
Kanchanaburi (Mr Tee Guesthouse), zaterdag 6 januari 2007
Dit is dan eindelijk onze eerste èchte actieve dag. Het is voor mij ook lang geleden dat ik zo vroeg ben opgestaan zodat ik mezelf ook een beetje onwennig voel op dit vroege tijdstip. Henk is een persoon die alles op de klok doet!
Vroeg, of op tijd, opstaan werkt alleen als je alle drie het zelfde schema aanhoud. De een heeft ’s morgens een half uur nodig en een ander is na vijf minuten klaar om te vertrekken.
De regel vanaf deze ochtend is dat iedereen zelf zorgt voor een wekker om op tijd te zijn! We zijn niet op schoolreis zodat ik de anderen moet wekken. Ik heb dus gekozen voor het tijdstip dat je word geacht aan de ontbijttafel te zitten. Dat is het gemakkelijkst en ook het leukst, het heeft tenslotte geen nut om alleen op je kamer te blijven zitten totdat het tijd is.
Half acht aan het ontbijt is afgesproken zodat we het meeste van de dag kunnen maken. In alle rust zoeken ik een plaatsje aan een tafel op het ponton dat in de rivier de Kwai drijft. Wat is dit toch een schitterende omgeving.
Dean is er als eerst en ik heb het idee dat ik niet veel later ben. Er staat namelijk nog geen thee of koffie op tafel. Zodra ik me bij Dean voeg komt, de nog half slapende, kok vragen wat we willen eten. Ik heb nog niet op de kaart gekeken maar ik weet uit mijn hoofd wat ze in 90% van de restaurants aan toeristen als ontbijt voorzetten.‘Two coffee and two breakfast sunny side up’, spiegeleieren dus.
Dean kijkt me verbaasd aan en voordat hij wat kan zeggen geef ik hem al antwoord: ‘Ik heb al besteld voordat Henk er is omdat ik weet dat de kok de bestellingen een voor een bereid. In Thailand moet je meteen aan het eten beginnen wanneer het wordt geserveerd, je weet namelijk nooit wanneer het gerecht van je tafelgenoten arriveert!’
Zoals verwacht komen de twee ontbijtjes een voor een. Wij zijn al halverwege het ontbijt wanneer Henk gekreukeld aan tafel verschijnt. Voor een moment twijfel ik of hij vannacht nog op stap is geweest.
Een dronken buitenlander op een brommer is een gevaar in het verkeer waar ik niet de verantwoordelijkheid voor wil hebben! Maar nee, nog voordat hij aan tafel zit begint zijn klaagzang.
Het bed is te hard, het water is te koud, hij weet nog niet zeker of hij een brommer wil, enz., enz.
Dean en ik laten hem maar uitrazen! Persoonlijk weet ik wel wat er aan de hand is. Henk heeft een jetlag van het nachtbraken in Pattaya. De enorme verschuiving in de tijden van naar bed gaan en opstaan, in combinatie met een zeer lage alcohol inname, speelt hem duidelijk parten.
Zodra ons ontbijt wordt geserveerd kijkt hij vreemd naar mij, en naar de kok, omdat hij niets krijgt geserveerd. Hij is meteen helemaal van slag! Ik moet hem zelfs aansporen om de weglopende ober te roepen om ook een ontbijt te bestellen. Zonder een woord wijst Henk naar mijn bord terwijl hij de kok korzelig aankijkt.
‘Tea!’, zegt hij kortaf.
De kok loopt langzaam en zachtjes hoofdschuddend van de tafel weg. Het is in ieder geval een stroef begin van deze tweede dag samen.
Tijdens het ontbijt is het opvallend stil aan onze tafel. Het zal toch niet zijn om het eenvoudige ontbijt of de beperkte keuze? Ik eet alleen omdat ik weet dat ik moet eten en omdat ik niet weet wanneer ik weer kan eten! Welkom op het platteland van Thailand!
Mijn bordje gaat schoon leeg en wanneer Henk zijn eieren worden geserveerd bestel ik nog snel twee (oplos)koffie. We gaan snel aan deze dag beginnen want we hebben ruim 160 Km voor de wielen. Een detail dat ik voor Henk maar achterwege laat want anders stort hij misschien al, voordat we zijn begonnen, helemaal in!
We hebben met Marcel om acht uur afgesproken en hij zou betrouwbare brommers voor ons drieën regelen. We zijn dan ook bijna klaar met het ontbijt wqanneer hij om tien voor acht arriveert. Een brommer met zijspan komt ons drieën bij het GH ophalen. Er wordt vreemd gekeken door mijn reisgenoten! Marcel voorop, twee in het bakje en ik zelf achterop bij de chauffeur. Het is gelukkig niet al te ver rijden.
Eenmaal aangekomen bij de verhuurder wordt het een beetje vreemd, ik moet mijn rijbewijs achterlaten als borg voor de brommers. Ik ben het hier niet mee eens omdat nu eenmaal een Thais rijbewijs bij een probleem de oplossing kan zijn. Na veel problemen en gepraat, Marcel stelt mij gerust dat ik de vreemde man kan vertrouwen, stem ik er uiteindelijk maar mee in. Er staan namelijk nog twee jongens op mij te wachten. Een uur later dan gepland rijden wij, na de nodige instructies over de brommer, richting het benzinestation om de brommers met benzine te vullen.
Het is voor Henk meer dan dertig jaar geleden dat hij op een brommer gereden heeft en we moeten rustig aan doen totdat hij zijn angst heeft overwonnen en daarmee zaak onder controle heeft. Ik rij voorop, Henk in het midden en Dean controleert dat Henk niets vreemds doet. Opvallend snel went Henk aan de onbekende brommer, binnen dertig minuten rijden we rustig en ontspannen over de 323 langs het zich snel opwarmende Thaise platteland.
We zijn op weg gaan naar de “Hellfire Pass”, het meest beruchte stuk van de Birma spoorlijn. Tijdens de drie uur durende rit wordt er regelmatig gestopt om de billen wat rust te geven, de zadels zijn harder dan je denkt. De plastic toplaag zorgt ervoor dat je zweet niet weg kan en binnen tien minuten heb je een natte plek achter in je broek.
Tijdens de pauzes maken we vanzelfsprekend ook foto’s en video-opnamen. Een bijzondere is natuurlijk deze slager die haar varkensvlees zonder koeling vanaf haar zijspan verkoopt.
Op de cassave velden werken de gastarbeiders uit Myanmar. Straatarm en uitgebuit zoals gewoonlijk in de kapitalistische wereld. De cassave is een belangrijk export product voor Thailand. Het tapioca zetmeel wordt voor duizend en een dingen gebruikt in de voedselindustrie over heel de wereld.
We passeren een heuvelrug die onder de Thaise bevolking bekend staat als de “zwangere vrouw op haar rug”. Met wat fantasie zien wij het ook maar ik had zeker zelf nooit deze naam bedacht.Henk krijgt het met elke minuut die verstrijkt beter naar zijn zin en zijn norse blik is veranderd langzaam in een zuinige glimlach. Dean en ik genieten in ieder geval met volle teugen van het geboden avontuur.
Aangekomen op de legerbasis waar zich de “Hellevuur Kloof” (Hellfire Pass) nu in bevindt realiseer ik mij hoeveel geluk wij vandaag hebben. Er staan geen grote bussen! Geen hordes toeristen die door je foto’s heen draven! We kunnen de pas waarschijnlijk in alle rust met zijn drieën bezichtigen.
Het kleine indrukwekkende museum geeft een goed beeld wat er hier voor een menselijk drama heeft afgespeeld. De oorsprong van alle ellende ligt in het feit dat Japan pas op 21 april 1953 de “Geneefse Conventies” ondertekende.Daar ligt de reden dat de keizerlijke troepen zo wreed waren. De Japanners kenden alleen hun eigen cultuur en andere spelregels voor de oorlog. Jezelf overgeven was voor een soldaat van de keizer het toppunt van lafheid! De dood, eventueel door zelfmoord, “Seppuku”, beter bekend als “Harikiri”, is zeer eervol. De geallieerde krijgsgevangenen waren voor de Japanners niet anders dan een zooitje lafaards die geen enkele eerbied verdienden.
Nadat wij het kleine bijbehorende museum hebben bezocht dalen we langs de gammele houten trappen af waar ruim 60 jaar geleden het menselijk leed is veroorzaakt. Maar ja, de geschiedenis wordt nu eenmaal altijd geschreven door de overwinnaars.
In gepaste stilte lopen we over het rotsachtige spoorbed naar het gat in de bergwand dat in de massieve steenharde rots is uitgehouwen door een leger van verzwakte, zieke krijgsgevangenen en politieke gevangenen.Dat Henk daar gaat staan te pissen vind ik niet gepast en getuigd volgens mij dan ook van geen of weinig respect voor wat hier gebeurd is en de slachtoffers van die gebeurtenissen.




Dean en ik kijken elkaar voor de zoveelste keer onbegrijpend aan sinds we uit Pattaya zijn vertrokken. We wisten dat Henk anders was, maar dit slaat, tot nu toe, alles! In stilte lopen we door de kloof en kijken we naar de monumenten en overblijfselen van deze gitzwarte bladzijde in de geschiedenis. Henk is druk met zijn camera's en de batterijen.
De tijd is zo snel gegaan, en we hebben onderweg ook wel eens een beetje getreuzeld, dat we helaas geen tijd meer over hebben voor de andere twee bezienswaardigheden die ik ook nog op het programma heb staan. We moeten minimaal twee en maximaal drie uur rekenen voor de rit terug naar Kanchanaburi. De snelheid waarmee we terugrijden ligt hoger dan op de heenweg. Henk rijdt zelfs lange tijd op kop en zijn schouder schuddende bewegingen maken duidelijk dat hij het goed naar zijn zin heeft.We zijn net Kanchanaburi binnen gereden wanneer ik een lekke band krijg. Het beste wat je in zo’n geval kan doen is direct de verhuurder waarschuwen. De nieuwe band moet je toch betalen maar de schade die een reparatie kan veroorzaken heb je dan tenminste niet zelf veroorzaakt.
Ik rij snel op Dean zijn brommer naar het huis van de verhuurder die vreemd opkijkt omdat ik alleen ben. Zijn blikken gaan langs mij heen op zoek naar de andere twee “Falang” terwijl zijn gezichtsuitdrukking steeds ernstiger wordt. Nadat ik hem langzaam in duidelijk Engels verteld heb wat er aan de hand is roept hij in de richting van een schuurtje achter hem.
Een klein mannetje verschijnt die meteen op een gereedstaande brommer springt en achter mij aanrijd naar de plaats van het onheil. Dean en Henk staan in stilte te wachten bij het manke vervoermiddel. Ook nu krijg ik weer het idee dat Dean en Henk weinig met elkaar gemeen hebben en dat ik het vliegwiel ben dat de relaties tussen ons drieën op gang moet houden.
Met zijn Thaise kennis van complexe machines als een brommer komt hij binnen vijf minuten tot de conclusie dat ik een lekke band heb! Aan zijn tandloze glimlach te zien is hij bijzonder trots op zijn kennis van motorvoertuigen en zo ook over de snelle diagnose die hij heeft gesteld.
Het enige probleem is dat hij helemaal geen Engels spreekt en mijn kolen Thai maar met mondjesmaat begrijpt. In Thailand heb je namelijk niet alleen heel veel zware dialecten maar ook veel andere talen. Hoe dichter je bij een landsgrens komt des te groter is de kans dat niemand je Thais meer verstaat.
Armen en benen, losse Engelse woorden, kolen Thai en veel glimlachen. Uiteindelijk begrijpt hij dat ik niet meer op de brommer met de lekke band wil rijden. Het schijnt niet zo ver te zijn naar de reparateur maar ik heb toch de voorkeur dat hij op de brommer met de lekke band rijd.
Hij springt op de manke brommer, start de motor en stuift weg op een lekke band tussen het drukke verkeer van de vierbaans 323 provinciale weg. Hij rijdt sneller op de brommer met de lekke band dan ik op zijn brommer, die trouwens maar over heel weinig remkracht beschikt.
Ik heb het nu mentaal erg zwaar! De man voor me is moeilijk bij te houden en Dean en Henk achter me in de gaten houden is haast onmogelijk. Ik hoop dat ze onze belangrijkste afspraak niet vergeten zijn!
‘Wanneer we elkaar kwijtraken dan ga je terug naar de plaats waar we elkaar voor het laatst gezien hebben. Blijf daar wachten totdat ik je weer kom ophalen!’
Gelukkig is het niet nodig! Enkele minuten nadat de kleine man en ik bij de fietsenmaker zijn gearriveerd komen Henk en Dean aangereden. De binnenband wordt voor twee euro vervangen en over de drie gebroken spaken, waarvan er één zich door de binnenband had geboord, word er niet gesproken. Snel de brommer gaan inleveren en maken dat we wegkomen!
Zodra alles betaald is en we uitbundig en uitgebreid afscheid van de monteur hebben genomen rijden we met zijn vieren terug naar de verhuurder. Die zit al met een grijns op zijn gezicht te wachten en ik zie de zware bui al hangen.
Gelukkig heb ik me vergist! De man staat op loopt om elke brommer heen terwijl hij goedkeurend naar me knikt. Voor een moment ben ik bang dat Henk de verhuurder erop gaat wijzen dat er drie spaken zijn verwijderd, maar gelukkig laat Henk dit achterwege en we lopen goed geluimd, met onze bagage in de hand, terug naar het Mr Tee Guesthouse.
Ik kan me niet aan het idee onttrekken dat deze korte rondreis toch nog een succes kan worden. Henk lacht zelfs wanneer hij naar zijn bungalow loopt. De deur gaat zonder een woord tegen ons te zeggen weer achter hem dicht, Dean en ik blijven verbaasd achter. Na zo’n mooie dag is het tijd voor een verfrissend biertje. We hebben tenslotte vakantie! Met een ijskoude fles Singha in de hand genieten we van de rust langs het water van de “River Kwai”.De deur van Henk zijn kamer blijft maar dicht en Henk blijft maar weg. Wanneer hij er geen zin in heeft om bij ons te zijn om een vroeg biertje te drinken dan is dat zijn goed recht. Maar ik krijg er wel een naar gevoel bij.
De zon verdwijnt achter de horizon en een volgende grote fles bier verdwijnt in onze dorstige kelen. Tijdens Henk zijn afwezigheid besluit de meerderheid van de groep dat we ook vanavond hier blijven eten. We hebben geen zin om een eind te gaan lopen voor een maaltijd en een koude fles bier wanneer we hier alles binnen handbereik hebben voor een redelijke prijs.
Met de vouwen in zijn gezicht verschijnt er plotseling een verbaasde Henk aan tafel, hij kan maar niet begrijpen dat het al donker is. Met alle schijn tegen hem blijft hij volhouden dat hij niet heeft geslapen. Hij heeft zijn foto’s en zijn films zitten kijken!
Het maakt ons weinig uit, we gaan eten. Op deze mooie zomeravond begrijpt Henk direct dat we vanavond ook niet op stap gaan en hij kan zijn teleurstelling maar moeilijk onderdrukken. Het is nog stiller aan tafel dan vanochtend bij het ontbijt.
Van een gezellige maaltijd is nu geen sprake meer. Het enige dat we eigenlijk met z’n drieën bespreken is wat we morgen gaan doen. Een compromis is snel gesloten, we gaan morgen verder met de bus naar de culturele, oude hoofdstad van Thailand, Ayuthaya.












