vrijdag 13 april 2007

Maleisië, Het strand van Cherating

Cherating 13/04/2007

Iets later dan gewoonlijk schoof ik aan voor mijn ontbijt. Dat was wel hetzelfde met uitzondering van een plakje kaas dat ik nog over had van twee dagen geleden. Mijn voet deed pijn! Ik had de blaar vanochtend voor de tweede keer moeten doorprikken en dat ik altijd een slecht teken. Ik liep als een oude soldaat met een steen in zijn schoen.
Eenmaal op het busstation keek ik nu anders naar de zwart-witte bussen, niet echt fleurig maar dat zijn nu eenmaal de kleuren van de staat Pahang. Ik keek eens goed rond en zag de bus naar Cherating/Chukai. Snel nog een flesje 100+ gekocht en wachten tot dat ik eindelijk, een dag te laat, uit Kuantan zou vertrekken. Het was onmenselijk heet in de bus zodat ik alweer na 5 minuten buiten stond. Mijn rugzak in de bus achtergelaten. Een groepje van drie jongens betraden de bus en gingen tactisch rond mijn rugzak zitten. Opgelet, zeker toen er één naar buiten kwam en een beetje om mij heen ging draaien. Waarschijnlijk hopend dat ik een gesprek met hem aanknoopte. Geen schijn van kans dus! Ik liep weer de bus in en gelukkig vertrokken we binnen een redelijke tijd. De verkoelende rijwind was erg welkom. Ik vroeg mij af of ik misschien verkeerd had gedacht. Ik weet het niet. Een nadeel van alleen reizen is nu eenmaal dat je je rugzak overal mee naar toe moet slepen. Je kan niet even naar het toilet terwijl je reisgenoot op de zaken let.
Ik zat diep in gedachten verzonken toen de chauffeur stopte en naar mij gebaarde dat ik er uit moest. Dit was het dan, “Cherating, een backpackers paradijs aan zee”. Ik had tijdens mijn omzwervingen al wat paradijzen gezien. De ene nog paradijselijke dan de anderen. Houten kralen en rastakrullen en maar discussiëren hoe slecht de wereld was die van iedereen een loonslaaf wilde maken. Een paar maanden later waren de meeste allemaal weer thuis en was het paradijs waarin ze hadden geleefd een droom uit een ver verleden. Net als in de film “The Beach”. Dit paradijs was anders, er waren hier heel weinig mensen en overal stonden bungalows die afgebroken werden. In één zin eigelijk: het was hier een zooitje.
Cherating bestaat uit een kruis van twee starten waaraan het eigenlijk allemaal gebeurd. In de niet gesloopte of in aanbouw zijnde gebouwen waren kleine winkeltjes en restaurantjes gevestigd. Een grote koelkast in elke opening met blikjes frisdrank die schreeuwden om gekocht te worden. Nog voordat ik een slaapplaats had gevonden wilde ik er zeker van zijn dat ik hier morgen weg kon. De “Travelpost” is dan de plaats om te zijn. Internet en buskaartjes, alles was snel geregeld en ik had een kaartje voor de bus van 14:15 uur morgen. De man vertelde me om zeker om twee uur bij de bushalte te zijn. Bedankt voor de tip, ik zit er al om kwart voor twee.
De eerste bungalows die ik probeerde vroegen meteen de hoofdprijs RM 130, en dat in het laagseizoen. Eigenlijk had ik niet echt veel zin om te lang rond te lopen, mede omdat de informatie in mijn LP al zo oud was. Het tweede bungalow park was totaal onbemand, de receptie en ook in het park zelf was niemand te vinden. Ik haalde mijn wenkbrauwen op en liep naar nummer drie. Het “Duyong Bungalow Park”, bungalows vanaf RM 30. Ik bekeek de bungalows en koos voor optie twee, een bungalow naast de zee maar ook naast het restaurant. Dat restaurant zou geen probleem zijn omdat het om elf uur zou sluiten.
Ik genoot van een korte wandeling over het strand en de steen in mijn schoen was kleiner geworden. Nu lekker uitrusten en een beetje eten en verhalen schrijven.
Dat beetje eten was uit de hand gelopen. Ik begon met een noedelsoep en in de verwarring van het bestellen dacht de bediende, die weinig Engels sprak, dat ik ook een Kantonese noedels had besteld. Nou ja, laat maar staan. Ik weet uit ervaring dat ze het toch niet terugnemen en als ze het terugnemen dat je het gewoon moet betalen. Achteraf gezien was het niet eens zo slecht. Het vreemde was dat ik nog steeds een leeg gevoel had en voor de zekerheid bestelde ik nog een “Sizzling Chicken” met rijst. Ik had de afgelopen dagen zo vaak het toilet bezocht dat ik het gevoel had dat ik helemaal leeg was, één biertje kon geen kwaad.
Een avondwandeling door het dorp om het eten te laten zakken en dan naar bed. Het dorp was om 20:30 uur al helemaal uitgestorven. Ik ontdekte ook dat er twee hele luxe resorts zijn maar die liggen niet aan de kust. Het is een publiek geheim dat veel Maleise mannen incognito met hun minnares naar luxe resorts gaan. Een paar uur van KL is de kans dat je een bekende tegenkomt wel heel klein.
Eenmaal in mij hutje aangekomen probeerde ik de slaap te pakken. Dat viel tegen! Zeker omdat ik had uitgeslapen vandaag. De aircontioner, die het lawaai van een vertrekkend vliegtuig maakte, hielp ook niet echt mee. Korte slaapjes die werden afgewisseld met het omdraaien op de andere zijde. Uiteindelijk werd ik wakker van de kou, ik voelde het puntje van mijn neus en die was inderdaad koud. Dan maar de airco uitzetten. Half vier op mijn horloge! Ik ging opnieuw op mijn bed liggen en probeerde te slapen. Een ander probleem had zich aangekondigd in de vorm van een basdrum die door het dorp denderde. Ergens waren er nog backpakkers aan het relaxen op techno muziek. Uiteindelijk bleek dit erger dan de airco, ik zette die dan ook snel weer aan alleen een paar tandjes lager. Mijn fotocamera liep af om 07:30 en ik bleef lekker nog even liggen.
Een korte koude douche en dan ontbijt. Jammer dus, het restaurant serveerde geen ontbijt en ik moest twee kilometer lopen om wat te eten te vinden. Dan maar pakken en op weg. Ik zou de bus van 14:15 hebben dus er was tijd genoeg. In mijn gesprek met een lokale bewoner kreeg ik te horen dat het hier bergafwaarts gaat. Het is meer dan gehalveerd in de laatste vijf jaar en het (hoog)seizoen telt nog maar twee maanden. Ik vertelde hem mijn mening en hij kon mij geen ongelijk geven hoe graag hij dat ook had gewild. Het ontbijt was om te janken en zeker overprijsd. Het lijkt wel of ze hier de Thaise mentaliteit hebben, als het minder wordt dan maak je het gewoon duurder. De omzet blijft dan gelijk, althans voor vandaag. Morgen is weer een dag.
Ik denk dat mijn mening over Cherating wel duidelijk is, sla deze plaats gewoon over. Er zijn veel betere plaatsen en veel betere stranden.
Nu op weg naar Kuala Terengganu.

donderdag 12 april 2007

Maleisië, Op weg naar Pekan deel 3

Kuantan 12/04/2007

Om ongeveer dezelfde tijd als gisteren liep ik weer naar het lokale busstation. Ik dacht bij mijzelf wat voor een ongelofelijk geluk ik tot nu had gehad met het weer. Een avond regen in KL was al de regen die ik had gezien, en het was toch nog een beetje regenseizoen. Al liep het wel tegen het einde van het regenseizoen. Ik kocht mijn vertrouwde flesje 100+ en zocht een plaatsje in de bus. Tijdens de rit gebeurde er weinig en ik keek voor de tweede keer naar de uitbreidingswerkzaamheden van de A3 of de A2? Dat maakt weinig uit als je zelf niet rijdt. Ik bleef deze keer zitten tot aan het busstation omdat het volgens mijn plannen een rondje Pekan zou worden.
Bij aankomst viel mij meteen op dat het enorm rustig was, er waren maar heel weinig mensen op straat en in de verte waar het wel wat drukker leek zou de markt wel eens kunnen zijn. En daar had ik gelijk in! Van overal klonk het “goodmorning" en klonk er hard lachen en geschreeuw in het Maleis. Markten zijn overal in de wereld een afspiegeling van de bevolking. Zeker in Azië is er genoeg te zien en te beleven. Ook nu Albert Heijn en Willem Groenewoud al het exotische voedsel per 747 laten aanvoeren en wij het meeste kennen uit onze eigen winkels.
Iedereen wilde meteen zijn beste beentje voorzetten en mij de koopwaar laten zien en vooral zichzelf laten fotograferen met de grootste vis of halve koe. Zelfs de verkoper van de kippen liet mij een exemplaar zien. Maar een kip is nu eenmaal een kip. Van Sydney tot Amsterdam kan ik er weinig verschil in ontdekken. De verkoper was wel een beetje teleurgesteld toen ik de markt verliet zonder een foto van hem te hebben gemaakt.
De eerste stop was een open museum tegenover het hoofdmuseum. Gratis entree en dat laat een Hollander zich niet ontnemen. Een verzameling van kleine houten bootjes onder een lekkend betonnen dak. Waarschijnlijk was dit museum ooit gebouwd met een subsidie van de regering uit KL om hun goede wil te tonen. Best interessant maar ik zou er niet voor omrijden. Het was wel even lachen toen de museummedewerker ontwaakte uit een diepe slaap en mij voor zich zag staan. Met grote rooddoorlopen ogen keek hij me aan. Ik gebaarde dat hij verder kon slapen en hij naam mijn raad met beide handen aan. Welterusten.
De tweede stop was het “bijzondere museum” gewijd aan de nog levende Sultan van Pahang. Het “Muzeum Sultan Abu Bakar” is ondertussen verhuisd van het oude hoofdgebouw naar een nieuwbouw links van het geheel. Wel erg jammer omdat het oude gebouw nu aan zijn lot wordt over gelaten en zeker zeer snel in verval zal raken en dan voor altijd verloren zal gaan. Zou dit een voorbeeld zijn van het verval van de plaatsen aan de oostkust? Er is al zo weinig te zien en dan zou je daar toch goed voor zorgen? Of is het gewoon geldgebrek en/of te weinig interesse voor het geheel? Ik weet het niet. Eenmaal binnen bleek 25% van de verlichting niet te werken en met mijn slechte ogen hoefde ik dan niet eens een poging te wagen om de bordjes te lezen. Een verdieping vol met foto’s en tekeningen van voorouders aangevuld met gebruiksvoorwerpen van de Sultan. Ik wilde er niet te snel doorheen lopen om de mensen in de entree de indruk te geven dat ik er maar niets aan vond. Ook al was de entree slechts RM 1. Eenmaal klaar liep ik geruisloos en onopvallend richting de uitgang. De vrouw achter de kassa was echter onverbiddelijk, er was ook nog een tweede verdieping met zwaarden, kleding, bestek, waterverfbakjes, een oude breimachine. Hé, mijn tante Sjaan uit Den Helder had vroeger ook zo’n ding. In mijn gedachten ging ik terug naar die heerlijke zomervakanties in Den Helder. Ik herinnerde mij hoe ik vroeger in bed lag te luisteren naar het ritmisch ratelen van de machine. Soms denk ik zelf dat ik mijn reisdrang te danken heb aan deze zomers. Misschien zijn het er maar vier of vijf geweest, maar dat ze van positieve invloed zijn geweest staat als een huis. Misschien kom ik hier later nog wel een keer op terug. Nu verder naar de moskeeën!
De eerste moskee die je tegenkomt is de sneeuwwitte “Masjid Abdullah”, mooi en hij steekt zeker af tegen de armoedige huizen met verroeste golfplaten daken die je overal ziet. Daarnaast ligt de “Masjid Abu Bakar” met zijn gouden koepels die fel schitteren in de ochtend zon. Ook mooi maar meer intrigerend was het kleine kerkhof naast de witte moskee. Kleine paaltjes die op betonnen wandelpaaltjes van de ANWB lijken, en op sommige graven staan er nog andere voorwerpen. Planten, vazen en op één graf twee grote theeketels. Ik vroeg mij af wat het verhaal hierachter zou kunnen zijn. Misschien had de persoon vroeger een theehuis gehad?
Nu werd het een stevig stukje wandelen om bij de volgende attractie te komen. Tijdens de wandeling passeerde ik opnieuw het “Chief’s resthouse”. Het was inderdaad een schitterend gebouw, jammer dat ik daar niet had kunnen slapen gisteren. Ondertussen had ik ook ontdekt dat mijn LP van 2004 was. Er was natuurlijk al het één en ander veranderd in het dorp. Het “Istana Leban Tunggai” was volgens de gids een aantrekkelijk paleis geheel opgebouwd van hout. Zelf vindt ik het Chief’s resthouse mooier maar late we het er maar op houden dat het persoonlijk is.
Ik liep nog een paar honderd meter verder toen ik bij de muur van het huidige en door de Sultan bewoonde paleis aankwam. Whow, kon het niet een beetje minder. Ik kan moeilijk een schatting maken hoelang die muur is maar dat het een flinke duit heeft gekost is zeker. Verder dan de muur en de groteske ingang komt geen enkel levende ziel die daar niets heeft te zoeken. Mijn GPS gaf aan dat ik weer linksaf zou moeten slaan om op de hoofdweg uit te komen die mij terug zou brengen naar Kuantan.
Nog voor één uur zat ik alweer in de bus op weg naar Kuantan. Mezelf afvragend wat te doen die middag, ik wilde weer niet slapen, kwam ik op het idee om maar te gaan lopen. Er was een splitsing van de wegen. Er was de nieuwe weg die ik met de bus aflegde en een oude weg die dwars door de jungle liep. Mijn GPS gaf aan dat het een kleine 16 kilometer was. Ik had de beslissing snel genomen. Ik drukte op de bel toen we de splitsing naderde, de chauffeur van de bus probeerde mij in het Maleis nog over te halen om te blijven zitten maar zijn poging bleef vruchteloos. Hoofdschuddend keek hij mij na toen ik uit de bus stapte. Het was een prettige wandeling die mij helaas een grote blaar opleverde. Maar toch, ik had een voldaan gevoel toen ik om half vijf mijn hotel binnen stapte.
Alles ging tot nu toe naar wens, alleen mijn spijsvertering begon een beetje op te spelen alhoewel ik niet echt veel bier dronk. De wilde poep tijdens mijn wandeling was onvermijdelijk en ik moet nu een beetje op mijn dieet gaan letten. Het laatste dat ik wil is weer aan de antipoeppillen. Morgen een tussenstop in Cherating en na een middag relaxen op het strand gaan we richting Kuala Terengganu.

woensdag 11 april 2007

Maleisië, Op weg naar Pekan deel 2

Kuantan 11/04/2007

Vandaag zou ik een tweede poging ondernemen om in Pekan te geraken. Ik voelde de biertjes van gisteravond wel toen ik in de lift naar beneden stond. Onmiddellijk werd er de roereieren aangeboden en ik was koning te rijk. Ik liet mij het ontbijt goed smaken en was klaar voor de volgende stop tijdens deze reis. Ik moest nog steeds een beetje lachen om wat er maandag was gebeurd in Kuala Lumpur.
Nadat ik had uitgeboekt en afscheid genomen van de vriendelijke dagdienst liep ik met slechts 11 kilo op mijn rug langzaam in de ochtend koelte richting het lokale busstation.
Het zou een makkie worden, slechts 50 kilometer en in de middag de oude hoofdstad van Pahang bekijken. De bussen vertrokken om de 20 minuten dus ik hoefde niet echt lang te wachten voordat de niet aan de Nederlandse standaard voldoende bus vertrok. Misschien is het openbaar vervoer daarom wel zo duur in Nederland?
De bus was voller dan ik had verwacht op het moment dat we Kuantan uitreden. Onderweg werden er veel passagiers opgepikt, opvallend veel scholieren met hun blauwe rokken en witte sjaals. Ja, het moslim zijn hier is wel anders dan het moslim zijn in Nederland.We reden langs jungle en een paar palmolie plantages. Het meeste was toch wel jungle hier en daar doorsneden door een stroompje. Dit is getijde land waar het water brak is. Maleisië heeft over het algemeen weinig strand. De rivieren van het schiereiland zijn zo kort dat ze veel slib afvoeren die dan weer in zee komt. De kustwateren zijn dan ook bijna altijd troebel. Eenmaal op de eilanden is dat anders, maar dat komt later.
Daar was dan Pekan en ik herinnerde mij uit het reisboek dat we op de weg reden waar mijn GH moest zijn. Ik drukte op de bel en stapte de middagzon in. Op zoek naar een slaapplaats waarvan je alleen de naam weet kan in deze omstreken een probleem zijn. Ik keek eens goed om mij heen en was blij verrast met het hoofdbureau van politie nog geen 30 meter bij mij vandaan. Het zweet gutste ondertussen van mijn voorhoofd. Het “goodmorning” verbaasde mij om één uur in de middag. Maar ja, ik moest nu eenmaal de weg vragen. Met handen en voeten werd mij uitgelegd in welke richting ik moest lopen en na ongeveer 500 meter in de brandende zon stond ik voor het Chief’s Rest House. Een mooi oud houten gebouw uit 1929.
Aan de receptie ging het allemaal wat minder! Ze waren vol en eigelijk waren ze bijna altijd vol. Reserveren is aanbevolen werd mij verteld. Nou, daar zou nog een tweede optie zijn. Het Pekan Hotel, accommodatie niet aanbevolen volgens mijn reisgids. En inderdaad, het aanzien van het gebouw en de receptie was voor mij al genoeg. Ik was niet ver van het busstation dus koos ik voor nog een nachtje of twee in Kuantan en een dagtripje naar Pekan morgen.
Ik zat om kwart over twee alweer in de bus naar Kuantan. De receptioniste keek verbaasd toen ze mij weer zag. Met een glimlach vroeg ik of ze mijn oude kamer nog vrij had en gelukkig was dat het geval. “Zo, nu eerst een uurtje liggen.
Na een kort middagdutje wierp ik mij opnieuw in de hete middag zon. Eerst even een lunch en daarna zou ik de “Giant supermarkt” bezoeken om wat eten te kopen om mijn versnelde spijsvertering te vertragen. Witbrood, bananen en een paar bekers snelle noedels. Ik had problemen met het eten en wist eigenlijk niet wat het veroorzaakt had. Ik had normaal en goed gegeten sinds ik in Maleisië was. Het was een rustige dag geweest met een rustige avond. Eindelijk had ik ook de verlichte “Masjid Negeri” op de foto kunnen zetten.

Ik lag om half elf in mijn bed. Morgen dus naar Pekan!
Copyright/Disclaimer