zaterdag 21 juli 2012

Thailand: Als de avonden zwaar worden


Pattaya (Boxing Roo (7))

Ik heb er nu eindelijk aan toegegeven! Ik heb rust nodig en ik moet mijn tijd maar eens wijzer gaan besteden en niet meer ballast verzamelen in het heden en de toekomst. Ik heb de afgelopen twee weken hoofdzakelijk besteed aan schrijven, slapen, eten en rusten. Het werd hoog tijd want ik heb nog veel reizen uit het verleden te verwerken. Ik had echt het gevoel dat ik alles maar vanzelfsprekend aan het opnemen was om het later nog maar eens een keer af te spelen.

En de eerste editie is klaar!
Het is een flinke bevalling geweest! 291 pagina’s met tekst en foto’s, 169 Mb voor een pdf van mijn reisverhalen in Maleisië en Singapore in februari van dit jaar. Maar hier blijft het niet bij! Het is een commercieel project dat straks verkocht moet gaan worden.
Daarom zoek ik vijf lezers die het e-boek willen bekijken, nakijken, evalueren, en het allerbelangrijkste, in klare taal duidelijk maken wat ze leuk/mooi én wat ze niet leuk of lelijk aan het geheel vinden. Maar niet alleen afbrekende kritiek, ook een idee om het geheel te verbeteren wordt op prijs gesteld. Omdat het ontworpen is om op een iPad te lezen ben ik vooral benieuwd wat mensen die het lezen op een iPad er van vinden. Ook de mening van een gebruiker van de andere tablet, de Samsung Galaxy Tab, wordt zeer op prijs gesteld. En natuurlijk ook de wirwar van tablets die nu door de HEMA, Blokker, Aldi en het Kruitvat worden verkocht. Er is maar een beperkt aantal mensen nodig dus het kan zijn dat ik een keuze moet maken tussen verschillende mensen.
Mocht je serieus geïnteresseerd zijn om me te helpen om dit project van de grond te krijgen laat dan een opmerking onder deze publicatie voor me achter en vergeet niet het model van de tablet te vermelden? Volgende week kom ik bij je terug.

Omdat ik toch ook af en toe een paar minuten weg wil van de serieuze zaken zoek ik in het verleden naar een foto die ik op dezelfde datum van een ander jaar heb genomen.

De eerste en niet de laatste hoop ik!

Op 21 juli 2000 werkte ik samen met mijn vriend Dean Barber voor de BBC op het prestigieuze golftoernooi “The Open” in St Andrews. Het is zonder twijfel het mooiste weekend uit mijn leven geweest tot nu toe. Om naast golf grootheden als Tiger Woods te staan doet toch wel wat met je!
‘s Avonds een biertje met Tam erbij maakte het feest compleet. Ik denk dat het duidelijk is dat we  met z’n drieën veel plezier hebben!

woensdag 4 juli 2012

Nederland: Een emmer beslag


Pattaya (Boxing Roo (7))

Ik weet niet meer wat ik afgelopen vrijdag heb gegeten maar herinneringen van veertig jaar of langer geleden komen soms zo maar terug, helder als een winternacht.
Als kind had ik veel mooie momenten in een jaar. Natuurlijk staken er enkele met kop en schouder bovenuit. Mijn zomervakantie in Den Helder bij mijn oom Coen en tante Sjaan. Pindakaas op brood achter in de lange smalle aanbouw dicht bij de kachel. Mijn verjaardag die altijd speciaal was en al mijn wensen die altijd werden vervuld. Mooi gekrulde broodjes van bakker Dingemans voor mijn vriendjes en vriendinnetjes die ik mocht thuis uitnodigen.
Maar als kind vond ik laat opblijven altijd de mooiste avond. Laat opblijven was voor de ouderen! De tv was al in kleur maar de programma’s waren speciaal, en meestal in zwart wit. Mijn opa keek graag naar Gunsmoke, en ik hield van Swiebertje, een avontuurlijke zwerver, en Eliot Ness, Een bestrijder van de misdaad.
Ik herinner me goed dat mijn moeder me wakker maakte midden in de nacht om de landing van de Appollo 11 live mee te maken. Chriet Titulaer en Henk Terlingen, de laatste kreeg zelfs de oneerbiedige bijnaam “Apollo Henkie”, presenteerden de programma’s over de ruimtevaart die voor de hele mensheid een nieuw tijdperk moesten inluiden.
Maar de mooiste avond van het jaar was toch wel de oudejaarsavond. Het begin van een nieuw jaar en de stille aankondiging dat mijn verjaardag ook op de stoep stond. Ik kan me niet herinneren of het op die avonden koud was.
Ik kan wel herinneren dat er direct na de kerstdagen bij “van Wijlen” in de Gamerschestraat grote rode en oranje reclameposters met “vuurwerk te koop” op de etalageramen waren geplakt. “Schuurmans vuurwerk” was een begrip aan het einde van de jaren zestig! Ik keek met veel andere kinderen uit de buurt met onze neuzen en wangen dicht tegen het koude raam aan wie er wat kocht. We kenden iedereen uit de buurt en hoopten dat we wisten waar te gaan kijken naar de romeinse kaarsen en vuurpijlen. Heel af en toe zagen we een blauw of rood bankbiljet van hand op hand gaan. Later kwamen ze dan met een grote papieren zak weer naar buiten. We droomden dat we zelf zo’n briefje kregen en dat we ook zakken vol met rotjes, gillende keukenmeiden en vuurpijlen konden halen. Maar we begrepen de waarde van het geld nog niet en dat het ook geen gemakkelijke tijden waren. Zelf kregen we alleen maar sterretjes van Boekema, de speelgoedzaak.
Na de kerstdagen die bij ons thuis maar sober werden gevierd, wij waren goede vrije protestanten, begon de sfeer in huis te veranderen. Pakken bloem, zo noemde moeder het meel, werden ingekocht en bij “bakker Vaal” werd er een mysterieus pakje gist gekocht. “Gist”, het mocht niet te warm en niet te koud worden bewaard. Gist leefde, het ademde, en daar moest goed voor worden gezorgd! Het kon ook niet op de tocht liggen en het moest in het donker. Dus ging het in de koelkast van de kleine bijkeuken.
De zakken krenten en rozijnen trokken mijn aandacht. Die waren donker en licht, net als mijn striphelden “Sjors en Sjimmie”, nu verguist door de culturele emancipatie maar toen had ik een moord willen plegen voor een zwarte vriend die me hielp als ik in de problemen was.
Terwijl de krenten en rozijnen op de tafel in de serre stonden te weken snoepte ik stiekem van de de gedroogde zuidvruchten. Achter me op de dressoir stond een houten pijp in de vorm van een indiaan, een mooi gesneden kop met een verentooi. Ik had geen idee waar hij vandaan kwam maar ik wist zeker en vast dat ik daar wel een keer naar toe wilden. Ik kan me herinneren dat ik van vroegs af aan altijd de drang had naar verre landen en vreemde volkeren. Toen mijn moeder niet keek plakte ik een geweekte zware krent op zijn oog. Zo, een piraten indiaan, die zijn er  zeker niet veel op de wereld!
Kerstvakantie was veel binnen spelen met de cadeaus van Sinterklaas als het slecht weer was. “Electro” was mijn spel. Moeilijke vragen die je hersenen lieten kraken totdat je van vermoeidheid in slaap viel. Super Electro kwam met duizenden vragen over wetenschap, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie en god weet over wat nog meer onderwerpen. Maar altijd dreven mijn gedachten weer naar het pakje gist.
Pa vertelde me dat het leefde en dat we er goed op moesten passen, want anders ging het dood en dan hadden we op oudejaarsavond een probleem. Er was een moment van onachtzaamheid bij de volwassenen en ik kon eindelijk kijken wat die schat was. Ik nam het pakje uit de koelkast alsof het een eeuwenoude piratenschat was en legde het op het blinkend schone tafelzeil naast de koelkast.
Ik opende voorzichtig het pakje zodat de inhoud niet kon wegrennen maar het liep uit op een grote teleurstelling! Een grijze grauwe stinkend blok van een onbekend materiaal.
‘Kwam dit van de maan?’
‘s Avonds in mijn kleine slaapkamertje aan de voorkant van ons huis dacht ik na over het geheim.
‘Had het nu op de tocht gelegen?’
‘Had ik het vermoord?’
Ik kon niet slapen van de opwinding!
De laatste dag van het jaar was aangebroken en iedereen was anders. Opgewekt en in een feeststemming, de problemen van het afgelopen jaar lagen achter de rug of zouden in het nieuwe jaar worden opgelost. Houten kratten bier werden aangesleept, een eenzame fles Martini, een fles vieux en een fles sherry voor de dames.
Maar mijn vader was de bewaarder van het geheim dat onze hele familie samen hield. Hij zou het geheimzinnige pakje “gist” vandaag vermoorden. Dat moest wel want hij had met zijn eigen woorden verteld dat de gist leefde.
Stil, alsof ik het ergste kattenkwaad had uitgehaald volgde ik in de hoek van de keuken op de bruine formica stoel de handelingen van mijn vader. Er stonden twee gekleurde plastic emmers klaar die moeder Mien de avond van tevoren flink had geschrobd. De zakken meel werden gekeeld, vermengd met melk en suiker. En over de twee emmers gelijkmatig verdeeld. In een veel kleinere steelpan werd er warme melk vermengt met een kilo suiker. En daar kwam de gist vanuit de koelkast tevoorschijn!
Een gevoel van angst bekroop me dat ik de gist misschien had vermoord, de tocht, of misschien de warmte was hem fataal geworden. Met grote ogen volgde ik de handelingen van mijn vader. Hij opende het pakje en rook aan de grauwe stinkende massa. Zijn gezicht bleef stoïcijns! Een pink in de melk en een goedkeurende glimlach, en het blok verdween in de vloeistof.
Voor een jongen van een jaar of negen was dit een vreemde ervaring. Ik stond open voor alles wat natuur en scheikunde was, biologie en aardrijkskunde. Ik wilde de wereld opnieuw gaan ontdekken en verloren beschavingen weer tot leven wekken. Maar vandaag had ik genoeg aan gist, een magische stof die niet lekker rook. En had mijn vader de gist zomaar in de warme melk verdronken.
Het steelpannetje werd naar een gedoofde gaspit achter op het fornuis verplaatst en dat was het. Ik kon het niet geloven dat deze anticlimax het einde van de mysterieuze gist was. Na een uurtje of zo kwam pa terug en rook aan het pannetje, hij keek bezorgt en voor een moment schoot mijn hart in mijn keel. Nog één keer roeren! Opnieuw ruiken en mijn moeder voegde zich bij hem om te kijken hoe het allemaal ging. Ze fluisterden wat en lachten samen. Voor dit moment was ik dus weer gered.
Na een herhaling van het roerritueel kreeg mijn vader de goedkeuring van mijn moeder die zich ook weer bij hem in de keuken had gevoegd. Ik deed net alsof ik in mijn “Electro” spel was verdiept en liet het rode lampje af en toe branden als teken dat ik de vraag goed had beantwoord. Als ik daar nu aan terug denk dan was dat heel onlogisch want een rood lichtje zou toch een fout antwoord moeten betekenen?
De twee speciale gekleurde plastic emmers die voor me op tafel stonden werden nu het leidend voorwerp. Plastic was toen nog bijzonder, de meeste huishoudemmers waren gemaakt van gegalvaniseerd staal. Maar deze emmers waren speciaal, zij waren het nieuwe huis van de verdronken gist.
Opa roerde de helft van de pan in elk van de emmers die een rustplaats kregen naast de potkachel in de keuken, een vochtige theedoek om de emmer af te dekken. In een van de emmers waren ook de geweekte krenten en rozijnen verdwenen. Een ruw einde aan het heerlijke snoepen.
‘niet te warm en niet de koud’, dat was het geheim!’
‘afblijven!’, sprak mijn vader streng terwijl hij naar de twee emmers naast de kachel wees.
Het is bij voorbaat natuurlijk niet slim om dit tegen een negenjarige die op het hoogtepunt van zijn ontdekkingsreizen is te zeggen. Bij elke gelegenheid die zich voordeed lichtte ik voorzichtig de theedoek een stukje op om te kijken wat er buiten mijn zicht gebeurde. En elke keer zag ik dat de emmers voller waren zonder dat er wat was bijgegooid. Aan het einde van de middag controleerde mijn grootvader zelf tegen zijn bevelen in de inhoud van de emmers die op het punt stonden om over te lopen.
Alle volwassenen in de woonkamer keken door de deur en waren opgelucht dat vader hun goedkeurend en lachend van vreugde aankeek. Een gele gietijzeren braadpan verscheen op het aardgasfornuis en een paar flessen slaolie werden er in geleegd. Glazen flessen slaolie, een nachtmerrie. Wij aten sla altijd met “Duyvis Salata”, waarom noemden ze dat slaolie?
Ik mocht voor een moment dichtbij komen om met mijn eigen ogen te zien wat er in die pan gaan de was.
‘Niet aankomen!’, riep mijn vader streng.
Met mijn armen op de rug keek ik naar de bewegende, kronkelende barstjes in de gouden vloeistof.
De eerste emmer werd klaargezet op een kruk naast het fornuis en met twee in de melk natgemaakte eetlepels schepte grootvader een flinke hoeveelheid witte kleverige massa uit de emmer. Hij stond geen moment stil want de twee lepels namen het transport ombeurten over totdat de massa in de hele olie verdween. En nog een en nog een.
Met open mond keek ik naar de goudgele oliebollen die er na een paar minuten een voor een weer uit werden gehaald. Te heet om te eten, maar te mooi om naar te kijken. Natuurlijk deed ik een greep naar de schaal met verse oliebollen om alleen maar te ontdekken dat ze te warm waren om direct te eten. Ook de oliebollen met krenten kwamen een voor een uit de hete olie.
Voor de kinderen werden er om de paar bakbeurten met een grote zeef de uitlopers uit de olie gevist. Onder een dikke laag poedersuiker verborgen kwamen ze als kinderlekkernij op tafel.
Vol en verzadigd van de uitlopers konden we als kinderen ‘s avonds geen oliebol meer zien maar er bleven er altijd wel een paar over voor nieuwjaarsdag.
Seth Gaaikema was op de tv en van het vuurwerk kan ik me niets herinneren, het zal wel geregend hebben! Maar die emmers beslag zullen me altijd bijblijven.

maandag 2 juli 2012

Thailand: Steef?


Pattaya (Boxing Roo (7))

‘Hoe gaat het eigenlijk met je boek, wanneer komt het uit?’, wordt ik vaak als openingszin van een gesprek gevraagd.
‘Steef, ja Steef!’, ik zit er zelf midden in.
Het is alweer drie jaar geleden dat ik de avonturen, al dan niet autobiografisch, op mijn weblog publiceerde. Met gemengd succes! Er waren heel veel liefhebbers maar er waren ook moraalridders die mijn verhalen als verkapte porno zagen. Ik had de grootste plannen waar drie jaar later nog steeds niets van terecht is gekomen. Natuurlijk wil ik nog publiceren en gelukkig is er geen tijdsdruk want het verhaal is van alle tijden. Nog steeds zie je een Steef tussen de passagiers die om je heen zitten in het vliegtuig. De grootste verandering is eigenlijk wel ebook of papier, of misschien wel beiden?
‘Het is crisis en is een grote uitgave voor drukwerk wel een verantwoorde?’
‘Wie wil er nog € 17,95 neertellen voor een verhaal dat al honderd keer is verteld?’
Mijn goede vriend Neil Hutchison, bekend van o.a. het boekje “Money Number One”, heeft ook problemen met de verkoop van zijn geesteskinderen. De alom aanwezige Thaise kopieer woede heeft er voor gezorgd dat er zelfs bij officiële boekwinkels kopieën in plaats van de originele exemplaren liggen. En dat idee weerhoud me ook een beetje om een grote investering te doen. Het boek is bijna af maar de laatste loodjes wegen echt het zwaarst! Voor het schrijven moet je hoofd écht helemaal leeg zijn. Je vaste patronen die de dag invullen moeten vastliggen en er moet geen enkel moment van twijfel bestaan. Je moet met het raam open de frisse lucht kunnen opsnuiven terwijl je luistert naar de stilte.
Mijn verhaal heeft me ingehaald en sinds ik samenleef met mijn Filipijnse vriendin herken ik in mezelf soms de fictieve Steef. Als in een golvende beweging moet ik steeds weer mijn en haar kleinere en grotere problemen overwinnen die met het geloof of de familie van mijn vriendin te maken hebben. Maar het zijn steeds die lange stiltes die me in plaats van motiveren en inspireren gek maken.
We hebben plannen voor de toekomst en die moeten natuurlijk hard worden gemaakt. Helaas is ze nog niet begonnen met de cursus voor het inburgeren. Ik hoop dat ze snel zal beginnen zodat ik haar ‘s middags kan helpen en overhoren. Ik kan haar alleen maar inspireren, motiveren en corrigeren. De rest zal ze toch zelf moeten doen.
Copyright/Disclaimer