Het aantal pagina's dat is bezocht op mijn weblog sinds 20 november 2006

zondag 1 november 2026

Indonesië: Surabaya een dode stad

Komodo Varaan

Surabaya (Garden Hotel), vrijdag 9 mei 2008

We worden op deze tweede ochtend in Indonesië wakker in een stad waar een bezoek van drie uur voldoende zou zijn geweest en heb ik drie nachten in Surabaya geboekt! Twee nachten was slimmer geweest en door mijn enthousiasme om drie nachten te boeken in Surabaya moesten we een laatste, en waarschijnlijk saaie, dag zien door te komen. Wat te doen in deze lelijke stad?
Tettje had zijn Nederlandstalige reisgids zorgvuldig bestudeerd en was niet verder gekomen dan de plaatselijke dierentuin “De Surabaya Zoo”, misschien aangevuld met een oude onderzeeër die we ergens onderweg langs de rivier hadden gezien, te bezoeken. De “Kebun Binatang Surabaya” was snel op de GPS gevonden en een roze streep wees ons op het beeldscherm de kortste weg voor een voetganger. Ruim vijf kilometer wandelen in de drukkende warmte van de tropen, daar draaien Tettje en ik onze hand niet voor om! En er is ook een uur van deze lange dag wachten voorbij.
De weg naar de dierentuin is onaantrekkelijk door een mix van een woon- en zakenwijk, kaarsrecht en oneffen. Regelmatig struikelden we over opstekende tegels terwijl we om dikke bomen zigzaggen die in het midden van het trottoir ons de weg versperren. Dan zijn er nog de gapende grote gaten waar we overheen moeten stappen. Na een tijdje gaan we op de rijweg lopen omdat het gemotoriseerd verkeer de enige weggebruiker is waar men hier, net zoals in alle Aziatische ontwikkelingslanden, rekening mee houd.
Het wapen van Surabaya De dierentuin ligt een eind verder buiten de binnenstad dan het reisboek van Tettje beschrijft. Bezweet, en duizelig van de dorst, sluiten we achter aan in de korte rij Indonesiërs voor de loketten. We hebben trouwens nog geen enkele westerling in Surabaya gezien de afgelopen twee dagen. Het zal hier wel geen toeristische storm lopen.
Het eerste probleem van de dag duikt hier meteen op! Ze kunnen geen (papier)geld teruggeven van onze 50.000 roepia (ongeveer € 3,-). We kunnen praten wat willen maar ik zie uiteindelijk toch wel in dat ze dit waarschijnlijk niet met opzet doen en dat ze het zelf ook een beetje ongemakkelijk vinden. Er is hier ook een dubbel prijzen systeem! Als buitenlanders betaal je meer dan een Indonesiër. Wel zo vriendelijk en je voelt je ook meteen welkom.
Entree voor dierentuin Dus kunnen we uit de twee voorgestelde opties kiezen:

• Gepast betalen en op deze manier meteen van al ons klein papiergeld af zijn.


• Of genoegen nemen met 25.000 en zo 5.000 roepia verliezen.

De bespottende glimlach op het gelaat van een vrouw zonder hoofddoekje, zodra ze ons voor het loket ziet, die uit het niets de kassa betreed, geeft me direct een onaangenaam gevoel.
De andere vrouw achter de kassa valt opvallend uit haar serieuze rol en begint zachtjes mee te giechelen. De stortvloed van Bahasa Indonesia tussen de twee lolbroeken geeft me het ongemakkelijke gevoel dat we worden uitgelachen en dat ze met veel plezier de 5000 roepia extra uit onze zakken willen kloppen.
Ik ben en blijf nu eenmaal een terpentijnzeiker. Als ze die truc een paar keer per dag kunnen uitvoeren, wat ik betwijfel, dan is er snel een extra dagloon tussen de twee lolbroeken te verdelen. Zonder één klein bankbiljet over in onze portemonnee betreden we de dierentuin. Mochten we later nog wat klein geld nodig hebben dan is het probleem gewoon voor ons uit geschoven.
Bij een klein kraampje net achter de ingang van de dierentuin wordt het tijd om wat te drinken. Ik voel me als een uitgeperste steen! Twee flesjes gekoeld drinkwater. Met een beetje angst in mijn lichaam overhandig ik het gewraakte 50.000 roepia biljet aan de kleine gebruinde vrouw.
Zonder een woord te zeggen en met een brede glimlach overhandigt ze ons het wisselgeld. Ik tel het voor de zekerheid nog even na want met deze astronomische bedragen heb je snel een fout gemaakt! Met een opgelucht gevoel pers ik de dikke stapel smerige bepotelde veelgebruikte bankbiljetten in mijn agenda. Wel heeft mijn vertrouwen in de eerlijkheid van de Indonesische bevolking een knik opgelopen. We moeten attent blijven! Hoe vriendelijk de mensen ook lijken.
De dierentuin is niet hopeloos of nutteloos te noemen want daarvoor hebben we teveel gelukkige en opgewonden Indonesische kinderen gezien. Voor ons zelf blijven de hoogtepunten echter beperkt en een groep luie Indonesiërs die een zware stalen buis over een smalle gracht probeerden te slepen was eigenlijk het leukste moment voor ons.
Samen aan het werk Met een goed getimed Satu, Dua, Tiga (een, twee, drie) wordt de stalen buis door de kleine slanke mannen alle kanten opgesleurd behalve de goede. Het is een klassiek tafereel dat duidelijk de werkmentaliteit van de doorsnee Indonesiërs toont. Tettje en ik kunnen uren naar werken kijken en met een flesje koud water in de hand aanschouwden wij het hele spektakel. Het duurt voor ons uiteindelijk te lang en gaan we verder de dierentuin in.
Tijdens de wandeling zinken mijn gedachten weg in de geschiedenis van Indonesië. Waren die Hollanders ècht zo slecht? Hebben we de bevolking ècht uitgebuit? Of hebben we misschien toch nog wat achtergelaten waar de Indonesiërs nu nog profijt van hebben? Waarom hebben we op school eigenlijk zo weinig geleerd over onze koloniën? Waarom ligt dit hoofdstuk uit de vaderlandse geschiedenis zo gevoelig? Deze reis zal waarschijnlijk de vele vragen in mijn hoofd wel beantwoorden.
ToekanAapjes kijkenDromedaris De vogels, zoogdieren en andere variëteiten doen niet onder voor elkaar. De drukkende warmte van de late ochtend maakt alles en iedereen loom en slaperig. Het is niet voor niets dat het oerwoud pas na zonsondergang tot leven komt!
Entree voor aquarium en nachtdierenverblijfSurabaya Zoo, het aquarium Voor 3.000 roepia extra kunnen we ook het aquarium en het nachtdierenverblijf bezoeken. De 23 eurocent is niet teveel om ons te beletten om ook deze attractie te betreden. Een half uur de drukkende warmte ontvluchten en omruilen voor de relatieve koelte van het aquarium en de adem afsnijdende stank van het nachtdierenverblijf. Aardig, maar meer ook niet! Zo zijn we een uurtje of twee verder klaar met de dierentuin op de hoofdattractie na.
Vergane glorie De Komodo Varaan, de grootste hagedis op onze planeet! Het zijn bijna levensgrote draken of Dinosauriërs. Een overlevende van lang vervlogen tijden die op een afgelegen eiland van de Indonesische archipel de ondergang van de andere grote reptielen heeft overleefd.
Komodo Varaan De zon heeft ze helaas zo loom gemaakt dat ze opgezet, of zelfs van kunststof, hadden kunnen zijn. Het bord aan de muur om het verblijf van de Varanen vermeld dat ze net een paar dagen ervoor zijn gevoerd. Ze krijgen twee keer in de maand te eten dus ze zullen wel een paar dagen loom zijn na hun tweewekelijkse maaltijd.
Komodo Varaan En zo zit onze laatste dag in Surabaya er al vroeg op.
Op de terugweg lopen we nog even langs het station. Even de vertrektijden van de trein te bekijken. Er zijn tenslotte maar vier treinen per dag. Natuurlijk kunnen we met de bus maar we houden allebei van reizen met de trein. En de “Kereta Api” die door de Hollanders is aangelegd blijft toch de mooiste manier om door het groene landschap van Indonesië te reizen.
We kiezen een andere route naar het station! Lelijker dan de heenweg is haast niet mogelijk maar ook de andere route richting het station komt er dicht bij. Over de steden in INdonesië heb ik nu een slecht gevoel! Hoe lelijk zouden Surakarta en Yogyakarta wel niet kunnen zijn? Ik had beelden van oude mooie koloniale huizen langs groene lanen. Het is hier allemaal staal, glas en beton dat zonder enige vorm van regulering of bouwplanning langs de wegen en straten is neergezet.
Ons hotel is maar op tien minuten loopafstand van het treinstation, dus het is goed dat we precies weten wanneer de trein vertrekt. Dan hoeven we niet uren op de volgende trein te wachten.
Bij navraag aan het loket worden we prima geholpen. Natuurlijk krijgen we de aanbeveling om de duurdere “Eksekutif” trein te nemen. Maar voor deze prijzen is dat geen probleem! De stoelen in de trein zijn genummerd. Het klinkt vreemd maar mijn ervaringen in Azië zijn dat het reizen in de trein zonder een genummerde stoel minder voorkomt dan het reizen met een genummerde stoel.
Op het station, Java is groot Een snelle blik op het perron om te zien wat we morgen kunnen verwachten. De afstanden op het uithangbord liegen er niet om. Het is ons meteen duidelijk hoe groot het eiland Java eigenlijk wel niet is.
De onderzeeboot wordt wegens de opkomende trek overgeslagen. Op naar de vierde verdieping van het winkelcentrum voor een Nasi en Bami Goreng. Maar die kleine bordje zijn niet genoeg voor deze keer!
Een tweede maaltijd bij Pizza Hut ,voor de eerste keer fastfood in Indonesië, we nemen het er maar van want je weet nooit wanneer er weer een einde aan de oneindige reeks maaltijden van Nasi of Bami Goreng komt.

vrijdag 30 oktober 2026

Indonesië: Donkere wolken boven Surabaya

Ongebakken kroepoek

Surabaya (Garden Hotel), donderdag 8 mei 2008

Na de zware regenbuien van gisteravond en de onweersbuien die Surabaya teisterden in het midden van de nacht zijn de donkere koppen aan de wolken op deze ochtend geen verrassing. Om zes uur loopt de wekker af en als eerste kijk ik, met het slaapzand nog in de ogen, van de 10de of 12de verdieping over de grauwe daken van een nat Surabaya onder ons. Het verkeer komt langzaam op gang maar er is nog geen sprake van enige drukte.
Het is geen opwekkend beeld! Het is het troosteloze beeld van een Aziatische miljoenenstad die te snel en te ongecontroleerd gegroeid is tijdens de jacht naar het grote geld. Ontelbare schreeuwende reclames onderbreken de grijze massa. Ik vraag me voor het eerst hardop af wat we hier in Surabaya eigenlijk komen doen.
Maar het is pas de eerste dag van wat een mooie en onvergetelijke reis moet worden. Depressieve gedachten kunnen we nu niet gebruiken dus stop ik die diep in mijn emoties weg. We lummelden een beetje ongemakkelijk rond in de kamer om wakker te worden. Het is wel weer even wennen om met iemand de kamer te delen. Niet dat het met mijn oude vriend Tettje een probleem is maar het is wel een grote verandering aan mijn eigen routines. Vooral het delen en overleggen, daar moet ik weer even aan wennen.
Het hoofdkussen op mijn bed is veel te dun! Er was vannacht ook geen extra exemplaar te vinden in een van de groezelige kasten dus moet ik daar later maar eens naar vragen. Het smalle eenpersoonsbed is ook erg onwennig waardoor ik een slechte nacht achter de rug heb, ook het zware snurken van mijn kamergenoot heeft me wat slaap gekost. Ik weet uit de mond van anderen dat ik zelf ook ‘s nachts flink tekeer kan gaan dus hoor je mij hier nooit meer over klagen.
Surabaya ligt, na een licht ontbijt van wat geroosterd brood met een gekookt ei, aan onze voeten. De stad is klaar om door ons ontdekt te worden. Na een vijftal minuten in het daglicht is het richtingsgevoel in mijn hoofd, en op de GPS in mijn hand, gekalibreerd. We kunnen op pad naar een van de weinige bezienswaardigheden in deze miljoenenstad.
’s Avonds in het donker ziet de wereld er heel anders uit! Daglicht is je vriend in een vreemde en nieuwe omgeving. Overdag kan je je tenminste oriënteren. Al wandelend praten we samen over onze ervaringen van vorig jaar, de reis naar Saba, Brunei en Sarawak op Borneo.
Hoe moet je jezelf Surabaya voorstellen? Wel, neem een flinke schep Maleisië en voeg het verkeer van Saigon (Ho Chi Minh City) toe en stop het in de blender. Wat eruit komt is Surabaya, een drukke, maar op het eerste gezicht toch een vriendelijke, stad met enorm veel druk toeterend verkeer.
Oude B-26 in een park langs de Kali Mas rivierOude B-26 in een park langs de Kali Mas rivier Bij de eerste stappen in Surabaya heb ik meteen een goed gevoel. Mijn eerste indruk liegt er meestal niet om en die is meteen goed voor het stukje Indonesië waar we zijn gearriveerd. Langs het water van een smalle rivier, die zich als een slang door Surabaya slingert en een belangrijk oriëntatiepunt voor ons is, lopen we richting de Jembatan Merah, oftewel de Rooie brug.
De brug met een toepasselijke naam is het strijdtoneel geweest voor heftige gevechten voor de onafhankelijkheid. Bloed kleurde de straten rood met het bloed van een Britse officier die door Indonesische vrijheidsstrijders werd vermoord. Vrijheidsstrijders die door de verslagen vijand, de Japanners, op het laatste moment van wapens waren voorzien.
Voor de nog steeds Nederlandse onderdanen, die de verschrikkelijke jappenkampen ternauwernood hadden overleefd, braken opnieuw gevaarlijke en onzekere tijden aan! De vrijheidsstrijd voor de republiek Indonesië.
Oude geveltjesSurabaya, zomaar op een hoekWachtende vuilniskarrenWerken langs de weg Onderweg is het al snel duidelijk dat de mensen in Indonesië overwegend arm zijn. Ondanks die relatieve armoede, zoals in veel ontwikkelingslanden, blijven ze wel opgewekt en heel vriendelijk. Ze krijgen het met de week beter en die langzame verandering en uitzicht op een betere toekomst geeft hoop. En hoop doet leven. Ondanks deze verbetering in levensomstandigheden wordt er toch regelmatig een arm met daaraan een vlakke hand naar je uitgestrekt om te bedelen, oude gewoontes blijken moeilijk uit te bannen.
In de ogen van de minder bedeelden lijken wij westerlingen toch nog steeds heel rijk! Ik denk kort en diep na over al de corruptie die, de afgelopen zestig jaar na de onafhankelijkheid, het land financieel heeft leeggezogen. Het vertrek van de Nederlanders en de onafhankelijkheid onder Soekarno en Hatta heeft veel Indonesiërs niet gebracht waar ze op gehoopt of verwacht hadden.
De wagons staan klaar bij het Kota StationKota station Wat maakt Indonesië nu precies Indonesisch? Met deze vraag in mijn achterhoofd struinen we door de straten van Surabaya. Zijn het de fietstaxi’s? Nee, die heb ik ook in Maleisië gezien en ik geloof zelf dat ze met de rondtrekkende Chinezen zijn mee gekomen. Is het de Kereta Api Indonesia? De erfenis van de oer-Hollandse Spoorwegen, inclusief de rode bakstenen treinstations, die nog steeds heel Java doorkruisen.
Lege flessen hergebruikenAutosloperij Het bevreemd me dat ik niets ècht Indonesisch zie. Wat ik wel duidelijk zie zijn de symptomen van een arm land. Recycling uit noodzaak! Niet uit financieel bejag of moreel besef. Nee, hier wordt alles gerecycled omdat het een synoniem is voor overleven.
Saté verkoper En daar staat dan zomaar langs de weg een kraampje waar ze saté verkopen. Saté! Een van mijn meest favoriete voedsel en niet ècht Indonesisch, eigenlijk alleen door de pindasaus! Saté, in een ver verleden bij Loek Stehman in Bar ‘t Torentje. Saté, met Bapao in de cafetaria van Henkie Patat in de Boschstraat. Herinneringen uit een ver verleden borrelen in me op. Ik ben zo gek op die pindasaus dat Gado-gado ook tot mijn favoriete Indonesische gerechten behoort.
Als een kat op jacht naar een oplettende prooi sluipen we langzaam dichterbij en snuiven de slingers van rook op. Een dikke zware rook, de geur is een mix van kruiden en specerijen vermengd met de laatste restjes hout van de houtskool, bereikt onze neuzen en het water loopt me in de mond.
Mijn gezond verstand verteld me meteen dat het niet zo’n goed idee is om die heerlijk ruikende bamboestokjes met gegrilde kip langs de straat te proberen terwijl mijn reukorgaan me aanspoort om enkele van die stokjes met geroosterd vlees te bestellen.
Mijn gezond verstand wint uiteindelijk en we vertrekken weer onverrichter zaken richting ons hotel. Een kans om van die geroosterde saté te proeven doet zich later deze reis zeker nog wel een keer voor.
Door smalle straatjes, over onverzorgde perken, door dorre parken en over onverharde paden belandden we op de Pasar Pabean, een overdekte markt waar de adembenemende geur van de dood hangt. Kokhalzend kijk ik om me heen terwijl ik de stank probeer te ontkennen en uit mijn hoofd te verbannen.
Kippen, runderen, geiten en vissen worden hier ter plaatse onverdoofd geslacht en schoongemaakt. Het bloed wordt opgevangen om te worden verwerkt. Andere lichaamseigen vloeistoffen en onbruikbare resten stromen langzaam door een smalle diepe goot richting het riool.
Een rioolsysteem dat nog door die slechte Orang Belanda (Hollanders) is aangelegd. De stank overweldigd me en voordat ik over mijn nek ga verlaten we de hal van de dood. We hebben zelfs geen foto’s gemaakt omdat we onze handen gebruikten om onze neuzen en monden te bedekten.
Er wordt maar weinig opgeslagen of gekoeld, de meeste geslachte dieren worden direct uit elkaar genomen. Alles wordt gebruikt! Buiten de slachterij kijk ik naar een grote kunststof teil gevuld met kippenvoeten, de nagels er nog aan. Trossen vlees hangen als vreemde vruchten aan haken hoog in de kramen. Fotografie wordt hier niet echt op prijs gesteld. Zodra de camera tevoorschijn komt verdwijnen de verkopers als kakkerlakken die door het zonlicht worden verrast.
Tettje aan de pomp in China TownTamarind of asamPasar Pabean, van alles te koopPasar Pabean, van alles te koop Op de markt wordt op het eerste gezicht niets per kilo verkocht maar meer per reep, of per stuk, ik zie tenminste maar heel weinig weegschalen. Een fascinerend beeld waar ik niet snel genoeg van kan krijgen. Kruiden en specerijen afgewisseld door groenten en keukengerei.
Oude vrouwen die 365 dagen per jaar knoflook zitten te pellen en de tenen naar grootte sorteren. Enorme blokken geperste tamarinde, asem in het Bahasa Indonesia, staan uitgestald langs de smalle paden.
Ongebakken kroepoek Bakken vol met ongebakken kroepoek, in alle smaken en soms andere kleuren. Citroengras en kruidnagel, zwarte peper en grote gemberwortels, alles is hier te koop. Ik ben wel op bekend terrein want de Indonesische keuken heeft weinig geheimen meer voor mij. Het is een indrukwekkend schouwspel en zeker anders dan de vele markten die ik in het verleden in Azië heb bezocht. Veel specerijen zijn lokaal maar ook veel specerijen zijn door de Arabische zeevaarders ver de archipel in gebracht op zoek naar handel en rijkdom.
Samen met de koran en de islam. Bij volkeren die afhankelijk zijn van beperkte landbouw en visserij is het niet moeilijk een nieuw geloof te slijten. Wanneer deze arme mensen het er maar ook een beetje beter van krijgen lopen ze al snel mee. Het gevolg is dat Indonesië nu het land is met de grootste islamitische bevolking in de wereld. Toch zijn ze hier in Indonesië, en met name oost-Java, niet helemaal in de islam opgegaan. In Oost-Java gaan we later tijdens deze reis nog de overblijfselen van het Hindoeïsme en het Boeddhisme bezoeken.
Oude geveltjesOude geveltjes Op de Garmin GPS ziet het er allemaal heel gemakkelijk uit dus nemen we een onverwachte afslag die ons wat verder weg brengt van de meest belopen paden. En dan wordt het echt mooi. De oude koloniale architectuur uit de glorietijd van de VOC. Wat moet het er hier in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw mooi hebben uitgezien! Ik vraag me af of die Belanda echt zo slecht zijn geweest voor de inheemse bevolking. Uitbuiting heeft tenslotte ook binnen de Nederlandse landgrenzen in Europa plaats gevonden!
Een ontmoeting met een bewoner Ik geniet van die oude gevels die door het achterstallig onderhoud een extra dimensie hebben gekregen. Bij het passeren van zo’n oud bakstenen pand werp ik een blik door een openstaande deur naar binnen. Dat blijft niet onopgemerkt! Binnen enkele seconden staat er een man gekleed in een traditionele sarong. Hij nodigt me met een soepel handgebaar uit om een kijkje in zijn huis te nemen.
Dat wil ik niet afslaan want ik ben ook erg benieuwd hoe die oude opslagloodsen er tegenwoordig van binnen uitzien. Bouwkundig is er binnen en buiten maar weinig veranderd. Hier en daar is er een elektrische kabel op de muur gespijkerd die zonder uitzondering eindigt in een dubbel stopcontact. Een kaal doorzichtig peertje strooit 15 watt licht door de donkere ruimte.
We wisselen enkele woorden, half Bahasa, half Belanda, de man is zichtbaar trots dat hij zich nog enkele woorden van de verslagen kolonialen kan herinneren, de uitnodiging om thee te drinken sla ik maar af. We worden als Belande wel getolereerd maar nog steeds niet geaccepteerd.
Tettje staat buiten rustig op me te wachten. De vermoeidheid maakt zich langzaam meester van mijn lichaam en geest. Hoewel het pas de eerste dag is van onze reis in Indonesië hebben we toch al heel veel indrukken opgedaan.
Onverharde straat in het centrum van Surabaya Met elke stap lopen we verder van de rijkdom richting de armoede. Ik twijfel of het wel een goed idee is geweest om van de gebaande paden af te wijken. Ik laat Tettje niets merken dat ik met elke stap een beetje onzekerder wordt. De straten afgebeeld als gekleurde strepen op het kleine scherm van mijn GPS houden dezelfde kleur maar de toplaag in de werkelijkheid veranderd in een hindernisbaan met verspreide plassen water.
Jute zakken repareren Een monotoon gezang trekt onze aandacht. Het gezang komt uit een openstaande deur met daarachter een donker hok zonder enige verlichting. Mijn ogen hebben even tijd nodig om van het felle zonlicht over te schakelen naar de duisternis. In de ruimte wordt langzaam een middeleeuws tafereel zichtbaar. Er hangt veel stof in de lucht en het stof vormt een vieze smaak in mijn mond. Mijn nieuwsgierigheid wint van de vieze smaak.
Zodra ik ben opgemerkt staat er een kleine Indonesiër naast me en vraagt in slecht Engels wat ik kom doen. Niet geheel ongastvrij maar toch met voldoende druk om ons zo snel mogelijk door te lopen. Ik ben beland in pakhuis met een reparatie werkplaats voor jute zakken. Hier speelt zich iets af dat niet voor ieders ogen bestemd is. Nadat ik hem uitgebreid bedankt heb draait hij zich om en loopt weg. Mijn camera flitst één keer en de mannen en vrouwen in de donkere ruimte zijn voor enkele seconden blind. Wanneer het zicht bij hen weer terugkeert zijn wij al verdwenen.
Buiten op het kleine beeldscherm van mijn camera bekijk ik, samen met een nieuwsgierige Tettje, het resultaat. Een sweatshop, waar onder de meest erbarmelijke omstandigheden die je je kan voorstellen mannen en vrouwen kretek sigaretten rokend in een wolk van hoogst ongezond stof voor een paar cent per stuk jute zakken zitten te repareren.
Samen werken aan de KoranDe Koran staat klaar Dat zingen komt nog een keer terug en deze keer zit een groep jonge vrouwen in een goed geventileerde en verlichte ruimte boeken in elkaar te lijmen. Niet zomaar een boek, het is de Koran!
‘As Salam Alaikum’, zeg ik tegen de groep vrouwen die me giechelend en verbaasd aankijken.
‘Wa Alaikum Salam’, hoor ik een zware mannenstem achter me zeggen.
‘Are you a muslim?’
Ik schud met mijn hoofd en de man kijkt me teleurgesteld aan.
‘We make koran for the masjid!’, lacht hij me tandeloos en vol devotie toe.
Ik lach vriendelijk terug en maak enkele foto’s. Dit is dan toch wel het andere uiterste in werkomstandigheden. Hoewel ik politiek en religie altijd probeer te vermijden tijdens het reizen krijg ik toch de indruk dat het geloof hier hand in hand loopt met de macht over de burgers.
Tettje met een collega De tijd is erg snel gegaan en rond half een gaan we weer de terugweg aan richting het hotel. Tettje maakt nog een praatje met een collega gemeentewerker. De vermoeiende reis en de slechte nachtrust van de afgelopen nacht heeft zijn tol geëist, het zeer vroeg opstaan heeft daar natuurlijk nog een schepje bovenop gedaan. Tettje doet zijn dutje in de middag terwijl ik de foto’s van deze dag bewerk en mijn verhalen schrijf.
Vreemde beelden voor een winkelcentrumGoede mie goreng De stad lijkt na ons eerste uitstapje niet erg uitnodigend en enorm uitgestrekt, openbaar vervoer is er wel maar erg ingewikkeld. Er zijn weinig terrassen en eetstalletjes op avondmarkten waar de mensen samenkomen.
Hier in het oosten van Java gebeurd alles in de enorme geairconditioneerde winkelcentra. Dus opnieuw naar de foodcourt die we gisteren hebben ontdekt is dus onze keuze voor de avondmaaltijd. Het eenvoudige eten smaakt ons weer goed en ik schiet met plezier een plaatje van mijn bord.

Morgen staan we iets later op omdat we niet echt veel te doen hebben. Surabaya is geen stad die bol staat van de monumenten of bezienswaardigheden.

maandag 26 oktober 2026

Thailand: Een hotelkamer is een hotelkamer

Pattaya Beach

Pattaya (Nakorn Siam Boutique Hotel) 604), donderdag 19 december 2024

Het lijkt op het eerste oog een eenvoudige titel die toch niet helemaal waar is! We hebben goed geslapen en het voelt nog steeds als dat we zijn thuisgekomen. De gordijnen open, een bakkie koffie zetten, een tosti en een halve banaan als ontbijt en dan terug naar de orde van de dag. Een drukke eerste dag!
Wanneer de gordijnen dicht zijn is elke hotelkamer in dit gebouw hetzelfde! Het verschil in de kamer zit in wat je ziet wanneer de gordijnen open gaan. Vandaag wordt ik wakker in kamer 406 en dat stemt me niet gelukkig. Vanaf het balkon kijk ik tegen een groen dak aan dat vol ligt met rotzooi. Zo ligt er jaren een witte joggingbroek die waarschijnlijk tijdens het drogen door een onverwachte windvlaag van een balkon is gewaaid.
Straks maar meteen vragen wanneer een van onze favoriete kamers beschikbaar komt want we hebben tenslotte nog zesentwintig nachten in het “Nakorn Siam Boutique Hotel” voordat we naar Japan vertrekken. Het zou ook nog steeds zomaar ons laatste verblijf in dit hotel kunnen zijn want de prijzen zijn nog steeds niet bijgesteld op booking.com en Agoda.
Het blijft een vreemde zaak, en ook een Thais gebruik, dat je vaste gasten de lasten laat dragen en de nieuwe gasten in de watten legt. Zodat ze ook in de toekomst vaste gasten worden. Er denkt helemaal niemand aan het feit dat vaste gasten je de rug kunnen toe keren omdat ze zich slecht behandeld voelen.
Wanneer ik straks op pad ga om een paar zaken af te handelen, zoals een nieuwe internetpas voor de komende maand, spreek ik eerst met de vriendelijke vrouw achter de receptie over wanneer er een kamer voor ons op de zesde verdieping aan de achterkant vrij komt.
Ze verzekerd me dat we rond twaalf uur een nieuwe kamer krijgen op de zesde verdieping. Zodra de kamer is schoongemaakt kunnen we verhuizen. Mijn vraag welke kamer we krijgen blijft onbeantwoord, dat weet ze nog niet zeker.
Lyka gaat op deze mooie ochtend eerst de vuile was, die we uit Vietnam hebben meegebracht, doen bij de “Otteri” wasserette en ik ga mijn gebruikelijke ochtendwandeling doen. Het lijkt vandaag wat drukker dan drie weken geleden op de “Beach Road” maar het is bij verre nog niet zoals voor de Covid-19 samenzwering. Even rusten voor de 7-11 met een flesje sodawater om mijn lichaamsvloeistoffen weer aan te vullen die ik onderweg heb uitgezweet. Het is heerlijk weer rond deze tijd in Pattaya. Niet te warm en zeker niet te koud.
Bij terugkomst in het hotel, om kwart over twaalf, blijkt de gast nog in zijn kamer te zijn en zeker te laat met het uitchecken. Er wordt een medewerker naar boven gestuurd om te kijken wat er aan de hand is. Ik krijg een donkerbruin vermoeden dat de gast nog enkele dagen wil bijboeken om zijn verblijf in Pattaya te verlengen. De vrouw achter de receptie leest mijn gedachten en geeft me de sleutel van kamer 602. Dat is bijna goed maar kamer 602 is voor mij te dicht bij de lift. Ik ben tegenwoordig een lichte slaper en op kamer 602 lig ik de hele nacht naar de bel van de lift te luisteren! Dat gaat hem dus niet worden.
Onverrichter zake ga ik weer terug naar kamer 406 en neem de tijd. Alle vier de koffers staan ingepakt en zijn gereed voor de (mogelijke) verhuizing. Niets is nog zeker vandaag! Om kwart voor een waag ik nog een poging en nu lijk ik meer geluk te hebben. De kamer is nog niet schoongemaakt maar ik krijg al wel de sleutel van kamer 604 overhandigd. Dat geeft me veel vreugde want de kamers 604 en 605 zijn mijn favoriete kamers in het “Nakorn Siam Boutique Hotel”.
Nakorn Siam Boutique Hotel 604Uitzicht van kamer 604 Om een uur rollen we onze koffers de lift uit naar kamer 604 die voor de komende vier weken ons thuis zal zijn. We zijn blij en ik ben nog blijer met het vrije uitzicht over de oostkant van Pattaya. Het grote voordeel van deze kamer is dat het balkon ’s morgens de zon heeft en na de middag, wanneer het erg warm is, in de schaduw. Het is dan heerlijk om buiten te zitten om wat te lezen en te genieten van een koud biertje.
Varkensvlees met gebakken spaghettiLunch bij BigC We gaan vanzelfsprekend weer lunchen in de BigC. Het foodcourt is nog steeds een absolute winnaar waar je voor minder dan vijf euro met z’n tweeën heerlijk kan eten. Een bak noedels en een bak gegrild varkensvlees uit de supermarkt boven aangevuld met een bord gebakken rijst uit de foodcourt. Het voelt goed om weer terug in Thailand te zijn. Nadat we hebben gegeten wordt mijn internet weer opgestart. Alles draait weer voor acht euro de hele maand!
De rest van de middag zijn we bezig met onze koffers. We wachten de aankomst van onze rugzakken en blauwe koffer af. Piet en ik hebben al een tijdstip voor morgen afgesproken. Daarna gaan we alle koffers herinrichten voor ons volgende avontuur.
Uitzicht Café Racer Om half vijf is het tijd om mijn neus weer bij de “Café Racer” te laten zien. Op mijn vaste plekje zie ik het zwoele leven in “LK Arcade” aan mij voorbij trekken. Ik haal diep adem en denk diep na over de vier weken in Pattaya die nog voor ons liggen. Vrienden komen en gaan en het worden zeker gezellige weken.
Het duurt niet lang voordat John zich bij mij voegt. Oude vrienden die samen genieten van het leven. Een eenvoudig maar ook niet altijd een gemakkelijk leven. Grote en kleine problemen zullen je altijd achtervolgen, waar je ook naar toe gaat!
Om kwart voor zeven komt Lyka me ophalen. Een laatste slok uit mijn flesje en het afscheid van John. Het is tijd om te gaan eten bij de “Captain’s Bar”. Een goed restaurant in “Soi Honey Inn” met slechts een klein gebrek. Ze hebben geen personeel en de eigenaresse staat zelf in de keuken. Ze begint ’s morgens om zeven uur met het ontbijt, natuurlijk voor de gasten van haar eigen guesthouse. Om half acht ’s avonds worden er geen bestellingen meer aangenomen. Dan heeft ze lang genoeg gewerkt! Daarom proberen we altijd rond zeven uur aan tafel te zitten.
Pad Krapow en gebakken groenten Over wat we gaan eten hoeven we niet lang na te denken. We zijn na drie weken Vietnam weer toe aan Pad Krapow Moo met gebakken groenten. Het smaakt ons uitstekend en we weten dat we hier in de “Captain’s Bar” de komende weken weer verwend zullen worden met overheerlijke Thaise gerechten afgewisseld door westerse gerechten.
Nog een grote fles Leo bier en dan slapen. Ik ben nog steeds vermoeid van de dag reizen en deze inspannende dag. Vanaf morgen sta ik pas om half zeven uur op.
Copyright/Disclaimer