zondag 27 mei 2007

Korea, de tocht naar de grens

Seoul, 27/05/2007

Het was vandaag zondag en het zou mijn eerste georganiseerde excursie worden. Ik ben persoonlijk niet zo weg van tourgroepen maar af en toe kom je er niet onderuit. Zo ook vandaag niet. De tour van vandaag zou gaan naar een erg gevoelig gebied. Het grensgebied tussen noord en zuid Korea. De grens ligt maar ongeveer 55 kilometer van Seoul en jullie begrijpen dat bij een invasie de hoofdstad binnen een uur is bereikt. Dat is ook de reden waarom er een grote troepenmacht in samengebracht ten noorden van Seoul om een aanval/invasie af te slaan. Velen denken dat het niet meer zal gebeuren maar de Zuid Koreanen zijn daar niet zo zeker van en blijven ongelofelijk op hun hoede voor een verrassingsaanval.
Ik was op deze zondag al om zes uur wakker, ik had nog steeds moeite om te slapen. Nog niet vermoeid genoeg denk ik. Nog even blijven liggen en op de wekker blijven wachten, die zou namelijk om zeven uur af gaan. En daar was dan de wekker. Er waren nog dertig minuten te gaan voordat we zouden worden opgehaald bij de Backpackers voor de tour. Snel gedouchte, aangekleed, gepakt en om 07:22 stapte ik de koele ochtend in. Andy zat al te wachten achter de computer en na een paar slokken koffie stond daar een klein mannetje die ons naar het ophaal punt zou brengen.
De touringcar was bijna vol toen we de snelweg opreden richting Munsan. Onze gids voor de dag, Sike, begon meteen uit leggen wat we allemaal konden verwachten die dag. Wel zei hij eerlijk dat hij een paar zaken niet zou verklappen. De ongeveer 55 kilometer vanuit het centrum van Seoul naar het “Paju Park” zou ongeveer een uur in beslag nemen. Andy en ik hadden strategische plaatsen voorin. Als eerste er uit en als laatste er in. Zo gaat dat op zo’n tour. We keken naar de “Han” rivier die zich als een mysterieus onding als grens had opgedrongen. Water als grens bestaat al sinds de oudheid maar hier is het anders. De rivier kan niet worden gebruikt voor het vervoer, hij hangt namelijk vol met anti duikers en onderzeeër netten. Op één plaats hebben ze zelfs een muur van de ene naar de andere kant gebouwd. Normaal steekt die muur een centimeter of dertig boven het water uit. De rivier loopt eigenlijk gewoon over.
Bij aankomst in het park was ikzelf een beetje verbaasd over het hoge amusementspark gehalte van die serieuze zaak. Een reuzenrad en een draaimolen trokken voldoende publiek. Het monument en de spoorbrug in de verte trokken mijn aandacht. De brug was in het verleden gebruikt om POW’s en spionnen uit te wisselen. Een trein reed dan naar de andere kant waar de twee vijandige staten vol argwaan de zaken afhandelden. Het was ook meteen de eerste, “over vijfentwintig minuten weer in de bus” oproep aan de deelnemers. Nu gingen we dus echt op weg naar de DMZ.
Iedereen moest zijn naam, paspoortnummer en nationaliteit op een vel papier schrijven en zijn paspoort in gereedheid brengen. “Hier wordt met scherp geschoten”, vertelde de gids. Daarna worden er pas vragen gesteld. Niet te bevatten dat er nog zoiets bestaat in de 21st eeuw. In mijn gedachte zag ik al een grote Koreaan, want die zijn wel groot, achter de computer zitten om alle namen te controleren. Een streng kijkende soldaat betrad de bus en inspecteerde onze paspoorten, een kritische, vergelijkende blik werpend op onze gezichten en foto’s in het paspoort.
Er mag namelijk maar één bus elke tien minuten naar binnen. Dit om grote ophopingen van mensen te voorkomen. Als eerste zouden we een film gaan bekijken over de geschiedenis van de DMZ en de Koreaanse oorlog. “Fijne anticommunistische propaganda”, lachten Andy en ik elkaar nog toe. Maar dat bleek uiteindelijk reuze mee te vallen, de film was zelfs wel een beetje interessant. Er zijn twee belangrijke plaatsen in dit streng bewaakte gebied. De 3e tunnel en het complex in “Panmunjeom”. De laatste is eigenlijk zo belangrijk dat bezichtigen alleen bij hoge uitzondering wordt toegestaan. We moesten het dus doen met de 3e tunnel. Al afdalend in de donkere, koele, vochtige tunnel begrijp je pas goed wat hier allemaal gaande was in de jaren 70. Als deze tunnel voltooid had kunnen worden dan had er waarschijnlijk een aanval op Zuid Korea plaats gevonden. Een perfecte tijd want Amerika likte nog steeds de wonden van de oorlog in Vietnam en die hadden dus waarschijnlijk niet meteen te hulp geschoten. Die Noord Koreanen waren zo maf dat ze die hele tunnel met kolen hadden bekleed voor in het geval dat ze zouden worden ontdekt. Het excuus was dan ook dat ze op een kolenmijn waren gestoten. Erg indrukwekkend als je de soldaat op wacht ziet midden in de tunnel.
Ik liep in een flink tempo omhoog en kwam puffend en zweten weer in de warme lentezon. We waren ondertussen alweer op de helft van de tour en ik kon nu moeilijk geloven dat we pas om vier uur weer terug zouden zijn in Seoul. Bij navraag bleek dan ook dat we al om twee uur weer terug zouden zijn, in ieder geval konden we dan nog wat doen. De uitkijkpost was de volgende bestemming. De ruim 800.000 landmijnen die hier nog liggen maakt de steile tocht naar de top van de 152 meter hoge heuvel een beetje griezelig, overal hangen de bordjes “Mine”. Als hier ooit wat gebeurd met een bus dan gaat het “Boem”, “Boem”, “Boem” naar beneden. Bovenop is maar heel weinig te zien. Een mist hangt over het landschap waardoor zelfs de altijd zichtbare 160 meter hoge vlaggenmast van Noord Korea niet meer zichtbaar is. Andy heeft mij reeds ingelicht over dit fenomeen. Het is een ultra fijn stof dat uit de woestijnen van Noord China door de wind wordt meegevoerd naar het zuiden. In Japan en Zuid-Korea is het zelfs op het nieuws en er wordt speciaal aangegeven hoe groot de “vervuiling” is. Ik begrijp nu waarom ik zo’n last heb van mijn neus de laatste dagen.
De laatste bezienswaardigheid laat je mond openvallen. Misschien hebben jullie gelezen dat er vorige week treinen als test van Zuid naar Noord en terug hebben gereden om te testen. Nou, die test ging vanaf een ultra modern station aan de Zuid-Koreaanse zijde naar een (waarschijnlijk) oud station in Noord Korea over een afstand van ongeveer achttien kilometer. De Kosten? +/- US$ 800.000.000.
Dat is een heel bedrag! Het zuiden is nog niet klaar voor een hereniging maar wil wel graag met het noorden praten over de spoorweg die ze uiteindelijk met het grote wereldnetwerk zou verbinden. Amsterdam-Seoul met de trein zou dan mogelijk zijn! Het probleem is alleen dat het noorden, volgens de betrokkenen, nogal koppig is over deze zaak. De leuke kant voor ons was dat je een paar stempels in je paspoort kon krijgen zodat het leek dat je al de reis had gemaakt. Iedereen deed mee en ik vond het ook wel heel erg leuk om eerlijk te zijn.
De tour zat er nu op en binnen een uur stonden we alweer bij het stadhuis midden in de stad. Een leuke trip en we hadden nog wat tijd over. We besloten snel om naar de Seoul Tower te gaan maar niet voordat we wat hadden gegeten. Het strakke schema had dit niet toegestaan. We liepen een uur rond en konden maar niet een plaats vinden die we beiden goedkeurden. Uiteindelijk zei ik tegen Andy, “ga jij maar eten waar jij wil, ik ga hier terug naar boven en lekker noedels eten”. “Om kwart over vier hier onder de fruitboom”. Dat was volgens hem ook de beste oplossing. De noedels smaakte mij uitstekend en ik probeerde na te denken waarom hij nu niet hier had willen eten. Was het te duur? Vond hij noedels niet lekker? Onmogelijk, er was zoveel te krijgen. Ik gaf het op en genoot van mijn maaltijd.
Met een volle maag werd het nu wel moeilijk om de berg op te lopen en ook Andy had duidelijk minder snelheid dan voor het eten. We kozen voor een tussen oplossing. De kabelbaan naar de top en terug lopen. Zover is het nooit gekomen. Het was al een flinke klim naar de basis van het kabelbaan station. Het was er ook zo druk dat er een rij van zeker honderd meter stond. We keken elkaar aan en zijn rustig verder gelopen door het park en uiteindelijk zijn we weer bij ons hotel/GH beland. Het avondeten werd, op mijn verzoek, in een soort Koreaans Fast Food restaurant genuttigd. Ik vond de noedels heerlijk en Andy en Chris vonden het volgen mij ook niet zo slecht.
Ik wil nog een paar dingen kwijt.
Het stinkt hier nergens, dit heb ik in Azie nog nooit meegemaakt.
Er zijn hier een soort slagbanen waar je voor € 0,40 tien ballen met een honkbalknuppel kan slaan in een kooi. Het is daar een drukte van jewelste, jongens en meisjes proberen elkaar de loef af te steken wie er nu het beste is in honkbal. De nationale sport van Korea.
Ik kan geen kaartje bemachtigen voor de voetbalwedstrijd Zuid-Korea Nederland deze zaterdag. Ze zijn veel te duur zou ik er überhaupt één kunnen bemachtigen. Het plan is dus om ergens een groot scherm te vinden en tussen de Koreanen en Koreaanse de wedstrijd te kijken.

zaterdag 26 mei 2007

Korea, de wandeling tussen de paleizen

Seoul, 26/05/2007

Daar was ik dan, eindelijk bij mijn positieven en in Zuid Korea. Ik was om zeven uur opgestaan want ik had om negen uur afgesproken met Andy. Eerst wilde ik nog even ontbijten en daarna zouden we samen de stad in trekken. Ik was nog wel wat vermoeid maar ik voelde me wel al een stuk beter. Nadat ik tussen een horde Amerikanen met twee kleine kinderen een paar eieren had gebakken kon ik eindelijk de keuken verlaten. De kinderen maakten er een enorme puinhoop van en ook de ouders lieten alles vallen waar het ze zo uitkwam. De keuken was een slagveld.
We hadden plannen om een wandeling door de stad te gaan maken die van een paleis naar een ander paleis zou leiden. Maar eerst moesten we nog even voor Andy op pad om zijn vliegticket naar Londen te regelen. Het werd een tevergeefs tocht want op zaterdag zijn hier veel winkels/kantoren dicht. Dat was dus dat en we begonnen iets later als gepland aan onze wandeling. We sneden een stuk weg af en kwamen een stukje verder dan het begin op het oorspronkelijke route van de wandeling. Opnieuw verraste de frisse aangename ochtendlucht mij. Dat was echt heerlijk, ik zweet hier geen druppel.
Al pratend kwamen we aan bij het Gyeongbokgung paleis. Een indrukwekkende muur met een gapende opening. Het was allemaal een beetje geïmproviseerd, later vonden we uit dat de hoofdpoort wordt gerestaureerd en dia zal in 2009 klaar zijn. We kochten onze kaartjes en het was drukte vanjewelste. De Koreanen trekken er in het weekend met zijn allen op uit. Het is overal druk en in het weekend worden ook de meeste schooluitstapjes georganiseerd. Het was grappig om hele groepen te zien met een sticker op het shirt met het mobiele nummer van de leraar of lerares. Ik greep nog snel een brochure en we stonden op het punt om naar binnen te gaan. Eerst wilde ik nog een foto van de poort naar het paleis maken. Ik stond daar in het midden van een groot plein toen drie, in traditionele kledendracht gestoken, mannen het plein begonnen leeg te vegen. We moesten allemaal achter de zware rode touwen gaan staan. Er werd ons verteld dat over vijf minuten de wacht zou worden gewisseld.
In een hoek van het plein sloeg een als antieke Koreaanse soldaat met alle kracht op een grote trommel. Als een honkballer werd er aangehaald om een dreun als een kanonschot te produceren. Bij de tweede dreun werd het geluid gevolgd door het getrommel van een paar kleinere trommels. En daar kwamen ze de hoek om. Een kleurrijk gezelschap in het blauw, groen en rood. Alles had zijn betekenis in deze eeuwenoude ceremonie. Nadat we hele schouwspel hadden gezien gingen we zo’n twintig minuten later naar binnen. Over het paleis kan ik verder weinig vertellen dan dat het handig was om Andy bij me te hebben. Hij kon namelijk veel van de Chinese karakters voor mij vertalen. De info in het paleis was veelal in voor mij onbekende talen. Het was zeker de moeite waard en we waren allebei zeer tevreden.
Vanaf nu zouden we een wandeling in de buurt maken, maar dit gebeurde niet voordat we hadden geluncht. We waren het er al snel over eens dat we weer de lokale keuken zouden proberen in een klein Koreaans restaurant, en die zijn er duizenden in Seoul. Andy bestelde voor ons beide Bibimbap want hij had enige ervaring met dit eten. Ik vond het al snel goed. Ondertussen had ik al lang in de gaten dat de Koreaanse keuken voor mij weinig problemen zou opleveren. Heerlijke rijst met groenten en een gebakken ei er boven op. Het leukste was eigenlijk dat de vrouw die het restaurant runde tussen de bestellingen door met haar eigen Kimchi bezig was, het nationale bijgerecht in Korea. Na het eten zwierven we rustig door de stad richting onze slaapplaatsen, we hadden wat rust nodig. Natuurlijk werd er onderweg veel gestopt en onderzocht. Er is hier in Korea zoveel nieuws te zien dat je tijd te kort komt. Na een wandeling van 18,3 kilometer kwamen we voldaan aan bij ons beginpunt. Effe liggen!
s’Avonds voegde een Canadese student zich bij ons en we trokken opnieuw de stad in om te eten. Ik weet dat het nu eentonig begint te worden maar het is elke keer weer een avontuur. Chris heeft Koreaans gestudeerd en die weet dus nog veel meer van wat er allemaal erg lekker is, hij raadde mij de Bulgogi aan. Rundvlees in een sterke bouillon met rijst. Super de luxe en erg lekker. Een ijsje toe en naar bed. Morgen om zes uur op want de toerbus komt ons om half acht ophalen om naar de DMZ (DeMilitarized Zone) te gaan.

vrijdag 25 mei 2007

Zuid-Korea: Geweldig

Vreemde zeevruchten

Seoul (Jongnowon Hotel), vrijdag 25 mei 2007

Ik kroop gisteren om half twaalf uit mijn bed en voelde me dood, lichamelijk en geestelijk! De screensaver op de 27” iMac vertelde mij dat de gevoelstemperatuur in Pattaya op dit moment 41 graden Celsius is en daar word je niet echt vrolijk van met een kater van deze omvang. Ik heb nog wel de energie om uitgebreid van mijn meisje afscheid te nemen. Over vier weken ben je weer meer dan welkom.
Een reeks korte koude douches brengt mij toch weer redelijk terug tot de realiteit van deze dag. Ik ga vanavond vertrekken voor een trip van vier weken naar Zuid Korea. Mijn hoofd staat er nog niet naar. Mijn lichaam weigert ook nog elk soort vast voedsel, ik ben een wrak tien uur voor het vertrek.
Uiteindelijk heb ik het toch voor elkaar gekregen om mijn kleine rugzak vol te pakken. Ik haal snel door de oververhitte lucht van Thailand wat te eten bij de dichtstbijzijnde 7-11. Gelukkig smaakt het nu wel en ik voel de batterij weer opladen. De rest van de middag heb ik doorgebracht in de ijskoude lucht van mijn slaapkamer. Ik kan niet zeggen dat dit de beste voorbereiding is voordat je op reis gaat maar het was gisteren, en afgelopen nacht, nu eenmaal heel gezellig.
In de taxi ben ik heel erg stil, zelfs de taxichauffeur Nob is verbaasd dat ik hem niet de oren van zijn hoofd klets. Vandaag begint een nieuw hoofdstuk van mijn leven. Ik realiseer me ook dat het alweer drie jaar geleden is dat ik een serieuze reis heb gemaakt. Ik ben lui geworden maar geniet met volle teugen van het nachtleven in Thailand.
Gelukkig is de rit naar de nieuwe luchthaven van Bangkok, de “Suvarnabhumi Airport”, een uur korter dan naar de oude “Don Mueang International Airport” van de Thaise luchtmacht. Dat scheelt toch aardig wat reistijd in de taxi!
Alles is nieuw en indrukwekkend in de nieuwe luchthaven. Maar er zijn een jaar na de officiële opening nog steeds veel mensen aan het werk om het hoofdgebouw te repareren en te verbeteren. Vanavond vlieg ik voor de eerste keer met “Thai Airways”, de nationale luchtvaartmaatschappij van Thailand die door velen geliefd is en geroemd word.

Het tijdsverschil tussen Zuid-Korea en Thailand blijkt dus twee uur te zijn, zelfs de medewerkers van “Thai Airways” achter de check-in balie weten dit niet. Dat betekent dat mijn vlucht vertrekt om half vier in de ochtend (Seoul time). Geheel verdoofd en doodmoe zoek ik mijn plaats in de enorme Boeing 777 die niet eens voor 25% gevuld is. Na het opstijgen neem ik drie stoelen van een middelste rij in bezit en probeer nog wat te slapen voordat we op het “Incheon International Airport” arriveren.
De drie stoelen naast elkaar, met de omhoog geklapte armsteunen, zijn net te kort voor mij. Ik kruip wat in elkaar in een foetushouding en sluit de veiligheidsgordel van de middelste stoel. Ik wil tenslotte niet in mijn slaap door de cabine gaan vliegen! Wanneer de stewardess mij wekt voor het ontbijt heb ik voor mijn gevoel een uurtje geslapen. Ik ben wel moe, nog héél moe, maar die vermoeidheid zal wel verdwijnen wanneer ik weer met beide benen voor het eerst op Zuid-Koreaanse bodem sta.
We zijn net Taiwan gepasseerd wanneer ik de schuif voor het kleine ovale vliegtuigraam open en een felle zon recht in mijn gezicht schijnt. Een wit gesloten wolkendek ligt als een winterlandschap onder ons. Ik weet van de voorspelde regen in Seoul dus het verbaast mij niet echt.
Incheon Airport in de mist Zodra de piloot de landing heeft ingezet heb ik al enkele kleine stukjes van Zuid-Korea kunnen zien wanneer het voor een moment geopende wolkendek het toeliet. Maar dat was alles. Het zicht op de grond is minder dan 200 meter wanneer we eindelijk landen op “Incheon International Airport”. De mist hangt als een deken over de luchthaven en voorkomt dat ik ook maar een kleine indruk kan krijgen van wat er zich allemaal om mij heen bevind.
Ik neem de tijd en ben uiteindelijk de laatste die van boord gaat. Deze keer laat ik eens alles even rustig op mij inwerken. Als eerste kom ik bij de gezondheidscontrole, die meet met een infrarood camera je lichaamstemperatuur, en die roept mij meteen terug. Ik ben nog maar half bij mijn positieven maar ik kan gelukkig toch het begrip opbrengen voor deze controle.
De in een smetteloos wit uniform gestoken vrouw vraagt mij of ik mij ziek voel. De vogelgriep (H5N1) heerst in Azië en veel landen zijn bang voor een besmetting. Ik schud ontkennend mijn hoofd. Ze kijkt mij diep in mijn ogen of ze misschien onzekerheid bespeurd. Ze probeert mij in slecht Engels te ontfutselen waar ik ga verblijven in Korea.
Ik leg haar uit wat mijn bedoelingen zijn: ‘Gewoon wat rondreizen’,vertel ik haar.
‘Niets geboekt, gewoon op de bonnefooi van hostel naar hostel reizen door Zuid-Korea’, en dat kan ze gelukkig begrijpen!
‘Geef dan maar het telefoonnummer van uw mobile telefoon?’, vraagt ze serieus.
‘Eh, die heb ik niet!’, antwoord ik zonder te verblikken of te verblozen.
‘Wat, geen mobile telefoon in Korea?’, vraagt ze mij verbaasd op haar beurt.
Ze kijkt me aan alsof ik uit de prehistorie kom. Uiteindelijk geeft een officier van de medische dienst, achter een tafel, met een knikje zijn goedkeuring. De vrouw kijkt mij verontschuldigend aan en met een breed zwaaiend armgebaar geeft ze aan dat ik vrij ben om verder te lopen naar de volgende horde, “De immigratiedienst”.
Deze werkt dus heel effectief. Iedereen wordt er streng gecontroleerd en naar zijn plannen voor zijn verblijf in Korea gevraagd. Ik sta zeker een half uur in de rij wachten. Maar eenmaal aan de beurt ben ik een minuut later met een stempel in mijn paspoort alweer weg. Eenmaal door de immigratiedienst en de douane betreed ik de enorme ontvangsthal.

Korea! Een nieuwe uitdaging!
10.000 Zuid-Koreaanse Won10.000 Zuid-Koreaanse Won Taak één na aankomst op een nieuwe bestemming is het pinnen van de lokale munteenheid. Dat gaat hier op de luchthaven heel eenvoudig, het gaat bijna vanzelf. Ik probeer ongeveer € 300,- uit de ATM te halen. Tevergeefs! Het maximale bedrag van 200.000 Koreaanse won, iets meer dan honderdvijftig euro, komt uit de ATM. Dat blijkt toch een aardige bundel bankpapier te zijn!
Met verbazing sta ik naar het Zuid-Koreaanse bankpapier te kijken. Het grootste bankbiljet dat uit de ATM komt, 10.000 won, is minder dan acht euro waard! Is het dan zo goedkoop in Zuid-Korea? We gaan het de komende dagen zien en ervaren. Ik begin er nu echt zin in te krijgen.
De tweede taak was wat moeilijker, ik wilde namelijk een “Korea Travel Pass” kopen. Gemakkelijk voor in het openbaar vervoer, eten in restaurants en winkelen. Nu bleek die kaart een verkapte prepaid VISA debetkaart te zijn met een minimum waarde van 320.000 won (ongeveer 250 euro), en dat zijn heel wat ritjes met bus of de ondergrondse. Dan maar richting de stad en kijken of ik dit anders kan oplossen.
De bushalte naar het centrum van Seoul is snel gevondenen en het is redelijk eenvoudig voor een vreemde toerist om een buskaartje te kopen. De aanwijzingen van de “Seoul Backpackers” zijn erg goed en al snel zit ik in de bus naar het centrum van de stad. Ik probeer wat van het landschap op te vangen door de nu langzaam oplossende mist. De erg behulpzame buschauffeur gooit mij af bij de afgesproken halte en daar sta ik dan op het schone brede trottoir midden in Seoul.
Ik kijk eens goed om mij heen en laat de nieuwe moderne stad zich op mij inwerken. Het is hier fris, lekker fris. De zuivere lucht voelt goed aan en inmiddels laat de zon zich ook voorzichtig zien door de bijna opgeloste mist. Dit weer doet mij denken aan Sydney, en die heerlijke frisse lucht als op een winterochtend, het is heel aangenaam na die drukkende vochtige warmte in Thailand. Er zijn opvallend weinig reclameborden in het Engels om mij heen, maar dat is de charme van Korea heb ik ergens gelezen.
Het “Seoul Backpackers” trekt mijn wenkbrauwen omhoog en ik denk meteen dat ik me daar maar overheen moet zetten. En dat probeer ik dan ook. Als eerste is het Seoul Backpackers een verbouwde woning met enkele kleine kamers op de begane grond, met in elke kamer drie stapelbedden, die allemaal uitkomen op de gemeenschappelijke ruimte, waarschijnlijk oorspronkelijk de woonkamer met open keuken.
Er is maar één gecombineerd toilet/douche, gemengd dus, met elk moment van de dag rijen als gevolg. In alle guesthouses en backpackers waar ik tot nu toe heb geslapen waren er altijd dikke grote badhanddoeken te leen tegen een contant onderpand. Zo ook hier, maar deze kleine handdoekjes zouden in Nederland op een toilet hangen!
Ik wordt meteen bij aankomst aangesproken door een magere jonge Engelsman, Andy, die op weg is van Japan naar huis. Hij lijkt mij op het eerste oog een geschikte kerel. Op mijn uitnodiging om samen de stad in te trekken gaat hij gretig in. Hij lijkt mij niet eenzaam en uiteindelijk verteld hij dat hij ook deze ochtend in Seoul is gearriveerd. Voor hem is het dus ook nieuw! Ik weet mijn plannen voor vandaag, een elektronische kaart van Zuid-Korea voor de GPS kopen, hij is op zoek naar een goedkoop vliegticket naar Londen. We kunnen dat waarschijnlijk samen de komende middag wel oplossen.
Christine van Freedom Tour Korea Wij vinden een aanbieding voor het ticket dat Any zoekt in een aanbevolen reisbureau. Er blijkt alleen een klein probleem te zijn. Hij heeft niet voldoende geld op zijn VISA kredietkaart om voor het ticket te betalen. Christine kijkt mij wanhopend, en vragend, aan en ik kijk naar Andy. Hij kijkt mij met van die trouwe puppy ogen aan en ik weet dat ik nu op mijn hoede moet zijn. Ik wil niet als slachtoffer uit deze situatie tevoorschijn komen!
De Garmin dealer is ook vrij gemakkelijk gevonden met de coördinaten die waren opgegeven in de advertentie. Andy is onder de indruk van de Garmin GPS en wil alles weten over het apparaat. Het lijkt een afleidingsmanoeuvre maar mijn gedachten zijn blijven hangen bij het vliegtuigticket naar Londen waar Andy geen geld voor heeft. Het verhaal dat zijn broer deze week geld op de rekening van zijn VISA kredietkaart stort neem ik met een korreltje zout.
De elektronische kaart op een micro-sd voor mijn Garmin GPS wordt niet gekocht! Het kaartje blijkt ongeveer € 240,- te kosten. Dat is € 9 per dag voor de elektronische kaart alleen. Dat lijkt me op dit moment een beetje teveel van het goede. Elektronica ik mooi maar niet tegen elke prijs. Ik ga mij beperken tot het vastleggen van mijn dagelijkse bewegingen zodat ik later de foto’s een geografische locatie kan geven.
Jongno TowerEen auto vol benzineCheonggyecheon Rustig zwerven we terug richting de Seoul Backpackers, soms met de ondergrondse metro en soms te voet. Het is hier in Seoul in ieder geval de eerste dag fantastieeeeeeees! Ik kan er na de eerste dag niets slechts over zeggen. Het is hier heel anders dan in Singapore of Kuala Lumpur.
Mijn verblijf in het “Seoul Backpackers” heeft niet langer geduurd dan het inschrijven en mijn rugzak in de toegewezen kamer zetten. Bij terugkomst in het hostel na onze middagwandeling kijk ik nog eens goed om mij heen. Ik ben niet gelukkig met wat ik zie. Iedereen loopt elke kamer zonder een reden binnen, de kamers hebben geen sloten. De twee computers zijn onafgebroken bezet door You-Tube junkies die schaapachtig zitten te lachen tijdens korte filmpjes. Ik wil ook niet oordelen over de gemiddelde gast van het hostel maar het zijn zeker geen financiële hoogvliegers.
Op de terugweg naar het hostel zijn we op nog geen honderdvijftig meter van het hostel een klein hotel gepasseerd. Nadat Andy zich op zijn kamer heeft teruggetrokken ben ik alleen op onderzoek uitgegaan. Het hotel heeft kleine kamers, die goed kunnen worden afgesloten, en een kleine keuken.
De oude vrouw die de receptie bemande nadat ik op de bel heb gedrukt probeert mij in een haast onverstaanbaar Engels uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Gelukkig heeft ze twee geplastificeerde A4’tjes waar in redelijk Engels duidelijk staat wat de regels in het hotel zijn en wat het kost per kamer per nacht.
Voor minder dan twaalf euro per nacht duurder heb ik nu een kleine privé kamer met grote zachte handdoeken op de vijfde verdieping aan de achterkant. Een blik uit het kleine raam verteld me meteen dat dit een heel rustige kamer is. Ik kijk uit op een gebied met kleine tuintjes vol met grote aardewerken potten. Het enige minpunt van dit hotel is dat er geen lift is dus dat ik enkele keren per dag stevig moet traplopen.
Ja, ik heb de Seoul Backpackers meteen omgeruild voor het kleine hotel om de hoek. Het management van de Seoul Backpackers was eerlijk en oprecht en heeft zonder tegen te stribbelen mij het geld voor de andere twee vooruit betaalde nachten terug gegeven.
Nadat ik intrek heb genomen in de kleine kamer voel ik me een stuk beter, en een stuk veiliger. Sinds ik met mijn MacBook reis ben ik wel bang dat die mogelijk wordt gestolen. Wifi is nog niet overal aanwezig dus is het wel leuk om af en toe naar internet café te gaan om andere reizigers te ontmoeten.
Rond etenstijd ga ik weer terug naar de Seoul Backpackers om eens te zien of Andy nog zin heeft om samen wat te gaan eten. De manager is verbaasd om mij weer te zien. Ik leg hem uit wat er is gebeurd en waarom ik weer terug kom. Hij begrijpt me volledig en drukt me op mijn hart dat ik altijd welkom ben in de Seoul Backpackers en dat ik zelfs gebruik mag maken van de gratis koffie en thee. Ik denk dat er wel vaker gasten verkassen naar het kleine hotel om de hoek, zeker wanneer je met een partner op reis bent.
Andy is ook verbaasd om mij weer te zien! Ik leg aan hem in een korte bewoording uit wat er is gebeurd. Hij vindt het vreemd maar heeft ook enig begrip. Hij neemt mijn uitnodiging om samen te gaan eten met twee handen aan. Het eerste de beste restaurant, nog geen dertig meter van het hostel, adverteert met grote koppen noedelsoep met bijgerechten voor minder dan vier euro. Andy en ik kijken elkaar aan en knikken samen goedkeurend. Dit gerecht gaan wij op onze eerste avond in Zuid-Korea proberen.
Koude hard gekookte eierenKokend hete noedelsoepKokend hete noedelsoep met sojaboon spruiten Een koud hardgekookt ei als voorgerecht! Niet veel later verschijnt een grote dampende kom met noedelsoep, de “Ramyun”, op tafel. We worden nadrukkelijk door de serveerster gewaarschuwd om vooral de kokendhete zwarte keramische kom niet met onze blote handen aan te raken! Er worden nog wat andere gerechten bijgezet en dat is onze eerste ervaring met de Koreaanse keuken. De “Ramyun” is de Koreaanse variant van de in Azië overal bekende instant noedels. De eerste gedacht dat een restaurant in Azië instant noedels op de menukaart heeft staan laat mij duizelen. Wat ga ik de komende weken nog meer allemaal zien en meemaken? De kom instant noedels smaakt mij meer dan uitstekend! De ingelegde komkommer, is het een Kimchi? Is meteen een favoriet van mij. De gedroogde microgarnalen, die een beetje als ansjovis smaken, doen het ook goed in de soep. De originele Koreaanse “Kimchi” vindt ik wat minder, maar waarschijnlijk moet ik nog even aan die bijzondere textuur en smaak wennen. De grote sojaspruiten, lijkt op taugé van mungbonen alleen groter, smaken ook heel apart. Ze kunnen mijn goedkeuring ook meteen wegdragen. Al met al is de eerste avondmaaltijd in Seoul een positieve ervaring.Vreemde zeevruchten Een wandeling door de koele avondlucht om het eten te laten zakken is het laatste wat ik deze vermoeiende dag wilde doen, ik was heel erg moe en ik verlangde naar mijn bed. Toch is het de avond en de nieuwe omgeving die harder aan me trekt dan de wens om te gaan slapen.
De Zuid-Koreanen houden van eten en drinken. Dat begrijp ik meteen wanneer ik enkele honderd meter van mijn hotel verwijdert ben. Maar bij wat ze eten heb ik nog wel twijfels. Grote aquaria vol met wezens, van zoals het lijkt van andere planeten, zetten mij wel aan het denken. De twee Korea’s liggen op een schiereiland dus is de zee nooit ver weg. Het is begrijpelijk dat het zoute water voor veel voedsel zorgt. Op dit moment kan ik het maar moeilijk geloven dat ik me de komende weken aan deze dikke krioelende wormen ga wagen.
Uitgaan in Zuid-Korea Op de terugweg wordt ik overvallen door slierten geur van varkensspek dat wordt gebakken. In een steeg staan tafeltjes met een soort van gebolde bakplaat waar stukjes speklap op worden gebraden of gegrild. Bordjes met een stapel varkensspek staan op tafel met kleine groene flesjes, met een onbekend drankje, en flesjes met de bekende frisdrank. Het is er erg druk en de gasten hebben veel plezier. Ik ga me daar de komende dagen maar eens in verdiepen. Dat wil ik ook wel proberen.
Het is nog geen tien uur wanneer ik vermoeid mijn bed op zoek. Alleen op een kamer voor twaalf euro meer is beter dan met enkele snurkers in een dormitorium! Mijn eerste dag in Zuid-Korea zit er op en gelukkig is alles is goed verlopen, maar wat belangrijker is, alles wijst in de richting dat ik een mooie reis voor de boeg heb.
Morgen ga ik de koninklijke paleizen van Seoul bezoeken en voor zondag staat een bezoek aan de grens met Noord-Korea op het programma.

Ik ga jullie zo goed mogelijk op de hoogte houden van mijn omzwervingen in Zuid-Korea, natuurlijk aangevuld met de foto’s van de dag. Mochten jullie vragen of opmerkingen hebben dan hoor ik graag natuurlijk.
Copyright/Disclaimer