maandag 15 maart 2004

Maleisië: Naar de eilanden

ma 15 mrt 2004 15:37:58

Mersing (Embassy Hotel (C8), maandag 15 maart 2004

Het is geen wonder dat ik op deze maandagochtend pas om tien uur uit mijn bed kom. Na de gezellige zondagavond is mijn hoofd hol en de geluiden rollen galmend door mijn lege schedel. Mijn darmen gaan tekeer als een oude versnellingsbak en ik zweet al peentjes voordat ik wat het ondernomen. Heb ik toch weer een paar flessen bier teveel gedronken! Ik roep al tijden dat ik moet gaan minderen maar het komt er nooit van. Het is gewoon altijd te gezellig wanneer je op reis bent.
Na een voorzichtig kopje Nescafé oploskoffie loop ik naar de bakker om toch maar wat van die zoete broodjes te proberen. Elke ochtend een broodje vette gefrituurde kip met friet is ook geen aantrekkelijke gedachte. Een zakje van zes zachte half zoete witte bolletjes kost me 35 eurocent.
‘Dat zal ondertussen in Nederland wel wat meer kosten’, zeg ik tegen mijzelf.
Gisteren tijdens de lunch heb ik gebakken eieren gezien. Twee broodjes gebakken ei, met veel zout want dat is belangrijk in de tropen, is dan ook mijn ontbijt voor vandaag. Een banaan en een "Diet Coke” maken mijn ontbijt bij “H & H Kitchen” compleet. Na een kopje sterke Maleisische koffie zonder suiker voel ik me weer aardig goed en vind het geen slecht idee om te kijken of ik misschien vandaag ook nog naar het eiland kan. Een paar uur lekker lui op een schommelende boot hangen lijkt mij een goed idee om de maandagmiddag mee door te brengen.
Speedboten liggen er voldoende op passagiers te wachten, maar dat is niet wat ik zoek, ik wil met een “Slowboot” naar Pulau Tioman. Eenmaal een beschikbare veerdienst gevonden koop ik de twee kaartjes die samen het retourtje naar Pilau Tioman vormen. Naarmate de vertrektijd nadert worden de wachtende medepassagiers steeds ongeduldiger. Zij moeten waarschijnlijk nog wennen aan het Aziatische tempo? Een verdwaalde zenuwpees gaat naar het loket en vraagt met een te luide stem wanneer die boot nu eindelijk eens vertrekt. Welke boot? Er is in de hele omgeving nog geen boot te zien!
Veerboot naar Pulau Tioman Ik heb gisteren al gezien dat de langzame veerboot een uur later vertrok in verband met de waterstand. Laag water dus! Ik volg geïnteresseerd wat er allemaal gaat komen. Het doet de man van de veerdienst absoluut niets dat hij door wel tien toeristen tegelijk met een verheven stem word aangesproken en tot een uitleg word gesommeerd.
‘Boat come in ten minutes, sure’, zegt hij met een grote rustgevende Maleise glimlach op zijn gezicht.
Tien minuten later speelt hetzelfde tafereel zich nogmaals af. En nog een keer, en nog een keer. Tot uiteindelijk in de verte, langzaam, de contouren van een grotere boot zichtbaar word.
Opgelucht, en in een recordtijd, gaat iedereen aan boord en kan de boottocht beginnen. Dus niet, eerst moest er nog een kubieke meter dieselolie worden ingenomen. Één uur en dertig minuten later word er eindelijk aan de overtocht naar Pulau Tioman begonnen. Mij heeft het op geen enkele manier geschaad. Heerlijk heen en weer wiegend, op een schaduwrijke plaats aan het buitendek, heb ik de hele voorstelling bekeken. Ik hou van die boottochten. Lekker niets doen, een beetje met medepassagiers kletsen en wat om je heen kijken. Het klotsende zeewater tegen de romp werkt erg rustgevend.
Open zee Langzaam word een eiland groter aan de horizon. Enkele passagiers, waaronder ik zelf, denken dat we er al zijn. Dus niet! We varen verder richting een puntje aan de horizon. “Land in zicht!”, schreeuw ik in mijn gedachten en neem nog maar een slokje van mijn flesje, langzaam warmer wordende, drinkwater.
Vissersboten op zeePulau TiomanPulau TiomanEnorm resort Het moet echt een mooi eiland zijn geweest voordat het massatoerisme hier neerstreek! Ondanks de enkele enorme resorts, en ook de kleinere lijkt het me een prima plaats om een paar dagen te luieren. "De volgende keer", beloof ik mezelf, hoewel ik niet zo van eilanden hou.
Ik begin mij nu wel zorgen te maken. Het is al half vier en we zijn nog geen enkele keer gestopt om passagiers van de boot te laten. Om vier uur gaat mijn speedboot terug naar Mersing, vanaf de andere kant van het eiland wel te verstaan. Dan moet dat afmonsteren van de passagiers wel heel erg snel gaan!
Om kwart voor vier verlaten de eerste passagiers de veerboot. Zij stappen over op een paar kleinere bootjes die al liggen te wachten. Dat lijkt me aanzienlijk sneller te gaan dan aanleggen aan de gammele steiger. Aan een voorbij lopend bemanningslid merk ik op dat ik met de speedboot mee terug naar het vaste land zou gaan. Verbaasd kijkt hij me aan en loopt verder.
Panuba Inn Resort Om vijf voor vier verlaten er weer enkele passagiers de boot en ik begin hem nu wel te knijpen. Ik heb weinig trek om op het eiland een nacht zonder enige vorm van bagage door te brengen. Ik spreek hetzelfde bemanningslid weer aan en hij verzekerd mij dat alles onder controle is. Ja ja, dat zal wel! Ondertussen varen we rustig door het heldere smaragd groene water op weg naar de volgende plaats waar enkele passagiers van boord gaan. Vijf over vier!! Ik heb het niet meer en ga naar de brug. Ik heb de deur nog niet opengeschoven of de kapitein zegt in perfect Engels dat hij via de marifoon de speedboot heeft gemeld om op mij te wachten. Ik slaak een zucht van verlichting wanneer ik een tiental minuten later de op mij wachtende speedboot naar Mersing zie liggen.
Er zijn een paar blanken aan boord die niet kunnen lachen wanneer ik aan boord van de speedboot kom. Zij hebben tenslotte 25 minuten op mij moeten wachten. Met zure gezichten vol onbegrip kijken ze mij aan. Ik lach schuchter en ga achterin zitten bij de loeiende tweetakt motoren.
Dan wordt het allemaal nog gênanter. De speedboot gaat precies dezelfde route terug en stopt bijna op dezelfde plaatsen om een paar passagiers op te pikken waar de slowboot mensen heeft afgezet. Deze mensen hebben dus onnodig een half uur op mij moeten wachten! Hé, wacht eens even? Waarom heeft die slimme kapitein mij niet op de eerste pier afgezet? Het is niet slim van hem geweest om mij helemaal mee te nemen naar het einde van zijn route!
600 Pardenkrachten Iedereen is aan boort en de oversteek naar het schiereiland kan beginnen! Oordoppen in en genieten. Het gehuil van de 600 paarden deert mij niets terwijl de andere passagiers zo ver mogelijk wegkruipen van de huilende 18 cilinders tweetakt die met plezier enorme hoeveelheden superbenzine verbranden. Er is helaas geen schaduw aan boord van de speedboot en de namiddagzon maakt me loom.
Open zee Ik voel me nu een stuk rustiger en langzaam vallen mijn ogen dicht. De warme zon, het schommelen van de boot op de golven en het monotone gezoem van de motoren wiegen mij langzaam in slaap. Ik schrik wakker wanneer de boot abrupt snelheid verminderd. We varen langzaam de rivier op. De schemer is in aantocht en dat gaat erg snel zo dicht bij de evenaar.
Er is geen hartelijk afscheid van mijn medepassagiers aan de pier. Enkele hebben hun aansluitende bus naar KL of Singapore gemist en om de een of andere onduidelijke reden geven ze mij daar de schuld van. Het deert me weinig. Iedere doorgewinterde reiziger in Zuidoost-Azië weet dat je voldoende tijd tussen aansluitend vervoer moet inplannen.
Ik slenter richting mijn hotel terwijl de met zware rugzakken behangen gefrustreerde medepassagiers voorbij snellen om een bed voor nacht veilig te stellen. Ik heb een bed dus ik heb geen haast, ik heb enkel trek in een ijskoud Tiger biertje om een heerlijk einde aan deze mooie dag te maken.
Het restaurant onder het hotel is op maandagen gesloten en ik ben genoodzaakt om ergens anders te eten. Waarom niet bij “H & H Kitchen”? Buiten voor het hotel staan enkele blanken versuft om zich heen te kijken op zoek naar een restaurant in het donker. Ook zij zijn verrast door het bordje “GESLOTEN” op het rolluik van het restaurant. Onder normale omstandigheden zou ik ze hebben geadviseerd waar ze wat zouden kunnen eten. Sinds die onvriendelijke blikken eerder op de dag laat ik ze maar zwemmen in hun onzekerheid en onwetendheid.
De eigenaar van “H & H Kitchen” staat al te zwaaien zodra ik op de eerste trede stap naar het restaurant. Ik neem een blikje frisdrank uit de grote koelkast en zoek een plaatsje in het half gevulde restaurant.
‘Nasi?’
‘Eh, ja graag, maar niet zoveel’,antwoord ik.
Ik wijs wat gerechten aan in de vitrine die schepje voor schepje rond de witte rijst in het midden op mijn bord worden gelegd. Dat ziet er weer heerlijk uit. Ik leeg mijn bordje en eet de gebruikelijke banaan als toetje. Het afrekenen is ook een waar genoegen. Elke keer wanneer ik hier weer terug kom voor een maaltijd krijg ik meer korting. Een prima klantenbinding.
De vele westerlingen die mij tijdens hun passeren zien zitten in het restaurant lijken op één of andere manier gerustgesteld en nemen ook plaats. Enkele herkennen me en proberen oogcontact te maken. Misschien hebben ze nu in de gaten dat ik helemaal niets te maken had met de vertraging vanmiddag. Het restaurant loopt langzaam vol terwijl de vitrine langzaam leger wordt! Meer business voor mijn vrienden dus. En dat wordt beloond! Mijn laatste maaltijd kost me iets meer dan een euro. Misschien heeft het iets te maken met de broodjes die ik na het ontbijt achterlaat voor de eigenaar.
Ik hou het droog op deze avond! In het islamitische restaurant wordt er absoluut geen alcohol geschonken en in het gesloten restaurant onder het hotel kan ik ook niet terecht! Dus na een lekker kopje thee en een half uurtje lezen doe ik het licht uit.

zondag 14 maart 2004

Maleisië: AIDS

zo 14 mrt 2004 16:56:54

Mersing (Embassy Hotel (C8), zondag 14 maart 2004

Op deze zondagochtend sta ik uitgerust op, ik heb heerlijk uitgeslapen! Morgen ga ik dus naar de eilanden, dat betekend dat ik zeker nog twee nachten in “Mersing” blijf. Na mijn douche ga ik op zoek naar een plaats waar ik kan ontbijten.
Verkiezingen zijn in aantocht Opgewekt stap ik het zonnetje in. Het dorp is niet zo groot en met het kleine kaartje in mijn Lonely Planet kan ik haast niet verdwalen. Het hele dorp is behangen met posters en vlaggetjes. Het is verkiezingstijd. Niet dat Maleisië een echte democratie is maar voor de buitenwereld worden er toch een soort van schijnverkiezingen gehouden. Maleisië is een, in de grondwet vastgelegd, islamitische staat. Er zijn regelmatig verkiezingen en er heerst een stemplicht met straffen die niet al te licht zijn. Het zal dus meteen duidelijk zijn dat de ruim 60% islamieten deze verkiezingen altijd winnen en al vanaf 1965 onafgebroken aan de macht zijn.
Ik loop wat rond en neem zoveel mogelijk van het dorp Mersing in me op. Ik kom van alles tegen behalve een plaats waar ik (westers) kan ontbijten. De plaatselijke banketbakker verkoopt alleen de voor Azië zo normale mierzoete broodjes en daar hou ik nu eenmaal niet zo van.
Vervuiling langs het strandVervuiling langs het strandOostkust Maleisië Aangekomen aan de stranden van de Zuid-Chinese Zee schrik ik van de enorme hoeveelheden afval! Ik slenter langs de boulevard, langs de modder/zand vlaktes vol met drijfvuil. Vol onbegrip kijk ik naar die rotzooi. Ik weet dat ze hier in Azië alles maar in de rivieren en de zee gooien omdat het dan vanzelf wegspoelt maar deze hoeveelheden onverteerd afval tussen het drijfhout baart me wel zorgen.
Onderweg informeer ik ook maar meteen naar de mogelijkheden om hier weer weg te komen. Nadat ik uitvoerig ben geïnformeerd koop ik gelijk een buskaartje bij het reisbureau voor mijn busreis naar Kuala Lumpur. Het kan maar gebeurd zijn, dan hoef ik me daar geen zorgen meer over te maken. Zo’n bus naar KL, zoals ze hier Kuala Lumpur noemen, kan zo maar in een klap vol zijn geboekt. Dat hangt helemaal af van de hoeveelheid toeristen die van de eilanden komen.
Veerboot naar Pulau Tioman Tegenover het reisbureau ligt de de pier waar de boten vertrekken naar Pulau Tioman. Ik slenterde die kant op om eens te zien wat daar allemaal gebeurde. En daar zitten ze! Het vreemde stel. Op weg naar het “Tioman” eiland, verdwenen zonder afscheid te nemen? Dat zet je toch wel aan het denken. Misschien hebben ze toch wel wat te verbergen.
Ondertussen begrijp ik nu ook waarom het afgelopen weekend zo druk was geweest. Er wordt mij verteld dat er een week schoolvakantie voor Singapore en Maleisië is begonnen. En natuurlijk zijn er schoolreisjes naar de eilanden. Na een uur te hebben rondgelopen en geen enkele acceptabele ontbijt plaats te hebben gezien komt de KFC als winnaar uit de bus voor een ontbijt. Een broodje gefrituurde kip met wat dikke friet.
Bakkie bij de aircon Gezien het feit dat mijn achillespees nog een beetje opspeelt besluit ik om na het ontbijt maar een kopje koffie op mijn kamer te gaan drinken en wat te gaan rusten in de verkoelende airconditioning. Het begint, ondanks het verkoelende zeebriesje, alweer aardig warm te worden.
Maleis voedsel Na een anderhalf uurtje rust en ontspanning op mijn hotelbed wil ik toch nog wat gaan doen vanmiddag. Ik wil nog een Maleisische lunch zoeken en genieten van de heerlijke gerechten uit de Maleisische keuken. De Maleisische keuken is een vreemde keuken! Met Thailand in het noorden zou je verwachten dat er wel enkele Thaise invloeden zouden zijn. Maar dat is verrassend niet zo!
Er zijn enkele oorzaken die je als westerling niet meteen zou verwachten.
De eerste oorzaak is dat de meest zuidelijke provincies van Thailand geannexeerde islamitische sultanaten zijn. Daar neigt de keuken dan ook veel meer naar het zuiden dan naar Thailand in het noorden.
De tweede oorzaak is dat de Maleisische, en Indonesische, keuken sterk zijn beïnvloed door de Arabische en Indiase handelaren die met hun wankele scheepjes de westkust van het schiereiland afvoeren om handel te drijven. De kruiden en specerijen uit het noorden werden verhandeld en vermengden zich met de kruiden en specerijen van de Indonesische archipel. Zo ontstond er een keuken met het beste uit twee werelden
In een soort winkel- annex boekingskantoor laat ik me de verlate lunch goed smaken in een restaurant genaamd “H & H Kitchen”. Indonesische varianten deze keer? Er zijn veel Indonesische immigranten in Maleisië omdat de standaard van het leven hier hoger is dan in Indonesië. Vanzelfsprekend ligt het salaris in Maleisië ook veel hoger. Ik weet ook niet waarom, maar aan de oostkust van Maleisië lijkt het voedsel hoofdzakelijk Indonesisch en niet Maleisisch.
Oké, telor is telur, een kippenei, maar dan toch. Ze noemen het wel Maleisisch voedsel! Maar wat is dan de èchte Maleisische keuken en wat zijn de meest bekende Maleisische gerechten. Ik moet dat maar eens gaan uitzoeken op mijn ontdekkingstocht door deze bijzondere verzameling Sultanaten.
Ik geniet van de enorme tegenstellingen in smaken op mijn bord. Er is zoet en zout, er is pittig en lichtbitter, eigenlijk ligt er alles op mijn bord behalve varkensvlees, dat is verboden in een islamitisch land! Gelukkig serveren de Chinezen het wel.
Geen geweldAIDS Mijn middagwandeling zal een rondje dorp worden. En dat gaat gelukkig goed. Ik maak een flinke tocht rond het dorp. Wat mij meteen opvalt is dat de meeste winkels op zondag gesloten zijn. Ook veel restaurants zijn niet open. Vreemd, in Azië is meestal alles 24/7 open! En in de islamitische wereld is vrijdag de heilige dag.
Maleisië is een gematigd islamitisch land waar ook nog de geesten van het land, de zee en het bos worden vereerd om goede oogsten en goede vangsten te krijgen. En dat terwijl ze elke dag schreeuwen dat hun Allah de grootste is. De enorme borden van de overheid langs de weg liegen er niet om. Zo roepen om het afzweren van geweld en voorzichtig te zijn met AIDS. In een land waar homoseksualiteit zwaar wordt gestraft wordt er tegelijkertijd openlijk voor de gevaren gewaarschuwd.
Vissersboten op de rivier Het schiereiland Maleisië is op de breedste plaats ruim driehonderd kilometer breed. De kusten bestaan hoofdzakelijk uit modder- en zandplaten. Natuurlijke diepzeehavens zijn er niet dus wijken de vissersboten vaak uit naar de korte, brede en ondiepe rivieren waar het brakke water een uitstekende kraamkamer is voor alle heerlijkheden die de zee te bieden heeft. Aan de rivier heerst er altijd een drukte vanjewelste.
Netten reparerenNetten repareren In de schaduw, onder een afdak, zit een groep mannen visnetten te herstellen. Er klinkt Maleisische muziek uit de transistorradio en af en toe zingen de mannen een stukje mee. De islam aan de oostkust is een andere islam dan die aan de westkust waar het overgrote deel van de Chinese en Indiase Maleisiërs woont. De slechte naam van de islam is in dit geweldige land zeker niet op zijn plaats. Hier zingt de bevolking mee op populaire muziek op de radio
Oude visserboten Water is altijd inspirerend en water is de eerste vereiste voor het vestigen van een nieuwe beschaving! Ik kijk voor de laatste keer naar het tij en de oude en nieuwe houten boten in, en onder, het water. Tijd om weer te gaan rusten want mijn achillespees speelt opnieuw op. Vandaag zal ik niet veel meer lopen.
Zondagavond betekend ook in Maleisië Engels voetbal kijken. In het restaurant onder het “Embassy Hotel” zit een grote groep Chinese Maleisiërs te gokken op de uitslagen van die avond. Ik heb nog nooit zoveel geld op een tafel midden in een restaurant zien liggen! Zelf heb ik op het internet vijf euro ingezet op een van de wedstrijden van vandaag. Met een kleine weddenschap is het kijken naar de wedstrijd spannender.
De stalen rolluiken zijn naar beneden getrokken maar de onderste halve meter blijft open. Waarschijnlijk om te zien wanneer de moslim politie arriveert en om een fris briesje te laten waaien om de verhitte Chinezen wat af te koelen. Ik drink rustig mijn Tiger biertjes en geniet van de voetbalwedstrijd.
Totdat het nieuwe Carlsberg meisje binnenkomt. Gisteren was het een ouwe taart van in de veertig, nu is het een fris jong Chinees meisje met een heerlijke verleidelijke glimlach. Bulat merkt meteen mijn blikken op!
‘Dat is de negentien jarige dochter’, zegt hij.
‘Haar moeder heeft gisteren waarschijnlijk voor haar ingesprongen’.
Onze ogen volgen haar sierlijke bewegingen. We kijken elkaar aan met een stoute glimlach en glinsterende ogen. Vanaf het moment dat ze binnen kwam begon ze zo overdreven met haar kont te draaien dat ik er bijna zeeziek van werd. Ik kon mijn ogen gewoon niet van haar af houden. De Chinezen gokkers zagen het niet. Zij waren duidelijk teleurgesteld dat Manchester United verloor. En natuurlijk ook omdat zij dan tegelijk hun geld verloren.
Samen met Bulat en de saté Tijdens mijn laatste biertje is Bulat plotseling verdwenen. Bulat is vanavond mijn drinkmaat in dit dorp waar geen enkele toerist langer dan een nacht verblijft. Ik heb geen idee waar hij plotseling gebleven is. Ik maak mijn glas leeg en op het moment dat ik de serveerster wil roepen om te betalen komt Bulat weer binnen. Breed glimlachend en met zijn handen vol met plastic tassen.
Er word wat Maleis, of misschien een Chinees dialect, heen en weer geschreeuwd. Voordat ik weet wat er gebeurd staat onze tafel vol met heerlijke stokjes saté. Nou Bulat, dat had je nu ècht niet moeten doen! Ik bestel nog een bier voor mijzelf en een Guinness Stout voor Bulat. Saté ajam (kip) en saté kambing (geit). Heerlijk gewoon.
De kok heeft het druk Uit de keuken bestelde ik een Singapore Noedels omdat ik na de koude biertjes en de stokjes saté toch wel trek heb gekregen.
Het is gezellig De Chinezen vinden het heerlijk dat er een buitenlandse toerist het naar zijn zin heeft in Maleisië. Ik moet meer dan een biertje afslaan omdat ik er nu echt meer dan genoeg op heb. En er staat nog een voetbalwedstrijd op het programma. De berg geld op de tafel groeit gestaag maar het is voor mij nu echt tijd om mijn bedje op te gaan zoeken. Ik ben vol en wil slapen, hoe gezellig het ook nog is.
Aids in Maleisië Voor de tweede keer vandaag wordt ik aan AIDS herinnert. AIDS kent geen grenzen en AIDS kent geen geloofsovertuigingen. Een keer fout en je bent tot aan je dood besmet. Ook deze jongen! Bulat gaat niet in details maar dat maakt de foto niet schrijnender. Verstoten uit zijn eigen kampong, zonder enige kans op hulp van de Maleisische overheid, brengt hij zijn laatste dagen in eenzaamheid door in het schemerlicht van een Chinees Boeddhistisch altaar. Uit angst voor besmetting. De angst uit onwetendheid. De Chinezen accepteren hem, maar ze blijven wel uit zijn buurt!

Half dronken en erg vermoeid ga ik slapen. Morgen een boottocht naar de eilanden?

zaterdag 13 maart 2004

Maleisië: Fotoloos

Sony DSC-P10 Digitale Camera

Mersing (Embassy Hotel (C8), zaterdag 13 maart 2004

Het oorspronkelijke idee was een paar dagen in Johor Bahru te verblijven. Mooi niet dus, ik zag Johor Bahru alleen vanachter een venster in de bus op weg naar het JB Express Busstation, “Larkin Sentral”.

Nadat ik mezelf op een redelijk tijdstip uit mijn bed heb gesleept sta ik onder de douche het slaapzand uit mijn ogen te wassen. Zeven uur is erg vroeg vergeleken met de tijden die ik eerder deze week ben opgestaan. Ik ben er wel 100% zeker van dat ik vandaag zal vertrekken!
Terwijl ik mijn haar droog wrijf kijk ik naar de georganiseerde puinhoop, mijn bagage, op en om mijn bed. Inpakken is een fluitje van een cent. Binnen tien minuten staan mijn twee rugzakken recht op tegen de muur. Er ligt niets meer om mij heen waar het niet thuishoorde en mijn spullen zitten allemaal op een plaats waar ik ze meteen kan pakken wanneer dat nodig is.
Ik grijp mijn laptop en ga voor de laatste keer met de ondergrondse op weg naar het internetcafé aan Orchard Road. Ik weet tenslotte niet wanneer ik de volgende kans heb om mijn e-mail te bekijken. Het ontbijt schiet er op deze mooie ochtend bij in want ik moet voor twaalf uur uit mijn kamer zijn. De Chinees achter de receptie herinnert mij er ook nog een keer aan op het moment dat ik hem passeer. Gelukkig ben ik om kwart over elf alweer terug.
Voordat ik mijn rugzakken uit mijn hotelkamer haal heb ik nog snel twee pakketten sandwiches en een flesje 100+ bij de 7-11 op de hoek gekocht. Dat moet voldoende zijn totdat ik over de grens ben. Ik neem afscheid van de behulpzame Chinees achter de receptie en loop naar buiten, de drukkende warmte in. Ik heb meteen een taxi, dus het zit me best wel mee.
‘Het busstation aan de Victoria Street graag’, zeg ik terwijl ik instap.
Aangekomen bij het openlucht busstation schrik ik enorm van wat ik zie. Er staat een lange rij van minimaal 300 personen te wachten op de bus naar het “Larkin Busstation” in Johor Bahru aan de overkant van het water in Maleisië. Om de tien minuten stopt er een bus en stappen er een stuk of vijftig personen in voor de reis naar Kota Bahru. Ik twijfel en speel voor een moment met het idee om naar het hotel terug te gaan en opnieuw intrek te nemen in mijn vertrouwde kamer. Maandag maar verder reizen?
‘Waarom zou ik mijn vertrek uitstellen?’, vraag ik mezelf hardop af.
Er zijn geen goedkope vluchten van Singapore naar Kuala Lumpur! Je moet wel met de bus! Een andere optie, met de taxi, is ook snel uit het zicht. Ze vragen woekerprijzen, tot wel drie maal de normale prijs. Er zijn namelijk maar weinig taxi's die een vergunning hebben om buiten het centrum te mogen opereren.
Een andere optie is met de MRT naar Kranji en daar op een bus stappen naar Johor Bahru. De receptionist heeft mij verteld dat het de beste keuze is op een zaterdag. Ik loop met volle bepakking naar het dichtstbijzijnde station van de MRT, het zweet gutst van mijn rug en mijn shirt kleeft aan mijn lichaam. De rit van het “Bugis MRT station” naar het "Kranji MRT station” begint in een overvolle trein van de metro in Singapore.
De kou van de airconditioning in de trein bijt in mijn natte lichaam. De menigte neemt bij elke halte langzaam af en begint zich weer op te bouwen wanneer we dichter bij “Kranji MRT Station”komen. Singapore is veel groter en groener dan je zou verwachten! Er zijn zelfs open weiden en hier en daar plukken jungle. Als een vredige kudde schapen verlaten we de trein. Ik loop met de stroom mensen mee en voordat ik het weet zit ik voorin de gele bus naar het busstation van Johor Bahru. Beter zelfs, naar het “Express busstation” van Johor Bahru.
Onderweg klets ik wat met een medepassagier die mij het loket gaat wijzen waar ik mijn kaartje naar Mersing kan kopen. Dat scheelt me tijd voor het zoeken! Opnieuw een beetje geluk dus. Dat beetje geluk kan in goed gebruiken. Ik kom om kwart voor twee aan in het enorme busstation. “Larkin Sentral” is de zuidelijkste punt van een zeer uitgebreid netwerk van bussen in alle afmetingen. Ze gaan zo ver als Hat Yai in Thailand met een “Super VIP Bus”, tot een boemelbusje naar een dorp tien kilometer verderop waar nog nooit iemand van heeft gehoord. Bussen komen en gaan met als gevolg een in- en uitgaande file. En dat het er erg druk is op deze zaterdag is vanzelfsprekend.
Ik had gehoopt dat ik een bus van twee uur kon nemen. Bijna goed! Ik heb de bus van half drie en ik heb het kaartje voor de voorlaatste zitplaats. Het geluk lijkt opnieuw aan mijn zijde. De bus ziet er van binnen en buiten goed uit en de reis zal volgens het schema drie uur duren. "Maak er maar vier van", denk ik nog bij mijzelf. Ik heb al wat ervaring met busreizen in Zuidoost-Azië.
Het is nu ook het juiste moment om mijn laatste sandwich naar binnen te werken. Terwijl ik zit te eten aanschouw, en geniet, ik van het gewijzigde uitzicht. Het is hemelsbreed maar vijf kilometer naar Singapore maar het verschil tussen Singapore en Maleisië is niet in een afstand uit te drukken.
Sinds 9 augustus 1965 zijn Singapore en Maleisië officieel van elkaar gescheiden. Dat is heden ten dage nog steeds een gevoelig punt in Maleisië! Singapore is een eerste wereld land geworden en Maleisië balanceert nog steeds op de rand van de derde wereld. Singapore had Lee Kuan Yew, Maleisië had Dr Mahathir, beiden staatshoofden van het eerste uur die lang en veelal met strenge hand hun land hebben geleid. Het is een doorn in het oog van de islamitische Maleisiërs dat hun afvallige buurman zich zo veel beter heeft ontwikkeld.
Volgens de kenners heeft de islam hier veel aan bijgedragen! De ongeveer 60% van de Maleisische bevolking is moslim en dat opgeteld met een stemplicht geeft een islamitische regering die al sinds mensenheugenis aan de macht is. Ze zullen best wel enkele dingen goed hebben gedaan maar wanneer ik om me heen kijk zie ik toch de voor de islamitische landen zo typerende gepaste armoede.
Er zitten opvallend weinig blanken in de bus. Drie om precies te zijn. Een ander stel en ikzelf. Het is een vreemd stel? Een oudere man met een grijze baard en een jong meisje, halverwege de twintig schat ik. Ik vraag mij af wat de relatie zou zijn. Vader en dochter? Een verliefd paar? Òf iets ertussen in?
De bus neemt ons mee over slingerende wegen. Eindeloze oliepalm plantages afgewisseld met rubberplantages en jungle, èchte dichte jungle! Kamerplanten, herinneringen uit mijn jeugd, staan hier huizenhoog langs de weg. Af en toe slingert er een aap door de boomkruinen. Er zitten ook heel wat apen langs de kant van de weg. Genietend van het voedsel dat de automobilisten uit het raam hebben gegooid. Je moet het gezien hebben om het te geloven.

En dan stopt de bus drie en een half uur na het vertrek in Mersing.

Het vissersdorp ziet er op het eerste gezicht vriendelijk uit. Ik zeg nadrukkelijk vissersdorp omdat deze nederzetting pas een bestaansrecht heeft gekregen toen het toerisme het “Tioman eiland” (Pulau Tioman) voor de kust heeft ontdekt.
Nog voordat we op het busstation zijn gearriveerd heb ik het "Embassy Hotel”, vanuit de bus in het voorbij rijden, al gezien. Ik heb gisteren al besloten dat ik daar zou slapen. Ik kom als laatste uit de bus en gooi de onderweg heel wat zwaarder geworden rugzak voorzichtig op mijn rug. Ik kan merken dat er een paar kilo boeken bij is gekomen. Het vreemde stel heeft waarschijnlijk hetzelfde idee als ik. Ze lopen vlak achter mij op weg naar het hotel. Ik neem onverwacht een kortere weg en sta als eerste aan de receptie.
‘Een dubbel met aircon graag?’
‘Dat is dan RM 45’,zegt de vrouw, inclusief hoofddoek, vanachter de receptie.
‘Kan ik even in de kamer kijken?’, vraag ik op mijn beurt.
‘Natuurlijk, hier is de sleutel van kamer C8’, en ze overhandigt mij de sleutel.
Ik volg de richtingbordjes in het gangen- en trappenstelsel naar de derde verdieping. De inrichting en luxe van de kamer in combinatie met de prijs per nacht is acceptabel. Het is goed genoeg voor een paar nachten. Schoon, fris en aan de achterkant van het gebouw. Dan kan ik hopelijk ook goed slapen.
Mijn rugzakken blijven achter op de kamer en eenmaal weer beneden blijkt dat het vreemde stel ook al is ingeboekt. Twee kamers? Nu wordt het nog vreemder!
‘Eerst een koud biertje!’, denk ik hardop in mezelf.
De mannelijke zijde van het vreemde stel vind dit ook een goed idee. Een minuut later zitten we met zijn tweeën aan een tafel in het restaurant onder het hotel aan een grote ijskoude Tiger bier. Ik wil natuurlijk graag weten hoe het nu zit tussen die twee! Het meisje voegt zich bij ons voordat ik een antwoord op mijn brandende vraag heb gekregen. Ze besteld ook een biertje en begrijpt al snel waar wij het over hebben. Nou daar gaan ze dan.
Ze zijn vreemden voor elkaar en hebben elkaar op het “Express Busstation” in Johor Bharu ontmoet. Eenmaal te weten gekomen dat ze dezelfde bestemming hadden hebben ze besloten om een stukje samen te gaan reizen. Niets bijzonders dus. Gewoon een nieuwe reisgenoot gevonden om enkele momenten van eenzaamheid te bestrijden.
De man is erg vriendelijk en vrolijk van aard. Hij maakt voortdurend grappen en ons gesprek gaat langzaam richting zijn doel in het leven. Hij zegt het niet direct maar hij doelt op het overleven van een bomaanslag in Londen in het begin van de jaren zeventig. De IRA waarschijnlijk. De bomaanslag heeft hem invalide gemaakt. Hij is er zich sindsdien wel bewust van hoe kostbaar het leven eigenlijk wel is. Reizen en ontdekken is sindsdien het doel in zijn leven. Een levenslang staatspensioen zorgt voor de benodigde financiën.
Het meisje is halverwege de twintig en wilde wat meer van de wereld zien. Ze heeft al haar spaarcentjes opgenomen en heeft een vervelende zinloze baan achter gelaten. Ze is naar Azië vertrokken omdat het haar wel gaaf leek. Ik moet eerlijk zeggen dat ik haar een beetje kwetsbaar vond. Ze geeft duidelijk van die aanwijzingen dat ze een “aanklamper” is.
Een “aanklamper” is een persoon die alleen op reis gaat en al in de trein op weg naar de luchthaven een reisgenoot heeft gevonden. Ze blijven nooit lang alleen en reizen als een soort parasiet mee met een andere reiziger. Ze blijven totdat ze worden weggestuurd, ze zullen haast nooit uit zichzelf afscheid nemen. Het zijn van die mensen die altijd een ander aanklampen om maar niet alleen te zijn. Nou ja, wat kan het mij ook schelen, ik zorg wel dat ik bij haar uit de buurt blijf. Ik heb er in ieder geval geen zin in hoe aantrekkelijk het ook lijkt. Een bed delen kan altijd nog. De Bon Jovi tatoeage net boven haar billen verteld mij genoeg.
Na de bieren gaan we ieder onze eigen weg. Zij zoeken een restaurant aan zee op om wat vis te gaan eten. Ik drink nog een paar bier en eet Chinees in het restaurant onder het hotel. Een beetje lol trappen met de lokale bevolking en dan vroeg naar bed.
Sony DSC-P10 Digitale Camera Op mijn kamer wordt ik geconfronteerd met een minder leuk aspect van deze reisdag. Er blijken geen foto’s te zijn gemaakt! Hoewel ik de gelukkige eigenaar ben van een digitale camera, een “Sony Cyber-shot DSC-P10”, denk ik af en toe nog steeds als de eigenaar van een camera met een filmrolletje, elke foto die je neemt kost geld!
Gelukkig kan ik met deze digitale camera net zoveel foto’s nemen als ik wil, tenminste, totdat het geheugen kaartje vol is. Morgen moet ik me er op instellen om weer foto’s te gaan maken!
Copyright/Disclaimer