zondag 23 november 2003

Australië, de ruige koude kust

Albany, 23/11/2003

Ik was al half in slaap toen er zachtjes op de deur werd geklopt. Ik antwoordde verdooft met het altijd flauwe, “Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht “. Mijn kamergenoot Edwin was nog genoeg bij zijn positieven om te antwoorden. Ik realiseerde me niet dat er iemand binnen kwam en zijn intrek nam in het overgebleven lege bed in onze kamer. De volgende ochtend was ik niet echt verbaasd dat er iemand in dat bed lag maar ik was wel benieuwd wie dat was. Ik vroeg Jim wie er verantwoordelijk was voor die persoon. Dit in het verband met de ruime hoeveelheid kostbare elektronica in onze kamer. Het bleek een zoon van Jim te zijn, Max.
Na een ontbijt van een paar bakken koffie en twee sneetjes geroosterd brood gingen we op weg naar onze eerste bestemming, “Frenchman's Peak“. Een verhoging, je kan het geen berg noemen, in het landschap vlak bij de kust. Het weer was niet al te best, ik kan zelfs zeggen dat het koud was. Een snijdende wind die over de vlakte raasde maakte de klim nog onaangenamer. De wind beet in mijn oren en een wollen muts zou welkom zijn geweest. Ik wilde niet de eerste zijn die terugkeerde dus ging ik verder door naar de grot. Een opening die dwars door de berg, net onder de top, loopt. En daar zat onze Zwitserse vriend weer midden in de foto. Deze gozer heeft een aangeboren talent om elke foto te verpesten met zijn aanwezigheid. Ik vertelde hem wat ik ervan vond en hij was duidelijk ontdaan door mijn opmerking. Hij bleef eigenwijs zitten om zijn punt kenbaar te maken en ik bleef wachten tot hij eindelijk uit mijn foto verdween. Daarna heb ik verder geen last meer van hem gehad.
Nu begonnen zich ook de eerste groepjes te vormen. De aftastende gesprekken van de vorige dag werden dieper en de eerste groepjes van twee en drie begonnen zich te vormen. De lunch is een uitgelezen moment om te kijken hoe de groep in totaal ervoor staat. De snelle hap op een parkeerplaats en mentaliteit om het te bemachtigen heeft iets van de wet van de jungle. De sterkste wint. Zelf had ik al met enkele mensen uit de groep gepraat. Ik moet eerlijk zijn dat ik weinig voelde voor die nietszeggende koetjes en kalfjes gesprekken. Dan hou ik nog liever mijn mond en geniet van dat alles dat er om me heen gebeurt.
De wandeling die we die middag maakten was dan ook geen groepswandeling maar een individuele wandeling met veel mensen. Er werd absoluut geen rekening met elkaar gehouden. Iedereen deed maar wat. Een groot deel van de groep vertoonde de eerste tekenen van het verliezen van de interesse. Er lagen waarschijnlijk nog een paar zware dagen voor me De twee uur durende wandeling van “Lucky Bay” naar “Hellfire Bay” leidde ons langs hagelwitte verlaten stranden en over in de oceaan verdwijnende bergkammen. Het werd stiller in de groep. De groep bewoog zich als een doofstomme slang door het landschap. Het weer deed er natuurlijk ook geen goed aan. De meeste waren duidelijk teleurgesteld dat ze niet konden zwemmen en wilde dit ook aan een ieder vertellen die het maar wilde horen. Er hing een sfeer van een verlangen naar het einde van de dag. En die kwam er dan uiteindelijk ook.
Eenmaal terug in het hostel loste de groep zich op en werd onzichtbaar. Het avondeten bestond uit een barbecue steak met groene salade. Een heerlijk maal na een uitputtende actieve dag. Na het eten ging bijna iedereen van onze groep direct naar hun kamer, een kleine groep koos ervoor om een video te gaan kijken. Er was niets te merken van enige sociale gevoelens in de groep. Ik dronk mijn biertje in gepaste eenzaamheid en begon langzaam naar het einde van de tour te verlangen. “Nog drie dagen “, dacht ik bij mezelf.
Ik vond het erg jammer dat ik geen kans had gehad om afscheid te nemen van Max. Max was even snel verdwenen als hij was gekomen.

zaterdag 22 november 2003

Australië, naar het zuiden

Esperance, 22/11/2003

Vroeg naar bed betekend ook vroeg op. Ik was na de rustige avond van gisteren zo fris als een vogeltje. Bij het eerste zonlicht in mijn heerlijke kamer was ik meteen wakker. Niet dat ik meteen ben opgestaan, het was kwart over vijf. Ik heb nog even heerlijk liggen genieten van mijn rust. Een lekker bakkie koffie en een douche. Gepakt en gezakt stond ik om zeven uur op de stoep voor het hostel. Alles ging van een leien dakje. Ik werd netjes opgehaald en afgezet op de parkeerplaats van het centraal station in Perth.
De bus was ruim op tijd en ik koos voor mezelf een bank op de eerste rij. Een goed uitzicht en altijd als eerste in het toilet. Nadat de koppen waren geteld en iedereen een plaatsje in de bus had gevonden reden de zon tegemoet richting “York”. Niets bijzonders op zich. Omdat er in een straal van 200 km niets anders te zien is hebben ze deze plaats tot een toeristische trekpleister verheven. West Australië. Het is nu eenmaal een feit dat er heel weinig te zien is behalve natuurschoon. Deze schoonheid van de natuur is en blijft de hoofdmoot.
Veel nietszeggende plaatsen worden tot toeristisch hoogtepunt verheven. Een van die vreemde plaatsen die tot toeristische trekpleister is verheven is het “Hondenkerkhof“.Deze attractie sprak ons zo aan dat niemand de bus verliet en dat we maar snel doorreden. Jim, onze chauffeur, grapte dat we het hoogtepunt van de dag links lieten liggen.
We hadden nog één stop over die wat zou kunnen opleveren en dat was “Wave Rock“. Een rots in de vorm van een gigantische 15 meter hoge golf. Best leuk om te zien. Het is wel jammer dat ze in de jaren vijftig boven op de rots een betonnen muur van een meter hoog hebben gestort. Dit om het regenwater op te vangen en leiden naar een reservoir voor drinkwater.
Vanaf hier gingen we de oneindige leegte in. Mijn gedachten dwaalden af naar de leegte en de eenzaamheid die ik had ervaren een week of twee geleden. Het landschap veranderde ook weinig. De bush en velden vol graan wisselden elkaar af. Hier en daar doorsneden met een stuk laaggelegen land dat door het zout was aangetast. Er waren zo al duizenden hectaren goed akkerbouw land verloren gegaan. Het landschap veranderde zo weinig dat binnen een half uur negentig procent van de bus in diepe slaap was gedompeld. Eigenlijk werden ze alleen wakker voor een rookpauze en de toiletstop.
Tijdens één van die stops was alle aandacht gevestigd op een jong wicht uit “Texas USA”. Zij vond dat het tijd was om te gaan joggen. Dit in het midden van het grote onbekende. Na de stop op de afgesproken tijd zocht iedereen zijn plaats weer op in de bus en de koppen werden geteld. Niet iedereen was aan boord en ik had al het slechte voorgevoel dat het kind weg was. En ja hoor, ze was nog niet terug. Jim reed het dorp uit in de richting waarin ze was verdwenen. Geen jogger! Jim kon haar natuurlijk niet achterlaten en reed terug het dorp in. De meeste van ons begonnen nu zachtjes te klagen tegen hun buurman of buurvrouw. We moesten wachten tot ze weer terug was. Na ongeveer tien minuten kwam ze aangewandeld. Een Colgate lach vergezelt met een goedkoop excuus. Dit voorspelde weinig goeds.
De finale van het wereldkampioenschap rugby tussen Engeland en Australië ging helaas aan ons voorbij. We hadden dit graag live op de tv gezien. De drie uur tijdverschil met Sydney was in ons nadeel. We moesten het doen met de radio. Tot zo'n twee minuten voor tijd konden we naar het langzaam wegstervende radioverslag op de FM luisteren. Twee minuten voor het einde stond Engeland nog voor. We reden een aantal minuten met een ruisende radio, het signaal ging over onze hoofden heen. De meeste hoopten op een wonder. Toen de radio na ongeveer tien minuten weer een geluid produceerde dat we konden ontcijferen bleek dat de wedstrijd nog bezig was. Dit kon maar één ding betekenen en dat was dat het de Wallabies was gelukt om gelijk te maken, daarna hoorden we niets meer op de krakende radio. Op de parkeerplaats van ons hostel te horen kregen dat Engeland wereldkampioen was. 17-20, Australië was er dicht bij geweest om het huzarenstukje van vier jaar geleden te herhalen. We realiseerden ons dat we vanaf nu het tot in de oneindigheid aanhoren dat Engeland wereldkampioen is geweest.
Gelukkig hoefden we niet te koken na deze lange dag in de bus. Er stonden een paar grote ovenschalen lasagne voor ons klaar. Een kleine groep van ons maakte een salade voor bij het diner. De lasagne smaakte ons goed, samen met een paar boterhammen. Ik dronk voor het slapen gaan een paar biertjes die ik onderweg samen met Tobias had gekocht. Ik ging met een tevreden gevoel slapen. Een kleine 800 kilometer op de eerste dag. Ik ben erg benieuwd voor morgen.

vrijdag 21 november 2003

Australië, Hollandse geschiedenis op zijn best

Perth, 21/11/2003

Mijn tweede volle dag besteedde ik in Freemantle. Een oude havenstad die uniek is voor Australië. In plaats van de trein nam ik nu een soort veerdienst. Het is niet echt een rondvaart maar ze proberen het toch zo te verkopen. Het is een aangename manier om in de voorjaarszon de oevers van de Swan river te bekijken.
Tijdens mijn dagen in en om Perth had opnieuw de eenzaamheid toegeslagen. Het is niet leuk om alleen naar een bar te gaan. Het is niet leuk om alleen door een stad te slenteren. Het is niet leuk om alleen koffie te drinken. Nee, ik wilde niet meer alleen zijn. Ik ging nu een tour maken en geen auto huren.
Lekker sociaal met een groep. Nieuwe vrienden maken en samen plezier maken. Ik had gekozen voor een tour met “Redback Adventures”. Het reisbureau waar ik zou boeken was toevallig ook in Freemantle. Mijn eerste zorg was om deze tour te betalen, daarna ging ik richting het “Maritiem Museum”. Een flink modern gebouw aan de haven. In dit museum volgde ik de scheepvaart met al zijn aspecten door de eeuwen heen. Ik leerde over de oude navigatie methoden. Een stok met een touwtje eraan die je gestrekt voor je uit moest houden met het touwtje in je mond. Het aantal knopen tussen de punt van de stok en je mond bepaalde je plaats ten opzichte van de evenaar. De lengte van een arm kon het verschil zijn tussen een ramp en een behouden vaart. Het verbaasde mij niet dat er zoveel schepen zijn vergaan door fouten in de plaatsbepaling. Naarmate ik dichterbij de moderne scheepvaart kwam des te minder interessant het voor me werd. Maar waar was dat beroemde tinnen bord? Het bleek zich in een heel ander gebouw te bevinden en wel in de oude gevangenis.
Het museum met de “Shipwreck Galleries” in Freemantle maakte ongetwijfeld de grootste indruk op mij. Een heel museum geweid aan de Hollanders die hier ongeveer 400 jaar geleden voor het eerst kwamen. Veel opgegraven, vanaf de zeebodem, gebruiksvoorwerpen die henkenbaar waren. Een zilveren daalder met het wapen van Gelre. Het tinnen bord dat door een kapitein aan een paal was gespijkerd en daarmee Terra Australis claimde voor de VOC. Oude pijpen van gips, Chinees porselein met een afbeelding van Hollandse molens. Een stuk achtersteven van de “Batavia”. Veel geschiedenis van het Rood/Wit/Blauw over alle wereldzeeën. Op de terugweg bedacht ik mij nog wat een vruchtbare dag het was geweest. Ik was heerlijk tot rust gekomen en had ook mijn tour geboekt. Ik had nog één nachtje voordat ik zou vertrekken en het zuiden gaan ontdekken.
Bij terugkomst in mijn nieuwe hostel voelde ik me meteen op mijn gemak. Wat een heerlijke kamer! Een kleine kleuren tv en een koelkast. Het lekkerste was eigenlijk wel het tweepersoons bed. Nog even snel een wasje draaien zodat alles weer fris is en dan naar bed. Morgen loopt de wekker om half zes af.
Copyright/Disclaimer