Pattaya (Boxing Roo)
De laatste vier dagen in Thailand zijn voorbij gekropen. Er is echt heel weinig te doen. Slapen, eten en meer slapen. Het is een beetje een anti-climax na de trip met de motor. Maandag en dinsdag zijn dan ook nog zogenaamde Boeddha dagen en dat betekend dat de barren gesloten moeten blijven in Pattaya. Het is niet echt een wet en de regel wordt alleen maar opgelegd in plaatsen waar veel toeristen zijn. De Thaise karaoke tenten in Pattaya blijven wel gewoon open en zo lig je nuchter op bed tot vier uur naar Thaise muziek te luisteren met het geschreeuw van dronken Thai op de achtergrond. Ik wil me best aanpassen aan de gebruiken van andere geloven en culturen maar wanneer de regel wordt opgedrongen aan de niet-gelovigen en de lokale bevolking doet zich te goed aan alcohol zoals gewoonlijk vindt ik dat wel een beetje hypocriet.
Morgen stap ik de moslimwereld in die Maleisië heet. Het vreemde hier is dat deze Islamitische staat helemaal geen beperkingen oplegt. Hier kan je 24/7 eten en drinken, ook tijdens de ramadan. Dat noem ik nu toerist vriendelijk! Na Maleisië volgt nog een weekje Singapore. Ook zo’n plaats die door velen niet echt begrepen wordt.
‘Singapore is saai en duur!’, hoor ik vaak zeggen.
En dat is echt niet waar! In Singapore is dus heel veel te doen en het is zeker niet duur. Bangkok is Singapore voorbij gegaan op de lijst van duurste steden in ZO-Azië. Je moet natuurlijk wel weten wat te doen en waar het te doen! Nu mijn rotzooi weer bij elkaar rapen en de GPS instellen voor een reis naar de nieuwe bestemmingen. Het regent en dus wordt het waarschijnlijk een pizza vanavond. Vanaf morgen staat er weer Aziatisch voedsel op het menu.
Als ik Singapore verlaat is het bijna weer tijd om naar huis te gaan. Ik kijk er deze keer wel naar uit om weer in mijn eigen bed in Zaltbommel te slapen. Een beetje wandelen en hopelijk genieten van de late zomerzon.
Om een beetje voor te genieten van mijn trip heb ik hier twee 360 graden foto’s van die verschrikkelijke mooie torens bijgevoegd.
Petronas Tower Night With Water Fountains in Malaysia
Petronas towers in Malaysia
Klik op de foto en beweeg je muis heen en weer over de foto.
dinsdag 27 juli 2010
vrijdag 23 juli 2010
Thailand, veilig weer terug
Pattaya (Boxing Roo)
Na 2387 kilometer reden we aan het einde van de middag Pattaya binnen. Natuurlijk hebben we regen gehad en de motoren zien er uit van de rode aarde. We zijn blij om weer terug te zijn en het “normale” leven weer op te pakken, voor zolang het duurt.
Natuurlijk hebben we enkele dingen geleerd deze reis.

De veertig kilometer en dan pauzeren is het beste. Geen zadelpijn, ook niet op de dag dat we ruim 400 kilometer op de klokken hadden.
De schoenen blijven voortaan thuis, de sportsandalen gaan mee.
De rugzak maakt plaats voor een weekendtas. Je neemt dan in ieder geval alleen het hoognodige mee.


Kapper, motor schoonmaken, schoenen drogen, rugzak schoonmaken, een paar biertjes en een pizza als avondeten. Nu een paar dagen rusten en opnieuw pakken. Woensdag ga ik weer op pad naar mijn geliefde Maleisië en Singapore. Niets spannends deze keer maar je weet eigenlijk nooit. Ik ga proberen Muar te bezoeken en echt een keer te wandelen in Bukit Timah.
Na 2387 kilometer reden we aan het einde van de middag Pattaya binnen. Natuurlijk hebben we regen gehad en de motoren zien er uit van de rode aarde. We zijn blij om weer terug te zijn en het “normale” leven weer op te pakken, voor zolang het duurt.
Natuurlijk hebben we enkele dingen geleerd deze reis.

De veertig kilometer en dan pauzeren is het beste. Geen zadelpijn, ook niet op de dag dat we ruim 400 kilometer op de klokken hadden.
De schoenen blijven voortaan thuis, de sportsandalen gaan mee.
De rugzak maakt plaats voor een weekendtas. Je neemt dan in ieder geval alleen het hoognodige mee.


Kapper, motor schoonmaken, schoenen drogen, rugzak schoonmaken, een paar biertjes en een pizza als avondeten. Nu een paar dagen rusten en opnieuw pakken. Woensdag ga ik weer op pad naar mijn geliefde Maleisië en Singapore. Niets spannends deze keer maar je weet eigenlijk nooit. Ik ga proberen Muar te bezoeken en echt een keer te wandelen in Bukit Timah.
Meer verhalen over:
Motorbike trip,
Thailand
donderdag 22 juli 2010
Thailand, op bekend terrein
Chantaburi (Gems Club Hotel)
Een route langs de grens van twee landen die officieel met elkaar in oorlog zijn bleek achteraf niet zo’n goed idee! In het begin ging het nog maar na ongeveer veertig kilometer was het toch op! Een geïmproviseerde wegversperring van dunne boompjes was een horde teveel. Een bordje in het Thais maakte ons duidelijk dat het leger de rest van de route had ingenomen en dat er geen burgers welkom waren.
Dus wij weer terug en na tweeënhalf uur waren we weer terug op de plaats waar we waren vertrokken. We moesten hier natuurlijk wel hard om lachen. We konden over onze schouder het hotel weer zien waar we vannacht hadden geslapen. Het weer was nog goed en mijn schoenen begonnen alweer droog te worden.
‘Recht toe, recht aan op Chantaburi af!’, dat was nu het plan.
De rest van het verhaal is hetzelfde als dat van gisteren. We hadden een beetje geluk en konden enkele buien ontwijken of op tijd schuilen. Totdat we bij de beruchte heuvel vlakbij Chantaburi kwamen. Het regent hier altijd! En zo ook vandaag. We aten een broodje en dronken wat koffie in de lome middagzon. Na dertig minuten begonnen we aan de laatste zeventig kilometer. En daar was de regen. Met bakken tegelijk! Mijn schoenen stonden opnieuw vol met water, ik begin er zo langzamerhand aan te wennen.

We waren alweer redelijk opgedroogd, met uitzondering van mijn schoenen, toen we het zonnige Chantaburi binnen reden. Onze eerste keuze, het “Kaseman Hotel”, was zoals gewoonlijk weer vol en we moesten op zoek naar een andere slaapplaats. Een stukje verderop in de straat is een jaar geleden het “Gems Club Hotel” geopend. Mijn eerste indrukken zijn minder dan die van Jack. Het is een aardig hotel voor de 690 Baht per nacht maar op mijn kamer schoot alles net een beetje te kort. Maar klagen helpt niet dus laten we het maar voor wat het was. Het blijft wel een goede reserve als we geen slaapplaats in Chantaburi kunnen vinden.
Een prettige avond met Jim, koude biertjes en heerlijk eten. Een ontmoeting met een landgenoot en zijn gezin, zijn dochters zijn in Tiel geboren en dat is een steenworp van mijn woonplaats. Met nog een korte etappe voor de boeg gingen we om half elf slapen want hier op het slaperige platteland sluit alles om tien uur.



Een route langs de grens van twee landen die officieel met elkaar in oorlog zijn bleek achteraf niet zo’n goed idee! In het begin ging het nog maar na ongeveer veertig kilometer was het toch op! Een geïmproviseerde wegversperring van dunne boompjes was een horde teveel. Een bordje in het Thais maakte ons duidelijk dat het leger de rest van de route had ingenomen en dat er geen burgers welkom waren.
Dus wij weer terug en na tweeënhalf uur waren we weer terug op de plaats waar we waren vertrokken. We moesten hier natuurlijk wel hard om lachen. We konden over onze schouder het hotel weer zien waar we vannacht hadden geslapen. Het weer was nog goed en mijn schoenen begonnen alweer droog te worden.
‘Recht toe, recht aan op Chantaburi af!’, dat was nu het plan.
De rest van het verhaal is hetzelfde als dat van gisteren. We hadden een beetje geluk en konden enkele buien ontwijken of op tijd schuilen. Totdat we bij de beruchte heuvel vlakbij Chantaburi kwamen. Het regent hier altijd! En zo ook vandaag. We aten een broodje en dronken wat koffie in de lome middagzon. Na dertig minuten begonnen we aan de laatste zeventig kilometer. En daar was de regen. Met bakken tegelijk! Mijn schoenen stonden opnieuw vol met water, ik begin er zo langzamerhand aan te wennen.

We waren alweer redelijk opgedroogd, met uitzondering van mijn schoenen, toen we het zonnige Chantaburi binnen reden. Onze eerste keuze, het “Kaseman Hotel”, was zoals gewoonlijk weer vol en we moesten op zoek naar een andere slaapplaats. Een stukje verderop in de straat is een jaar geleden het “Gems Club Hotel” geopend. Mijn eerste indrukken zijn minder dan die van Jack. Het is een aardig hotel voor de 690 Baht per nacht maar op mijn kamer schoot alles net een beetje te kort. Maar klagen helpt niet dus laten we het maar voor wat het was. Het blijft wel een goede reserve als we geen slaapplaats in Chantaburi kunnen vinden.
Een prettige avond met Jim, koude biertjes en heerlijk eten. Een ontmoeting met een landgenoot en zijn gezin, zijn dochters zijn in Tiel geboren en dat is een steenworp van mijn woonplaats. Met nog een korte etappe voor de boeg gingen we om half elf slapen want hier op het slaperige platteland sluit alles om tien uur.



Meer verhalen over:
Motorbike trip,
Thailand
Abonneren op:
Reacties (Atom)

