donderdag 9 juni 2011

Indonesië: Verkoeling

Dieng (Hotel Bu Jono (VIP 1))

Ik voelde me in ieder geval beter dan gisteren en vandaag voelde mijn Lyka zich niet zo lekker. Het kan verkeren! Verplaatsing naar Dieng en de internetstick opladen met de prioriteit voor de laatste!

Het ritueel van het ontbijt was een kopie van gisteren maar het was wel een uur vroeger. Het zag er weer goed uit en het ging zonder problemen naar binnen. En dat is goed nieuws want zolang je trek hebt is het geen voedselvergiftiging!
De jus was vervangen door een dunne Javaanse kerrie en bovenop de rijst lagen wat draadjes kip. Nog steeds een lust voor het oog en men had het tot in de details verzorgd.

Afscheid en naar het kantoor van “Telkomsel”, de beste internet provider zolang je met een stick of dongel, of hoe je het ook noemen wil, onderweg bent in Indonesië. In mijn geval ben ik het beste af met een pakket van Rp. 200.000 (€ 16,15) dat me 1,5 Gb data (up/down) geeft binnen dertig dagen. Het ligt er natuurlijk aan wat je allemaal met je computer/iPad doet maar het zou voldoende moeten zijn voor een vakantie van vier weken.
Binnen een half uur was alles in orde en wij konden op weg naar Wonosobo. Op het busstation van Cilacap ging het meteen al een beetje mis. De taxichauffeurs gaven slechte informatie en terwijl ik nog snel wat te drinken voor onderweg ging halen vertrok de bus en werd Lyka op de straat gezet.
Volgens diezelfde taxichauffeurs zou de volgende bus pas om twee uur gaan, vier uur later! Nou mooi niet, tien minuten later hobbelden we de parkeerplaats af in een oude bus op weg naar Purwokerto. De rit was zo onaangenaam dat het schudden en bonzen Lyka alleen maar zieker maakte en het duurde niet lang voordat haar maaginhoud in een plastic tasje van de Indomaret verdween. Bij de eerst mogelijke kans verkasten we naar de eerste rij omdat je voorin de bus nu eenmaal minder last hebt van wagenziekte hebt.
De aansluiting in Purwokerto ging zo vloeiend dat ik niet eens de kans kreeg om een foto van de bus te schieten. Maar we waren ook weer blij dat we heerlijk de komende drie uur voorin de bus konden zitten. De chauffeur was van dezelfde kwaliteit als de vorige maar deze keer was de weg beter! Met de richtingaanwijzer constant naar rechts om in te halen, één hand aan het stuur en in de andere zijn mobiele telefoon vond hij toch nog tijd om te roken en te toeteren. Een magische chauffeur zonder enige angst voor de dood. De kleine sticker met een moskee en een menigte die rond de Ka’ab in Mecca liep was zijn bescherming.
Met een kont van gietijzer en een slapend been werden we aan de rand van Wonosobo uit de bus gegooid.
De chauffeur en de knecht wezen samen naar een groep mensen en in koor klonk het, ‘Dieng!’
Maar dat was niet voldoende voor ons want ik moest eerst nog een ATM zien te vinden. Ik was er niet helemaal gerust op dat ik voldoende geld bij me had en ik wilde het niet riskeren om er vanuit te gaan dat er in Dieng een ATM was. Na een korte wandeling richting het centrum ging het bij de eerste de beste bank mis. Deze bank accepteerde alleen de VISA aangesloten kaarten terwijl mijn Robokaart bij Mastercard (Maestro/Cirrus) is aangesloten.

Bij de tweede bank was het raak in we hadden in ieder geval weer voldoende geld om tot maandag te overleven. En nu ik het toch over overleven heb, we kochten meteen ook wat koekjes om het bloedsuikergehalte wat omhoog te brengen. Door al die haast hadden we sinds het ontbijt niets meer gegeten.
Het was niet veel maar voldoende om ons nog één uur langer op de been te houden. Op de hoek van de straat was het meteen raak en we stapten in een bus op weg naar Dieng. Langzaam en met een zwarte adem uitblazend bracht de oude diesel ons naar bijna 2100 meter hoogte. Het leek wel of de tweede versnelling het had begeven want na de duizelend wekkende toerentallen van de eerste versnelling verviel de motor in een bijna stationaire stand. Maar op 2093 Meter hoogte stapte we in het koele Dieng uit.

Direct op de hoek zijn er twee concurrenten in de vorm van Hotel Bu Jono en de Homestay Dieng Plateau. Strootje trekken in mijn gedachten en we stapten het Hotel Du Jono binnen. De kamers waren OK maar de badkamer kon wel een kleine renovatie gebruiken. Maar het is maar voor twee nachten en na een beetje afpingelen konden we voor Rp. 80.000 (€ 6,46) per nacht onze intrek in de kamer nemen.
De medewerker van het hotel die ongetwijfeld een mannetje van duizendenéén ambachten was probeerde meteen maar een paar excursies aan deze doorgewinterde reiziger te verkopen. Maar wij waren nog niet zo ver! Eerst eten! Het restaurant zag er niet naar uit dat het een enorme toeloop van klanten achter de rug had maar om één of andere mysterieuze reden voelde ik ook dat het hier met het eten wel goed zat. De medewerkers van het hotel aten hier ook en ze zagen er gezond uit. We bestelden twee Bami Goreng, en als dit de toon was voor het eten dat we hier konden verwachten dan zat het wel goed.

De zelfgemaakte sambal had het alleen nog maar lekkerder gemaakt en met een vol gevoel trokken we ons terug naar de kamer om onze intrek te nemen. Ik probeerde het net geïnstalleerde internet en die ging als de bliksem. Misschien moest ik maar eens wat meer vertrouwen in de mensen hebben? Ik betrap mezelf er steeds weer op dat ik niets en niemand meer vertrouw en dat is een onmogelijke instelling om al reizend door de wereld te trekken.

Net voordat we naar beneden wilden gaan voor het avondeten viel de stroom uit. De hele vallei was gedompeld in een inktzwarte duisternis en het enige licht dat we konden zien was het licht van onze beeldschermen. In de verte hoorden we aggregaten aanslaan en dat voorspelde niet veel goeds.
‘Zou dit wel eens zo lang kunnen duren dat we ons avondeten zouden missen?’
Wij gingen ondertussen gewoon door met Facebook en travelsandtroubles.com, want de mobiele telefoon blijft ook in dit derde wereld land bij een stroomstoring gewoon werken.

Naast het hotel hoorden we nu ook een aggregaat aanslaan en stotterend kwam de enige lichtbol in onze kamer tot leven. En dat meteen het teken voor ons om naar beneden te gaan. Een korte blik op de kaart, een aan twee zijden bedrukt A4tje, en deze keer kozen we voor de “Swiss Rosti”. Een fantasie recept dat ongeveer vijftien minuten in beslag nam om bereid te worden. We bestelden er maar één en de gids vond dat vreemd. Het werd nog vreemder toen we er ook maar één zwarte thee zonder suiker bij bestelden. Tijdens het wachten speculeerden we over wat we voor onze neuzen zouden krijgen. Natuurlijk was het heel wat anders dan wat we hadden verwacht maar het smaakte ons wel!

En zo gingen we weer terug naar onze kamer waar Lyka nog snel de kleine was deed voordat we onze ogen zouden sluiten. 20:45 op de Casio en welterusten. Het was koel op de kamer, koud is niet het woord maar het is zeker niet iets wat je in Indonesië verwacht. Morgen om vijf uur op!

woensdag 8 juni 2011

Indonesië: Een oud Hollands Fort

Cilacap (Dafam Hotel (voorheen Grand Hotel)(130))

Hollands glorie over alle wereldzeeën! Een oud fort aan de ingang van de haven van Cilacap, het oude Tjilatjap, was ons doel voor vandaag.
Om ietsjes over achten werd er zachtjes op de deur geklopt en er stond een medewerker van het hotel voor de deur met het ontbijt. En dat was de eerste verrassing voor vandaag! Ik schoot snel een onderbroek aan en Lyka verdween weer onder de lakens. De ober plaatste de borden met één oog op de tafel naast de tv terwijl zijn andere oog door de hele kamer ging. De rijst met kroepoek en een soort dunne jus met een half gekookt ei en een stuk tofu smaakte me uitstekend.

Nog even liggen en dan onder de douche en snel op pad. En toen kwam de tweede verrassing uit het niets! Een pijnscheut die tranen in mijn ogen bracht en een kramp in mijn darmen die door merg en been ging. Én een bruine streep van zeker dertig centimeter lang op het witte onderlaken. Ik heb me zelden zo vies en ongelukkig gevoeld!
Nadat ik de grootste rotzooi zelf had opgeruimd moest ik de schoonmakers er wel bij halen zodat de lakens zo snel mogelijk in het water verdwenen. Met een slecht gevoel in mijn lichaam en schoongespoeld door het warme water gingen we een half uurtje later op pad. In alle stilte, want er was niet veel te bepraten.

We kozen de kortste weg naar het strand en vandaar zouden de waterlijn volgen tot aan het fort.

De stranden zijn hier in Cilacap zwart, vulkanisch zand. Dat ziet er voor ons heel vreemd uit en ook de hoeveelheid vuil zal zeker menige toerist versteld doen staan. Maar voor de plaatselijke bevolking is onze fascinatie voor het strand en de zon zeker net zo vreemd.

Enkele mooie plaatjes voordat we bij het “Benteng Pendem” aankwamen.

Het fort moet lang vergeten zijn geweest voordat er een lokale bestuurder op het idee kwam om er een attractie van te maken. Alleen het fort moet niet voldoende zijn geweest want er is een heel attractiepark omheen gebouwd inclusief een dinosaurus!

De Rp. 4000 (€ 0,32) entree zou zeker niet voldoende zijn om de twee cassières in leven te houden! Maar wij begonnen aan een toch terug in de Hollandse geschiedenis met als oudste punt 1873.
Ik kan niet veel vinden over het fort maar hier is nog wat meer te lezen!
Ik vond het erg interessant en het is te hope dat de Indonesische regering ook de waarde van dit stukje geschiedenis inziet! Mooi plaatjes uit een in steen bevroren leven.

Ik probeer me voor te stellen hoe een soldaat uit Nederland zich hier moet hebben gevoeld zo ver van huis omringt door vele gevaren en mooie kleine Javaanse vrouwen.
Het wordt nu ook weer tijd om wat te gaan lunchen de koelte van de kamer op te gaan zoeken. Ook hier aan de kust loopt het kwik flink op maar het haalt het zeker niet bij de zinderende hitte van de vervuilde lucht van Jakarta.

Wegens mijn ongemak van deze ochtend wordt het een KFC en niet al te veel. Ik voel me niet ziek alleen maar wat ongemakkelijk.

Na het eten krijg ik nog een oude becak in het donker voorgeschoteld en ik kan de verleiding niet weerstaan.

En de laatste is wel bijzonden en een erfenis uit Holland. Hier gaat het nog gewoon per ons!

dinsdag 7 juni 2011

Indonesië: Er is niets zo veranderlijk als een mens!

Cilacap (Dafam Hotel (voorheen Grand Hotel)(130))

Ik kan het zelf ook moeilijk geloven maar na een slechte nacht gevuld met dromen over dieven en moordenaars stond ik depressief op. Vandaag zou alles mis gaan, daar was ik 100% van overtuigd! Er was zelfs tot me gesproken door ongure personen die op personages uit de “Pirates of the Caribbean” leken. Rotte tanden en een slechte adem die naar kretek, garam, rook.
In de badkamer keek ik mezelf recht in de ogen en vroeg me af of ik nog wel op reis wilde zijn.
‘Was dit dan het einde?’
‘Bleven alle onbezochte plaatsen een droom en zou ik veranderen in een leunstoeltoerist die al zijn kennis over verre vreemde landen op het internet had vergaard?’
‘Of was het maar een korte tegenslag en zou alles morgen weer anders zijn?’
Lyka was ondertussen ook bij kennis en in een recordtijd van dertien minuten waren we wakker, gewassen, aangekleed en ingepakt. Snel uitchecken en met de taxi naar het Gambir Stesen niet ver van de Monas. In de taxi voelde ik me meteen beter. De kilometers op de GPS naar onze bestemming werden snel minder en alles leek op rolletjes te gaan.
De taxichauffeur begon wat te brabbelen waar ik geen woord van kon verstaan. Het kon me niets schelen want het was een “Blue Bird Taxi” en die gingen altijd op de meter en stonden heel betrouwbaar te boek. Het was 05:33 en we waren op het station waar het al aardig druk begon te worden. Omringd door beveiligings-personeel en niet door straatdieven en moordenaars.
Als eerste scoorden we de kaartjes voor de trein van Jakarta naar Cilacap, een treinreis van ruim 400 Km die zo’n acht uur in beslag zou nemen. De kaartjes kosten Rp. 165.000 (€ 13,22) per persoon in de eerste klasse. Dat lijkt misschien veel maar het is wel de moeite waard. Een koffie en een warme chocolademelk voor mijn Lyka en om 05:55 stonden op perron 4 te wachten op onze trein.

En die zou pas om tien over half zeven arriveren. Elastieke tijd noemen ze dat hier. Het kan op tijd zijn maar ook uitlopen. De computer vult de stoelen van 1A omhoog op en ik had al snel door, ook een klein beetje ervaring, dat de achterste wagons leeg waren. Een kort gesprek met één van de stewards en wij konden een wagon naar achteren waar de meeste stoelen leeg waren.

Jakarta verdween met haar krottenwijken en onmogelijk druk verkeer achter ons en langzaam werd het groener. De oneindige rijstvelden en terrassen van de noordkust van Java gaven me innerlijke rust en van binnen klaarde het ook op.
Vanaf Cirebon kwamen de heuvels en een eerste blik op de Gunug Sari fleurde me helemaal op. Dit was het Indonesië zoals ik me herinnerde van drie jaar geleden.

De trein deed een 180 graden in Kroya en zo duurde de laatste honderd kilometer net zo lang als de eerste driehonderd! Eenmaal in Cilacap stopte de trein op een station dat niet vermeld was op de GPS. Maar het goede nieuws was dat we een klein winkelcentrum hadden gezien met een “Papa Ron’s Pizza” restaurant. Het gewoonlijke leger met de Becak’s stond al te wachten en het duurde langer dan normaal voordat ze door kregen dat er bij deze bule (buitenlander) niets te halen viel. Het was wel lachen dat nadat ze bij mij bot hadden gevangen in het Indonesisch tegen Lyka begonnen te kakelen. En de kleine haalde gewoon haar schouders op en liep langzaam door.
Een stukje lopen op goed geluk richting de kleine groep hotels die op mijn GPS vermeld werden. De eerste de beste was ook meteen raak! Het Grand Hotel is recent overgenomen door de “Dafam Hotel Group” en bevind zich midden in een ingrijpende metamorfose. Een renovatie die zijn weerga niet kent en terwijl de verbouwing in volle gang is gaat de verhuur van de nog beschikbare kamers gewoon door. Een gedateerde standaard kamer in een drie sterren hotel voor Rp. 150.000 (€ 12,04) kan je natuurlijk niet aan je voorbij laten gaan! En er is zelfs een zwembad!
Na de betaling vroeg de receptioniste hoe laat we het ontbijt geserveerd wilden hebben. Ook nog inclusief een ontbijt, dat was helemaal een koopje. En het ontbijt wordt ook nog op de kamer geserveerd omdat het restaurant nog niet open is. Het verblijf in Cilacap zal zeker onvergetelijk zijn.

Na een paar uurtjes rust gingen we op zoek naar het “Papa Ron’s Pizza” restaurant. En dat was maar goed ook want we zagen onderweg geen enkel restaurant waar we zouden kunnen of willen eten. Een vergeten stad met meer dan 200.000 inwoners. Toeristen zijn hier net zo zeldzaam als ijsberen in de Sahara.
De pizza’s smaakte uitstekend en wij waren klaar voor de nacht.

Om iets over acht deed ik het licht uit. Deze verplaatsing zat er op en mijn slechte gevoel was helemaal verdwenen. Soms heb ik gewoon iemand of iets nodig om me over het dode punt te trekken! Morgen gaan we het enige bezienswaardige punt van deze slaperige stad bezoeken.
Copyright/Disclaimer