vrijdag 25 mei 2007

Zuid-Korea: Geweldig

Vreemde zeevruchten

Seoul (Jongnowon Hotel), vrijdag 25 mei 2007

Ik kroop gisteren om half twaalf uit mijn bed en voelde me dood, lichamelijk en geestelijk! De screensaver op de 27” iMac vertelde mij dat de gevoelstemperatuur in Pattaya op dit moment 41 graden Celsius is en daar word je niet echt vrolijk van met een kater van deze omvang. Ik heb nog wel de energie om uitgebreid van mijn meisje afscheid te nemen. Over vier weken ben je weer meer dan welkom.
Een reeks korte koude douches brengt mij toch weer redelijk terug tot de realiteit van deze dag. Ik ga vanavond vertrekken voor een trip van vier weken naar Zuid Korea. Mijn hoofd staat er nog niet naar. Mijn lichaam weigert ook nog elk soort vast voedsel, ik ben een wrak tien uur voor het vertrek.
Uiteindelijk heb ik het toch voor elkaar gekregen om mijn kleine rugzak vol te pakken. Ik haal snel door de oververhitte lucht van Thailand wat te eten bij de dichtstbijzijnde 7-11. Gelukkig smaakt het nu wel en ik voel de batterij weer opladen. De rest van de middag heb ik doorgebracht in de ijskoude lucht van mijn slaapkamer. Ik kan niet zeggen dat dit de beste voorbereiding is voordat je op reis gaat maar het was gisteren, en afgelopen nacht, nu eenmaal heel gezellig.
In de taxi ben ik heel erg stil, zelfs de taxichauffeur Nob is verbaasd dat ik hem niet de oren van zijn hoofd klets. Vandaag begint een nieuw hoofdstuk van mijn leven. Ik realiseer me ook dat het alweer drie jaar geleden is dat ik een serieuze reis heb gemaakt. Ik ben lui geworden maar geniet met volle teugen van het nachtleven in Thailand.
Gelukkig is de rit naar de nieuwe luchthaven van Bangkok, de “Suvarnabhumi Airport”, een uur korter dan naar de oude “Don Mueang International Airport” van de Thaise luchtmacht. Dat scheelt toch aardig wat reistijd in de taxi!
Alles is nieuw en indrukwekkend in de nieuwe luchthaven. Maar er zijn een jaar na de officiële opening nog steeds veel mensen aan het werk om het hoofdgebouw te repareren en te verbeteren. Vanavond vlieg ik voor de eerste keer met “Thai Airways”, de nationale luchtvaartmaatschappij van Thailand die door velen geliefd is en geroemd word.

Het tijdsverschil tussen Zuid-Korea en Thailand blijkt dus twee uur te zijn, zelfs de medewerkers van “Thai Airways” achter de check-in balie weten dit niet. Dat betekent dat mijn vlucht vertrekt om half vier in de ochtend (Seoul time). Geheel verdoofd en doodmoe zoek ik mijn plaats in de enorme Boeing 777 die niet eens voor 25% gevuld is. Na het opstijgen neem ik drie stoelen van een middelste rij in bezit en probeer nog wat te slapen voordat we op het “Incheon International Airport” arriveren.
De drie stoelen naast elkaar, met de omhoog geklapte armsteunen, zijn net te kort voor mij. Ik kruip wat in elkaar in een foetushouding en sluit de veiligheidsgordel van de middelste stoel. Ik wil tenslotte niet in mijn slaap door de cabine gaan vliegen! Wanneer de stewardess mij wekt voor het ontbijt heb ik voor mijn gevoel een uurtje geslapen. Ik ben wel moe, nog héél moe, maar die vermoeidheid zal wel verdwijnen wanneer ik weer met beide benen voor het eerst op Zuid-Koreaanse bodem sta.
We zijn net Taiwan gepasseerd wanneer ik de schuif voor het kleine ovale vliegtuigraam open en een felle zon recht in mijn gezicht schijnt. Een wit gesloten wolkendek ligt als een winterlandschap onder ons. Ik weet van de voorspelde regen in Seoul dus het verbaast mij niet echt.
Incheon Airport in de mist Zodra de piloot de landing heeft ingezet heb ik al enkele kleine stukjes van Zuid-Korea kunnen zien wanneer het voor een moment geopende wolkendek het toeliet. Maar dat was alles. Het zicht op de grond is minder dan 200 meter wanneer we eindelijk landen op “Incheon International Airport”. De mist hangt als een deken over de luchthaven en voorkomt dat ik ook maar een kleine indruk kan krijgen van wat er zich allemaal om mij heen bevind.
Ik neem de tijd en ben uiteindelijk de laatste die van boord gaat. Deze keer laat ik eens alles even rustig op mij inwerken. Als eerste kom ik bij de gezondheidscontrole, die meet met een infrarood camera je lichaamstemperatuur, en die roept mij meteen terug. Ik ben nog maar half bij mijn positieven maar ik kan gelukkig toch het begrip opbrengen voor deze controle.
De in een smetteloos wit uniform gestoken vrouw vraagt mij of ik mij ziek voel. De vogelgriep (H5N1) heerst in Azië en veel landen zijn bang voor een besmetting. Ik schud ontkennend mijn hoofd. Ze kijkt mij diep in mijn ogen of ze misschien onzekerheid bespeurd. Ze probeert mij in slecht Engels te ontfutselen waar ik ga verblijven in Korea.
Ik leg haar uit wat mijn bedoelingen zijn: ‘Gewoon wat rondreizen’,vertel ik haar.
‘Niets geboekt, gewoon op de bonnefooi van hostel naar hostel reizen door Zuid-Korea’, en dat kan ze gelukkig begrijpen!
‘Geef dan maar het telefoonnummer van uw mobile telefoon?’, vraagt ze serieus.
‘Eh, die heb ik niet!’, antwoord ik zonder te verblikken of te verblozen.
‘Wat, geen mobile telefoon in Korea?’, vraagt ze mij verbaasd op haar beurt.
Ze kijkt me aan alsof ik uit de prehistorie kom. Uiteindelijk geeft een officier van de medische dienst, achter een tafel, met een knikje zijn goedkeuring. De vrouw kijkt mij verontschuldigend aan en met een breed zwaaiend armgebaar geeft ze aan dat ik vrij ben om verder te lopen naar de volgende horde, “De immigratiedienst”.
Deze werkt dus heel effectief. Iedereen wordt er streng gecontroleerd en naar zijn plannen voor zijn verblijf in Korea gevraagd. Ik sta zeker een half uur in de rij wachten. Maar eenmaal aan de beurt ben ik een minuut later met een stempel in mijn paspoort alweer weg. Eenmaal door de immigratiedienst en de douane betreed ik de enorme ontvangsthal.

Korea! Een nieuwe uitdaging!
10.000 Zuid-Koreaanse Won10.000 Zuid-Koreaanse Won Taak één na aankomst op een nieuwe bestemming is het pinnen van de lokale munteenheid. Dat gaat hier op de luchthaven heel eenvoudig, het gaat bijna vanzelf. Ik probeer ongeveer € 300,- uit de ATM te halen. Tevergeefs! Het maximale bedrag van 200.000 Koreaanse won, iets meer dan honderdvijftig euro, komt uit de ATM. Dat blijkt toch een aardige bundel bankpapier te zijn!
Met verbazing sta ik naar het Zuid-Koreaanse bankpapier te kijken. Het grootste bankbiljet dat uit de ATM komt, 10.000 won, is minder dan acht euro waard! Is het dan zo goedkoop in Zuid-Korea? We gaan het de komende dagen zien en ervaren. Ik begin er nu echt zin in te krijgen.
De tweede taak was wat moeilijker, ik wilde namelijk een “Korea Travel Pass” kopen. Gemakkelijk voor in het openbaar vervoer, eten in restaurants en winkelen. Nu bleek die kaart een verkapte prepaid VISA debetkaart te zijn met een minimum waarde van 320.000 won (ongeveer 250 euro), en dat zijn heel wat ritjes met bus of de ondergrondse. Dan maar richting de stad en kijken of ik dit anders kan oplossen.
De bushalte naar het centrum van Seoul is snel gevondenen en het is redelijk eenvoudig voor een vreemde toerist om een buskaartje te kopen. De aanwijzingen van de “Seoul Backpackers” zijn erg goed en al snel zit ik in de bus naar het centrum van de stad. Ik probeer wat van het landschap op te vangen door de nu langzaam oplossende mist. De erg behulpzame buschauffeur gooit mij af bij de afgesproken halte en daar sta ik dan op het schone brede trottoir midden in Seoul.
Ik kijk eens goed om mij heen en laat de nieuwe moderne stad zich op mij inwerken. Het is hier fris, lekker fris. De zuivere lucht voelt goed aan en inmiddels laat de zon zich ook voorzichtig zien door de bijna opgeloste mist. Dit weer doet mij denken aan Sydney, en die heerlijke frisse lucht als op een winterochtend, het is heel aangenaam na die drukkende vochtige warmte in Thailand. Er zijn opvallend weinig reclameborden in het Engels om mij heen, maar dat is de charme van Korea heb ik ergens gelezen.
Het “Seoul Backpackers” trekt mijn wenkbrauwen omhoog en ik denk meteen dat ik me daar maar overheen moet zetten. En dat probeer ik dan ook. Als eerste is het Seoul Backpackers een verbouwde woning met enkele kleine kamers op de begane grond, met in elke kamer drie stapelbedden, die allemaal uitkomen op de gemeenschappelijke ruimte, waarschijnlijk oorspronkelijk de woonkamer met open keuken.
Er is maar één gecombineerd toilet/douche, gemengd dus, met elk moment van de dag rijen als gevolg. In alle guesthouses en backpackers waar ik tot nu toe heb geslapen waren er altijd dikke grote badhanddoeken te leen tegen een contant onderpand. Zo ook hier, maar deze kleine handdoekjes zouden in Nederland op een toilet hangen!
Ik wordt meteen bij aankomst aangesproken door een magere jonge Engelsman, Andy, die op weg is van Japan naar huis. Hij lijkt mij op het eerste oog een geschikte kerel. Op mijn uitnodiging om samen de stad in te trekken gaat hij gretig in. Hij lijkt mij niet eenzaam en uiteindelijk verteld hij dat hij ook deze ochtend in Seoul is gearriveerd. Voor hem is het dus ook nieuw! Ik weet mijn plannen voor vandaag, een elektronische kaart van Zuid-Korea voor de GPS kopen, hij is op zoek naar een goedkoop vliegticket naar Londen. We kunnen dat waarschijnlijk samen de komende middag wel oplossen.
Christine van Freedom Tour Korea Wij vinden een aanbieding voor het ticket dat Any zoekt in een aanbevolen reisbureau. Er blijkt alleen een klein probleem te zijn. Hij heeft niet voldoende geld op zijn VISA kredietkaart om voor het ticket te betalen. Christine kijkt mij wanhopend, en vragend, aan en ik kijk naar Andy. Hij kijkt mij met van die trouwe puppy ogen aan en ik weet dat ik nu op mijn hoede moet zijn. Ik wil niet als slachtoffer uit deze situatie tevoorschijn komen!
De Garmin dealer is ook vrij gemakkelijk gevonden met de coördinaten die waren opgegeven in de advertentie. Andy is onder de indruk van de Garmin GPS en wil alles weten over het apparaat. Het lijkt een afleidingsmanoeuvre maar mijn gedachten zijn blijven hangen bij het vliegtuigticket naar Londen waar Andy geen geld voor heeft. Het verhaal dat zijn broer deze week geld op de rekening van zijn VISA kredietkaart stort neem ik met een korreltje zout.
De elektronische kaart op een micro-sd voor mijn Garmin GPS wordt niet gekocht! Het kaartje blijkt ongeveer € 240,- te kosten. Dat is € 9 per dag voor de elektronische kaart alleen. Dat lijkt me op dit moment een beetje teveel van het goede. Elektronica ik mooi maar niet tegen elke prijs. Ik ga mij beperken tot het vastleggen van mijn dagelijkse bewegingen zodat ik later de foto’s een geografische locatie kan geven.
Jongno TowerEen auto vol benzineCheonggyecheon Rustig zwerven we terug richting de Seoul Backpackers, soms met de ondergrondse metro en soms te voet. Het is hier in Seoul in ieder geval de eerste dag fantastieeeeeeees! Ik kan er na de eerste dag niets slechts over zeggen. Het is hier heel anders dan in Singapore of Kuala Lumpur.
Mijn verblijf in het “Seoul Backpackers” heeft niet langer geduurd dan het inschrijven en mijn rugzak in de toegewezen kamer zetten. Bij terugkomst in het hostel na onze middagwandeling kijk ik nog eens goed om mij heen. Ik ben niet gelukkig met wat ik zie. Iedereen loopt elke kamer zonder een reden binnen, de kamers hebben geen sloten. De twee computers zijn onafgebroken bezet door You-Tube junkies die schaapachtig zitten te lachen tijdens korte filmpjes. Ik wil ook niet oordelen over de gemiddelde gast van het hostel maar het zijn zeker geen financiële hoogvliegers.
Op de terugweg naar het hostel zijn we op nog geen honderdvijftig meter van het hostel een klein hotel gepasseerd. Nadat Andy zich op zijn kamer heeft teruggetrokken ben ik alleen op onderzoek uitgegaan. Het hotel heeft kleine kamers, die goed kunnen worden afgesloten, en een kleine keuken.
De oude vrouw die de receptie bemande nadat ik op de bel heb gedrukt probeert mij in een haast onverstaanbaar Engels uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Gelukkig heeft ze twee geplastificeerde A4’tjes waar in redelijk Engels duidelijk staat wat de regels in het hotel zijn en wat het kost per kamer per nacht.
Voor minder dan twaalf euro per nacht duurder heb ik nu een kleine privé kamer met grote zachte handdoeken op de vijfde verdieping aan de achterkant. Een blik uit het kleine raam verteld me meteen dat dit een heel rustige kamer is. Ik kijk uit op een gebied met kleine tuintjes vol met grote aardewerken potten. Het enige minpunt van dit hotel is dat er geen lift is dus dat ik enkele keren per dag stevig moet traplopen.
Ja, ik heb de Seoul Backpackers meteen omgeruild voor het kleine hotel om de hoek. Het management van de Seoul Backpackers was eerlijk en oprecht en heeft zonder tegen te stribbelen mij het geld voor de andere twee vooruit betaalde nachten terug gegeven.
Nadat ik intrek heb genomen in de kleine kamer voel ik me een stuk beter, en een stuk veiliger. Sinds ik met mijn MacBook reis ben ik wel bang dat die mogelijk wordt gestolen. Wifi is nog niet overal aanwezig dus is het wel leuk om af en toe naar internet café te gaan om andere reizigers te ontmoeten.
Rond etenstijd ga ik weer terug naar de Seoul Backpackers om eens te zien of Andy nog zin heeft om samen wat te gaan eten. De manager is verbaasd om mij weer te zien. Ik leg hem uit wat er is gebeurd en waarom ik weer terug kom. Hij begrijpt me volledig en drukt me op mijn hart dat ik altijd welkom ben in de Seoul Backpackers en dat ik zelfs gebruik mag maken van de gratis koffie en thee. Ik denk dat er wel vaker gasten verkassen naar het kleine hotel om de hoek, zeker wanneer je met een partner op reis bent.
Andy is ook verbaasd om mij weer te zien! Ik leg aan hem in een korte bewoording uit wat er is gebeurd. Hij vindt het vreemd maar heeft ook enig begrip. Hij neemt mijn uitnodiging om samen te gaan eten met twee handen aan. Het eerste de beste restaurant, nog geen dertig meter van het hostel, adverteert met grote koppen noedelsoep met bijgerechten voor minder dan vier euro. Andy en ik kijken elkaar aan en knikken samen goedkeurend. Dit gerecht gaan wij op onze eerste avond in Zuid-Korea proberen.
Koude hard gekookte eierenKokend hete noedelsoepKokend hete noedelsoep met sojaboon spruiten Een koud hardgekookt ei als voorgerecht! Niet veel later verschijnt een grote dampende kom met noedelsoep, de “Ramyun”, op tafel. We worden nadrukkelijk door de serveerster gewaarschuwd om vooral de kokendhete zwarte keramische kom niet met onze blote handen aan te raken! Er worden nog wat andere gerechten bijgezet en dat is onze eerste ervaring met de Koreaanse keuken. De “Ramyun” is de Koreaanse variant van de in Azië overal bekende instant noedels. De eerste gedacht dat een restaurant in Azië instant noedels op de menukaart heeft staan laat mij duizelen. Wat ga ik de komende weken nog meer allemaal zien en meemaken? De kom instant noedels smaakt mij meer dan uitstekend! De ingelegde komkommer, is het een Kimchi? Is meteen een favoriet van mij. De gedroogde microgarnalen, die een beetje als ansjovis smaken, doen het ook goed in de soep. De originele Koreaanse “Kimchi” vindt ik wat minder, maar waarschijnlijk moet ik nog even aan die bijzondere textuur en smaak wennen. De grote sojaspruiten, lijkt op taugé van mungbonen alleen groter, smaken ook heel apart. Ze kunnen mijn goedkeuring ook meteen wegdragen. Al met al is de eerste avondmaaltijd in Seoul een positieve ervaring.Vreemde zeevruchten Een wandeling door de koele avondlucht om het eten te laten zakken is het laatste wat ik deze vermoeiende dag wilde doen, ik was heel erg moe en ik verlangde naar mijn bed. Toch is het de avond en de nieuwe omgeving die harder aan me trekt dan de wens om te gaan slapen.
De Zuid-Koreanen houden van eten en drinken. Dat begrijp ik meteen wanneer ik enkele honderd meter van mijn hotel verwijdert ben. Maar bij wat ze eten heb ik nog wel twijfels. Grote aquaria vol met wezens, van zoals het lijkt van andere planeten, zetten mij wel aan het denken. De twee Korea’s liggen op een schiereiland dus is de zee nooit ver weg. Het is begrijpelijk dat het zoute water voor veel voedsel zorgt. Op dit moment kan ik het maar moeilijk geloven dat ik me de komende weken aan deze dikke krioelende wormen ga wagen.
Uitgaan in Zuid-Korea Op de terugweg wordt ik overvallen door slierten geur van varkensspek dat wordt gebakken. In een steeg staan tafeltjes met een soort van gebolde bakplaat waar stukjes speklap op worden gebraden of gegrild. Bordjes met een stapel varkensspek staan op tafel met kleine groene flesjes, met een onbekend drankje, en flesjes met de bekende frisdrank. Het is er erg druk en de gasten hebben veel plezier. Ik ga me daar de komende dagen maar eens in verdiepen. Dat wil ik ook wel proberen.
Het is nog geen tien uur wanneer ik vermoeid mijn bed op zoek. Alleen op een kamer voor twaalf euro meer is beter dan met enkele snurkers in een dormitorium! Mijn eerste dag in Zuid-Korea zit er op en gelukkig is alles is goed verlopen, maar wat belangrijker is, alles wijst in de richting dat ik een mooie reis voor de boeg heb.
Morgen ga ik de koninklijke paleizen van Seoul bezoeken en voor zondag staat een bezoek aan de grens met Noord-Korea op het programma.

Ik ga jullie zo goed mogelijk op de hoogte houden van mijn omzwervingen in Zuid-Korea, natuurlijk aangevuld met de foto’s van de dag. Mochten jullie vragen of opmerkingen hebben dan hoor ik graag natuurlijk.

Korea, geweldig

Seoul, 25/05/2007

Het tijdsverschil was dus twee uur met Bangkok, zelfs Thai Airways wist dit niet. Dat betekende dat mijn vlucht vertrok om half vier in de ochtend (Seoul time). Geheel verdoofd en doodmoe zocht ik mijn plaats op in de enorme Boeing 777 die niet eens voor 25% gevuld was. Na het opstijgen nam ik de drie stolen van een middelste rij in bezit en probeerde wat te slapen. De drie stoelen waren net te kort en ik ben volgens mij maar een uurtje weggeweest toen de stewardess mij wekte voor het ontbijt. Ik was moe, nog héél moe, maar dat zou wel verdwijnen. We waren net Taiwan gepasseerd toen ik de schuif bij het raam opende en een felle zon recht in mijn gezicht scheen. Een wit gesloten wolkendek als een winterlandschap lag onder ons. Ik wist van de regen in Korea dus het verbaasde mij niet echt.
Toen de piloot de landing eenmaal had ingezet heb ik enkele stukjes van Korea kunnen zien als het gesloten wolkendek het toeliet. Maar dat was alles. Het zicht was minder dan 200 meter toen we eindelijk landen op “Incheon International Airport”. De mist hing als een deken over de luchthaven en voorkwam dat ik ook maar een indruk kon krijgen van wat er zich allemaal om mij heen bevond. Ik deed het erg rustig aan en was uiteindelijk de laatste die van boord ging. Deze keer zou ik eens even alles rustig op mij laten inwerken. Als eerste was er de gezondheidscontrole en die riep mij meteen terug. Ik was nog maar half bij mijn positieven maar kon gelukkig toch het begrip opbrengen. De vrouw probeerde mij in slecht engels te ontfutselen waar ik zou verblijven in Korea. Ik legde haar mijn bedoelingen uit en dat kon ze gelukkig begrijpen, gewoon wat rondreizen. Geef dan maar het telefoonnummer van je mobile telefoon? Eh, die heb ik niet! Wat, geen mobile telefoon in Korea? Ze keek me aan alsof ik uit de prehistorie kwam. Uiteindelijk gaf een hogere officier zijn goedkeuring en ik kon doorlopen naar de volgende horde, “De immigratiedienst”. Deze werkt dus heel effectief. Iedereen werd er streng gecontroleerd en naar zijn plannen voor zijn verblijf in Korea gevraagd. Ik stond zeker een half uur in de rij maar toen ik klaar was stond ik daar in de enorme ontvangsthal.
Korea! Een nieuwe uitdaging!
Taak één na aankomst was het pinnen van de lokale munteenheid. Heel eenvoudig, dat ging vanzelf en ik begon er nu echt zin in te krijgen. De tweede taak was wat moeilijker, ik wilde namelijk de “Korea Travel Pass” kopen. Gemakkelijk voor in het openbaar vervoer en dergelijke. Nu bleek die kaart een verkapte credit kaart te zijn met een minimum waarde van 320.000 won (ongeveer 250 euro), en dat zijn heel wat ritjes met de ondergrondse. Dan maar richting de stad en kijken of wit anders kunnen oplossen.
De bushalte was snel gevondenen en het was redelijk eenvoudig om een buskaartje te kopen. De aanwijzingen van de “Seoul Backpackers” waren erg goed en al snel zat ik in de bus naar het centrum van de stad. Ik probeerde wat van het landschap op te vangen door de nu langzaam verdwijnende mist. De erg behulpzame buschauffeur gooide mij af bij de afgesproken halte en daar stond ik dan op het trottoir midden in Seoul. Ik keek eens goed om mij heen en liet de stad zich op mij inwerken. Het was fris, lekker fris. De lucht voelde goed aan en inmiddels liet de zon zich ook zien door de bijna opgeloste mist. Het weer deed mij denken aan Sydney, en die heerlijke frisse lucht als op een winterochtend was heel aangenaam. Er waren ook opvallend weinig reclameborden in het engels, maar dat was de charme van Korea had ik al gelezen.
Het “Seoul Backpackers” bracht mijn wenkbrauwen omhoog en ik bedacht meteen dat ik me daar maar overheen moest zetten. En dat deed ik dan ook. Ik werd meteen aangesproken door een Engelsman, Andy, die op weg was van Japan naar huis. Het leek mij een geschikte vent en op mijn uitnodiging om de stad in te trekken ging hij gretig op in. Hij leek mij niet eenzaam en uiteindelijk ontdekte ik dat hij ook die ochtend was gearriveerd. Hij was dus ook nieuw. Ik wist mijn plannen, een kaart voor de GPS kopen, en hij was op zoek naar een vliegticket. We konden dat in de middag samen wel oplossen.
Hij vond een aanbieding voor zijn ticket in een aanbevolen reisbureau en ik vond de Garmin dealer vrij gemakkelijk met de coördinaten die waren opgegeven in de advertentie. Andy was onder de indruk van de GPS en wilde van alles weten over het apparaat. De elektronische kaart werd niet gekocht, deze bleek € 240 te kosten. Dat was € 9 per dag voor de kaart alleen. Dat leek me op dat moment een beetje teveel. Rustig zwierven we terug richting de SB, soms met de ondergrondse metro en soms lopend. Het is hier fantastieeeeeeees! Ik kan er weinig slecht over zeggen.
Zeker toen we de die avond de stad in liepen om wat te gaan eten. Maar dat was pas nadat ik al voor de eerste keer verkast was. Ja, ik had de SB al omgeruild voor een klein hotel net om de hoek. Het management was eerlijk geweest en had mij het geld voor de andere twee vooruit betaalde dagen terug gegeven. Voor een paar euro meer zat ik nu in een klein hotel met een eigen privé kamer en met handdoeken, later daarover meer. Het eerste de beste restaurant, nog geen dertig meter van het hotel, adverteerde met grote koppen noedelsoep met bijgerechten. Andy en ik keken elkaar aan en knikte goedkeurend. Dit zouden wij gaan proberen.
Een koud hardgekookt ei als voorgerecht en toen verscheen de grote dampende kom met soep. Er werden nog wat andere gerechten bijgezet en dat was mijn eerste ervaring met de Koreaanse keuken. En het smaakte meer dan uitstekend. De komkommer Kimchi was mijn favoriet en de microgarnalen die een beetje als ansjovis smaakte deden het ook goed. De originele Kimchi vond ik wat minder, maar waarschijnlijk moet ik nog even aan die smaak wennen. Al met al was het een positieve ervaring.
Een wandeling door de koele avond om het eten te laten zakken was het laatste wat ik deze vermoeiende dag wilde doen, ik was heel erg moe en ik verlangde naar mijn bed. Het was nog geen tien uur toen ik ging slapen. De eerste dag zat er op en alles was goed verlopen, maar wat belangrijker was, alles wijst in de richting van een mooie reis. Morgen ga ik de paleizen bezoeken en voor zondag staat een bezoek aan de grens op het programma.

woensdag 23 mei 2007

Thailand: Eindelijk weer op pad

Zonsopkomst boven Pattaya

Pattaya (Soi Coronation Street), woensdag 23 mei 2007

Pattaya Beach Afscheid van Luck Bar 1Afscheid van Luck Bar 1 Afscheid van Areca Lodge Nadat ik woensdag aan het einde van de middag mijn familie heb uitgezwaaid, na een paar heel gezellige weken, is voor mij ook de voorlopig laatste avond in Pattaya aangebroken. Onze vaste taxichauffeur Nob was zoals gebruikelijk precies op tijd bij het hotel.
Ik had mij stellig voorgenomen om het op deze woensdagavond, voor mijn vertrek naar Zuid-Korea, rustig aan te doen maar diegene die mij kennen weten dat zo’n avond wel eens uit de hand kan lopen. De T-bone steak met patat en doperwten bij “Shenanigans” smaakte mij uitstekend en daarna ging ik nog even snel afscheid nemen van de jongens in de “Pinocchio” bar, een nieuwe bar in “Soi Post Office” eigendom van een Nederlander, waar ik tegenwoordig af en toe een biertje drink.
De “Pinocchio” bar was nog leeg, er was geen levende ziel aanwezig! Het was niet echt vroeg in de avond maar de meeste vaste klanten waren waarschijnlijk nog met de avondwandeling bezig. Zelf wandel ik ook graag dus loop ik richting de zee om de tijd te doden. Ik wandel rustig verder langs het water en bekijk de nachtvlinders van Pattaya op zoek naar licht en betaalde liefde.
Na mijn wandeling langs de boulevard besluit ik om via een omweg toch nog maar een afzakkertje te gaan drinken in de “Pinocchio” bar. Riny, de uitbater, is ondertussen ook gearriveerd en zet in zijn eentje de boel op stelten. De (vaste) klanten kijken geamuseerd naar het ludieke toneelstukje dat Riny smaakvol opvoert.
Het is erg gezellig in de “Pinocchio” bar, te gezellig jammer genoeg. Uiteindelijk ben ik zelfs blijven hangen om naar de finale van de UEFA Champions League, het Italiaanse AC Milan tegen het Engelse Liverpool FC, te kijken. Zo is het geheel onverwacht toch weer heel erg laat geworden in het altijd gezellige Pattaya.
Had ik ook nog een meisje beloofd dat ik haar zou bellen wanneer ik naar mijn appartement zou gaan. Toen ik dat uiteindelijk deed, zo rond vier uur in de ochtend, was ze niet erg blij. Ze kwam me toch opzoeken en de rest laat zich raden. Eenentwintig lentes jong en 39 kilogram schoon aan de haak. Slaap lekker!
Copyright/Disclaimer