zaterdag 15 november 2014

Nederland: Mijmeringen over jeugdsoos de Boemel

Zaltbommel

Het volgende stukje ontdekte ik op Facebook. Het sprak me wel aan omdat ik na enkele zinnen gelezen te hebben weer in “Jongerensoos de Boemel” aan het einde van de zeventiger jaren was beland.


Het was elke zaterdagavond in die tijd haast hetzelfde ritueel. Vanuit de even legendarische Bar ’t Torentje, waar we het het weekend met het happy hour hadden gevierd, gingen we met een groepje vrienden op weg naar de Binky's Cafétaria om patat te eten. Het was pas net na acht uur en de deur naar een avond vol plezier stond net open. De eerste klanten van de Boemel stonden altijd al voor acht uur voor de deur te wachten om naar binnen te kunnen, maar de grote vloedgolf jeugd kwam pas tussen half negen en negen uur.
Met de smaak van vette mayonaise nog in de mond stond je een moment voor de bioscoop stil om te kijken welke films er dat weekend draaide. Niet dat dat belangrijk was want we gingen toch naar de Boemel en de film van acht uur was al begonnen. Daarna naar de Boemel!. Boelie van Hees, een scheldnaam uit zijn jeugd, waar ik altijd gewoon Aart tegen bleef zeggen, stond aan de deur geflankeerd door die andere mooie man, ben even zijn naam kwijt, maar hij bracht wel speciale gevoelens bij me los.
Of later in de periode dat je een pasje moest hebben om aan te tonen wat je leeftijd was. Computers bestonden nog niet en bij de aanvraag werd je recht in je ogen aangekeken of je je zestienjarige verjaardagsfeest al had gevierd en of je als zestienjarige door het leven kon. Iedereen die een beetje had gelogen over zijn leeftijd stond elke keer weer zenuwachtig aan de voordeur. Je wist van te voren nooit of je wel naar binnen mocht. Eigenlijk was je te jong en je moeder dacht thuis op de bank dat je in de Orion zat.
Wanneer je wat later binnen kwam probeerde je steevast je Jas achter in het hok naast de bar te hangen. De lange gang met kapstokken hing altijd zo vol dat je bijna het pad niet meer door kon. Eenmaal op de grond gevallen werd je aan het einde van de avond de trotse eigenaar van een jas met honderden vuile voetstappen er op gedrukt. Showen met nieuwe kleding kon ook ècht nooit! De drab, kapot getrapte bierviltjes vermengt met honderden peuken die er op de grond lagen besmeurde je broekspijpen en dat kreeg je nooit meer schoon.
Eenmaal binnen, waar je aan de tafel rechts altijd dezelfde mensen kon vinden, net als aan de bar.Achter de bar zag je de drukke en zenuwachtige Bolle de Vries, druk aan het tappen alsof zijn leven er vanaf hing. Wanneer je vroeg kwam kreeg je soms een bakkie koffie met n plakkie cake.
In de winter was het nog fris binnen, de twee gevelkachels hadden de grootste moeite met het voorverwarmen van de enorme lege ruimte. Zodra de Boemel, op een topavond met meer dan 200 bezoekers, gevuld was werd het al snel zo warm dat de kachels en heel veel overtollige kledingstukken uit gingen. Door naar mijn vaste plek achterin, iedereen had eigenlijk een vaste plek, kan ze nu nog zo uit mijn hoofd uittekenen.
Eric Vos en Edje van Zelst achter de draaitafels, je hoefde maar te blèren en ze draaide wat je op die avond graag wilde horen. Voor de discobar, in het midden van een geïmproviseerde dansvloer, het vaste rijtje dansende mensen. Bijna altijd alleen vrouwen met hun handtasjes tussen hen in op de grond gezet. Later op de avond stonde ze ook op de banken langs de zijkant van de dansvloer en op het podium te dansen. Het werd dan zo vreselijk vochtig binnen dat de druppels van het plafond als regen op de bezoekers vielen. Zien kon ik nooit zo veel, mijn bril was altijd beslagen.
Henk de Vries, een elektricien buiten dienst, was de verantwoordelijke voor de licht- en geluidsinstallatie. Haast elke maand verraste hij de bezoekers van de jeugdsoos weer met vreemde lampen en zelfgebouwde lichteffecten. Ineens was er een blacklight, een speciale lamp die ultra violet licht uitstraalt, en liep menig vrouw voor schut met haar witte BH. Zodra die lamp aan ging kon bij enkele onschuldige meisjes die witte BH dwars door haar kleding heen zien. En wanneer je roos had was dat niet zo heel prettig omdat die lamp het liet lijken of je net door een sneeuwbui was gewandeld. Het was nieuw en het was leuk, het was ook zeker de aanleiding tot vele lachbuien van vrienden en vijanden
Later kwam er ook een flikkerlicht waar iedereen misselijk van werd of een epileptische aanval van kreeg. Zelfs het simpele bier drinken werd plotseling moeilijk. Een verlichte dansvloer van spiegels hing aan het plafond, en iedereen maar omhoog kijken hoe je er vanuit de lucht uit zag. En dat terwijl niemand je kon zien! Er kwamen van die neongezichten, die nu in de Spin hangen, aan het plafond die plotseling opgloeiden wanneer het blacklight in actie kwam. Henk kwam op een van die winteravonden met een rookmachine! Maar die mistmachine was helemaal niet nodig, er hing al een deken van sigarettenrook in de hele ruimte.
Rosé stond nog niet op de prijslijst, en er werden ook geen glazen bier verkocht! Bier kocht je in voorgeboorde dienbladen waar 10 glazen in gingen en die je toch wel tot 7 hoog kon opstapelen! Daarom moest je ook altijd zo lang wachten wanneer je wilde bestellen. Wanneer je dan eindelijk je bestelling in ontvangst had genomen was er de moeilijke weg terug naar je plaats. Voordat je op je eigen plekkie was aangekomen was de helft van je bier er al uit gejat en lag de andere helft op de grond.
Naar de wc moest je altijd een vriendin meenemen, de rij voor de dames wc was altijd lang. Dat kon ook niet anders met maar 1 toilet voor 100 meisjes en vrouwen. Hoe je de deur van de wc ook met de schuifjes en haakjes probeerde af te sluiten, de deur kon gewoon open. Je vriendin hielt de wacht zodat niemand plotseling de deur open trok terwijl jij daar bezig was, en vanzelfsprekend deed jij hetzelfde voor je vriendinnen.
Je altijd kon ook vaak rekenen op een opstootje of vechtpartijtje. Die waren soms zo heftig dat sommige snel opgetrommelde moeders ook nog kwamen helpen.
Veel mensen hebben hun grote liefde in “Jongerensoos de Boemel” gevonden.Sommige zelfs meerdere op één avond!
Op zondagochtend hingen we vaak een lange tijd met een de kater van de vorige avond op de oude bankstellen op het podium. Waar op de zondagmiddag vaak geweldige bandjes speelden. De Boemel was je hele weekend!
Zo kan ik eigenlijk nog wel een tijdje doorgaan….
Eigenlijk herinner ik me dit allemaal naar aanleiding van de foto's van Henk de Vries en van Kees Vermaas die er vandaag en gisteren op facebook verschenen. Het lijken allemaal negatieve dingen, maar wat een gouden tijden! We realiseerden ons op dat moment niet dat we geschiedenis schreven. Daar waren we nog veel te jong en onschuldig voor.


Dit verhaal is geschreven door Mario van Assendorp, ik heb het een beetje aangepast en hier en daar herschreven zonder de originele strekking van het verhaal te veranderen. Ik weet zeker dat iedereen die eind jaren zeventig regelmatig jeugdsoos de Boemel bezocht zich weer deze leuke tijden voor de ogen kan halen.

woensdag 12 november 2014

Nederland: Sintere Maarten Mik Mak

Zaltbommel

Wat was het gisterenavond een heerlijk avondje in het katholieke Nederland zonder religieuze grenzen! Het was namelijk St Maarten, het kinderfeest genoemd naar Martinus van Tours en wordt ook wel Sint-Martinus, Sinter Merte of Sinte-mette genoemd. Een grensoverschrijdend kinderfeest dat traditioneel wordt gevierd op 11 november in sommige streken van Nederland, Vlaanderen, Noord-Frankrijk en sommige Duitstalige gebieden.
Voor enkele momenten waren de lege beschuldigingen aan het adres van Sinterklaas en Zwarte Piet vergeten. Toch kon je ook wel voelen dat er een deken van angst over de ouders en begeleiders lag. 11 november was namelijk ook de avond van het eerste “Sinterklaas journaal”, het programma dat de kleinste en onschuldigste kinderen voorbereid op de komst van de goedheiligman. Een aardige man met een witte baard op een wit paard en een troep zwarte acrobaten die alles gaan voorbereiden voor pakjesavond. Marsepein en suikergoed, en natuurlijk veel cadeaus.
‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe!’

Maar eerst naar het St Maarten feest.

Helaas was onze tijdsplanning voor deze avond niet zo goed. Het is langer dan tien jaar geleden dat ik de klokken van de St Maartenskerk op 11 november hoorde roepen om naar het schitterende monument te komen om gezamenlijk het St maarten feest te vieren.
Om zes uur, terwijl ik mijn avonddosis Metformine en Tolbutamide wegspoelde met een slok lauwe dieet cola, spoorde ik Lyka aan om zich sneller aan te kleden. Laat ik er maar van uitgaan dat het niet haar ongeïnteresseerdheid maar meer de onbekendheid met het kinderfeest de oorzaak was dat het niet allemaal zo snel liep.
Eenmaal aangekleed en gewapend met mijn Nikon D600, die ook kwispelde van blijdschap dat hij weer een keer buiten mocht, stapten we de frisse mooie herfstavond binnen. Duizenden sterren schitteren aan een wolkenloze hemel en onze adem is zichtbaar in de koude avondlucht. Geloof het of niet maar dit is een bijzonder beeld voor iemand uit de tropen waar 20 graden Celsius een koele avond is.

Enkele straten in de binnenstad zijn voor het verkeer afgezet en dragen sfeerverhogend bij aan dit unieke kinderfeest. In de nieuwstraat, weerszijden geflankeerd met vuurkorven waarin de gele vlammen met elkaar tikkertje in de wind spelen, kijkt Lyka haar ogen uit. Met haar ogen wijd geopend en een brede glimlach op haar gezicht slenteren we met elke kleine stap dichter naar de verlichte toren van de St Maarten kerk toe.

Mijn gedachten dwalen terug, ongeveer een jaar of zeven en veertig om preciezer te zijn. St Maarten gaat om de minder bedeelden. Armen en bedelaars zijn er natuurlijk al lang niet meer! Dat is de grote verdienste van Drees sr. Minder bedeelden waren er in de jaren zestig nog wel. Veel mensen van mijn leeftijd zijn hoogstwaarschijnlijk ook de trotse bezitters geweest van een “Zondagse jas of broek”. Kleding die alleen op zon- en feestdagen uit de kast kwam. Buitenspelen was er in die kleren niet bij! Wel als een wassen beeld op de sofa zitten. In die jaren was snoepgoed ook een luxe artikel dat thuis niet hoog opgestapeld in een keukenkastje lag.
St Maarten was de ideale dag, naast de rapportdag, om de deuren in de buurt langs te gaan voor een traktatie. Al weken van tevoren waren we er op school en onderling mee bezig. Er werden op de Peeënbol suikerbieten gestolen die we dan met een achterover gedrukt aardappelschilmesje stiekem omtoverde tot een angstaanjagend gezicht of masker.
Kinderlijke onschuld dan al besmet met het commerciële Halloween uit Amerika? Een paar uur met zo’n zware suikerbiet sjouwen zag ik niet zo zitten dus kwam ik met een ander plan. Natuurlijk had ik mijn grootmoeder ook om een echte mooie lampion kunnen vragen. Die koste maar een paar kwartjes bij Boekema, inclusief een wassen kaarsje dat ongelofelijk lang brandde. Ze waren mooi, dat wel, maar een zuchtje wind gecombineerd met een moment van onoplettendheid veranderde je lampion in een mini Hindenburg! De de rest van de avond liep je snotterend van verdriet van deur tot deur. Mijn plan was even simpel als briljant.
De basis was een leeg conservenblik. Nadat ik mijn grootvader ervan had overtuigd, en beloofd, dat ik niet meer aan zijn vlijmscherpe aardappelschilmesje, dat zo scherp als een scheermes was, zou komen beloofde hij me dat hij mij met mijn plan zou helpen. Maar we konden er alleen aan werken wanneer we samen in de schuur waren! Een prima afspraak.
Na school stond er een glimmend leeg conservenblik op de keukentafel op me te wachten. Nu ik er aan terugdenk vraag ik me af wat er in zo’n conservenblik zou kunnen hebben gezeten. Ons huis aan de Nonnenstraat in Zaltbommel had een flinke stadstuin die elk voorjaar tot een moestuin van industriële omvang vol aardappelen en groenten werd omgetoverd. Ik kan me niet herinneren dat we vaak bij de groenteboer van Hees in de Karstraat kwamen. Onze vitaminen kwamen uit onze eigen moestuin!
Mijn etui met stiften kwam tevoorschijn en ik tekende allerlei figuren en versieringen op de buitenkant van het blik. Ik kan me nog herinneren hoe teleurgesteld ik was dat ik na het avondeten, en dat was in die tijd rond kwart voor vijf, niet met mijn grootvader naar de schuur mocht om verder te werken aan mijn lampion.
Na een veel te lange schooldag kon ik eindelijk aan mijn lampion beginnen. Mijn grootvader had al enkele voorbereidingen getroffen. In de enorme stalen bankschroef zat een blok hout geklemd. Het blok was aan het uitstekende einde afgerond zodat het ongeveer dezelfde ronding had als de binnenkant van het conservenblik. Met een kleine hamer, er hingen er zeker vijf van verschillende grootte aan de muur achter de werkbank, en een dunnen stalen spijker maakte ik de eerste gaatjes in het conservenblik.
Gaandeweg sloop er twijfel in mijn werk! Op school maakten tijdens de handenarbeid ook papieren lampionnen en die stroomden over van de kleur, mijn lampion was van een eentonig zilver. Zou dat wel indruk maken?
Alsof mijn grootvader mijn twijfels bespeurde viel hij me bij: ‘Deze wordt heel mooi! Vertrouw me maar!’
Nog steeds vol vertrouwen, al was het wel wat minder, werkte na school aan mijn lampion. Enkele middagen stond ik in de onverwarmde schuur een stalen spijker door wand van het conservenblik te hameren. Ik kreeg het steeds warmer, met mijn winterjas op de steel van de schoffel stond ik daar in mijn wollen trui als een uitvinder aan een geheim project te werken. Met elke slag van de hamer groeide mijn vertrouwen weer in de door mijzelf bedachte lampion.
Eindelijk was de dag daar dat we konden proefdraaien! Natuurlijk had ik ook een lampion op school gemaakt en met een zesje als cijfer was hij voor mij goed genoeg geweest. Ik zou die lampion toch niet gebruiken, ik had een geheim wapen achter de hand waar nog niemand van wist!
Batterijen waren duur en een kapot lampje van de fietsverlichting werd door de meeste mensen steevast met een binnensmonds gevloek verwelkomd. Die waren voor ons kinderen dan natuurlijk ook niet voorradig, wij moesten het met een waxine lichtje uit het theelicht doen. Met een ijzerdraadje werd het conservenblik aan het uiteinde van een dunnen stok bevestigt en alles was klaar voor de alles betekende test.
“Licht uit en spot aan!”
Door de tranen in mijn ogen, van trots en geluk, vertekend beeld keek ik naar het lichtspel dat zich door de honderden kleine gaatjes in het conservenblik naar buiten worstelde. Ik weet het niet zeker maar voor een moment leek mijn grootvader, een man van weinig emotie, ook ontroerd. Mijn project was geslaagd en over enkele dagen zouden de andere kinderen jaloers zijn op mijn lampion, dat was zeker!
Nou, zo zeker bleek dat niet te zijn! Zodra ik op straat was zag ik al de eerste lampions van conservenblikken. Ik kon wel janken, zo teleurgesteld was ik! Ik had me willen onderscheiden van de rest en verdronk nu in een plas van gelijkdenkenden! Traumatiserend is die avond niet voor me geweest maar ik heb er wel op jonge leeftijd een belangrijke levensles geleerd. “Het is verdomd moeilijk om boven de massa uit te stijgen!”

Aan de deur van de St Maarten begroet ik Stef die ik al meer dan veertig jaar ken. Lyka, die voor de eerste, of misschien wel de tweede, keer de kerk bezoekt kijkt haar ogen uit. Voor een eenzijde katholiek uit de Filippijnen is het moeilijk te bevatten dat er ook nog andere godsdiensten op het Christendom gebaseerd zijn. In het kort leg ik haar uit wat de geschiedenis achter deze scheuring in de kerk is geweest.
Mijn laatste zin: ‘dus dit was vroeger een katholieke kerk’, tovert een glimlach op haar gezicht en schenkt haar een gevoel van rechtvaardiging.

Onze korte wandeling naar de Markt voert ons door de Kerkstraat en Gasthuisstraat. Ook daar staan de sfeer verhogende vuurkorven langs de weg. Verbaasd kijkt lyka naar de kinderen met lampions die voor de open liedjes staan te zingen. Haar ogen gaan nog verder open wanneer ze ziet dat ze een beloning krijgen in de vorm van snoepgoed of een alternatieve appel. Ze kijkt me vragend aan, en het antwoord blijft uit.

Op de Markt missen we de St Maarten maar net. Enkele Romeinse soldaten zijn er nog wel aanwezig en onze burgervader, Albert van den Bosch, geniet zichtbaar van zijn burgers in Zaltbommel.Het is een frisse avond en de St Maarten kerk lonkt verlicht voor een passende afsluiting.

Lyka geniet van al dit nieuws dat op haar afkomt. Om eerlijk te zijn moet ik zelf ook toegeven dat het weer heel leuk is om na al die Aziatische en Islamitische feesten en festivals weer eens een festiviteit in Nederland mee te maken. Op de achtergrond klinkt er klassieke muziek. Tijd om wat te drinken!
Glühwein

Een wijntje gaat er altijd in en omdat Jezus twee duizend jaar geleden al water in wijn veranderde kiezen voor twee glazen rode wijn.
’Rode wijn of glühwein?’ vraagt de vrouw vriendelijk.
‘Een momentje graag? Ik moet het eerst aan mijn Filippijnse vrouw uitleggen.’
Na een kort overleg bestel ik een glühwein, Lyka wil het eerst proberen. Na een sip van de warme wijn verschijnt er een glimlach op haar gezicht.
‘Lekker èn warm!’, lacht ze.
‘Maak er maar twee glühwein van?’ zeg ik tegen de vriendelijke vrouw achter de kraam en met ieder een glas warme, kruidig ruikende, rode wijn in de hand verdwijnen we tussen de toegestroomde mensen in de kerk.
Op zo’n moment besef je hoe mooi de wereld naast de deur is! Je moet het gewoon zien! We luisteren naar het mooie kerkorgel en de korte optredens van jeugdige bands. Een schitterende avond in een schitterende omgeving.

Thuisgekomen neemt de alledaagse wereld weer haar plaats in. Tijdens het koken van het avondeten luister ik met een oor naar de geluiden van de tv. En hoe kan het ook anders? Die gaat natuurlijk over het Sinterklaas journaal. Zwarte Piet is zwart maar de boot maakt water! Is dat de voorbode dat zwarte Piet in het water zijn kleur verliest?
Ik hoop het van niet want dan moeten tienduizenden bezorgde ouders aan hun verwarde kinderen uitleggen waarom een verdronken zwarte Piet op Lampedusa nog steeds zwart is?

Een gevestigde feestavond voor kinderen, ouders en grootouders wordt wreed verstoord door een uitspraak van “Quinsy Gario”, een racistische egoïstische neger die in zijn hele leven nog nooit iets positiefs aan de Nederlandse samenleving heeft toegevoegd. Deze racist verwijt de ketel tot hij zwart ziet!
Of heb ik de afkeuring van “Quinsy Gario" gemist over de “Moderne Noord-Koreaanse slaven in Quatar”.
Òf zijn die Aziaten niet zwart genoeg om voor op te komen?
Òf zijn de Aziaten te gevaarlijk omdat ze op grote schaal het met grondstoffen rijke zwarte Afrika opkopen?
Waarschijnlijk zullen we het nooit weten want die Quinsy Gario lijkt mij een laffe neger die liever niet meer aan zijn ondoordacht actie wordt herinnerd. Hoe had hij ooit kunnen bedenken dat hij tot aan zijn graf, en waarschijnlijk ook nog lang daarna, de neger was, die met zijn linkse gekleurde en vol van zelfmedelijden discipelen, een onschuldig kinderfeest heeft vermoord?

Wanneer de NPO (Nederlandse Publieke Omroep) zich door een zeer kleine groep tegenstanders uit onze democratische samenleving laat beïnvloeden wordt de deur wagenwijd opengezet voor andere minderheden!

Krijgt ISIS straks een uitzending van de politieke partijen?

Wordt het suikerfeest straks een nationale feestdag?

Moeten vrouwen straks in een straal van 500 m rond een moskee een hoofddoek dragen?

Mogen we straks op zondag niet meer telefoneren in Staphorst?

Laten we ons alsjeblieft gaan bezighouden met naastenliefde en ons niet laten uitdagen en verleiden door groepen in onze samenleving die alleen maar door eigenbelang worden gedreven.

Het is vandaag ook alweer vier jaar geleden dat ik mijn Filippijnse vrouw in Thailand ontmoette. De tijd vliegt en er is nog veel te ontdekken in de wereld. Dat is aan het einde van dit verhaal nog het beste nieuws.

vrijdag 7 november 2014

Nederland: Een drukke week vol vreemde gebeurtenissen

Zaltbommel

Het was me de week weer wel! Bedankt voor alle steunbetuigingen en emails, en NEE, ik maak me niet te druk over deze zaken. Mijn hartslag is nog steeds even rustig alleen mijn geest is wat onrustig omdat ik zeer slecht tegen (ambtelijk) misbruik van de eerlijke man en vrouw in de straat kan.

Verder met de klucht over de ondergrondse containers van de AVRI:

Er moet geprobeerd zijn om de problemen met de niet of slecht werkende beeldschermen op te lossen! Dat kan ik niet ontkennen maar ik heb wel moeten constateren dat de problemen niet voor iedereen zijn opgelost.
Maar ook, helaas voor de inwoners en de gebruikers van de ondergrondse afval containers aan de Omhoeken in Zaltbommel, wordt het waarschijnlijk niet getest voordat ze het knelpunt weer verlaten. Er leek een andere container geplaatst maar het pasje van mijn zus werkte nog steeds niet. En wij waren niet de enige! De zakken huisvuil stapelden zich weer naast de ondergrondse container op en enkele uren nadat ik ons pasje had geprobeerd had een gefrustreerde en woedende belastingbetalende gebruiker het hele beeldscherm er uit geslagen!


Dat is puur vandalisme en nooit goed te keuren, hoe begrijpelijk het ook lijkt wanneer je al meer dan een week dagelijks met je vuilniszakken vruchteloos naar de dure ondergrondse afvalcontainers heen en weer bent gelopen.
Ook deze keer bel ik weer op mijn eigen kosten naar de AVRI waar ik gelukkig niet meer door Mevr. van B. te woord ben gestaan. Wanneer die muts aan de andere kant van de lijn opduikt duik ik meteen weer weg!
Mijn klacht wordt weer netjes aangehoord, aan de andere kant wordt een notitie gemaakt en ik krijg toch wel echt het gevoel dat er wat met die klacht wordt gedaan.

Donderdag middag krijg ik netjes een telefoontje van de AVRI dat de storing is opgelost en de excuses voor het ongemak. Maar een bedankje van de AVRI betaald niet mijn telefoonrekening, en omdat ik minstens tien keer met de AVRI in de afgelopen twee weken heb gebeld, trek ik de stoute schoenen aan en vraag om een financiële tegemoetkoming voor de door mij gemaakte kosten. AVRI is tenslotte een bedrijf dat winst maakt en hoe vriendelijk de uitnodiging ook is om bij problemen de AVRI te bellen betaald niet mijn telefoonrekening.
Zo ook deze keer wordt er een notitie gemaakt en mij verzocht om dit verzoek ook per email aan de AVRI aan te bieden. Heb ik dus gedaan. Een antwoord van de afvalverwerker voor wat aanvullende informatie heb ik ook beantwoord en nu is het afwachten wat de AVRI als financiële tegemoetkoming redelijk vindt. Mijn belbundel van vijftien euro is leeg dus persoonlijk zou ik met die vijftien euro wel tevreden zijn.

Wat schertst mijn verbazing? Ik krijg om 10:00 uur, terwijl ik dit stukje zit te schrijven, een mededeling op mijn beeldscherm dat de Gemeente Zaltbommel een reactie op mijn Facebook bericht heeft geplaatst! Zou er dan toch iemand op het stadhuis, ja ik ben al zo oud, enig gevoel van medeleven hebben met de getroffen bewoners van de binnenstad?


Wat me nog meer verbaasd is dat wanneer ik enkele luttele seconden later een LIKE aan het bericht van de Gemeente Zaltbommel wil toevoegen ik de volgende melding krijg:



Dan hebben ze zich wel heel erg snel bedacht! Ik ben benieuwd wat er verder gaat gebeuren en of we ooit nog wel van de gemeente zullen horen.

De rest van de afgelopen week stond in het teken van een uit de lucht komen vallen conflict met de Sociale Dienst Bommelerwaard en de afdeling Publiekszaken Gemeente Zaltbommel.
Nee, ik geniet geen uitkering want mijn eergevoel is daarvoor te groot en de zaak met de afdeling Publiekszaken Gemeente Zaltbommel gaat over discriminatie.
‘Discriminatie?’, zie ik u denken.
‘Ja, discriminatie, pure eenzijdige misselijkmakende discriminatie!’
Net nu het hele volk van Nederland zich weer met het zwarte Pieten debat bemoeid dat door die bemoeizuchtige neger nieuw leven is ingeblazen! Ik gebruik met nadruk het woord neger omdat dat woord niet discriminerend (b)lijkt te zijn! Een van mijn grootste idolen op Facebook is dan ook “Brabo Neger”! Een donkere komiek die heeft geaccepteerd in welke vorm hij is geboren, dat hij in Brabant woont en niet leeft van staatssubsidies voor theaterproducties waar alleen de “Jostiband”, in het bezit van gratis toegangsbewijzen, op af komt om een collega gedwongen te steunen.
En wanneer “Steven Brunswijk” in de donkere huid van de “Brabo Neger” het woord neger mag gebruiken omdat hij een donkere jongen is dan mag ik dat ook want anders is dat discriminatie. Klopt toch Geert?



Maar wat nog erger is dat mijn twee conflicten, met twee verschillende afdelingen van de gemeente Zaltbommel en gehuisvest in twee verschillende gebouwen, met elkaar verbonden lijken te zijn! M.a.w. samenspannen, samenzweren! En dan wordt het smullen voor veel lezers! Niets is mooier dan het klassieke “David en Goliath” verhaal voor het volk omdat de kleine David altijd de sympathie van het volk heeft, ook wanneer hij door de enorme Goliath wordt verslagen!

Omdat we nog niet op het punt zijn aangekomen dat de twee keffende partijen niet meer terug kunnen kan ik er verder nog niets over loslaten. Misschien blijkt het allemaal een storm in een glas water? Ik hoop wel dat ik jullie nieuwsgierig heb gemaakt en dat jullie regelmatig komen kijken of ik al een aflevering heb geplaatst van het grote mensen sprookje over de prins en prinses die, uit hoogmoedswaanzin en ijdelheid, de strijd aangaan met een boer over zijn boerenkar.
Omdat ik weinig of geen hoop heb dat ze, uit pure ijdelheid, tot inkeer komen ben ik al wel aan het eerste deel begonnen! Kinderen kunnen er ook wat van leren, namelijk hoe het er in de grote mensen wereld ècht aan toe gaat en dat je niemand, vooral de politiek en de lokale overheid, voor geen cent kan vertrouwen.
Gelukkig is de pen sterker dan het zwaard!

UPDATE

Voor de laatste keer lees ik mijn verhaal van deze week door en om 12:36 uur verschijnt er opnieuw een mededeling op mijn beeldscherm dat de de gemeente Zaltbommel op mijn Facebook bericht heeft gereageerd. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en laat dit verhaal voor wat het is.


Schaterend van het lachen lees ik het bericht! De vuilniszakken zijn opgeruimd en de storing is verholpen, maar ze zijn er nog wel mee bezig? Wat zijn ze dan in hemelsnaam aan het doen? Uren maken?


Voor mij is het in ieder geval genoeg voor deze week! Ik ga een biertje drinken, de week zit er weer op! Ik vraag me af voor welke verrassingen ik volgende week weer kom te staan. Een prettig weekend gewenst van Lyka en mezelf.
Copyright/Disclaimer