vrijdag 13 februari 2026

Myanmar: Gefeliciteerd met je verjaardag

De Shwedagon Pagode

Yangon (Motherland Inn 2), zondag 21 januari 2001

‘Gefeliciteerd met je verjaardag Jielus!’

Ik wordt alleen wakker op een smal eenpersoonsbed met een dun matras in een klein raamloos hokje achter de “Chana Songkhram" tempel in Bangkok. Twee Fransen bleven de hele nacht opgewonden ouwehoeren. Ik heb erg slecht geslapen en voel me een beetje depressief.
Het leukste waar ik mijn verjaardag mee kan beginnen is het cadeautje openen dat ik van Tadam heb meegekregen. Ik moest haar voor mijn vertrek uit Pattaya met de hand op mijn hart plechtig beloven dat ik het niet eerder dan vandaag zou openen. In de geschenkverpakking vindt ik een Engels/Thais woordenboekje en een kleine zakagenda. Heel attent van haar want beide zal ik zeker dagelijks gebruiken.
In het restaurant van het “Merry V Guesthouse” is het al aardig druk wanneer ik rond acht uur de trap af kom. Ik bestel deze ochtend een omelet als variatie van de gebakken eieren. Twee knakworstjes, twee dunne sneetjes geroosterd witbrood en een beker Nescafé oploskoffie maken mijn ontbijt compleet.
Zodra er een plaatsje vrijkomt achter een computer in het aquarium, zoals wij het glazen hok noemen waar de internet computers staan in het “Merry V Guesthouse”, bekijk ik mijn email en helaas is er geen bericht van mijn broer Ger. Dat vindt ik echt heel jammer want ik weet graag wat er aan het thuisfront allemaal afspeelt. De onwetendheid knaagt aan je innerlijke rust. Het maakt je onrustig in je onderbewustzijn en dat is geen fijn gevoel.
Het Deense meisje is in geen heinde of verte te bekennen en is ook niet op tijd voor onze afspraak. We zouden samen naar de “Don Muang International Airport” gaan. Misschien heeft ze andere mensen ontmoet en heeft ze ervoor gekozen om met hun naar de luchthaven te reizen. Bangkok mag dan een enorme stad zijn maar het reiswereldje rond Khao San Road blijft klein.
Na lang rondvragen, en een diepgaand onderzoek, hebben Kristoff en ik een van de grootste geheimen van Bangkok ontrafeld. Er vertrekken tientallen minibusjes per uur voor 100 baht per persoon vanaf Banglamphu naar de Internationale luchthaven van Bangkok. Kris en ik hebben ons er vaak over verbaasd hoe gewillig de zuinige rugzakartiesten zich naar de dure minibusjes laten voeren. Het moet toch een wonder zijn wanneer er niet een gewone stadsbus van de “Bangkok Mass Transit Authority” langs de luchthaven rijd?
Informeren als “Farang”, of Falang, naar een stadsbus richting de “Don Muang International Airport” is vloeken in de kerk en een hele keten in de toeristenindustrie van vervoer ondermijnen. Er worden gewoon teveel monden gevoed met de stapels rode biljetten van 100 baht die de toeristen neerleggen voor een enkele reis in een overvolle minibus met alle bagage vastgesjord op een krakkemikkige imperiaal op het dak.
Kris en ik hebben enkele maanden geleden onverwacht de code gekraakt en het geheim ontrafeld! We hebben via een slinkse omweg ontdekt dat we voor 12 baht met bus 59 van “Ratchadamnoen Avenue” naar de “Don Muang International Airport” kunnen reizen. Farang die aan boord gaan van bus 59 doet menigeen chauffeur en passagier de wenkbrauwen omhoog gaan.
Ik zoek een plaatsje in de bus waar ik mijn rugzak voor me op de vloer van de bus kan zetten en geniet met volle teugen van het schouwspel dat zich door de open omhoog gezette ramen voor me afspeelt. Wat ben ik en enkele jaren van Bangkok gaan houden, ze verrast me elke dag weer opnieuw.
In minder dan 75 minuten sta ik langs de snelweg met aan de overkant de “Don Muang International Airport”. Een betonnen brug voor voetgangers is de enige hindernis die ik nog moet nemen. De eerste etappe van mijn reis naar Birma, tegenwoordig Myanmar genoemd, is goed verlopen. Ik heb voldoende tijd over om het vliegtuig te halen.
Instapkaart naar YangonDeparture Tax Thailand
Het inchecken voor vlucht BG61 van “Biman Bangladesh Airlines” gaat voorspoedig en gelukkig mag mijn kleine rugzak mee de cabine in. Biman Bangladesh Airlines is goedkoop en het is maar een uurtje vliegen. De luchtvaartmaatschappij heeft niet de beste reputatie maar ze vliegen ook op Europa en dan moet je aan strenge veiligheidseisen voldoen. Goedkoop was deze keer mijn gids en volgens Narin van het kleine reisbureau naast de tempel hoefde ik mij geen zorgen te maken.
Ik mag 30 kilo bagage meenemen maar daar kom ik lang niet aan. De afgelopen twee jaar is mijn bagage alleen maar minder geworden. In mij grote rugzak zit weinig van waarde en zeker niets dat breekbaar is. Nog even een kaartje van 500 baht voor de vertrekbelasting kopen en we kunnen verder naar de immigratiedienst.
Bij de pier, net voor het instappen, wordt ik herenigd met de Deense die nergens te vinden was. Ze is met een groep andere Denen in een minibus naar de luchthaven gekomen. Ik maak er verder geen woorden aan vuil want medereizigers zijn over het algemeen niet zo betrouwbaar. Ze heeft ook nog een andere Deen ontmoet die net als wij naar Yangon vliegt. Het delen van de kosten, hoe klein die ook mogen zijn, is een van de belangrijkste drijfveren voor veel rugzakartiesten die met een streng dagelijks budget op reis zijn.
FEC Myanmar frontFEC Myanmar back Eenmaal op de luchthaven van Yangon gaat het allemaal veel eenvoudiger dan dat ik de afgelopen dagen heb gelezen op het internet. De immigratieambtenaar bekijkt je van top tot teen, kijkt naar je visum in je paspoort en laat een rode stempel met een harde klap neerkomen in je paspoort. Met een streng gezicht als de hoofdmeester op de lagere school wijst hij je naar het loket waar je onmogelijk aan kan ontsnappen om de eerste keiharde originele 200 Amerikaanse Dollars om te wisselen voor 200 Foreign Exchange Certificates. Het is een verplichting voor alle toeristen die Myanmar bezoeken om de generaals van de militaire dictatuur in het zadel te houden.
De FEC biljetten voelen aan als goedkoop papier en lijken nog het meest op het monopolygeld van het bekende bordspel. Volgens de autoriteiten is de wisselkoers veel slechter dan de Birmezen er voor geven. De zwarte markt voor deze FEC’s en Amerikaanse Dollars is immens groot! En het koersverlies wordt op de zwarte markt weer ruimschoots goedgemaakt.

In 1993 begon Myanmar valutacertificaten (FEC) uit te geven, luidende in Amerikaanse dollars in coupures van $ 1, $ 5, $ 10 en $ 20. Deze werden uitgewisseld op een pariteitsverhouding met en werden apart gewaardeerd van de reguliere kyat. Het omzetten van vreemde valuta in kyats werd illegaal gemaakt omdat de wisselkoersen kunstmatig hoog werden vastgesteld. Gedurende een groot deel van deze periode kwamen twee waarderingen van de Myanmar-kyat naar voren; het officiële tarief dat gemiddeld rond de Ks. 6/- = US$1, en de zwarte marktrente die gemiddeld tientallen keren hoger was. Buitenlandse bezoekers van Myanmar konden alleen valuta verhandelen in FEC's of konden alleen kyats verkrijgen tegen de kunstmatig hoge officiële tarieven. Illegale geldwisselaars moesten vaak worden gezocht om valuta te wisselen.

De nieuwe medereiziger had een prima idee om voor 2 Dollar per persoon een taxi van de luchthaven naar het gereserveerde “Motherland Inn (2) Guesthouse” te nemen. Een geweldige ontvangst en we krijgen meteen een kamer toebedeelt. Zodra de minibus met een groep medepassagiers van onze vlucht arriveert realiseren we ons dat de taxi onbedoeld een veel betere keuze was. Wij hebben zeker de betere kamers toegewezen gekregen. Wie het eerst komt wie het eerst maalt! Ook in Myanmar.
Inschrijving Mother Land Inn (2) Tijdens het invullen van de stapel benodigde formulieren om in Birma te mogen overnachten kijkt een van de Denen mee in mijn paspoort en merkt mijn geboortedag op.
Niet veel later klinkt het: ‘Happy Birthday to you!’, terwijl we genieten van onze eerste ijskoude biertjes in Myanmar.
Nog een biertje verder spreken we met elkaar af om onszelf wat op te frissen en met elkaar te gaan eten in een bij de backpackers bekend restaurant. Onderweg naar het restaurant kan ik mijn ogen niet geloven. Ik passeer mooie kleine gracieuze mensen gehuld in sierlijke kleurrijke sarongs.
Eenvoudig straatvoedsel en thee verkopers op het trottoir langs de met militairen gevulde straten. Kleine plastic tafeltjes feestelijk verlicht door kaarsjes omringt door kleine plastic krukjes en stoeltjes.
Vriendelijke glimlachende gezichten in een zachte duisternis besmeert met een karakteristieke lichte crème op hun wangen. Prijslijsten met het Birmese schrift hangen aan de muur. Het schrift bestaat uit aan elkaar geregen ringen met hier en daar een uitsteeksel. Een tafereel dat ik nog nooit heb gezien.
Met reisgenoten aan tafel De Denen hebben in de korte tijd tijdens het opfrissen nog een Amerikaan opgepikt voor de avondmaaltijd. Het bekende backpackers restaurant blijkt het Indiase “New Delhi Restaurant”. Ik laat me rustig meedrijven met de stroom reisgenoten omdat er onderweg altijd wat te leren is.
Iedereen aan tafel gaat voor een thali, een groot roestvast stalen bord met een berg rijst en een handvol bijgerechten. Het is nieuw en avontuurlijk voor mij. Je hoort de thali met je hand te eten maar gelukkig kiest iedereen bij ons aan tafel voor het bestek. Het smaakt mij in ieder geval uitstekend.
De onvermijdelijke tocht naar het toilet in het Indiase restaurant is als een ontdekkingsreis. Ik sluip door bogen in dikke bakstenen muren als in een middeleeuwse kerker. Langs potten en pannen, schoon en vuil, die tot aan het plafond zijn opgestapeld. Door een menigte van kokende en afwassende besnorde mannen baan ik me een weg naar een hoek achter in de keuken naar het toilet dat menig toerist direct zou laten omkeren.
Mijn herinneringen over de toiletten in China schuiven een plaatsje naar beneden op de lijst van “slechtste toiletten in de wereld” in mijn geheugen. Wij zijn moderne avonturiers en ontdekkingsreizigers! Het kan ons niet deren, wat moet, dat moet!
De Indiase maaltijd heeft prima gesmaakt en de hoeveelheid voedsel was voor mij ruim voldoende. Voor twee FEC hebben we zeker geen recht van klagen. Zodra we naar buiten stappen worden we overvallen door de stilte. Het is nog vroeg in de avond maar de straten van de miljoenenhoofdstad Yangon, vroeger Rangoon genaamd, zijn griezelig verlaten. Er ligt een onzichtbare deken van angst vermengd met gehoorzaamheid over de stad.
De Shwedagon Pagode Er is ook een voordeel! Voor het eerst zie ik de “Swedagon” pagode. Het is een vreemd gezicht. De stilte op straat om mij heen, de schoonheid van de religieuze architectuur, decadente westerse reclame in een land vol arme onderdrukte inwoners en vier toeristen op zoek naar een restaurant waar we het glas nog een keer kunnen heffen op mijn verjaardag.
De band in het Jimmy Foo Restaurant De Amerikaan heeft onderweg ergens gehoord dat het restaurant van Jimmy Foo, een Singaporees, een bekende plaats is waar veel toeristen komen voor het ijskoude bier en de live muziek. We hadden geen betere plaats kunnen bedenken om een einde aan mijn verjaardag te maken! Het wordt wat later dan gepland maar ik kan terugkijken naar een mooie dag. Het was niet mijn eerste verjaardag buiten Nederland maar wel de beste tot nu toe.

dinsdag 13 januari 2026

Indonesië: Déjà vu

Wachten op de aansluiting

Surakarta (Solo) (The Sunan Hotel (522), donderdag 23 juni 2011

Ongeveer drie jaar en een maand geleden deed ik deze treinreis met mijn vriend Tettje van Malsen. Tijdens het ontbijt spit ik diep in mijn geheugen om de herinneringen van deze treinreis weer naar boven te halen. En ik kan ze echt niet vinden! Ik heb zoveel gezien en zoveel meegemaakt in de laatste drie jaar dat ik soms niet eens meer weet waar ik een maand geleden was. Maar ik zie dit wel als een luxe en als een voorrecht.
Oude Javaan De Nasi Goreng is het ontbijt dat ik nog maar één keer bestel en Lyka besluit deze keer ook voor de klassieke Indonesische gebakken rijst te gaan. Tijdens het wachten schiet ik dit mooie plaatje van een oude Javaanse ober die overigens nog opvallend fit is voor zijn leeftijd.
Nasi Goreng als ontbijt De Nasi Goreng is de enige brandstof die we voor ons vertrek tot ons nemen, althans tot Kertosono, want we zijn te lui geweest om gisteren de hotelkamer nog te verlaten en wat inkopen voor onderweg te doen.
Haren in de wind
Eenmaal op het treinstation van Blitar, met de kaartjes in de hand, Rp. 4000 (€ 0,32) per persoon, komen de herinneringen langzaam met horten en stoten weer bij me terug. Ik zie de zaken weer die ik me kan herinneren, op de foto te hebben gezet, en de probleemloze reis naar Solo, ook wel bekend als "Surakarta".
Het is drukker in de trein dan ik me kan herinneren. Ik zoek net als de vorige keer maar een plaatsje in de deuropening. Een koele wind door mijn haren. Wat kan reizen toch mooi zijn!
Wachten op de aansluitingWachten op de aansluiting We arriveren drie kwartier te laat in Banaran, maar de aansluitende trein gaan we gelukkig niet missen! Ik moet wel opnieuw kaartjes kopen voor de reis van “Stesen Kerata Api Kertosono” naar Solo en ze zijn in drie jaar wel Rp. 1000 duurder geworden. Maar Rp. 29.000 (€ 2,34) is natuurlijk nog steeds een koopje voor een treinreis van ruim 140 kilometer.
Druk in de trein De “Brantas” is natuurlijk ook te laat, maar niet zo laat dat het me zorgen baart. Eenmaal aan boord van de trein lossen mijn herinneringen in mijn hoofd weer op, want deze drukte kan ik me echt niet herinneren. De trein is zo vol dat we moeten staan. Aan boord komen van een treinwagon was al een kunst op zich; de deuren konden niet meer open omdat de trein gewoonweg overvol was.
Spelen met de buren Gelukkig vinden we twee zitplaatsen bij een gezin dat onderweg naar Jakarta is. Die moeten dus nog meer dan zestien uur in deze overvolle trein zitten, waar het ook al een onmogelijke opgave is om naar het toilet te gaan.
Niets te doen Na een half uurtje schudden in het treinstel komt een oud echtpaar aan boord en die hebben dus echt reserveringen voor onze stoelen. Dat wordt dus de rest van de reis staan! Een eindeloze optocht van water- en voedselverkopers maakt het staan in het gangpad tot een ware hel. Elke twee minuten moet ik me weer als een kip aan het spit omdraaien om de verkopers langs te laten. Gelukkig schikt het gezin wat in, zodat Lyka nog een randje van de bank heeft om op te zitten.
De tijd kruipt net zo langzaam als het groene landschap van Java aan ons voorbij. In het pikkedonker arriveren we op het “Solo Jebres Station”. En hier komen de herinneringen weer boven. Ik herinner me de weg. Ook herinner ik me welke taxi’s en becak’s te vermijden. Net om de hoek van het treinstation vinden we een “becak” die ons voor de redelijke prijs van Rp. 30.000 naar het hotel wil brengen. Het was zo’n lange en zware tocht dat ik de uitgeputte fietser maar Rp. 5000 fooi heb gegeven.
Het hotel is aan de buitenkant nog indrukwekkender dan op de website. We worden door tientallen ogen nagekeken wanneer we de lobby betreden. Twee rugzakartiesten in dit luxe hotel?
‘Kijk maar! De creditcard is hier de baas!’, denk ik bij mezelf.
The Sunan HotelThe Sunan Hotel Het inchecken is geen probleem en binnen tien minuten staan we in onze kamer. Een mooie luxe kamer voor de komende vijf nachten.
We zijn zo moe dat we in onze rugzakken naar de laatste restjes voedsel zoeken. Een stuk chocolade en een kartonnen beker instant noedels moeten we delen. Morgen gaan we eerst eens lekker uitgebreid aan het buffet ontbijten.
De afgelopen dag was een lange Déjà vu.

zondag 11 januari 2026

Thailand: Er bestaat een naam voor, “Dromomanie”!

Wachten op de aansluiting

Pattaya (Boxing Roo (7), zondag 8 juli 2012

Ik heb me de afgelopen jaren heel vaak afgevraagd of ik misschien een afwijking heb of misschien wel compleet gek ben.
‘Welk normaal mens heeft er nu zin in om zes maanden of langer per jaar van huis te zijn en bijna altijd tussen vreemden te zitten?’
‘Wat is het plezier in een late aankomst in een onbekende donkere stad om een slaapplaats in een slaapzaal met acht andere vermoeide of dronken medereizigers te zoeken?’
Ik moet jullie het antwoord helaas verschuldigd blijven. Maar er zijn ook nog steeds grote groepen mensen, jong en oud, die hun hele vertrouwelijke hebben en houwen opgeven voor een onbekende toekomst op de weg.
Als ik dan weer eens een nieuwe reizigers uit Nederland in den verre ontmoet, zoals onlangs Kenneth en Paul, dan zie ik in hun ogen ook het plezier dat ik ook nog steeds ervaar in nieuwe werelddelen, nieuwe plaatsen te ontdekken, nieuwe mensen te ontmoeten en nieuwe vrienden te maken.
Wat ons wel onderscheidt is dat we geen toeristen willen worden genoemd!
‘Wij zijn reizigers!’, is de verklaring die wij zelf graag nadrukkelijk aan de toeristen geven.
Wij zijn namelijk heel anders dan de enorme hordes mensen die elk jaar aan de Costa’s, of andere zonovergoten badplaatsen, met rood verbrande lichamen de laatste resten “Cuba Libre’s”, Heineken biertjes, tomatensoep en frikadellen tot aan de middag op bed in hun hotelkamer liggen te verteren.
Wij staan bijna altijd vroeg op en blijven bij voorkeur niet langer dan een paar dagen op dezelfde plaats hangen. Alhoewel! Dat laatste moet ik meteen tegenspreken want volgens de “wet van zeven”, zeven dagen op dezelfde plaats, en in dit geval na zeven weken op reis slaat de vermoeidheid toe en gaan we een paar weken in winterslaap zoals Kris en ik dat vroeger noemden. Gewoon een week of twee op de zelfde plaats blijven hangen en de tijd vullen met slapen, eten en filosoferen. (Lees lekker eten, veel bier drinken en plannen maken voor het vervolg van je reis.)
Rusten met Kris
1999 - Met Kristof in China

Wij bezoeken natuurlijk ook de bekende toeristische trekpleisters maar de kleinere alledaagse zaken zijn veel belangrijker. Die verkoopster van haar eigen verbouwde groenten op de markt om zes uur in de ochtend. Die fietsende kleermaker die met een naaimachine achterop de fiets van dorp naar dorp trekt om de kleding te repareren. Een lunch in een klein restaurantje of straattentje.
Sambal bij?
2008 - Nasi als ontbijt op Bali (Indonesië)

Tijdens het lezen van “Familieziek”, Adriaan van Dis, vond ik een verklaring en een woord voor onze afwijking: “Poriomanie” oftewel “Dromomanie” in beter Nederlands.

Een citaat uit een tijdschrift over reizen:

Het klinkt bizar, maar het bestaat echt: de reisziekte. “Dromomanie” wordt ook wel omschreven als de psychologische, oncontroleerbare drang om te zwerven. Mensen die dit label opgeplakt krijgen, hebben over het algemeen een sterke drang om constant te reizen en nieuwe plekken te ervaren. Dit gaat meestal ten koste van hun werk, gezinsleven én sociale leven. Mensen met Dromomanie wijken spontaan af van hun routines, reizen lange afstanden, switchen veel tussen verschillende beroepen en nemen zelfs een andere identiteit aan. De naam stamt af van het Griekse dromos (rennen) en manie (waanzin).

De eerste bekende diagnose:

In de negentiende eeuw kreeg de Fransman Albert Dadas als eerste deze diagnose toegekend. In 1826 werkte hij als 26-jarige jongeman in een fabriek bij Bordeaux. Misschien zat er iets in de wijn, maar op een dag kwam hij niet meer opdagen op zijn werk. Niemand wist waar hij was. Later bleek dat hij een jaar lang lopend door Europa heeft gezworven. Na zijn terugkomst verklaarde hij aan een jonge psychologiestudent dat hij zijn wil om te reizen niet kon onderdrukken. Elke keer wanneer hij hoorde van een nieuwe plek, borrelde er een soort dwangmatig verlangen naar boven om erheen te reizen. Hij liet dan letterlijk alles en iedereen achter zich om naar die plek te reizen.

Misschien was Albert Dadas wel echt ziek. Misschien wilde hij gewoon vrij zijn en de wereld zien. In die tijd was dat natuurlijk niet normaal en werd er een label geplakt op dit soort 'afwijkende' mensen. Wat zouden ze denken van de reizigers van tegenwoordig?

Bron: http://www.columbusmagazine.nl/nieuws/2968/reisziekte_het_bestaat_echt.html

Het voelt in ieder geval niet anders nu de diagnose is gesteld en wij als reizigers weten dat we dwangmatig over de wereld zwerven. De vrijheid telt voor mij het meest, en natuurlijk het eten. Dat laatste is de brandstof die me verder sleurt en inspiratie geeft, hoewel ik nu lekker op het strand lig met een stuk rode watermeloen en een sodawater. Ik lig plannen te maken voor ons uitstapje naar Maleisië, van Penang naar Kuala Lumpur via een omweg, en zo voel ik me toch een reiziger. Want zelfs dromen met mijn ogen open onder de tropenzon brengt me naar plaatsen die ik mischien nooit zal bezoeken.
Oude Javaan
2011 - Ober in Restaurant op Java (Indonesië)

Vanavond gaan we lekker een beetje lezen en tv kijken. Pattaya staat twee avonden droog wegens verkiezingen.
Copyright/Disclaimer