maandag 6 december 2004

Singapore: Een heel vochtig weekend in Singapore

Kunst bij Raffles City

Singapore (Onbekend hotel aan Kitchener Road), maandag 6 december 2004

Het waren enkele mooie dagen met Simon in Singapore maar het waren geen spectaculaire dagen sinds we daar donderdag zijn aangekomen. Singapore loopt niet over van de wereldwonderen maar haar cultuur is zeker voor Zuidoost-Azië bijzonder. De president van Singapore, Lee Kwan Yew, is de architect en dirigent van de kleine stadstaat sinds de onafhankelijkheid van Maleisië in 1965.

Onder het bewind van Lee Kuan Yew groeide Singapore van een arm derdewereldland uit tot een van de meest welvarende landen ter wereld. Lee introduceerde de vrije markteconomie, maar zorgde er wel voor dat de Singaporese regering de economie goed kon controleren.
In 1966 won Lees PAP alle parlementszetels en werd de oppositie (de Socialistische Partij) monddood gemaakt. Bij alle daaropvolgende verkiezingen bleef de PAP de grootste partij in het parlement. Linkse leden binnen de PAP werden uit de partij gezet en vervangen door aanhangers van Kuan Yew. Pas in 1984 lukte het de oppositie om weer zetels in het parlement te veroveren.
Lee, een overtuigd anticommunist, liet vanaf de jaren zeventig iedereen met linkse sympathieën gevangenzetten en door zijn krachtig, soms dictatoriaal optreden, liet hij duidelijk zien dat hij de touwtjes in handen had.


Simon en ik zwerven overdag door de schone veilige straten van Singapore. Helaas worden de meeste maaltijden uit de verschillende keukens die Singapore ons aanbied niet ècht door Simon op prijs gesteld. Dat valt me eerlijk gezegd toch wel wat van hem tegen. Ik ging er helemaal van uit dat Simon de verschillende keukens van Singapore op prijs zou stellen. De absolute uitersten van de Chinese, Indiase en Maleisische keukens maken het voor mij een culinair paradijs. Het bier drinken in een van de vele overdekte en geairconditioneerde foodcourts kan zijn goedkeuring ook moeilijk wegdragen terwijl ik me daar als een vis in het water voel.
Ik ben bang dat ik weet wat hij mist! Zijn gemis is voor mij geen probleem maar we zijn nu eenmaal niet in Thailand. De omgang met vrouwen in de ontwikkelde landen in Zuidoost-Azië is nu eenmaal heel anders.
Ik kan voor de vrijdagavond niets anders bedenken dan een paar biertjes in de “Penny Black”, genoemd naar een belangrijke Britse postzegel, en “Harry’s”, een Jazz bar die niet voor iedereen een leuke plaats is om wat te drinken. De vrijdagavond is een avond dat veel expats na hun werk wat gaan drinken en dat leid meestal tot bijzondere ontmoetingen. Ik ga wel zien wat Simon ervan denkt.
Even de was drogen Op weg naar “Boat Quay” passeren we langs “Hill Street” een tafereel van een typisch Chinees gebruik. De eigenaar van deze fietstaxi heeft zijn shirts gewassen en deze hangen te drogen op de achterkant van de zijspan die aan zijn fiets is bevestigd. De zijspan combinatie staat onder een brede luifel geparkeerd zodat die droog blijft mocht het gaan regenen.
Sexy bediening in de Penny BlackSimon en Jielus in de Penny Black De serveersters in de “Penny Black” zijn natuurlijk van een andere kwaliteit, mentaliteit, en uit een heel andere wereld dan in Bangkok. Het duurt niet lang totdat Simon begrijpt dat niet iedere vrouw in deze bar te koop is. In de moderne materialistische wereld van Singapore gelden er andere regels dan alleen financiële. Gelukkig accepteert Simon dat zonder enig probleem en begrijpt hij ook zelf dat dit een heel andere wereld is. Jammer genoeg sluit hij zijn ogen weer wanneer deze mooie foto van ons tweeën door een van de twee sexy serveersters wordt genomen.
Na een geslaagde en gezellige vrijdagavond vraagt Simon om een taxi terug naar ons hotel. Gelukkig heb ik niet veel overredingskracht nodig om hem uit te leggen dat de bussen in Singapore ’s nachts net zo goed, net zo snel, maar veel goedkoper als de taxi’s zijn in Singapore. Het was een leuke vrijdagavond samen en ik heb me goed vermaakt. Een laatste grote Tiger Beer met enkele Chinezen in het koffiehuis onder het hotel en dan naar bed. Simon slaat mijn aanbod af en gaat meteen naar bed.

Op de zaterdagochtend wil mijn reismaatje op zoek naar een ontbijt dat hij herkend. Dat is een nieuw probleem voor mij want een èchte reiziger eet wat hij te pakken kan krijgen. Beter een slecht ontbijt dan geen ontbijt! Kieskeurigheid is onbekend onder de èchte rugzakartiesten! Zodra ik het Indiase ontbijtbuffet om de hoek opper haalt Simon met een vies gezicht zijn neus op.
‘Wat denk je van een broodje gebakken ei met een plat worstje van de gouden bogen?’
Ook nu rollen Simons ogen in hun kassen. Het is me duidelijk wat er aan de hand is. Simon heeft een kater en moet langzaam herstellen anders haalt hij het einde van het weekend niet. We gaan uiteindelijk naar een 7-11 om de hoek waar ik enkele sandwiches met een twijfelachtig op een worst lijkend beleg voor ons koop. De twee bekertjes koffie uit een automaat maken dit on-Singaporese ontbijt compleet. Met enig medelijden kijk ik hoe Simon zich door de sneetjes brood worstelt.
Ik weet dat we een heel lange dag voor ons hebben want Simon heeft eigenlijk nergens zin in en hij heeft maar een ding in zijn gedachten: HERSTELLEN VOOR VANAVOND!
Het duurt niet lang totdat we afscheid van elkaar nemen en Simon zijn bed opzoekt. Een afspraak voor een gezamenlijke lunch is ook niet aan de orde van de dag dus laat ik hem achter in het hotel en ik ga mijn eigen ding doen. Afwachten of Simon hersteld is het enige dat mij rest.
Een dag alleen in Singapore is voor mij geen straf! Ik bezoek bekende plaatsen, groet oude vrienden en eet gerechten in restaurants waar ik ondertussen kind aan huis lijk. Het zweet stroomt uit mijn poriën in de vochtige warme lucht onder een tropische zon.
Bij terugkomst in het hotel klop ik op de deur van Simon’s kamer en na enkele momenten staat mijn vriend in de deuropening. Hij ziet er een stuk beter uit dan toen ik vanochtend afscheid van hem nam. Er verschijnt zelfs een voorzichtige glimlach op zijn gezicht!
‘Effe douchen en dan gaan we eten en bier drinken!’, vertel ik hem.
Hij haalt zijn wenkbrauwen op en sluit de deur. Ik weet nog steeds niet goed wat ik nog met hem aanmoet. Was het wel een goed idee om hem mee naar Singapore te nemen? Met enige voorbedachte rade neem ik meer tijd dan ik nodig heb om te douchen en neem zelfs wat tijd om te rusten. De wifi van het “Tai Hoe Hotel” aan de overkant van de straat werkt nog steeds met het wachtwoord dat ik heb van mijn vorig bezoek!
Simon is al klaar wanneer ik op de deur klop en samen lopen we de trap af terwijl er meisjes met klanten de trappen op komen. Er wordt naar elkaar gelonkt.
We gaan niet ver voor de avondmaaltijd. Het koffiehuis onder het hotel is voldoende voor mij en de zwoele avondlucht lijkt Simon nog meer op te klaren. Na een paar flessen bier en een eenvoudige “Mee Goreng” lijkt Simon enigszins hersteld. We gaan naar “Boat Quay”, een van de uitgaanscentra van Singapore.
Voetbal kijken in de Penny Black De zaterdagavond staat in de “Penny Black” altijd in het teken van het Engelse voetbal. De fans van Liverpool, uitgedost in voetbalshirts en zwaaiend met vlaggen, hebben de bar overgenomen voor de uitwedstrijd tegen Aston Villa. Het is voor mij een leuke gezellige avond maar ik weet maar al te goed waar Simon naar uitkijkt.

Na drie gezellige avonden in Singapore kom ik er niet meer onderuit. Simon wil graag naar de “Orchard Towers”. Een kantoorgebouw aan Orchard Road met op de eerste verdieping, de begane grond, winkels en op de tweede tot en met de vijfde verdieping een uitgaansgebied voor mannen. De bars op die verdiepingen worden bevolkt door vrouwelijke freelancers die hun diensten voor een snelle middag of een hele nacht openlijk aanbieden. Het uitgaanscentrum heeft de beruchte bijnaam gekregen: “Four Floors of Whores”.
Dat er iets bijzonders gebeurt in de enorme grijze betonnen toren is meteen duidelijk zodra we voor de lift staan te wachten. Enkele Chinese zwaargewichten monsteren de mannen die met de lift omhoog willen. Ik knik uit respect naar een goedgeklede afgetrainde Chinees. Hij knikt terug met een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Het ijs lijkt gebroken, niet veel later stappen Simon en ik met een handvol andere mannen in de lift. Officieel is er geen prostitutie in Singapore maar het oudste beroep op aarde is niet uit roeien door de politiek die er zelf hoogstwaarschijnlijk ook graag gebruik van maakt!
Wij zijn op onbekend terrein maar Simon lijkt in zijn element. Wat houden die vier verdiepingen nu precies in? We hoeven niet lang te wachten voordat een praatzieke dronken Engelsman ons komt vertellen wat hier om ons heen allemaal gebeurd en wat ons te wachten staat. Op elke verdieping zijn er meisjes uit verschillende landen in Zuidoost-Azië. Er is een Chinese, een Indonesische, een Thaise en een Filipijnse verdieping. Alle smaken voor de mannelijke gasten lijken vertegenwoordigd. Tot mijn grote verbazing wil Simon eerst naar de Thaise verdieping!
Zodra de deuren van de lift zich op de Thaise verdieping openen ben ik enigszins verbaasd. Ik weet niet wat ik eigenlijk verwachtte maar de ruimte voor ons ligt ergens tussen een gang en een hal. Opnieuw staan er goed geklede en afgetrainde Chinezen het mannelijke publiek de observeren. Dit is zeker niet de juiste plaats om je te misdragen!
Mijn oog valt meteen op een lichtreclame met de naam “Bonanza Bar”. Ik weet dat de Thai gek zijn op “Country & Western” en dat ze zelfs hun eigen Thaise “Country & Western” muziek hebben ontwikkeld. Mijn gedachten dwalen voor een moment af naar een bar in Kanchanaburi waar ik graag een biertje dronk met de oude Thaise hertjes terwijl er Thaise Country &Western muziek op de achtergrond speelde. Tegelijkertijd leid ik Simon, zonder dat hij het zelf doorheeft, naar de opvallende klapdeuren zoals ik me die herinner van de Saloons in de oude Westers series en films.
Eenmaal in de Bonanza Bar zijn we omringt door de vrouwelijke Thaise jeugd, Thaise belegenheid en de bekende valse Thaise glimlach. Het voelt een beetje als “Pat Pong” in Bangkok maar het is toch heel anders. Ik kijk voorzichtig om me heen en voel me van alle kanten bekeken. Zo recht als mogelijk lopen we richting de bar en daar krijgt Simon de schok van zijn leven.
Simon besteld zonder enige schroom twee flesjes Heineken bier en de schaars geklede dame achter de bar vraagt Simon met een brede glimlach om veertig Singapore Dollar. Simon kijkt haar aan, kijkt mij aan, kijkt haar weer aan en schud zijn hoofd. Dat is bijna negen euro voor een klein flesje Heineken!
We zoeken een plaatsje aan een van de kleine muurtafeltjes en met mijn rug tegen de muur voel ik me een stuk meer op mijn gemak in deze onbekende bar. Gevaar komt vaak in de rug. Simon is stil als een kerkmuis en observeert alles om ons heen. Zijn gedachten laten zich raden maar ik denk niet dat ik het precies weet waar hij aan denkt. De vrouwen zijn allemaal Thai om ons heen, daar is absoluut geen twijfel over. Ik breek de stilte open een begin een gesprek met Simon. De avond in stilte doorbrengen is niet mijn ding.
‘Weet je Simon? Weet je wat bijzonder zou zijn?’, hij kijkt me aan met glazige ogen zonder een sprankje licht alsof er niemand thuis is.
‘Wat?’
‘Wanneer er nu iemand hier binnen zou lopen die een van ons twee, of allebei, herkend uit Pattaya.’
Hij kijkt me opnieuw aan met een blik in zijn ogen die ik niet kan thuisbrengen. Wanneer mijn woorden door zijn hersenen zijn verwerkt begint hij te glimlachen.
Nog voordat hij een woord kan uitbrengen hoor ik vanuit de verte een scherpe stem mijn scheldnaam uit Pattaya roepen: ‘Johnnie!’
Simon en ik kijken tegelijk verbaasd in de richting waar de kreet vandaan komt. Onze ogen gaan nog verder open wanneer wij een ladyboy herkennen uit een bar niet ver van “Luck Bar 1” in Pattaya. Hij zwaait verlegen in onze richting en geeft een knipoog dat we zijn ware identiteit niet bekend mogen maken.
Ik wenk hem over en kan mijn ogen niet geloven. We zijn in Singapore en ontmoeten een “kathoey” die we kennen uit Pattaya. Ik omhels hem en knuffel hem uitbundig. Daarna loop ik naar de bar voor drie biertjes. Ik moet voorkomen dat ik misschien een prijzige ladydrink, het verdienmodel van een meisjesbar, voor hem moet kopen. Simon blijft vertwijfeld achter met onze getransformeerde vriend aan de tafel. Wanneer ik terug kom zitten Simon en de ladyboy in het niets te staren. We toasten op een mooie avond en een weerzien in Pattaya. Er broeit iets in Simon en zodra ik mijn laatste slok naar binnen heb gewerkt komt de aap uit de mouw.
Simon wil graag naar een andere verdieping van de “Orchard Towers”. In de lift voel ik me in de “TARDIS” of in een lift aan boord van de “USS Enterprise” uit de serie “Star Trek”. De Chinese verdieping is zeker niet ons ding! Wij worden nog meer bekeken dan de vrouwen. We verplaatsen ons naar de Indonesische verdieping en ook daar zijn de dames zeer belegen en lijken de mannelijke gasten zelfs van een andere planeet.
Meisjes in Orchard TowersMeisjes in Orchard Towers Simon kiest een bar uit op zijn gevoel en zodra we binnen zijn beginnen de meisjes uit de Filipijnen ons te omsingelen als gieren om een karkas. Het sfeer is hier heel anders want de inwoners van de Filipijnen zijn over het algemeen niet Aziatisch maar Polynesisch.
Alle legendes dat ze er anders uitzien dan een Aziaat is veroorzaakt door de Spaanse bezetters is natuurlijk een lachertje. Dat de ruim honderd miljoen inwoners van de Filipijnen bijna allemaal afstammen van enkele duizenden Spaanse matrozen, handelaren en ambtenaren is niet aannemelijk.
Simon heeft zijn keuze snel gemaakt en hij zit op hete kolen. Haar vriendin is aandoenlijk maar ik ga liever nog wat drinken in een van de ontelbare koffiehuizen die er in Singapore zijn. We nemen op het trottoir voor de “Orchard Towers” afscheid van elkaar en ik kijk hoe de taxi met Simon en zijn verovering in het straatbeeld oplost. Mijn avond eindigt een stuk rustiger dan die van mijn vriend Simon.

Het ontbijt van “Chole masala”, kikkererwten in een tomaten kerrie, twee gebakken eieren en een paar sneden geroosterd brood voor 4,95 SGD (€ 3,10), met onbeperkt vers gezette koffie, op deze maandagochtend smaakt mij uitstekend. Terwijl ik door de “Straight Times” blader vraag ik me af hoe Simon door de late avond en de afgelopen nacht is gekomen.
De Filipijnse vriendin van Simon heeft zichtbaar minder geleden de afgelopen nacht dan Simon. Ze lacht me vriendelijk en dankbaar toe. Ze is al gedoucht en aangekleed terwijl Simon nog grauw als een dweil met een handdoek om zijn middel geknoopt door de hotelkamer rondloopt. Simon stopt haar een pakketje bankbiljetten toe en neemt zonder enige emotie afscheid. Het is tenslotte niets meer dan een zakelijke transactie geweest.
‘Ik haal je over een half uur op voor het ontbijt, is dat goed?’, Simon kijkt verbaasd om zich heen terwijl ik de kamerdeur achter mij in het slot trek.
Ik voel meteen dat er vandaag weinig van wandelen komt dus gaan we met de ondergrondse trein naar “Boat Quay”. Er mag absoluut niet worden gegeten in de MRT-stations in Singapore, daar staan ook serieuze straffen op, dus wacht ik rustig in de schaduw tot Simon zich door de twee witte boterhammen met een klein flesje sinaasappelsap heeft geworsteld. Met lange tanden probeert mijn vriend een sandwich als ontbijt naar binnen te werken. We zijn weer bij de 7-11 geweest waar ik een flesje 100 Plus heb gekocht om mijn elektrolyten weer aan te vullen. Bier drinken en veel zweten is in de tropen een aanslag op je mineralen huishouding in je lichaam.
De warme vochtige deken die over Singapore ligt lijkt Simon langzaam te wurgen en knijpt al het vocht uit zijn lichaam. De helft van het broodje verdwijnt uiteindelijk in een vuilnisbak en ik kijk met medelijden naar mijn reisgenoot.
Anderson BridgeSimon met de Merlion Laat Simon nu niet de man zijn die gek is op iconische bezienswaardigheden. Ik loods hem langs enkele bekende plaatsen aan de Singapore rivier en de foto met de “Merlion” mag natuurlijk niet in het vakantiealbum ontbreken.
Kunst bij Raffles CityWat drinken bij StarBucks Een stevige beker koffie met een Muffin met blauwe bessen gaat er bij mij altijd in. Simon worstelt met zijn lichaam en zijn gevoelens. In de koelte in de “The Coffee Bean & Tea Leaf“ van het “Raffles City Shopping Centre” trekt Simon een beetje bij. Ik weet dat deze laatste dag in Singapore voor een uur in de middag al ten einde is. En zo zij het!
We gaan terug richting het hotel omdat de koelte van de airconditioning blijft lonken. De stilte tussen ons voelt vreemd aan. Zelf ga ik nog even rondkijken in Mustafa en rond vier uur wordt het tijd voor mij om de laatste sessie te beginnen in het koffiehuis onder het hotel.
We eten samen gelukkig nog wel een eenvoudige avondmaaltijd maar mijn maatje gaat al weer snel naar boven. Morgen vliegen we rond de middag terug naar Bangkok waar ons gewone leven in Pattaya weer wacht. Ik drink nog een laatste grote “Tiger Beer”en tel mijn zegeningen, het was een heel vochtig weekend in Singapore.

donderdag 2 december 2004

Singapore: Met een vriend op stap in Singapore

Anderson Bridge

Singapore (Onbekend hotel aan Kitchener Road), donderdag 2 december 2004

Ik ben een vreemde eend in de bijt in Pattaya. Ik ben bijna altijd de benjamin van het bierdrinkende gezelschap aan het einde van de middag. Het overgrote gedeelte van de expats is al met pensioen en verlaat de stad alleen voor een verplicht familiebezoek van zijn vrouw, of vriendin, in de jungle. Ook wordt Pattaya steevast ontvlucht voor het, na een paar jaar zeer vervelende, water gooien van het “Songkran”, het Thaise nieuwjaar.
Sinds ik voor enkele maanden per jaar in Thailand ben neergestreken onderbreek ik mijn bezoeken aan Thailand, en met name Pattaya, met reizen naar landen in de omgeving zodat ik meteen een nieuw visum in mijn paspoort kan laten stempelen.
Maleisië en Singapore behoren absoluut tot mijn favorieten landen omdat de vluchten met Air Asia naar Singapore en Kuala Lumpur goedkoop zijn. De hotels en het eten zijn niet al te duur, hoewel in Singapore de hotels duurder zijn dan in Maleisië, maar een combinatie van deze twee landen maakt het goed betaalbaar. Singapore en Maleisië behoorden in een verleden tot dezelfde staat. Het verschil in de bevolking is een verschil in dag en nacht.

Singapore werd op 9 augustus 1965 onafhankelijk toen het zich afscheidde van Maleisië. Daarvoor was Singapore een Britse kroonkolonie met zelfbestuur sinds 1959, en werd het op 16 september 1963 een deel van Maleisië. De scheiding was het resultaat van politieke en economische conflicten tussen de regeringen van Singapore en Maleisië.

De Chinese meerderheid van de bevolking in Singapore geeft de stadstaat een heel andere keuken en een heel andere smaak dan de rest van het Maleisische schiereiland. Daartegenover staat dat het Islamitische Maleisië, met naast de Chinese bevolking ook een stevige Hindoestaanse bevolking, die de keuken heel bijzonder en misschien wel een van de beste van Zuid-oost Azië maakt. Geurige zoete kerrie afgewisseld met pittige vlees- en visgerechten
Wanneer mijn vriend Simon, na weken van zeuren, eindelijk zijn vrouw heeft kunnen overtuigen dat het om een onschuldig weekend met zijn vriend naar Singapore gaat kan ik eindelijk voor ons gaan boeken. Simon is een goede vriend en we drinken graag samen een biertje de bar/restaurant bij Piet en Malee in Soi Honey Inn. Wanneer we aan de bar vertellen dat we samen naar Singapore gaan vallen er veel monden open.
De rit in de taxi naar de luchthaven “Don Muang” in Bangkok doet mij denken aan een schoolreisje. Simon is erg opgewonden dat hij eindelijk zonder zijn vrouw op reis gaat en wat nieuws gaat zien. Laten we eerlijk zijn, Simon neemt zijn huwelijkse eed niet zo serieus en hij houd wel van een pleziertje. Ik heb duidelijke ideeën wat zijn plannen en voorkeuren zijn tijdens ons verblijf in Singapore.
“Tony Fernandes” van Air Asia heeft weer een nieuwe zending vliegtuigen van het type Airbus A320 ontvangen uit Europa! Het vliegtuig ruikt als een nieuwe auto en veel mannen raken opgewonden van die geur. Persoonlijk heb ik meer oog voor de strakke kontjes in de rode korte rokjes van de stewardessen in het uniform van AirAsia.
Na aankomst op de “Singapore Changi Airport” gaan bij Simon de ogen wagenwijd open en hij beseft voor het eerst dat er meer is in Zuidoost-Azië dan Bangkok en Thailand. Na de immigratiedienst komt voor hem de volgende schok, we gaan niet met de taxi naar de stad maar we nemen de ondergrondse die gedeeltelijk, wegens de hoge kosten, ook boven de grond rijd. Het is een cultuurschok voor mijn vriend die zijn ogen uitkijkt in de nieuwe onbekende wereld om hem heen.
Na een rit op de Groene, Blauwe en Paarse MRT-lijn komen we weer boven het maaiveld van het MRT-station “Farrer Park”. We zijn een aardig stukje verwijderd van het centrum maar hier zijn de hotels (nog) enigszins betaalbaar! Het is zaterdagavond en het hotel waar ik meestal verblijf blijkt onverwacht te zijn volgeboekt. Dat heb ik nog nooit meegemaakt in het weekend. Er zal dit weekend wel wat te doen zijn in de stad wat veel toeristen aantrekt.
Ik tel mijn zegeningen op de vingers van mijn hand en stel voor om eerst maar wat te gaan drinken. Op het terras van het kleine theehuis/foodcourt tegenover het “Tai Hoe Hotel” bestel ik, zonder het aan Simon te vragen, twee grote “Tiger Beer”. Mijn hersenen draaien op topsnelheid want waar vinden we op dit tijdstip in het weekend nog een betaalbaar hotelbed in de buurt?
Bij het serveren van het ijskoude bier spreek ik meteen de vermoeid ogende Chinees aan: ‘Het Tai Hoe Hotel is vol! Is er nog wat anders in de buurt om te slapen?’
De Chinees kijkt mij met een oog aan alsof hij mij herkend van een vorig bezoek en zonder een woord te zeggen wijst hij omhoog naar de verlichte zwaar bewolkte avondlucht. Ik kijk hem verbaasd aan en hij wijst naar een verlicht uithangbord met rode Chinese tekens. Een brede glimlach verschijnt op zijn pokdalige gezicht.
Ik laat mijn bagage achter bij Simon op het terras om polshoogte te gaan nemen in het Chinese hotel dat onzichtbaar is voor toeristen die niet de Chinese tekens machtig zijn. Een smalle trap leidt naar de tweede verdieping, in Singapore bestaat er geen begane grond, van het vierkante betonnen gebouw waar een fattige Chinees met een vette snack in zijn hand in een hokje in een zacht pornoblaadje zit te kijken.
De tekst van het magazine lijkt mij op het eerste oog Japans en ik vraag me af of hij het werkelijk begrijpt of alleen plaatjes kijkt. Naakte vrouwen worden nu eenmaal door een èchte man in elke taal begrepen! Het duurt even voordat hij zich realiseert dat er iemand voor de balie staat.
Hij kijkt verschrikt, en betrapt, op van zijn opwindende magazine terwijl enkele druppels vet uit zijn snack op zijn mouwloze onderhemd vallen dat ooit wit moet zijn geweest. Ik wacht dat hij het initiatief neemt want ik ben de klant en hij de verkoper.
Zodra hij al zijn moed bij elkaar heeft geschraapt vraagt hij mij in gebrekkig Engels wat ik graag wil horen: ‘You want room?’
Ik spreek langzaam en zonder enige emotie in mijn stem: ‘De man beneden in de foodcourt vertelde mij dat wij hier kamers kunnen huren voor enkele nachten?’
Hij haalt een smoezelig velletje papier onder de balie vandaag waar de prijzen voor het huren van een kamer in het hotel op staan. Ik knipper met mijn ogen en ben eerlijk gezegd een beetje verbaasd. Op de prijslijst staan de prijzen per uur, voor drie uur en per zes uur! Ik sta voor een hels dilemma. Ik reken snel de prijs voor vier keer zes uur uit en dat gaan we zeker niet betalen voor een overnachting!
‘Hoeveel per nacht voor twee kamers en drie nachten?’, vraag ik met een zachte stem.
‘In totaal dus zes nachten voor twee kamers en een persoon per kamer!’, vervolg ik automatisch terwijl de man verschrikt onder de balie naar zijn rekenmachine zoekt.
Zijn dikke worstenvingers glijden over de toetsen van de rekenmachine en voldaan laat hij mij het lcd-schermpje van de rekenmachine zien. Hij denkt dat hij de hoofdprijs in de loterij heeft gewonnen want er staat 600 op het scherm. Zonder een woord te zeggen schud ik nee, kijk hem recht in zijn varkensogen, en wacht op een tweede aanbod.
Voordat het tweede aanbod komt moet ik eerst een dikke Indiër met een schaars geklede en slecht opgemaakte oude dame laten passeren. Ik stap achteruit want het koppel lijkt haast te hebben. De Indiër overhandigd de dikke Chinees drie briefjes van tien Singapore dollar. Een sleutel verwisseld van hand en de Chinees maakt een aantekening op een vel papier dat meteen verraad dat er nog niet veel klandizie is op deze, nog jonge, zaterdagavond.
De Chinees lijkt druk met bijzaken dus neem ik de rekenmachine van hem over en typ 300 op het scherm. Hij kijkt, denkt diep na, en neemt de rekenmachine van mij over en typt 450 op het scherm. Voldaan glimlacht hij naar mij wanneer hij de rekenmachine weer over de balie naar mij schuift. Het is tenslotte een Chinees, dus een geboren handelaar.
Na vijf jaar in Zuidoost-Azië ken ik het spel, en de spelregels, van bieden en laten. Wachten brengt onzekerheid in het hoofd van mijn tegenstander en ik beweeg mijn hand een paar keer boven de toetsen terwijl de Chinees ongeduldig zit te wachten op mijn tegenbod. Zijn ogen volgen mijn wijsvinger. Eerst een drie, in mijn ooghoek zie ik het gezicht van de Chinees betrekken, dan een zes, er verschijnt een voorzichtige glimlach op zijn gezicht, en dan een nul. 360 Singapore dollar voor zes nachten.
Met enige twijfel knikt hij zijn goedkeuring naar mij toe en houd hij zijn gestrekte vette hand voor mij op zodat ik het verschuldigde bedrag meteen op zijn hand kan leggen. Met een vloeiende handbeweging demonstreer ik dat ik een slot opendraai terwijl ik met met andere hand naar het plafond wijs. Met een brede glimlach van de zoete overwinning op zijn mond overhandigd hij mij twee sleutels met een opeenvolgend nummer. Simon en ik hebben in ieder geval twee kamers naast elkaar! Op weg naar de vijfde verdieping passeer ik nog twee mannen vergezeld door een vrouw die haar werk naar tevredenheid heeft verricht, tenminste, de mannen glimlachen tevreden terwijl ze mij passeren.
De kamers zijn niet zo goed als in het “Tai Hoe Hotel” maar ze voldoen aan mijn wensen voor dit noodgeval. Dikke gordijnen houden het licht en het geluid buiten. De badkamer is schoon en de bedden zijn strak opgemaakt met dikke witte schone katoenen lakens.
Tevreden daal ik de trap weer af naar de tweede verdieping. De Chinees zit vol verwachting met een brede glimlach op mij te wachten. Ik tel zeven briefjes van vijftig en een van tien Singapore dollar voor hem af op de balie. Het contante geld verdwijnt in een laatje, het papier ontvangt geen aantekening, maar de zaken zijn gedaan. Ik schud zijn hand en zonder een kwitantie, maar met de twee hotelkamer sleutels in mijn zak, daal ik de smalle trap weer af naar het terras waar Simon vol verwachting op mij zit te wachten.
Ik geef Simon een korte samenvatting van wat er zich boven zijn hoofd op de tweede verdieping heeft afgespeeld terwijl ik de ober met twee vingers in de lucht het signaal geef dat we graag nog twee grote flessen ijskoud “Tiger Beer” willen bestellen. Simon heeft zijn fles al leeg terwijl die van mij nog voor twee derde is gevuld.
Nog voordat de tweede fles bier is geserveerd zit ik al op een derde van de inhoud, van de ondertussen lauwe fles bier. Ik heb geen enkele twijfel dat we samen op hetzelfde moment de tweede fles leeg hebben om naar boven, naar onze hotelkamer voor dit weekend, te gaan.
Simon is na een eerste inspectie van zijn kamer niet helemaal tevreden voor de prijs die hij moet betalen. Dat is typisch een Thailand bezoeker die denkt dat heel Zuidoost-Azië gelijk staat aan Bangkok met haar lage prijzen en uitstekende hotelkamers. Ik laat aan hem de keuze welke van de twee kamers hij prefereert. We spreken af om elkaar over een uur op het terras onder het hotel weer te ontmoeten.
Ik ga voor enkele momenten liggen want ik heb geen enkele behoefte om me te haasten en een snelle douche te nemen, dat komt morgenochtend wel. Na drie kwartier vindt ik het wel genoeg en wil ik weer naar buiten om Singapore te proeven. Ik ben al aan mijn tweede grote fles Tiger Beer begonnen wanneer Simon verschijnt. Hij ziet er nog slaperig uit terwijl zijn haren nat zijn.
‘Ik heb even mijn ogen dicht gedaan en snel een douche genomen, sorry.’, verontschuldigt hij zich.
Hij hoeft zich niet te verontschuldigen dat hij te laat is want ik heb geen haast en de avond is nog jong. Simon besteld ook een grote fles bier en begint meteen over het avondeten. Gelukkig hoeven we niet ver te lopen om te eten. Beter nog, we hoeven niet eens op te staan uit onze gemakkelijke terrasstoelen!
De keuze voor onze eerste avondmaaltijd in Singapore bestaat uit “Nasi Goreng” of “Bami Goreng” in een Islamitische interpretatie van het gerecht. Ik ben gek op noedels en Simon gaat voor de rijst.
De Singaporese moslim met een wit gehaakt mutsje op wordt erbij geroepen en ik bestel in een mengeling van Engels en “Bahasa Melayu” het avondeten. Simon luistert aandachtig en vraagt of het met varkensvlees is. Ik lach alleen maar om zijn naïviteit en het duurt niet lang voordat Simon begrijpt dat het vanzelfsprekend met kip is, en met een “Telur Goreng”, een gebakken ei erbovenop.
De eenvoudige maaltijd smaakt ons uitstekend en ook deze keer zit Simon de bedragen terug te rekenen naar Thaise baht. Opnieuw steekt het Thailand syndroom de kop op! Het is niets nieuws want aan elke bar in Thailand hebben de gasten het er altijd over hoe duur het is in Singapore. Niemand heeft het over de kwaliteit van het verblijf in Singapore, alleen over de kosten. Ze hebben het allemaal van horen zeggen!
Na de maaltijd gaan we aan de wandel. Het is niet Simon zijn ding maar wandelen in de zwoele avondwarmte van Singapore heeft voor mij wel haar charmes. Een ding is in ieder geval positief, Simon voelt zich ondanks de duisternis veilig en op zijn gemak.
Raffles Hotel in kerstsfeer Linksaf, rechtsaf, linksaf en weer rechtsaf, zo staan we voor een van de meest iconische gebouwen in Singapore. Het “Raffles Hotel” kan de grootste kunstenaars en wereldleiders tot haar gasten rekenen. Alle groten der aarde hebben hier overnacht! Kerstmis is neergestreken in Singapore en de kerstversieringen aan de gevel van het hotel maken het allemaal nog mooier en nog indrukwekkender.
Simon lijkt ook onder de indruk van de kerstverlichting en we slenteren langzaam verder langs “Beach Road” terwijl er geen strand te zien is! In Singapore is ook heel veel land ontfutseld aan de klauwen van de zee!
Anderson Bridge Het volgende iconische uitzicht zijn de oude stalen bruggen over de Singapore rivier. Alle drie verscheept uit de moederstaat Groot Brittannië. Ik weet niet wat het is maar er is een spanning voelbaar tussen Simon en mij. Ik ben bang dat het culturele en het iconische hem niet kan boeien. Het is niets nieuws want eigenlijk had ik dit voor ons vertrek wel verwacht. Laat ik het beste er maar van hopen want we hebben nog enkele dagen samen in de stadstaat Singapore waar ik persoonlijk heel veel van hou.
The Fullerton Hotel Singapore Het “The Fullerton Hotel Singapore” is zonder enige twijfel het meest iconische gebouw aan de “Singapore River”. Begonnen als het hoofdpostkantoor voor heel Maleisië en Birma in het Victoriaanse tijdperk is het nu een vijfsterrenhotel met een prijs per nacht waar jullie meer dan een week voor moeten werken! Dat neemt niet weg dat het een fantastisch architectonisch meesterwerk is dat zeker ’s avonds de oude koloniale grandeur van het oude Britse Keizerrijk benadrukt!
Na de wandeling en de bezichtigingen springen we op een bus richting ons hotel en Simon lijkt verbaasd en teleurgesteld tegelijk. Morgen wordt het allemaal anders, daar maak ik me geen zorgen over. Simon zoekt meteen zijn bed op en ik drink nog een laatste biertje met enkele oude Chinezen in het theehuis/foodcourt. Er wordt “Mahjong" gespeeld. De meeste eettentje in het theehuis/foodcourt zijn al gesloten maar er komen toch nog enkele Aziatische snacks, die ik niet herken, op tafel. Natuurlijk blijft de Chinees ijskoud bier serveren tot de laatste gast naar huis gaat!
Mijn gastheren zijn geamuseerd en gevleid wanneer ik heerlijk zit mee te happen en praat over mijn Singapore. We nemen afscheid en beloven dat we morgen en overmorgen nog een paar biertjes met elkaar zullen delen. Voor mij zit deze reisdag er op en met twijfels in mijn hoofd ga ik naar mijn kamer.
Op weg naar boven passeer ik nog een handvol koppels waarvan ik vermoed dat ze niet in de huwelijkse voorwaarden zijn verbonden. Wat kan het mij ook schelen want ze lijken allemaal gelukkig en het is niet mijn zorg om daar over te oordelen.

Welterusten!

vrijdag 17 september 2004

Spanje, Terminal

Amsterdam, 17/09/2004

Ik had tijdens mijn treinreis ongeveer zes en een half uur de tijd om mijn mislukking te analyseren.
“Waar was het misgegaan?”
“Was ik wel goed voorbereid?”
“Had ik mij wel genoeg verdiept in de tocht?”
“Was ik wel getraind genoeg voor de tocht?”
“Hadden mijn depressies parten gespeeld?”
“Was ik geestelijk wel fit geweest?”
“Was ik wel op het juiste moment gegaan?”
En nog een half dozijn onduidelijke vragen.
Ik kwam er dus niet uit.
Ruim zes en een half uur later reed de trein het “Barcelona Sains Station” binnen en ik had nog steeds niet de antwoorden gevonden waarna ik op zoek was. Moe, heel erg moe slenterde ik de ontvangsthal binnen voor de volgende fase in dit drama. Ik moest op zoek naar een slaapplaats. Er was een informatiebalie waar ik probeerde een redelijk hotel te vinden. Vol, vol en nog eens vol waren de antwoorden die de vriendelijke dame mij gaf.
“Waarom probeert U het stationhotel niet?”, stelde ze voor.
“Die hebben kamers vanaf € 65,-, de lift is daar om de hoek“, en ze wees richting een korte gang.
“Waarom ook niet?”, dacht ik bij mijzelf.
De korte rit in de lift bracht mij op een verdieping waar het er druk was, het bleek bij navraag de verkeerde verdieping te zijn.
“Één hoger”, antwoordde de man.
Nog één verdieping hoger dan maar en daar stond ik in een lobby die mij meteen verraadde dat dit geen hotel van € 65,- was. Ik zag nergens een prijslijst dus schraapte ik al mijn moed bij elkaar en vroeg aan de receptie of er nog kamers vrij waren.
“Jazeker, wij hebben nog enkele kamers vrij”, antwoordde de man achter de receptie terwijl hij mij vanachter een John Lennon brilletje van top tot teen inspecteerde.
Waarschijnlijk kon hij mij ook ruiken en rugzakken zouden hier zeker een zeldzame verschijning zijn.
Wij hebben nog enkele DeLuxe kamers voor € 145,- per nacht”, zei hij terwijl hij opnieuw opkeek van zijn beeldscherm.
Daar schrok ik van, ik was natuurlijk andere prijzen gewend in Azië.
“Ik zal er even over nadenken”, antwoordde ik en ging op zoek naar wat eten.
De gouden bogen van McDonalds zagen er erg aantrekkelijk uit en tijdens het nuttigen van mijn “Big Mac menu” besloot ik om het toch maar te doen. Ik was vies en moe, een heerlijk warm bad en een zacht bed was onweerstaanbaar. Ik gooide mijn zak weer op mijn rug en sleepte nu mijn oververmoeide lichaam opnieuw naar de hotellobby.
“Sorry, maar we zijn vol”, was nu het antwoord van de receptiemedewerker.
“Ik heb de laatste kamer net verhuurd, maar er zijn enkele andere goede hotels in de buurt.”
“Ze zijn wel wat duurder en U moet een taxi nemen om er te geraken, maar zij hebben zeker nog plaats”, stelde hij mij gerust.
Daar stond ik dan! Ik hoorde in mijn gedachten mijzelf een honderd keer advies geven aan anderen, “In het geval van een bed twijfel nooit maar sla meteen toe, voordat je het weet slaap je op straat.”
En nu zat ik zelf in dat schuitje.
“Wat nu?”
Uiteindelijk besloot ik om maar de trein naar de luchthaven te nemen en daar te overnachten. Gewoon met je hoofd op de rugzak en zo wachten tot zeven uur ’s avonds mijn vlucht naar Amsterdam zou vertrekken.
En zo gezegd, zo gedaan. Er heerste een drukte van jewelste op de perrons en ik kon met moeite op tijd de trein betreden. Eenmaal binnen slaakte ik een zucht van verlichting. Ik was aan het laatste hoofdstuk van deze dramatische reis begonnen.
Echter de grootste tegenslag moest nog komen!
Eenmaal op de luchthaven zocht ik naar redelijke plaatsen om te slapen. Een doodlopende gang met niet teveel licht zou het wel doen. Ik kon er helaas geen één vinden en de tweede optie was een rij stoelen midden in de goed verlichte vertrekhal.
Net voordat de winkels zouden sluiten werd het tijd om wat eten en drinken in te slaan voor de nacht. En hier kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik was mijn kleine portemonnai kwijt en mijn zak was open. Ik was gerold! Waar? Wanneer? Wat nu? De stoot adrenaline ontwaakte mijn lichaam en mijn hersenen gingen in overdrive. Mijn gedachten werden nu automatisch gevormd in de stand “overleven”.
“Eerst bellen en blokkeren”, schoot mij meteen te binnen.
Ik belde mijn broer in Nederland en hij zorgde ervoor dat mijn Creditcard werd geblokkeerd.
“Aangifte doen”, was de tweede gedachte.
De politiepost was nog open en een half uur later stond ik weer buiten met een Proces Verbaal in de hand.
Nou, daar zat ik dan met mijn problemen die waren voortgekomen uit valse zuinigheid. Dit zou mij nooit meer overkomen, nam ik me voor.
Ondertussen waren de winkels dicht en de vierentwintig Euro die nog in mijn notitieboekje zaten waren nutteloos. Ik had honger en dorst en geld maar alles was waardeloos. Totdat ik nog een koffietent zag waar ze aan het schoonmaken waren. Gelukkig kon ik de vriendelijke dikke Spaanse dame er van overtuigen dat ik een slachtoffer was geweest en zij gaf mij twee flesjes water en twee “Muffins”. Ik gaf haar tien Euro want ik was al blij genoeg dat ik nog wat te eten en te drinken had. De overgebleven veertien Euro zou voldoende moeten zijn om morgen de dag door te komen.
Ik heb niet veel geslapen maar alle hazenslaapjes bij elkaar hadden toch de grootste vermoeidheid bij me weggenomen. Wachten en rondlopen, wat eten en drinken en eindelijk kon ik naar het vliegtuig. Ik kan onmogelijk alle gedachten die ik heb gehad opschrijven, maar één ding was zeker. Ik had weer veel geleerd en die kennis had me een stuk wijzer en kennis rijker gemaakt.
Schiphol kwam als een verlossing en ik was blij dat mijn goede vriend William me kwam ophalen. Hij was ook heel nieuwsgierig wat er allemaal was gebeurd. Met een biertje in de hand hebben we er samen in een bar op Schiphol hartelijk om gelachen. Deze reis was nu voorbij maar wat er was gebeurd zal me nog lang bezig houden.

donderdag 16 september 2004

Spanje, De grote beslissing

Pamplona, 16/09/2004

Dromen en draaien. Wikken en wegen. En af en toe door de schemer in de niet uitnodigende diepte kijken. Tientallen snurkers, een onderbuurman die ook niet kon slapen en de hele nacht lag te draaien. Ik wist het gewoonweg niet meer, ik voelde me eenzaam en verloren in de grote kudde.
Het licht ging om half zes aan en de slaapzaal kwam tot leven als een brandweerkazerne. Rennende schreeuwende mensen om als eerste onder de douche te staan en/of één van de waterketels te bemachtigen voor een kop thee of koffie. Binnen vijf minuten was iedereen bezig met pakken, eten of een andere voorbereiding voor de dag die ons te wachten stond. Mensen verdwenen in horden naar beneden in de kelder, het leek wel de trappen van een metrostation in de ochtend.
Ik kreeg het maar niet op zijn plaats gezet en bekeek vanaf mijn bed het Breugeliaanse schouwspel. Rust! Nadat ik een dit schouwspel een uurtje had aanschouwd was mijn beslissing gemaakt. Ik zou proberen te starten en dan maar kijken waar het zou eindigen. Ik had al twee dagen niet gedouchte en een snelle blik in de gemeenschappelijke ruimte, die nu bijna verlaten was, was voldoende om te besluiten dat het de derde dag ook nog wel kon. Met lood in de schoenen stapte ik naar buiten terwijl ik een droge boterham die ik van gisteren had overgehouden naar binnen werkte. De regen daalde neer over een donker groen en grijs berglandschap. Overal liepen mensen die supergemotiveerd aan de tocht begonnen.
Deze aanblik was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik schoot in een depressie en maakte onmiddellijk een einde aan mijn “Camino”. Ik was niet eens gestart! Het kon mij ook geen moer meer schelen, ik zou wel gaan proberen om met de bus in “Santiago de Compostela” te geraken.
De buschauffeur keek mij vreemd aan toen ik weer in de bus stapte en een plaatsje achterin aan het raam zocht. Hij was het misschien niet gewend dat er mensen niet starten. Het duurde wel dertig minuten voordat de bus in beweging kwam en ik was ondertussen ook niet meer de enige passagier. Ongeveer tien mensen, het meeste lokale bevolking, zat zwijgend in de bus naar buiten de kijken. Een man die op de bank zat aan de andere kant van het gangpad begon in het Spaans tegen mij te praten. Het duurde niet lang of we waren overgeschakeld naar het Engels. De vriendelijke Amerikaan was ook teleurgesteld in wat hem was overkomen gisteren en vandaag. Hij was op ontdekkingstocht in het land van zijn moedertaal en geloof. Ik was dus niet de enige die teleurgesteld was.
Wat nog het meest cruciale tijdens de busreis was de beslissing om maar alles af te blazen. Ik had er genoeg van en wilde naar huis. In Nederland zou ik dan wel weer zien wat er verder zou gebeuren. In de trein was er nog plaats en ik vond een internetaansluiting en het omboeken van mijn ticket was zo gebeurd. Het kostte me wel € 250,- extra maar dat kon me niets meer schelen. Ik wilde gewoon naar huis, hergroeperen en een andere bestemming zoeken. De gedachten over wat me was overkomen gierden door mijn hoofd, het was echt niet leuk geweest.
Om 12:33 vertrok de trein uit Pamplona naar Barcelona. Het was bijna voorbij en ik kon mij weer op de toekomst richten.

woensdag 15 september 2004

Spanje, De valse start in Roncesvalles

Roncesvalles, 15/09/2004

Die twee uurtjes slaap hebben me goed gedaan. Ik heb nog drie uur voordat de bus naar Roncesvalles vertrekt en dat geeft me de tijd om nog wat rond te lopen in de stad.
De stad ziet er anders uit als je niet doodvermoeid bent. Een mooie kathedraal waarvan ik de naam niet meer weet slokt me op in haar enorme stille lichaam. Gelovig of niet, deze enorme bouwwerken uit de middeleeuwen maken je stil en vullen je met respect.
Mijn rugzak was achter gebleven in het pelgrimshuis en werd op de terugweg opgehaald. Eindelijk ging ik nu naar de start van mijn tocht. Ik voelde mij goed alhoewel ik wel kleine problemen had met mijn gemoedswisselingen. Ik twijfelde nog een beetje en een minuut later wist ik het weer zeker. Het was echt moeilijk om boven in mijn kleine kamertje alles op een rijtje te houden.
Ik was al bekend met het kleine busstation en de plaats waarvan de bus zou vertrekken. Een snelle kop koffie in de cafetaria en dan op weg. Er waren wel wat medepassagiers die er ook uitzagen alsof ze de tocht wilden gaan lopen. Ik schat een persoon of twintig stapten uiteindelijk in de bus.
De tocht zou ruim een uur duren en voerde ons over een geasfalteerde weg door een berglandschap. Het pad liep voor 80% naast deze weg en het zag er allemaal heel zwaar uit. Het begin was volgens het boek ook het zwaarst.
“Gewoon rustig aan beginnen”, stelde ik mijzelf gerust.
Toen ik uitstapte in Roncesvalles werd mijn romantische beeld van de pelgrimstocht ruw verstoort. Honderden mensen stonden in een rij voor een slaapplaats, vreemde taferelen met scheldende en voordringende personen uit alle landen van de wereld.
“Wat is dit in hemelsnaam?”, vroeg ik mij verbaasd af. Ik kon mijn ogen niet geloven en probeerde mee te gaan in de ruwe stroom. Of het geluk was weet ik niet maar ik kreeg uiteindelijk een stuk papier met een nummer er op geschreven tegen vertoon van mijn pelgrimspas en een briefje van twintig euro. Vele armen wezen in alle richtingen en ik deed mijn best om te begrijpen wat er nu van mij werd verwacht. Ik volgde een man uit Argentinië en samen belandden we in een groot gebouw aan de overkant van de weg. Er was geen enkele vriendelijkheid te bekennen in de medewerkers/vrijwilligers die alles in goede banen moesten leiden. De controle was strenger dan op menige luchthaven die ik had bezocht.
Achter een lange tafel vol met papieren en grote dikke registers zaten vier of vijf mensen die je papier controleerden en je een nummer voor je bed gaven. Ik keek verbaasd in een grote ruimte waar honderden stapelbedden stonden opgesteld. Een enorme groep mensen gekleed in alle kleuren van de regenboog GORE-TEX® en Spandex® krioelden als mieren door elkaar heen. Ik was er niet meer bij met mijn hoofd. Er was mij een bovenbed toegewezen naast een brede trap die naar de kelder leidde waar de douches/toiletten en keukens waren. Ik zette mijn rugzak naast het bed en klom omhoog. Niets scheidde mij van de afgrond, ik keek zeker zes meter naar beneden waar ik nog net de laatste trede kon zien. Een val in dit gat zou dodelijk kunnen zijn. Het was allemaal te ongelofelijk om depressies te veroorzaken.
Ik ging op mijn rug liggen en staarde naar het vijftien meter hoge plafond van het oude gebouw en probeerde mijn gedachten te ordenen.
“Dus als al die mensen morgen van start gaan wie van die honderden starters slapen er dan in het eerste pelgrimshuis?”, vroeg ik me af.
“Waar slaapt de rest?”
“In één van de dure hotels die als paddenstoelen uit de grond schijn geschoten?”
Ik zat vol met vragen en had zeker een uur nodig om alles te verwerken.
De overige taken werden met militaire precisie op tijd afgewerkt. Dat moet waarschijnlijk ook wel als je met zo’n grote groep idiote mensen te maken hebt. Er zijn natuurlijk ook logistieke problemen. Het eerste probleem is het voeden van de kudde. Dat ging als volgt in zijn werk. Je kocht een kaartje voor het diner. Bij aankoop moest je aangeven wat je wilde eten, varkenskotelet of forel, en je kreeg een tijd toegewezen. Mijn tijd was van negen tot tien uur, ik nam aan dat het de laatste groep was en dat we wat langer konden blijven zitten. De bevestiging van deze veronderstelling zou ik later krijgen. Eerst werd er nog de mis bijgewoond in een kapel niet ver van het restaurant. De mis was in het Spaans aangevuld met Engelse anekdotes. Het was erg indrukwekkend met al die kaarsen en het gregoriaans gezang. Ik was er niet echt met mijn hoofd bij, ik had het nog te druk met het verwerken van de uiteengespatte droom.
Het eten was goed en het was gezellig aan tafel. De gesprekken gingen veelal over wat ons in de komende dagen te wachten stond en wat er was aangetroffen aan de start. De “Camino” is nu heel populair geworden. Het internet heeft hier zonder twijfel aan bijgedragen. Van de romantiek was weinig meer over. Er waren deelnemers die beter waren getraind dan deelnemers aan de olympische spelen.
Met gemixte gedachten ging ik in de grote drukke hal slapen. Licht uit om elf uur! Licht aan om half zes! Welterusten.

Spanje, Dromend in Pamplona

Pamplona, 15/09/2004

Ik ben moe, heb een enorme honger en voel me vies. Gewapend met mijn reisgids en een toeristen kaart van Pamplona liep ik de verlaten stad in. Wat was deze stad leeg zeg! Pleinen, oude stadmuren, oude gevels en natuurlijk de arena voor het stierengevecht. Wie heeft er nooit de beelden gezien van de in het wit geklede mannen met een rode sjerp die voor een kudde wilde briezende zwate stieren uitlopen? Nou, daar liep ik nu dus.
Op weg naar een enorm plein in het midden van de stad passeerde ik een klein cafétje waar enkele mensen binnen zaten de krant te lezen en koffie te drinken. Daar had ik dus ook wel trek in. Ik nam plaats aan een tafeltje langs de muur en wachtte wat er zou gaan gebeuren. Zou ik worden bediend of was het een zelfbediening? Ik koos voor het laatste en liep naar de bar. "Buenas Dias", geen slecht begin vond ik zelf. "Uno café con letce, por vavor?" De man keek mij aan alsof ik van een andere planeet was en draaide zich toen om om een kopje koffie voor mij te brouwen. Het zette het voor mij neer en zei, "one euro fifty". Ik betaalde en ging weer naar mijn plaats en bestudeerde de mensen die binnen zaten. Er werd geen woord gesproken. Toen ik opstond en nog een keer om mij heen keek realiseerde ik mij dat ik alleen meer had gezegd dan de vijf anderen bij elkaar. Gezellig hier!
Ik was dus weer wakker en besloot om eerst een rondje dorp/stad te doen. De stadsmuur was indrukwekkend en het was voor mij duidelijk dat het vroeger een belangrijke stad moet zijn geweest. De historie straalde er van af. Ik genoot van wat ik zag en ik was blij dat ik ook weer eens buiten Azië een reis kon maken. Al slenterend en foto's makend zag ik de kleine oude kern van de stad. Een paar uur later was het dan ook eindelijk tijd om wat te eten. Een kleine sandwich met aardappel omelet erop. Vet genoeg en vullend vond ik. Een loperamide spoelde ik naar binnen met een Pepsi Max. Voorkomen is beter dan diarree.
Ondertussen was het nu twaalf uur en de vermoeidheid in combinatie met de warme nazomer zon maakte mijn vermoeidheid ondragelijk. Daar zat ik dan te dutten op een bankje in de zon. De bus zou dus pas om zes uur vertrekken, de pelgrimsherberg zou pas over twee uur open gaan en ik zat er helemaal doorheen. De moraal werd hoog gehouden met twee bananen en een chiabatta met kaas en harde worst, kopjes koffie en Pepsi Max.
Eindelijk kon ik terug naar de pelgrimsherberg. Ik hoopte dat ik even kon gaan liggen. Toen ik de hoek omging richting de herberg wist ik niet wat ik zag. Er stonden zeker dertig mensen met elkaar te praten voor de herberg. Nog voordat ik bij de groep was aangekomen had de oude non, dezelfde als die van vanochtend, de deur al geopend en de groep verdween uit mijn zicht. Toen ik zelf naar binnen stapte was het een chaos met een schreeuwende non in de hoofdrol.
Werd er gevochten voor de slaapplaatsen?
Waar kwamen deze mensen vandaan?
Waren ze allemaal vanochtend vroeg gestart?
Met veel vragen in mijn hoofd liep ik langs de groep en ging op ontdekking in het enorme gebouw. Tientallen kamers met met meer dan honderd bedden. Ik koos het onderste bed van een stapelbed aan het einde van een gang en ging slapen. Ik kon niet meer. Ik moest nu even slapen en dan zou ik vanavond met de bus naar Roncesvalles gaan.

dinsdag 14 september 2004

Spanje, Barcelona op doorreis

Pamplona, 14/09/2004

Ik ben al twee weken in Nederland en heb met gemengde gevoelens de tijd gedood. De aankomst met de gebruikelijke ontvangst en het bezoeken van de huisarts voor een complete controle van mijn gezondheid zijn de eerste hoogtepunten. De uitslag van mijn bloedtest liet zien dat het allemaal een beetje beter met mij gaat. Op één puntje na, mijn cholesterol en daar wordt nu aan gewerkt. Cholesterol verlagende tabletten dus.
De braderie was ook een hoogtepunt, heel veel oude vrienden en bekenden gezien, en dan een gat. Weer die twijfel! Zal ik het wel doen? Ik wordt zelf gek van die twijfels. Ben ik nu wel depressief of niet? Vindt ik het wel leuk om alleen op pad te gaan of hou ik mijzelf voor de gek? Thuis in Zaltbommel is het geen plaats om opgewekt te raken. Het negativisme straalt van iedereen af. Weinig mensen zijn nog echt blij en dat is goed te zien. Geen goede plaats voor mij. Ik ben dan ook snel al mijn energie kwijt en voel me zo leeg dat ik ook depressief wordt. Het laatste weekend in Amsterdam heeft mij veel goed gedaan. Op zaterdagavond wist ik het zeker. Ik zou gaan! Punt uit!
Het pakken was deze keer ook een nieuwe ervaring. Ik ging wel drie keer door mijn spullen en kwam al snel op het punt dat ik niets meer kon vinden dat ik nog achter wilde laten. De rugzak was echter nog steeds veel te zwaar. Tijdens een drinkpauze ging ik nog maar eens virtueel door mijn rugzak. Ik bedacht nog enkele dingen die ik wel kon achterlaten, zij het met pijn in mij hart. Mijn geliefde iPod viel af, inclusief de lader en kabels. De tweede handdoek bleef achter. Mijn zwembroek en omslagdoek. Een paar onderbroeken en mijn l'eau de toilette. Maar dat was het dan toch. Ik kon niet meer achterlaten. De minder betrouwbare weegschaal in de badkamer gaf 12 kilo aan. Ik was hier tevreden mee, alhoewel dit zonder mijn laptop computer was. Met een tevreden gevoel ging ik rustig slapen.
De wekker zou om half acht aflopen. Ik had nog een paar kleine dingen te doen en zou dan om een uur of elf de trein naar Schiphol nemen. Een snel bezoek aan de huisarts en nog wat tabletten opgehaald bij de apotheek. Een kopje koffie en een broodje. Mijn rugzak voor de laatste keer geïnspecteerd en ik was klaar. Omdat het geen nut heeft om maar een beetje rond te hangen stapte ik na het afscheid om vijf over tien de deur uit. Een heerlijke ochtend met jagende wolken aan een blauwe lucht en de zon die er af en toe even tussendoor stak. Eindelijk op weg.
In de trein dacht ik na over wat ik nu eigenlijk van plan was. Ik wilde een bedevaart gaan maken. Naar Santiago de Compostela. De afstand bedraagt afhankelijk van wie je wil geloven tussen de 764 en 786 kilometer. Ik weet niet of die 22 kilometer verschil aan het einde nog wat uitmaakt. Mijn doel was simpel. Ik wilde "de Camino", zoals hij ook wel genoemd wordt, uitlopen. Maar mocht het me niet lukken dan maak ik er gewoon wat moois van. Natuurlijk is uitlopen het mooist.
Bij het inchecken kreeg ik de schrik van mijn leven. 20,9 kilo bagage! En ik moet dat gewicht meezeulen! Er zit een kilo of twee bij dat onderweg langzaam zal verdwijnen. Maar toch, een volle bepakking. Een te volle bepakking!
Bij de paspoort controle bleek dat het terreur alarm toch wel serieus wordt genomen. Lange rijen mensen die schoorvoetend door de paspoort controle gingen. Daarachter een röntgenmachine waar werkelijk alles doorheen moest behalve je bovenkleding. Een metaaldetector en dan nog even om de twee gefouilleerd door een beveiligingbeambte. Je mocht je spullen pas weer oppakken als een te dikke onvriendelijke vrouw in een net iets te klein uniform je hiervoor toestemming gaf. Ik was blij dat ik uit Nederland weg kon.
Na een niet zo'n bijzondere vlucht landde mijn vliegtuig om tien over zes, twintig minuten te laat. De aansluiting met de trein zou perfect zijn. Geen probleem, mijn trein zou om half elf vertrekken. Ik raapte mijn veel te zware rugzak van de band en ging op zoek naar de trein. Goed geregeld, een trein meteen naar het station waarvan mijn trein naar Pamplona zou vertrekken, Barcelona-Sants.
Alles liep op rolletjes. Mijn kaartje voor de trein was € 38,- en de trein zou precies om half elf vertrekken. Genoeg tijd dus. Eerst het meest belangrijke. Een simkaart voor mijn telefoon. De "Telefonica Movistar" winkel leverde mij de simkaart en meldde mijn telefoon aan. Zo, ik was weer bereikbaar. Mijn eerste telefoontje naar Nederland, om mijn nieuwe nummer door te geven, wilde maar niet lukken. Na alles te hebben geprobeerd ging ik terug naar de winkel waar het een drukte van jewelste was. Ik wilde de winkel niet verlaten voordat mijn telefoon werkte. De verkoopster die geen enkel woord Engels sprak zag mijn vastberadenheid. Met frisse tegenzin wierp ze zichzelf op de hopeloze taak. Een paar keer kreeg in mijn telefoon terug en iemand met een "Manuel" accent vroeg mij om wat details. Ik had meestal geen idee wat hij nu eigenlijk bedoelde. Een behulpzame klant die wel Engels sprak hielp mij uit de nood. De verkoopster had een "carte blance" zolang mijn telefoon maar werkte. Vijftig minuten later was ze zover dat mijn telefoon eindelijk werkte. Pffffff. Daar was ik dus erg gelukkig mee.
Wat mij nu na twee uur Spanje al meteen was opgevallen! Niemand spreekt Engels buiten de toeristen gebieden. Dat zou dus moeilijk worden. Ik vergreep mij aan een te dure Big Mac die ook niet smaakte. "Toeristen prijzen of is Spanje echt zo duur", dacht ik bij mijzelf. Nu was het nog een uurtje of twee wachten en dan zou het echt beginnen.
De nachttrein dus. Goedgemutst en redelijk fit stapte ik de moderne trein binnen. Een coupé met alleen maar Spanjaarden dus een gesprek kwam niet verder dan Que en Si. Ik schakelde de verlichting uit en probeerde wat te slapen. Dat was dus onmogelijk. Na elk station kwam de conducteur even kijken of er iemand was bijgekomen. Geen nieuwe passagiers? Nee, bedankt. Elke twintig minuten was hij daar en het slapen was onmogelijk, ik kon niet wachten totdat ik in Roncesvalles was. Ik verlangde naar een bed en een douche. Precies om zeven over half zes reed de trein het station van Pamplona binnen. Ik genoot, alles leek erop dat mijn plan zou lukken en dat ik voor twaalf uur op mijn plaats van bestemming zou zijn.
Ik wreef het slaapzand uit mijn ogen en keek eens goed op de kaart waar ik was. Het kwam mij niet bekend voor maar een kaart is een kaart en zodoende stapte ik de nacht in. Door het pikkedonker liep ik door de verlaten straten op zoek naar het busstation. Zelfs de afstand had ik goed geschat. Moe maar voldaan stapte ik het verlichte busstation binnen. De cafétaria was al open en een kopje koffie zou er dus wel ingaan. Voorzichtig probeerde ik te vragen waar ik een kaartje kon kopen naar Roncesvalles. Een Spaanse zondvloed viel mij steeds ten deel. Ergens anders proberen dan maar. Zo kwam ik bij de kiosk in de hal terecht, de verkoper was zijn kranten aan het uitstallen. Ik stelde ook aan hem dezelfde vraag. Hij keek niet eens op en met zijn rug naar mij toe wees hij in de richting van de loketten en sprak hij iets dat op Spaans leek, alleen de "sei" kon ik verstaan. Ik veronderstelde dat hij loket zes bedoelde.
Een snelle blik op de kaart en ik begreep dat het loket om zeven uur open zou gaan. Nog een half uur dus. Dan eerst nog maar een kopje koffie! Ook mijn tweede kopje smaakte goed en ik was tenminste weer wakker. Ik was de derde aan het loket en vroeg vriendelijk om een kaartje naar Roncesvalles. Weer werd er gewezen, nu in de richting van de vertrekhal, en opnieuw de Spaanse zondvloed. Ik had het goed gehoord, weer was die "sei" van de partij.
Ik zocht in de vertrekhal naar het perron met het nummer zes. Tevergeefs, ik begon nu in het wilde weg aan jonge mensen te vragen of ze misschien wat Engels spraken. Uiteindelijk had ik geluk. Ik vroeg of de jongen misschien even tijd had om het verhaal van de man achter het loket te vertalen. Dat wilde hij wel doen. Met een zuur gezicht herhaalde de oude man zijn verhaal. Ik stond te popelen om te weten wanneer ik kon vertrekken. Vanavond om zes uur dus, ik moest elf uur wachten voor mijn aansluiting!
Dan maar op zoek naar de pelgrims herberg. Ik wilde even douchen en misschien een uurtje slapen. Dat was niet zo gemakkelijk als ik had gedacht, opnieuw liep ik om half acht alleen door de donkere straatjes van Pamplona. Het leek wel een spookstad om dit tijdstip, er was absoluut niemand op straat. Ik de verte zag ik twee mensen aankomen met rugzakken. Pelgrims waarschijnlijk! En ja hoor, ze waren net op weg en de herberg was een paar straten verder op. Ondertussen was ik zo moe dat ik mij slecht kon concentreren en niet meer wist of ik nu de tweede of derde straat aan mijn linkerhand moest nemen. Uiteindelijk was het de derde.
Daar stond ik dan in de herberg. Zet je rugzak daar maar neer want we gaan sluiten. Kom om één uur maar weer terug dan zijn we zover. Ik liep om kwart over acht opnieuw de iets mindere donkere stad in, op zoek naar wat te eten.

maandag 13 september 2004

Spanje, de tocht naar Santiago de Compostela

Zaltbommel, 13/09/2004

Wat moeten jullie je daar in hemelsnaam bij voorstellen? Wat zijn Jiel zijn plannen? Volle Costa's met te dikke mensen behangen met goud die in de zon liggen bruin te bakken? Verlaten lege bergdorpjes waar een blaffende hond het enige geluid in de late middagzon is? Oude kastelen en vergeten middeleeuwse krijgsheren die in een ver verleden probeerden de Islamitsche Moren te verslaan?
Er zijn twee boeken die mij hebben doen besluiten om deze reis te gaan maken. De eerste van Cees Noteboom, "De omweg naar Santiago" en de tweede van Shirly MacLaine "Voettocht naar Santiago de Compostela ". Boeken die gaan over Spanje. Niet over de Costa's of over de wereldsteden Madrid en Barcelona, maar de schoonheid van de gewone alledaagse dingen. Stille stadjes met slingerende kromme straatjes. Oude vrouwen gekleed in het zwart in de schaduw onder een dikke boom. Vette worst, geitekaas en een homp brood. Witte wijn en tapas.
Na de vele reizen in Azië en Australië had ik ook een beetje heimwee naar Europa.

woensdag 5 mei 2004

Vietnam, Ho Chi Minh City aka Saigon

Ho Chi Minh City, 05/05/2004

Ik zou om half vijf worden opgehaald. Het grote dilemma was dus: vroeg gaan slapen of opblijven. Beiden een drama. Mijn buren maken zoveel kabaal ‘s avonds dat ik gewoon niet kan slapen. Op blijven betekend naar de kroeg en met een kater op weg. Uiteindelijk werd het een compromis. Ik kwam om half twee thuis en kroop snel mijn bed in. Twee en een half uur later werd ik door de deurbel gewekt. De taxi was daar. Ik nam snel een douche en redelijk fit liep ik voor de laatste keer door het huis. Nu bijna een routine klus. Mijn rugzak verdween in de kattenbak van de Toyota en ik was klaar voor Vietnam.

Thai Airways, Terminal 1. Dit is wel even andere koek. Hier wordt voor je gezorgd! Er waren wel twintig incheckbalies open en ik kon meteen inchecken en mijn bagage, 9,5 kg, was ik al snel kwijt. Wel een enorme rij mensen bij de immigratie dienst. Deze oploop maakte dat ik besloot door te lopen naar Terminal 2 omdat daar bijna geen vliegtuigen vertrekken in de ochtend. En inderdaad, er stonden maar een paar mensen te wachten. Toen ik aan de beurt was moest ik tot mijn grote verbazing met mijn paspoort naar een speciale balie. Het was geen groot probleem maar de beambte mocht of kon mijn paspoort niet stempelen. De nu traditionele fles “Hennessy Cognac” werd gekocht in de taxfree shop en ik begaf mij naar de gate. Alles ging snel en ik zat voordat ik het mij realiseerde in de Airbus 320 naast een Nederlander die naar Vietnam ging voor zaken. Hij kocht stukjes en beetjes van de failliete boedel van Parmalat in zuidoost Azië. We praatten wat en een andere man benaderde mij en vroeg of ik er bezwaar tegen had om van plaats te ruilen.
Ik had geen bezwaar natuurlijk. Het werd nog beter, ik moest naar de business class. Alleen tegen het opnieuw van plaats verwisselen net voor de landing maakte ik bezwaar. Het was alles of niets. Hij stemde ermee in en ik ging naar de business class in de voorkant van het vliegtuig. Een goed begin van de reis, dat zeker.
Waarom zitten er altijd dikke mensen in business class? Hebben zij meer geld of zijn zij bereid meer te betalen voor wat meer stoel breedte? Nu ook weer enkele dikke medemensen. Ik genoot van mijn ontbijt met echt metalen bestek. Terroristen vliegen namelijk nooit business class! Mijn dag kon niet meer kapot.
Een uurtje later landen we op het " Ho Chi Minh City International Air port". Vanuit het vliegtuig zag ik niet veel verschil met andere landen in de buurt. Ik was benieuwd wat ik hier zou aantreffen. Het verlaten van het vliegtuig door een slurf had ik zeker niet verwacht en dat betekende dat het toch wel modern was. Een enorm lange galerij met aan beiden kanten glas moest ik door voordat ik bij de immigratie aankwam.
Infrarood camera's stonden klaar om mensen met een verhoogde temperatuur eruit te vissen, dit natuurlijk in verband met SARS. Wat me meteen opviel waren de enorme hoeveelheid petten en oerlelijke groene uniformen. Een kleur die zeker niets met camouflage te maken had. Ze zouden minder opvallen in rode pakken! Wie ze droeg of wat ze waren wist ik nog niet. Logistiek was de immigratie dienst nog niet zo ver ontwikkeld. Tergend langzaam ging de rij langs de twee beambten. Toen ik na ruim dertig minuten eindelijk aan de beurt was kon ik mijn ogen niet geloven. Hier achter het bureau had de tijd niet stilgestaan! Mijn paspoort werd gescand door een ambtenaar en de software deed de rest. De tweede keek over zijn schouders mee. Mijn gegevens werden automatisch ingevuld en ook mijn paspoort foto verscheen op het scherm, alleen de geldigheidsduur van het visum werd met de hand ingevuld. Mijn gezicht werd gecontroleerd met de foto en een goedkeurende knik viel mij ten deel. Dat was het dan, ik was in Vietnam.
De luchthaven zag er op het eerste gezicht primitief uit. De afhandeling van de bagage was echter wel in orde. Alle bagage lag op een grote hoop naast de band die al stil stond. Mijn rugzak, een kilo of tien, was snel gevonden en met half dichtgeknepen ogen stapte ik het felle zonlicht en de hitte van de dag binnen. Onmiddellijk was ik omgeven met Vietnamezen die mij de meest uiteenlopende diensten aan boden. Taxi? Lady? Change Money? Hotel? Eerst mijn Oakley! Met de zonnebril op mijn neus zag Saigon er al een stuk beter uit. Ik liep weg van de troep en ging ergens in de brandende zon zitten, wetend dat zelfs de hardnekkigste tout hier wel een heel grote hekel aan had.
En ja hoor, ik was voor een paar momenten alleen. Ik las snel in mijn LP waar ik heen moest en wat het mocht kosten. De eerste taxichauffeur die nu de moeite nam om mij aan te spreken mocht mij naar een hotel rijden. Wetend in mijn achterhoofd dat hij daar een provisie voor zou ontvangen. US$ 7 voor het ritje, en het hotel waar hij mij naar toe bracht zag er goed uit. US$ 25 voor een nacht, mijn limiet voor deze reis. Ik was blij dat ik even op mijn bed kon gaan liggen. Een hazenslaapje zou mij goed doen.
Na een korte rust was ik klaar om Saigon in te gaan. Ik vroeg aan de receptie mijn paspoort terug en volgde de aanwijzingen van de receptionist op om bij de bank te komen. Mijn eerste ervaring met de Vietnamese Dong. Het geld zag er vreemd uit en je kreeg er ook enorm veel van. 1.675.000 voor honderd US dollar, ik moest het wel twee keer natellen voordat ik het eindelijk goed had gekeurd. Met het lokale geld op zak stapte ik de nieuwe wereld binnen. Saigon.
Een stroom van indrukken kwam bij mij binnen. Ik had de plattegrond van Saigon in mijn gedachten geprent en liep nu in het wilde weg door deze miljoenenstad. Bijna vijf miljoen mensen op een hoop is wat de LP mij vertelde, deze zat natuurlijk als back-up in mijn broekzak. Ik liep richting de rivier en die kon je niet missen. De Saigon rivier, deze loopt door Ho Chi Minh City. De lokalen noemen de stad nog steeds Saigon, regeringsafgevaardigden en officials blijven het HCMC noemen. Dit waarschijnlijk om de overwinning op het slechte zuiden en de superioriteit van het noorden een extra glans te geven.
Wat mij het eerste opviel was de stank van urine. Binnen enkele minuten had ik ook meteen gezien waarom dit zo was. De mannelijke helft van de bevolking pist waar ze staan. Het maakt niets uit of het op een markt is, een park, een zijstraat of een plein. Als de natuur roept gaat ie uit de broek en laat maar lopen. Het tweede waar je absoluut niet omheen kan is het aaneengesloten concert van toeters. Er wordt niet getoeterd om gevaar aan te kondigen maar meer om te zeggen, "Ik kom eraan"! Met 2.000.000 brommers en wat auto's en bussen kun je begrijpen wat een kabaal dat geeft.
Langzaam slenterde ik richting de rivier. Een opstootje trok mijn aandacht en ik wilde wel eens zien wat die mensen bezielde. Het ging snel! Het geld ging van hand op hand. Twee hanen werden losjes langs elkaar gestreken. Ze werden op elkaar losgelaten. In een gejuich van de mensen vlogen ze op elkaar af. Er vlogen wat veren in de rondte en al snel lag één van de hanen gewond op de grond. De overwinnaar werd gegrepen door zijn baas en ging terug onder de bamboe kooi. De gewonde haan bloedde dood. Al vloekend en duidelijk teleurgesteld verliet de eigenaar met de dode vogel het strijdtoneel. Waarschijnlijk was die haan gepromoveerd tot het avondeten. Alles was in een flits voorbij. De menigte loste zich op en enkele seconden later stond ik weer alleen aan de stoeprand.
Ik liep verder richting de rivier en werd wel om de twee minuten aangesproken door een fiets of motortaxi. "Where you go"? "Very cheap!". "One hour, 10000". Ik probeerde dit niet te zien maar soms gingen ze gewoon voor je staan en sneden al rijdend met hun voertuig je de pas af. Ik wilde niet kwaad worden en bewaarde mijn rust. Ze gingen meestal na enkele tientallen seconden weer weg. Ik wist dat ik was verdwaald toen ik bij een smal stroompje aankwam. Dit kon nooit de rivier zijn die de Fransen had gemotiveerd om Vietnam in te lijven. Mijn gevoel zei links af en dat volgde ik dan ook meteen op.
Ik passeerde een paar jongens die even een motor van een Renault 4 uit elkaar hadden gehaald. Ik dacht aan de tijd dat ik hielp bij een garage in Zaltbommel. Dat was eeuwen geleden dus. Deze auto had waarschijnlijk al miljoenen kilometers op de klok en was duizend keer gerepareerd. In onze westerse samenleving is deze auto al tien keer afgeschreven en de weinige die nog over zijn worden als oldtimers vertroeteld. Hier is het gewoon een automobiel. Niets wordt hier verkwist!
Een wel erg volhardende fietstaxichauffeur kreeg mijn sympathie tenslotte. Hij was ook meteen vriendelijk op een vreemde manier. Een brede glimlach vanonder zijn grijze pet. Ik boekte hem voor de volgende dag en vertelde dat hem dat hij om negen uur bij mijn hotel moest zijn. Ik liet het visitekaartje zien en hij wist meteen waar het was. "Ik ben er al om acht uur", lachte hij en verdween in de verte. Eindelijk kwam ik aan bij de Saigon rivier. Ik stak de drukke straat over en ging weer links af de boulevard op. Ik dronk wat water aan een geïmproviseerd terras langs de rivier en keek nog eens goed om mij heen. Het was veel anders dan ik mij had voorgesteld. Meestal maak ik geen voorstelling over wat ik ga zien. De meeste mensen die ik tegenkom zijn altijd teleurgesteld. "Ik had het mij veel anders en mooier voorgesteld", hoor je dan ook erg vaak.
Vandaag moest ik ook nog wat shoppen. Ik wilde voor een mini statief kijken en ook een paar postkaarten moesten worden gekocht. Een goede vriend, Peter Hermens, was jarig en dat kon ik niet overslaan. Ik was verder niet echt op zoek maar als ik iets zag dat me aanstond dan kon ik het kopen. En een statief vond ik. 45.000 Dong, niet slecht. Postkaarten vond ik in een boekenwinkel die mij meteen een hoop vertelde over de staat van het communisme en de vrijheden van de bevolking. Daar stonden de boeken op een plank. Van de beste kameraden tot de grootste schurken, wel in het Vietnamees en ik kon natuurlijk niet lezen of het wel of geen propaganda was. Maar toch, ik had meteen een goed gevoel over Vietnam. Ook stond het borstbeeld van uncle Ho op een prominente plaats. De postkaarten waren van een enorm formaat, maar ik heb er toch maar een paar gekocht. Postzegels waren niet op voorraad dus moet ik de volgende dag naar het postkantoor, dat zou op zich wel weer een klein avontuur zijn.
Ik keek in mijn LP en probeerde uit te vinden waar ik mij op dit moment bevond in de stad. Het was niet eenvoudig maar ik kwam er toch uit. Ik ging richting mijn hotel, gooide alles op het bed in mijn kamer en ging op weg naar het backpakkers gebied van Saigon. Het "Khao San van Saigon" wel te verstaan. Cheap, cheap en nog eens cheap. Een café op een hoek met een klein terras zag er aantrekkelijk uit. Er zaten ook wat buitenlanders, wat meestal zegt dat het eten er goed is en de prijzen redelijk. En dat klopte dan ook. Ik gebruikte een kleine maaltijd met een paar bier en voldaan ging ik weer richting mijn hotel voor mijn douche beurt en een korte rust.
Eenmaal wakker en opgefrist kreeg ik de schrik van mijn leven. Het kabaal in het hotel was van die kwaliteit dat zelfs mijn buren zouden gaan klagen.
Even een korte uitleg: ik heb sinds mijn terugkomst uit Australië in december 2003 veel overlast van mijn buren. Ze werken elke avond van vijf tot twee. Bij thuiskomst gaan ze gezellig Karaoke zingen en eten koken. Tel daar nog drie honden bij op die liggen te janken totdat de baas weer thuis komt en je begrijpt dat het moeilijk is om in slaap te komen. Het geheel blijkt onbespreekbaar met de buren wat als resultaat heeft dat ik van de dag de nacht moet maken en hun dagritme moest overnemen. Ik ben daar erg gefrustreerd uitgekomen en geluidsoverlast is een obsessie voor mij geworden.
Ik wilde onmiddellijk weten waar dat kabaal vandaan kwam. Ik opende de deur van mijn kamer en een zondvloed van Aziatische muziek kwam mijn kamer binnen. In Paniek keek ik om mij heen in het trappenhuis en het leek overal vandaan te komen. Ik snelde verward terug naar mijn kamer. Was het de tv? Had ik een karaoke bar over het hoofd gezien? Hoelang zou dit duren? Ik wilde tenslotte niet de hele avond opblijven! Uiteindelijk kwam ik tot mijzelf en besloot te gaan eten. Ik liep de kamer uit en nam de lift naar de begane grond. Met het dalen van de lift nam ook het lawaai af. Eenmaal op de begane grond bij de receptie hoorde ik bijna niets meer, ook niet in het trappenhuis. Ik besloot af te wachten en mij later te beklagen als ik wilde gaan slapen.
Ik liep al weer een beetje meer opgewekt richting het café dat ik die middag had gevonden. Een tweede test zou het ondergaan vanavond. De eerste hindernis op mijn weg was het oversteken van een brede straat. Honderden brommers die van alle kanten langzaam op je af komen. Niemand stopt en ik kan op dat moment ook geen voetgangers oversteekplaats ontdekken. Langzaam maar met een volharding naar de overkant dan maar.
Ik stap toch wel met een beetje angst het zwarte wegdek op en kijk naar links. Ze rijden namelijk rechts in Vietnam. Ik kan mijn ogen niet geloven. Bij elke langzame stap vooruit opende het voorbij razende verkeer zich als de rode zee voor Mozes. Ik krijg er zelfs plezier in. In het midden van de 20 meter brede weg wordt het wel een beetje oppassen geblazen. Hier gaat mijn hoofd van links naar rechts als bij een versnelde tenniswedstrijd. Ik moet ze nu aan beide kanten in de gaten houden. Een paar stappen verder wordt het dan weer gemakkelijker en ik hou het van rechts aanstormende verkeer in de gaten. Vermoeid maar voldaan sta ik na te genieten aan de overkant van de weg.
En ook de bron van mijn ongemak, het lawaai, was gevonden. Een groot podium stond niet ver van mijn hotel op een plein met een paar honderd Vietnamezen ervoor. Op het podium, dat ter ere was van de vijftigste verjaardag van de slag om “Dien Bien Phu”, werden liederen ten horen gebracht over de glorie en de kracht van het communisme. Plaatselijke grootheden uit de entertainment industrie waren gehuurd, waarschijnlijk kunnen ze toch geen nee zeggen, om de boodschap uit te dragen. Mooie meisjes, kuis gekleed, dansten op de ritmes van de band. Ik keek het schouwspel een kwartiertje aan en toen won de honger van mijn nieuwsgierigheid.
Mijn tweede maaltijd bij het café bestond uit een pizza. Ik had die middag al een ex-pat gadegeslagen die hem met veel smaak en plezier naar binnen had gewerkt. Ik moet ook eerlijk zeggen dat de rijst en groente die middag goed waren. Maar toch het zekere voor het onzekere genomen. Niet teveel van die lokale gerechten. Om en om! Ik wil de loperamide nog een tijdje in de medicijnentas houden. Ik dronk nog een paar bier en kletste wat om mij heen met verschillende mensen. Vol en voldaan liep ik terug naar mijn hotel. Het concert was inmiddels afgelopen en door lege halfdonkere straten ging ik richting het hotel. Tijdens mijn nachtwandeling vielen twee dingen mij op. Ten eerste, de straten waren schoon. Ja, echt schoon. Op bijna een onAziatische manier. Het andere was het rechts rijden. Ik moest steeds op mijn hoede zijn bij het oversteken. Het was een nieuwe wereld. Ik kon terugkijken op een geslaagde eerste dag in Vietnam. Als de trend nu was gezet dan zou het zeker een leuke reis worden. Morgen de tempels.

maandag 3 mei 2004

Vietnam, een inleiding

Vietnam 2004

Ik weet eigenlijk niet wat ik moet verwachten. De verhalen die ik heb gehoord zijn allemaal in de orde van. You'll love it or you'll hate it. Vietnam is communistisch met een knipoog. China de grote broer kijkt over zijn schouder toe. De toeristen kunnen bijna niet op eigen gelegenheid reizen maar zijn toegewezen op staatsondernemingen die alles nauwlettend in de gaten houden. Saigon betekend voor mij de beelden van de laatste Huey tijdens de evacuatie van de Amerikaanse ambassade in 1975. Een verscheurd land achterlatend. Hanoi brengt mij terug naar de kerstmis bombardementen van 1972. De hele wereld schreeuwde om vrede en Nixon moest uiteindelijk toegeven. En alles daartussen in namen van veldslagen en oude paleizen. Ik ben benieuwd.

5 mei / 3 juni 2004

donderdag 25 maart 2004

Thailand: Een prima vlucht

Lekker zwemmen in Areca Lodge

Pattaya (Soi Coronation Street), donderdag 25 maart 2004

Het was gisteren een prima vlucht met de nieuwe luchtvaartmaatschappij AirAsia. Het opstaan van budget luchtvaartmaatschappijen in Azië zal de manier waarop we reizen in dit werelddeel voorgoed veranderen! In het verleden waren de vluchten tussen Bangkok en Kuala Lumpur een monopolie voor “Thai Airways” en “Malaysia Airlines”.
Het resultaat was veel te dure tickets waardoor er veel mensen verplicht waren om per bus de 1.500 kilometer tussen de twee steden af te leggen. Een reis van meer dan een dag in een te kleine stoel in oude bussen met soms wel vier keer overstappen! Dus het duurde soms vier dagen om op je bestemming te komen! De nachttrein was ook een optie maar die was weken van te voren al volledig uitverkocht.
Met de opkomst van het internet wordt het steeds gemakkelijker om een vliegreis te zoeken, te boeken en te betalen met een kredietkaart. Op 5 september 2001 kochten Tony Fernandes en Kamarudin Meranun “AirAsia” via hun bedrijf “Tune Air Sdn Bhd” voor een nominaal bedrag van één ringgit (ongeveer US$ 0,26), waarbij ze de aanzienlijke verplichtingen op zich namen. Vanaf hier is het een sprookje voor de snel groeiende budget luchtvaartmaatschappij.
Ik sta op de afgesproken tijd in de lobby van het hotel en neem uitgebreid afscheid van het personeel van het “Hotel Fortuna” dat na mijn regelmatige bezoekjes aan Kuala Lumpur bijna vrienden zijn geworden. Een kwartier later nog steeds geen spoor van Jeff. Ik laat de receptie naar zijn kamer bellen en ‘Ja, hoor’, hij ligt nog te slapen!
Er zijn twee verschillende soorten mensen wanneer het op reizen aankomt! Zij die altijd ruim op tijd op de luchthaven verschijnen, zoals ik, zodat ze niet voor onverwachte verrassingen komen te staan. En zij die alles op zich af laten komen en regelmatig een bus, trein of een vliegtuig missen, zoals Jeff. Dat botst tussen ons en geeft mij een ongemakkelijk gevoel!
Zichzelf verontschuldigend staat hij ruim dertig minuten later dan afgesproken met zijn toch wel stevig gegroeide bagage in de lobby van het hotel. Buiten op de stoep voor het hotel begint het gezeur al. Het is te warm, zijn bagage is te zwaar, het is te ver lopen en of we samen een taxi kunnen nemen. Daar heb ik geen bezwaar tegen maar dan zal Jeff de taxi moeten betalen en ik geef hem het totaal bedrag voor de busreis naar KLIA Terminal 2. Daar is Jeff het dan op slag niet mee eens en in mineur vangen wij de reis met de monorail naar de luchthaven ruim drie kwartier later aan.
De stilte reist met ons mee naar de luchthaven en op zo’n moment realiseer ik me waarom ik graag alleen reis! Tien minuten voordat de gate sluit gaan wij aan boord van de spiksplinternieuwe Airbus A320. Het vliegtuig ruikt zelfs nog nieuw van binnen! Tijdens de vlucht naar de “Don Muang” luchthaven in Bangkok wordt er maar weinig gesproken. Ik vraag me af of het Jeff’s zijn karakter is of dat hij na vijf dagen nog steeds last heeft van het drinkgelag van vrijdagavond. Niet dat het krijgen van het antwoord belangrijk voor me is.
Na aankomst in Bangkok vinden we al snel de taxi die ik via de e-mail heb geboekt. Bij de eerste 7-11 wordt er gestopt om enkele grote flessen koud bier te kopen. Daar ben ik wel aan toe na een lange reis en enkele droge dagen! Jeff schud zijn hoofd en met afschuw in zijn ogen aanschouwd hij hoe ik tijdens de reis in de taxi naar Pattaya met veel smaak en plezier de twee grote flessen Singha bier leeg maak.
Lekker zwemmen in Areca Lodge Ondertussen is William ook weer in Pattaya gearriveerd! Vandaag zijn we lekker gaan zwemmen in het pas geopende zwembad aan de achterzijde van het “Areca Lodge” hotel. Omdat ik bevriend ben geraakt met de manager en haar echtgenoot zijn wij een van de weinigen niet-gasten van het hotel die van het zwembad gebruik mogen maken. Een tijdje terug vroegen ze 100 baht toegang voor het zwembad maar daar zijn ze snel mee gestopt. De hotelgasten stoorden zich aan de luidruchtige en onbeschofte niet-gasten.
Ondertussen heb ik alweer een reis naar Vietnam gepland maar eerst ga ik nog plezier maken in Pattaya en Bangkok. Songkran, het Thaise nieuwjaar, en het bezoek van Tettje van Malsen liggen nog in het verschiet. Maar eerst nog gaan we komende dinsdag een avond stappen in Bangkok.

dinsdag 23 maart 2004

Maleisië: Inkopen

Masjid Asy-Syakirin

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna (202), dinsdag 23 maart 2004

De laatste twee dagen in Kuala Lumper hebben we doorgebracht in de stad. Jeff hersteld maar langzaam van ons drinkgelag op de vrijdagavond. Drie dagen later is hij nog niet hersteld en heeft hij weinig zin om weer wat te gaan drinken.
Mij maakt het persoonlijk niet zoveel uit, ik kom hier toch wel weer terug en gezelligheid is overal te vinden. We vullen onze dagen met wandelen, een koffie drinken in de comfortabele airconditioning van een van de vele winkelcentra en eten. Jeff begint langzaam de Maleisische keuken te waarderen maar de westerse keuken behoud toch zijn voorkeur.
We houden de middagrust op onze kamers en ik kijk vanuit mijn raam, door de smalle steeg, hoe rond half vier de hemelsluizen boven de stad open gaan. Een zware tropische regen daalt neer en zet de straten in de lager gelegen delen van Kuala Lumpur blank. We doden de tijd met niets doen, een beetje genieten van het eten en voor de rest wachten op ons vertrek naar Thailand.
Kuala Lumpur skyline Ik schreef een paar dagen geleden dat Kuala Lumpur geen stad is om in te wandelen maar dat trek ik toch weer terug. Het wandelen in het “oude centrum” van de stad is aangenaam omdat er veel voetpaden zijn. Dat is dan ook logisch omdat er honderd jaar geleden nog geen auto’s rondreden. De riksja was het vervoermiddel voor de rijken en de benenwagen voor de armen die sowieso niet ver van hun huis dwaalden.
Ik hou nu eenmaal van wandelen door de steden van Azië maar als mijn reisgenoot daar niet voor is te porren zal die zichzelf moeten vermaken. Ik ga mijn tijd niet opofferen om iemand anders, een vriend of een vreemde, een plezier te doen. Vandaag heb ik enkele momenten het gevoel dat ik een onbetaalde gids ben die een toerist naar een plaats moet brengen die hij zelf niet kan vinden. Dat is voor mij een onaangenaam gevoel!
Samen met Jeff op de brug Het bezoek aan de brug op de dinsdagochtend, maandag is de brug gesloten voor bezoekers, maakt nog de grootste indruk op mijn vriend. Voor een moment denkt Jeff dat ik wel alleen de kaartjes zou gaan halen. Nadat ik hem vertelde dat ik in de kelder van het Suria KLCC zou ontbijten gaat hij toch maar mee. Na het bezoek maken we met een kleine omweg de rest van de dag vol met winkelen.
Hij is op zoek naar Britse etenswaren die in Thailand moeilijk zijn te krijgen òf waarvoor je in Pattaya de hoofdprijs moet betalen. Het is geen geheim dat Britse keuken alleen door de Britten zelf word gewaardeerd! We gaan dus naar het “Sungei Wang Plaza” winkelcentrum waar zich op de begane grond een van de grootste supermarkten bevind die ik in Maleisië ben tegengekomen.
Jeff koopt tassen vol etenswaren die in Thailand niet te krijgen zijn. Oxo rundvlees jus, Tetley Tea en andere Britse etenswaren worden in grote hoeveelheden ingekocht. Ik heb ook een mandje dat ik vul met zakjes Maleisische kerrie en andere kruidenmixen. Een groter cultuurverschil is bijna niet mogelijk. Natuurlijk eet ik af en toe ook een westerse maaltijd maar tijdens mijn verblijf in Zuidoost-Azië gaat mijn voorkeur toch uit naar de keuken van het land waar ik mij op dat moment bevind.
Jeff koopt ook nog een Playstation 2 voor zichzelf. Daar zitten we dan met zijn tweeën op de dinsdagavond voor ons vertrek naar Bangkok te golfen op de kamer!
Deze twee bijzonder interessante weken zitten er alweer op. Morgen vliegen we terug naar Thailand waar het zoete leven op ons wacht.
Masjid Asy-Syakirin Ik wil jullie deze foto niet onthouden! Maleisië mag dan wel officieel een islamitisch land zijn maar de tijd staat niet stil in Kuala Lumpur, ze zijn hier zeker niet conservatief. Met de eindeloze stroom oliedollars wordt het land snel gemoderniseerd. Mooie moderne architectuur zoals de “Masjid Asy-Syakirin” moskee is een goed voorbeeld.
Het gebied rond de oude paardenracebaan van Kulala Lumpur wordt in een sneltreinvaart ontwikkeld. Het is altijd weer een verrassing welke toren van glas en beton er bij ons volgend bezoek aan Kuala Lumpur in de omgeving van de iconische Petronas Twin Towers is verrezen.
di 23 mrt 2004 11:19:19Lembaga Tabung Haji - Bank Islam Het gebouw van de “Lembaga Tabung Haji - Bank Islam” is zo’n architectonische parel. Hoe zal deze stad er over tien jaar uitzien?

zondag 21 maart 2004

Maleisië: Een dag bij de races

zo 21 mrt 2004 12:46:35

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna (202), zondag 21 maart 2004

De kater die zaterdagochtend met ons wakker werd na de vrijdagavond drinken was een hele sterke. Het was me meteen duidelijk dat we niet meer zo goed kunnen drinken dan we dachten. De snelheid was er gisterenochtend meteen uit! We schrapten de kwalificatie van zaterdagmiddag op Jeff's verzoek en hingen wat rond in de stad. We keken de training in een gekoeld winkelcentrum zodat we toch nog wat van de Formule 1 hadden gezien. Jeff was duidelijk aangeslagen, hij had zelfs geen trek om te gaan eten. De zaterdagavond gingen we dan ook heel vroeg naar bed.

Ook op deze zondagochtend is mijn vriend Jeff nog steeds niet hersteld van de vrijdagavond stappen. Ik heb zelden een persoon gezien met een kater die twee dagen bleef hangen. Jeff houdt zich sterk maar van binnen heeft hij het heel erg moeilijk. Hoe dan ook, we moeten vandaag vroeg op pad om op tijd op het circuit te zijn.
Het eerste stukje van de reis naar het “Sepang F1 Circuit” is met de Mono-rail vanaf Bukit Bintang naar Stesen Sentral. Bijna alle passagiers aan boord van het bijzondere openbaar vervoer, hoog boven de straten van Kuala Lumpur, zijn op weg naar het circuit. De meesten zijn gekleed in de kleuren van hun favoriete team of coureur. Er hangt een opgewonden sfeer omdat het toch wel heel bijzondere ervaring is om een race bij te kunnen wonen in dit bijzondere land.
Mijn handen gaan automatisch van zak naar zak en dan naar mijn tas. Onbewust controleer ik mijn belangrijkste spullen. Gisteren heb ik enkele gratis kranten opgepikt omdat die een advertentie bevatten waarmee je een broodje ei met worst bij de MacDonald’s voor slechts RM 1 (€ 0,22) kan kopen! Dat is tenslotte een aanbieding die ik niet kan laten lopen. Voor vier euro heb ik vier broodjes gebakken ei en dat is voldoende eten om de hele dag langs het circuit mee door te komen. Ik weet uit ervaring dat het eten op het circuit van zo’n slechte kwaliteit is dat ik het nog niet aan de varkens zou voeren.
Het is gelukkig niet zo druk bij de gouden bogen in het nieuwe treinstation, ik bestel bij een meisje met een rode Ferrari hoofddoek 4 broodjes en een grote koffie om mee te nemen. Jeff kijkt me verbaasd aan maar volgt ondanks zijn tegenzin voor vast voedsel mijn voorbeeld. De broodjes gaan in mijn rugzak en met de enorme bekers koffie in de hand dalen we weer af naar het perron vanwaar de bussen naar het circuit zullen vertrekken.
De bussen worden tot aan de rand gevuld voordat ze vertrekken en er staan honderden mensen in een lange rij te wachten. Jeff en ik kijken elkaar verbaasd aan. Bussen zijn over het algemeen goed georganiseerd in Maleisië, maar dit slaat alles, dit leunt tegen totale chaos aan!
Toch is het vervoer van en naar het circuit beter geregeld dan het op het eerste oog lijkt. De kleur van je vervoersbewijs is de sleutel naar een snelle zitplaats. We zitten binnen tien minuten comfortabel in een oude bus die ook nog wordt aangevuld met passagiers die liever drie kwartier in de bus moeten staan dan langer op een zitplaats wachten. De bekers koffie moeten buiten blijven! Die waren toch al bijna leeg dus dat is voor ons geen probleem.
We hopen nu binnen drie kwartier tot een uur op het circuit te zijn. Althans, als de chauffeur weet waar hij heen moet. In ons geval weet de chauffeur niet welke route hij moet rijden. Een paar verkeerde afslagen en we zitten op de tolweg terug in de richting naar Kuala Lumpur. In de bus wordt er door enkele lokale passagiers gemord en de chauffeur word in het Maleis gesommeerd om om te keren. Maar waar? Deze tolweg gaat kilometer na kilometer verder naar ons beginpunt zonder een enkele afslag.
Uiteindelijk na een kilometer of vijfentwintig vindt de volgepakte bus eindelijk een afslag en kan omdraaien om weer richting het circuit gaan. Het lijkt nu ook dat de airconditioning van het oude voertuig hapert! Het begint in de bus nu aardig warm en benauwt te worden. De passagiers zweten en ook de waterdamp die wordt uitgeademd maakt het met de minuut onaangenamer. De deur gaat open en de warme tropische lucht en de rijwind geeft enige verlichting.
Na een lange omweg komen we eindelijk aan op de plaats van bestemming. Het heeft wel ruim een uur langer geduurd dan verwacht maar het belangrijkste is dat we er zijn. De organisatie heeft geleerd van de fouten in de voorafgaande jaren en ze hebben het punt van afzetten en ophalen gewijzigd. We moeten nu wel een kilometer of vier lopen naar onze plaatsen op de talud.
De kleuren van de teamsDe kleuren van de teamsDe kleuren van de teams Natuurlijk bezoeken we eerst de markt voor de hoofdingang. We kijken onze ogen uit! Wat voor prijzen hier worden betaald voor een poloshirt van je favoriete team. Dan kun je ze beter in Pattaya kopen! Alles is hier duur! Dus laten we de souvenirs maar voor wat ze zijn en gaan snel op weg zodat we hopelijk een plaatsje in de schaduw kunnen bemachtigen. Nu ben ik een goede wandelaar zoals jullie wel weten en Jeff met een kater heeft meer moeite met de warmte, de luchtvochtigheid en de heuvels. Ik hou een beetje in om het team bij elkaar te houden.
Jeff en Jielus Eenmaal op de plaats van bestemming op de talud zoeken we tussen de drukte een schaars plaatsje in de schaduw met een goed uitzicht. We wurmen ons er een beetje tussen, vriendelijk lachend tegen onze buren die allemaal een stukje opschuiven, en rusten uit van de eerste krachtinspanning van de dag.
Het wachten op de belangrijkste race van de dag duurt gelukkig niet zo lang! De races van het voorprogramma spreken mij niet zo aan. Alleen de “Porsche Carrera Cup Asia” race is redelijk interessant omdat die een beeld kan vormen over de onvoorstelbare snelheid van een Formule 1 raceauto op dit fantastisch mooie circuit. Iedereen weet dat de Porsches snelle auto’s zijn, maar het verschil met een Formule 1 raceauto is zo groot dat je meteen begrijpt hoeveel sneller deze moderne raceauto’s zijn. Met een flesje ijskoud water, en dat blijft niet zo erg lang koud in de buitenlucht, genieten we van de race.
The World's Hottest Race In de verte horen we dat de motoren van de raceauto’s worden gestart en de spanning stijgt met elke motor die wordt gestart. De eerste Formule 1 auto’s passeren ons op weg naar de startopstelling. Jeff kijkt me verbaasd aan! Die Porsches waren snel maar dit is van een heel andere planeet. Vergeleken bij de Formule 1 auto’s lijken de snelle Porsches gewoon stapvoets te hebben gereden. En ze nu op halve snelheid naar de startplaats! De snelheid van een Formule 1 auto is niet voor te stellen. Je moet het in levenden lijve hebben gezien om het te kunnen bevatten!
De race op zich is niet zo spannend, Michael Schumacher in zijn Ferrari is een klasse op zich, maar om er bij te zijn is toch iets bijzonders. Alleen het brullen van de motoren is al de moeite waard! Dan moeten we weer terug naar de stad. Dat bleek in het verleden altijd de moeilijkste etappe van de hele dag in Kuala Lumpur! Er is weer paniek onder de passagiers van de verschillende bussen. De kleur van de kaartjes blijkt niet meer zo belangrijk te zijn en elke passagier is er een die ze zo snel als mogelijk terug naar Kuala Lumpur willen brengen.
We sluiten aan in een rij die ook nog eens redelijk snel blijkt te gaan. Net voordat ik de bus als een van de laatsten kan betreden besluit de controleur mij om mijn kaartje te vragen. “Slecht nieuws”, denk ik nog.
Ik kijk over mijn schouder en zeg zonder na te denken tegen Jeff, ‘Tickets?’ Jeff kijkt om beurten mij en de controleur verbaasd aan. De controleur is duidelijk onder indruk van de lengte en omvang van Jeff. Hij tikt me op mijn schouder dat ik snel moet instappen. De man na Jeff heeft pech, hij moet wachten op de volgende bus!
In de bus moeten we samen hard lachen hoe we dit voor elkaar hebben gekregen! We hebben trek als een paard en een enorme dorst. De hele dag in de hitte en de vele flesjes water hebben ons weer een beetje tot onze positieven gebracht. We spreken af om meteen met de metro naar het “Suria KLCC” onder de “Petronas Torens” te gaan om daar wat te eten.
Suria KLCC We doen ons tegoed aan een kebab van lamsvlees met patat en enkele flesjes cola en 100+. De lichaamsvloeistoffen moeten immers weer op pijl worden gebracht.
Petronas Torens Op de terugweg naar het hotel kijk ik nog een keer over mijn schouder. De torens zijn weer verlicht en het is een plaatje dat ik voor de zoveelste keer schiet. Het blijft nu eenmaal ongekend mooi om hier weer te zijn.
De Ierse pub blijft niet onbezocht op de terugweg want precies op het moment dat wij passeren begint de samenvatting van de bezochte race van vandaag op de tv. Jeff en ik kijken elkaar aan en besluiten zonder een woord te zeggen, een knikje is voldoende, besluiten we om een afzakkertje op deze mooie dag te drinken. Ook wanneer de race voorbij is nemen we nog een laatste pint. Maar dan gaan we toch echt naar bed! Het was een mooie dag maar we hebben nog twee dagen te gaan voordat we weer terug naar Thailand vliegen.
Copyright/Disclaimer