zaterdag 2 juni 2007

Korea, het “Korean Folk Village”

Suwon (Seoul), 02/06/2007

Ik had geslapen als een varken toen om zeven uur de wekker afliep. “Nog tien minuten”, dacht ik. Uiteindelijk werd het een uur. De twee wandelingen hadden duidelijk hun tol geëist ☺. Snel een douche en dan naar beneden waar je zelf het ontbijt moet maken. Je kan ook niet veel eisen voor € 22,00 per nacht midden in het centrum. Mijn gebruikelijke ontbijt van vier geroosterde boterhammen met een kop koffie en een banaan ging zonder probleem naar binnen. Hier kan ik wel een uurtje of twee op draaien.
Een andere gast, een Engelsman, zat achter de computer in de keuken om zijn laatste e-mails te controleren. Een aardige man die altijd een beleefd praatje maakte als je s’morgens in de keuken kwam, zo ook nu. “Wat zijn je plannen voor vandaag”, vroeg hij. “Eh, ik ga naar het Korean Folk Village”, was mijn antwoord. “Heb je bezwaar als ik meega”? Voordat ik het wist was ik weer met iemand op pad. Niet dat ik er iets op tegen heb want met zijn tweeën is nu eenmaal gezelliger dan alleen maar ik wilde een keer niet op de overlegtour maar mijn eigen dingen doen.
Misschien later dan maar alleen! We waren al snel op weg naar Suwon, voor mij was het de tweede keer deze week. Ik liep door het aangrenzende warenhuis recht naar de voetgangersbrug, David bleef duidelijk achter en had problemen met zijn knie. Verdraaid, verontschuldigde hij zich al schouderophalend. Mijn moed zonk mij in de schoenen en in mijn gedachten zag ik me al lopen met een half kreupele gast. Ik kon met alle moeite en aanwijzingen uit de reisgids het kantoor, en de gratis shuttlebus, van het “Korean Folk Village” niet vinden. Wat nu? Heel eenvoudig, terug naar het begin en dan de andere kant op. Bij navraag bleek dit het juiste idee te zijn en tien minuten later stonden we met de kaartjes in de hand naast de shuttlebus die vijfentwintig minuten later zou vertrekken.
Eerst nog naar het toilet en wat eten, wij waren tenslotte al meer dan drie uur onderweg. Tijdens mijn ontdekkingsreis van Korea had ik in de supermarkt iets ontdekt dat een heerlijk, en gezond, tussendoortje was. Een driehoek van kleefrijst met een hartige vulling, tonijn deze keer. Zeg maar een soort sushi. Één is genoeg om de trek voor een tijdje te stillen, ik spoelde alles weg met een flesje cola light. De busreis duurde ongeveer twintig minuten en iets voor twaalf stonden we voor de poort van het park.
Het zag er veelbelovend uit, het leek niet druk. Eenmaal binnen was dat ook het geval. Langzaam liepen we door het park langs de nagebouwde oude huisjes uit een ver verleden. En dat bleek tegen te vallen. Tijdens één van mijn gesprekken met de Koreaanse Amerikanen bleek dat het een jaar of vijfentwintig geleden nog echt zo was. Zij kon zich goed herinneren hoe ze vroeger naar haar familie op het platteland ging en die woonden echt nog in van die dorpjes met van die huisjes. Het bracht tranen in haar ogen. Erg indrukwekkend. Korea is tenslotte pas in de laatste vijftien jaar uitgegroeid tot een economische gigant. Ze staan tenslotte ook niet meer in de schaduw van Japan.
Er was ook een grote arena/ring waar shows werden opgevoerd variërend van dansen tot acrobatiek met paarden. Allemaal erg leuk om te zien maar de pauzes waren eigenlijk te lang. Het enige onderdeel wat voor mij interessant zou kunnen zijn, de Koreaanse Traditionele Bruiloft, werd maar twee keer per dag opgevoerd in een soort oud gerechtsgebouw. Twee en een half uur wachten hadden wij er dan ook niet voor over.
Na een uurtje of twee begon het park zijn flair te verliezen. Het werd allemaal een beetje van hetzelfde. De reisgids had gewaarschuwd dat drie uur ruim voldoende zou zijn. Helaas kon ik op de oude traditionele markt niet mee-eten met de horde Koreanen. Het menu was volledig in het Koreaans en in de kiosk waar je een bonnetje moest kopen voor het gerecht was engels onbekend. Jammer dan, dan eten we vanavond maar weer uitgebreid.

Om drie uur zaten we dan weer bij de poort op de bus te wachten. Helaas is dit de enige tijd dat er geen bus gaat naar het station van Suwon. Dan nog maar een uurtje wachten, David vroeg nog of ik misschien nog een stukje van de show wilde zien. Nee, ik wilde er liever zeker van zijn dat ik in de bus van vier uur zou zitten. Vol is vol, en dat wilde ik voorkomen. Uiteindelijk waren we net over vier uur weer op weg terug naar Seoul. David had een plan opgevat om het fort in Suwon nog te bezoeken en vroeg of ik nog zin had om mee te gaan. Ik vertelde hem dat het zeker een uur heen en een uur terug zou zijn. We zouden dan niet voor half negen terug in het hotel zijn. OK dan maar een andere dag, hij had tenslotte nog een afspraak die avond in Itaewon. De uitgaanswijk voor expats in Seoul. Hij vroeg nog of ik zin had om mee te gaan. “Nee, ik doe rustig aan. Ik zie het niet zitten om tussen de Amerikanen te zijn”, antwoordde ik hem.
We namen afscheid in het hotel en misschien gaan we zondagavond op mijn laatste avond samen eten.
Ik ging nog even heerlijk eten bij een restaurant waar ik per ongeluk terecht was gekomen, het “Soma 1095”. Bijna onder de Millenium Toren in Jong-go. Opnieuw een heerlijke complete maaltijd en dat voor nog geen vijf euro. Na mijn gebruikelijke ijsje ging ik terug naar mijn hotel en keek ik nog naar de tweede helft van de vriendschappelijke voetbalwedstrijd tussen Zuid-Korea en Nederland. Verdomd jammer dat ik daar geen kaartje voor heb kunnen bemachtigen! Half elf gingen de oogjes dicht en het licht uit. Morgen voorlopig de laatste dag in Seoul en dan gaat het echt beginnen.

vrijdag 1 juni 2007

Korea, de stilte voor de storm

Seoul, 01/06/2007

De eerste week zit er op. Een nieuwe maand heeft zich gemeld en ik kan de balans opmaken van mijn eerste week in Korea.
Het is hier fantastisch, het is minder duur dan ik had verwacht en het eten is anders maar goed.
Natuurlijk zijn dit maar de eerste indrukken want verder dan Seoul ben ik niet echt geweest en hier wordt nog een beetje engels gesproken.
Ik kijk uit naar de volgende week wanneer ik op maandag naar de oostkust vertrek. Mijn eerste stop zal een plaats zijn die Sokcho heet en dicht bij de meest belangrijkste berg is Korea ligt. Vanuit hier zal ik dan één of twee dagtochten maken naar het “Seoraksan national Park”, één om te wandelen rond de berg met dezelfde naam en misschien één naar wat tempels. Vandaar gaat het naar het zuiden maar ik ben nog aan het bekijken wat een mooie centrale plaats is om twee of drie Nationale parken te bezoeken.
Vandaag heb ik een beetje, 18 kilometer, uitgelopen in de stad. Mijn enkel voelt alweer beter aan maar is nog niet 100%. Ik heb nog drie dagtochten in mijn gedachten voor de laatste twee dagen in Seoul. Morgenvroeg kies ik wat te doen.
Ik heb maar 2 foto’s vandaag, aardewerk om Kimchi in te maken, zo maar langs de straat en Mt. Seoraksan.
Welterusten.

donderdag 31 mei 2007

Korea, op weg naar de top

Seoul, 31/05/2007

Het was alweer donderdag en na een dagje rustig aan werd het tijd om mijn oude lichaam een keer te geselen. Vandaag stond er een wandeling op het programma. Één van de mooiste kanten van Seoul is dat het een paar Nationale Parken binnen zijn stadsgrenzen heeft. Vandaag zouden we een wandeling gaan maken in het “Bukhansan National Park”.
Ik was een paar minuten later dan normaal maar dat was geen probleem. Andy had ook een verrassing, er zou een andere jongen meegaan. Mike, uit de USA. Het was voor mij geen probleem, het was eigenlijk wel fijn want ik raakte een beetje uitgepraat met Andy. En als hij niets of weinig te zeggen had begon hij meestal wartaal uit te slaan.
De eerste hindernis die we moesten nemen wan het vinden van de juiste bus naar de ingang west van het park. We hadden het nummer van de buslijn en we wisten de plaats waar we moesten opstappen, eenvoudig toch? Helaas werkt het niet zo! De dingen veranderen snel en ook hier was de reisgids achterhaald. Bij het vragen naar de juiste bus liepen de antwoorden uiteen van het schouderophalen tot en met een verhaal in het Koreaans waar we natuurlijk geen touw aan konden vastknopen. Uiteindelijk wees er een vrouw naar de overkant en zei, “green bus, green bus”.
Aan de overkant aangekomen keek ik op de zuilen met informatie om te zien of ik wat kon ontdekken dat het probleem zou vereenvoudigen. En ja, er waren twee groene buslijnen wat inhield dat ik het maar twee keer moest vragen aan de buschauffeurs. Andy stond ondertussen heel wijs de blauwe buslijnen in het Koreaans te bestuderen. “Laat maar”, dacht ik nog. De eerste bus was mis en de tweede was raak! “Bukhansan”? De chauffeur knikte en ik riep de ploeg om snel in te stappen. “Weet je zeker dat dit de juiste bus is?”, zeurde Andy. Ik antwoordde niet eens.
Na ruim een half uur stonden we aan de westelijke ingang van het park. Het zag er veel belovend uit. Een veelvoud van bergtoppen lag voor ons. Mike was bekend met het wandelen in de bergen en Andy zou er zeker geen problemen mee hebben. Ik kocht snel nog twee flessen water en nam een foto van de plattegrond van het park. Je weet nooit of het nog van pas zou komen. Daar gingen we met grote stappen de berg op.
Die grote stappen werden al snel kleiner. Het was een stevige klim. De wandeling zou ons eerst naar een hoogte van ongeveer 450 meter brengen. Eenmaal op de bergkam zouden we het pad blijven volgen en op de top van de “Baekundae” (836 mtr) brengen. In totaal was het een wandeling van ongeveer zes uur inclusief een paar keer rusten.
Na ongeveer driehonderd meter vonden we de eerste tempel, één van de velen die op de berg in de loop van de eeuwen gebouwd zijn. Een korte bezichtiging en we gingen weer verder. Mike, 20 jaar oud, rende zo ongeveer de berg op. Andy, die zich niet wilde laten kennen probeerde hem zo goed mogelijk te volgen. Ikzelf deed het rustig aan en spaarde mijn water. Helaas was ik ook zo dom geweest om mijn sandalen te dragen in plaats van mijn hoge schoenen, iets waar ik later nog spijt van zou hebben.
Mike werd al snel gepromoveerd tot verkenner en hij werd dan ook een paar keer er op uit gestuurd om te kijken of er wel wat te zien was, best handig.
Helaas leverde al dit rennen en op zichzelf lopen ook een probleem op. We hadden het pad naar de top, ons oorspronkelijke doel, gemist. Jammer, dan nog maar een keer later als ik weer hier ben. Des te verder we kwamen des te stiller Andy werd. Ik kan niet zeggen dat ik het gemakkelijk had maar in moeilijkheden ben ik nooit geweest. Alleen mijn sandalen gaven me problemen tijdens het afdalen op stukken met ongelijke rotsen en grote stenen. Weer wat geleerd.
Het was een fantastische wandeling die ons een heel stuk langs de oude stadsmuur van Seoul leidde en ons naar een hoogte van 639 meter heeft gebracht.
Er was voldoende volk op de been en de gemiddelde leeftijd lag hoog. Ik heb het al eerder in mijn verhalen gezegd. Het is ongelofelijk hoe fit de oudere mensen hier in Korea zijn. Het zal wel aan het eten liggen.
Eenmaal weer onder aan de berg stond Andy demonstratief bij een restaurant te wachten, Mike stond erbij te wachten en wist niet goed wat te doen. Hij wilde nu fatsoenlijk eten, ergens zitten en eten. Ik haalde mijn wenkbrauwen op en vertelde hem dat ik daar geen probleem mee had. Ik ging verder en hij zou op zijn eentje ook wel weer in de stad geraken. Mike vond het een goed idee en samen liepen we verder. Het duurde niet lang voordat Andy volgde en tegen dovenmansoren zei dat hij eigenlijk ook wel zin had in een snack. Hij greep naar zijn snackzak droge muesli en begon als een varken te eten. Vreemd hoe iemand kan veranderen als hij weer wat geld in zijn zak heeft. Het was hem gisteren zeker gelukt om met zijn creditkaart nog wat geld te versieren.
Mike en ik liepen voorop en een meter of twintig achter ons liep Andy heel demonstratief zijn vermoeidheid te etaleren. Hij bleef maar vragen waar het station voor de metro was. Wij waren hier ook voor de eerste keer en wij hadden geen idee! Uiteindelijk namen we maar een bus naar de stad en verlieten de bus bij het eerste station wat we zagen. Ik was het nu spuugzat en nam afscheid van de jongens twee stations voordat we bij ons hotel waren. Mike wilde ook wel een stukje lopen en Andy volgde als een schaap. Eigenlijk was ik wel blij dat de dag er op zat.
Ik at heerlijk in mijn bekende restaurant. En slapen zou later geen probleem zijn, ik was echt moe en morgen rustig aan doen. Andy wilde nog één keer met mij op pad. Nou ja, zo erg was het nu ook weer niet.
Copyright/Disclaimer