Pattaya, 02/05/2007
En dan zijn we alweer een week in Thailand. Nadat ik mijn laatste reis had geanalyseerd kwam ik tot de conclusie dat ik toch nog teveel heb meegesleept. Er waren nog steeds ongebruikte artikelen in mijn rugzak. Er wordt dus wederom in de bagage gesneden en ik blijf bezig om het tot het absoluut noodzakelijke terug te brengen.
Mijn wandelingen zijn ondertussen permanent, ik ben al een paar keer de 15 kilometer wezen lopen maar de laatste dagen zit het weer tegen. Het regent al twee dagen onafgebroken. Zodra het weer droog is ben ik weer aan het trainen.
Wat minder leuk was is dat mijn laptop het opnieuw heeft begeven. Niet compleet maar de CD/DVD-speler heeft de geest gegeven. Ik hoop hem volgende week weer terug te hebben. Precies op tijd voor mijn kleine trip met de familie naar de “Brug over de rivier de Kwai” en “Ayuthaya”. Misschien kan ik hem anders wel oppikken in Bangkok?
Deze vrijdag komt er namelijk familie, mijn neef met zijn vrouw uit Brakel, uit Nederland op bezoek en dan wordt het natuurlijk wel wat drukker voor mij, het begint al met het ophalen op de luchthaven en ik zal ze natuurlijk de eerste dagen een beetje rondleiden.
En deze vrijdag heb ik ook nog maar drie weken voordat ik zelf naar Zuid-Korea vertrek. Ik heb ondertussen al in de Lonely Planet gelezen en ik ben erg opgewonden om dit land te gaan ontdekken. Het lijkt er zelfs al op dat ik maar de helft bezoek en de andere helft volgend jaar. Er is zoveel te zien en te ontdekken dat het heel langzaam reizen misschien wel de beste optie is.
Ik ben er in ieder geval klaar voor!
woensdag 2 mei 2007
woensdag 25 april 2007
Maleisië, Een dag rondhangen
Georgetown, Penang 24-25/4/2007
Deze dag moest ik gewoon zien door te komen. Ik heb dan ook lekker uitgeslapen en kwam pas om kwart voor tien aan het ontbijt. Deze keer geen gebakken eieren want de omelet met ui en groenten zag er heerlijk uit. Lekker met vier geroosterde boterhammen en twee koppen koffie. “Life is Sweet”!
Nadat ik alles op mijn kamer had klaargelegd om te pakken liep ik weer de stad in om wat rond te dwalen. Uiteindelijk belande ik onder een flatgebouw waar een markt werd gehouden, jammer genoeg was die al aan het einde maar er was toch nog het één en ander te zien. Ook weer wat nieuwe dingen.
Voor de tweede keer op deze reis kwam ik enorme, met felle kleuren versierde, staven wierrook tegen. Ik keek eens goed om mij heen en kon niets ontdekken dat zou hebben geleid tot het plaatsen van die enorme palen. Ze stonden ook ik Kuala Lumpur dus ik was er zeker van dat het niets plaatselijks was.
Wat wel interessant was om te zien was dat Chinezen kokosmelk aan het maken waren. Zover mijn kennis van de Chinese keuken gaat wordt hier geen/zeer weinig kokosmelk gebruikt. Maar hier hebben de Chinezen er gewoon hun bedrijf van gemaakt. De kokosmelk is niet het vocht dat zich in de noot bevindt. Het is het vocht dat uit het vruchtvlees wordt geperst. Maar eerst wordt de harde schil van de noot met behulp van een machine, een punt met een draaiend tandwiel, verwijderd. Dit ziet er aardig gevaarlijk uit en ik zou het zeker niet een keer willen proberen. Daarna wordt het vruchtvlees van de noot in stukken gebroken en in een kunststof zak gegooid. Een zak die voorheen rijst had bevat werd hergebruikt. De laatste handeling, het persen mocht ik niet op de foto zetten. Ik denk dat de vrouw er illegaal werkte. Dat is op dit moment een groot probleem in Maleisië waar meer dan 250.000 mensen het land niet meer hebben verlaten. Dit zijn vooral veel Chinezen die als “goedkope” arbeidskrachten in een paar jaar een klein fortuin bij elkaar werken in een vreemd land.
Er lagen ook bij de afdeling groente bloemen die ik nog niet had gezien. Bossen mooie roze bloemen. Het was geen groente maar het was waarschijnlijk een kruid dat werd toegevoegd aan een gerecht. Nadat ik, onder het toeziend oog van de eigenaar, de wrijftest had uitgevoerd en het resultaat geroken wist ik het. Ik keek op en vroeg de verbaasde eigenaar,”Laksa”? Een brede glimlach verscheen op zijn mond en hij knikte enthousiast ja. Weer een raadsel opgelost alhoewel ik nog steeds niet weet wat voor bloem het is.
Tijdens de middag liep ik door een wat meer macabere buurt, hier stonden de doodskisten in allerlei kleuren en uitvoeringen uitgestald. De begrafenis gaat hier bij de Chinezen altijd vanuit het huis en er wordt zeker geen probleem van gemaakt want ze geloven in een eeuwig leven. Wat ik wel grappig vond in deze buurt waren de twee lijkwagens die er achter elkaar stonden opgesteld. Één vrachtwagentje voor de dikke mensen en een snelle bestelauto inclusief zwaailichten voor de mensen die haast hadden. Het zet je toch wel aan het denken!
En toen was “eindelijk” de laatste dag daar. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het best leuk vond om weer naar Pattaya terug te keren. Het gewoonlijke ontbijt werd gevolgd door een lange “gratis” internetsessie bij Starbucks. Het kan niet veel na twaalf zijn geweest toen ik de bus naar de luchthaven ging zoeken. En die was snel gevonden. Ik was dus ruim op tijd op de luchthaven van Pulau Pinang. Een laatste “Laksa” in een restaurant en een beetje verhalen schrijven in de rustige omgeving van de vertrekhal.
In totaal heb ik ruim 4357 kilometer afgelegd, waarvan 1407 kilometer per vliegtuig en 1950 kilometer met de bus en de trein.
De oostkust van Maleisië is duidelijk anders dan de westkust, voor mij persoonlijk zijn de enige echte bezienswaardigheden de eilanden in de heldere wateren. Maar, ik heb het bijna altijd naar mijn zin en je kan er dus wel plezier hebben.
Nu terug naar Pattaya en de balans opmaken.
Ik krijg bezoek over een week en met mijn gasten ga ik een weekje Thailand doen. Niets extreem maar gewoon wat bezichtigen en mijn gasten een indruk geven hoe het echte Thailand er uit ziet.
Voor mijzelf ga ik alweer plannen voor de volgende reis. Ik vertrek op 25 mei voor vier weken naar Zuid-Korea. Onbekend is onbemind, zeg ik maar. Ondertussen ben ik er alweer aardig aan gewend om alleen op pad te zijn. Het is niet altijd even gemakkelijk maar je maakt wel heel snel contact omdat je gewoon alleen overal binnen komt. Dat was het voor nu, ik ben over een paar dagen weer terug.
Deze dag moest ik gewoon zien door te komen. Ik heb dan ook lekker uitgeslapen en kwam pas om kwart voor tien aan het ontbijt. Deze keer geen gebakken eieren want de omelet met ui en groenten zag er heerlijk uit. Lekker met vier geroosterde boterhammen en twee koppen koffie. “Life is Sweet”!
Nadat ik alles op mijn kamer had klaargelegd om te pakken liep ik weer de stad in om wat rond te dwalen. Uiteindelijk belande ik onder een flatgebouw waar een markt werd gehouden, jammer genoeg was die al aan het einde maar er was toch nog het één en ander te zien. Ook weer wat nieuwe dingen.
Voor de tweede keer op deze reis kwam ik enorme, met felle kleuren versierde, staven wierrook tegen. Ik keek eens goed om mij heen en kon niets ontdekken dat zou hebben geleid tot het plaatsen van die enorme palen. Ze stonden ook ik Kuala Lumpur dus ik was er zeker van dat het niets plaatselijks was.Wat wel interessant was om te zien was dat Chinezen kokosmelk aan het maken waren. Zover mijn kennis van de Chinese keuken gaat wordt hier geen/zeer weinig kokosmelk gebruikt. Maar hier hebben de Chinezen er gewoon hun bedrijf van gemaakt. De kokosmelk is niet het vocht dat zich in de noot bevindt. Het is het vocht dat uit het vruchtvlees wordt geperst. Maar eerst wordt de harde schil van de noot met behulp van een machine, een punt met een draaiend tandwiel, verwijderd. Dit ziet er aardig gevaarlijk uit en ik zou het zeker niet een keer willen proberen. Daarna wordt het vruchtvlees van de noot in stukken gebroken en in een kunststof zak gegooid. Een zak die voorheen rijst had bevat werd hergebruikt. De laatste handeling, het persen mocht ik niet op de foto zetten. Ik denk dat de vrouw er illegaal werkte. Dat is op dit moment een groot probleem in Maleisië waar meer dan 250.000 mensen het land niet meer hebben verlaten. Dit zijn vooral veel Chinezen die als “goedkope” arbeidskrachten in een paar jaar een klein fortuin bij elkaar werken in een vreemd land.
Er lagen ook bij de afdeling groente bloemen die ik nog niet had gezien. Bossen mooie roze bloemen. Het was geen groente maar het was waarschijnlijk een kruid dat werd toegevoegd aan een gerecht. Nadat ik, onder het toeziend oog van de eigenaar, de wrijftest had uitgevoerd en het resultaat geroken wist ik het. Ik keek op en vroeg de verbaasde eigenaar,”Laksa”? Een brede glimlach verscheen op zijn mond en hij knikte enthousiast ja. Weer een raadsel opgelost alhoewel ik nog steeds niet weet wat voor bloem het is.
Tijdens de middag liep ik door een wat meer macabere buurt, hier stonden de doodskisten in allerlei kleuren en uitvoeringen uitgestald. De begrafenis gaat hier bij de Chinezen altijd vanuit het huis en er wordt zeker geen probleem van gemaakt want ze geloven in een eeuwig leven. Wat ik wel grappig vond in deze buurt waren de twee lijkwagens die er achter elkaar stonden opgesteld. Één vrachtwagentje voor de dikke mensen en een snelle bestelauto inclusief zwaailichten voor de mensen die haast hadden. Het zet je toch wel aan het denken!En toen was “eindelijk” de laatste dag daar. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het best leuk vond om weer naar Pattaya terug te keren. Het gewoonlijke ontbijt werd gevolgd door een lange “gratis” internetsessie bij Starbucks. Het kan niet veel na twaalf zijn geweest toen ik de bus naar de luchthaven ging zoeken. En die was snel gevonden. Ik was dus ruim op tijd op de luchthaven van Pulau Pinang. Een laatste “Laksa” in een restaurant en een beetje verhalen schrijven in de rustige omgeving van de vertrekhal.
In totaal heb ik ruim 4357 kilometer afgelegd, waarvan 1407 kilometer per vliegtuig en 1950 kilometer met de bus en de trein.
De oostkust van Maleisië is duidelijk anders dan de westkust, voor mij persoonlijk zijn de enige echte bezienswaardigheden de eilanden in de heldere wateren. Maar, ik heb het bijna altijd naar mijn zin en je kan er dus wel plezier hebben.

Nu terug naar Pattaya en de balans opmaken.
Ik krijg bezoek over een week en met mijn gasten ga ik een weekje Thailand doen. Niets extreem maar gewoon wat bezichtigen en mijn gasten een indruk geven hoe het echte Thailand er uit ziet.
Voor mijzelf ga ik alweer plannen voor de volgende reis. Ik vertrek op 25 mei voor vier weken naar Zuid-Korea. Onbekend is onbemind, zeg ik maar. Ondertussen ben ik er alweer aardig aan gewend om alleen op pad te zijn. Het is niet altijd even gemakkelijk maar je maakt wel heel snel contact omdat je gewoon alleen overal binnen komt. Dat was het voor nu, ik ben over een paar dagen weer terug.
Meer verhalen over:
Maleisië
maandag 23 april 2007
Maleisië, De Kek Lok Si tempel
Georgetown, Penang 23/04/2007
Vandaag is het de voorlaatste dag, ik had oorspronkelijk alles een beetje anders gepland. Wegens omstandigheden was ik hier twee dagen te vroeg gearriveerd. Wat natuurlijk inhoud dat ik aan het einde twee dagen zou over hebben. Zo erg was het nu ook weer niet. Omdat ik de eerste keer de “Kek Lok Si” tempel had gemist maakte ik de tocht gewoon opnieuw. Om negen uur s’morgens was ik alweer in het busstation. Geen bier s’avonds betekend wel wat vroeger naar bed en s’morgens héél fit op.
De bus reed een iets andere route dan de eerste keer maar uiteindelijk passeerden we de weg naar “Penang Hill”. Even later zag ik in de verte de tempel tegen de heuvel opdoemen. Ik drukte op de knop om de chauffeur te laten stoppen en een paar seconden later stond ik langs de kant van de weg. Mijn benen voelden alweer iets beter aan en een flinke wandeling zou ongetwijfeld goed voor me zijn.
Naarmate ik dichterbij bij kwam werd het steeds duidelijker dat het hier wel om een grote bezienswaardigheid ging. De capaciteit van de restaurants en de bakkerijen was duidelijk veel te groot voor de lokale bevolking. Ik hield mijn hart al vast om samen met een horde Chinese toeristen de tempel te ontdekken. De weg omhoog was redelijk stijl en kon mij niet voorstellen dat Aziatische toeristen deze zouden lopen. De bussen zouden dus wel ergens boven op een grote parkeerplaats staan te ronken. De motoren van de bussen werden nooit uitgezet. De airconditioning moest nu eenmaal blijven werken, ook al was dat alleen maar voor de chauffeur!
De poort van de tempel was meteen al een mooie combinatie van religie en kitsch zoals alleen de chinezen die kunnen bedenken. Maar nog steeds geen bussen? Het tempelcomplex ligt tegen een heuvel aan dus moest ik mijn weg langzaam over het tempelcomplex naar boven vinden, en dat was niet moeilijk. Bordjes met pijlen, en vooral veel bordjes met “Geen Toegang”, wijzen de weg naar de volgende bezienswaardigheid. Wat wel meteen opviel waren de details die op de religieuze gebouwen waren aangebracht. Het geheel is al schitterend maar als je dichterbij komt wordt het alleen nog maar mooier. Je hebt ook nooit het idee dat het zo maar uit de losse hand is bedacht. Nee, er zit duidelijk een denkwijze en een ontwerp achter.
De “Pagode” was de eerste echte bezienswaardigheid, hier werd voor het eerst de wenkbrauwen opgehaald. RM 2 entree om de “Pagode” te bezichtigen. Ik realiseerde mij nu dat er voor het hele complex geen entree werd geheven, maar als je voor elk object of gebouw apart moest betalen dan zou het een dure dag worden. Maar ja, je weet nooit.

Na de pagode kwam ik een grote hal vol met souvenirs en van alles waar je echt niets aan hebt. De muziek op de achtergrond deed mij herinneren aan China, waar ik ooit in een verleden een paar weken heb rondgereisd. De tafel met dakpannen kwam mij ook bekend voor. Er zijn al heel wat bekende en minder bekende gebouwen in de wereld waar een dakpan met mijn naam op ligt. Zo ook straks op de nieuwe overdekking van de grote bronzen “godin van de barmhartigheid”. RM 20 kostte dit geintje, het is tenslotte wel voor een goed doel en ik moet nu zeker nog een keer terug om het geheel te zien als het klaar is.
Ik liep van hal tot hal en zag vele Buddha’s in verschillende materialen en vormen. Mocht je ooit op Penang zijn dan is dit toch wel een “dit moet je gezien hebben” object. Aan het einde van de wandeling over het complex stond ik versteld van het bronzen beeld. Het was niet massief maar opgebouwd uit lossen platen. Toch een heel indrukwekkend geheel, maar wat nog veel meer indrukkend was waren de ringen grijs graniet die de kolommen voor de overkapping moesten gaan vormen. Ik schat wel twee en een halve meter doorsnede en hol van binnen. Dat ontwerpen van die zestien kolommen moet al een enorme klus zijn geweest, maar dat uithouwen van de figuren wil ik niet eens aan denken. Alhoewel ik vermoed dat het misschien machinewerk is. Maar toch, een indrukwekkend geheel. Als het geheel klaar is zijn de kolommen zestig meter hoog en daar komt het dak dan nog op, volgens de planning moet het in december 2008 klaar zijn. (word vervolgd)
Wat ik mij op dit moment voor het eerst realiseerde, ik was erg druk geweest, was dat ik zo goed als alleen in de tempels was. Het was natuurlijk een groot complex waar veel mensen ook niet zouden opvallen, maar ik had het idee dat ik alleen door de tempels had gedwaald. Wat natuurlijk de foto’s ten goede kwam.
Het liep nu tegen half twaalf en ik had gewoon zin om een eind te lopen. Nu is Georgetown niet echt een stad die geschikt is om lekker te wandelen maar het zien van het dagelijkse leven is wel echt anders dan elders in Maleisië.

Mocht je hier ooit terechtkomen dan zou ik aanraden om de bus (RM 2,60) naar de tempel te nemen en dan naar het treinstation voor de trein naar “Penang Hill” te lopen. Dit is een rechte weg en de afstand een kleine drie kilometer. Eet een “Mee Goreng” of een “Laksa” in één van de vele stalletjes langs de weg. Neem later gewoon de bus terug naar KOMTAR of voor de fitte mensen loop de berg af naar de “Botanische tuinen”.
Voor mij zit het er nu op! Ik heb de LP nog een keer doorgespit en er is niets meer voor mijn gading. Ik zou nog de “slangentempel” kunnen bezoeken waar een blinde Cobra en een manke Boa shows houden, maar dat is niet echt wat ik zoek. Morgen een dagje rusten en vooral nog wat lekker eten. Pakken en terug naar mijn beginpunt.
Vandaag is het de voorlaatste dag, ik had oorspronkelijk alles een beetje anders gepland. Wegens omstandigheden was ik hier twee dagen te vroeg gearriveerd. Wat natuurlijk inhoud dat ik aan het einde twee dagen zou over hebben. Zo erg was het nu ook weer niet. Omdat ik de eerste keer de “Kek Lok Si” tempel had gemist maakte ik de tocht gewoon opnieuw. Om negen uur s’morgens was ik alweer in het busstation. Geen bier s’avonds betekend wel wat vroeger naar bed en s’morgens héél fit op.
De bus reed een iets andere route dan de eerste keer maar uiteindelijk passeerden we de weg naar “Penang Hill”. Even later zag ik in de verte de tempel tegen de heuvel opdoemen. Ik drukte op de knop om de chauffeur te laten stoppen en een paar seconden later stond ik langs de kant van de weg. Mijn benen voelden alweer iets beter aan en een flinke wandeling zou ongetwijfeld goed voor me zijn.Naarmate ik dichterbij bij kwam werd het steeds duidelijker dat het hier wel om een grote bezienswaardigheid ging. De capaciteit van de restaurants en de bakkerijen was duidelijk veel te groot voor de lokale bevolking. Ik hield mijn hart al vast om samen met een horde Chinese toeristen de tempel te ontdekken. De weg omhoog was redelijk stijl en kon mij niet voorstellen dat Aziatische toeristen deze zouden lopen. De bussen zouden dus wel ergens boven op een grote parkeerplaats staan te ronken. De motoren van de bussen werden nooit uitgezet. De airconditioning moest nu eenmaal blijven werken, ook al was dat alleen maar voor de chauffeur!
De poort van de tempel was meteen al een mooie combinatie van religie en kitsch zoals alleen de chinezen die kunnen bedenken. Maar nog steeds geen bussen? Het tempelcomplex ligt tegen een heuvel aan dus moest ik mijn weg langzaam over het tempelcomplex naar boven vinden, en dat was niet moeilijk. Bordjes met pijlen, en vooral veel bordjes met “Geen Toegang”, wijzen de weg naar de volgende bezienswaardigheid. Wat wel meteen opviel waren de details die op de religieuze gebouwen waren aangebracht. Het geheel is al schitterend maar als je dichterbij komt wordt het alleen nog maar mooier. Je hebt ook nooit het idee dat het zo maar uit de losse hand is bedacht. Nee, er zit duidelijk een denkwijze en een ontwerp achter.
De “Pagode” was de eerste echte bezienswaardigheid, hier werd voor het eerst de wenkbrauwen opgehaald. RM 2 entree om de “Pagode” te bezichtigen. Ik realiseerde mij nu dat er voor het hele complex geen entree werd geheven, maar als je voor elk object of gebouw apart moest betalen dan zou het een dure dag worden. Maar ja, je weet nooit.

Na de pagode kwam ik een grote hal vol met souvenirs en van alles waar je echt niets aan hebt. De muziek op de achtergrond deed mij herinneren aan China, waar ik ooit in een verleden een paar weken heb rondgereisd. De tafel met dakpannen kwam mij ook bekend voor. Er zijn al heel wat bekende en minder bekende gebouwen in de wereld waar een dakpan met mijn naam op ligt. Zo ook straks op de nieuwe overdekking van de grote bronzen “godin van de barmhartigheid”. RM 20 kostte dit geintje, het is tenslotte wel voor een goed doel en ik moet nu zeker nog een keer terug om het geheel te zien als het klaar is.
Ik liep van hal tot hal en zag vele Buddha’s in verschillende materialen en vormen. Mocht je ooit op Penang zijn dan is dit toch wel een “dit moet je gezien hebben” object. Aan het einde van de wandeling over het complex stond ik versteld van het bronzen beeld. Het was niet massief maar opgebouwd uit lossen platen. Toch een heel indrukwekkend geheel, maar wat nog veel meer indrukkend was waren de ringen grijs graniet die de kolommen voor de overkapping moesten gaan vormen. Ik schat wel twee en een halve meter doorsnede en hol van binnen. Dat ontwerpen van die zestien kolommen moet al een enorme klus zijn geweest, maar dat uithouwen van de figuren wil ik niet eens aan denken. Alhoewel ik vermoed dat het misschien machinewerk is. Maar toch, een indrukwekkend geheel. Als het geheel klaar is zijn de kolommen zestig meter hoog en daar komt het dak dan nog op, volgens de planning moet het in december 2008 klaar zijn. (word vervolgd)
Wat ik mij op dit moment voor het eerst realiseerde, ik was erg druk geweest, was dat ik zo goed als alleen in de tempels was. Het was natuurlijk een groot complex waar veel mensen ook niet zouden opvallen, maar ik had het idee dat ik alleen door de tempels had gedwaald. Wat natuurlijk de foto’s ten goede kwam.
Het liep nu tegen half twaalf en ik had gewoon zin om een eind te lopen. Nu is Georgetown niet echt een stad die geschikt is om lekker te wandelen maar het zien van het dagelijkse leven is wel echt anders dan elders in Maleisië.

Mocht je hier ooit terechtkomen dan zou ik aanraden om de bus (RM 2,60) naar de tempel te nemen en dan naar het treinstation voor de trein naar “Penang Hill” te lopen. Dit is een rechte weg en de afstand een kleine drie kilometer. Eet een “Mee Goreng” of een “Laksa” in één van de vele stalletjes langs de weg. Neem later gewoon de bus terug naar KOMTAR of voor de fitte mensen loop de berg af naar de “Botanische tuinen”.
Voor mij zit het er nu op! Ik heb de LP nog een keer doorgespit en er is niets meer voor mijn gading. Ik zou nog de “slangentempel” kunnen bezoeken waar een blinde Cobra en een manke Boa shows houden, maar dat is niet echt wat ik zoek. Morgen een dagje rusten en vooral nog wat lekker eten. Pakken en terug naar mijn beginpunt.
Meer verhalen over:
Maleisië
Abonneren op:
Reacties (Atom)

