dinsdag 4 maart 2008

Sri Lanka, langzaam richting de luchthaven

Kandy, 04/03/2008

Zoals de titel al suggereert zit het gedeelte bezichtigen van oude tempels en paleizen er nu op. Nu gaan we rustig richting de luchthaven via een paar dagen in Kandy en een paar dagen op het strand.
De zon wekte me op een natuurlijke manier en ik was al bijna klaar met pakken toen de wekker om half zeven zijn luid piepende signaal gaf. Dat was het dus voor Anuradhapura! Nog een laatste inspectie van de kamer en een kort afscheid van de eigenaar die nog nadrukkelijk vroeg of ik een goede recensie voor hem wilde achterlaten op mijn weblog.
Het leek net of mijn rugzak een stuk lichter was geworden. Misschien was ik wel een stuk fitter en ook een paar kilo afgevallen? Mijn schouder was nog steeds erg pijnlijk na het probleem van een week gelden. De bakker had net zijn deuren geopend en de meisjes in het keurig geelgroene uniform gestoken waren bezig de vitrine te vullen met verse heerlijkheden uit de bakkerij. Een kleine fles drinkwater en een Nescafé waren de start van de dag. Ik zit weer aan de suiker! Jaren heb ik koffie gedronken met zoetjes maar nadat ik heb gelezen dat je er spijsverteringsproblemen van kan krijgen zit ik weer aan het volle spul. Ook de cola is weer van de oude originele kwaliteit. Ik verbrandt veel met het lopen dus ik denk dat het wel goed zit.
Nadat de vitrines waren gevuld bestelde ik twee broodjes knakworst met nog een Nescafé. Op de stoep zittent in de vroege ochtendzon sloeg ik het wakker worden van het oorlogsgebied gade. Aan elke kant van de straat liepen een agent en een soldaat naar verdachte objecten te zoeken. Een vreemd gezicht en zeker geen geruststellend begin van de dag. John was ook niet komen opdagen dus zou ik de reis in mijn eentje gaan maken.
Op het station aangekomen kocht ik mijn kaartje voor 157 Roepies en na het wisselen van mijn tweehonderd Roepies was de prijs met tien Roepies toeristenbelasting verhoogd. De prijs was nu 167 Roepies geworden. Geen geld om problemen over te maken maar het klopt niet. De trein werd ook nog even ondersteboven gekeerd door een heel leger van politie en soldaten voordat wij de trein konden betreden. Wel een veilig gevoel moet je maar denken. Drie monniken op weg naar huis waren mijn enige medepassagiers in de 2e klasse op weg naar Kandy.
Het duurde niet lang voordat mijn rommelende ingewanden het signaal gaven dat ze wilden worden geleegd. Met zweet op mijn voorhoofd realiseerde ik me dat ik het toiletpapier had achtergelaten in Anuradhapura. Dat wordt improviseren! Misschien een onderbroek of overhemd opofferen en als toiletpapier gebruiken? Ik had nog geen toilet op de trein van binnen gezien en ik hield mijn hart vast na al de verhalen van Graham en John. Wat is aantrof na het openslaan van de deur was een verrassing als in een quizshow. Het toilet was schoon en zelfs de vloer rond het toilet was schoon. Helder water stroomde uit een kraan in een klein fonteintje en ik kon mijn kont dus gewoon met water wassen. Maar eerst de daad! De hevig schuddende trein bemoeilijkte mijn pogingen dusdanig dat ik mijn broek maar helemaal uit deed en in een hoek op de grond legde. Mijn onderbroek werd om mijn dijbeen geknoopt zoals ik menig gogodanseres had zien doen op het podium en al staand blies ik de noedels van gisteren avond in het gat. Het was een soort van “Het gulden schot” zoals ik mij de show in het zwart/wit met Kees Schilperoort herinnerde. Een paar keer met water door de bilnaad en het probleem was zonder veel moeite opgelost.
Na een saaie treinreis en een geïmproviseerde overstap naar een bus arriveerde ik net over twee uur in het “Olde Empire Hotel” in Kandy. Mijn kamer nummer vijf was nog vrij dus hoefde ik niet lang na te denken en binnen vijf minuten was ik weer op weg om wat te eten en een rondje om het meer te lopen.
Avonden zijn voorspelbaar in Kandy, een pizza en een paar bier en dan naar bed. Het is niet anders dan dat ik hier mijn tijd moet doden met niets doen.

maandag 3 maart 2008

Sri Lanka, de laatste lange dag

Anuradhapura, 03/03/2008

Het was een dag met twee gezichten. Precies een week nadat ik voor het eerst met Graham op pad was gegaan was het nu tijd voor afscheid. Zoals jullie wel eens vaker in mijn verhalen hebben gelezen, ik vind afscheid nemen altijd weer moeilijk. Zo dus ook vandaag. Het plan was om gelijk met Graham op pad te gaan en samen nog wat te ontbijten maar na een halve kilometer ontdekte ik dat ik mijn Rabobank telebankieren computer was vergeten. Ik moest terug om het ding op te halen want ik had al in geen drie weken mijn financiële situatie bekeken. Dat was het dan! Langs de weg ergens in Anuradhapura schudden we elkaar de hand en zeiden vaarwel en wensten elkaar een goede reis. Een laatste blik en dat was dat. Graham riep me nog na dat hij me aan het einde van het jaar zou komen opzoeken, dat zou leuk zijn want we hebben samen veel plezier gehad en hij lijkt in erg veel opzichten op mij.
Nadat ik mijn Rabobank apparaat had opgehaald en de nodige handelingen had verricht in een internetcafé kon ik op pad. Het zou een lange wandeling worden. Twee personen hadden mij ervan proberen te overtuigen om toch maar een fiets te huren maar ik ben nu eenmaal erg eigenwijs en ik hou van wandelen.
Vanaf hier heb ik de keuze om jullie of een droge opsomming te geven van de bezochte tempels of gewoon wat algemene indrukken op papier te zetten. Ik begin met de laatste gevolgd door een opsomming van de tempels die ik vandaag heb bezocht.
Aangekomen bij de tempels vielen twee dingen mij meteen op. Het wemelde van de bedelaars met de steevaste opmerking, “Goodmorning Money” en ik was de enige toerist in de eerste tempel. Dat laatste moet voor de gehele bevolking hier verschrikkelijk zijn. Er komt absoluut geen toeristengeld meer binnen in deze toeristenstad. Om hier nu als toerist te zijn is ook geen pretje. De mensen zijn hard en vechten om elke Roepie die wordt uitgegeven door toeristen en de lokale bevolking. Je ziet de wanhoop in de ogen van de mensen.
Mijn eerste fout was ook meteen ontdekt toen ik de tempel van de heilige “Bohdi boom” wilde betreden. Ik was mijn broekspijpen vergeten klaar te leggen. De toegang tot de tempel werd mij dus resoluut geweigerd. De GPS gaf aan dat ik al vier komma één kilometer had afgelegd en mijn broekspijpen even ophalen zou een kleine twee uur in beslag nemen. Met een heel klein beetje aandringen kreeg ik het voor elkaar dat ik twee witte lappen stof kreeg die ik om mijn benen moest knopen. Het moet een grappig gezicht zijn geweest hoe ik gebukt met beide handen al lopend de lappen stof op de plaats probeerde te houden. Eenmaal uit het zicht van de bewaking deed ik ze af en liep veel gemakkelijker over het tempel terrein.
Ik heb nog nooit zoveel politie en soldaten in het openbaar bij elkaar gezien, zelfs niet toen ik in 2001 Birma bezocht. Ze waren ook niet altijd vriendelijk! Soms werd ik gewoon geroepen en ze lieten me een paar minuten voor ze staan zonder wat te zeggen.
Dan kwam het onvermijdelijke en voorspelbare, “Where you come from?”.
Het antwoord “Holland” verbaasde en verwarde ze tegelijkertijd, door mijn hoed hadden ze waarschijnlijk Australië verwacht.
Je hoorde de straaljagers in de lucht en die scheerden onzichtbaar door de grote witte wolken, er hing ook regen in de lucht. Maar niet voor de opstandelingen van de “Tamil Tijgers”, het geluid in de verte leek op luchtafweergeschut gevolgd door het zware geluid van exploderende bommen. Geen prettig geluid als dat op ruim twintig kilometer van je gebeurd. Ik ben niet echt bezorgd maar ik wil hier wel zo snel mogelijk weg.
Het ritueel van de omslagdoek, nu uit één stuk, werd bij de meer belangrijke tempels nog een paar keer herhaald maar eenmaal in de noordelijke ruines kon ik vrij rondlopen en had van niemand last. Het was zo rustig dat ik zelfs de mogelijkheid om een keer te wildpoepen toen moeder natuur riep en ik het niet meer kon ophouden. Zo struinde ik van tempel naar tempel en aan het einde had ik 22,4 kilometer op mijn teller staan. Het was een fantastische dag geweest en morgen ga ik met de trein terug naar Kandy. Ik wil gewoon rustig mijn dagen volmaken op Sri Lnaka en de laatste vier dagen heerlijk in een viersterren hotel doorbrengen aan het strand van Negombo.
Onderweg in het tempelpark was ik ook John nog tegengekomen en half/half was er afgesproken om vanavond samen wat te eten in “Casserole”, een restaurant dat Chinees zou serveren en ik was wel weer aan wat fatsoenlijks te eten toe. Vroeg als ik altijd ben betrad ik het koele restaurant. Geen bier bij het Chinees! Nou ja, een flesje gemberbier dan maar, limonade zonder alcohol met een exotische afdronk. John was een kwartier te laat en ik had net mijn eten besteld. Hij kwam niet verder dan een boord gebakken rijst van een Euro. Ik snap die gasten persoonlijk niet die altijd op het eten bezuinigen maar wel roken en bier drinken.

Mijn Chowmein met noedels was OK maar de kip met cashew noten had ik vaak beter gegeten. Maar ik was ondertussen al gewend aan de middelmatige kwaliteit van het eten op Sri Lanka. We hadden afgesproken om nog een paar biertjes in mij hotel te drinken en door het pikkedonker liepen we terug. Je kon echt geen hand voor je ogen zien nadat in de hele stad de stroom was uitgevallen. Het gebeurde hier wel vaker had ik gehoord maar dat er geen straatverlichting was viel me wel zwaar tegen. In het hotel draaide het noodaggregaat op volle toeren en binnen een mum van een tijd zaten we achter een grote koude fles Lion Bier. Als ik geweten had dat er maar twee flessen in de koelkast stonden had ik rustiger aan gedaan. Het smaakte me zo goed na het eten dat ik de fles in vier teugen naar binnen had laten lopen.
Dat was dus meteen het einde van de avond. John en ik namen afscheid en spraken af dat we elkaar morgenvroeg tussen kwart over zeven en half acht bij de bakker zouden ontmoeten. Als hij kon opstaan zouden we samen naar Kandy reizen met de trein. Op de weg naar mijn kamer had ik nog een kort gesprek met een stel uit Luik die voor de eerste keer in Azië waren. Zij vonden Sri Lanka schitterend. Zo blijft mijn mening nog steeds overeind, aan het einde van mijn reis over ruim een week zal ik in de conclusie alles beter uitleggen.




Dit is de complete lijst van tempels die in mijn fotoalbum staan.
1. Sri Maha Bohdi
2. Brazen Palace
3. Ruvanvelisaya Dagoba
4. Jetavanarama Dagoba
5. Royal Palace
6. Samadhi Boeddha Beeld
7. Abhayagiri Dagoba
8. Mahasena’s Palace
9. Ratnaprasada
10. Elephant Pond
11. Lankarama
12. Thuparama Dagoba
13. Basawakkulama Resevoir
14. Dhakkhina Dagoba
15. Isurumunia Vihara

zondag 2 maart 2008

Sri Lanka, mijn tweede echte rustdag

Anuradhapura, 02/03/2008

Weer om half zeven opstaan! Pffff, het lijkt wel werken als ik zo op reis ben. Nadat ik gisteren een beetje teleurgesteld was in het hele gebeuren ben ik nu weer met een positieve instelling opgestaan. Niks eerder naar Maleisië vliegen maar gewoon rustig aan doen en deze reis netjes afmaken.
Het ontbijt was redelijk en we moesten al om acht uur op het nieuwe, buiten de stad gelegen, busstation zijn. De lokale bus deed wat van hem werd verwacht en zo waren we iets over acht op het busstation. Helaas kregen we te horen dat de bus naar “Anuradhapura” pas om kwart voor negen zou vertrekken. Mij maakte het niets uit maar voor Graham telde elke minuut. Het allerbelangrijkste was toch dat we nu zitplaatsen hadden en niet drie uur hoefden te staan net als gisteren.
Het werd weer een beetje klimmen naar grotere hoogten en op de tweehonderd meter hoog gelegen hoogvlakte zagen we mooie meren en veel rijstvelden. De wegen werden niet echt beter en we hadden steeds meer het gevoel dat we in een derdewereldland waren. Plaggen hutten waren er nu ook regelmatig te zien. Ik heb moeite om nu nog een eerlijk beeld van Sri Lanka te vormen.
Na een busreis van een kleine drie uur stonden we aan de hoofdstraat naast het monumentenpark van “Anuradhapura”. Weer hadden we geen enkele backpakker gezien vandaag! Wel een grote touringcar die halfvol zat met Japanners. Twee blanken die uitstappen zijn ook meteen het middelpunt van alle aandacht. Tuk-tuk chauffeurs komen aangerent met een stevige concurrentie van de ronselaars die je naar een bepaald hotel willen brengen, voor een goed vindersloon natuurlijk. Mijn eerste keuze was gevallen op het “Samanal Lake View Resort”, Graham vond een minibus die ons voor 50 Roepies naar de buren van het “Grand Tourist Holiday Resort” zou brengen. Tijd is geld en haast was geboden.
Nadat ik beide had geinspecteerd koos ik voor de eerste, het “Samanal Lake View Resort” vroeg 1000 Roepies en had warm water. Een mooie grote kamer met twee bedden. Graham huurde bij de buren een fiets en ging op zijn laatste middag de overblijfselen van het oude koningrijk bekijken. Mijn plan was om hier nu drie nachten verblijven en lekker rustig aan doen.
Zes uur, half zeven was de afspraak en ik was de sleutelbewaarder. Graham verdween in de verte en ik zelf slenterde de slaperige stad in op de zondagmiddag. Ik wilde eerst een guesthouse bekijken waarvan ik eerder had gehoord dat het wel OK was en goedkoop eten en bier had. En dat is altijd meegenomen nietwaar? Het “Cottage Tourist Rest” zag er uit als een betonnen bunker uit de jaren vijftig die in frisse kleuren was opgeschilderd. Nadat de kamer gezien had en naar het eten had geïnformeerd wist ik voor negentig procent zeker dat ik morgen zou verkassen en hier mijn intrek zou nemen. In mijn hotel had het eerste probleem zich al aangekondigd in de vorm van een nest grote zwarte mieren en die krengen zaten overal. Het gebouw was ook niet echt schoon wat getuigde van een zeer lage bezettingsgraad.
Nadat ik mijn late lunch had genuttigd die bestond uit vier heerlijke broodjes met verschillende beleg en vulling trok ik me terug op de veranda voor mijn kamer en werkte aan mijn verhalen.

Wat een mooie laatste avond voor ons had moeten worden eindigde in een ramp. Het aanbevolen restaurant bleek een ontmoetingscentrum voor jongen alcoholisten en de minder intelligente personen van “Anuradhapura”. Er schoven langzaam en één voor één lokale jongeren bij ons aan tafel en alles onder het excuus wij zijn geïnteresseerd in jullie land en vinden het leuk dat jullie naar Sri Lanka komen. De werkelijkheid was anders! Keek je de andere kant op dan probeerden ze hun glas met jouw bier te vullen. Sigaretten werden gegrepen zonder dat het werd gevraagd en het duurde natuurlijk niet lang voordat de sfeer omsloeg en dreigend werd toen wij weigerden voor hun bier te betalen. Ze hadden het idee opgevat dat wij per persoon even 100.000 Roepies gingen betalen en voor hun sponsoring zouden zorgen om naar Europa te kunnen. 100.000 Roepies is heel weinig geld voor ons, althans in hun kleine belevingswereld. Het werd allemaal nog erger toen ze een flinke hoeveelheid sterke drank hadden genuttigd. Gelukkig nam de dreiging snel af omdat ze na een kwartier hun ogen amper open konden houden, maar de avond was al verpest.
Stilletjes rekenende we af en kwamen tot de ontdekking dat de meeste mensen hier gewoon door en door slecht zijn, oftewel dat de toeristensituatie heel slecht is. Het afgesproken buffet ging van 150 Roepies naar 325 Roepies. Aan de drankjes was niet te tornen maar weer hadden we een bittere smaak overgehouden aan een avond in Sri Lanka. Op bed bedacht ik nu dat ik nog maar één nachtje hier zou blijven en dan terug zou keren naar Kandy.
John, een andere Engelsman die we ontmoette in het restaurant was ook van mening dat hij nooit meer zou terugkeren naar Sri Lanka. Dat maakt het drie uit drie die ik ken en dat is geen toeval.
Copyright/Disclaimer