maandag 15 september 2008

Marokko, mijn eerste week zit er op

Essaouira, 15/09/2008

Zeven keer op de pot gezeten in minder dan twaalf uur. Welkom in Marokko! Het moet die soep zijn geweest van gisteravond, ik vond hem al een beetje verdacht smaken. Natuurlijk had ik slecht geslapen met de krampen in mijn darmen en ik was ruim voor zeven uur wakker. Het brood bleef bijna onaangeroerd want ik had weinig trek. Ik voelde me niet slecht of zo, ik moest alleen een beetje vaak naar het toilet.
Om kwart voor acht stond ik al voor het gesloten loket van de CTM op het busstation. Er was tijd genoeg en ik had gewoon geen zin om op mijn kamer te blijven liggen. Een beetje rondhangen op zo’n vreemd busstation is veel interessanter! Iets na achten ging het loket open en ik kocht mijn kaartje. Kwart over negen stond er op gedrukt en dat was iets later dan me verteld was.. Het maakte weinig uit want ik was nu eenmaal al hier en ik kon niets anders doen dan wachten. Negen uur, kwart over negen, half tien, kwart voor tien en nog steeds geen bus. Het meisje met het hoofddoekje knikte elke keer geruststellend dat de bus wel zou komen. Dat de bus zou komen wist ik ook wel maar hoe laat was de vraag. Des te later je arriveert des te groter de kans dat de goedkopere hotels vol zijn, zeker als je weet dat er ook elke dag een volksverhuizing vanuit Marrakesh arriveert.
Om iets voor tien reed de melkwitte bus het busstation binnen en enkele passagiers stapten uit. De bus was niet vol zodat ik mijn rugzak naast me neer kon zetten. Een kwartier later waren we op weg voor de reis die volgens het schema vier en een half uur in beslag zou nemen. Mijn darmen begonnen weer op te spelen en met een geknepen bilnaad zat ik op mijn iets te kleine stoel. Gelukkig verdween de druk weer en met een redelijk comfortabel gevoel reden we richting het zuiden. Totdat de chauffeur, tijdens een inhaalmanoeuvre, een kleine pick-up volgeladen met hooi raakte. Meteen ging alles vol op de rem en een emotioneel en vurig gesprek ontstond tussen de twee chauffeurs die meteen hun mobile telefoons tevoorschijn haalden. Na een kort telefoongesprek gingen beide chauffeurs mét hun bijrijders in de schaduw onder een boom naast de weg zitten. De passagiers hadden geen idee wat er nu zou gaan gebeuren. Zou de politie komen? Zou er iemand van de verzekering komen? We hadden geen idee!
Ruim twee en een half uur later stond iedereen plotseling weer op en we gingen verder, onbegrijpend keken we elkaar aan want er was niets gebeurd tussen het ongeluk en nu. Er was niemand komen opdagen en we hadden hier gewoon langs de weg gestaan.
Het was nu al over vijf toen we in Essaouira aankwamen. Dit was toeristengebied! Een grote groep sjacheraars, met hele verzamelingen visitekaartjes van hotels en riad’s, stonden al klaar om ons op te vangen. De meesten liet ik door mijn snelheid al snel achter maar een paar volharde bleven me achtervolgen en probeerden het achtereenvolgend in het Duits, Frans en Engels. Vijf minuten later liep ik alleen en werd aangesproken door een oude vrouw in het zwart. Ze had een goed adres en ik moest haar wel volgen. Helaas lag het te ver uit de richting en smalle donkere straatjes boezemde me angst in, zeker als het avond zou zijn. Uit beleefdheid bekeek ik ook de kamer en verzekerde haar dat het allemaal hartstikke mooi was maar niet wat ik zocht. Ik was op zoek naar Dar Afram, een riad (huis met binnenplaats) gerund door een Australiër dat goede recensies kreeg.
Ze was zo beleefd dat me netjes naar de riad van de Australiër bracht. Maar dit was een enorme tegelslag, de prijs voor een bed op een slaapzaal was hoger dan dat ik tot nu toe voor privé kamers had betaald. Nee, dit was een flop die teerde op de vermelding in de Lonely Planet! Het Hotel Souiri voldeed wel aan mijn verwachtingen. Een kleinkamertje met gedeelde douche maar inclusief ontbijt voor 125 Mad per nacht was een koopje. Twee nachten dus en de receptionist was zo vriendelijk om er ook nog een handdoek bij te doen. Ik zat gebakken!
Tijdens de korte wandeling voor het avondeten voelde ik hoe koud het hier ‘s avonds wordt! Ja, echt koud! Zo koud zelfs dat ik terug naar het hotel ging om mijn broekspijpen aan te ritsen en mijn fleece op te halen, dat voelde al een stuk beter aan.
De receptionist had me een restaurant aanbevolen en dat zou ik dan ook maar meteen de eerste avond bezoeken. Mijn eerste avond met een normale maaltijd. De soep met brood begon me nu wel een een beetje te vervelen. Terwijl ik voor de deur stond te wachten raakte ik in gesprek met twee Hollandse meisjes. Het boterde meteen zo goed dat we, na een klein rondje door het dorp te hebben gelopen, met elkaar aten. Het was een fijne avond met een interessante maaltijd. Zelf bleef ik maar vegetarisch na de potbezoeken van de afgelopen dag.
Na de maaltijd namen we afscheid en spraken voor morgen weer met elkaar af. Ongeveer half acht rond de poort. Nog voordat ik terug in mijn hotel was kwamen de krampen weer terug, het scheelde niet veel of ik had in mijn onderbroek gestempeld. Water en schuim! Welkom in Marokko!
Nu ik terugkijk naar mijn eerste week moet ik zeggen dat het wel allemaal veel van hetzelfde is. Oude stadjes met smalle straatjes, ommuurde markten en mannen die overal pissen waar maar een muur overeind staat. Over het eten kan ik eigenlijk nog niets zeggen want ik heb bijna nog niet gegeten. Van een biertje drinken komt weinig! Ik heb nog geen één reclame voor bier gezien en zeker nog geen plaats waar ze bier verkopen.

zondag 14 september 2008

Marokko, Casablanca, vergeet het maar!

El-Jadida, 14/09/2008

Zeven uur kan een beetje vroeg zijn als je pas om kwart voor tien met de trein mee wil. Maar voor mij was het een ideale tijd. Rustig inpakken, wat eten en helaas was de open draadloze verbinding “linksys” verdwenen. Dat betekende dat ik dus niet mijn verhalen kon opladen en dat jullie dus een beetje langer hebben moeten wachten. Er moesten knopen worden doorgehakt en mijn volgende bestemming werd El-Jadida. De verhalen die ik gisteren over Casablanca had gehoord en een laatste blik in de Lonely Planet hadden mij doen besluiten om maar door te reizen. Misschien komt deze gewonnen dag later nog een keer goed van pas. Casablanca heeft pas sinds 1993 een echte attractie en dat is dan ook meteen de enige, als ik het nachtleven niet meetel. Een moskee met de mooie naam Hassan II, genoemd naar de vader van de huidige koning (geloof ik). Het is de op drie na grootste moskee in de wereld en kan plaats bieden aan 125.000 gelovigen tegelijk voor het gebed. Vraag me niet waar ze de Mercedesbusjes moeten parkeren want dat staat nergens vermeld. De moskee is voorzien van de laatste technische snufjes en heeft zelfs een glazen vloer waardoor je de golven van de Atlantische oceaan op de rotsen kapot kan zien slaan. Het is waarschijnlijk de enige moskee in de wereld die open is voor niet moslims. Hier hangt wel een prijskaartje aan van € 12,- voor de ongelovigen van de wereld die als tegendienst een rondleiding van een klein uur krijgen. Jullie begrijpen dat ik weinig trek heb om hier een dag aan op te offeren en dat ik meteen maar door ga naar El-Jadida.
De treinen zijn goed en gaan op tijd, én ik had geluk want er was een trein om negen uur en dat scheelde me al een uur in het vertrek en aankomst. De prijs voor het kaartje, 62 Mad, viel me ook 100% procent mee en zo had ik bijna van al het gemotoriseerde vervoer in Marokko gebruik gemaakt. Nu nog de ezels en de kamelen dan is de cirkel rond. Onderweg moest er wel worden overgestapt, het spoorwegnetwerk is opgedeeld in sectoren en die hebben allemaal hun eigen treinen in hun eigen kleuren en verantwoordelijkheden. Even buiten Casablanca verloor de trein zonder een duidelijke reden snelheid en ging terug tot bijna stapvoets. Er was een ongeluk gebeurd en er lag een dood kind naast de spoorbaan, waarschijnlijk aangereden door een trein. Mijn hart sloeg over toen ik dat kleine manneke daar zag liggen en realiseerde me meteen dat een gestolen camera niet in verhouding staat tot het leed wat een dood kind veroorzaakt. De trein versnelde weer en met het doorzichtige beeld van de kleine jongen zag ik het dorre landschap van midden Marokko voorbij razen.
“Waarom liggen de meeste treinstations altijd zover buiten de stad?”, vroeg ik mezelf af.
Volgens mijn planning zou ik binnen veertig minuten bij het Hotel Royal staan. De plaatselijke jeugd had een bord met de richting van het hotel verdraaid en zo kwam ik pas na een uur en een flinke omweg aan bij het hotel dat wegens de ramadan een maand was gesloten. Gelukkig passeerde ik onderweg wel het busstation en ik heb meteen maar uitgezocht hoe laat de bus morgen naar Essaouira (spreek uit als Es-Wara) vertrekt. Negen uur precies en een kaartje kost 100 Mad.
Het hotel dat mijn tweede optie was lag in de verkeerde richting en zo koos ik voor een tussenoplossing. Volgens de LP was het Hotel de la Plage geen beste keus maar na de inspectie van de kamer was het een koopje voor de negen Euro per nacht. Het was tenslotte maar voor één nacht want morgen in Essaouira blijf ik wel twee nachten. Ik moet wassen en een dagje rustig aan doen.
In El-Jadida is de grootste trekpleister de “Portugese Stad”, een oud fort aan de zee dat jaren vergeten was en nu op de Unesco werelderfgoedlijst staat. En het is inderdaad de moeite waard. Natuurlijk is het een beetje veranderd in de loop der jaren maar binnen de muren is het een magische wereld. Het Citerne Portugaise is een vreemde plaats onder een gebouw waar een eenzame straal licht de kerker verlicht. Het dunnen laagje water op de vloer werkt als een spiegel waarin de slanke steunpilaren weerspiegelen. Een plaats om niet te vergeten. Verder dan een beetje door de oude stad en over de muren van de burcht te slenteren is er niet te doen. Mijn middag zat er dus al redelijk vroeg op en dat was maar goed ook, nog voordat ik de oude stad verliet sloeg de diarree toe. Ik ben niet ziek, ik voel me uitstekend, maar het onregelmatig, weinig en slecht eten eist zijn tol. In het hotel aangekomen sloegen mijn darmen weer op hol. Het wordt toch weer soep met brood vanavond om de doodeenvoudige reden dat er niet veel anders te krijgen is.

zaterdag 13 september 2008

Marokko, een dagje op pad in Rabat

Rabat, 13/09/2008

Voor de eerste keer tijdens mijn reis in Marokko bleef ik langer dan één nacht op dezelfde plaats. Rabat is een grote stad en het is één van de weinige steden in Marokko waar echt wat te zien is. Wat belangrijker was: Ik voelde me na deze nacht weer 99%. De angst was grotendeels verdwenen en na mijn ontbijt van een weer een droog taai broodje rijkelijk besmeerd met smeerkaas voelde ik me sterk. Ik miste mijn koffiemakertje nog steeds ‘s ochtends! Jammer dat Tettje er niet is.
Vol goede moed stapte ik de ochtendkoelte in en dat terwijl de zon al redelijk hoog aan de hemel stond. Vandaag zou ik de meeste hoogtepunten van Rabat gaan bezoeken en het toeval wilde dat deze mooi in een cirkel rond de oude én nieuwe stad lagen. Mijn hotel lag naast de oude Medina en binnen enkele minuten stapte ik door de smalle straatjes. Ik keek wel wat meer over mijn schouder dan ik gewend ben en hield wat vaker een hand op mijn cameratasje, maar alles was steeds rustig achter me. De Atlantische kust is hier prachtig, hoge golven breken met veel kracht op de rotsen van zandsteen. Voor me doemde de Kasbah de Oudaias op. Hoge rode muren met een schitterende poort uit 1195 A.D., hier was ik voor gekomen en ik genoot met volle teugen van de kleine straatjes en poortjes. Ja, Marokko heeft van die prachtig geschilderde houten poortjes die één voor één allemaal fotogeniek zijn. Door het doolhof van smalle straatjes dwalend kwam ik terecht in een tapijtweverij, een handjevol oude vrouwen zaten netjes naast elkaar wollen tapijten te weven € 100,- per m2. De prijzen gaan hier ook omhoog!
Met rust van geest liep ik weer de Medina van Rabat binnen en probeerde zo goed mogelijk de verkopers van tapijten, leer, aardewerk en meer van die toeristenrotzooi te ontwijken.
“Good price” en “Very cheap”, kreeg ik steeds te horen.
Het maakte me weinig uit want voor mij is de tijd van souvenirs kopen allang voorbij.
Bij aankomt aan de Tour de Hassan moest ik toch wel even met mijn ogen knipperen. Het was inderdaad een flinke puist van rode steen die daar 44 meter de lucht in toornde. Men was met de bouw aangevangen in 1195 A.D., de sultan die de opdracht had gegeven stierf vier jaar later. De toren is dus nooit afgebouwd en had uiteindelijk 66 meter hoog moeten worden. De hoogste toren in de wereld van de Islam. Deze toren deed zeker niet onder voor de toren in mijn eigen woonplaats, De St. Maarten toren in Zaltbommel. Lef hadden ze zeker wel gehad hier in die tijd. De overgebleven pilaren van de moskee die hier eens had gestaan liet ook zien hoe groot en ambitieus de gebouwen hier een kleine duizend jaar geleden waren geweest.
Op hetzelfde terrein staat ook het Mausoleum van Mohammed V, de vader van de huidige koning. Er schijnen er nog een paar koningen te zijn bijgezet maar eenmaal binnen is daar weinig van te zien. Het marmeren gebouw is wel van oogverblindende schoonheid en tot in details bewerkt met goud en mozaïeken. Vreemd genoeg mogen niet moslims hier gewoon naar binnen en foto’s maken is ook geen probleem. Een grote groep Chinezen passeerden me toen ik naar buiten liep. Chinezen? In Marokko? Je ziet maar, de rijken der aarde gaan nu de wereld bereizen en bevuilen, nou ja, Marokkanen spugen net zoveel als Chinezen. Soort zoekt soort zal het wel wezen.
De Chella bleek achteraf het hoogtepunt van de dag te zijn. De Chella is een oud fort aan de rivier naast Rabat. Gebouwd door de Phoeniciërs en later veroverd door de Romeinen en later door de berbers is een mix van alles. Romeinse huizen en moskeën, naast elkaar binnen de hoge beschermende rode muren van het fort. Eigenlijk is het nu een grote schaduwrijke tuin waarin je langzaam teruggaat in de tijd. Op een steen zat ik een paar minuten te meimeren hoe het er hier 2000 jaar geleden zou zijn geweest. Vreemde mensen en vreemde talen, handel en slaven. Het moet er hier mooi hebben uitgezien.
De laatste halte was het Archeologisch Museum. Deze mocht ik zeker niet missen want hier stonden alle bronzen beelden die in Volubilis en Lixus waren gevonden. Natuurlijk maakte ik een foto, zonder flits, en zo snel als de wind stond er een bewaker naast me die me snel duidelijk maakte dat ik geen foto’s mocht maken.
“J’excuse”, haperde ik geschrokken en borg mijn camera weer op.
Met een zwaaiende opgeheven wijsvinger in mijn richting verliet hij weer de ruimte. Nog geen vijf minuten later was hij terug en dat terwijl mijn camera al die tijd in mijn tasje had gezeten.
“You like to take photo?”, lachte hij vals terwijl ik nu zijn twee gouden tanden zag.
“No, I’m OK, no photo, I understand”, sprak ik rustig en duidelijk.
“For 10 Euro we can switch off security camera’s”, siste hij als een valse cobra.
“No, I’m OK, no photo, I understand”, en ik deed net of ik erg bang voor hem was.
Toen hij bij me vandaan liep lichtte hij zijn pet op en krabde eens op zijn hoofd. Hij vroeg zich waarschijnlijk af of hij me de eerste keer niet te bang had gemaakt. Ik wist beter, ik wilde aan deze spelletjes niet meedoen. De bronzen beelden zijn zeker de moeite waard en als je ooit in Rabat komt dan mag deze zeker niet missen!
Voor mij zat de dag erop, ik was nog geen vijfhonderd meter van mijn hotel af en snakte naar een ijskoud colaatje. Ik had suiker nodig om weer wat energie te krijgen.
Na het avondeten van, jullie raden het al, soep met brood ging ik terug naar mijn hotel, ik was verbaasd van de rust in de stad. Vrijdagavond was het een drukte van jewelst en op zaterdag was er helemaal geen kip op straat. Dat was het dan voor vandaag. Voor morgen weet ik nog niet precies wat ik wil. Ik hink op twee gedachten, wordt het Casablanca of El-Jadida? We zien wel. Welterusten.
Copyright/Disclaimer