig. Het “Maisan NP” ook wel bekend als het paardenoren park is mijn doel. Eerst een busreis door de bergen en dan een trek van een uur of vier. Ik ben benieuwd.
Morgen zal ik ook besluiten wat ik verder ga doen, er is namelijk nog een park wat ik graag wil bezoeken. Op maandag wil ik uiterlijk weer in Seoul zijn om mijn laatste dagen wat te rusten en wat inkopen te doen. Misschien is er nog tijd voor een laatste tussenstop?

maandag 11 juni 2007

Korea, een dag aan zee

Yeosu, 10-11/06/2007

Ik was erg moe maar wel goed voorbereid deze keer. Het gebrek aan slaap was gecompenseerd met een lange leessessie in de LP en ik zou nu op weg gaan naar de zee in het zuiden. De “dramatische mooie kusten”, zoals de LP het beschreef, klonken mij als muziek in de oren.
De namen van de plaatsen die ik zou doorkruisen en waar ik zou overstappen stonden nu als Koreaanse tekens in mijn notitie boekje, ik wilde voorkomen dat ik in een gehucht terecht kwam waarvan ik de naam had uitgesproken. Het was heel rustig deze ochtend. Vanaf de brug keek ik naar wat voetballende mensen in geel en rood gestoken shirts. Er speelde weinig door mijn hoofd maar het feit dat ik al zo lang geen blanke had ontmoet, ik had er wel één gezien vanuit de bus, begon nu een beetje op te spelen. Ik begon nog niet in mijzelf te praten maar ik was er niet ver vanaf.
Ondertussen heb ik in de gaten gekregen hoe de bussen het gemakkelijkst werken, gewoon de naam van de bestemming in het Koreaans laten zien en ongeveer dertig minuten, geef of neem tien minuten, ben je weer onderweg. Nadat ik van noordwest naar noordoost en daarna naar middenwest en zuidwest ben gereisd kan ik zeggen dat het landschap niet veel veranderd. De bergen zijn de ene keer wat hoger dan de andere keer en de ene keer staan er wat meer bomen dan de andere keer maar verder is het allemaal hetzelfde. Na 18 dagen ik Korea is de glans er dan ook wel een beetje vanaf. Het landschap is hetzelfde, de forten zijn hetzelfde en het eten is hetzelfde. Ik vraag me nu dan ook af of vier weken niet een beetje teveel van goede is? Of komt het omdat ik alleen reis? Komt het omdat er geen buitenlanders zijn? Ik weet het niet. Één ding is mij wel duidelijk, het ontbreken van een avond en buitenleven is een gebrek. s’Avonds na zeven uur is er, buiten de echt grote steden, geen hond meer op straat. Cafés en bars zoals wij ze kennen zijn er niet dus het enige vertier is een restaurant. Vandaar dat ik dan ook meestal om een uur of half negen alweer op mijn kamer ben. Ik heb in de laatste week meer TV gekeken dan ik de drie maanden ervoor tezamen.
“Yeosu” was mij tweede teleurstelling van deze reis. Het is een industriestad aan het water en is zeer uitgespreid. Zij ligt verspreid over het hele eiland en alleen de bergen zijn onbebouwd gebleven. Het intercitybusstation is dan ook ruim vier kilometer van mijn hotel. De stad ziet er ook erg onvriendelijk uit en overal zijn lege winkels.
Nadat ik een hotel had gevonden bekeek ik in de stad wat mijn mogelijkheden waren en die waren beperkt. Een paar kleine bezienswaardigheden in de stad en een NP een kilometer of twintig buiten de stad. Mijn plan was dus om één dag de stad te doen en één dag het park.
Een sandwich en een bakkie koffie vanuit de supermarkt was mijn ontbijt. Toen ging ik op pad naar de “Jinnamgwan”. Het is het grootste traditionele gebouw in Korea, het is 75 meter lang en 14 meter hoog en gebouwd in de 18e eeuw. Het was mooi, maar weer veel van hetzelfde. Het lopen beviel mij uitstekend ondanks dat ik weer problemen heb met mijn rechterbeen. De pijn in mijn bil is terug en zodra die verdwijnt is de pijn in mijn middelste teen weer daar.
Op weg naar “Odongdo”, een mooi eiland, kocht ik nog wat te drinken en liep in een omweg naar de dam die het eiland met het vaste land verbind. Ook hier was het geen Ooe’s of Ahh’s, ik had dit allemaal al eens gezien. De klim naar de top van de vuurtoren was een keerpunt. Ik keek eens goed om mij heen en na het zien van de 360 graden van het uitzicht nam ik een besluit. Morgen verkassen! Het is nevelig en de kust is niet bijzonder. Het waterballet op keiharde rockmuziek van Queen, “We will rock you”, maakte wel gevoelens in mij los maar die waren zeker niet waar de architect van deze attractie opgehoopt had. Later besloot ik om ook Busan maar links te laten liggen. Ik kan nog twee keer op een plaats stoppen tijdens deze reis en waarom zou ik dan niet richting Seoul gaan. Dus eenvoudig gezegd ga ik weer naar het noorden en mijn eerste stop zal een plaats zijn die “Jeonju” heet. Meer tempels en forten, dat is nu eenmaal niet anders in Korea. Lekker eten en twee flessen bier en ik zie wel hoe laat ik op pad ga. Ik heb tenslotte nog tijd genoeg.
Copyright/Disclaimer