zaterdag 16 mei 2009

Japan, een klein misverstand

Nikko (Narusawa Lodge)

Het was vandaag een grijze dag! Gisterenavond waren de eerste wolken al binnen gedreven en deze ochtend stond de hemel op regen.
“Elk nadeel heb zijn voordeel!”, sprak Johan Cruyff ooit in een ver verleden.
Zo dus ook voor ons vandaag! Het zachte licht zou zeker mooie plaatjes opleveren en wij hoopten vurig dat het voorspelde slechte weer veel mensen thuis zou houden.
Vol goede moed stapten we de treden van de trap omlaag met een half witbrood in de ene hand en een dozijn eieren in de andere hand. Er was al een kopje koffie genuttigd en een paar gebakken eieren op een boterham zouden er nu wel ingaan.
“Helaas pindakaas!”
Wat er gisteren mis was gegaan is me niet duidelijk maar vanochtend was het plotseling niet mogelijk om iets met de eieren te doen. Nu heb ik weinig zin om met rauwe eieren in mijn rugzak op pad te gaan dus lieten we de doos maar op tafel staan en met een beetje de Péé er in gingen we met een lege maag op pad. Tett had al een droge witte boterham op maar ik had die afgeslagen. We zouden meteen bij de grote supermarkt een paar kilometer verderop inkopen doen.
Nog steeds verbaasd over wat er nu eigenlijk mis was gegaan zaten we samen op een muurtje voor de supermarkt de droge witte boterhammen met kaas op te eten. Een heerlijk kopje Japanse koffie erbij om alles weg te spoelen. Het was eigenlijk best lekker en toen we vol waren gingen we op pad.
Nikko heeft een paar heel belangrijke kunstschatten en het is dus niet vreemd dat de meeste toeristen daar meteen op af rennen. Wij namen een alternatieve route zodat we in ieder geval eerst in alle rust konden genieten.

Natuurlijk was eerst de Shinkyo brug aan de beurt en we vervolgden onze weg langs de snelstromende rivier. Na een paar kilometer kwamen we bij een kleine brug die ons naar de overkant bracht waar een rij Boeddha’s met rode mutsjes en slabbetjes stond. (De betekenis is mij niet duidelijk maar ik zal later zeker proberen uit te zoeken wat hiervan de betekenis is.)





In een restaurant voor de oude keizerlijke residentie, die geheel opgetrokken is uit hout, dronken we een kopje koffie. Na een paar dagen in Japan begin je de eenvoud en de functionaliteit van alle zaken te waarderen. Na overleg besloten we om aan het paleis geen tijd te besteden maar snel verder te gaan naar de tempels.

Zonder dat we wisten wat ons te wachtend stond kochten we de toegangsbewijzen en beklommen de asfaltweg naar het eerste gebouw. Terwijl de eerste druppeltjes uit de grijze hemel vielen beklommen we de granieten trap. Het was er erg druk en ik realiseerde me al snel dat het bijna onmogelijk zou zijn om foto’s zonder toeristen te maken. Maar ja, het is tenslotte niet voor niets één van de grootste trekpleisters van Japan. De “Taiyuinbyo schrijn” was van ongekende schoonheid en aan het einde van onze tour zou blijken dat dit ook de mooiste van het geheel was.

De tempels van Nikko beschrijven is een onmogelijke opgave! De details van het houtsnijwerk en de kleuren. Het brons en koper. De omgeving bezaaid met eeuwenoude naaldbomen die nu met bliksemafleiders zijn beveiligd zodat ze niet op de gebouwen van onschatbare waarde kunnen vallen. De middag was eigenlijk voorbij voordat we het in de gaten hadden.
Met een warm gevoel van binnen en een SD-kaartje vol met mooie foto’s gingen we in een langzaam aanzwellende regen weer richting het “Narusawa Lodge”. Het avondeten kon wachten totdat we ons gedoucht hadden, en misschien werd het zelfs wel weer droog vanavond! Bij terugkeer op de kamer stond ons een grote verrassing te wachten. Er stond namelijk een schaal met twaalf hardgekookte eieren en een klein kommetje met grof zout op de tafel.

Vol onbegrip keken we elkaar aan en probeerden een hardgekookt ei. Misschien was de communicatie dan toch wel goed geweest? We zouden nu in ieder geval niet omkomen van de honger. Helaas ging het alleen maar harder en harder regenen en het avondeten bleef wat het was. We hadden gewoonweg geen zin meer om door de regen te gaan om wat te eten. Brood en kaas met hardgekookte eieren was het avondeten.
Het begon weer koud in de slaapkamer te worden en ik had dus echt geen zin om weer een nacht in de kou door te brengen. Samen onderzochten we de kachel in onze kamer en probeerden alle knoppen op de bovenkant van het apparaat. De tekst was natuurlijk in het Japans en we snapten er helemaal niets van dat we het apparaat. Op zoek naar een mogelijke hoofdschakelaar kwamen we achter de reden waarom de kachel niet werkte.
“De stekker zat niet in het stopcontact!”
Hier moesten we natuurlijk wel erg hard om lachen. Met volle magen en de kachel op twintig graden gingen we voor de laatste nacht op de vloer. Morgen gaan we op pad naar Kamakura.

vrijdag 15 mei 2009

Japan, een ritje in de Shinkansen

Nikko (Narusawa Lodge)

Na twee volle en vooral drukke dagen was het nu tijd om voor het eerst te verkassen. We hadden een kilometer of veertig in de benen en de eerste “rustdag” was welkom. Het was natuurlijk een rustdag met een knipoog want het was meer dan alleen maar in de trein zitten.
Omdat onze twee Zweedse kamergenoten ervoor gekozen hadden om een avondje te gaan stappen en de nieuwe Japanse gast die onder Tett sliep ook laat binnen kwam werd er maar weinig geslapen. Wij gingen pas om half twaalf naar bed en om de twee uur kwamen onze kamergenoten steeds met een stil kabaal binnen.

“We sturen mensen de ruimte in en ze komen weer levend terug op aarde maar niemand kan een ritssluiting maken die ‘s nachts geen lawaai maakt!” Denk daar maar eens over na.
Met dikke ogen stonden we op en deze keer hielden wij bij het pakken van onze rugzakken ook minder rekening met onze kamergenoten. Ontbijt bij McDonald's en dan een eerste boeking proberen te maken voor “de Shinkansen”. En dat is de echte naam voor die supersnelle treinen die veelal ver boven de grond op hoge snelheid Japan doorkruizen. Zoals verwacht was het boeken geen probleem en binnen vijf minuten stonden we weer met twee reserveringen of beter gezegd, plaatsbewijzen, in de hand voor het kantoor van Japan Rail.

Het was nu een goed moment om een paar taken beter tussen ons twee te verdelen. Vanaf vandaag zou Tett het reizen met de trein, zeg maar de stations waar we uit of over zouden stappen, in de gaten houden. Dan kon ik ook af en toe een uurtje relaxen en met een leeg hoofd achterover geleund van het landschap kunnen genieten.
Het eerste gedeelte van Ikebukuro naar Omiya ging met de normale trein maar toen kregen we een stoot adrenaline in ons bloed. Op het speciale perron stond zo’n snel monster, van ik denk zeker 250 meter lang, op zijn passagiers te wachten. Op de seconde nauwkeurig vertrok de trein, die meer op een ruimteschip lijkt, naar de voor ons onbekende bestemming.
Nog twee treinen te gaan en dan waren wij aan de beurt! Onze trein was de “Max Yamabiko 207” naar Sendai. Zestien wagons die door een paar krachtige locomotieven naar hoge snelheden zouden worden gesleurd. Eindelijk was onze trein daar en wij zochten onze plaatsen op. Dit was iets dat ik nog nooit had gezien. Het leek wel een vliegtuig van binnen.

Met de GPS in de hand keken we vol verwachting naar de snel oplopende snelheidsmeter. Twee honderd en zeven en dertig kilometer per uur was de hoogste snelheid die we hebben afgelezen.
Het was dus niet zo’n wonder dat we binnen een half uurtje in Utsunomya waren. Het laatste gedeelte naar Nikko deden we in een langzame boemeltrein, dat was wel een groot verschil met de trein waarin we de reis waren gestart. Nikko, ons reisdoel, is beroemd om zijn tempels die op de werelderfgoed lijst van de VN staan.

De aanwijzingen naar de “Narusawa Lodge” waren duidelijk en na een half uurtje lopen, heuvel opwaarts, waren we op de plaats van bestemming. Op het eerste gezicht leek het een gewoon saai gebouw maar eenmaal binnen was het een gastvrij en heel gezellige slaapplaats. De vrouw binnen sprak gebrekkig engels maar dat kon de pret niet drukken. Het gaf de plaats zelfs een beetje cachet.
Nadat we alle instructies over de lichtschakelaars en verschillende andere zaken hadden aangehoord trokken we onze schoenen weer aan en gingen op pad om nog wat van het kleine stadje te zien, én om wat te gaan eten. Het was wel een hele verandering van de metropool Tokyo naar het kleine slaperige Nikko. Slingerend door de beboste heuvels liepen via een omweg naar de oude brug die eigenlijk de pasfoto van Nikko is. Je ziet die foto overal in Japan.

We hadden een prima gevoel bij deze speciale plaats en ook over de prima maaltijd in een restaurant tegenover de brug. Ik ben de naam van het restaurant vergeten maat het zit op de tweede verdieping (2F) boven een souvenirwinkel. Tett ging voor de gehaktbal met friet terwijl ik de Japanse kerrie met een flinke noedelsoep voor mijn rekening nam.

Vol, vermoeid, lui en rozig van het eten kwamen we terug bij het kleine guesthouse. Voordat we waren vertrokken had ik nog aan de vrouw gevraagd of we morgen misschien een eitje of een omeletten konden bakken. Dat was geen probleem en zo hadden we onderweg ook nog even wat brood en eieren gekocht. Vroeger dan gewend lagen we op de kamer met de computers op schoot. Ja, het is nu eenmaal veel werk om alle foto’s en verhalen op de weblog en Facebook te krijgen.
Zonder de kachel aan te steken schoten we onder de dikke donzen dekbedden. Morgen zijn de tempels aan de beurt en helaas is de weersverwachting niet al te best.
Van Japan 2009
Copyright/Disclaimer