zaterdag 13 maart 2004

Maleisië: Fotoloos

Sony DSC-P10 Digitale Camera

Mersing (Embassy Hotel (C8), zaterdag 13 maart 2004

Het oorspronkelijke idee was een paar dagen in Johor Bahru te verblijven. Mooi niet dus, ik zag Johor Bahru alleen vanachter een venster in de bus op weg naar het JB Express Busstation, “Larkin Sentral”.

Nadat ik mezelf op een redelijk tijdstip uit mijn bed heb gesleept sta ik onder de douche het slaapzand uit mijn ogen te wassen. Zeven uur is erg vroeg vergeleken met de tijden die ik eerder deze week ben opgestaan. Ik ben er wel 100% zeker van dat ik vandaag zal vertrekken!
Terwijl ik mijn haar droog wrijf kijk ik naar de georganiseerde puinhoop, mijn bagage, op en om mijn bed. Inpakken is een fluitje van een cent. Binnen tien minuten staan mijn twee rugzakken recht op tegen de muur. Er ligt niets meer om mij heen waar het niet thuishoorde en mijn spullen zitten allemaal op een plaats waar ik ze meteen kan pakken wanneer dat nodig is.
Ik grijp mijn laptop en ga voor de laatste keer met de ondergrondse op weg naar het internetcafé aan Orchard Road. Ik weet tenslotte niet wanneer ik de volgende kans heb om mijn e-mail te bekijken. Het ontbijt schiet er op deze mooie ochtend bij in want ik moet voor twaalf uur uit mijn kamer zijn. De Chinees achter de receptie herinnert mij er ook nog een keer aan op het moment dat ik hem passeer. Gelukkig ben ik om kwart over elf alweer terug.
Voordat ik mijn rugzakken uit mijn hotelkamer haal heb ik nog snel twee pakketten sandwiches en een flesje 100+ bij de 7-11 op de hoek gekocht. Dat moet voldoende zijn totdat ik over de grens ben. Ik neem afscheid van de behulpzame Chinees achter de receptie en loop naar buiten, de drukkende warmte in. Ik heb meteen een taxi, dus het zit me best wel mee.
‘Het busstation aan de Victoria Street graag’, zeg ik terwijl ik instap.
Aangekomen bij het openlucht busstation schrik ik enorm van wat ik zie. Er staat een lange rij van minimaal 300 personen te wachten op de bus naar het “Larkin Busstation” in Johor Bahru aan de overkant van het water in Maleisië. Om de tien minuten stopt er een bus en stappen er een stuk of vijftig personen in voor de reis naar Kota Bahru. Ik twijfel en speel voor een moment met het idee om naar het hotel terug te gaan en opnieuw intrek te nemen in mijn vertrouwde kamer. Maandag maar verder reizen?
‘Waarom zou ik mijn vertrek uitstellen?’, vraag ik mezelf hardop af.
Er zijn geen goedkope vluchten van Singapore naar Kuala Lumpur! Je moet wel met de bus! Een andere optie, met de taxi, is ook snel uit het zicht. Ze vragen woekerprijzen, tot wel drie maal de normale prijs. Er zijn namelijk maar weinig taxi's die een vergunning hebben om buiten het centrum te mogen opereren.
Een andere optie is met de MRT naar Kranji en daar op een bus stappen naar Johor Bahru. De receptionist heeft mij verteld dat het de beste keuze is op een zaterdag. Ik loop met volle bepakking naar het dichtstbijzijnde station van de MRT, het zweet gutst van mijn rug en mijn shirt kleeft aan mijn lichaam. De rit van het “Bugis MRT station” naar het "Kranji MRT station” begint in een overvolle trein van de metro in Singapore.
De kou van de airconditioning in de trein bijt in mijn natte lichaam. De menigte neemt bij elke halte langzaam af en begint zich weer op te bouwen wanneer we dichter bij “Kranji MRT Station”komen. Singapore is veel groter en groener dan je zou verwachten! Er zijn zelfs open weiden en hier en daar plukken jungle. Als een vredige kudde schapen verlaten we de trein. Ik loop met de stroom mensen mee en voordat ik het weet zit ik voorin de gele bus naar het busstation van Johor Bahru. Beter zelfs, naar het “Express busstation” van Johor Bahru.
Onderweg klets ik wat met een medepassagier die mij het loket gaat wijzen waar ik mijn kaartje naar Mersing kan kopen. Dat scheelt me tijd voor het zoeken! Opnieuw een beetje geluk dus. Dat beetje geluk kan in goed gebruiken. Ik kom om kwart voor twee aan in het enorme busstation. “Larkin Sentral” is de zuidelijkste punt van een zeer uitgebreid netwerk van bussen in alle afmetingen. Ze gaan zo ver als Hat Yai in Thailand met een “Super VIP Bus”, tot een boemelbusje naar een dorp tien kilometer verderop waar nog nooit iemand van heeft gehoord. Bussen komen en gaan met als gevolg een in- en uitgaande file. En dat het er erg druk is op deze zaterdag is vanzelfsprekend.
Ik had gehoopt dat ik een bus van twee uur kon nemen. Bijna goed! Ik heb de bus van half drie en ik heb het kaartje voor de voorlaatste zitplaats. Het geluk lijkt opnieuw aan mijn zijde. De bus ziet er van binnen en buiten goed uit en de reis zal volgens het schema drie uur duren. "Maak er maar vier van", denk ik nog bij mijzelf. Ik heb al wat ervaring met busreizen in Zuidoost-Azië.
Het is nu ook het juiste moment om mijn laatste sandwich naar binnen te werken. Terwijl ik zit te eten aanschouw, en geniet, ik van het gewijzigde uitzicht. Het is hemelsbreed maar vijf kilometer naar Singapore maar het verschil tussen Singapore en Maleisië is niet in een afstand uit te drukken.
Sinds 9 augustus 1965 zijn Singapore en Maleisië officieel van elkaar gescheiden. Dat is heden ten dage nog steeds een gevoelig punt in Maleisië! Singapore is een eerste wereld land geworden en Maleisië balanceert nog steeds op de rand van de derde wereld. Singapore had Lee Kuan Yew, Maleisië had Dr Mahathir, beiden staatshoofden van het eerste uur die lang en veelal met strenge hand hun land hebben geleid. Het is een doorn in het oog van de islamitische Maleisiërs dat hun afvallige buurman zich zo veel beter heeft ontwikkeld.
Volgens de kenners heeft de islam hier veel aan bijgedragen! De ongeveer 60% van de Maleisische bevolking is moslim en dat opgeteld met een stemplicht geeft een islamitische regering die al sinds mensenheugenis aan de macht is. Ze zullen best wel enkele dingen goed hebben gedaan maar wanneer ik om me heen kijk zie ik toch de voor de islamitische landen zo typerende gepaste armoede.
Er zitten opvallend weinig blanken in de bus. Drie om precies te zijn. Een ander stel en ikzelf. Het is een vreemd stel? Een oudere man met een grijze baard en een jong meisje, halverwege de twintig schat ik. Ik vraag mij af wat de relatie zou zijn. Vader en dochter? Een verliefd paar? Òf iets ertussen in?
De bus neemt ons mee over slingerende wegen. Eindeloze oliepalm plantages afgewisseld met rubberplantages en jungle, èchte dichte jungle! Kamerplanten, herinneringen uit mijn jeugd, staan hier huizenhoog langs de weg. Af en toe slingert er een aap door de boomkruinen. Er zitten ook heel wat apen langs de kant van de weg. Genietend van het voedsel dat de automobilisten uit het raam hebben gegooid. Je moet het gezien hebben om het te geloven.

En dan stopt de bus drie en een half uur na het vertrek in Mersing.

Het vissersdorp ziet er op het eerste gezicht vriendelijk uit. Ik zeg nadrukkelijk vissersdorp omdat deze nederzetting pas een bestaansrecht heeft gekregen toen het toerisme het “Tioman eiland” (Pulau Tioman) voor de kust heeft ontdekt.
Nog voordat we op het busstation zijn gearriveerd heb ik het "Embassy Hotel”, vanuit de bus in het voorbij rijden, al gezien. Ik heb gisteren al besloten dat ik daar zou slapen. Ik kom als laatste uit de bus en gooi de onderweg heel wat zwaarder geworden rugzak voorzichtig op mijn rug. Ik kan merken dat er een paar kilo boeken bij is gekomen. Het vreemde stel heeft waarschijnlijk hetzelfde idee als ik. Ze lopen vlak achter mij op weg naar het hotel. Ik neem onverwacht een kortere weg en sta als eerste aan de receptie.
‘Een dubbel met aircon graag?’
‘Dat is dan RM 45’,zegt de vrouw, inclusief hoofddoek, vanachter de receptie.
‘Kan ik even in de kamer kijken?’, vraag ik op mijn beurt.
‘Natuurlijk, hier is de sleutel van kamer C8’, en ze overhandigt mij de sleutel.
Ik volg de richtingbordjes in het gangen- en trappenstelsel naar de derde verdieping. De inrichting en luxe van de kamer in combinatie met de prijs per nacht is acceptabel. Het is goed genoeg voor een paar nachten. Schoon, fris en aan de achterkant van het gebouw. Dan kan ik hopelijk ook goed slapen.
Mijn rugzakken blijven achter op de kamer en eenmaal weer beneden blijkt dat het vreemde stel ook al is ingeboekt. Twee kamers? Nu wordt het nog vreemder!
‘Eerst een koud biertje!’, denk ik hardop in mezelf.
De mannelijke zijde van het vreemde stel vind dit ook een goed idee. Een minuut later zitten we met zijn tweeën aan een tafel in het restaurant onder het hotel aan een grote ijskoude Tiger bier. Ik wil natuurlijk graag weten hoe het nu zit tussen die twee! Het meisje voegt zich bij ons voordat ik een antwoord op mijn brandende vraag heb gekregen. Ze besteld ook een biertje en begrijpt al snel waar wij het over hebben. Nou daar gaan ze dan.
Ze zijn vreemden voor elkaar en hebben elkaar op het “Express Busstation” in Johor Bharu ontmoet. Eenmaal te weten gekomen dat ze dezelfde bestemming hadden hebben ze besloten om een stukje samen te gaan reizen. Niets bijzonders dus. Gewoon een nieuwe reisgenoot gevonden om enkele momenten van eenzaamheid te bestrijden.
De man is erg vriendelijk en vrolijk van aard. Hij maakt voortdurend grappen en ons gesprek gaat langzaam richting zijn doel in het leven. Hij zegt het niet direct maar hij doelt op het overleven van een bomaanslag in Londen in het begin van de jaren zeventig. De IRA waarschijnlijk. De bomaanslag heeft hem invalide gemaakt. Hij is er zich sindsdien wel bewust van hoe kostbaar het leven eigenlijk wel is. Reizen en ontdekken is sindsdien het doel in zijn leven. Een levenslang staatspensioen zorgt voor de benodigde financiën.
Het meisje is halverwege de twintig en wilde wat meer van de wereld zien. Ze heeft al haar spaarcentjes opgenomen en heeft een vervelende zinloze baan achter gelaten. Ze is naar Azië vertrokken omdat het haar wel gaaf leek. Ik moet eerlijk zeggen dat ik haar een beetje kwetsbaar vond. Ze geeft duidelijk van die aanwijzingen dat ze een “aanklamper” is.
Een “aanklamper” is een persoon die alleen op reis gaat en al in de trein op weg naar de luchthaven een reisgenoot heeft gevonden. Ze blijven nooit lang alleen en reizen als een soort parasiet mee met een andere reiziger. Ze blijven totdat ze worden weggestuurd, ze zullen haast nooit uit zichzelf afscheid nemen. Het zijn van die mensen die altijd een ander aanklampen om maar niet alleen te zijn. Nou ja, wat kan het mij ook schelen, ik zorg wel dat ik bij haar uit de buurt blijf. Ik heb er in ieder geval geen zin in hoe aantrekkelijk het ook lijkt. Een bed delen kan altijd nog. De Bon Jovi tatoeage net boven haar billen verteld mij genoeg.
Na de bieren gaan we ieder onze eigen weg. Zij zoeken een restaurant aan zee op om wat vis te gaan eten. Ik drink nog een paar bier en eet Chinees in het restaurant onder het hotel. Een beetje lol trappen met de lokale bevolking en dan vroeg naar bed.
Sony DSC-P10 Digitale Camera Op mijn kamer wordt ik geconfronteerd met een minder leuk aspect van deze reisdag. Er blijken geen foto’s te zijn gemaakt! Hoewel ik de gelukkige eigenaar ben van een digitale camera, een “Sony Cyber-shot DSC-P10”, denk ik af en toe nog steeds als de eigenaar van een camera met een filmrolletje, elke foto die je neemt kost geld!
Gelukkig kan ik met deze digitale camera net zoveel foto’s nemen als ik wil, tenminste, totdat het geheugen kaartje vol is. Morgen moet ik me er op instellen om weer foto’s te gaan maken!

vrijdag 12 maart 2004

Singapore: Afscheid

vr 12 mrt 2004 20:59:40

Singapore (Shing Hotel (414), vrijdag 12 maart 2004

Pfff, alweer vrijdag. Vandaag is het ècht mijn laatste dag in Singapore! Ondanks dezelfde routine als de afgelopen dagen lijkt het er nu echt op dat de moesson voorbij is getrokken en het droge seizoen eindelijk is aangebroken. Het ziet er zelfs vreemd uit wanneer ik de gordijnen open en de strepen van de dikke regendruppels niet zitten waar ze voor mijn gevoel horen te zitten. Een waterig zonnetje probeert door het dikke laaghangende wolkendek heen te dringen.
Een glimlach vestigt zich op mijn mond en ik heb er vandaag zin in! Dit is het moment waar ik op heb gewacht! Mijn depressieve gevoelens zijn samen met de regen verdwenen. Nu weet ik het zeker, dit is mijn laatste dag in Singapore, morgen trek ik het Maleisische schiereiland in.
Nu ik heb besloten dat dit ècht mijn laatste ochtend in Singapore is loop ik fluitend met de krant onder mijn arm naar het Indiase restaurant om de hoek van het hotel voor het ontbijt. Zij zijn net zo verbaasd als ik wanneer ik de donkere koele geairconditioneerde ruimte binnenstap.
Mijn ogen wennen langzaam aan het schemer en er verschijnen steeds meer mensen in vreemde kleurige kleding en gewaden op mijn netvlies. Het restaurant zit haast helemaal vol! Met een opgedrongen vriendelijkheid wordt ik door een ober aan een arm naar een lege tafel aan het raam geleid, zo ver mogelijk bij de andere gasten vandaan. Een kan zwarte koffie verschijnt op tafel en de breed lachende ober vraagt of ik het ontbijtbuffet wil gebruiken. Een vreemde vraag! Maar ja, ik bevestig zijn vraag dat ik gebruik van het ontbijtbuffet wil maken.
Nadat hij enkele onleesbare tekens op een papiertje heeft geschreven en dat papiertje onder een vaasje met plastic bloemen heeft geplaatst maak ik aanstalten om op te staan om mijn ontbijt samen te stellen aan het buffet. Zijn grote zware hand op mijn schouder voorkomt dat ik op kan staan, begeleid door een brede glimlach die zijn fantastische witte gebit toont.
Vandaag wordt ik, waarschijnlijk door de drukte in het restaurant, bedient door een ober in smetteloos wit. Een snelle blik op het papiertje verteld me dat de prijs voor het ontbijtbuffet nog steeds S$ 5,- (€ 3,25) is en dat bevalt me wel. De gebakken eieren zijn nu wel vers en ook de kikkererwten in de tomaten-kerriesaus smaken me beter dan aan het begin van deze week. Twee geroosterde boterhammen maken het ontbijt compleet.
Ik ben nog niet op pagina drie van “The Straits Times” wanneer een bekende geur mijn neus prikkelt. Ik weet dat mijn kleren niet schoon meer zijn maar dat mijn deodorant niet meer werkt baart me meer zorgen. Voorzichtig, en onopvallend, til ik mijn rechter- en linkerarm op om onder mijn oksels te ruiken. Hmmm, ik ruik wel wat maar ik ben er zeker van dat ik de de geur niet verspreid.
Ik kijk eens goed om me heen om te zien waar de okselgeur vandaan kan komen. Dan valt het kwartje! Het gemengde gezelschap aan de andere tafels verspreid de kenmerkende geur waar India en de buurlanden bekend om staan. Met elke hap van mijn geroosterde brood wordt het moeilijker om deze door te slikken. De geur wordt met elke teug adem sterker en onaangenamer. Ik beng bang dat ik de borden op deze laatste ochtend in het Indiase restaurant niet leeg krijg.
Na het ontbijt ga ik, via een korte stop op mijn hotelkamer, op weg naar “Sun Tech City” waar dit weekend een enorme computerbeurs wordt gehouden. Singapore is het toppunt van de consumenten elektronica en met name alles wat met computers te maken heeft. Wanneer het in “Sun Tech City” niet te koop is dan is het waarschijnlijk nog niet uitgevonden.
In Singapore staan enkele enorme elektronica winkelcentra. “Sim Lim Square” en “Funan IT” zijn de bekendste en altijd gevuld met toeristen die uit zijn op een koopje. Daar is van alles te koop maar het meeste bestaat uit grijze import zonder enige garantie. Het blijft dus goed opletten bij een aankoop en een test voor het afrekenen is aan te bevelen!
Oude shophousesOude shophouses Voordat ik te voet bij “Sun Tech City” arriveer passeer ik eerst nog enkele fantastische architectonische juweeltjes. Ik hou van die oude “Chinese Shophouses”. De meeste zijn gebouwd rond 1900. De huizen zijn bijna allemaal naar hetzelfde eenvoudige ontwerp gebouwd.
Op de begane grond is een open ruimte beschermd door een stalen harmonica hekwerk met daarachter (teak)houten schuifdeuren. Bijna elk huis van de Chinese immigranten had een winkel op de begane grond vandaar de naam “Shophouse”. Het hele gezin woonde achter de winkel en op de eerste verdieping werd er geslapen. Het is nog steeds geen uitzondering in deze pandjes dat er een oude sigaretten rokende Chinees om tien uur ’s avonds in zijn winkel TV zit te kijken en de winkel sluit wanneer de TV uit gaat.
Oude shophouses Het is een beetje treurig om te zien dat een winkel schitterend is gerestaureerd terwijl de buurman een bouwval is. Singapore is het enige eerste wereld land in Zuidoost-Azië en dat heeft zijn tol geëist op het personeelsbestand van het land. Gekwalificeerde handwerklieden zijn moeilijk te vinden en schreeuwend duur. Haast alle kinderen gaan naar universiteiten en hoge scholen om werk te vinden in de dienstensector van Singapore.
Bouwvakkers worden ingevlogen uit India en Bangladesh. Zonder enige opleiding (ver)bouwen zij Singapore onder toezicht van hoogopgeleide aannemers naar een nog modernere staat. Deze bouwvakkers worden enorm beschermt door de overheid die zich realiseert dat er zonder gastarbeiders in de bouw geen vooruitgang meer is voor Singapore. Aan de andere kant is de overheid ook heel erg streng! Twee weken geen werk meer, dat wordt gecontroleerd op de wekelijkse werkstaten die de aannemers wekelijks moeten inleveren, en je wordt geacht Singapore vrijwillig te verlaten. Voor illegalen zijn ze in Singapore niet zachtzinnig!
Staat dit Nederland in een niet al te verre toekomst ook te wachten? Een bevolking die niet wil zweten en hun handen vuil maken?
The Gateway Oude en nieuwe gebouwen leven zij aan zij in het mooie Singapore! Een van die nieuwe gebouwen is het “The Gateway”. Het uit glas en metaal opgetrokken gebouw lijkt twee dimensionaal. Er is geen diepte in te ontdekken. Omringt door toeristen maak ik enkele foto’s van dit iconische bouwwerk.
In het enorme internationale beurs- en congresgebouw kijk ik mijn ogen uit! Hier zie je computers en randapparatuur die je pas over twee jaar in Nederland in de winkel kan vinden. Daartegenover staan ook de prijzen, hoge prijzen, zelfs voor een land als Singapore. Ik heb mijn volgende laptop gezien en wat belangrijker is, ik heb de scanner gevonden waar ik al langer naar op zoek was. Nergens te krijgen en ineens loop ik er tegen aan. Uiteindelijk laat is de scanner maar liggen. Ik heb al genoeg (zware) elektronica in mijn rugzak.
In de ondergrondseIn de ondergrondse Vanaf “Sun Tech City” loop ik helemaal ondergronds naar de rand van het centrum. Ondergronds is het koel, veilig en schoon. Dit is het Singapore dat de stadstaat graag wil uitdragen naar de rest van de wereld. Ik kijk mijn ogen uit! Groepjes vrienden en vriendinnen zitten hier te praten, met elkaar dansen, op niet te luide muziek, of gewoon te picknicken. Een goede opvoeding begint jong, en daar ontbreekt het in Singapore niet aan.
Esplanade - Theatres on the Bay Eenmaal weer in de buitenlucht begin ik afscheid te nemen van Singapore. “The Durian” is en blijft een verbluffend gebouw, zeker in de avond! Het is een schouwburg en concertzaal, je moet het gezien hebben wanneer je ooit een bezoek brengt aan Singapore.
De Merlion Na het afscheid van de nieuwe “Merlion” ga ik richting de “Quay’s" voor een laatste pint cider. Ik heb vanmiddag erg laat geluncht en geen trek in de avondmaaltijd. Na in mijn eentje een paar cider’s te hebben gedronken in de "Penny Black" pub besluit ik dat het tijd is om te gaan slapen. Om de hoek, op weg naar de ondergrondse, verwen ik mijzelf met een Big Mac en ik heb zelfs echte mayonaise bij mijn patat.
Misschien werkt het niet In het MRT station staan twee verkoop automaten waarvan er een mogelijk defect is.
En zo staat het ook op het briefje: ‘Misschien doet ie het niet.’
Dit kan alleen in het correcte en gereguleerde Singapore! Morgen moet het dan echt gaan gebeuren! Ik ga verder naar het noorden!

donderdag 11 maart 2004

Singapore: Singapore verlenging

do 11 mrt 2004 16:31:41

Singapore (Shing Hotel (414), donderdag 11 maart 2004

Het is vandaag alweer donderdag en ik ben nog steeds in Singapore! Ik moet nu heel hard om mijzelf lachen. Al mijn mijn shirts zijn meerdere dagen gedragen en ze beginnen te ruiken. Mijn rugzak, en met name de schone kleding afdeling, begint leeg te raken, ik heb zelfs twee nieuwe shirts gekocht in “Little India”. Twee shirts met korte mouw voor € 6.-. Ik loop nu zelf rond in een lichtblauw shirt met de vouwen van de verpakking er nog in. Ik moest altijd lachen wanneer ik iemand met die vouwen in zijn kleding zag lopen! Vanaf nu zal ik alleen nog glimlachen. Ik hoor nu ook bij die selecte groep met de vouwen van de nieuwe shirts of de wasserij nog in de shirts. Het probleem is: Ik kan gewoon geen wasserij vinden in Singapore, en normaal zijn die overal in Azië.
Het regent weer. En niet zo'n beetje ook. Nadat ik mijn buikje in het koffiehuis onder het hotel heb gevuld ga ik maar weer naar mijn kamer. Ik zit uit het raam te kijken en zie de regen onafgebroken neerkomen op het natte wegdek. Er zijn maar weinig mensen die zich met dit weer op straat wagen. Uren en uren regent het. Dit soort dagen vergeet je gelukkig snel. Ik heb dus genoeg tijd om aan mijn web-site te werken. Ook zonder internet.
Ik heb een nieuw programma gevonden en daar ook maar meteen het handboek van gekocht. “Adobe Dreamweaver” gaat het helemaal worden! Ik gebruik “Java”, leer allerlei nieuwe functies en hoewel het soms erg ingewikkeld is, mede doordat het boek in het Engels is geschreven, kan ik het redelijk bijbenen. Ik zie mijn web-site met elke aanpassing weer beter worden. En het mooiste is eigenlijk dat ik alles kan doen zonder een internet aansluiting. De website wordt instant gesimuleerd op mijn beeldscherm en ik kan meteen zien of mijn ideeën werken. In een internetcafé kan ik met een klik van de muis alles op het internet publiceren!
Fruit voldoendeFruithandelaren Het is uiteindelijk vier uur in de middag en ik zie in de grote plassen op straat dat het bijna droog is geworden. Ik besluit om voor de laatste keer Indiaas te gaan eten. Voor de laatste keer slenter ik langs de “Serangoon Road” in Singapore. Het is niet echt druk. De meeste mensen zitten waarschijnlijk thuis. Bij de Chinese fruithandelaren zijn de zaken ook niet al te best, tocht blijven ze lachen. Chinezen zijn geboren optimisten waar de rest van de wereld nog heel veel van kan leren.
Oude shophouses De straten zijn nog nat en er valt nog steeds een verdwaalde druppel uit de hemel. Ik betrap mezelf op de gedachte dat ik een winterslaap ben gevangen. Zoals we jaren geleden in Thailand zo vaak deden! Gewoon de hele dag niets doen, eten, lezen, slapen en wachten tot de zon weer opkomt en de volgende dag aanbreekt. Ik moet voor een moment aan Kris denken. Samen hebben we tijdens onze reizen zoveel beleefd, samen hebben we zoveel geleerd en samen hebben we zoveel gezien. Dan is alleen reizen toch wel weer een heel andere discipline!
Indiase snacks Bij een Indiase snackbar hou ik voor een moment stil en kijk naar de vreemde snacks, zoet en hartig broederlijk naast elkaar. Zat de hele wereld maar zo in elkaar, dat tegenstrijdige vormen en ideeën naast elkaar in vrede konden leven
Mijn maaltijd bij het “Khansama Restaurant” is als altijd voortreffelijk, als uitzondering drink ik nu een Tiger bier bij de maaltijd. De vis pakora is overheerlijk en de kip Korma is heerlijk mild. Ondanks dat ik genoeg heb van al dat Indiase voedsel, Indiaas eten gaat snel vervelen, geniet ik van de maaltijd. Het probleem met de Indiase keuken is eigenlijk dat de gebruikte specerijen haast altijd hetzelfde zijn, alleen in een andere verhouding.
Specerijen molens Op de terugweg, het is ondertussen ook weer gaan regenen, schuil ik voor een moment bij de specerijen molens. De donkere mannen zijn na een week wel gewend aan de vreemde buitenlander. Het ruikt hier geweldig naar van alles en nog wat! Komijn, kaneel en koriander, drie k’s geurslierten trekken door de hele buurt.
Mooi gerestaureerd Als laatste nog maar twee foto’s van de schitterende architectuur in Singapore. Een blok karakteristieke Chinese shophouses, aan de buitenkant helemaal gerestaureerd. Binnen is het waarschijnlijk een lege huls. Er zijn veel problemen met de verhuur van woonruimten boven winkels en horeca geweest. Veelal worden er immigranten die werken in Singapore als haringen in een ton ondergebracht. De huur wordt betaald per dag of per week. Na enkele branden, met veel doden, heeft de regering de verhuur streng gereguleerd en er is een heel vergunningenstelsel opgezet om dat soort ongelukken in de toekomst te voorkomen.
Mooi gerestaureerd Een typisch plaatje voor Singapore. Een diversiteit van mensen die zaken zit te doen of gewoon te genieten van een “Teh tarik” of een “Kopi tiam”. De Maleisische versie van de Indiase Chai, zwarte thee met Indiase kruiden, melk en suiker, of het bakkie koffie met veel melk en suiker.
Morgen is het dus alweer vrijdag. De heilige dag voor de moslims. Het lijkt me geen goed idee om op die dag te gaan verkassen en Maleisië in te trekken Is het een goedkoop excuus? Nee, zaterdag ga ik ècht op pad. Het is nu eenmaal te gemakkelijk om in te kakken en gewoon de hele dag niets te doen in een stad als Singapore.
Copyright/Disclaimer