
Kanchanaburi (Mr Tee Guesthouse), vrijdag 5 januari 2007
Afgelopen nacht was het even wennen met drie volwassen kerels op een kamer in éénpersoonsbedden. Snurken, scheten, draaien en natuurlijk slecht slapen. Een mooier begin van deze korte rondreis door Thailand kan haast niet! Maar alles is beter dan de 52 persoonsslaapzaal met 26 stapelbedden waar ik in Ayer’s Rock (Australië) enkele nachten heb doorgebracht.
We hebben erg slecht geslapen omdat we gewoonweg nog niet moe genoeg zijn, dat zal de komende dagen wel veranderen. De geuren van onze voeten en onze adem hebben zich in de nachtelijke uren goed vermengd tot een bouquet die als martel instrument zou kunnen worden gebruikt.
De wekker gaat sneller dan verwacht af. Het is echt al half zes dus gaat onze reisdag beginnen. Als eerste gaat de airconditioning in onze kamer uit, die zullen vanaf nu hoogstwaarschijnlijk niet meer kunnen gebruiken omdat we heel sober gaan overnachten. Als tweede gaat het kleine raam van onze kamer open en niet lang daarna ook de deur van onze kamer. Een frisse zucht Bangkok wind trekt door de kamer van de raamopening naar deuropening. Een mengeling van geuren die je je moeilijk kan voorstellen wanneer je nooit in Bangkok bent geweest wervelt door onze kamer. Geroosterde kip, kruiden en specerijen vermengt met een vleugje riool.
Zodra de wekker na negen minuten voor de tweede keer afloopt, zo rond kwart voor zes, worden de andere twee ook langzaam wakker. Snel om de beurt in de “warme” douche, dat kan voorlopig ook de laatste zijn, en snel aankleden. Tijd is de belangrijkste factor in Thailand wanneer er een bus of trein gehaald moet worden. Het kan voorkomen dat er maar twee of drie vertrektijden per dag zijn en dan wil je die natuurlijk niet missen.
Het ochtendritueel gaat gelukkig snel genoeg en geen van ons allen heeft een ochtendhumeur. Ondanks dat Henk zich op dit vroege uur als een Eskimo in de woestijn voelt. Meer dan de toiletartikelen heeft onze rugzakken vandaag niet verlaten. Het inpakken gaat snel en in stilte. De schoonmaakster steekt een hoofd om de deur van de kamer en verteld me dat ik de sleutel in de deur kan achterlaten. Ze gaat aan de slag zodra we om kwart over zes het Merry V Guesthouse verlaten op weg naar de pont over de rivier.
Het is op dit vroege tijdstip al aardig druk op straat. Bangkok slaapt nooit! Toeristen vertrekken en arriveren vanuit, en naar, alle uithoeken van Thailand. Tropische stranden òf ruige bergketens, Thailand heeft het allemaal. Na al die jaren kijk ik nog steeds met veel verbazing naar de vreemde mêlee van jonge en oude reizigers met hun rugzakken die aan ons voorbij trekken. Het is en blijft een schitterende omgeving dat Khaosan Road.
Vanzelfsprekend heb ik wat reservetijd ingebouwd om niet in de problemen te komen. We zijn zelfs te vroeg voor de veerboot en het hek naar de pier van de veerboot is nog op slot.
“Maak altijd het beste van je tijd!’, is een boerenwijsheid die elke rugzakartiest heel snel leert.
Wij maken gebruik van deze onverwachte extra tijd om nog even snel naar een 7-11 winkel te lopen om wat broodjes en een kop koffie te scoren. Mijn medereizigers zijn opvallend stil, waarschijnlijk in de afwachting van èn de onzekerheid wat er de komende dagen allemaal gaat komen.
Als een moeder hen loop ik voorop met de kuikens volgzaam achter mij aan, Dean en Henk volgen. Dit zal de rest van de rondreis ook wel zo blijven omdat ik nu eenmaal “de weg” weet. Deze tocht met de trein van Bangkok naar Nam Tok is een van de eerste lange reizen in Thailand die ik zelf heb ook heb gedaan met het openbaar vervoer. Het is alweer acht jaar geleden dat ik samen met mijn Vlaamse vriend Kris met de trein naar Nam Tok reed. Na een keer of tien vind ik de dagreis met de trein naar Nam Tok nog steeds mooi. Het wordt voor ons drieën dus hopelijk weer een hele dag genieten in de boemeltrein.
Met twijfelachtige vleeswaren, met mierzoete mayonaise, belegd witbrood sandwiches en een veel te hete beker oploskoffie in de hand wagen we voor de tweede keer een poging om op de veerboot te komen. Een kleine man lacht ons vriendelijk toe en met zijn rammelende bos sleutels opent hij het oude hangslot. De roestige ketting rammelt tussen de tralies en de pier naar de veerboot is geopend.
Binnen enkele minuten arriveert de eerste lange smalle gammele veerboot in de juiste richting en voor de zekerheid vraag in aan de conducteur, die op de drijvende ponton is gestapt: ‘Satani Bangkok Noi?’, de vrouw kijkt me verbaasd aan en monstert mij van top tot teen, dat ik de term “Treinstation Bangkok Klein” in het Thais gebruik en knikt met een brede glimlach.
Wij springen op de boot die met een touw tijdelijk aan de ponton is vastgemaakt. De vrouw blaast op haar fluitje een code die betekend dat iedereen aan boord is en dat de kapitein kan vertrekken. In een dikke wolk zwarte dieselrook varen we naar de overkant. De verwarring is begrijpelijk want de reisgidsen en haast alle toeristen praten altijd over het “Thonburi treinstation”
Al tijdens het van de veerboot afstappen voelt West-Bangkok heel anders aan. Hier zijn maar heel weinig toeristen! De treinreis die wij gaan doen is voor de echte die-hards. Een hele dag in de trein om een brug te zien die door een boek en een film wereldberoemd is geworden.
We zijn zoals verwacht ruim op tijd, Henk en Dean zoeken een plaatsje op een bank van het perron terwijl ik even de kaartjes ga kopen. Treinkaartjes zijn in Thailand altijd enkele reis dus dat maakt het een stuk gemakkelijker omdat we op de terugweg in Kanchanaburi uitstappen. In alle stilte nemen we de eerste indrukken van een ander, een onbekend, Thailand in ons op en wachten wij op de trein.
De derde klas trein rijdt langzaam schommelend door het Thaise landschap en stopt bij elke palmboom. Tenminste, dat gevoel heb je! Dean en Henk genieten van de reis en het landschap dat langzaam veranderd van vlakke velden met rijst, en andere gewassen, naar een berglandschap. We passeren kleine dorpen en tempels. Beelden van de Boeddha, hoe vreemd die ook mogen lijken, zijn alom aanwezig en altijd fotogeniek.Des te dichter we bij de beroemde brug komen des te drukker het wordt met toeristen in de trein. Tientallen toeristenbussen, groot en klein, zetten de dagjesmensen zo dicht als mogelijk op de stations voor de brug af. Na de brug worden ze weer opgepikt. Ook deze keer verschijnen de toeristen enkele stations vroeger in de hoop ze een plaatsje aan het raam kunnen bemachtigen.
Zoals altijd komen eerst de gidsen de trein in die indruk proberen te maken dat er gereserveerde plaatsen voor hun klanten zijn. Daar klopt natuurlijk niets van! Niet lang daarna worden ze lastig en proberen ze met meerdere gidsen de passagiers te intimideren. Dat lukt bij ons natuurlijk ook niet.
Ik haal demonstratief mijn vervoersbewijs tevoorschijn en wijs met mijn vinger aan dat er zwart op wit staat: “Free Seating”. Daarna worden ze ongeduldig en soms ook fysiek opdringerig. Ondertussen zijn de dagjesmensen ook in de trein gearriveerd en die kijken met vragende ogen naar de gidsen waar de, in de brochure, beloofde zitplaatsen aan het raam zijn.
De sfeer veranderd en de dagjesmensen die zich bedrogen voelen halen verhaal op de gidsen die proberen ons weer het leidend voorwerp van het probleem maken. Ik blijf vriendelijk lachen en wij blijven vriendelijk op de houten bank aan het raam zitten. De conducteur verschijnt en dan is het probleem snel opgelost.
Alleen het Engelse woord: ‘Corruption’, is voldoende om de plichtgetrouwe conducteur in de houding te laten springen terwijl hij langzaam zijn vlakke hand naar de rand van zijn smetteloze pet brengt.
Een korte blik op mijn vervoersbewijs dat aangeeft dat wij in alle vroegte vanuit "Satani Bangkok Noi” zijn vertrokken brengt een brede glimlach op zijn mond en respect voor ons vroege vertrek in zijn ogen.
Enkele korte luide bevelen in het Thais is voldoende om de gidsen te laten afdruipen en de dagjesmensen te kalmeren. Een laatste vriendelijke knik naar mij en een voor iedereen duidelijk gebaar met zijn uitgestoken wijsvinger naar mijn zitplaats dat wij het recht hebben om aan het raam te zitten.
Elke dwarsligger is een mensenleven wordt er altijd over de doden spoorweg verteld! Het zijn niet alleen krijgsgevangen van de Jappaners die hier zijn omgekomen maar ook slaven en tegenstanders van de Thaise regering in de jaren veertig.Die regering gaf de Japanners vrij spel in Thailand zolang zo ook alle tegenstanders van de zittende Thaise regering om de zeep hielpen. Een duistere periode in de Thaise geschiedenis. Het meest vreemde voor mij is nog dat een Japanse investeerder een enorm resort heeft gebouwd met uitzicht op de doden spoorweg. Hier aan de beruchte Birma-spoorlijk heeft de tweede wereldoorlog al veel van haar waardevolle lessen voor de mensheid verloren!
Nadat we de brug zijn gepasseerd, en de trein al bijna leeg is, is er aan het einde van de spoorlijn helaas heel weinig tijd om uit stappen en wat rond te kijken. Hedendaags stopt de trein slechts tien minuten aan het einde van de spoorlijn in Nam Tok, de tijd die nodig is om de oude diesel/elektrische locomotief van de achterkant weer naar de voorkant te rangeren. In die tien minuten verlaten de overgebleven toeristen de trein en maken plaats voor de volgende kudde toeristen die naast het spoor staan te wachten in de hoop ook een plaatsje aan het raam te bemachtigen.
Elke keer wanneer ik in Nam Tok kom wordt het drukker en ik kan me niet aan de gedachte onttrekken dat het hier over tien jaar een complete chaos zal zijn. Ik stuur Dean op pad om voor ons drieën nieuwe kaartjes naar Kanchanaburi te kopen Zelf ga ik op pad voor enkele geroosterde kippenpoten met kleefrijst voor de late lunch. Henk blijft achter met de belangrijkste taak van het team om onze zitplaatsen aan het raam bezet te houden.
Bij terugkomst in de trein kijken enkele toeristen ons vreemd aan. Henk heeft zijn taak goed uitgevoerd en wij hebben onze plaatsen aan het raam behouden. Ik deel de kippenpoten en de kleefrijst uit. Na een korte uitleg hoe je dit eenvoudige klassieke Thaise gerecht moet eten slaan Dean en ik aan het schrokken. Henk onderzoekt de gegrilde kippenpoot als een patholoog anatoom. Wij hebben geen idee waar hij naar op zoek is. Veren, haren of misschien levende maden?
Met enige terughoudendheid zet hij zijn tanden in het vlees van de dode vogel. Dean en ik volgen het tafereel met veel interesse. Waarschijnlijk wordt hier al de toon gezet voor Henk zijn voorkeur voor zijn eten in de komende dagen.
Op het kleine station in Kanchanaburi, net na de spoorbrug, stappen we uit en ik wil meteen op weg naar het beoogde guesthouse. Henk klaagt dat hij eerst foto’s wil maken en ook de brug filmen. Mijn uitleg dat we hier over een drie kwartier weer terug zijn valt op doveman’s oren.
Ik ben de precieze locatie van het guesthouse waar ik een paar keer heb geslapen vergeten. Het klagen van Henk gaat maar door en nu is de afstand die we moeten lopen naar onze slaapplaatsen het leidend voorwerp van zijn klaagzang. Om de vijftig meter probeer ik me te oriënteren maar het lukt me niet, ondanks een paar bekende gebouwen, het guesthouse te lokaliseren. Met elke stap die zetten wordt het gezeur van Henk minder.
Uiteindelijk kies ik ervoor om een ander guesthouse aan de rivier te proberen. Slaapplaatsen komen en gaan in de toeristische plaatsen in Thailand. Of ze maken plaats voor hotels en restaurants, snel geld is de taal die vandaag de dag in Thailand gesproken wordt.
Het Mr Tee Guesthouse is niet slechter dan het vorige guesthouse uit mijn herinnering. Het is maar voor twee nachten dus moet het maar. Het is even wennen voor de nieuwe backpackers wanneer ze hun slaapplaatsen voor de komende twee nachten aanschouwen, in gepaste stilte aanvaarden ze mijn suggestie.
Een steenhard bed met alleen een oude acryl deken en een koude douche in een ruimte die de titel badkamer nauwelijks kan dragen. Maar wat kan je verwachten voor € 4,50 per kamer per nacht? Ik ben allang blij dat niemand het idee oppert om een kamer te delen!
Na een korte installatie in de bungalow en de andere officiële handelingen aan de receptie lopen we rustig terug naar de brug. Nu is er alle tijd om foto’s en films te maken! Midden op de brug toasten we met een paar ijskoude Singha biertjes, volgens Henk het een veel te vroeg tijdstip om bier te drinken, op de goede start van deze korte rondreis. We zijn vol goede moed en het gaat tot nu toe gelukkig allemaal vlotjes.Het schemert al wanneer we bij het guesthouse terug komen. Het laatste stuk ging niet zo snel omdat onze Thaise grasparkieten jager bij elk verlicht huis langs de weg bleef staan om te zien wat er binnen allemaal voor vrouwelijk vlees word aangeboden. Weinig dus, en dat heeft hij nu gelukkig zelf ook wel in de gaten!
De meerderheid van onze beslist dat we vanavond bij het guesthouse zullen blijven voor het avondeten. Maar eerst nog een koud biertje! De Thaise menukaart heeft alle bekende toeristen favorieten en Dean stelt voor om mij een viertal Thaise gerechten te laten bestellen en dan gewoon de rekening te delen. Een paar ogen aan onze tafel scant de menukaart naar een gerecht dat ook op elke Hollandse camping in Spanje zou worden geserveerd. Uiteindelijk kiest Henk voor spaghetti Bolognese, een van zijn grootste favorieten zoals hij het enthousiast aan ons laat weten.
De rijst, en onze drie gerechten, worden geserveerd terwijl we genieten van het uitzicht op de brug over de“River Kwai” en natuurlijk de rivier zelf. De spaghetti blijft wel heel erg lang weg en terwijl wij al aan onze tweede grote fles bier beginnen is het voor Henk zijn neus nog steeds leeg. Onze borden zijn al bijna leeg! Zonder een woord te zeggen, met trouwe hondenogen, zit hij mij te smeken om eens te gaan vragen waar zijn spaghetti blijft. Zodra de derde grote fles Singha aan Dean en mij wordt geserveerd vraag ik in mijn beste Thai wat er met de spaghetti is gebeurd. Het is het meest verstandige om Henk maar niet in te lichten wat het antwoord is.
Mijn, ‘Het is bijna klaar!’, is voldoende om een zure glimlach op zijn gezicht te brengen.
Nog voordat de spaghetti is geserveerd zitten Dean en ik bij een Nederlandse jongen aan tafel genaamd Marcel. Hij is afgekeurd en woont al een paar jaar in Kanchanaburi. Hij komt hier bij het guesthouse twee keer per week kaarten. Kaarten om geld welteverstaan, de meeste Thai zijn ook niet vies van een gokje. Marcel zal ook moeten wachten tot de kok klaar is met de spaghetti voor Henk!
Marcel helpt ons onverwacht goed op weg. Hij zorgt ervoor dat er morgenvroeg drie brommers voor ons klaar staan. Dean en ik zijn het er over eens dat we brommers voor een dag gaan huren. Het is voor Henk ruim dertig jaar geleden dat hij brommer heeft gereden. Hij blijft maar klagen dat hij het geen goed idee vind. Dat wordt morgen dus lachen! Ik heb geen trek om de hele dag met hem achterop rond te rijden, zoals in Pattaya. De keuze voor Henk is dus zelf rijden òf in Kanchanaburi blijven en jezelf vermaken.
Henk heeft zijn spaghetti ondertussen genuttigd en begint voorzichtig te hengelen hoe laat we op stap gaan. Hij hoort de muziek en de Thaise Grasparkieten in de verte, in de Thaise bebouwde jungle,zingen.
Op stap? We staan morgen om zeven uur op en zijn de hele dag op de brommer onderweg. Wanneer hij op stap wil dan gaat hij maar, hij heeft een sleutelhanger met de naam van het guesthouse er op dus zal hij vannacht niet verdwalen.



















