donderdag 19 juli 2007

Maleisië: Sabah, een bloederige ontmoeting

Sandakan, Sepilok Orang Utan, de rottende jungle

Sandakan (City View Hotel), donderdag 19 juli 2007

We kiezen gemeenschappelijk voor de “Mangrove Forest Walk”, we weten op voorhand dat we deze wandeling nooit in zijn geheel kunnen lopen. Tien kilometer heen en terug betekend al gauw een uur of vier lopen door de dichte jungle.
We hebben in totaal maar drie uur tot onze beschikking en we moeten ook nog wat te eten zien te vinden, het voeren van de mensapen vanmiddag is belangrijker dan de wandeling. Ik overtuig de caissière van het park om voor ons het “Sabah Wildlife Department” te bellen voor de benodigde vergunning om het pad deze ochtend te lopen. De vergunning is gratis maar het bellen vanuit een telefooncel met een Maleisiër in de jungle is een omslachtige manier om de vergunning naar de kassa van het park gefaxt te krijgen.
Permit to enter Sepilok Forest ReserveSepilok Orang Utan Centre TrailsSepilok Orang Utan Centre Trails
Tien minuten later, en twee Maleisische Ringgit lichter, sta ik met de vergunning voor alle drie van ons in mijn hand en wij kunnen op weg naar de mangrove bomen.
De Mangrove Forest Walk De wandeling begint aangenaam. Hier en daar stappen we over kleine poelen water met modder. Wat minder is zijn de grote aantallen bloedzuigers die leven op de vochtige vloer van de jungle en in de kleine modderpoelen. Onafgebroken moeten wij de benen van diegene voor ons loopt in de gaten houden. We slaan direct alarm wanneer er een bloedzuiger zijn weg omhoog naar het zachte vlees in de gewrichtsholtes zoekt.
We hebben tijdens onze wandeling tientallen bloedzuigers verwijdert en tijdens het stilstaan om een bloedzuiger te verwijderen vielen andere hordes soortgenoten ons weer aan. Er zijn maar drie bloedzuigers die uiteindelijk in dit verhaal worden vermeld!
Zweten in de jungle De eerste bloedzuiger is voor mij persoonlijk de meest beruchte. Al balancerend lopend over een omgevallen boom, die over een kleine stroom ligt, voel ik een vreemde kriebel in mijn lies. Mijn hand gaat automatisch naar de plaats waar het kriebelt en vol verbazing voel ik iets dat ik niet verwacht en dat er niet hoort te zijn. Het voelt alsof ik twee piemels in mijn broek heb!
Tettje, die nog naar een plaats zoekt om zelf op de boom te klimmen, kijkt wat het is wanneer ik mijn broekspijp voor hem open en hij recht omhoog kan kijken. Er blijkt één bloedzuiger door de verdediging heen te zijn gebroken. Hij heeft de weg naar mijn edele delen gevonden!
Ik probeer de opgezwollen worm tussen mijn duim en wijsvinger te pakken maar ik krijg maar geen grip op die gladde zwarte kleine rakker. Ik voel hem nog steeds zuigen en groeien dus is het nu de hoogste tijd voor meer rigoureuze maatregelen.
Zonder ook maar één moment te twijfelen laat ik mijn broek, en onderbroek, in een flits tot op mijn knieën zakken. Daar sta ik dan in mijn blote kont midden in de jungle van Borneo! Tettje probeert de hardnekkige gladde rotzak met beide handen te pakken maar het lukt hem van geen kant. Het zal best een grappig tafereel zijn geweest maar ik voel mij toch wel zeer ongemakkelijk.
Het tapijt van rottende planten en dieren in de jungle is nu eenmaal niet de meest hygiënische plaats voor een bloedzuiger die aan je edele delen hangt! Gelukkig lukt het mij om met een bankkaart, ik heb dat ooit eens ergens gelezen, de zuigende worm van mijn scrotum te schrapen. Gevuld met mijn bloed valt de dikke zwarte bloedzuiger op de grond. Hij heeft voldoende voedsel voor de komende dagen opgezogen. Dat staat als een paal boven water. Op dit moment realiseer ik pas dat Karin een stukje verderop in alle stilte staat te kijken wat er allemaal voor haar ogen gebeurt.
‘Sorry hoor, maar nood breekt wet!’, roep ik haar toe.
Tettje ontmoet een woudreusOveral bloedzuigers De tweede bloedzuiger is er één in Tettje zijn knieholte. Hij poseert naast een woudreus die wij in Nederland kennen als tropisch hardhout. Bomen met giftig en smerig smakend sap zodat de insecten er niet aan willen beginnen. Wij hebben verzaakt om zijn benen goed in de gaten te houden mede omdat hij zich ook steeds als laatste in lijn een weg door de jungle baant. Wij hebben de verdediging aan de achterkant niet goed in de gaten gehouden en Tettje moet daar nu de prijs voor betalen. Zodra ik de bloedzuiger met mijn bankkaart heb weg geschraapt gutst het bloed uit Tettje zijn knieholte.
Schimmels in de jungleDe natuur boeit altijdKlimplantenPaddestoelen Ongeveer op de helft van de beschikbare tijd voor de wandeling keren wij weer om. We hebben door het tropisch regenwoud van Borneo gelopen en het is een onvergetelijke ervaring. We hebben flink geklommen en ook weer stevig afgedaald. We zijn langs een diep ravijn gelopen en hebben door de centimeters dikke modder gewaad. Wilde dieren zie je weinig in het oerwoud, de meeste dieren in de jungle zijn s’nachts actief in het oerwoud om zo hun levenskansen aanzienlijk te verhogen.
Over een omgevallen boom Het was een mooie wandeling en mocht ik hier ooit nog een keer terug komen dan zal ik de “Mangrove Forest Walk” zeker uitlopen en mij dan door een boot terug naar Sandakan laten brengen. De wilde natuur fascineert altijd en de grote hoeveelheid paddenstoelen, en schimmels, die het rottende tapijt overblijfselen omzetten naar bruikbaar voedsel voor de planten. De wandeling terug gaat zoals gewoonlijk sneller dan de heenweg. We hebben voldoende tijd om nog wat te eten en te drinken voordat we de tweede keer gaan kijken naar het voeren van de mensapen in het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre”.
Sandakan, Sepilok Orang Utan, Orang-UtanSandakan, Sepilok Orang Utan, Orang-UtanSandakan, Sepilok Orang Utan, Voeren van de Orang-UtanSandakan, Sepilok Orang Utan, Orang-UtanSandakan, Sepilok Orang Utan, Tettje bij de Orang-Utan Het voeren van de vriendelijke dieren in de middag is vandaag beter dan die van vanochtend. Na er goed over te hebben nagedacht denk ik dat het voeren in de middag altijd het beste is. Er zijn beduidend minder toeristen, dat misschien de dieren minder afschrikt, en meer orang-oetangs komen op het geluid van de lepel en het etensblik af, we zien zeven Orang-Utan deze middag.
Het is opnieuw vertederend maar verder is er weinig nieuws te zien. We nemen afscheid van Karin en ik verwacht niet dat ik ooit nog wat van haar zal horen. Enorm voldaan gaan wij samen in de bus terug naar “Bandar Sandakan”, zoals je het centrum van de stad noemt, om een lekkere hete douche te nemen en een ijskoud biertje te gaan drinken. Dit was de beste dag tot nu toe op Borneo en deze dag maak deze reis tot een onvergetelijke.
Nu het verhaal over de derde bloedzuiger! Tettje ontkleed zich naast zijn bed in de hotelkamer om onder de douche gaan en ontdekt een bloedvlek in zijn onderbroek zo groot als een ontbijtbord! Nee, hier waren niet een paar druppels bloed gelekt maar meer een theekop vol bloed.
Tettje merkt geschrokken en verbaasd op, ‘Ik heb helemaal niets gevoeld’.
Maar het bloed zit er toch. Deze kleine glibberige zwarte etter is waarschijnlijk vermoord toen Tettje met zijn machtige tachtig kilo op de volgezogen bloedzuiger ging zitten. Het ziet er erger uit dan het is! Tettje heeft vandaag weer het meest geleden tijdens onze toch door de modder!
Tabak uitdelen Wat vanavond voor ons belangrijk is: Tettje gaat afscheid nemen van een gedeelte van zijn bagage!
De dertien pakjes halfzware shag moeten er aan geloven en er worden zes pakjes weggegeven aan de lokale bevolking die allemaal roken als schoorstenen van oceaanstomers. Een soort laatste avondmaal maar dan anders! Tettje is tijdens deze reis definitief gestopt met roken en hij voelt zich al een stuk beter. Hij heeft meer lucht en zijn eten smaakt hem ook een stuk beter.
Om de hoek van ons hotel heb ik al een eenvoudig eethuisje ontdekt dat nasi goreng, saté in diverse soorten vlees en ijskoud bier serveert. De ideale plaats om nieuwe vrienden te maken! Zodra Tettje het kleine plastic tasje met de pakjes “Drum halfzware shag” opent stroomt het personeel toe. Tabak is niet duur in Maleisië maar gratis is nog goedkoper!
Tettje deelt de pakjes shag uit en de argwanende medewerkers van het restaurant weten niet goed wat ze moeten denken van deze twee gekke blanken. De kleine pakjes “rode Rizla” vloeipapier trekken veel bekijks! Sigaret papier is hier niet gebruikelijk, hier gebruiken ze gedroogde bladeren van een struik uit het oerwoud.
Sigaretje rollenSigaretje rollenSigaretje rollenGoed gelukt Het spel is snel begonnen en de kaarten liggen op tafel. We gaan plezier maken met de lokale bevolking, een van de belangrijkste redenen waarom we samen op reis zijn. Als eerste moet ik ze gaan leren om een sjekkie te rollen. Dat is lachen om het gepruts van de Maleisiërs. Verbazend snel hebben ze het onder de knie en kunnen ze aan ons eten beginnen. Het smaakt ons goed maar we hebben het wel een beter gegeten.
Een heerlijke dagTettje controleerd zijn foto'sTettje heeft een nieuwe vriendin Ik mijmer wat over wat we vandaag weer allemaal hebben meegemaakt. Het was een mooie en interessante dag. We hebben er samen ook hartelijk om gelachen hoe de Maleisiërs probeerden een sigaretje te rollen. Aan het einde van de avond hebben ze het aardig onder de knie. Een beetje aangeschoten en voldaan gaan wij richting het hotel. We worden door het gehele personeel uitgezwaaid. Morgen gaan we weer de jungle in, we kijken er erg naar uit.

Terug op de kamer blijkt dat de wifi weer eens werkt en daar maak ik snel gebruik van. Ik heb vanavond een vreemde email uit Thailand ontvangen. Volgens de email ben ik vader geworden! Ik weet niet eens dat ik een vriendin heb in Thailand, laat staan dat ik weet dat ze zwanger is. De moeder, waarvan ik de naam niet herken, zal mij zo snel mogelijk een foto van de kleine sturen. Ze zal wel niet weten hoe een digitale camera/telefoon werkt. Ik hou jullie op de hoogte.

Maleisië: Sabah, mijn kinderen in Sepilok

Sandakan, Sepilok Orang Utan, aan een arm

Sandakan (City View Hotel), donderdag 19 juli 2007

Vandaag is de grote dag aangebroken. Ik ga mijn kinderen in het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre” ontmoeten. De wekker staat weer op de normale tijd van zeven uur. Er is voldoende tijd voor het ontbijt van brood en boterhamworst uit blik maar te weinig tijd om te lummelen of een beetje “te sudderen” zoals Tettje dat altijd noemt. Nog een lekker derde bakkie koffie op de hotelkamer en dan op pad.
We vertrekken onder een stralend blauwe lucht, dat zou later wel eens kunnen veranderen. We weten dit uit ervaring. In Maleisië en op Borneo is een zware tropische bui in de middag een doodgewone zaak. De buslijn is dezelfde als gisteren alleen deze keer is de bus groter en luxer. Ik begrijp ook niet meteen waarom maar volgens mij ligt het aan het tijdstip van de dag. Des te meer verwachte passagiers des te groter de bus, logisch toch?
Bij aankomst op de kruising met de weg die naar het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Center” leidt stappen we de warme tropische ochtendzon in. Het is warm maar niet zo warm als op het platteland van Thailand. Het is tweeënhalve kilometer lopen naar de ingang van het park. De snorders rijden op en neer en proberen een zakcentje bij te verdienen door luie dikke zwetende toeristen over de smalle weg van en naar het park te vervoeren. Elke auto die passeert toetert of we in willen stappen en wij zwaaien terug. Het is heerlijk om een half uurtje te lopen en de rottende geur van de dichte jungle op te snuiven.
Bij het park aangekomen wordt mijn grootste nachtmerrie werkelijkheid. Grote geairconditioneerde touringcars met hordes toeristen uit alle windstreken staan al te wachten om het park te bezoeken. Het is nog geen kwart over negen en er zullen er dus nog wel veel meer komen! 
De meeste van die toeristen op georganiseerde rondreizen zijn zonder hun schoenen de videoruimte in geleid en zitten daar een DVD te bekijken die aan het einde kan worden gekocht. De opbrengst is natuurlijk voor het park? De collectie dure sportschoenen maken me aan het lachen terwijl ik naar mijn sandalen kijk.
‘We moeten zorgen dat we vooraan staan’, zeg ik tegen Tettje.
De kassa gaat pas over een tiental minuten open dus zet ik Tettje met het gepaste geld in de hand vooraan bij het loket.
‘Ik moet eerst nog even naar de WC, koop twee kaartjes voor RM 80’, laat ik hem weten.
Dat is even schrikken!
‘Stap in de koele wereld in die toilet heet’, zeg ik hardop terwijl ik op zoek ga naar een zit toilet in plaats van een “squat toilet”.
Ik kijk nog eens goed om me heen en ja hoor, ik sta in een airconditioned toilet! Ik wrijf eens door mijn haar, krab aan mijn voorhoofd en was verbaasd dat een organisatie die zogenaamd met de flora en fauna, en het milieu, van Borneo bezig is zich heeft laten verleiden tot deze onzinnige uiting van verspilling en vervuiling alleen maar om toeristen te behagen.
Ik ben echt blij dat ik even door mijn knieën kan zakken om mijn verstoorde spijsvertering weer wat te verlichten. Het is toch te gek voor woorden dat ik medicijnen moet slikken tegen diarree omdat mijn lichaam de goedkope medicijnen tegen een te hoge cholesterolspiegel niet verdraagt?
Bij mijn terugkeer bij de kassa is Tettje ondertussen niet meer de enige die in de rij staat, er is een meisje aangesloten en zij blijkt ook uit Nederland te komen. Het zo onderhand gewone verhaal van “er even tussenuit op wereldreis” van een jonge student. Met zijn drieën staan wij te popelen om als eerste bij de voederplaats voor de Orang Utan aan te komen om een zo goed mogelijke plaats te bemachtigen om het voederen te zien en mooie foto’s te kunnen maken.
Een gids van een grote groep toeristen probeert voor te dringen om een groot aantal toegangsbewijzen te kopen. Hij heeft Tettje onderschat die zich niet zomaar aan de kant laat zetten. Wanneer ik er naast ga staan, mijn borst wat breder maak, vooruit steek en met priemende ogen op de kleine gekleurde islamitische Maleisiër neerkijk, kiest hij eieren voor zijn geld en sluit achter in de hele korte rij aan. Zo gaat het wel vaker met gidsen die de taal spreken en bekend zijn met de lokale bevolking. Morgen meer geluk maat!
Sandakan, Sepilok Orang Utan, toegangsbewijsSandakan, Sepilok Orang Utan, toegangsbewijs De toegangsbewijzen naar het heiligdom voor de “Bos mensen” zijn kunstwerken op zich. De glimmende papiertjes warmen ons op voor de ontmoeting met de Orang Utan.
Sandakan, Sepilok Orang Utan, vergunning voor fotocameraSandakan, Sepilok Orang Utan, vergunning voor fotocamera Om deze onvergetelijke dag, en ontmoeting, met de mensapen vast te kunnen leggen moeten we ook toegangskaartjes voor onze fotocamera's kopen. Je mag er van denken wat je wil maar uiteindelijk lijkt het voor een goed doel.
Tettje met de Orang Utan Tettje loopt voorop over de verhoogde houten vlonder een beetje aan zijn camera te peuteren en is zich er niet eens van bewust dat hij zo langs een jonge Orang-Utan loopt die op de reling zit. Ik kan mijn ogen niet geloven! De kans dat je zo dichtbij een wilde mensaap komt is kleiner dan het winnen van een loterij.
Sandakan, Sepilok Orang Utan,Sandakan, Sepilok Orang Utan, Karin en ik roepen in koor naar Tettje ,die zich een hoedje schrikt, en zo niet meer verbaasd is dan het jonge beestje. Wij kijken naar het jonge beestje en hij naar ons. Het is net alsof je een kind in de ogen kijkt, echt ongelofelijk! Je ziet het beestje denken! Anders dan bij een hond of een kat, je ziet dit zoogdier denken!
Sandakan, Sepilok Orang Utan,Sandakan, Sepilok Orang Utan, je ziet hem nadenkenZo dichtbij moet je dus niet komenSandakan, Sepilok Orang Utan, en weg is hij We schieten snel wat foto’s en wat mij persoonlijk betreft kan deze dag al niet meer kapot. Met zijn drieën oog in oog met een Orang-Utan is een onvergetelijke ervaring. Helaas heeft onze Nederlandse reisgenoot Karin weinig gevoel voor etiquette om met wilde dieren om te gaan. Ze komt wel heel erg dichtbij en probeert het apenkind zelfs aan te raken. De overdracht van een voor de mensen ongevaarlijk virus kan dit kind zo maar zijn dood worden! Zodra het jonge beestje ons zat is klimt hij langs een blad van een palm en verdwijnt in het bladerdak van de dichte groene jungle.
Op het platform voor de toeristen is al een parkwachter aanwezig die ons snel vertelt wat we straks tijdens het voeren kunnen verwachten. Met deze informatie in ons achterhoofd zoeken we een plaatsje vooraan en gaan op de reling zitten wachten tot het tien uur word. Tijdens het wachten wordt het steeds drukker en drukker. Bij aanvang van het voeren staan er zeker 150 à 200 mensen met de camera’s klaar om het voeren van de mensapen vast te leggen.
Sandakan, Sepilok Orang Utan, Er komt bezoek Eerst komt er een troep Makaken naar het platform die bananen krijgen gevoerd. Dan begint het hoofdprogramma waar we voor naar het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre” zijn gekomen. Een slag met een metalen lepel op de achterkant van een etensblik kondigt het voeren van de mensapen aan.
Sandakan, Sepilok Orang Utan, Waar hang je uit? Het duurt niet lang voordat de eerste orang-oetang zich al slingerend aan een dik touw naar het voederplatform beweegt en de diverse opstartmuziekjes van de digitale camera’s klinken. Het is ontroerend om die mooie mensapen in het wild te zien. Na drie kwartier van de show te hebben genoten vertrekken de meeste orang-oetangs weer. We hebben zes Orang-Utan gezien tijdens het voeren en één kleintje voor het voeren, de eerste was zonder enige twijfel de beste ontmoeting!
Sandakan, Sepilok Orang Utan, Nu weten we ook zeker dat we het voeren om drie uur vanmiddag willen bijwonen. Ook Karin heeft dit idee en wat voor ons nu belangrijk is is dat we de vier uur wachten goed door komen. Ik heb over een paar wandelingen in het park gelezen en natuurlijk wil ik die niet zo maar aan ons voorbij laten gaan. We gaan met z’n drieën in de jungle wandelen. Nieuwe batterijen in mijn Garmin en we zijn veilig in de dichte groene jungle!

woensdag 18 juli 2007

Maleisië: Sabah, Voor hen die vielen

Opdat wij nooit vergeten, Sandakan Memorial Park

Sandakan (Hotel City View), woensdag 18 juli 2007

We blijven nog twee dagen in Sandakan en dan gaan we op weg naar een jungle kamp dat we gisteren hebben geboekt en betaald. De jungle tour klinkt ons als muziek in de oren en het ziet er op papier ook allemaal goed uit. Op onze eerste dag in Sandakan gaan we een overblijfsel uit de tweede wereld oorlog bezoeken. De hele wereld is bekend met de “Brug over de rivier de Kwai” maar weinig mensen weten over de misdaden die gepleegd op de krijgsgevangen in Sandakan.
De bussen in Sandakan moeten de gemakkelijkste van de wereld zijn. Ze hebben geen nummers maar geven aan tot hoe ver ze over de hoofdweg uit de stad rijden. Het “Sandakan Memorial Park” ligt ongeveer op twaalf kilometer buiten de stad, dus elke bus die naar Batu 8 (acht Engelse mijlen) of hoger gaat komt er langs. We nemen een bus voor de enorme “Giant” supermarkt aan de haven en zijn al snel op weg naar onze bestemming voor vandaag. De bus stopt bijna overal en wordt ook op de meest vreemde plaatsen aangehouden door vlaggende passagiers. Het duurt dan ook bijna een uur voordat we die twaalf kilometer hebben afgelegd.
Tettje bij de ingang van het Sandakan Memorial ParkMonument Sandakan Memorial ParkMonument Sandakan Memorial Park Het park ligt langs de hoofdweg en is goed aangegeven, dus is het niet zo moelijk te vinden. Het is een klein park met een klein houten paviljoen dat het onwaarschijnlijke verhaal verteld over de “Sandakan Dodenmarsen”.

Tijdens 1942-1945 werden soldaten, hoofdzakelijk Australiërs en Britten, vanuit Singapore door de Japanners naar Sandakan verscheept. Ze moesten hier werken aan de aanleg voor een landingsbaan voor vliegtuigen. Het doel was om hier een bevoorradingsbasis en tankstation te bouwen voor de Japanse luchtmacht. Deze dwangarbeid was tegen de “Geneefse Conventies” in.
Daar staat in beschreven dat krijgsgevangenen niet mogen worden ingezet voor militaire doelen. Japan heeft zich nooit aan de conventie gehouden, ondanks dat ze de “Geneefse Conventies” had ondertekend. Japan hield steeds vol dat ze de “Geneefse Conventies” nooit hebben geratificeerd. Dat klinkt oneerlijk en dat is het ook. Veel geallieerde soldaten hebben hun leven verloren onder het brute gezag van de Japanse kampcommandanten

De stoomketelDe stoomketel Wat er overblijft na ruim zestig jaar in de jungle is van metaal. De natuur in de jungle is onverbiddelijk voor alles wat gebouwd is van natuurlijke bouwstoffen. Insecten en schimmels vreten alles op in de vochtige klimaat. De overblijfselen van de stoomketel die voor de elektriciteit in het gevangenkamp zorgde zijn niet echt spectaculair maar laten toch een indruk achter.
Tekening van het Sandakan POW kamp Een tekening van een verzameling houten hutten in het gevangenenkamp kan de slechte omstandigheden waarin de krijgsgevangenen lange dage moesten werken niet vertellen.
Oude graafmachine Er werd begonnen met de aanleg van de landingsbaan en de soldaten probeerden de werkzaamheden zoveel mogelijk te saboteren. Zo hebben ze verschillende bulldozers laten wegzakken in de verraderlijke zachte jungle bodem en onontplofte bommen alsnog gecontroleerd laten ontploffen.
De regelmatige bombardementen van de geallieerden op de bouwplaats gooiden het schema steeds verder terug. Net als aan de “Burma spoorlijn” leefden de gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden. Te weinig eten en werkdagen van wel 14 uur. Het drama van de doodmarsen begon toen de Japanners steeds verder achterop schema kwamen en uiteindelijk het plan voor een landingsbaan maar opgaven.

In plaats van elders te werk te stellen of terug te sturen naar Singapore werden ze op mars gezet naar het 260 kilometer verderop in de bergen gelegen Ranau, dit allemaal op blote voeten en zonder kleding. De meeste alleen gekleed in een lendendoek. De zieke gevangenen gingen het laatst. Bij het begin van 1945 waren er een kleine 2500 krijgsgevangen aanwezig in het kamp in Sandakan.
Ongeveer 2/3 hiervan waren Australiërs. Ze werden in drie verschillen marsen op weg naar Ranau gezet. Iedere deelnemer wist dat als je eenmaal stopte dan stopte je voorgoed. Van de ongeveer 2500 zouden er uiteindelijk 6 terugkeren naar huis om de verhalen over deze gruweldaden te vertellen.

Waarom waren de Japanners zo wreed tegen de geallieerde krijgsgevangen?

In de ogen van de Japanners waren krijgsgevangen lafaards. De Japanse soldaten verkozen bijna altijd de heldendood, de zelfmoord genaamd “Seppuku” of “Harakiri”, voor het krijgsgevangenschap.
Krijgsgevangenen waren dus de laagst geplaatste levende mensen in de ogen van een vrome Japanner. Dat ze de heldendood niet hebben kunnen kiezen boven het krijgsgevangenschap maakt dat ze hun leven niet waard zijn.
Opdat wij nooit vergeten, Sandakan Memorial Park Het is een plaats die toch wel enige indruk op je maakt en die je zeker moet bezoeken als je de kans krijgt. Deze wreedheden van een oorlog mogen nooit worden vergeten en op de volgende generaties worden doorgegeven. Een oorlog kent alleen maar verliezers.
Tettje aan het werk Na het bezoek aan het park is het al bijna twaalf en we gaan weer richting Bandar Sandakan, zeg maar de stad. Tijdens het wachten op de bus neemt Tettje nog even het werk van een gemeentewerker over. Dit onder het toeziend oog van een verbaasde Maleisische schooljongen.
Sandakan, een regenboog Je moet toch wat doen om de dag vol te maken en nu heeft Tettje ook plezier in het wandelen gekregen. Hij is twaalf dagen geleden gestopt met roken en heeft nog steeds geen sigaret aangeraakt. We komen uit bij een klein park aan de oevers van de baai die Sandakan erg uniek maakt. We vullen de middag met een drie uur slenteren, inclusief de lunch bij een KFC in de Giant supermarkt, door de relatief nieuwe stad.
Sandakan, een verlaten stadSandakan, een troosteloze stadSandakan, eten langs de straat Het wandelen door de lege lelijke nieuwe stad gaat erg goed, Tettje heeft er een mooi tempo in en de korte zware tropische regenbui deert ons niet. De lunch bij de KFC was echt minder, nu weet ik 99,99 % zeker dat ik daar nooit meer zal eten.
Een ander probleem is dat dat er hier in Sandakan veel minder Maleisische eethuisjes te vinden zijn dan elders in dit enorme land! De “Pasar Malam” onderweg ziet er ook niet erg aantrekkelijk uit!
Bij aankomst in het hotel gaan we eerst nog wat brood en beleg kopen in een kleine supermarkt. We hebben een koelkast en eten ons ontbijt met een kop koffie op de kamer. We doen vanavond rustig aan want morgen moeten we vroeg op. We gaan naar het laatste onderdeel van onze oorspronkelijke lijst. Het “Sepilok Rehalitation Centre” voor de “Orang-oetangs".
Copyright/Disclaimer