donderdag 4 juni 2026

Filipijnen: Een wereld van verschil

Stappen op het beton

San Antonio (Mamsi Residence) VIP1), donderdag 4 juni 2026

Een klein half uurtje eerder dan het vliegschema heeft voorzien zet de Airbus A321-200 van Philippines Airlines haar dikke zwarte rubberen banden op de landingsbaan van de uit haar voegen gebarsten luchthaven Ninoy Aquino International Airport. Hoe vaak ben ik hier in het verleden geland en vertrokken? Meer dan twee handen vol!
Er is opluchting want de eerste etappe van Busan naar Manilla is zonder problemen verlopen. We zijn alleen heel erg moe, meer vermoeid dan dat we kunnen dragen. Helaas hebben we geen keuze. We moeten door! Dit zijn de troubles uit de titel van mijn blog!
Over iets meer dan vier uur zitten we opnieuw in een Airbus A321-200 maar deze keer van Cebu Pacific. De Airbus A32X in welke uitvoering dan ook is het werkpaard van de kleinere (budget)luchtvaartmaatschappijen en Cebu Pacific is de (budget)luchtvaartmaatschappij die de duizenden eilanden binnen de Filipijnse archipel, en de aangrenzende landen, met elkaar verbind.
De immigratiedienst, op welke luchthaven dan ook, geeft mij nog steeds de kriebels. Gelukkig wordt die immigratiedienst ook steeds efficiënter en het internet, in samenwerking met de smartphone, creëert een naadloze hoogst betrouwbare bron van informatie waar goedwillende reizigers geen tegenwerking van ondervinden.
Lyka gaat als eerste slachtoffer met haar Nederlandse paspoort. De officier van de immigratiedienst bekijkt alle gegevens en heeft geen oog voor het verplichte Filipijnse E-Travel document op haar telefoon. De rode stempel komt neer met een klap op een lege pagina in haar paspoort. Er wordt met een balpen nog wat bijgeschreven en dan ben ik aan de beurt.
Ik trek de hendel van mijn kleine rolkoffer omhoog en plaats mijn hoed daarop. De ietwat te zware ambtenaar volgt mijn handelingen met een verhoogde interesse. Ik overhandig hem mijn paspoort met de instapkaart van Busan.
De stilte tussen ons wordt niet onderbroken! Zijn ogen bewegen, zijn hoofd staat griezelig stil, tussen mijn gezicht, zijn beeldscherm en mijn paspoort heen en weer.
Dan komt de rode stempel met een klap neer op een lege pagina in mijn paspoort. Er wordt met een balpen nog wat bijgeschreven.
‘Balikbayan?’
‘Yes sir! Mabuhay!’
De koffers zijn al rondjes aan het draaien op de bagageband dus na zonder enig probleem de douane te zijn gepasseerd worden we ongevraagd de weg gewezen naar de gratis shuttlebus naar Terminal 3. Ik kan mijn oren en ogen niet geloven hoe goed we worden geholpen en begeleid na onze aankomst midden in de nacht op een luchthaven in de Filipijnen.
NAIA terminal 3 De shuttlebus brengt ons in minder dan dertig minuten naar Terminal 3 waar we een geheel onbekende wereld aantreffen. Hier wordt niet gerenoveerd! Hier wordt een geheel nieuwe ervaring gerealiseerd.
Het inchecken gaat snel en de anderhalve kilo die Lyka’s koffer aan overgewicht heeft wordt door de vingers gezien. Gelukkig maar want we hebben al acht kilo extra bagage aangekocht. Deze keer is het een binnenlandse vlucht dus geen immigratiedienst. Alleen de bekende controle van je bagage die je meeneemt in de cabine van het vliegtuig.
Slecht weer op komstAlarm over de Mayon vulkaan Het lange wachten begint! De weersvooruitzichten voor de komende week zijn niet al te best maar ik weet uit ervaring dat 80% regen in San Antonio (Sapa) kan betekenen dat er om vier uur een hevige bui overtrekt die dertig minuten duurt. De rest van de dag is het half bewolkt, droog, moordend heet en een luchtvochtigheid die moeilijk is te beschrijven.
Een plekje op een harde stoel aan een tafel bij Dunkin Donuts, gratis internet dat niet al te snel is, een warme chocolade melk die mierzoet is en een paar donuts om de trek te stillen, vechten tegen de vermoeidheid en de slaap. Lyka is de eerste die sneuvelt, een gewillig slachtoffer! Haar oogleden worden waar, ze vallen dicht en niet veel later ligt ze met haar hoofd op haar armen op de tafel te slapen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik me door deze uren heen moet slepen. Het is een oneerlijk gevecht. Het is Samson tegen de eenogige cycloop! Wanneer ik denk dat ik de strijd ga verliezen wek ik Lyka. Ze kijkt verbaasd en verdwaald om zich heen. Na enige momenten weet ze weer waar we zijn.
Even wandelen, je bloed weer door je vermoeide lichaam laten pompen, een plekje zoeken waar je je niet voorover kan leunen om te gaan slapen. De eerste verdieping van Terminal 3 is op dit moment in de vroege nacht volgepakt met de passagiers die de goedkoopste vluchten van Cebu Pacific hebben opgekocht.
Doorgewinterde reizigers als we zijn weten op zo’n moment instinctief welke kant ze op moeten gaan. De verdieping lager is een omweg met een stevige trap die je moet beklimmen om weer in de vertrekruimte op de eerste verdieping te komen. Mijn instincten hebben het aan het rechte eind. Hier bij de vertrek gates 131, 132 en 133 is voldoende ruimte om te zitten en het is er ook wat koeler dan een verdieping boven ons.
We nemen plaats naast een islamitisch echtpaar dat is teruggekeerd van de Hadj. De man heeft geen kaas gegeten van het reizen met vliegtuigen! Zodra hij tegen mij begint over Gate 131 vanwaar ze gaan vertrekken heb ik mijn twijfels. Daar klopt helemaal niets van. Het tijdschema laat volgens mij geen twee vertrekkende vluchten toe. Ik ga zonder een moment te twijfelende deze twee lieve islamitische oudjes op het juiste spoor zetten om veilig thuis te komen.
Ik bespeur argwaan in zijn ogen, en zijn houding, zodra ik de licht bebaarde man in zijn witte jurk aanbied om te helpen. Is deze argwaan hem aangeleerd in de moskee of vertrouwd hij geen blanke mensen van nature? Ik laat me niet ontmoedigen en adviseer hem om het aan de vrouwelijke vertegenwoordiger van Cebu Pacific te vragen. Ik zie meteen in zijn ogen dat deze man een minderwaardig persoon als een vrouw in een strakke korte donkerblauwe rok nooit om advies zal vragen!
Wat nu? Ik voel nog steeds enige piëteit voor deze oude man. Maar wil hij wel geholpen worden? Ik lees stiekem vanuit mijn ooghoek op zijn instapkaart als Gate TBA. Daar hoef is niet lang over na te denken, “To Be Announceded”. Dat staat ook op onze instapkaarten en dat betekend dat we zelf verantwoordelijk zijn om aan boord van het juiste vliegtuig te gaan. We moeten de beeldschermen zelf goed in de gaten houden voor de Gate vanwaar we naar het vliegtuig gaan.
De oude man naast me staart zwijgend als een marmeren beeld, met zijn vrouw in een gezicht bedekkende jurk als een onderdeel van het beeldhoudwerk, voor zich uit. Ik waag nog een laatste poging om mijn geweten te sussen.
‘Op dat beeldscherm achter ons staan de vluchten, de Gate en de tijden om aan boord te gaan’, hij kijkt mij verbaasd aan.
Hij staat op terwijl zijn vrouw als een stuk bagage op haar stoel blijft zitten. Hij beent richting het enorme beeldscherm om zijn mogelijkheden te onderzoeken. Niet veel later komt hij terug, hij kijkt mij recht in de ogen en met een lichte buiging vol respect zegt hij: ‘Thank you sir!’
Wat moet ik hiermee? Die vraag galmt door mijn hoofd. Ik weet met grote zekerheid dat zijn gedrag niet wordt getolereerd op een vrijdag in de moskee. Of heeft zijn bezoek aan de heilige stad in Saudi Arabië zijn mening veranderd? Tijdens mijn reizen heb ik Islamieten ontmoet van beide zijden van het brede spectrum. Maar ook uit het midden, en dat midden zit op een heel andere plaats dan je zou verwachten. Net als centrum links, dat bestaat ook niet, er is maar een links en dat wordt gepraktiseerd in China, Rusland en Noord-Korea. Zo is het ook met de islam! Of geloofd er nog iemand in een vegetarische leeuw?
Ik blijf openstaan voor het respect voor anders denkende en praktiserende. Ik geef hem een hand en wens hem een goede reis. Wellicht heb ik iets in zijn gedachtewereld kunnen veranderen. Hij kijkt, terwijl hij in de menigte verdwijnt, nog een keer over zijn schouder. Er verschijnt een glimlach op zijn mond. Het geeft mij een goed gevoel. Ik weet nu weer dat de grens tussen goed en kwaad op een plaats kan liggen waar je het niet verwacht.
Ik ga zelf op het beeldscherm kijken en onze vlucht vertrekt van Gate 131. Ik moet in mezelf lachen en een warm gevoel verspreid zich door mijn lichaam. Lyka en ik zitten te wachten bij Gate 131. Noem het geluk, noem het karma, ik bedank de boeddha voor haar begeleiden van twee eenvoudige stervelingen.
Het aan boord gaan met voorrang voor mensen op leeftijd is geen probleem in een land waar de gemiddelde levensverwachting onder de 70 jaar ligt. We slaapwandelen naar onze stoelen en worden wakker gemaakt voor de snacks die ik in januari tijdens het boeken heb besteld en betaald. De tijd is elastisch geworden. Mijn bewustzijn kan de 55 minuten van de vlucht niet meer in een vorm gieten die mijn geest begrijpt. We zijn in (reis)zombies getransformeerd en hunkeren naar een bed, slapen en een douche.
Zelfs mijn altijd alerte geest om foto’s te maken is nu tot stilstand gekomen. Ik denk er gewoon niet meer aan om onze avonturen voor de eeuwigheid digitaal vast te leggen. De tijd en ruimte spiraal zoals de theorie door Einstein bedacht bestaat voor ons niet meer. We weten nog wel in welke ruimte we zijn maar niet meer in welke tijd.
Na de landing op de Daraga International Airport raak ik snel geïrriteerd omdat mijn zintuigen het grootste gedeelte van hun intensiteit verloren hebben. Ik herken mijn schoonmoeder niets eens meer op afstand. De gemeentebus met de chauffeur staat klaar om ons naar San Antonio (Sapa) te brengen. De dames gaan achterin om met elkaar te kunnen praten zonder te worden afgeluisterd.
De bijna tandloze chauffeur naast mij spreekt geen woord Engels en ik reageer alleen nog wanneer de bus een plotselinge beweging moet maken in het onvoorspelbare en levensgevaarlijke verkeer in de Filipijnen. Ik heb slechtere chauffeurs meegemaakt maar ik kan niet ontkennen dat ik blij ben om op de plaats van bestemming te zijn.
De airconditioning gaat aan in onze kamer voor de komende vijf weken die we liefkozend altijd VIP1 noemen. Ik drink een halve liter koud water en de vermoeidheid lijkt weggespoeld. Ik passeer het punt dat ik 24 uur wakker ben sinds in Busan de wekker ging. Enkele hazenslaapjes hebben me door de lange nacht gesleept.
Het is nog geen negen uur in de ochtend en ik heb nog een hele dag voor me. Slapen is voor mij geen goed idee want oude(re) mensen zijn gebaad bij een goed ingedeeld dagelijks ritme waar je je strak aan moet houden. De paar duizend Filipijnse peso die ik nog in mijn portemonnee had zijn sneller uitgegeven dan verwacht. Het goede nieuws is dat er nu een filiaal van een Filipijnse bank in Donsol is die internationale kaarten accepteert. Het is een stevige wandeling van een kleine veertien kilometer maar ik heb verder toch niets anders te doen.
Stappen op het betonRustige wegen In de drieënhalf jaar dat we weg zijn geweest is er natuurlijk het een en ander veranderd. Langs de weg natuurlijk want de weg ligt nog steeds op dezelfde plaats. Het is nog steeds een genot om in alle rust door het tropische landschap van Luzon te wandelen. Elke passerende motorrijder en hun passagiers groeten je. Iedereen in het dorp weet na ruim vijftien jaar wel wie ik ben!
Rustige wegenLastige jeugd? De weg van Dawitan naar Ogod is gerenoveerd en verbreed. Het verbaasd me en om eerlijk te zijn begrijp ik niet waarom. Deze weg wordt alleen gebruikt door de lokale bevolking op tweewielers.
Problemen met de opgeschoten rebellerende jeugd lijkt op het platteland van de Filipijnen ook te bestaan! De burgemeester, Barangay Captain, zoals zijn mooie titel officieel klinkt, heeft de absolute macht in het dorp en wordt door iedere inwoner gerespecteerd.
De ingestelde avondklok staat op een muur tegenover de lagere school geschilderd. De straffen staan eronder en zijn voor iedereen duidelijk. De boete van ₱ 500 lijkt niet veel maar het is wel het minimum dagloon dat hier wordt verdient in de provincie. Wordt er ook gehandhaafd? Reken daar maar op! Regels zonder handhaving zijn voor de zwakkelingen en de dromers. Geen enkele Barangay Captain in de Filipijnen behoort tot die groep!
Beschadigde graven Al sinds de eerste keer dat ik de oude katholieke begraafplaats van Donsol passeerde geeft dit beeld mij koude rillingen en roept vragen op. Het is in ieder geval het armste gedeelte van de inwoners die hier op elkaar liggen te rusten. Ik zoek naar woorden want hier ligt niemand onder de zoden. Het is in feite geen begraafplaats want er is geen schop de vulkanische grond in gegaan. Het zijn gemetselde tombes die zonder enig verband op elkaar zijn gebouwd.
Ik kan mijn ogen niet uit de opengebroken tombe’s houden. Ligger er nog menselijke resten? Wie hebben die tombes open gebroken? Zijn het grafrovers die tijdens de nachtelijke uren op zoek naar goud de rust van de overledenen hebben verstoort? Waren het familieleden die de tombe hebben opengebroken om de stoffelijke resten naar een andere, meer gerespecteerde, rustplaats te verhuizen?
Misschien dat ik ooit antwoorden krijg op deze vragen. Voor nu, ik heb nog een kleine twintig minuten te gaan totdat ik voor een ATM sta om Filipijns geld op te nemen. En wat denk je? Na 6 kilometer en 750 meter sta ik voor een ATM met een kartonnen bord erop.
“Out of Service!”, staat er met een dikke zwarte viltstift opgeschreven.
Dan zakt de moed je toch in de schoenen? Een beveiliger met een geladen jachtgeweer aan zijn schouder opent de glazen deur om wat te zeggen. In zijn kielzog volgt een vriendelijke medewerkster van de bank die haar oprechte excuses aanbied voor de ATM die niet werkt. Mijn opmerking dat ik te voet uit San Antonio ben gekomen verbaasd haar. Ze verteld me dat er hoop is dat de ATM om half drie weer werkt, de monteurs zijn onderweg. Ze bied meteen aan mij te bellen wanneer de ATM is gerepareerd.
Helaas kan ik daar niets mee want we hebben nog geen Filipijnse simkaarten. Het oude kaartje dat in mijn iPhone zit werkt gewoon niet meer na drieënhalf jaar. Ze heeft begrip dat ik het morgen weer kom proberen omdat ik haar geloof en dat ik goede hoop heb dat de ATM vanmiddag wordt gerepareerd. Vriendelijkheid en service, wat mis ik die oude tijd dat je nog netjes te woord werd gestaan in Hollandistan.
Na twee halve liters ijskoud drinkwater voor ₱ 23 (€ 0,35) is het tijd om rustig terug te lopen. Ik passeer een aangename verrassing die ik op de heenweg heb gemist. Een nieuwe supermarkt, genaamd O’ Save, is geopend. Een eerste blik over de kassa’s, en de afrekenende klanten, naar binnen voorspeld veel goeds. Daar gaan we morgen zeker even binnen kijken!
De weg terug is zwaarder dan de weg heen. De temperatuur is gedurende de ochtend opgelopen en de luchtvochtigheid perst de liter koud water, in de vorm van vettig zweet, uit mijn lichaam. Het gebrek aan lichaamsvloeistoffen heeft waarschijnlijk een negatieve invloed op mijn gewrichten in mijn benen. Mijn enkels en knieën beginnen pijn te doen terwijl ik ze toch niet echt zwaar belast.
De laatste anderhalve kilometer leg ik af achter op de motor van een vriendelijke jongen die vroeg of ik misschien een lift wilde naar Sapa. Ik voel me met zesenzestig nog niet oud maar ik begin de beperkingen toch wel te voelen. Mijn geest wil steeds vaker iets doen dat mijn lichaam niet meer wil doen. Wat nu? Gelukkig ben ik een realist.
De eerste Filipijnse lunchMamsi Residence - VIP1 De warmte zorgt er voor dat ik minder trek heb. Ik weet dat ik moet eten zoals ik ook weet dat ik voldoende moet drinken. In de tropen is drie liter water zo’n beetje het minimum. De dames hebben al gegeten en in mijn gedachten zie ik de borden met de grote bergen gekookte rijst voor me.
Er is Adobo met varkensvlees over en in combinatie met spaghetti is het een prima lunch voor mij. De knijpflacon Ssamyang die we hebben meegebracht uit Korea komt tevoorschijn en deze eerste maaltijd in de Filipijnen is zo slecht nog niet.
Heilige Drie-eenheidFilipijnse bami Het bed in de relatieve koelte van de slaapkamer is erg uitnodigend maar ik weet dat het geen goed idee is. De veranda is een betere plaats om de middag door te brengen. Aan het einde van de middag een eerste ijskoude San Miguel Pilsen terwijl ik een boek van Appie Baantjer uitlees.
Onze eerste dag bij Lyka’s moeder wordt afgesloten met de altijd lekkere Panchit Marit, zoals wij het noemen. De Filipijnse bami zal geen culinaire prijzen winnen maar het is voor ons voldoende. Vandaag zitten er stukken kippennek in voor de smaak en het vlees. In de Filipijnen wordt er echt niets weggegooid!
Er zal niet veel vlees aan die nek zitten zijn dus schuif ik de strengen nekwervels van het gevogelte naar de rand van het bord. Het smaakt zoals verwacht en om half tien sluit ik mijn ogen na de eerste dag in de Filipijnen. We hebben nog wat plannen maar later meer daarover.

woensdag 3 juni 2026

Filipijnen: Het gevecht met de kilo’s

Kip met rijst Philippine Airlines

Manilla (Ninoy Aquino International Airport), woensdag 3 juni 2026

Een verplaatsing, of het nu met de bus, de trein of het vliegtuig is, brengt altijd stress met zich mee. Dat begint al op de avond voor het vertrek met het onvermijdelijke gesprek over de kilo’s. Dan heb ik het natuurlijk niet over ons lichaamsgewicht en de mogelijke diëten maar over de bagage in onze koffers.
Mijn vrouw heeft altijd het idee, hoeveel souvenirs ze ook koopt, dat het gewicht van haar koffer niet toeneemt. Wanneer de verpakking zegt dat er 1000 gram in zit dan kan ik toch aannemen dat de koffer een kilo zwaarder wordt? Helaas gaat dat er bij de andere sekse moeilijk in.
Zoals gewoonlijk heb ik de afgelopen nacht weer eens slecht geslapen. Alle demonen zijn op bezoek geweest. De onbetrouwbare overheid en de slechte buren waren ook weer allemaal nadrukkelijk aanwezig. Zweten, onregelmatige hartslag en hartkloppingen als gevolg.
De wekker van zeven uur heb ik genegeerd en net voordat acht uur het waarschuwingssignaal voor het innemen van mijn medicatie moet afgaan sta ik in het felle zonlicht dat door het open raam tussen de gordijnen in de hotelkamer valt. Het is een vreemd gevoel dat we gisteren bijna de hele dag op bed in de kamer hebben doorgebracht. Ik heb op deze ochtend het gevoel dat ik in een ziekenhuis ben opgenomen. Twee dagen dezelfde muren en gordijnen, zonder enige wisseling van het uitzicht, is me vreemd.
We hebben in totaal nog zeven uur de tijd voordat we de hotelkamer verlaten en op weg gaan naar de Gimhae luchthaven van Busan. Er hangt een onnodige paniek in de lucht en we lopen als kippen zonder kop om elkaar door de kamer heen. Koffers worden in paniek gewogen en bagage verhuisd. Ik kijk het zonder enig begrip aan.
Het is voor mij persoonlijk niet zo ingewikkeld! Gewoon eerst alles in de koffers laden met uitzondering van de kleding die je draagt. Het totaal van de vier koffers, twee grote en twee kleintjes, bij elkaar optellen en dan alles zo goed mogelijk verdelen. Was het maar zo eenvoudig in het hoofd van een vrouw?
Eerst maar een beker koffie, een sandwich en een hard gekookt ei van de GS 25, als ontbijt om deze hele lange dag met voldoende energie te beginnen. We kijken tegen een reistijd van iets meer dan vierentwintig uur aan! Mijn gedachten gaan terug naar de lange reis van Bangkok naar Busan. De reis van Busan naar San Antonio duurt zeker net zo lang. Wat moet, dat moet!
Met het spreadsheet op het beeldscherm voor me maak ik een voorzichtige eerste balans op wat ons verblijf in Korea heeft gekost. De dagelijkse uitgaven, zoals eten, drinken, souvenirs en toiletartikelen komen op ongeveer € 65,- voor ons tweeën per dag. Ik durf te stellen dat dit mij honderd procent meevalt omdat we erg vaak heel lekker en goed hebben gegeten.
De hotels in Korea zijn wat duurder dan we gewend zijn in Azië. Alle dagelijkse kosten inclusief ons verblijf, exclusief vliegtickets, komen op € 105,- voor ons tweeën per dag. Gezien de kwaliteit van ons verblijf en onze volle agenda de afgelopen zevenentwintig dagen valt ook dat reuze mee. Wie wil er niet met z’n tweeën drie weken op vakantie in Zuidoost-Azië voor € 3.500,-?
Inpakken Ons thuis van de afgelopen vier weken, ik ga het missen. Alle belangrijke, en minder belangrijke, zaken hebben hun eigen plekje in deze tijdelijke omgeving gekregen of gevonden. Wanneer je plezier hebt vliegt de tijd en deze vier weken in Busan, of Pusan, zijn omgevlogen. Ik ben er nog niet helemaal uit met mezelf hoe ik straks moet omgaan met ons verblijf in de Filipijnen.
Natuurlijk doe ik het voor Lyka want ze heeft haar moeder drieënhalf jaar niet gezien. Voor mij is het probleem dat ik met beperkte ingrediënten een nieuw culinair universum voor mezelf moet proberen te creëren. De Filipijnse keuken is zeker niet een van de beste keukens in Azië. Hebben jullie ooit van een Filipijns restaurant gehoord?
De reden hiervoor is eenvoudiger dan verwacht. De Arabische en Indiase handelaren die de kust vanaf de Perzische golf afvoeren kwamen niet verder dan de Indonesische archipel. Ook de Hollandse handelaren vonden alles wat ze nodig hadden op de specerijeneilanden.
De Specerijeneilanden, historisch bekend als de Molukken (Indonesië), een eilandengroep in het oosten van Indonesië, gelegen tussen Celebes en Nieuw-Guinea, waren eeuwenlang de enige plek ter wereld waar kostbare specerijen groeiden. Ze waren het epicentrum van de wereldwijde specerijenhandel, wat leidde tot bloedige koloniale oorlogen en monopolievorming door Europeanen.

Een groot deel van plaatselijke bevolking werd in 1621 bij de bezetting van de eilanden onder Jan Pieterszoon Coen door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) uitgemoord. Ze werd vervangen door slaven uit Madagaskar en Indiërs.
Rond 600 Bandanezen migreerden reeds voor de komst van Coen naar Oost-Seram en de Kei-eilanden, waar tot op heden nog nazaten van hen wonen. De Hollanders beschermden hun positie op Banda tegen concurrenten door het bouwen van versterkingen. Fort Belgica op Banda Neira, een van de forten die er door de VOC werden gebouwd, is het grootste Europese fort in Indonesië.

Mijn schoonfamilie in San Antonio een uitgesproken voorkeur voor de voor hun bekende gerechten. Specerijen worden slechts met mondjesmaat gebruikt. In de laatste twee eeuwen zijn er veel invloeden uit de Chinese keuken aan de Filipijnse keuken toegevoegd.
Een van de nationale gerechten, Adobo, zou een Chinese stoofschotel met varkensvlees kunnen zijn. Het gerecht doet mij altijd denken aan een wat zurige en minder kruidige versie van de Indonesische Babi Kecap. Ik eet wel eens mee met mijn schoonfamilie maar niet elke maaltijd.
De koffers staan klaar Het ritueel van het inpakken en wegen van onze bagage heb ik hierboven al uitgebreid besproken. Om tien voor twee zijn we klaar en de airconditioning houd de temperatuur in de hotelkamer nog steeds op een stabiele zevenentwintig graden. Nu wordt het tijd om naar de vierentwintig graden te schakelen en op te laden voor de rit met de metro naar de Gimhae Luchthaven.
We nemen uitgebreid afscheid van de baliemedewerker van het So Yu Hotel. Hij vindt het jammer dat we vertrekken en hij verteld ons nog maar een keer dat het niet vaak gebeurt dat gasten langer dan een week in het hotel blijven logeren. We voelen ons gewaardeerd en beloven zeker nog een keer terug te komen naar Busan. De veerboot van Japan naar Busan lijkt ons beiden een bijzondere ervaring. Wie weet, het ligt in de handen van de Boeddha.
Lyka trekt de twee kleine koffertjes richting de metro en ik sleur een kleine vijftig kilo in de twee grote koffers achter mij aan. Het is buiten warmer dan ik had verwacht en ik zweet meer dan ik had gehoopt. Roltrappen zijn voor mij geen optie, je wil niet met twee koffers van vijfentwintig kilo per stuk van de roltrap af rollen.
Met de lift zakken we langzaam onder de grond en komen in een nieuwe wereld terecht. Ik heb ₩ 4.200 op beide T-Money kaartjes gelaten en dat moet ruim voldoen zijn voor de ₩ 7.200 die we samen moeten betalen voor de metro en de trein naar de Gimhae luchthaven van Busan.
Lyka attendeert mij erop dat we beter de ingang van het metro treinstel kunnen nemen die is ingericht voor een rolstoel. Dat is een heel goed idee! Dan hebben we ook nog het geluk dat wij al op de juiste plaats op het perron staan waar de deuren verschijnen voor de toegang van een rolstoel.
Wij zijn niet de enige met die gedachte. Koreanen zijn minder gedisciplineerd en beleefd dan Japanners. Ellebogenwerk wordt in Korea nog wel gebruikt hoewel het wel menig wenkbrauw doet optrekken bij passagiers. Een man van een jaar of vijftig gaat precies staan op de plaats die gereserveerd is voor een rolstoel. Het is ook duidelijk aangegeven op de vloer van de trein.
Het wordt nog vreemder wanneer ik de man er op wijs dat er achter mij nog een zitplaats vrij is en of ik misschien de twee grote koffers op de plaats mag zetten waar hij staat. Het is niet mogelijk om verbaal te communiceren dus alles gaat in gebarentaal. Er is geen enkele reactie. Ik kijk in zijn ogen, het licht is aan maar er is niemand thuis. Op zijn marmeren gezicht vertrekt er geen spier en er is geen enkele emotie zichtbaar.
De trein trekt met een schok op en de twee zware koffers komen in beweging. Ik moet alle zeilen bijzetten om de rollende bakken bagage onder controle te krijgen. Een halve minuut later staan de koffers weer naast me en ik denk na over een oude wet uit de mechanica. Bij het optrekken schuift een gewicht in in het voertuig naar achteren. Bij het remmen schuift een gewicht in het voertuig naar voren.
Mijn wraak zal zoet zijn! Ik positioneer de twee koffers op een plaats zodat de trein haar werk kan doen. Nu is het wachten tot de trein remt. Dat kan nooit lang duren omdat de metrostations niet meer dan twee kilometer uit elkaar liggen. Met een schok zet de machinist aan tot het tijdig tot stilstand brengen van de trein. De twee koffers komen in beweging en speel als een begenadigd acteur dat ik de koffers wil stoppen. De man komt klem te zitten tussen de wand en de twee koffers. Ik kijk hem verontschuldigend aan met een voorzichtige cynische glimlach.
De twee oude dames op de stoelen achter mij die het hele bedrijf van mijn toneelspel hebben gevolgd moeten hard lachen. De man voelt dat hij wordt uitgelachen. Zijn eer lijkt gekrengd en hij vertrekt in alle stilte naar een andere wagon. Ik zet de koffers op de plaats die nu vrij is gekomen en lach de twee dames vriendelijk toe. Een steekt met een brede glimlach een duim op als teken dat ik dat netjes heb opgelost.
Overstappen is niet gemakkelijk maar wanneer je er de tijd voor neemt valt het allemaal wel mee. Er is wel wat Engels op de richtingsborden, en de stickers op de vloer, van het metrostation maar het grootste gedeelte is toch nog in het Koreaans. In zo’n geval moet je slim zijn en wachten tot je een Koreaan ziet met een grote koffer die ongetwijfeld ook op weg is naar de luchthaven.
En zo geschied het ook. We volgen op korte afstand een Koreaanse vrouw met een koffer die net als onze verpakt is in een beschermhoes. Zelf volg ik de vrouw en op een kleine afstand volgt Lyka mij. We gaan op het station Seomyeon overstappen van de rode naar de groene lijn. Dat is geen hogere wiskunde! Alles loopt op de rolletjes van de koffers en nadat we opnieuw, en deze keer zonder problemen, onze koffers op de gereserveerde rolstoelplaats hebben gezet. Nu is het wachten tot we op station Sasang overstappen op de paarse lijn naar de Gimhae luchthaven van Busan.
Op de luchthaven gaan we door de open poortjes en we zijn beiden erg verbaasd. De hele rit met de metro en de trein heeft geen ₩ 7.200 gekost voor ons samen maar slechts de helft, ₩ 3.600! Dat kan maar een ding betekenen. Voor losse kaartjes betaal je het dubbele. Dus ons advies aan iedereen die in Korea arriveert, zoek zo snel als mogelijk een kleine winkel en koop voor iedereen zijn eigen T-Money kaart! Die kaart kun je overal in Korea voor het openbaar vervoer, soms ook in de taxi, en de kleine winkeltjes gebruiken.
We zijn ruim op tijd en dat is geen probleem. Onze vlucht naar Manilla vertrekt over vier en een half uur. Ik heb het al genoeg geschreven maar het blijft een de beste adviezen die ik een reiziger kan geven: ‘Het is veiliger om op de luchthaven te wachten dan op je hotelkamer!’ Je hebt dan alles zelf in hand!
We zoeken voor Lyka een zitplaats met een oog op onze volledige bagage zodat ik even op onderzoek uit kan. Binnen tien minuten ben ik weer terug en ik ben bekend met de situatie en weet ook waar we moeten inchecken voor onze vlucht naar Manilla.
We zijn klaar voor ons vertrek We hebben rust en Lyka kan genieten van een chocolademelk met slagroom. Daar heeft ze lang naar uitgekeken. Ze is opgewonden dat ze morgen eindelijk weer haar moeder in haar armen kan houden. Ik denk na over onze avonturen, belevenissen en ervaringen van de afgelopen vier weken in Korea. Het is een heerlijk land om te verblijven en te bereizen. We komen hier zeker weer terug!
Zuid-Korea heeft een belasting over de toegevoegde waarde (btw) die bekend staat als bugase. Het standaardtarief is 10%, dat wordt toegepast op de meeste goederen en diensten. In tegenstelling tot veel landen heeft Korea een vast tarief zonder verlaagde niveaus, hoewel sommige specifieke items (zoals onbewerkte landbouwproducten en medische diensten) volledig zijn vrijgesteld.
Ik kom tot de eenvoudige conclusie: De hoogte van de btw geeft aan wat de kwaliteit is van de regering van een land. Het verhogen van de btw is de eenvoudigste manier voor de overheid om hun geldhonger te stillen!
Dan zijn de bewoners van Hamasstan en de Verenigde Europese Emiraten veel slechter af. Klagen heeft geen enkele zin dus is het beste voor ons is om in de toekomst zo weinig mogelijk tijd door te brengen tussen de Middellandse Zee, de Atlantische Oceaan en de Oostzee.
We vliegen vandaag met Philippine Airlines, niet voor de eerste keer, maar keer is er iets vreemds na het boeken gebeurd. Ik weet 100% zeker dat ik tickets heb gekocht van Busan naar Manilla met drieëntwintig kilo bagage per persoon. Ergens tussen het boeken en het vliegen is de hoeveelheid bagage teruggebracht naar twintig kilo per persoon. Het is geen paniekmoment maar ik heb wel voor € 86,37 extra aan bagage gewicht moeten inkopen. Ik had er liever koud bier van gedronken.
Het inchecken gaat goed omdat we net onder het maximum gewicht van vijfentwintig kilo zitten. We worden gecontroleerd of we in het bezit zijn van geldige tickets om de Filipijnen weer binnen de gestelde visa termijn te verlaten. Geen probleem, die hebben we. We krijgen sowieso een visum voor een jaar omdat Lyka Filipijnse is van geboorte en ik haar wettige echtgenoot.
Dan gebeurt er wat vreemds en onverwachts. Iets dat ik nog maar weinig heb meegemaakt. Lyka en ik moeten samen met twee Filipijnse mannen apart gaan staan aan een andere incheckbalie.
Waarom?
Er komt een jonge medewerken met een colbert met het logo van Philippine Airlines op zijn borstzak die ons verteld dat we moeten wachten tot onze ingecheckte bagage is gecontroleerd en goedgekeurd.
We zijn alle vier verbaasd en bekijken elkaar aandachtig om te zien of er misschien overeenkomsten zijn waarom we apart worden gezet. Seconden en minuten verstrijken en na ruim een kwartier voor Jan met de korte achternaam hebben staan te wachten stap ik op dezelfde medewerker af die gebukt achter de balie zit. Hij schrikt van mijn verschijning en probeert snel zijn smartphone weg te moffelen waarmee hij zat te spelen.
‘Hoe lang moeten we nog wachten?’, vraag ik met een licht geïrriteerde stem. Zijn blik verraadt schaamte en angst.
‘Ehh, u staat nog te wachten?’, vraagt hij onderuitgezakt zonder dat hij zichzelf een houding kan geven.
‘Nee!’, zeg ik wat luider omdat ik zijn bloed ruik.
‘We staan nog met z’n vieren te wachten!’, terwijl ik met mijn vinger naar Lyka en onze twee medereizigers wijs.
Kan een Koreaan verkleuren door schaamte? Ik heb sowieso nooit de gele huidskleur in Aziaten kunnen ontdekken maar het lijkt er nu wel op dat zijn gezicht rood aanloopt.
Hij loopt door zijn mogelijkheden en zegt zachtjes: ‘Na vijf minuten wachten is alles goed en kunt u naar de immigratie.’
Zijn trouwe hondenogen maken me week en ik geef hem nog een laatste advies. Ik wijs naar zijn Samsung Galaxy S26 en zeg: ‘Beter niet tijdens het werk, na het werk is een beter idee!’
Hij knikt als een schuldige misdadiger in de rechtbank en steekt zijn duim naar mij op. Ik lach hem toe en wens hem een fijne avond.
De immigratie in Korea is, zoals gewoonlijk, zeer efficiënt. Binnen een kwartier zitten we bij de gate vanwaar onze vlucht om 21:00 zal vertrekken. Er zit een jonge Filipijnse vrouw op de stoelen die zijn gereserveerd voor de senioren, hulpbehoevenden en de zwangeren. Ik vraag haar beschaafd of ze plaats wil maken voor iemand die kwalificeert voor die groep. Ze kijkt mij minachtend aan en schuift een plaats op. Haar Louis Vuitton tas blijft op een van de gereserveerde stoelen staan. Ze is op een confrontatie uit die ze niet zal krijgen.
Lyka zit aan de andere kant van haar dus gaat onze conversatie veel luider dan gewoonlijk. Zodra ik zie dat ons gesprek de Louis Vuitton tas irriteert ga ik nog harder praten. Mijn gesprek in het Nederlands gaat nu over onzinnige onderwerpen zoals het wettelijke minimum gewicht voor een gehaktbal.
Ze zet geïrriteerd het geluid van haar mobiele telefoon harder. Nu hoor ik dat een van die onzinnige drie op een rij spelletjes voor hoog opgeleiden op haar telefoon zit te spelen. Ze blijft demonstratief zitten en geeft geen krimp. Een typisch voorbeeld van “Kijk mij eens!’ Een omhoog gevallen meisje uit een arm gezin op het platteland van de Filipijnen.
We moeten aan boord van de enige vlucht vanuit Busan naar Manilla. Dan kun je er vergif op innemen dat deze vlucht lang van tevoren elke dag is uitverkocht. Natuurlijk gebruik ik mijn bejaarde charmes om met voorrang aan boord van het vliegtuig te kunnen gaan.
Een medewerkster van Philippine Airlines wenkt mij zodra we in de rij moeten gaan staan om aan boord te gaan. Ik roep Lyka in het Engels dat we naast de rij voor de businessclass kunnen gaan staan. De Louis Vuitton tas staat ook op en volgt ons. Ik ben benieuwd wat er nu gaat gebeuren!
Eerst gaat er een Koreaanse man in een rolstoel aan boord, vergezeld door vijf begeleiders. Dan mogen de businessclass passagiers aan boord. Daarna mogen Lyka en ik tussen de businessclass passagiers aan boord. Ik hoor dat achter mij de Louis Vuitton tas wordt gestopt door de vriendelijke medewerkster van Philippine Airlines. Ze wordt gesommeerd om achteraan te sluiting in de rij voor de economyclass.
De Louis Vuitton tas protesteert in een niet mis te verstane toon. De Koreaanse medewerkster van Philippine Airlines veranderd ook haar toon en verteld de Louis Vuitton tas in niet mis te verstane woorden dat ze niet wordt toegelaten aan boord van het vliegtuig en dat ze achter in de nu veel langere rij voor de economyclass moet aansluiten. Er rest de Louis Vuitton tas niets anders dan in te binden en achter in de lange rij aan te sluiten.
Ik heb dit allemaal meegekregen zonder om te kijken, alleen op mijn gehoor en mijn gevoel. Een schunnig dure tas van een Frans modehuis geeft je geen privileges om eerder aan boord van een vliegtuig te gaan! Die extravagant dure tas wekt in een realistische wereld geen respect maar afkeer op.
Zeker twintig minuten later passeert de Louis Vuitton tas ons en als blikken konden doden had ik dit verhaal niet meer kunnen schrijven.
Mijn buurman is een Filipijnse zeeman die na negen maanden weer naar huis gaat. Hij heeft ruim twee maanden verlof en kijkt er naar uit om zijn kinderen en zijn vrouw weer te kunnen omarmen. Zien is tegenwoordig gemakkelijk omdat hij ze wekelijks met een video oproep kan zien. Snel internet midden op de oceaan is geen uitzondering meer. Wie had dat twintig jaar geleden kunnen indenken?
Kip met rijst Philippine Airlines De maaltijd wordt geserveerd en die valt mij eerlijk gezegd wat tegen. Wat gestoofde witte kool met gestoofde blokjes kip in een met tapioca gebonden saus zonder enige smaak. Het kleine bakje kimchi is nog het beste van deze maaltijd aan boord van vlucht PR463.
Ik maak nog een grapje met mijn buurman over de scheldnaam voor deze vlucht naar Manilla. De “Chocolate Express”! Omdat alle zeelui enorme hoeveelheden chocolade mee naar huis nemen. Dat is een ongeschreven Filipijnse regel.
Een hazenslaapje en het licht gaat aan in de cabine. We gaan landen en wij zijn op de helft. Het is net voor middernacht en we hebben nog een lange nacht voor ons voordat onze aansluitende vlucht vertrekt.

maandag 25 mei 2026

Zuid-Korea: De tombe van Koning Suro

Een kleurrijk dak

Busan (So Yu Hotel) 609), maandag 25 mei 2026

Na drie weken in Busan mag ik gerust stellen dat we de grootste en belangrijkste bezienswaardigheden wel hebben bezocht en gezien. Toch blijven er buiten Busan nog wel enige plaatsen over die misschien de moeite waard zijn om te bezoeken. Op de gratis kaart van het bureau voor toerisme van Busan heb ik gisteren “De tombe van Koning Suro” gevonden.
Er zijn veel toeristen die graag de toeristische Hop-on, Hop-off bussen in de wereldsteden berijden. In Busan is er de “Busan City Tour Bus”. De prijs voor een dag onbeperkt reizen op de vier verschillende gekleurde lijnen is voor ₩ 25.000 (€ 14,20) redelijk te noemen. Maar ik houd van rust en ruim de tijd te nemen voor de plaatsen die we bezoeken. Elke rit met een trein, een bus of een boot is voor ons al een avontuur op zich. Ik vindt het heerlijk om vanuit de bus de èchte stad aan ons voorbij te zien trekken.
Koreaans ontbijt De kant en klare sandwiches van de GS 25 doen het nog steeds goed en aangevuld met een gekookt ei is het een prima start van de dag. De linkse sandwich met 320 kcal kost € 1,60 en de wat gezondere met 204 kcal kost € 1,70. Dat is andere kost dan de frikandel broodjes met 475 kcal, en een blikje energiedrank met 110 kcal die de schoolgaande jeugd ’s morgens in de supermarkt als ontbijt kopen! Waarom is obesitas toch een probleem onder de jeugd bijna overal in de wereld?
Wij gaan vandaag met de bus op stap. We hebben geluk dat de rode lijn met het nummer 1004 rechtstreeks naar de buurt rijd waar de De tombe van Koning Suro zich bevind. De T-Money kaart doet haar werk zodra we in de bus stappen en we kunnen op de terminal direct zien hoeveel Koreaanse Won er nog op de kaart staat. Deze rit van ruim een uur en kwartier kost ₩ 2.100 (€ 1,20) per persoon enkele reis. Dan koop je toch geen auto?
We stappen uit de bus in een heel nieuwe wereld. Het lijkt zelfs wel een ander land! Wat is er aan de hand? De demografische ontwikkelingen in Zuid-Korea zijn hetzelfde als in de meeste Aziatische, en in een ver verleden voor de massa-immigratie van zogenaamde vluchtelingen, ook de Europese landen.
Alleen hebben ze in Korea Hindoe’s uit India, Boeddhisten uit Vietnam en Christenen uit de Filipijnen uitgenodigd om te komen helpen met het productiewerk om de economie te stimuleren. Aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, voor beide partijen en het ontbreken van het recht om je voorgoed in Korea te mogen vestigen, maken dat het overgrote deel van de inval-arbeiders na een (langere) periode van gemotiveerd werken weer naar het land van herkomst terug gaan.
De goedgevulde portemonnee/bankrekening die ze mee naar huis nemen geeft ze een enorme voorsprong bij een nieuwe start op hun geboortegrond.
Geen werk, geen geld en snel terug naar huis werkt motiverend wanneer je de regels streng handhaaft en geen wachtlijsten opstelt. Een wachtlijst is altijd racistisch omdat er personen worden voorgetrokken!
We zien winkeltjes vol met producten uit de thuislanden van de inval-arbeiders, dat vind ik een prettiger en eerlijker woord dan gastarbeiders, zoals Vietnam, Sri Lanka en natuurlijk ook de Filipijnen. Waarom gaan deze mensen haast allemaal weer naar huis en blijven bijna alle Islamieten opgesloten in sociale huurwoningen met riante uitkeringen in Europa hangen? Er moet toch een bolleboos in Den Haag zijn die het probleem ziet en wil oplossen? Over enkele jaren heeft elk Nederlands gezin dat werkt twee of drie gasten aan tafel die komen mee eten uit de ruif.
Noem een Islamitisch land met een bloeiende economie die niet gebouwd is op de fundering van de verkoop van fossiele brandstoffen aan de energie hongerige wereld? Denk daar maar eens over na?
Nu gaan er in Korea en Japan ook steeds meer stemmen op om de inval-arbeiders, en met name de Islamieten, uit de samenleving te verbannen. Een kleine groep mensen met een tijdelijk visum zijn altijd nadrukkelijk in het straatbeeld aanwezig.
Het behoud van de eigen identiteit en cultuur wordt voor de gewone man en vrouw in de straat belangrijker dan een robuuste economie. Dan maar wat minder maar ik wil mij wel veilig en thuis voelen in mijn eigen land!
Een eenvoudige rekensom: Er komen 50.000 islamieten per jaar een soeverein land binnen. Hoeveel islamieten passen er in een moskee? 500? Dan moeten er jaarlijks 100 moskeeën bij worden gebouwd of bestaan worden uitgebreid. Dat zijn 1.000 moskeeën voor de stroom nieuwe Medelanders elke tien jaar.
Vandaag de dag staan er nog ruim 7.100 kerkgebouwen in Nederland. Hiervan zijn er ongeveer 4.400 tot 5.300 nog in gebruik voor religieuze diensten.
Gate of Royal Tomb of King Suro Terug naar het smerige Nationalisme en Patriottisme, volgens PRO en D’66, van de ontwikkelde landen in Azië. Vandaag bezoeken we de Graftombe van Koning Suro. Ik had er ook nooit van gehoord dus heb ik het met AI overstroomde internet geraadpleegd. Je wil niet weten hoeveel drinkwater en elektriciteit er dagelijks aan die flauwekul wordt verspild.

De schepping mythe van Geumgwan Gaya is een mythe over koning Gim Suro, de stamvader van Geumgwan Gaya en de stamvader van de Gimhae Kim-clan. Dit verhaal is geschreven in The Garak Gukgi (가락국기) van de "Samguk Yusa" Volume 2. Dit verhaal vertelt dat de zes eieren in jongens veranderden en dat ze oprichters werden van elk land van de Gaya-confederatie.

Dit verhaal gaat terug naar het jaar 42 AD. Mag ik dan stellen dat die hooghartige Europeanen in die tijd voor het grootste deel nog onder plaggen en dierenhuiden sliepen. Alleen de Romeinen probeerden enige beschaving over Europa te verspreidden. Ondertussen komen er (ongecontroleerde) berichten uit de “United Woke States” dat de Cherokee Indianen lang voordat Columbus al Islamitisch waren doordat zeelui uit Palestina Noord-Amerika hadden bekeerd. 1984 weer een stap dichterbij.
Hongsalmun naar de tombe van Koning SuroDe heilige schilpad De bezienswaardigheid is op het eerste gezicht een mooi park waar de Tombe van Koning Suro zich bevindt. We volgen de pijlen naar de ingang van het heiligdom dat natuurlijk gratis is te betreden. Een historische plaats als deze is het eigendom en de erfenis van de bevolking van Korea. Toegang betalen voor je eigendom en je erfenis is voor mij hetzelfde als toegang moeten betalen voor je eigen woning wanneer je ’s avonds na een dag hard werken thuiskomt.
De Hongsalmun, de rode poort met de staken, is karakteristiek voor Korea maar overal in ver verre oosten heb je poorten, soms in steen maar vaak in rood geschilderd hout, bij heiligdommen om boze geesten af te wenden. Rood is de kleur die geesten en demonen niet mogen en bij vandaan blijven.
Schildpadden worden in Azië, met name in China en andere regio's die de taoïstische filosofie volgen, geëerd vanwege hun symboliek voor wijsheid, een lang leven, stabiliteit en het universum.
In de Feng Shui-leer staat het harde schild van de schildpad voor ultieme bescherming tegen negatieve energie. Het dier is een van de vier 'hemelse wezens' (naast de draak, feniks en tijger) en vertegenwoordigt de windrichting noorden.
Poort bij De tombe van Koning Suro De poort naar de grafheuvel waaronder zich hoogstwaarschijnlijk de tombe bevindt is een fraai staaltje Aziatische architectuur. Vanzelfsprekend in het geest afwerende rood geschilderd. De hoogte van het platform Laat zien hoe klein de Koreaanse volkeren bijna tweeduizend jaar geleden waren.
Een review van een Amerikaan over deze bijzondere plaats staat mij nog bij. Ik weet niet waar ik het heb gelezen maar hij vond het:
“Een berg aarde zonder enige betekenis!”
Amerikanen, ze blijven een vreemd volk. De laatste vier presidenten hebben het land tot op het bot verdeelt. Enkele van mijn oude vrienden laten niets meer van zich horen omdat ik andere politieke ideeën heb dan zij. Ik pas niet in hun hokje of onder hun koepel.
‘Maak vrienden met gelijkdenkenden en je hebt het altijd bij het rechte eind. Een gesprek met een anders denkende is ongemakkelijk wanneer je de juiste argumenten niet kan vinden!’
Daarin schuilt het grote gevaar voor de toekomst van de samenlevingen op onze aarde. Er zijn religieuze spanningen en racistische spanningen. En juist daar schuilt het gevaar, zij willen niet samenleven met anders denkende of anders gekleurden.
Wanneer die twee samenkomen in een donkere Islamitische Afrikaan heb je het recept voor haat, blinde haat! Ik ben echt bang voor de toekomst van Europa, de stroom van de “donkere haat” Boko Haram wordt door de leiders in Europa met open armen ontvangen. Staan onze vertegenwoordigers ècht te popelen om Europa onder te laten gaan?
Genoeg angst en politiek! Terug naar Korea.
Historische stenen grafmonumenten - De tombe van Koning SuroAchtzijdige lotussteen (octagonal lotus stone) gelegen aan het begin van de koninklijke tombe van koning Suro De drie historische grafmonumenten en de acht bladerige voetstuk van een lotusbloem raken mij diep in mijn ziel. Dit is echte kunst gemaakt door steenhouders met respect voor hun leiders en hun filosofie over het tijdelijke leven op deze kleine planeet.
Historische stenen grafmonument - De tombe van Koning SuroKleurrijk dak Dit eeuwenoude timmerwerk, gebouwen in elkaar gezet zonder spijkers en schroeven, inspireert mij immens. Denk eens aan het monnikenwerk van het schilderen van de patronen en de draken? Heel af en toe, wanneer je gelukt hebt, zie je de schilders zelf aan het werk tijdens het conserveren van deze houten gebouwen.
Koreaanse Hanok De “Hanok” is het traditionele Koreaanse huis. Hanok hebben hun oorsprong in pithuizen uit de vroege Neolithicumperiode rond 6.000 v.Chr., en de traditionele vorm van Hanok werd voltooid in de late Joseon-periode.
Koreaanse architectuur overweegt de positionering van het huis in relatie tot de omgeving, met aandacht voor het land en de seizoenen. Het interieur van het huis is ook dienovereenkomstig gepland. Dit principe wordt baesanimsu genoemd (배산임수; 背山臨水), wat betekent dat het ideale huis is gebouwd met een berg aan de achterkant en een rivier aan de voorkant.
Ik blijf wat langer naar de kleine huisjes kijken dan Lyka kan begrijpen. Ik vraag me af of ik in zo’n eenvoudig huisje tot aan mijn dood zou kunnen wonen. Ik denk van wel. Zolang ik maar internet heb en de vloerverwarming werkt.
De vloerverwarming in deze oude eenvoudige huisjes werkt op brandhout dat je zelf in de bossen op de hellingen om je heen sprokkelt. Je blijft er gezond bij en je bent niet afhankelijk van een groep bebaarde idioten die sinds 1973 regelmatig de hele wereld gijzelt.
De hete verbrandingsgassen verlaten via een ingenieus schoorsteensysteem, dat onder de gehele stenen vloer van het huis loopt, de brandplaats. Met een verbazingwekkend hoog rendement. Je begint pas belastingvrij te stoken wanneer je het koud krijgt. Mooier kan het toch niet?
De tombe van Koning Suro onder de grafheuvel We mogen de poort niet betreden of passeren. Van over de muur bekijken we het heilige grafveld met slechts een koningsgraf vergezeld door granieten dienaars en heilige dieren. Eenvoudigheid kan ook complex zijn!
Het altaar voor Koning SuroHet altaar voor Koning Suro Er is op het terrein een kleine kapel ingericht voor Koning Suro en zijn vrouw. We ontdekken dit pas nadat Lyka een paar minuten in schaduw heeft zitten rusten. het is een opvallend klein gebouw voor een groot vorst die veel volken in de vallei langs de Nakdong Rivier verenigde.
Bijgebouwen bij De tombe van Koning Suro De andere gebouwen op het enorme heilige terrein rond de tombe zijn niet minder belangrijk of ontbreken aan schoonheid. Er is een school met verschillende klaslokalen waar de leer van de Boeddha werd onderwezen en zijn verlichtte uitspraken geïnterpreteerd, en over gediscuteerd en gefilosofeerd, werden.
Bijgebouwen bij De tombe van Koning SuroStenen lantaarnVogels en bloemen Elk minuscuul onderdeel van elk bouwwerk op deze heilige plaats heeft zijn betekenis en zijn bijzondere plaats in het geheel. Als een klein tandwiel in een polshorloge. Ontbreekt het tandwiel dan staat het horloge stil.
Het ratelt in mijn onderbroek!
Lyka kijkt mij aan en we zeggen in koor: ‘Old Building!’
Het is een grap die heel lang geleden in Indonesië is ontstaan toen ik een ratelende scheet in een oude tempel vrij liet.
Een kleurrijk dakPoort bij De tombe van Koning SuroKoreaanse HanokIn het park Achter de tombe ligt nog een groot park waar het ongetwijfeld goed vertoeven is op een mooie zondag. Voor deze twee wereldreizigers is het op een doodnormale doordeweekse maandagmiddag gewoon een park vol met bomen, grindpaden en grasvelden.
Bijgebouw bij De tombe van Koning SuroBijgebouwen bij De tombe van Koning SuroDe vijver bij de De tombe van Koning Suro Op weg naar de uitgang realiseer ik me dat er ook nog een vijver in een hoek van het complex, bijna naast de uitgang, ligt. Nadat we allebei gebruik hebben gemaakt van de brandschone gratis openbare toilet bezoeken we de kleine vijver met een zachtjes spuitende fontein. Ik had Koi karpers, of minstens schildpadden verwacht, maar helaas is er weinig leven in het door de algen groen gekleurde water te zien.
Gujibong-piek in Gimhae Wat wel opvalt is een kleine compositie van granieten beelden die ongetwijfeld belangrijk is voor de legende die bij de Tombe van Koning Suro hoort. Ik neem de foto met de twee schildpadden die, wat het lijkt, een stapel eieren te bewaken.
Later vind ik het verhaal achter de eieren op het internet: De stenen eieren op het altaar symboliseren de zes gouden eieren die uit de hemel neerdaalden, waaruit de koning Suro, en de vijf andere Koreaanse koningen, aan het begin van de Koreaanse glorietijd werden geboren.

Volgens een legende geschreven in de Samguk yusa in de 13e eeuw, daalden zes eieren uit de hemel in het jaar 42 na Christus met een boodschap dat ze koningen zouden zijn. Zes jongens werden geboren en volwassen binnen 12 dagen. Een van hen, genaamd Suro, werd de koning van Geumgwan Gaya, en de andere vijf stichtten de resterende vijf Gaya's: Daegaya, Seongsan Gaya, Ara Gaya, Goryeong Gaya en Sogaya.

Om de hoek van de Tombe zijn er nog twee bezienswaardigheden. Daar zijn we snel klaar mee want de eerste is gesloten wegens een renovatie en de tweede is niets anders dan een hoop zwerfstenen op een kleine heuvel. Het mag dan duizenden jaren oud zijn maar er is geen mensenhand aan te pas gekomen.
Een echt Koreaans restaurant De klok van een uur zijn we al gepasseerd dus wordt het de hoogste tijd voor de lunch. We zijn op weg naar de heuvel langs een restaurant gewandeld dat bijna helemaal vol zat met Koreanen. Dan kan het niet slecht, of te duur, zijn! Alleen het interieur van het restaurant laat ons voelen dat we in een modern Koreaans drama figureren.
We wachten op een begrijpelijke menukaart die maar niet komt! Wat nu? Geen enkel probleem! Bijna alle gerechten die voor de hongerige gasten staan lijken op elkaar. Het kan geen toeval zijn dat ze ook op het gerecht op het reclamedoek buiten voor het restaurant lijken.
Ik wenk de serveerster of ze even naar buiten wil komen. Vanuit de deuropening wijs ik naar het reclamedoek en steek twee vingers op. Ze beantwoordt mij door twee vingers op te steken en vriendelijk te knikken en te glimlachen. Een ongemakkelijke situatie voor haar is opgelost en de man achter de kassa is ook zichtbaar opgelucht. Ik mag aannemen dat ze hier niet vaak toeristen zien.
Kimchi and pork stewKimchi and pork stew De in kimchi gestoofde varkensribben zijn om te zuigen. De eenvoud van het authentieke stoofgerecht maakt het gerecht extra lekker, de huisgemaakte banchan vullen het gerecht prima aan. Voor ₩ 26.000 (€ 14,75) hebben we een echte Koreaanse stoofpot tussen de Koreanen zitten eten. Dit zijn de ervaringen waar we voor op reis zijn!
Straat kunstMoeders met hun kinderen Kunst, geen vandalistische graffiti, vindt je overal langs de straat in Korea. Deze twee kunstwerken vond ik bijzonder genoeg om ze te vereeuwigen en te publiceren in mijn weblog.
Het is verbazingwekkend hoe een ogenschijnlijk bezoek aan een eenvoudige bezienswaardigheid buiten Busan kan leiden tot een stortvloed van indrukken en foto’s!
Morgen weer slecht weer? De voorspelling is in ieder geval niet goed!
Copyright/Disclaimer