donderdag 7 juni 2007

Korea, geen blanke te bekennen

Gongju, 07/06/2007

Ik werd om kwart over vijf wakker van het eerste zonlicht dat door de kieren van de gordijnen naar binnen drong. Ik was moe en ik moest nodig naar het toilet. De overblijfselen van de twee flessen bier moesten er uit. Twee flessen, twee liter, twee plastic literflessen “Hite Pitcher”. Man, dat was lekker.
Maar nu, een uur of zeven later voelde ik me geradbraakt. Ik was echt moe. Dit was dag veertien van mijn reis en misschien moest ik maar een rustdag inlassen. Het denken aan een rustdag was genoeg om weer op te staan en door te gaan. Ik rust wel uit als ik weer thuis ben.
Snel mijn weinige spullen die ik nodig had weer gepakt en naar beneden. De receptie was leeg dus liet ik mijn sleutel achter op de balie en vertrok. Ik schonk nog snel een kopje koffie in voor mijzelf en mijn eerste stop was de “Family Mart” waar ik proviand in sloeg voor de dag. Snel had ik berekend hoe laat ik in “Gongju” zou arriveren. Half twee vanmiddag was de gok. Sandwiches, rijstdriehoekjes en cola light. Ik zou de dag wel doorkomen.
Over de reis kan ik weinig vertellen, alles ging van een leien dakje. En om iets over één uur stopte de bus in “Gongju”. Dat was natuurlijk aan de andere kant van de rivier en ik moest eerst nog een kilometer of twee lopen met de rugzak. Dat was een genot, na twee dagen in de bus was ik blij dat de benen weer wat werk hadden.
Aan de andere kant was een hotel zo gevonden, en het werd alleen maar beter. Ook hier had ik een computer met internet gratis op mijn kamer. (Je zou dit perfect vinden Kris) Snel de netwerkkabel in mijn laptop en ik was on-line. Na een uurtje of twee schrijven vond ik het genoeg en ging de stad in om wat boodschappen te doen. Fruit, ontbijt voor morgen en twee flessen bier.
Nog een verhaal geschreven en toen werd het tijd voor fatsoenlijk eten, de LP had het over een “Bulgogi” restaurant. Dat was moeilijker te vinden dan het leek maar toen ik het uiteindelijk had gevonden was de beloning groot. Het eten was fantastisch, ik had alleen pech dat ik mijn laatste stukje rundvlees in mijn bouillon liet vallen. Een grote plons was het resultaat en mijn schone shirt had een gratis panter desing opgebouwd uit vette bouillon. Morgen gaat er toch een berg in de was dus het viel wel mee.
De wandeling om het eten te laten zakken voerde mij door de hoofdstraat, de zijstraten waren erg donker en onaantrekkelijk. Ik hoorde een doffe klap en was getuige van een aanrijding. Benieuwd naar wat er zou gaan gebeuren postte ik mijzelf op het trottoir. De schuldige stapte uit en maakte een diepe buiging naar het slachtoffer. Waarschijnlijk verontschuldigde hij zich, ik kon het helaas niet verstaan. Als ik dan de Nederlandse kranten lees besef ik pas goed hoe fout het in Nederland is gegaan. De heren politici moeten maar eens zelf naar een ander land om te kijken hoe het ook kan. Na een tweede dag niets gedaan te hebben maakte ik een einde er aan door mijn derde verhaal te schrijven. Ik ben nu bij en jullie kunnen die verhalen deze week verwachten.
Twee weken ik Korea:
Hele kleine handdoekjes
Ik heb nog nooit zoveel christelijke kerken gezien!
Als je geen Koreaans kan lezen dan heb je geen idee wat ze in dat restaurant verkopen!
Menu’s zonder prijzen!
Vaak zijn de gerechten voor twee personen
Gratis water en bijgerechten zoveel je kan eten en drinken
Twee dagen zonder een blanke te hebben gezien!
Welterusten.

woensdag 6 juni 2007

Korea, het is niet altijd spannend!

Danyang, 06/06/2007

De bergen waren niet zo goed zichtbaar toen ik de luiken voor de ramen opende. Toch stak het zonlicht in mijn ogen, het was opnieuw een stralende dag. Snel een douche en inpakken. Tijdens het inpakken genoot ik van de eerste twee boterhammen die ik in de koelkast had bewaard, twee kopjes koffie maakte het ontbijt compleet. De instant noedelsoep bleef in de kom en is achtergebleven in Sokcho.
Mijn eerste doel was nu om op het busstation te komen en een kaartje te kopen naar Samcheok, vandaar zou ik dan Danyang gaan. De eerste hindernis was zo genomen, ik stapte net voor half negen op een stadsbus naar het intercity busstation en nog voor half tien was ik al onderweg. Mijn plastic tasje met de andere twee boterhammen en twee bananen voor mij in het netje.
We reden langs mooie stranden en groene heuvels. Toe we eenmaal het binnenland in reden kreeg ik een onophoudelijk reeks van wegenbouwprojecten te zien. Dit duurde tot aan Danyang! Het lijkt echt of ze het hele wegennet aan het vernieuwen zijn. Een paar uur later was het raak, er ging geen bus naar Danyang maar ik moest overstappen in Taebeak. Ik had een zak chips en drie gekookte eieren gekocht, ik had zout nodig. Die eieren waren erg vreemd, ze hadden een bruine kleur als een elastiekje. Ze smaakten prima overigens, vooral met een flinke hoop zout.
Nou ja, als het niet anders kan dan moet het maar. Deze etappe nam mij nu echt de bergen in. Het was schitterend! Maar ook bergen gaan nu eenmaal vervelen dus had ik moeite om de oogjes open te houden. Mijn eten was op en ik was ook aan mijn laatste flesje water begonnen. Ik was blij dat we uit de bus konden en dat ik nu mijn benen even kon strekken.
Vanuit Taebaek zouden we naar Jecheon gaan. Ik probeerde zo goed mogelijk de naam uit te spreken en de dame verstond mij. Da’s niet slecht! Het was 1900 won voor de enkele reis. Na een paar minuten begon ik te twijfelen. Eerst was het 11.100 won, toen 4.500 won en nu 1900 won voor twee keer de afstand van de vorige etappe. Vriendelijke glimlachende gezichten alom. De eerste drie, officials die in het busstation werkte, keken net of ik van een andere planeet kwam. Ik realiseerde mij dat ik nu in de jungle was en de kans dat er iemand engels sprak was zeer klein. Ik haalde alles erbij wat duidelijkheid zou kunnen verschaffen over mijn doel van deze busreis. Een kaart van Korea, de LP en mijn kleine rode notitieboekje. Een dominee redde mij. Hij verklaarde dat er een plaatsje dichtbij was dat ongeveer dezelfde naam had. Eenmaal aan het loket werd mijn kaartje omgeruild en ik paste het verschil bij. Nu klopte het, 11.500 won.
Ergens onderweg tijdens een rookpauze wist ik nog twee van die rijstdriehoekjes te scoren, ik had geen idee wat er voor vulling in zat maar uiteindelijk interesseerde mij dat ook niet. Ik trok nu eenmaal weer krom van de honger. Als ik niet drink dan heb ik een ongelofelijke honger. Het was tegen half zes toen de bus mijn laatste tussenstop op zocht. Nog een half uurtje en ik zou in Danyang zijn.
Danyang was een teleurstelling op het eerste gezicht. Er stond geen water in het meer en de overeenkomst met de toeristenplaatsen in Luxemburg is zeer groot. Het hotel dat ik op het oog had was snel gevonden. De eigenaar die overigens goed engels sprak hielp mij een beetje op weg. Mijn twee en misschien drie nachten was instant overgegaan in één en misschien wel twee nachten. Nee dus, morgen gewoon weer verder naar de bewoonde wereld.
Het is verbazingwekkend hoe efficiënt de bussen in Korea zijn. Ik heb tenslotte nooit meer dan een uur hoeven te wachten op mijn aansluiting. € 25,00 voor een busreis van 320 kilometer is niet zo slecht. Ik ga snel bekijken hoe ik mijn laatste dertien dagen ga invullen.
Natuurlijk moest er vanavond ook nog worden gegeten. Het aanbevolen restaurant weigerde mij resoluut. Ik was gewassen en geschoren maar het aanzicht van een blanke zou misschien de Koreanen wegjagen. Nu ik dat zeg schiet mij te binnen dat ik vandaag geen één blanke heb gezien! Waar zou je dat nog kunnen overkomen? Ik liep nog wat rond door het dorp en alle restaurants met foto’s in het raam waren gesloten. Dan maar naar het restaurant dat mij vanmiddag een Engelstalig menu had laten zien. Voorzichtig koos is een gerecht dat mij wel OK leek. Iets met rundvlees. Het serveren werd gestart en ik kon mijn ogen niet geloven, er stond genoeg op tafel voor twee personen. Één van de serveersters was zo vriendelijk om mij voor te doen wat er van mij verwacht werd als ik ging eten. Nou, dat was nu echt lachen op zijn Koreaans.
Ik had nog niet de helft op toen ik terugkeerde naar het hotel, nog een laatste biertje en dan slapen. Morgen weer verder naar een hoofdstad van een verleden koninkrijk.

dinsdag 5 juni 2007

Korea, een zware dag in het "Seoraksan Park"

Sokcho, 05/06/2007

De zon scheen vol op en de bergen lagen er schitterend bij toen ik vanuit mijn hotelraam naar mijn bestemming voor vandaag keek. Mijn ontbijt bestond uit de nu zo gewone supermarkt sandwiches. Gewoon gemakkelijk en lekker, een kopje koffie en een banaantje maakte het allemaal compleet. De weersvoorspelling voor vandaag was goed en alleen de sterke wind zou een probleem kunnen zijn. Ik ging er van uit dat het allemaal wel zou meevallen en ik liet dan ook mijn fleece in de kamer. We zijn tenslotte geen mietjes.
Ik had al bekeken hoe ik in het park zou geraken, bus 7 of 7-1 zou mij tot aan de poort van het park brengen. Normaal is het hier zo druk dat er speciale bussen rijden, gelukkig was dit vandaag niet het geval. De bus liet me ook een stuk van het stadje zien waar ik nog niet was geweest, onder andere “Sokcho Beach” zag er aantrekkelijk uit. Maar dat was voor later, ik stond te popelen om eens met die grote rots te spelen.
Op de parkeerplaats van het park stond een grote verzameling bussen, ik had niet zoveel bussen bij elkaar gezien sinds Shenzen in China (1999). Overal rennende en schreeuwende kinderen. Dat zag er bepaald niet goed uit! Maar ik moest het toch alleen doen, de tocht naar boven. De entree werd betaald en nog geen twee meter verder scheurde een parkmedewerker het kaartje weer doormidden, over arbeidsverschaffing gesproken.
Het eerste gedeelte was meteen het drukste, naarmate ik verder het pad op ging des te rustiger het werd. Het asfalt ging over in beton en weer later in gewoon zand en rots. Toen het serieuze klimmen begon waren er in heinde en ver geen kinderen meer te bekennen. Gelukkig maar. Links en rechts van het hoofdpad passeerde ik zijpaden die leidde naar tempels, monumenten en altaren. Deze zou ik voor op de terugweg bewaren. Wat is er tenslotte beter dan lekker uitrusten terwijl je een beetje rondlummelt in een tempel.
Het grootste gedeelte van het pad liep ik alleen. Af en toe kwam er een groepje de berg af maar het leek wel of ik alleen op de wereld was. De wind pikte op en begon nu koud door mijn overhemd te snijden. Op de eerste heuvel werd het zelfs onaangenaam, gelukkig bracht een kleine afdaling mij weer onder het bladerdak dat mij beschermde tegen de wind. Af en toe stopte ik om even uit te rusten en een slokje water te drinken. De omgeving was adembenemend, ik was echt blij dat ik voor deze bestemming gekozen had.
Op de top van de tweede heuvel was de wind niet ver meer van onaangenaam. Ik was nu eenmaal al hier en dan zou ik het ook afmaken. Als je alleen bent geef je nu eenmaal sneller op. Ik keek nog eens omhoog naar de witte rotsen die scherp afstaken tegen de blauwe lucht. Mijn hoogtemeter gaf nu 540 meter aan en dat betekende dat ik nog ruim 300 meter moest klimmen op de steile bergpaadjes. Het werd nu erg steil en de wind werd onaangenaam. Het was koud en de wind sneed dwars door mij heen. Ik was nog steeds omringd door bomen en af en toe ging de wind liggen, dat was het moment dat ik weer een beetje opwarmde in de zon.
Op het moment dat ik boven de boomgrens uit kwam moest ik een keuze maken, doorgaan of terug. Ik wilde niet terug, want ik was niet voor niets hier naar toe gekomen. Ongeveer veertig meter hoger had ik het niet meer. De wind was een storm geworden die mij af en toe bijna omver blies. De laatste treden van de stenen trap die naar de stalen trap leidde nam ik heel voorzichtig. Daar stond ik dan naast het bord met “You are at 680 mtrs”. Nu nam ik wel een zinnige beslissing, ik keerde om. Dan de volgende keer maar.
Omlaag kijkend is het een heel ander verhaal. De wind gierde om mij heen en ik was het enige lichaam in de wijde omtrek waar hij vat op zou kunnen krijgen. Hij blies mij bijna omver en al in de diepte starend ging ik op mijn kont zitten. Langzaam schoof ik op mijn kont naar beneden totdat ik weer aan de boomgrens was en iets had om mij aan vast te houden. Dat was dan het einde, dat doet de deur dicht.
Teleurgesteld zette ik de afdaling in, steeds mezelf geruststellend dat het de juiste beslissing was geweest. Ik kwam nog steeds groepjes tegen die omhoog gingen. Zouden zij wel naar de top gaan? Uiteindelijk heb ik het maar uit mijn hoofd gezet. Mijn bloedsuiker was ondertussen ook op de reservestand gekomen en ik kocht bij grote uitzondering een chocolade reep met vulling. Ik voelde de kracht weer terug in mij vloeien en ook de kou was nu weg. Fluitend liep ik door de bossen.
Onderweg bezocht ik enkele tempels en genoot van de omgeving, nogmaals, het is schitterend hier. Omdat het pas half één was toen ik weer bij de poort van het park stond koos ik er voor om de negen kilometer (hemelsbreed) maar terug naar het hotel te lopen en iets van de sfeer van het platteland op te snuiven.
Voldaan en vermoeid kwam ik om drie uur terug in hotel. Er was wat brood en fruit gekocht dat als late lunch zou dienen. Even een uurtje de oogjes dicht.
Om kwart over vier stond ik weer in de zon om het stukje naar “Sokcho Beach” te lopen. Ik moest tenslotte de dag nog volmaken. Onderweg kwam ik iets tegen wat ik al eerder had gezien maar geen aandacht aan had besteed. Een grote kleurige zuil met foto’s van een Koreaanse TV serie of film. De mensen zijn hier zo bezeten van de soapseries en lokale films dat niet alleen de acteurs en actrices als goden worden vereerd maar ook de plaatsen waar ze zijn opgenomen. Deze plaatsen worden bedevaartsoorden. Vol onbegrip stond ik naar deze plek te kijken. Het lunapark achter mij schalde luide Koreaanse popmuziek uit voor niemand. Het park was leeg.
“Sokcho Beach” is een mooi breed strand, maar ik heb beter gezien. Ik zou ook niet weten wie er nu vanuit Europa naar Korea zou komen om op het strand te liggen.
Ik maakte rechtsomkeer en ging terug naar het hotel. Na een dag met wandelingen, bijna 26 kilometer bij elkaar opgeteld, had ik geen trek meer in Koreaans Italiaans eten. Het werd een kom instant noedels en een paar bananen, gevolgd door één biertje.
Sokcho zat er op en morgen zou ik een flinke reis met de bus maken naar een plaats die “Danyang” heet. Gelegen aan een breed stuwmeer met rondvaarten en genoeg mooie wandelingen lijkt mij dit een geschikte plaats om afscheid te nemen van de natuur waarna ik mij weer in de cultuur ga storten aan de westkust. Maar dat is voor later.
Copyright/Disclaimer