woensdag 4 juli 2012

Nederland: Een emmer beslag


Pattaya (Boxing Roo (7))

Ik weet niet meer wat ik afgelopen vrijdag heb gegeten maar herinneringen van veertig jaar of langer geleden komen soms zo maar terug, helder als een winternacht.
Als kind had ik veel mooie momenten in een jaar. Natuurlijk staken er enkele met kop en schouder bovenuit. Mijn zomervakantie in Den Helder bij mijn oom Coen en tante Sjaan. Pindakaas op brood achter in de lange smalle aanbouw dicht bij de kachel. Mijn verjaardag die altijd speciaal was en al mijn wensen die altijd werden vervuld. Mooi gekrulde broodjes van bakker Dingemans voor mijn vriendjes en vriendinnetjes die ik mocht thuis uitnodigen.
Maar als kind vond ik laat opblijven altijd de mooiste avond. Laat opblijven was voor de ouderen! De tv was al in kleur maar de programma’s waren speciaal, en meestal in zwart wit. Mijn opa keek graag naar Gunsmoke, en ik hield van Swiebertje, een avontuurlijke zwerver, en Eliot Ness, Een bestrijder van de misdaad.
Ik herinner me goed dat mijn moeder me wakker maakte midden in de nacht om de landing van de Appollo 11 live mee te maken. Chriet Titulaer en Henk Terlingen, de laatste kreeg zelfs de oneerbiedige bijnaam “Apollo Henkie”, presenteerden de programma’s over de ruimtevaart die voor de hele mensheid een nieuw tijdperk moesten inluiden.
Maar de mooiste avond van het jaar was toch wel de oudejaarsavond. Het begin van een nieuw jaar en de stille aankondiging dat mijn verjaardag ook op de stoep stond. Ik kan me niet herinneren of het op die avonden koud was.
Ik kan wel herinneren dat er direct na de kerstdagen bij “van Wijlen” in de Gamerschestraat grote rode en oranje reclameposters met “vuurwerk te koop” op de etalageramen waren geplakt. “Schuurmans vuurwerk” was een begrip aan het einde van de jaren zestig! Ik keek met veel andere kinderen uit de buurt met onze neuzen en wangen dicht tegen het koude raam aan wie er wat kocht. We kenden iedereen uit de buurt en hoopten dat we wisten waar te gaan kijken naar de romeinse kaarsen en vuurpijlen. Heel af en toe zagen we een blauw of rood bankbiljet van hand op hand gaan. Later kwamen ze dan met een grote papieren zak weer naar buiten. We droomden dat we zelf zo’n briefje kregen en dat we ook zakken vol met rotjes, gillende keukenmeiden en vuurpijlen konden halen. Maar we begrepen de waarde van het geld nog niet en dat het ook geen gemakkelijke tijden waren. Zelf kregen we alleen maar sterretjes van Boekema, de speelgoedzaak.
Na de kerstdagen die bij ons thuis maar sober werden gevierd, wij waren goede vrije protestanten, begon de sfeer in huis te veranderen. Pakken bloem, zo noemde moeder het meel, werden ingekocht en bij “bakker Vaal” werd er een mysterieus pakje gist gekocht. “Gist”, het mocht niet te warm en niet te koud worden bewaard. Gist leefde, het ademde, en daar moest goed voor worden gezorgd! Het kon ook niet op de tocht liggen en het moest in het donker. Dus ging het in de koelkast van de kleine bijkeuken.
De zakken krenten en rozijnen trokken mijn aandacht. Die waren donker en licht, net als mijn striphelden “Sjors en Sjimmie”, nu verguist door de culturele emancipatie maar toen had ik een moord willen plegen voor een zwarte vriend die me hielp als ik in de problemen was.
Terwijl de krenten en rozijnen op de tafel in de serre stonden te weken snoepte ik stiekem van de de gedroogde zuidvruchten. Achter me op de dressoir stond een houten pijp in de vorm van een indiaan, een mooi gesneden kop met een verentooi. Ik had geen idee waar hij vandaan kwam maar ik wist zeker en vast dat ik daar wel een keer naar toe wilden. Ik kan me herinneren dat ik van vroegs af aan altijd de drang had naar verre landen en vreemde volkeren. Toen mijn moeder niet keek plakte ik een geweekte zware krent op zijn oog. Zo, een piraten indiaan, die zijn er  zeker niet veel op de wereld!
Kerstvakantie was veel binnen spelen met de cadeaus van Sinterklaas als het slecht weer was. “Electro” was mijn spel. Moeilijke vragen die je hersenen lieten kraken totdat je van vermoeidheid in slaap viel. Super Electro kwam met duizenden vragen over wetenschap, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie en god weet over wat nog meer onderwerpen. Maar altijd dreven mijn gedachten weer naar het pakje gist.
Pa vertelde me dat het leefde en dat we er goed op moesten passen, want anders ging het dood en dan hadden we op oudejaarsavond een probleem. Er was een moment van onachtzaamheid bij de volwassenen en ik kon eindelijk kijken wat die schat was. Ik nam het pakje uit de koelkast alsof het een eeuwenoude piratenschat was en legde het op het blinkend schone tafelzeil naast de koelkast.
Ik opende voorzichtig het pakje zodat de inhoud niet kon wegrennen maar het liep uit op een grote teleurstelling! Een grijze grauwe stinkend blok van een onbekend materiaal.
‘Kwam dit van de maan?’
‘s Avonds in mijn kleine slaapkamertje aan de voorkant van ons huis dacht ik na over het geheim.
‘Had het nu op de tocht gelegen?’
‘Had ik het vermoord?’
Ik kon niet slapen van de opwinding!
De laatste dag van het jaar was aangebroken en iedereen was anders. Opgewekt en in een feeststemming, de problemen van het afgelopen jaar lagen achter de rug of zouden in het nieuwe jaar worden opgelost. Houten kratten bier werden aangesleept, een eenzame fles Martini, een fles vieux en een fles sherry voor de dames.
Maar mijn vader was de bewaarder van het geheim dat onze hele familie samen hield. Hij zou het geheimzinnige pakje “gist” vandaag vermoorden. Dat moest wel want hij had met zijn eigen woorden verteld dat de gist leefde.
Stil, alsof ik het ergste kattenkwaad had uitgehaald volgde ik in de hoek van de keuken op de bruine formica stoel de handelingen van mijn vader. Er stonden twee gekleurde plastic emmers klaar die moeder Mien de avond van tevoren flink had geschrobd. De zakken meel werden gekeeld, vermengd met melk en suiker. En over de twee emmers gelijkmatig verdeeld. In een veel kleinere steelpan werd er warme melk vermengt met een kilo suiker. En daar kwam de gist vanuit de koelkast tevoorschijn!
Een gevoel van angst bekroop me dat ik de gist misschien had vermoord, de tocht, of misschien de warmte was hem fataal geworden. Met grote ogen volgde ik de handelingen van mijn vader. Hij opende het pakje en rook aan de grauwe stinkende massa. Zijn gezicht bleef stoïcijns! Een pink in de melk en een goedkeurende glimlach, en het blok verdween in de vloeistof.
Voor een jongen van een jaar of negen was dit een vreemde ervaring. Ik stond open voor alles wat natuur en scheikunde was, biologie en aardrijkskunde. Ik wilde de wereld opnieuw gaan ontdekken en verloren beschavingen weer tot leven wekken. Maar vandaag had ik genoeg aan gist, een magische stof die niet lekker rook. En had mijn vader de gist zomaar in de warme melk verdronken.
Het steelpannetje werd naar een gedoofde gaspit achter op het fornuis verplaatst en dat was het. Ik kon het niet geloven dat deze anticlimax het einde van de mysterieuze gist was. Na een uurtje of zo kwam pa terug en rook aan het pannetje, hij keek bezorgt en voor een moment schoot mijn hart in mijn keel. Nog één keer roeren! Opnieuw ruiken en mijn moeder voegde zich bij hem om te kijken hoe het allemaal ging. Ze fluisterden wat en lachten samen. Voor dit moment was ik dus weer gered.
Na een herhaling van het roerritueel kreeg mijn vader de goedkeuring van mijn moeder die zich ook weer bij hem in de keuken had gevoegd. Ik deed net alsof ik in mijn “Electro” spel was verdiept en liet het rode lampje af en toe branden als teken dat ik de vraag goed had beantwoord. Als ik daar nu aan terug denk dan was dat heel onlogisch want een rood lichtje zou toch een fout antwoord moeten betekenen?
De twee speciale gekleurde plastic emmers die voor me op tafel stonden werden nu het leidend voorwerp. Plastic was toen nog bijzonder, de meeste huishoudemmers waren gemaakt van gegalvaniseerd staal. Maar deze emmers waren speciaal, zij waren het nieuwe huis van de verdronken gist.
Opa roerde de helft van de pan in elk van de emmers die een rustplaats kregen naast de potkachel in de keuken, een vochtige theedoek om de emmer af te dekken. In een van de emmers waren ook de geweekte krenten en rozijnen verdwenen. Een ruw einde aan het heerlijke snoepen.
‘niet te warm en niet de koud’, dat was het geheim!’
‘afblijven!’, sprak mijn vader streng terwijl hij naar de twee emmers naast de kachel wees.
Het is bij voorbaat natuurlijk niet slim om dit tegen een negenjarige die op het hoogtepunt van zijn ontdekkingsreizen is te zeggen. Bij elke gelegenheid die zich voordeed lichtte ik voorzichtig de theedoek een stukje op om te kijken wat er buiten mijn zicht gebeurde. En elke keer zag ik dat de emmers voller waren zonder dat er wat was bijgegooid. Aan het einde van de middag controleerde mijn grootvader zelf tegen zijn bevelen in de inhoud van de emmers die op het punt stonden om over te lopen.
Alle volwassenen in de woonkamer keken door de deur en waren opgelucht dat vader hun goedkeurend en lachend van vreugde aankeek. Een gele gietijzeren braadpan verscheen op het aardgasfornuis en een paar flessen slaolie werden er in geleegd. Glazen flessen slaolie, een nachtmerrie. Wij aten sla altijd met “Duyvis Salata”, waarom noemden ze dat slaolie?
Ik mocht voor een moment dichtbij komen om met mijn eigen ogen te zien wat er in die pan gaan de was.
‘Niet aankomen!’, riep mijn vader streng.
Met mijn armen op de rug keek ik naar de bewegende, kronkelende barstjes in de gouden vloeistof.
De eerste emmer werd klaargezet op een kruk naast het fornuis en met twee in de melk natgemaakte eetlepels schepte grootvader een flinke hoeveelheid witte kleverige massa uit de emmer. Hij stond geen moment stil want de twee lepels namen het transport ombeurten over totdat de massa in de hele olie verdween. En nog een en nog een.
Met open mond keek ik naar de goudgele oliebollen die er na een paar minuten een voor een weer uit werden gehaald. Te heet om te eten, maar te mooi om naar te kijken. Natuurlijk deed ik een greep naar de schaal met verse oliebollen om alleen maar te ontdekken dat ze te warm waren om direct te eten. Ook de oliebollen met krenten kwamen een voor een uit de hete olie.
Voor de kinderen werden er om de paar bakbeurten met een grote zeef de uitlopers uit de olie gevist. Onder een dikke laag poedersuiker verborgen kwamen ze als kinderlekkernij op tafel.
Vol en verzadigd van de uitlopers konden we als kinderen ‘s avonds geen oliebol meer zien maar er bleven er altijd wel een paar over voor nieuwjaarsdag.
Seth Gaaikema was op de tv en van het vuurwerk kan ik me niets herinneren, het zal wel geregend hebben! Maar die emmers beslag zullen me altijd bijblijven.

maandag 2 juli 2012

Thailand: Steef?


Pattaya (Boxing Roo (7))

‘Hoe gaat het eigenlijk met je boek, wanneer komt het uit?’, wordt ik vaak als openingszin van een gesprek gevraagd.
‘Steef, ja Steef!’, ik zit er zelf midden in.
Het is alweer drie jaar geleden dat ik de avonturen, al dan niet autobiografisch, op mijn weblog publiceerde. Met gemengd succes! Er waren heel veel liefhebbers maar er waren ook moraalridders die mijn verhalen als verkapte porno zagen. Ik had de grootste plannen waar drie jaar later nog steeds niets van terecht is gekomen. Natuurlijk wil ik nog publiceren en gelukkig is er geen tijdsdruk want het verhaal is van alle tijden. Nog steeds zie je een Steef tussen de passagiers die om je heen zitten in het vliegtuig. De grootste verandering is eigenlijk wel ebook of papier, of misschien wel beiden?
‘Het is crisis en is een grote uitgave voor drukwerk wel een verantwoorde?’
‘Wie wil er nog € 17,95 neertellen voor een verhaal dat al honderd keer is verteld?’
Mijn goede vriend Neil Hutchison, bekend van o.a. het boekje “Money Number One”, heeft ook problemen met de verkoop van zijn geesteskinderen. De alom aanwezige Thaise kopieer woede heeft er voor gezorgd dat er zelfs bij officiële boekwinkels kopieën in plaats van de originele exemplaren liggen. En dat idee weerhoud me ook een beetje om een grote investering te doen. Het boek is bijna af maar de laatste loodjes wegen echt het zwaarst! Voor het schrijven moet je hoofd écht helemaal leeg zijn. Je vaste patronen die de dag invullen moeten vastliggen en er moet geen enkel moment van twijfel bestaan. Je moet met het raam open de frisse lucht kunnen opsnuiven terwijl je luistert naar de stilte.
Mijn verhaal heeft me ingehaald en sinds ik samenleef met mijn Filipijnse vriendin herken ik in mezelf soms de fictieve Steef. Als in een golvende beweging moet ik steeds weer mijn en haar kleinere en grotere problemen overwinnen die met het geloof of de familie van mijn vriendin te maken hebben. Maar het zijn steeds die lange stiltes die me in plaats van motiveren en inspireren gek maken.
We hebben plannen voor de toekomst en die moeten natuurlijk hard worden gemaakt. Helaas is ze nog niet begonnen met de cursus voor het inburgeren. Ik hoop dat ze snel zal beginnen zodat ik haar ‘s middags kan helpen en overhoren. Ik kan haar alleen maar inspireren, motiveren en corrigeren. De rest zal ze toch zelf moeten doen.

zaterdag 30 juni 2012

Thailand: Wel of geen koffers?


Pattaya (Boxing Roo (7))

Een boterham met pindakaas is het eerste wat ik vandaag tot me neem, samen met een kop koffie. Om zes uur in de ochtend, brandstof voor de doorgewinterde rugzakartiest.
‘Wie heeft niet met een pot pindakaas in zijn rugzak door verschillende delen van de wereld getrokken?’
Met weemoed denk ik aan de momenten die ik in een ver verleden door heb gebracht in een klein stadje in het zuiden van Thailand. “Narathiwat”, nog van voor de burgeroorlog of moslimopstand. Het is maar hoe je het noemen wil. Moslimvoedsel en Boeddhistische tempels. Koud bier en een avondklok in het hotel.  Hoofddoekjes en oranje gewaden. Wit brood met sardines in tomatensaus en instant noedels met een flinke lepel pindakaas. Wat was het leven meer dan tien jaar geleden zorgeloos! De enige klok die tikte was de klok van je visum, en als die bijna afliep ging je gewoon de grens over naar een buurland. Ik geef onmiddellijk toe dat er nu wel eens momenten zijn dat ik het niet meer waardeer, en daar schaam ik me dan ook voor.
Een half uur lang lig ik op mijn rug en staar ik naar het plafond en de meest gruwelijke beelden over onze achtergebleven bagage gaan door mijn hoofd. Dit is het moment voor positivisme en niet negativisme. Ik grijp mijn telefoon en bel met het busbedrijf dat de dienst tussen Pattaya en Suvarnabhumi International Airport onderhoudt. Er zijn plaatsen vrij maar ik kan niet meer worden opgehaald. Zolang ik maar voor 09:00 op het kantoor ben kan ik mee naar Bangkok om mijn twee koffertjes op te halen.
Tegenstribbelen heeft geen zin! De Thai zijn niet flexibel! En dat zit er al sinds mensenheugenis in gebakken. De keten van bevelen is hier erg sterk.
'En trouwens, waarom zou je eigenlijk flexibel moeten zijn?,
Als Thaise werknemer wordt je er persoonlijk op afgerekend als het mis gaat en  wanneer het wel goed gaat loopt je baas met jouw veren in zijn kont als een pauw te pronken. Wat er ook de uitkomst is jij wint nooit, en dat houdt veel groei in dit mooie land tegen.
In de bus zoek ik als eerste een plaatsje en verdiep in "Adriaan van Dis". Mooie verhalen over zijn Indonesische vader die in Nederland niet op zijn plaats was maar  er toch voor zijn gezin moest zijn. Wat moet die donkere man overzee in de jaren vijftig en zestig hebben geleden. Hoe mooi en ontroerend de schrijver dit kan verwoorden. Je pikt zelfs bijna een traan weg bij het lezen van zoveel onrecht.
De deprimerende en verontrustende tonen van "Vienna" (Ultravox) brengen me van de Hollandse duinen terug naar de rijstvelden en eindeloze industrieparken van Thailand.
'Ik heb nog niets van die gasten op de luchthaven gehoord!'
'Zouden de koffers wel mee zijn gekomen?'
Ik zie de twee met bruut geweld opengebroken en met goedkoop plakband dichtgeplakte koffers op mijn netvlies staan. Kleding en snoeren hangen er aan alle kanten uit. Positivisme en niet negativisme prent in mezelf in. De scheurende gitaren van Led Zeppelin's "Black Dog" peppen me op.
Precies in de pauze tussen twee nummers in gaat de telefoon, een onbekend nummer uit Bangkok. In een haast perfect engels meld een medewerker van Thai Airways dat mijn koffers gereed staan om te worden opgehaald. Ze zijn in ieder geval aangekomen!
Ruim een half uur later sta ik bij de uitgang van de aankomsthal oog in oog met een bewaker die mij de weg wil versperren. Langzaam leg ik hem in het engels uit wat er aan de hand is en wat de bedoeling is. Ik kan nog steeds niet begrijpen dat er mensen op een internationale luchthaven werken die alleen maar met hun moedertong spreken. Ook hier speelt de corruptie een rol, familie gaat nu eenmaal altijd voor. Ongeacht hun scholing of kwaliteiten.
Als hij eindelijk doorheeft dat ik niet genoegen neem met zijn antwoord, en de tijd heeft gehad om zijn engels te verzamelen, vraagt hij om mijn paspoort. Hij slaat het donkerrode boekje open en kijkt verbaasd naar het buskaartje van Pattaya naar de luchthaven.
Een snelle blik om zich heen of er geen meerdere in de buurt is en hij zegt: 'OK!'
Ik zie angst in zijn ogen, een tweestrijd tussen goed en kwaad. Hij vraagt zichzelf af of dit de juiste beslissing is. Laat hij me door en het gaat fout dan is hij de sigaar, en laat hij me onterecht niet door dan krijgt hij op z'n donder van zijn meerdere. Het is haast zielig.
Buiten het kantoor van Thai Airways zie ik onze koffers staan. Op het eerste gezicht ziet alles er perfect uit. Het meisje achter het bureau begint op een toetsenbord te ratelen en tijdens een korte onderbreking spreek ik haar zachtjes en in duidelijk engels toe.
'I have seen our suitcases outside!'
Ze kijkt op van het toetsenbord en een opgeluchte glimlach valt me ten deel.
'Can you get them please?', vraagt ze zonder een enkele emotie in haar stem.
Een minuut later sta ik met de koffers voor haar bureau. De eerste gaat met de sleutel open en de inhoud ziet er onaangeroerd en perfect uit. Dat is een enorme opluchting! Ook de tweede is ongeschonden uit Moskou aangekomen. Eind goed al goed. Een kaartje voor de terugweg is snel gekocht en ik heb voldoende de tijd om nog wat te eten voordat ik weer terug ga. Pad krapow gai, groenten, rijst en een gebakken ei. Een blikje cola en een flesje water complimenteren mijn vroege lunch. € 1,75 voor het geheel, geen wonder dat het restaurant 24 uur per dag vol zit. Eigenlijk is het voor personeel maar de toeristen weten het restaurant nu ook te vinden.
Ik heb er vaak mee gespot: ‘Waarom staan er altijd tien slanke meisjes naast de bus te wachten en ik ben opgescheept met een dikke Duitser?’
Een dikke Indiase man valt zonder wat te zeggen naast me neer op de bank die voor twee smalle Thai is ontworpen. Ik kan nog net mijn tas wegtrekken en zijn terlenka broek brand aan mijn bovenbeen. Hij kijkt me niet eens aan, hij ziet me gewoonweg niet. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is trek hij zijn schoenen en sokken uit en probeert in een kleermakerszit op de smalle zitting plaats te nemen. Dit is een belangrijk moment! Ik moet me nu laten gelden anders zal de anderhalf uur naar Pattaya een hel worden. Het blijkt niet nodig.
Na drie pogingen geeft hij op en laat hij zijn stoel met een flinke klap achterover vallen. Indiërs mogen dan wel geen Aziaten zijn maar ze slapen ook zodra ze zich in een bewegend object bevinden. Het voordeel voor mij is dat het brede bovenlichaam zich aan de achteruit geklapte rugleuning wil aanpassen. Hij wurmt en wiegelt heen en weer als een ontsnappingsartiest totdat hij een comfortabele houding voor zijn veel te grote lichaam heeft gevonden. Vijf minuten later is hij in diepe slaap en ik luister naar “Movin’ On” van “Bad Company”.
Terwijl ik vecht tegen de slaap probeert de man in zijn slaap mij door de zijkant van de bus naar buiten te werken. Door het schuren van zijn kunststof pantalon begint mijn linker dijbeen te gloeien. Totdat ik er genoeg van krijg en tijdens een plotselinge inhaalmanoeuvre van de bus mijn hele gewicht in de worsteling gooi. Hij wordt wakker, wrijft in zijn ogen, kijkt me aan en zegt nog steeds geen woord. Maar mijn plan is gelukt en de laatste dertig minuten zijn nog redelijk aangenaam.
Een minibusje dropt me voor de Boxing Roo af en eenmaal binnen controleren Lyka en ik de inhoud van onze koffertjes. Alles is er nog en alle zorgen zijn voor niets geweest! Mijn complimenten aan Aeroflot en Thai Airways, ik zou zo weer met Aeroflot vliegen als de prijs goed is. Alleen de volgende keer zal ik het probleem van de bagage wel incalculeren.
Met deze opsteker zijn we beiden opgewekt en blij. Alle chocolade heeft de vertraging overleefd en ook is alle elektronica heel aangekomen.
‘Laten we vanavond maar een visje gaan eten op de goede afloop!’, zeg ik tegen Lyka die het meteen een goed idee vindt.
Een visje eten is hier in Pattaya, en overigens bijna overal in Azië een klein feestje. De beste en nieuwste kleding wordt door Lyka opgesnord en gepast. Aan/uit, aan/uit, dat vrouwelijke trekje wordt me teveel en ik vertrek om naar de MotoGP te gaan kijken. De TT van Assen, traditioneel altijd op de laatste zaterdag van juni.
Wanneer Lyka een uurtje later in de bar verschijnt ziet ze erg leuk maar niet bijzonder uit. We nemen afscheid en gaan op pad naar “Kiss Food & Drink” die tijdens onze afwezigheid is omgedoopt tot de “New Kiss Food & Drink”. Het interieur heeft een nieuwe laag verf gekregen en ik kijk om me heen of ik nog iemand herken van de bediening. Nee dus! Een hele familie is waarschijnlijk in één klap werkeloos geworden. Maar het personeel interesseert me niets, het gaat om de keukenbrigade die waarschijnlijk ook wel vernieuwd is.
Ervaringen uit het verleden maken dat je hier op een speciale manier moet bestellen. Je besteld namelijk eerst het gerecht wat de meeste tijd nodig heeft om bereid te worden. Zodra dit geserveerd wordt bestel je meteen de rest. Dit om te voorkomen dat je een kwartier met een bord patat voor je neus zit te dubben.
‘Zal ik het nu opeten nu de patat nog warm is, of zal ik de koude patat voor bij de vis bewaren?’, een moeilijke beslissing.
De gebakken vis verschijnt sneller dan verwacht en de verbaasde serveerster neemt de rest van de bestelling op. Patat, witte rijst en een gebakken garnalen met asperges. Het is een feestmaal!
Dit alles voor slechts € 12,50 inclusief twee biertjes en een flesje water. De bediening was perfect en de snelheid waarmee de gerechten werden geserveerd kan zo naar het Guinness Book of Records. Nu is dit niet iets dat lang zo zal blijven want hier in Thailand weet je nooit wanneer het klad er weer in komt, maar dat het komt staat als een paal boven water.
Ik kijk, terwijl ik de laatste slokken Singha Bier uit mijn flesje drink, eens goed om heen om de gasten van deze badplaats te bekijken. En het is een cliché geworden!  Ondanks alle leugens en cijfers dat het toerisme in de lift zit ziet een kind dat het klad er nu goed in zit. De meeste vakanties in Europa zijn begonnen en hier bij één van de drukste restaurants van Pattaya staan er meerdere tafels leeg. Je kan om half negen zo neervallen terwijl ik me nog wel tijden kan herinneren dat de een kwartier moest wachten voordat je met iemand moest vechten voor een tafeltje.
Ook lijken de badgasten en toeristen veranderd! De barren gevuld met gewillige meisjes en oudere vrouwen zijn angstig leeg. Uitzondert een eenzame man, die zonder schmink zo in een griezelfilm kan spelen, zoekend naar warmte en liefde. De meesten van zijn makkers zijn allang verdwenen naar nieuwe locaties waar het bier goedkoper is en de meisjes nog om aan te zien. Het aanbod van luie vrouwen uit de Isaan die op zoek gaan naar een suikeroom uit een Westers land mag dan enorm zijn gegroeid maar de kwaliteit is zeker achter gebleven. De gemiddelde leeftijd van de dames is haast verdubbeld. Met als gevolg dat er nieuwe Pattaya’s uit de grond zijn geschoten in Laos, Cambodja, Vietnam en de Filipijnen. Want € 2,50 voor een flesje bier en het gezeur over haar arme familie aanhoren van een oud kadaver is voor velen de laatste druppel geweest die de emmer heeft doen overlopen.
Een biertje bij een oude bekende leert ons dat “The Meetingpoint” ondertussen ook van eigenaar is gewisseld. Geen livemuziek meer maar lekkere muziek uit de jaren 70, zoals vroeger toen je hier naar een barkruk moest zoeken. Maar ook hier zitten er niet meer dan acht verveelde bierdrinkende getatoeëerde mannen binnen waarvan ik verdenk dat er de nieuwe baas en een paar vrienden tussen zitten.
Een laatste slok bij “Malee Bar” en dan naar huis. Hier is het zo gezellig dat we maar blijven zitten en wanneer we om half twee weer thuis komen hebben we nog wat te eten uit de 7-11 meegenomen. Microwave snack en dan naar bed!
Laten we maar hopen dat de jetlag morgen in bed achter blijft.
Copyright/Disclaimer