
Pattaya (Boxing Roo (7), zondag 8 juli 2012
Ik heb me de afgelopen jaren heel vaak afgevraagd of ik misschien een afwijking heb of misschien wel compleet gek ben.
‘Welk normaal mens heeft er nu zin in om zes maanden of langer per jaar van huis te zijn en bijna altijd tussen vreemden te zitten?’
‘Wat is het plezier in een late aankomst in een onbekende donkere stad om een slaapplaats in een slaapzaal met acht andere vermoeide of dronken medereizigers te zoeken?’
Ik moet jullie het antwoord helaas verschuldigd blijven. Maar er zijn ook nog steeds grote groepen mensen, jong en oud, die hun hele vertrouwelijke hebben en houwen opgeven voor een onbekende toekomst op de weg.
Als ik dan weer eens een nieuwe reizigers uit Nederland in den verre ontmoet, zoals onlangs Kenneth en Paul, dan zie ik in hun ogen ook het plezier dat ik ook nog steeds ervaar in nieuwe werelddelen, nieuwe plaatsen te ontdekken, nieuwe mensen te ontmoeten en nieuwe vrienden te maken.
Wat ons wel onderscheidt is dat we geen toeristen willen worden genoemd!
‘Wij zijn reizigers!’, is de verklaring die wij zelf graag nadrukkelijk aan de toeristen geven.
Wij zijn namelijk heel anders dan de enorme hordes mensen die elk jaar aan de Costa’s, of andere zonovergoten badplaatsen, met rood verbrande lichamen de laatste resten “Cuba Libre’s”, Heineken biertjes, tomatensoep en frikadellen tot aan de middag op bed in hun hotelkamer liggen te verteren.
Wij staan bijna altijd vroeg op en blijven bij voorkeur niet langer dan een paar dagen op dezelfde plaats hangen. Alhoewel! Dat laatste moet ik meteen tegenspreken want volgens de “wet van zeven”, zeven dagen op dezelfde plaats, en in dit geval na zeven weken op reis slaat de vermoeidheid toe en gaan we een paar weken in winterslaap zoals Kris en ik dat vroeger noemden. Gewoon een week of twee op de zelfde plaats blijven hangen en de tijd vullen met slapen, eten en filosoferen. (Lees lekker eten, veel bier drinken en plannen maken voor het vervolg van je reis.)
1999 - Met Kristof in China
Wij bezoeken natuurlijk ook de bekende toeristische trekpleisters maar de kleinere alledaagse zaken zijn veel belangrijker. Die verkoopster van haar eigen verbouwde groenten op de markt om zes uur in de ochtend. Die fietsende kleermaker die met een naaimachine achterop de fiets van dorp naar dorp trekt om de kleding te repareren. Een lunch in een klein restaurantje of straattentje.
2008 - Nasi als ontbijt op Bali (Indonesië)
Tijdens het lezen van “Familieziek”, Adriaan van Dis, vond ik een verklaring en een woord voor onze afwijking: “Poriomanie” oftewel “Dromomanie” in beter Nederlands.
Een citaat uit een tijdschrift over reizen:
Het klinkt bizar, maar het bestaat echt: de reisziekte. “Dromomanie” wordt ook wel omschreven als de psychologische, oncontroleerbare drang om te zwerven. Mensen die dit label opgeplakt krijgen, hebben over het algemeen een sterke drang om constant te reizen en nieuwe plekken te ervaren. Dit gaat meestal ten koste van hun werk, gezinsleven én sociale leven. Mensen met Dromomanie wijken spontaan af van hun routines, reizen lange afstanden, switchen veel tussen verschillende beroepen en nemen zelfs een andere identiteit aan. De naam stamt af van het Griekse dromos (rennen) en manie (waanzin).
De eerste bekende diagnose:
In de negentiende eeuw kreeg de Fransman Albert Dadas als eerste deze diagnose toegekend. In 1826 werkte hij als 26-jarige jongeman in een fabriek bij Bordeaux. Misschien zat er iets in de wijn, maar op een dag kwam hij niet meer opdagen op zijn werk. Niemand wist waar hij was. Later bleek dat hij een jaar lang lopend door Europa heeft gezworven. Na zijn terugkomst verklaarde hij aan een jonge psychologiestudent dat hij zijn wil om te reizen niet kon onderdrukken. Elke keer wanneer hij hoorde van een nieuwe plek, borrelde er een soort dwangmatig verlangen naar boven om erheen te reizen. Hij liet dan letterlijk alles en iedereen achter zich om naar die plek te reizen.
Misschien was Albert Dadas wel echt ziek. Misschien wilde hij gewoon vrij zijn en de wereld zien. In die tijd was dat natuurlijk niet normaal en werd er een label geplakt op dit soort 'afwijkende' mensen. Wat zouden ze denken van de reizigers van tegenwoordig?
Bron: http://www.columbusmagazine.nl/nieuws/2968/reisziekte_het_bestaat_echt.html
Het voelt in ieder geval niet anders nu de diagnose is gesteld en wij als reizigers weten dat we dwangmatig over de wereld zwerven. De vrijheid telt voor mij het meest, en natuurlijk het eten. Dat laatste is de brandstof die me verder sleurt en inspiratie geeft, hoewel ik nu lekker op het strand lig met een stuk rode watermeloen en een sodawater. Ik lig plannen te maken voor ons uitstapje naar Maleisië, van Penang naar Kuala Lumpur via een omweg, en zo voel ik me toch een reiziger. Want zelfs dromen met mijn ogen open onder de tropenzon brengt me naar plaatsen die ik mischien nooit zal bezoeken.
2011 - Ober in Restaurant op Java (Indonesië)
Vanavond gaan we lekker een beetje lezen en tv kijken. Pattaya staat twee avonden droog wegens verkiezingen.









