maandag 23 april 2007

Maleisië, De Kek Lok Si tempel

Georgetown, Penang 23/04/2007

Vandaag is het de voorlaatste dag, ik had oorspronkelijk alles een beetje anders gepland. Wegens omstandigheden was ik hier twee dagen te vroeg gearriveerd. Wat natuurlijk inhoud dat ik aan het einde twee dagen zou over hebben. Zo erg was het nu ook weer niet. Omdat ik de eerste keer de “Kek Lok Si” tempel had gemist maakte ik de tocht gewoon opnieuw. Om negen uur s’morgens was ik alweer in het busstation. Geen bier s’avonds betekend wel wat vroeger naar bed en s’morgens héél fit op.
De bus reed een iets andere route dan de eerste keer maar uiteindelijk passeerden we de weg naar “Penang Hill”. Even later zag ik in de verte de tempel tegen de heuvel opdoemen. Ik drukte op de knop om de chauffeur te laten stoppen en een paar seconden later stond ik langs de kant van de weg. Mijn benen voelden alweer iets beter aan en een flinke wandeling zou ongetwijfeld goed voor me zijn.
Naarmate ik dichterbij bij kwam werd het steeds duidelijker dat het hier wel om een grote bezienswaardigheid ging. De capaciteit van de restaurants en de bakkerijen was duidelijk veel te groot voor de lokale bevolking. Ik hield mijn hart al vast om samen met een horde Chinese toeristen de tempel te ontdekken. De weg omhoog was redelijk stijl en kon mij niet voorstellen dat Aziatische toeristen deze zouden lopen. De bussen zouden dus wel ergens boven op een grote parkeerplaats staan te ronken. De motoren van de bussen werden nooit uitgezet. De airconditioning moest nu eenmaal blijven werken, ook al was dat alleen maar voor de chauffeur!
De poort van de tempel was meteen al een mooie combinatie van religie en kitsch zoals alleen de chinezen die kunnen bedenken. Maar nog steeds geen bussen? Het tempelcomplex ligt tegen een heuvel aan dus moest ik mijn weg langzaam over het tempelcomplex naar boven vinden, en dat was niet moeilijk. Bordjes met pijlen, en vooral veel bordjes met “Geen Toegang”, wijzen de weg naar de volgende bezienswaardigheid. Wat wel meteen opviel waren de details die op de religieuze gebouwen waren aangebracht. Het geheel is al schitterend maar als je dichterbij komt wordt het alleen nog maar mooier. Je hebt ook nooit het idee dat het zo maar uit de losse hand is bedacht. Nee, er zit duidelijk een denkwijze en een ontwerp achter.
De “Pagode” was de eerste echte bezienswaardigheid, hier werd voor het eerst de wenkbrauwen opgehaald. RM 2 entree om de “Pagode” te bezichtigen. Ik realiseerde mij nu dat er voor het hele complex geen entree werd geheven, maar als je voor elk object of gebouw apart moest betalen dan zou het een dure dag worden. Maar ja, je weet nooit.

Na de pagode kwam ik een grote hal vol met souvenirs en van alles waar je echt niets aan hebt. De muziek op de achtergrond deed mij herinneren aan China, waar ik ooit in een verleden een paar weken heb rondgereisd. De tafel met dakpannen kwam mij ook bekend voor. Er zijn al heel wat bekende en minder bekende gebouwen in de wereld waar een dakpan met mijn naam op ligt. Zo ook straks op de nieuwe overdekking van de grote bronzen “godin van de barmhartigheid”. RM 20 kostte dit geintje, het is tenslotte wel voor een goed doel en ik moet nu zeker nog een keer terug om het geheel te zien als het klaar is.
Ik liep van hal tot hal en zag vele Buddha’s in verschillende materialen en vormen. Mocht je ooit op Penang zijn dan is dit toch wel een “dit moet je gezien hebben” object. Aan het einde van de wandeling over het complex stond ik versteld van het bronzen beeld. Het was niet massief maar opgebouwd uit lossen platen. Toch een heel indrukwekkend geheel, maar wat nog veel meer indrukkend was waren de ringen grijs graniet die de kolommen voor de overkapping moesten gaan vormen. Ik schat wel twee en een halve meter doorsnede en hol van binnen. Dat ontwerpen van die zestien kolommen moet al een enorme klus zijn geweest, maar dat uithouwen van de figuren wil ik niet eens aan denken. Alhoewel ik vermoed dat het misschien machinewerk is. Maar toch, een indrukwekkend geheel. Als het geheel klaar is zijn de kolommen zestig meter hoog en daar komt het dak dan nog op, volgens de planning moet het in december 2008 klaar zijn. (word vervolgd)
Wat ik mij op dit moment voor het eerst realiseerde, ik was erg druk geweest, was dat ik zo goed als alleen in de tempels was. Het was natuurlijk een groot complex waar veel mensen ook niet zouden opvallen, maar ik had het idee dat ik alleen door de tempels had gedwaald. Wat natuurlijk de foto’s ten goede kwam.
Het liep nu tegen half twaalf en ik had gewoon zin om een eind te lopen. Nu is Georgetown niet echt een stad die geschikt is om lekker te wandelen maar het zien van het dagelijkse leven is wel echt anders dan elders in Maleisië.

Mocht je hier ooit terechtkomen dan zou ik aanraden om de bus (RM 2,60) naar de tempel te nemen en dan naar het treinstation voor de trein naar “Penang Hill” te lopen. Dit is een rechte weg en de afstand een kleine drie kilometer. Eet een “Mee Goreng” of een “Laksa” in één van de vele stalletjes langs de weg. Neem later gewoon de bus terug naar KOMTAR of voor de fitte mensen loop de berg af naar de “Botanische tuinen”.
Voor mij zit het er nu op! Ik heb de LP nog een keer doorgespit en er is niets meer voor mijn gading. Ik zou nog de “slangentempel” kunnen bezoeken waar een blinde Cobra en een manke Boa shows houden, maar dat is niet echt wat ik zoek. Morgen een dagje rusten en vooral nog wat lekker eten. Pakken en terug naar mijn beginpunt.

zondag 22 april 2007

Maleisië, Een dag wandelen op Penang

Teluk Bahang, Penang 22/04/2007

“Op het behang”, dacht ik nog toen ik om precies half acht uit mijn bed stapte. Mijn kuiten voelden niet echt beter aan, maar voldoende beweging zou ze wel weer los krijgen. Eenmaal beneden voor het ontbijt was een knikje naar de ober voldoende om mijn twee gebakken eieren te bestellen. Ik keek eens goed om mij heen en was niet echt verbaasd over de varkensstal die de Chinese toergroep had achter gelaten. Er lag meer eten onaangeroerd op de borden dan op de buffettafel. Zo zijn ze nu eenmaal.
Echt vroeg stond ik al in de KOMTAR busterminal om de bus naar “Teluk Bahang” te nemen. Het is zondag en dan weet je niet hoe de dienstregeling is, en die was niet anders dan anders. Elk half uur verscheen er een oude bus die een zwarte pluim achterliet elke keer als hij weer in beweging kwam. De rit naar “Batu Feringgi” was als een reis in het nieuwe. Ik herinnerde me echt niets van wat ik zag. Dan laat het maar zo, de tijd heeft hier ook niet stilgestaan.
Teluk Bahang is het eindpunt van de buslijn, niet echt moeilijk dus om straks weer de bus terug te vinden. Aan de ingang van het park werd er hard gewerkt aan nieuwe faciliteiten. Ik schreef mij in als wandelaar en ontmoette onder het afdakje een groepje gepensioneerden die de wandeling ook gingen maken. Ze vroegen of ik alleen was en of ik misschien zin had om met ze mee te lopen. Samen is altijd leuker dan alleen dus ik sloot mij aan bij de groep.

Het werd een prettige wandeling. Mijn kuiten werden langzaam losser toen we 138 meter hoge klim maakten naar de bergpas tussen de twee toppen. Ik kon de toppen nooit zien want we liepen door ondoordringbare jungle. Een paar korte stops met steeds prettige oppervlakkige gesprekken. Één van de groep was zelfs al de zeventig gepasseerd. Ze vertelden mij dat ze een groep vrienden waren die er elke zondag op uit trokken om met elkaar te gaan wandelen. “Ik hoop dat ik er ook nog zo bij loop als ik zeventig ben”, grapte ik nog. Aan het einde van het pad, halverwege dus, rustten we wat en praatten we nog wat. Ik was ondertussen nat tot op het bot van het zweten. Alles was kletsnat, zo nat zelfs dat ik mij agenda in een plastic zakje moest doen en mijn noodtoiletpapier zo kon weggooien. Het was papier-maché geworden. Toen werd het tijd voor mij om afscheid te nemen en weer terug te gaan. Terug gaat altijd sneller, ik weet ook niet waarom.
De rijwind die door de openstaande deur de bus binnen kwam koelde mij af en droogde mijn shirt, mijn korte broek bleef echter wat langer nat. Dat was een fijne dag en ook weer heerlijk gelopen. Natuurlijk heb ik een uurtje gerust toen ik op de kamer kwam.

Mijn darmen zijn prima in orde en de avondmaaltijd kwam deze keer van een hawkerstal. Sateetjes (kip) met een bami in een dikke saus, aangevuld met een zwarte thee. RM 5,30 voor de hele maaltijd. Het zou verboden moeten worden! Morgen een tweede poging naar de tempel. We zien wel.

zaterdag 21 april 2007

Maleisië, Het Koloniale Penang

Georgetown, Penang 21/04/2007

Met pijn in mijn kuiten die zo hard waren als beton stond ik op. Nou ja, ik probeerde uit bed te komen. De wandeling van gisteren had zeker zijn tol geëist en ik wist meteen dat ik vandaag rustig aan moest doen. Ik had toch niet al teveel plannen gehad voor vandaag. Mijn ontbijt smaakte uitstekend en ik voelde mij ook na het ontbijt goed. Daar gingen we dan de stad in zo net voor de middag. Het viel mij op dat het enorm rustig was in Penang. Later vond ik ook uit waarom dat zo was, op zaterdagmiddag en zondag de hele dag was bijna alles gesloten. Met uitzondering van de grote winkelcentra. Dus ook de plaatselijke VVV was dicht. Geen info, geen gratis kaarten, helemaal niets dus. Ik had er weinig trek in om de twee kilometer weer terug te lopen naar het hotel om de nieuwe, ik had de nieuwe versie alweer gekocht, Lonely Planet op te halen.
Het wolkendek in de verte werkte ook niet erg inspirerend, donkere wolken boven het eiland, dus ik zocht om iets anders te doen. De gratis veerpont van Georgetown naar Butterworth leek me wel geinig. Rustig in een verkoelende bries het water tussen de twee steden op en neer. Bij terugkomst vond ik het welletjes en begaf mij richting het hotel om er zeker van te zijn dat de regen mij niet zou overvallen. Al slenterend door “Little India” snoof ik de geuren en kleuren van een andere cultuur op, gecombineerd met Bollywood muziek die uit vele luidsprekerboxen schalde. Al die verschillende culturen maken Maleisië nu juist zo uniek. Alleen jammer dat de staatsgodsdienst er soms met geweld tussen wordt geperst.
Ik was een beetje lui en wilde eigenlijk alleen nog maar mijn kuiten de rust geven die ze verdienden. Onderweg passeerde ik een Giant supermarkt en ik maakte van de nood een deugd, eerst even voedsel inslaan voordat we naar het hotel gaan. Het is bijna een ongeschreven wet dat je meteen moet kopen als je de kans hebt in Azië, je weet namelijk nooit of je wel een tweede kans krijgt. Ik had dus een enorm breed assortiment Maleisische gerechten in poedervorm ingeslagen zodat ik voorlopig weer vooruit kan. Gelukkig had ik alles goed gepland, de regen kwam om half vier met bakken uit de hemel. Vanuit mijn hotelkamer op de 16e verdieping sloeg ik alles gade.
Nadat de straten weer waren opgedroogd gaf ik mijn zere kuiten nog een laatste afstraffing. Het liep alweer tegen zes uur en ik wilde van de late zon gebruik maken om nog wat mooie plaatjes te schieten. Het oude Georgetown is nu eenmaal magnifiek, je kan er uren in rondlopen en elke keer weer iets nieuws ontdekken. Natuurlijk nam ik deze keer weer een andere route. Ik kan het allemaal moeilijk vertellen dus kijk maar naar het bijbehorende uitgebreide fotoalbum.
Ik was al op terugweg toen ik voor de tweede keer deze week langs het “Kapitan Tandoori” restaurant kwam. Deze keer kon ik de verleiding niet weerstaan. Het volle restaurant adverteerde de kwaliteit van zijn Tandoori en de geur van de Tandoori oven rook zo goed dat ik wel naar binnen moest. Het menu was erg uitgebreid en ik was er nieuw. Snel bestelde ik een vegetarische bryani rijst met een kip tandoori. Hierna bleek dat de tandoori een combinatie gerecht was met een Naan brood erbij. Geeft niets, laat alles maar komen. Ik heb honger als een paard. En ik heb bijna al mijn bordjes leeg gegeten! Er was echt weinig meer over! De tandoori was zo mals en zo goed dat hij maandag, als mijn darmen het toelaten, weer op het menu staat. Voldaan slenterde ik weer terug naar mijn hotel. Ik was nog geen 200 meter van mijn hotel toen Pluvius opnieuw de kranen van de hemel opende, alleen waren er nu meer goden aan het werk en de bliksemflitsen schoten door de hemel.
Het maakte mij weinig meer uit. Mijn honger was gestild en ik voelde mij, een half uur na het eten, uitstekend. Weer vroeg naar bed en nu al vier dagen droog!
Copyright/Disclaimer