dinsdag 13 januari 2026

Indonesië: Déjà vu

Wachten op de aansluiting

Surakarta (Solo) (The Sunan Hotel (522), donderdag 23 juni 2011

Ongeveer drie jaar en een maand geleden deed ik deze treinreis met mijn vriend Tettje van Malsen. Tijdens het ontbijt spit ik diep in mijn geheugen om de herinneringen van deze treinreis weer naar boven te halen. En ik kan ze echt niet vinden! Ik heb zoveel gezien en zoveel meegemaakt in de laatste drie jaar dat ik soms niet eens meer weet waar ik een maand geleden was. Maar ik zie dit wel als een luxe en als een voorrecht.
Oude Javaan De Nasi Goreng is het ontbijt dat ik nog maar één keer bestel en Lyka besluit deze keer ook voor de klassieke Indonesische gebakken rijst te gaan. Tijdens het wachten schiet ik dit mooie plaatje van een oude Javaanse ober die overigens nog opvallend fit is voor zijn leeftijd.
Nasi Goreng als ontbijt De Nasi Goreng is de enige brandstof die we voor ons vertrek tot ons nemen, althans tot Kertosono, want we zijn te lui geweest om gisteren de hotelkamer nog te verlaten en wat inkopen voor onderweg te doen.
Haren in de wind
Eenmaal op het treinstation van Blitar, met de kaartjes in de hand, Rp. 4000 (€ 0,32) per persoon, komen de herinneringen langzaam met horten en stoten weer bij me terug. Ik zie de zaken weer die ik me kan herinneren, op de foto te hebben gezet, en de probleemloze reis naar Solo, ook wel bekend als "Surakarta".
Het is drukker in de trein dan ik me kan herinneren. Ik zoek net als de vorige keer maar een plaatsje in de deuropening. Een koele wind door mijn haren. Wat kan reizen toch mooi zijn!
Wachten op de aansluitingWachten op de aansluiting We arriveren drie kwartier te laat in Banaran, maar de aansluitende trein gaan we gelukkig niet missen! Ik moet wel opnieuw kaartjes kopen voor de reis van “Stesen Kerata Api Kertosono” naar Solo en ze zijn in drie jaar wel Rp. 1000 duurder geworden. Maar Rp. 29.000 (€ 2,34) is natuurlijk nog steeds een koopje voor een treinreis van ruim 140 kilometer.
Druk in de trein De “Brantas” is natuurlijk ook te laat, maar niet zo laat dat het me zorgen baart. Eenmaal aan boord van de trein lossen mijn herinneringen in mijn hoofd weer op, want deze drukte kan ik me echt niet herinneren. De trein is zo vol dat we moeten staan. Aan boord komen van een treinwagon was al een kunst op zich; de deuren konden niet meer open omdat de trein gewoonweg overvol was.
Spelen met de buren Gelukkig vinden we twee zitplaatsen bij een gezin dat onderweg naar Jakarta is. Die moeten dus nog meer dan zestien uur in deze overvolle trein zitten, waar het ook al een onmogelijke opgave is om naar het toilet te gaan.
Niets te doen Na een half uurtje schudden in het treinstel komt een oud echtpaar aan boord en die hebben dus echt reserveringen voor onze stoelen. Dat wordt dus de rest van de reis staan! Een eindeloze optocht van water- en voedselverkopers maakt het staan in het gangpad tot een ware hel. Elke twee minuten moet ik me weer als een kip aan het spit omdraaien om de verkopers langs te laten. Gelukkig schikt het gezin wat in, zodat Lyka nog een randje van de bank heeft om op te zitten.
De tijd kruipt net zo langzaam als het groene landschap van Java aan ons voorbij. In het pikkedonker arriveren we op het “Solo Jebres Station”. En hier komen de herinneringen weer boven. Ik herinner me de weg. Ook herinner ik me welke taxi’s en becak’s te vermijden. Net om de hoek van het treinstation vinden we een “becak” die ons voor de redelijke prijs van Rp. 30.000 naar het hotel wil brengen. Het was zo’n lange en zware tocht dat ik de uitgeputte fietser maar Rp. 5000 fooi heb gegeven.
Het hotel is aan de buitenkant nog indrukwekkender dan op de website. We worden door tientallen ogen nagekeken wanneer we de lobby betreden. Twee rugzakartiesten in dit luxe hotel?
‘Kijk maar! De creditcard is hier de baas!’, denk ik bij mezelf.
The Sunan HotelThe Sunan Hotel Het inchecken is geen probleem en binnen tien minuten staan we in onze kamer. Een mooie luxe kamer voor de komende vijf nachten.
We zijn zo moe dat we in onze rugzakken naar de laatste restjes voedsel zoeken. Een stuk chocolade en een kartonnen beker instant noedels moeten we delen. Morgen gaan we eerst eens lekker uitgebreid aan het buffet ontbijten.
De afgelopen dag was een lange Déjà vu.

zondag 11 januari 2026

Thailand: Er bestaat een naam voor, “Dromomanie”!

Wachten op de aansluiting

Pattaya (Boxing Roo (7), zondag 8 juli 2012

Ik heb me de afgelopen jaren heel vaak afgevraagd of ik misschien een afwijking heb of misschien wel compleet gek ben.
‘Welk normaal mens heeft er nu zin in om zes maanden of langer per jaar van huis te zijn en bijna altijd tussen vreemden te zitten?’
‘Wat is het plezier in een late aankomst in een onbekende donkere stad om een slaapplaats in een slaapzaal met acht andere vermoeide of dronken medereizigers te zoeken?’
Ik moet jullie het antwoord helaas verschuldigd blijven. Maar er zijn ook nog steeds grote groepen mensen, jong en oud, die hun hele vertrouwelijke hebben en houwen opgeven voor een onbekende toekomst op de weg.
Als ik dan weer eens een nieuwe reizigers uit Nederland in den verre ontmoet, zoals onlangs Kenneth en Paul, dan zie ik in hun ogen ook het plezier dat ik ook nog steeds ervaar in nieuwe werelddelen, nieuwe plaatsen te ontdekken, nieuwe mensen te ontmoeten en nieuwe vrienden te maken.
Wat ons wel onderscheidt is dat we geen toeristen willen worden genoemd!
‘Wij zijn reizigers!’, is de verklaring die wij zelf graag nadrukkelijk aan de toeristen geven.
Wij zijn namelijk heel anders dan de enorme hordes mensen die elk jaar aan de Costa’s, of andere zonovergoten badplaatsen, met rood verbrande lichamen de laatste resten “Cuba Libre’s”, Heineken biertjes, tomatensoep en frikadellen tot aan de middag op bed in hun hotelkamer liggen te verteren.
Wij staan bijna altijd vroeg op en blijven bij voorkeur niet langer dan een paar dagen op dezelfde plaats hangen. Alhoewel! Dat laatste moet ik meteen tegenspreken want volgens de “wet van zeven”, zeven dagen op dezelfde plaats, en in dit geval na zeven weken op reis slaat de vermoeidheid toe en gaan we een paar weken in winterslaap zoals Kris en ik dat vroeger noemden. Gewoon een week of twee op de zelfde plaats blijven hangen en de tijd vullen met slapen, eten en filosoferen. (Lees lekker eten, veel bier drinken en plannen maken voor het vervolg van je reis.)
Rusten met Kris
1999 - Met Kristof in China

Wij bezoeken natuurlijk ook de bekende toeristische trekpleisters maar de kleinere alledaagse zaken zijn veel belangrijker. Die verkoopster van haar eigen verbouwde groenten op de markt om zes uur in de ochtend. Die fietsende kleermaker die met een naaimachine achterop de fiets van dorp naar dorp trekt om de kleding te repareren. Een lunch in een klein restaurantje of straattentje.
Sambal bij?
2008 - Nasi als ontbijt op Bali (Indonesië)

Tijdens het lezen van “Familieziek”, Adriaan van Dis, vond ik een verklaring en een woord voor onze afwijking: “Poriomanie” oftewel “Dromomanie” in beter Nederlands.

Een citaat uit een tijdschrift over reizen:

Het klinkt bizar, maar het bestaat echt: de reisziekte. “Dromomanie” wordt ook wel omschreven als de psychologische, oncontroleerbare drang om te zwerven. Mensen die dit label opgeplakt krijgen, hebben over het algemeen een sterke drang om constant te reizen en nieuwe plekken te ervaren. Dit gaat meestal ten koste van hun werk, gezinsleven én sociale leven. Mensen met Dromomanie wijken spontaan af van hun routines, reizen lange afstanden, switchen veel tussen verschillende beroepen en nemen zelfs een andere identiteit aan. De naam stamt af van het Griekse dromos (rennen) en manie (waanzin).

De eerste bekende diagnose:

In de negentiende eeuw kreeg de Fransman Albert Dadas als eerste deze diagnose toegekend. In 1826 werkte hij als 26-jarige jongeman in een fabriek bij Bordeaux. Misschien zat er iets in de wijn, maar op een dag kwam hij niet meer opdagen op zijn werk. Niemand wist waar hij was. Later bleek dat hij een jaar lang lopend door Europa heeft gezworven. Na zijn terugkomst verklaarde hij aan een jonge psychologiestudent dat hij zijn wil om te reizen niet kon onderdrukken. Elke keer wanneer hij hoorde van een nieuwe plek, borrelde er een soort dwangmatig verlangen naar boven om erheen te reizen. Hij liet dan letterlijk alles en iedereen achter zich om naar die plek te reizen.

Misschien was Albert Dadas wel echt ziek. Misschien wilde hij gewoon vrij zijn en de wereld zien. In die tijd was dat natuurlijk niet normaal en werd er een label geplakt op dit soort 'afwijkende' mensen. Wat zouden ze denken van de reizigers van tegenwoordig?

Bron: http://www.columbusmagazine.nl/nieuws/2968/reisziekte_het_bestaat_echt.html

Het voelt in ieder geval niet anders nu de diagnose is gesteld en wij als reizigers weten dat we dwangmatig over de wereld zwerven. De vrijheid telt voor mij het meest, en natuurlijk het eten. Dat laatste is de brandstof die me verder sleurt en inspiratie geeft, hoewel ik nu lekker op het strand lig met een stuk rode watermeloen en een sodawater. Ik lig plannen te maken voor ons uitstapje naar Maleisië, van Penang naar Kuala Lumpur via een omweg, en zo voel ik me toch een reiziger. Want zelfs dromen met mijn ogen open onder de tropenzon brengt me naar plaatsen die ik mischien nooit zal bezoeken.
Oude Javaan
2011 - Ober in Restaurant op Java (Indonesië)

Vanavond gaan we lekker een beetje lezen en tv kijken. Pattaya staat twee avonden droog wegens verkiezingen.

zaterdag 10 januari 2026

Maleisië: Een vreemd gerecht

Dozen Tiger Beer

Malacca (Heeren Inn Hotel), zaterdag 12 maart 2005

Ik heb besloten om ook de laatste vier dagen in Malacca door te brengen. Uiteindelijk is het hier zo slecht nog niet en ik moet ook nog wat bezienswaardigheden in dit oude stadje bezoeken. De beste tijd om dit te doen is op de maandag en dinsdag, wanneer hier niets te doen is omdat de lokale bevolking moet werken.
Ook op deze ochtend, jullie raden het al, het gebruikelijke ontbijt van de bakker onder het “Mahkota Parade” winkelcentrum. Ik heb gelukkig weinig problemen met de stoelgang en ik wil dit ook graag zo houden. Het is een uitkomst voor het wandelen. Het is heerlijk om zonder de angst van een diarree aanval door Malacca te wandelen.
Ondanks het goede gevoel blijf ik door lichte twijfels toch dicht in de buurt van mijn hotel en denk na over wat te doen de komende dagen. Ik kan eenvoudig naar Kuala Lumpur gaan, misschien zelfs een paar dagen naar het eiland “Pulau Tioman”, of gewoon hier blijven rondhangen. Heerlijk als je de keuze gewoon kan laten afhangen van je onderbuik gevoel.
Chee Ancestral Mansion Al mijmerend loop ik plotsklaps tegen een gebouw aan dat zo in de “Efteling” zou kunnen staan. Een groot wit gebouw met een zalmkleurig dak, barokstijl zou ik op het eerste gezicht zeggen. Ik zoek naar de Lonely Planet in mijn broekzak om te zien of er wat over deze opvallende vertoning in staat. Helaas niet, ik zal de volgende keer eens kijken of ik wat meer te weten kan komen over deze opvallende verschijning.

Het gebouw is het “Chee Ancestral Mansion”. Heeren Street (Jalan Tun Tan Cheng Lock), die sommigen 'Millionaire's Row' noemen, omdat veel rijke Malacca Baba-Nyonya families vroeger langs deze straat woonden. Een wandeling door deze straat, en rij schilderachtige huizen, leidt er uiteindelijk toe dat iemand langs de Chee Family Ancestral Mansion komt. Het is onmogelijk om dit indrukwekkende gebouw te missen met een unieke architectonische stijl. Het blijft tot op de dag van vandaag een symbool van de familie Chee.

De familie Chee is misschien wel een van de vroegste families die wortel schiet in Malakka met 300 jaar geschiedenis. De stichtende voorouder was Chee Soo Chan, die afkomstig was uit het dorp Tianwei, gelegen in het district Longxi in de prefectuur Zhangzhou van de provincie Fujian in China. Chee Soo Chan, geboren in 1689, was al getrouwd en had drie zonen in China voordat hij naar Malakka kwam. Na zijn migratie trouwde hij met een lokaal geboren vrouw met wie hij vier zonen had, waardoor de wortels van de Chee Clan in Malakka effectief werden verspreid. Hij overleed in 1752 op 64-jarige leeftijd en werd begraven op de begraafplaats van Bukit China.

De drukkende warmte is opnieuw ondragelijk, het zweet gutst uit mijn lichaam en ik besluit dat het tijd is voor een lange sessie achter de laptop in de koelte van mijn eenvoudige en sobere hotelkamer. Later ga ik wat eten om de hoek bij het hotel. Mijn eetlust is vandaag ook niet erg groot in dit warme weer en een bordje rijst met wat groente is voldoende.
Ik heb genoeg tijd doorgebracht op mijn hotelkamer vandaag dus kies ik ervoor om meteen na het eten naar het “Discovery Café” te gaan. Een gezellige drinkgelegenheid aan de Malacca rivier met een klein restaurant dat eenvoudige Chinese en Maleisische gerechten serveert. Ik heb dorst als een kameel dus laat ik mij de grote flessen bier goed smaken.
Bob Teng is een vriendelijke gastheer die het de gasten, lokaal en toeristen, goed naar de zin maakt. Het bier is ijskoud, vriendelijk geprijsd en de achtergrondmuziek is uit de jaren zeventig. Bij aankomst ben ik de enige gast in het café! Het voordeel is dat ik niet lang hoef te wachten op mijn eerste grote ijskoude fles Carlsberg bier.
Malacca, maar ook Maleisië, is een heel vreemde eend in de bijt in Zuidoost-Azië. De voormalige Britse kroonkolonie is officieel sinds de onafhankelijkheid en volgens de grondwet een islamitisch land. Demografisch gezien zit het heel anders in elkaar! Slechts iets meer dan de helft van de bevolking is islamitisch maar omdat er een stemplicht bestaat is de “UMNO”, de nationalistische politieke partij van de islamieten, onafgebroken sinds de onafhankelijkheid aan de macht!
Ongeveer de andere helft van de bevolking is Chinees of heeft hun oorsprong op het Indiase schiereiland. Zij genieten van een biertje en af en toe wat sterkers. De islamieten hebben dit probleem opgelost door extra belasting op alcoholhoudende dranken te heffen die gebruikt wordt om de eerste levensbehoeften van de luie islamieten te subsidiëren. Vooral tarwemeel en suiker, veel suiker!
Later op de avond is het “Discovery Café” goed vol gelopen en ik zit aan tafel met een groep vrienden en wat nieuwe kennissen. Het is hier een trefpunt voor nieuwkomers in Malacca. Deze sfeer maakt waarom we in eerste instantie op reis gaan om nieuwe mensen te ontmoeten op onbekende plaatsen.
Dr. Morali, hoofd van de plaatselijke universiteit voor het toerisme, en Patric Teo, die ik enkele jaren geleden heb ontmoet, nodigden mij uit om nog wat te gaan eten op de “Melaka Raja”. Dat is een nieuwbouwwijk die is gebouwd op teruggewonnen land van de zee in de straat van Malacca.
We duiken met zijn drieën in de oude auto van Dr. Morali en scheuren de nacht in. We gaan in de totaal tegenovergestelde richting die ik heb verwacht en ik begin mij langzaam zorgen te maken. Ik zit tenslotte licht aangeschoten, met twee totaal vreemden, in een gammele Datsun en waar we heen rijden lijkt in ieder geval niet wat we hebben besproken.
Ik begin te twijfelen of het wel slim is geweest om dit te doen. Maar nog voordat ik door de mogelijkheden voor een ontsnapping ben gelopen komen we op bekend terrein. Ik herken de nieuwe brug over de “Malacca Rivier” en in de verte zie ik het Mahkota ziekenhuis. Alles is in orde en ik hoef mij verder geen zorgen meer te maken.
Satay celup Het restaurant waar we naar toe zijn gegaan serveert een gerecht dat ik nog nooit van mijn leven heb gezien. Het wordt nog vreemder, dit restaurant serveert maar een gerecht! Het heet “Satay Celup”, het is een soort fondue maar dan met satésaus. Inderdaad, een grote pan gevuld met een aromatische satésaus waar je de stokjes rauwe vlees, vis en groente in gaar kookt.
Ik wordt door Patrick naar binnen geleid waar een soort gekoelde boekenkast vol staat met dienbladen met de verschillende stokjes vlees, vis en groenten. Je neemt een bord van de enorme stapel en pakt gewoon de stokjes die je wil eten. Wanneer je klaar bent worden de stokjes geteld en je rekent af voor wat je hebt gegeten. Het gekleurde uiteinde van de bamboestokjes geeft aan wat het kost. 25 sen, 50 sen, 75 sen of RM 1. Het goedkoopste stokje kost minder dan 6 eurocent en duurste stokje nog geen 25 eurocent! Het eten van “Satay Celup” met mijn nieuwe vrienden is een schitterende ervaring, en eerlijk gezegd smaakte het nieuwe gerecht mij ook opperbest.
Hello Orang BelandaDozen Tiger Beer We zitten tussen de Chinezen en Indiërs en ik kijk mijn ogen uit. Zal deze kleine prinses mij over twintig jaar nog herinneren? Zal zij ooit haar eigen foto nog op mijn weblog zien wanneer ze een volwassen vrouw is? Een muur van dozen bier in een islamitisch land! Deze blauwe muur bevestigd wat een uniek islamitisch land Maleisië is.
Ik heb een goed gesprek aan tafel met mijn twee gastheren. Dr. Morali is min of meer een adviseur van de lokale overheid met betrekking tot het toerisme. De staat en de stad Malacca hebben de grootste plannen. Zo moet er een internationale luchthaven komen van honderdtwintig miljoen USD en een hoge toren met een draaiend restaurant in de top voor vijftien miljoen USD. Dit alles moet er voor zorgen dat er in de toekomst twaalf miljoen toeristen op jaarbasis naar de historische stad komen.
Dr. Morali heeft hier zijn twijfels over en verdenkt enkele lokale bestuurders van fraude en corruptie. Familieleden met bouwbedrijven zouden vette contracten krijgen en uiteindelijk zal de lokale bevolking voor de kosten van de mislukte bouwprojecten moeten opdraaien. De luchthaven is helemaal een lachertje! Een provinciale bestuurder wil zijn naam in gouden letters zien. Met KLIA op nog geen 85 kilometer afstand is er honderd procent zeker geen behoefte aan een nieuwe internationale luchthaven. Dr. Morali heft openlijk zijn visie op de toekomst van Malacca gesproken en daar veel vijanden door gemaakt.
Patrick Teo is een andere persoonlijkheid die heel dicht bij Malacca staat. Hij vertelt over de geschiedenis van Malacca en dat de huidige gemeenteraad Groot Brittannië prijst voor wat ze hebben betekend voor de gemeente. Hij vindt dat allemaal maar flauwekul, de “Hollanders”, die hebben Malacca groot gemaakt! We lachen, praten en drinken met elkaar, de tijd vliegt om.
Ringo's Bar Patrick en ik gaan nog een paar biertjes drinken bij de “Geographer”, een heel mooie bar/restaurant tegenover “Ringo”. Ringo is een gitaarspeler en zanger die op vrijdag en zaterdag Engelse, Maleisische en Chinese klassiekers ten gehore brengt in een fantastische sfeer.
Ondertussen heb ik ook al besloten wat ik verder ga doen. Ik blijf hier nog een paar dagen rondhangen, het is in Malacca toch wel aangenaam verblijven.
Copyright/Disclaimer