donderdag 18 maart 2004

Maleisië: Slenteren door Kuala Lumpur

do 18 mrt 2004 20:24:16

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna (202), donderdag 18 maart 2004

Deze donderdag begint goed en slecht tegelijker tijd. Ik wilde op deze ochtend met een spijker in mijn kop om een andere kamer gaan vragen. Dat zal alleen niet zo gemakkelijk zijn! Het is Formule 1 weekend en het hotel is zo goed als zeker al weken volledig volgeboekt.
Er is twijfel door die verdomde herrie van de buren die ik in Pattaya al maanden aan het bevechten ben. Ik ben kwaad op mezelf en kan maar niet bevatten en accepteren dat ik dit niet kan veranderen. Uiteindelijk geef ik de kamer nog een tweede kans in hoop dat de herrie makende buren vandaag vertrekken of erg vermoeid raken en ’s avonds vroeg gaan slapen.
Het gevoel van de eenzaamheid lijkt ook weer te hebben toegeslagen. Het is vreemd dat je in een dorp als Mersing geen eenzaamheid voelt en in de drukte van een wereldstad als Kuala Lumpur wordt overvallen door de eenzaamheid! Vorig jaar was ik hier met William en ik mis hem wel een beetje. Morgen zal Jeff komen, dan heb ik een tenminste een vriend hier en alles zal bijna weer normaal zijn. Vandaag heb ik in ieder geval een volgepakt programma!
Na de bekende bekers Nescafé oploskoffie op de kamer ga ik op pad. Als eerste ga ik op zoek naar een ontbijt en daarna met de lift omhoog door de torens op weg naar de brug tussen de twee Petronas torens.
Ook in de omgeving van “Jalan Sultan Ismael” wordt er gebouwd alsof er geen einde aan kan komen. Laagbouw maakt plaats voor hoogbouw en maandelijks verschijnen er nieuwe hotels en winkelcentra. Ik kan hier met mijn ogen dicht lopen maar ik geniet van elke stap en elk moment in Kuala Lumpur.
In de kelder van het “Suria KLCC”, het winkelcentrum onder “de Petronas Torens”, zoek ik mijn plaatsje aan het virtuele raam van een bakkerij. Tegenover in de kiosk heb ik al een Engelstalige krant gekocht. Onder het genot van een (magnetron) omelet en een grote cappuccino lees ik het laatste nieuws uit Zuidoost-Azië en kijk af en toe op naar de eindeloze stroom mensen die voorbij trekt op weg naar de torens boven me waar ze voor de nationale oliemaatschappij van Maleisië werken.
Als eerste wil ik een kaartje gaan halen voor mijn bezoek aan de brug. Bij de loketten voor de kaartjes staat de gewoonlijke rij mensen te wachten. Het is geen probleem maar het lijkt elke keer dat ik hier ben weer drukker te worden. Veel kaartjes voor een bezoek aan de brug tussen de twee torens worden tegenwoordig opgehaald door medewerkers van vier en vijf sterren hotels om de rijke gasten mee te verrassen die dan hun dankbaarheid weer tonen door een stevige fooi te geven.
Wij hebben al langer het idee dat veel van die kaartjes in de vuilnisbak verdwijnen en daarmee anderen potentiële bezoekers worden gedupeerd. Wanneer gaan ze hier invoeren dat je maximaal vier kaartjes per persoon mag vragen? Het aantal mensen dat per dag naar boven kan is tenslotte beperkt!
Zonder een probleem bemachtig ik een kaartje voor het bezoek van kwart voor elf. Dat is een heel mooie tijd! Dan kan ik eerst nog een beetje in de koelte van het enorme winkelcentrum bijkomen en na mijn bezoek aan de brug kan ik in het KLCC gaan lunchen voordat ik verder ga met mijn opdrachten.
Het is vandaag de 17e keer dat ik de lift naar boven neem en ik krijg het gevoel dat de vrouw die de lift bediend mij herkend van een vorige keer. Verontschuldigend glimlach ik naar haar onderzoekende blikken. Ze voelt zich betrapt en glimlacht verontschuldigend terug. Ik weet dat het belachelijk klinkt maar deze twee enorme torens zijn onmogelijk met woorden te beschrijven.
Petronas Torens
Ze zijn van een ongekende architectonische schoonheid in roestvast staal en glas. Islamitische symbolen verweven tot een oogverblindende constructie. Je moet het hebben gezien om het te kunnen begrijpen. En dan wanneer het donker is worden ze nog meer betoverend. Wat ben ik elke keer dankbaar dat ik ze mag aanschouwen!
Na de brug tussen de twee torens te hebben bezocht is ook de verkoopbalie voor de “Grote Prijs van Maleisië Formule 1” in de kelder van het KLCC geopend. Het is moeilijk te geloven maar ze hebben precies de toegangskaartjes voor de race van zondag die ik op het oog heb! Voor een schijntje vergeleken bij de Europese prijzen koop ik twee kaartjes! Voor nog geen € 25,- per persoon zijn we zondag aanwezig bij het grootste autosport spektakel ter wereld. Het is nog niet eens twaalf uur en ik heb bijna alle taken voor vandaag alweer uitgevoerd zonder dat ik de koelte van het “Suria KLCC” winkelcentrum heb moeten verlaten.
Nu nog even de combi-kaarten ophalen voor de bus naar het circuit in het "Sentral Stesen" en ik ben klaar voor vandaag. Maar zover is het nog niet! Op de eerste verdieping van het “Suria KLCC” is een foodcourt met ontelbare heerlijkheden uit heel Azië! Ik moet altijd even rondlopen voordat ik mijn keuze kan maken. Er is teveel om uit te kiezen.
Uiteindelijk wordt het een gemengde Chinese maaltijd met veel groenten en kip, ik ben tenslotte geen vegetariër. De bekende 100+ frisdrank komt deze keer uit een blikje en is ijskoud. Ook hier kan je alleen maar lachen om de prijzen! Voor ongeveer drie euro zit ik helemaal vol. Met een ijsje in de hand slenter ik weer terug naar het Hotel Fortuna.
Het is toch wel erg warm en benauwd geworden, ik weet dat er straks aan het einde van de middag een regenbui komt. Kuala Lumpur ligt in een dal tussen twee heuvelruggen waar zich gedurende de warme vochtige dag een stevige onweersbui ontwikkeld. Bijna elke dag is het raak en de inwoners van Kuala Lumpur hebben zich er helemaal op ingesteld.
Met de monorail ga ik van het “Bukit Bintang Stesen” naar het “Sentral Stesen”. Het is in het nieuwe treinstation ongelofelijk druk. Goedkoop en goed openbaar vervoer is belangrijk in Kuala Lumpur en wordt steeds belangrijker. Auto’s zijn in Maleisië voor de rijken en voor de mensen op het platteland.
Het zoeken naar de plaats waar de combibuskaarten worden verkocht is moeilijker en duurt ook langer dan ik heb verwacht. Wie ik ook aanspreek van het officiële personeel in het nieuwe centraal station van Kuala Lumpur, niemand heeft een idee waar ik naar op zoek ben. Gelukkig ben ik hier niet voor de eerste keer dus ga ik naar de plaats vanwaar de bussen naar de KLIA luchthaven in Sepang vertrekken. De zaken zijn zo gedaan en ik krijg de informatie en de aanwijzingen waar ik de kiosk voor de combibuskaarten kan vinden.
RM 20 ( € 3,80) per kaartje voor de vijftig kilometer heen en terug naar het “Sepang F1 Circuit”. Er wordt me nadrukkelijk verteld dat er speciale bussen rijden en dat we niet in de reguliere bussen naar de luchthaven moeten stappen. Dat lijkt mij in ieder geval logisch maar dat zal niet voor elke andere simpele ziel vanzelfsprekend zijn.
Mijn taken voor vandaag zitten er op en de rest van de dag zal ik me rustig houden in KL. De stilte voor de storm van het “Formule 1 weekend” in Maleisië.
Het is koel en rustig op de hotelkamer, tijd om wat te schrijven en wat te lezen. Halverwege de middag leg ik mijn hoofd voor een moment op mijn hoofdkussen. Het is nog steeds rustig bij de buren en ik slaap een paar uur. Mijn missie voor vandaag is in ieder geval geslaagd.
Central Market, Jalan Hang Kasturi De avond breng ik door met wat rondslenteren door de stad. De aanblik van een wereldstad veranderd als je het meeste al hebt gezien. Als je niet bekend bent met de stad kan je nog op ontdekking uit gaan. Ik ken het centrum van KL zo ondertussen van binnen en buiten. Er schiet voor mij weinig meer over dan een overheerlijke Indiase Islamitische maaltijd bij “Restoran Yusoof Dan Zakhir”, beter bekend in de volksmond als “Yusoof” tegenover de oude “Central Market”.
In het restaurant is het 24/7 druk en dat is tevens de bevestiging voor de kwaliteit van het voedsel. Het is nog vroeg op de avond dus drink ik na het eten nog een paar biertjes in Chinatown. Het lijkt me vandaag drukker dan gisteren! Aan het tafeltje naast me zitten de mensen van de Nederlandse tv. Ik moet toegeven dat ze veel magerder zijn dan ze op tv er uit zien. Olaf Mol heeft het hoogste woord en enkele blondines hangen aan zijn lippen.
Masjid Jamek Kuala LumpurMasjid Jamek Kuala LumpurMasjid Jamek Kuala Lumpur Mijn plan om met de ondergrondse naar het “Suria KLCC” te gaan voor een kopje koffie gaat niet door. Het is een heerlijke zwoele avond en ik voel me weer fit. Die enkele uurtjes op bed vanmiddag hebben me goed gedaan. Ik kies ervoor om te gaan wandelen en passeer aan de rivier de “Masjid Jamek”. Overdag al mooi maar ’s avonds in de verlichting is het net een gebouw uit de sprookjes van duizend-en-een-nacht.
‘De Efteling in het echt!’, zeg ik altijd.
Na de beker koffie op de trap achter het Suria KLCC, en de Petronas Twin Towers, zoek ik mijn bedje op en verheug me op het weerzien met Jeff morgen. Ik kijk er naar uit om niet meer alleen te zijn in deze wereldstad.

woensdag 17 maart 2004

Maleisië: Naar Kuala Lumpur

De bus naar Kuala Lumpur

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna (202), woensdag 17 maart 2004

Vandaag is het na mijn avonturen aan de oostkust weer een reisdag. Gelukkig is het in de kamer naast me rustig en buiten schijnt de zon. Ik moet niet al teveel van die regenachtige dagen achter elkaar hebben want daar wordt ik erg depressief van. Het is vandaag in ieder geval een dag zonder haast! Mijn zitplaatsen op de bus zijn geboekt en het hotel in Kuala Lumpur is gereserveerd voordat het internet in Mersing plat ging. Ik heb alleen spijt van die taxi, ik kan alleen maar hopen dat hij niet komt opdagen.
Twee bekers oploskoffie en dan snel mijn rugzak(ken) inpakken. Je zou verwachten dat je op een bepaalt moment genoeg krijgt van elke dag je rugzak in- en uitpakken, en dat is ook zo. Vooral bij het ongemakkelijke model rugzak dat ik heb waarbij je alles op elkaar stapelt in het bovenste compartiment. Hoewel ik een redelijk opgeruimd persoon ben komt het toch nog wel eens voor dat er wat niet zit op de plaats waar het zou moeten zitten. Dan arriveert de frustratie en kan de hele rugzak op het bed binnenstebuiten worden gekeerd. Mijn rugzak is niet slecht door de twee enorme zijzakken. Die zou ik direct missen wanneer ze zouden verdwijnen!
Mijn twee rugzakken staan broederlijk klaar naast de deur van mijn hotelkamer wanneer ik naar buiten ga om te gaan ontbijten. Het is erg rustig op straat en op de gewoonlijke plaatsen die ik bezoek wordt ik begroet als een vaste klant. Broodjes, een Engelstalige krant en het ontbijt bij “H & H Kitchen”. Deze keer wijkt mijn bestelling enigszins af van de voorgaande dagen.
Ik bestel vandaag vier gebakken eieren in plaats van twee. Verbaasde gezichten kijken me aan maar de eieren worden geserveerd zonder een vraag. Het wordt alleen maar vreemder voor ze wanneer ik ook nog eens drie bananen bestel in plaats van de gewoonlijke eenzame banaan. Met enkele onhandige bewegingen prepareer ik de broodjes gebakken ei en verpak ze weer terug in het plastic zakje voor onderweg in de bus.
Het kwartje is gevallen en de uitbaters van “H & H Kitchen” begrijpen dat hun “vaste” klant vandaag zal vertrekken. Omdat er ook op deze ochtend weer veel westerlingen de weg naar hun restaurant hebben gevonden willen ze niet dat ik betaal voor het ontbijt. Ik voel me daar ongemakkelijk bij en weet ze gelukkig toch te overtuigen om mijn geld aan te nemen. Na een uitbundig en ook een beetje emotioneel afscheid verlaat ik met lood in de schoenen voor de laatste keer het “H & H Kitchen” restaurant in Mersing.
‘Wachten is wachten, waar je ook bent!’, zeg ik altijd.
Persoonlijk wacht ik zo liefst mogelijk zo dicht mogelijk bij het punt van vertrek om daarmee het aantal mogelijkheden dat mijn vertrek kan frustreren aanzienlijk afneemt. Het geeft me rust en het maakt tenslotte niets uit waar je moet wachten. Wachten is wachten, waar je ook bent!
Ik ben veel te vroeg voor de geserveerde taxi. Met een ongemakkelijk gevoel loopt ik zwaar bepakt door de brandende ochtendzon naar de parkeerplaats vanwaar de bus naar Kuala Lumpur zal vertrekken. In de hoop dat de chauffeur van de gereserveerde taxi me onderweg niet zal herkennen. De bus van “Transnasional” staat al met een draaiende motor te wachten.
De chauffeur merkt mij meteen op en helpt mij met het afnemen van mijn, nu toch wel heel zwaar geworden, rugzakken. Ik probeer te voorkomen dat mijn rugzak onderin de buik van het beest moet, er zitten namelijk enkele breekbare dingen in. Tevergeefs, het is een regel van het vervoersbedrijf dat alle grote stukken bagage onderin vervoerd moeten worden in verband met de veiligheid van de andere passagiers. Uiteindelijk geef ik maar toe, ondanks dat ik een lege stoel naast me zal hebben in de bus!
De bus naar Kuala Lumpur Een laatste foto van Mersing, met de zee op de achtergrond, voordat ik in de koelte van de airconditioning van de bus verdwijn. Dan begint het wachten op het vertrek! Mijn boek komt tevoorschijn en ik dood de tijd met lezen. Af en toe kijk ik op uit mijn boek en kijk op mijn horloge. Met elke kwartier dat verstrijkt verschijnen er meer mensen in de bus en komt het tijdstip van het vertrek naar Kuala Lumpur dichterbij.
Er komt een groep Vietnamese bouwvakkers in de bus. Ik heb ze gefascineerd gadegeslagen wanneer ze alles wat ze bij zich hebben in de bagageruimte laten verdwijnen. Rijst koker, ventilatoren, potten en pannen, een opgerold matras en nog meer van dat huishoudelijk spul.
Waarschijnlijk sjouwen ze heel hun hebben en houden mee van bouwplaats naar bouwplaats, kris kras door Maleisië. Zij spreken geen Maleis en de chauffeur spreekt geen Vietnamees. Nieuwsgierig en vol interesse kijk ik wat er gaat gebeuren. Ze laten hun vervoerbewijzen zien en wachten in een respectvolle stilte.
Maleisiërs, en met name de moslims, zijn vaak niet het vriendelijkste behulpzame volk. Uitbuiting is meer de taal die ze begrijpen en spreken. De Vietnamezen zitten allemaal bij elkaar op de verkeerde stoelen. Er wordt snel een stoelendans uitgevoerd en alle problemen lijken opgelost.
Vanuit een ooghoek heb ik al enkele keren opgemerkt dat de chauffeur zenuwachtig door de bus loopt waarna hij weer naar buiten gaat om een sigaret te roken met zijn collega’s. We zijn al ruim een kwartier voorbij de geplande vertrektijd wanneer ik begrijp wat die chauffeur aan het doen is. Hij telt de koppen in de bus!
Voordat hij gaat tellen kijkt hij paniekerig en onzeker op een stuk papier dat hij in zijn handen heeft. Dan valt bij mij het kwartje! Hij heeft een passagier te weinig in de bus omdat ik twee kaartjes heb gekocht. Met het schaamrood op de kaken laat ik hem in het passeren de twee vervoersbewijzen zien waarna hij, zonder een woord te zeggen, als een stier de bus uitstapt en de luiken aan de zijkant sluit. Hij kijkt nog een keer kwaad over zijn schouder naar mij voordat hij de bus in de eerste versnelling zet en in beweging komt.
Binnen tien minuten zijn alle gordijnen in de bus dicht geschoven en is iedereen, met uitzondering van de chauffeur en ikzelf, in diepe slaap. Een zwart hoedje voor me probeert ook het gordijn naast mijn stoelen dicht te schuiven. Hij heeft problemen met het zonlicht! Nou, jij bent geen islamitische vampier en ik heb voor twee zitplaatsen betaald dus het gordijn blijft open! Ik hou ervan om tijdens een busreis naar buiten te kijken! Mompelend in zichzelf in het Maleis zoekt hij een andere zitplaats in de bus.
Dat blijkt voor hem moeilijker dan verwacht. We zijn in islamitisch Maleisië en dan kun je als man niet zomaar ergens gaan zitten. Zo mag je niet naast een vrouw gaan zitten en geen enkele weldenkende andere Maleisische man zit te wachten op een zwart hoedje naast hem! Ik moet in mezelf lachen om deze, in mijn ogen, achterlijke regel. Wanneer hij enkele minuten later onverrichter zake weer op de stoel voor mij plaatsneemt heeft hij toch een laatste wapen, om wraak op de kafir (ongelovige) te nemen, in handen. Zijn stoel gaat helemaal achterover en ontneemt mij alle comfort voor deze lange reis naar Kuala Lumpur.
Mijn verwachtte reactie blijft uit en gelukkig is dat platliggen toch niet zo comfortabel voor hem als ik had verwacht. Hij kijkt voor een laatste keer kwaad over zijn schouder naar mijn brede glimlach en zet zijn stoel weer wat meer rechtop. Zwarte hoedjes, meer dan de helft van de Maleisische bevolking moet ze niet! Zij zijn het zand in de economische motor van Maleisië! Zeker aan de oostkust van het schiereiland.
De reis verloopt voorspoedig en we stoppen een enkele keer om passagiers op te pikken of af te zetten. Ook word er onverwacht een tweede chauffeur opgepikt die onafgebroken in de deuropening staat te roken, totdat hij achter in de bus gaat liggen slapen. De Vietnamezen achter mij zijn ook direct na het vertrek in een diepe slaap geraakt.
Het geluid van de sissende pneumatische remmen wekt me en een snelle blik op mijn horloge verteld me dat ik ook bijna twee uur in dromenland ben geweest. Het is tijd voor de eerste, en misschien wel laatste, toiletpauze die aanzienlijk korter zal zijn dan normaal. Het onnodig wachten op “passagier X” heeft veel kostbare tijd gekost die zal moeten worden ingehaald. Gelukkig heb ik alles onder controle! Ik eet met tegenzin een broodje met ei en neem enkele flinke slokken van mijn flesje 100+. Het zwarte hoedje komt als laatste, veel te laat, in de bus terug maar niemand zegt wat. Het gevoel bekruipt me dat niemand wat durft te zeggen omdat hij lid is van de gerespecteerde “Zwarte Hoedjes stam”. Dit is mijn moment om toe te slaan!
Ik tik hem op de schouder en wijs nadrukkelijk en theatraal naar mijn horloge. Hij is zichtbaar verbaasd dat er iemand tegen hem in opstand durft te komen. De rest van de passagiers glimlacht tevreden naar me en een van de passagiers steekt zelfs zijn duim op als teken van goedkeuring. Tien minuten later is iedereen weer in diepe slaap en rijd de touringcar door het gifgroene jungle landschap van het zuiden van Maleisië.
Het is nu de eerste keer dat ik mijn nieuwe I-pod aan een èchte test kan onderwerpen. En ik kan je na tien minuten al zeggen dat het één van de beste dingen is die ik op mijn reizen kan meenemen. Ik geniet meer dan drie uur onafgebroken van mijn favoriete muziek terwijl ik naar buiten kijk en het Maleisische tropenlandschap in mij op neem.
Wanneer ik in de verte de "Petronas Towers" en de "Menara Tower" aan de horizon zie opdoemen ben ik verheugd om weer in KL te zijn. “Kee El”, is de afkorting die iedereen in Maleisië gebruikt voor Kuala Lumpur. Net na een tol station stopt de bus op de vluchtstrook en de Vietnamezen worden half slapend met hun hele handel in de berm van de autosnelweg afgezet. Een kort telefoontje van de buschauffeur en we rijden weer verder het centrum van KL in. Dat er iets niet klopt is wel duidelijk! De twee chauffeurs schreeuwen gemeen en achterbaks lachend naar elkaar in het Maleis. Dit ruikt naar de misdaad, of beter gezegd de minachting van een ogenschijnlijk superieur volk naar de lager geplaatste Vietnamese bouwvakkers.
Tijdens de laatste stop heeft de chauffeur mij gevraagd waar ik moet zijn in Kuala Lumpur. Kuala Lumpur heeft enorm veel busstations en de bekendste is “Pudu Sentral” midden is het toeristisch centrum van deze moderne wereldstad. Bij het horen van “Bukit Bintang” glimlacht de chauffeur, dat is dan geregeld. Op de afgesproken plaats verlaat ik de bus en met mijn twee rugzakken loop ik licht omhoog “de Sterrenheuvel”, wat de letterlijke vertaling is van Bukit Bintang, op. Vanachter het raam van de langzaam wegrijdende bus zwaait een jonge vrouw getooid met een hoofddoek me verlegen na. Dat is ook Maleisië, de islam kan hier heel menselijk en vrij zijn. Dit land heeft een gouden toekomst wanneer de “Zwarte Hoedjes stam” haar macht heeft verloren!
De korte wandeling is best wel lekker na een hele dag in de bus te hebben gezeten. Het “Hotel Fortuna” is niets veranderd. De receptionist herkend mij meteen en begroet mij als een oude vriend, dat strijkt toch wel een beetje je ego. Ik begroet de rest de hele staf van het hotel en nadat ik de formaliteiten heb afgewikkeld ga ik naar mijn kamer.
Gelukkig krijg ik de kamer waar ik naar gevraagd heb. Ik slaap graag in kamer 202 om de volgende redenen. De kamer ligt aan het einde van de gang en aan de achterkant, dat is aanzienlijk rustiger slapen dan in een kamer dichter bij de lift en aan de voorkant. De kamer ligt ook precies in het verlengde van een steeg tussen twee hotels aan de straat “Bukit Bintang”. En laat die straat vorig jaar een gratis wifi-netwerk voor de toeristen hebben gekregen. Met een beetje meubels heen en weer schuiven zou ik de komende week zo maar gratis, en hopelijk, goede wifi hebben.
De duisternis is al ingevallen wanneer ik het hotel weer verlaat. De neon knippert en probeert de toeristen te lokken. Met een glimlach passeer ik het bordje “Remy’s”, een hostel waar ik niet zo lang geleden goede tijden met Kris heb beleefd. Een enorme gouden M weerspiegelt in de groene glazen gevel van het “Lot 10” winkelcomplex.
Zoals alle steden veranderd ook Kuala Lumpur elk jaar. Er is nu een Ierse pub op de hoek schuin tegenover het hotel. De grootste schok krijg ik echter wanneer ik in China Town arriveer. De vroegere ò zo gezellige avondmarkt is nu een overdekt toeristenmonster geworden.Een van de belangrijkste straten is afgesloten wegens een renovatie, alles wordt met een waas van kitsch overgoten. Onbegrijpelijk!!! Één van de belangrijkste toeristen weekeinden van het jaar en het centrum is gewoon afgesloten.
Gelukkig is mijn favoriete Chinese restaurant gewoon open en ik word begroet door mijn oude vrienden, Mr. Lee ziet er nog steeds gezond uit. Ik neem een stoel aan een tafel op het geïmproviseerde terras en bestel een fles bier voordat ik naar de menukaart kijk. Ik laat mij de grote fles Tiger Beer goed smaken. Na een snack en nog een biertje, schiet het avondeten erbij in en ga ik terug naar mijn kamer. Het zal morgen een drukke dag worden!
17 maart betekend “St. Patrick’s Day”, de officieuze nationale feestdag van Ierland, en dat is geen goed moment om in een hotel tegenover een Ierse pub te slapen. Als door een onzichtbare kracht wordt ik naar de Ierse pub getrokken. Het is er heel gezellig en met een goede mix van toeristen en motorsport fans drink ik een paar bier, waarvan enkele teveel. Dat zal morgen wel weer een rustige drukke dag worden!

dinsdag 16 maart 2004

Maleisië: Regen

ma 15 mrt 2004 15:37:58

Mersing (Embassy Hotel (C8), dinsdag 16 maart 2004

Het gedonder en de bliksem wekt mij om zes uur in de ochtend. Ik ben niet de enige die door het noodweer wordt gewekt. De kamer naast mij is nu ook bezet, en wel door zes personen. Zodra de eerste buur de douche gebruikt is het slapen voorbij. De warmwaterleiding maak zoveel kabaal dat het lijkt dat ik naast een startbaan sta waar een 747 het luchtruim kiest.
Dan eerst maar een bakkie koffie. Een heerlijk bakkie op de kamer, met een glimlach kijk ik naar het borrelende water in mijn grijze “Australische Outback Beker”. Een souvenir van een andere reis niet zo lang geleden. Kan ik iedereen aanraden zo'n 220 Volt dompelaar van de ANWB!
Nadat de zesde jumbojet is opgestegen word het weer wat rustiger in mijn kamer. Buiten valt de regen gestaag op het natte asfalt. In de grote plassen zie ik die enorme tropische waterdruppels vallen. Geloof me? Je hebt nooit echte regen gezien totdat je met de regentijd of een tropische storm heb meegemaakt.
Mensen vragen mij vaak wat de beste maanden van het zijn om naar Maleisië te bezoeken.
‘Overdag!’, antwoord ik dan steevast.
Ze kijken mij dan vreemd aan omdat ik weet dat het in een land met een tropisch regenwoud elke dag van het jaar kan regenen. Een groter contrast met de mooie zonnige dag van gisteren kan er niet zijn. Voor een moment heb ik medelijden met de mensen die gisteren in mooi weer van onze boot zijn gestapt en die nu waarschijnlijk ook teleurgesteld vanuit hun kamer naar de tropische regen zitten te kijken.
Ik heb verder geen plannen voor vandaag, ik kan ook niet meer slapen. Ik schuif een stoel voor het raam en met mijn boek in mijn hand kijk ik af en toe naar buiten. Ik heb geen idee wat het weer vandaag voor me in petto heeft maar ik weet uit ervaring dat wanneer het ’s morgens regent aan de kust in Maleisië het meestal de hele dag blijft regenen. Ik heb het al eens eerder vermeld: Wanneer ik op reis ben maakt het voor mij niets uit waar ik ben of waar ik slaap. Er is maar een datum in de nabije toekomst voor me belangrijk. Dat is “zaterdag 20 maart”! Jeff komt over uit Pattaya om samen met mij de Formule 1 race te bezoeken in Sepang.
Het is tijd om te gaan ontbijten, ook wanneer de regen nog met bakken uit de hemel komt. Ik pak mijn paraplu, die ik Singapore van de chinees achter de receptie heb gekregen, en stap de regen in. Ik voel de ogen van de op de bus wachtende medepassagiers van gisteren. Zij kunnen niets anders doen dan wachten tot hun bussen vertrekken en kijken naar de regen.
Ik ben op weg naar de bakker en het zo ondertussen vertrouwde “H & H Kitchen” restaurant voor mijn ontbijt. Een Engelstalig krantje erbij en de regen deert mij niet. Ik ben wel blij dat ik gisteren de bootreis niet heb uitgesteld tot vandaag. Dat zou een regelrechte ramp zijn geweest.
Broodje, gebakken eitje, kopje koffie, Diet Coke, krantje en een banaantje. Mijn ontbijt is ook op deze regenachtige ochtend weer een succes. Ondertussen heb ik ook wat zitten nadenken. Zes uur in de bus morgen! Met god weet wie er naast je komt zitten? Staan er tientallen magere mensen naast de bus op het vertrek te wachten en ik zit altijd naast die dikke die met zijn vette arm over de leuning heen hangt! Een buskaartje naar Kuala Lumpur kost iets meer dan twee euro. Ik ga de stoel naast die van mij voor de rit naar Kuala Lumpur ook boeken!
Na het ontbijt loop ik door de, ondertussen iets lichter geworden, regen naar het reisbureau. Ook hier zitten er enkele bekende gezichten van gisteren op een bus te wachten. De stoel naast de door mij gereserveerde zitplaats is nog vrij en het kaartje is zo geboekt en geprint. Zo, dat was het dan voor vandaag.
Het regende de hele dag. Ik loop er nog één keer uit om mijn e-mail te controleren maar het netwerk in Mersing is down. Onverrichter zaken ga ik weer terug naar het hotel, met uitzondering van een taxi die ik reserveer om mij de volgende dag om tien uur s'ochtends op te halen om naar de vertrekplaats van de bus te brengen. De bus zal om twaalf uur vertrekken. Dat is dus ruim genoeg om op tijd te zijn.
Copyright/Disclaimer