donderdag 8 juli 1999

China, de overval

Zhongdian, 8 Juli 1999

Na wat slechte ervaringen met slaapplaatsen in Azië vindt ik het vaak fijn om een hotel of hostel te bekijken dat niet in de Lonely Planet vermeld staat. Op weg naar het Songzanlin klooster, een kilometer of vijf buiten Zhongdian, had ik vanuit de de bus een bord “Bed and Breakfast” gezien. Een ongebruikelijke plaats voor een Bed and Breakfast, zo ver buiten de stad, maar vanuit de voorbij razende bus zag het er allemaal wel uitnodigend uit.
De terugweg van het klooster naar Zhongdian werd te voet afgelegd en na een minuut of veertig stonden we onder het bord aan de poort van het guesthouse. Kris en ik hadden onderweg alle mogelijkheden al besproken en waren tot de conclusie gekomen dat er waarschijnlijk een gesjeesde Engelse man of vrouw er de scepter zou zwaaien.
Hoe anders zou het blijken te zijn toen we door vier, in klederdracht gestoken, Chinezen bij de poort werden opgehaald en het duurde niet lang voordat zich een vijfde Chinees zich bij de groep voegde. Het was de man van het huis die tevens taxichauffeur was.
Nadat we op een zeer bescheiden manier naar de prijzen hadden geïnformeerd vroegen we of we of we de kamers en de bedden mochten zien. De verrassing was compleet toen we de oude Tibetaanse boerderij door de vijf in optocht werden binnengeleid.
De eerste ruimte die we betraden was de keuken met in het midden een zwaar gietijzeren fornuis omringt door een dozijn koperen potten en pannen. In de bijkeuken stonden banken met lage tafels die een gemoedelijke sfeer uitstraalden en niets verhulden over de gezellige tijden die ze in de loop der jaren al hadden gezien.
Langzaam maar zeker werden we door de vijf als schapen door de herder naar de slaapzalen geleid. Grote kamers met zes comfortabele bedden. Ze begrepen er zelf niets van wat er allemaal gebeurde. Die twee vreemde westerse vogels die in hun huis rondkeken, hun de hemd van het lijf vroegen en alles noteerden in kleine notitieboekjes.
Een oude vrouw, die waarschijnlijk de moeder des huises was, nam de vrijheid om het notitieboekje uit mijn handen trekken.
Ze keek met een verbaasde blik naar het Nederlandse handschrift en verontschuldigde zich voor haar onbesuisd gedrag met de opmerking, “I study English!”
Toen ze de woorden “Kangba Hotel” en “Zhongdian” herkende sprak ze een paar woorden Chinees. De monden en ogen van de groep gingen nog verder open en ze werden nog vriendelijker.
Na een gedegen rondleiding die ons alle hoeken en gaten van het gebouw had laten zien probeerden we beschaafd afscheid te nemen. Er was nog maar één ding dat we nog niet hadden gezien! De badkamer met de douche en het toilet.
Toiletten in China zijn niet moeilijk te beschrijven. Het is min of meer een brede sleuf in een betonnen vloer met de geur van een varkensstal waar de stortingen van de vijf laatste dagen nog duidelijk zichtbaar onder je liggen.
Om de hoek van de oude boerderij lag het China van de 21ste eeuw. Een betonnen blokkendoos gestoken in smetteloze witte tegeltjes. Na een blik op de porseleinen wc potten en de schone douches schoten we in de lach. Dit hadden we dus echt niet verwacht! Wel een beetje ongemakkelijk als je midden in de nacht naar het toilet moet! Nadat de Chinezen hadden begrepen dat we het allemaal goedkeurden verscheen er ook een brede glimlach op het gezicht van elke Chinees die ons naar buiten was gevolgd.
Het werd al laat en het was de hoogste tijd om naar de stad te lopen. We wilden natuurlijk voor het donker weer in de stad zijn. Na een kort onderonsje van de gastvrouwen werd ons plotseling thee aangeboden die wij met een verontschuldigende glimlach op onze beurt afsloegen.
“Niemand verlaat ons zonder een gebaar van dankbaarheid!”, is het motto hier.
We kregen als dank van de familie een Tibetaanse gebedssjaal in onze handen gedrukt. Tijdens de laatste blik achterom zagen we de groep vrouwen en mannen nog steeds naar ons zwaaien. Als ik ooit terug kom in deze stad dan weet ik zeker dat ik in het “Living Buddha Guesthouse” verblijf.


http://www.aboutbuddha.org

woensdag 23 juni 1999

China, Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

dinsdag 22 juni 1999

China: Het stenen woud - The Stone Forest

Stone Forest
Kung Ming (Chen Chung Hotel), dinsdag 22 juni 1999

Eindelijk heb ik een nacht goed geslapen en staan we al vroeg naast ons bed. Een grote thermoskan kokend water staat al voor onze kamerdeur te wachten zodat we eerst een beker thee bereiden. Nieuwsgierig neem ik de eerste hap van een broodje dat ik gisteren heb gekocht. Ik laat het deeg met de onbekende vulling in mijn mond rondgaan en kom al snel tot de conclusie dat dit het voor mij absoluut niet is. Ik onderzoek het broodje visueel terwijl Kris zich tegoed doet en al aan het tweede broodje is begonnen. De zoete bonenvulling is in ieder geval niet mijn ding. Zoet op brood is sowieso niet mijn ding dus ook niet bij het ontbijt. Ik knabbel het zoutloze en smaakloze omhulsel van deeg rondom de vulling weg en neem nog een slok van de hete groene thee.
Ik moet toch wat eten en laat Kris weten dat ik even naar beneden loop om te zien of het worstententje open is. En ja hoor. Er staan enkele klanten te wachten op de hartige heerlijkheden die de worstenkar produceert. Vol smaak hap ik even later in het zachte broodje knakworst. Ik heb tenminste wat binnen gekregen zodat ik deze lange dag niet op een lege maag hoef te beginnen.
Vandaag gaan we een georganiseerde excursie maken naar een natuurverschijnsel genaamd “The Stone Forest”. Het is te ver weg om op eigen houtje je weg ernaar toe te zoeken, en te vinden, dus moeten we om half negen precies in de lobby van het hotel klaar zitten.
Er komt een in een sjofel kostuum geklede Chinees de lobby binnen en slentert naar de balie van het kleine reisbureau/wisselkantoor. De oude dame achter de balie wijst naar ons. We zien hem schrikken alsof hij twee doorzichtige spoken op de harde houten bank ziet zitten. Wij zwaaien vriendelijk naar hem en staan meteen op. We volgen hem naar een middelgrote bus, ik schat zo’n 25 passagiers, die voor het hotel staat te wachten en stappen in.
Zodra we binnen zijn en onze plaatsen hebben ingenomen is de stilte oorverdovend. Iedere passagier, sommige met de mond open, staart ons in stilte aan. We kijken eens goed om ons heen en opnieuw blijken we de enige twee blanken aan boord van de bus, om naar de natuurlijke attractie te gaan, te zijn.
Wanneer de bus in beweging komt begint het geroezemoes van de overige passagiers aan te zwellen. Wij halen onze enorme drinkflessen, van een liter per stuk, tevoorschijn om een slok van de groene thee te nemen en het geroezemoes gaat over in een zacht lachen met hier en daar een zucht van verlichting. De man aan de andere kant van het gangpad knikt goedkeurend en steekt zijn verweerde duim op. We hebben geen enkel idee wat ons vandaag te wachten staat.
Ik heb de tweede slok thee nog niet doorgeslikt en we staan stil op een parkeerplaats bij een groep souvenirwinkels. De bekende Chinese plastic rotzooi staat torenhoog opgestapeld en vind gretig aftrek bij onze medepassagiers. We kijken elkaar glimlachend en met medelijden voor onze medepassagiers aan. Niet heel veel verder stoppen we bij een andere groep souvenirwinkels waar precies dezelfde rotzooi wordt verkocht! Nu gaan we ook maar eens binnen kijken en we verbazen ons over de honderden poppetjes met dezelfde gezichten maar in verschillende klederdrachten. Wanneer de plastic tasjes weer zijn gevuld gaat de reis naar het “Stone Forest” verder.
Na een niet al te lange rit over mooie brede maar rustige snelwegen stoppen we deze keer bij een enorm restaurant langs de weg. Kris en ik kijken elkaar verbaasd aan. Een korte stop om naar het toilet te gaan? Vragen heeft, ondanks onze drie taalgidsen, geen zin. Ze begrijpen niet wat we zeggen óf ze willen niet begrijpen wat we zeggen.
Wanneer de hele bus is leeggestroomd begrijpen we dat dit meer is dan alleen een sanitaire stop. De chauffeur gebaard ons dat wij de bus ook moeten verlaten. Tegenstribbelen heeft geen zin dus enkele tellen later staan we samen in afwachting van wat er gaat gebeuren op de parkeerplaats waar het een komen en gaan is van bussen in alle mogelijke afmetingen.
Één blik door de ramen naar binnen van het gebouw is voldoende om te begrijpen dat onze medepassagiers uitgebreid gaan zitten tafelen terwijl wij staan te popelen om naar “het Stenen Woud” te gaan. Nog maar een slok van de groene thee en wachten tot we weer vertrekken is het enige dat ons rest.
Na vijf minuten rijden staan we op de parkeerplaats van “het Stenen Woud”. Als we dat hadden geweten dat dan hadden we niet gewacht maar waren we samen vooruit gelopen om meer tijd in de attractie te kunnen doorbrengen.
Toegangsbewijs The Stone Forest Verschillende prijzen voor de lokale bevolking en de toeristen is ook hier gelukkig nog onbekend. We betalen dezelfde toegangsprijs als alle andere bezoekers! En dat is in China, nog steeds, niet al teveel. Eenmaal in het park blijkt het de moeite waard.
Stone Forest De chauffeur roept iets onverstaanbaars richting ons en komt op een drafje in onze richting. Het is lachwekkend maar we kunnen absoluut niet lachen! We zouden de arme man op zijn ziel kunnen trappen met alle gevolgen van dien. Hij schrijft op een stukje papier “15:00” en wijst naar de uitgang. Het is ons duidelijk, we hebben iets meer dan drie uur in dit bizarre landschap.
Stone ForestStone ForestStone Forest We wanen ons op een verre onbekende planeet in een uithoek van ons zonnestelsel. Het is ‘Star Trek’ materie zoals we dat schertsend noemen. Maar wat nog lachwekkender is zijn de hele groepen Chinezen om ons heen.
Aan de vijverMuzikale optochtKlederdrachtGroepsfoto Het is een grote verkleedpartij en iedereen wil met ons op de foto. We krijgen het gevoel dat we wereldberoemde pop of filmsterren zijn. Kris en ik moeten er zelf hard om lachen. In hoeveel fotoboeken en in hoeveel fotolijstjes aan de muur zullen we wel niet belandden?
Stone ForestStone ForestStone Forest We proberen te ontsnappen uit de wurggreep van de drukte en de lokale bevolking. We zoeken meer rust in de moeilijk bereikbare delen van het park. Kris heeft ondertussen ergens in zijn boekjes gevonden dat de grillige rotsen ergens op de bodem van een warme zee in de dikke laag modder zijn ontstaan. Kolonies van bacteriën hebben de samenstelling van de klei om zich heen chemisch zo veranderd dat ze later in harde materie zijn veranderd en de zachte gedeelten, om de kolonies heen, door de regen en wind zijn weggespoeld en weggeblazen.
Gras knippen We hebben in ieder geval weer een leuke dag in het enorme park achter de rug en voordat we terug gaan naar de bus kijken we onze ogen uit naar de onderhoudsploegen. Er zijn in China heel erg veel mensen en uitkeringen zijn hier onbekend. Iedereen moet werken en zijn of haar steentje bijdragen aan het succes van deze slapende economische tijger.
Grasmaaiers lijken hier nog onbekend en op de vele grasperken in het park zitten groepen mannen en vrouwen het gras met keukenscharen te knippen. Écht waar! Ook wij kunnen onze ogen niet geloven. De harde realiteit van het westerse denken dat alles economisch en efficiënt moet zijn om de kosten te besparen en de productie te verhogen is hier in het verre China nog niet gearriveerd.
Op weg naar de uitgang flirt ik er nog heerlijk op los en ik geniet ook van al die omhelzingen en omarmingen met de meisjes met wie ik samen op de foto moet. Wat een onvergetelijke dag is dit geworden.
We kunnen het zelf maar moeilijk geloven. Ook op de terugweg naar de stad stoppen we weer twee keer bij van diezelfde Chinese plastic rotzooi winkelcentra langs de snelweg. Deze keer hoeven we de bus gelukkig niet te verlaten. Wij praten over het postkantoor. Over hoe we de belichte films veilig naar Europa kunnen sturen om te laten ontwikkelen en afdrukken. Kris heeft al een invulling voor de dag van morgen maar misschien kunnen we ook wat tijd vinden om het hoofdpostkantoor te bezoeken.
Na een korte rust op de hotelkamer gaan we voor de tweede avond op rij naar “Wei’s Pizza”. Het is er erg aangenaam en het eten is er goed. Ik neem deze keer de spaghetti, vegetarisch, want ik moet nog wel een beetje wennen aan het vlees dat we onderweg hebben gezien. Het lijkt wel op Thailand maar het is net wat primitiever. We hebben een goed gesprek met Lex, de echtgenoot van Wei, die zelf ook veel heeft gereisd. Voldaan gaan we weer richting ons hotel. Het begin van deze reis in China zien we in ieder geval als een succes.
Muzikale optocht
Muzikale optocht
In bed blijft het beeld van de muzikale optocht, inclusief dansers, in de betonnen arena maar terugkomen. We hebben geen idee waar het over gaat of wat er werd uitgebeeld of wat er maar aan de hand was. Die varkenskop op het dienblad van de opperpriester, wat werd daar uitgebeeld, of wat werd er vereerd, of geofferd. We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Een ding is zeker, het is nu het “jaar van het konijn“, dus dat kan het onmogelijk zijn.
Copyright/Disclaimer