Het aantal pagina's dat is bezocht op mijn weblog sinds 20 november 2006

vrijdag 30 oktober 2026

Indonesië: Donkere wolken boven Surabaya

Ongebakken kroepoek

Surabaya (Garden Hotel), donderdag 8 mei 2008

Na de zware regenbuien van gisteravond en de onweersbuien die Surabaya teisterden in het midden van de nacht zijn de donkere koppen aan de wolken op deze ochtend geen verrassing. Om zes uur loopt de wekker af en als eerste kijk ik, met het slaapzand nog in de ogen, van de 10de of 12de verdieping over de grauwe daken van een nat Surabaya onder ons. Het verkeer komt langzaam op gang maar er is nog geen sprake van enige drukte.
Het is geen opwekkend beeld! Het is het troosteloze beeld van een Aziatische miljoenenstad die te snel en te ongecontroleerd gegroeid is tijdens de jacht naar het grote geld. Ontelbare schreeuwende reclames onderbreken de grijze massa. Ik vraag me voor het eerst hardop af wat we hier in Surabaya eigenlijk komen doen.
Maar het is pas de eerste dag van wat een mooie en onvergetelijke reis moet worden. Depressieve gedachten kunnen we nu niet gebruiken dus stop ik die diep in mijn emoties weg. We lummelden een beetje ongemakkelijk rond in de kamer om wakker te worden. Het is wel weer even wennen om met iemand de kamer te delen. Niet dat het met mijn oude vriend Tettje een probleem is maar het is wel een grote verandering aan mijn eigen routines. Vooral het delen en overleggen, daar moet ik weer even aan wennen.
Het hoofdkussen op mijn bed is veel te dun! Er was vannacht ook geen extra exemplaar te vinden in een van de groezelige kasten dus moet ik daar later maar eens naar vragen. Het smalle eenpersoonsbed is ook erg onwennig waardoor ik een slechte nacht achter de rug heb, ook het zware snurken van mijn kamergenoot heeft me wat slaap gekost. Ik weet uit de mond van anderen dat ik zelf ook ‘s nachts flink tekeer kan gaan dus hoor je mij hier nooit meer over klagen.
Surabaya ligt, na een licht ontbijt van wat geroosterd brood met een gekookt ei, aan onze voeten. De stad is klaar om door ons ontdekt te worden. Na een vijftal minuten in het daglicht is het richtingsgevoel in mijn hoofd, en op de GPS in mijn hand, gekalibreerd. We kunnen op pad naar een van de weinige bezienswaardigheden in deze miljoenenstad.
’s Avonds in het donker ziet de wereld er heel anders uit! Daglicht is je vriend in een vreemde en nieuwe omgeving. Overdag kan je je tenminste oriënteren. Al wandelend praten we samen over onze ervaringen van vorig jaar, de reis naar Saba, Brunei en Sarawak op Borneo.
Hoe moet je jezelf Surabaya voorstellen? Wel, neem een flinke schep Maleisië en voeg het verkeer van Saigon (Ho Chi Minh City) toe en stop het in de blender. Wat eruit komt is Surabaya, een drukke, maar op het eerste gezicht toch een vriendelijke, stad met enorm veel druk toeterend verkeer.
Oude B-26 in een park langs de Kali Mas rivierOude B-26 in een park langs de Kali Mas rivier Bij de eerste stappen in Surabaya heb ik meteen een goed gevoel. Mijn eerste indruk liegt er meestal niet om en die is meteen goed voor het stukje Indonesië waar we zijn gearriveerd. Langs het water van een smalle rivier, die zich als een slang door Surabaya slingert en een belangrijk oriëntatiepunt voor ons is, lopen we richting de Jembatan Merah, oftewel de Rooie brug.
De brug met een toepasselijke naam is het strijdtoneel geweest voor heftige gevechten voor de onafhankelijkheid. Bloed kleurde de straten rood met het bloed van een Britse officier die door Indonesische vrijheidsstrijders werd vermoord. Vrijheidsstrijders die door de verslagen vijand, de Japanners, op het laatste moment van wapens waren voorzien.
Voor de nog steeds Nederlandse onderdanen, die de verschrikkelijke jappenkampen ternauwernood hadden overleefd, braken opnieuw gevaarlijke en onzekere tijden aan! De vrijheidsstrijd voor de republiek Indonesië.
Oude geveltjesSurabaya, zomaar op een hoekWachtende vuilniskarrenWerken langs de weg Onderweg is het al snel duidelijk dat de mensen in Indonesië overwegend arm zijn. Ondanks die relatieve armoede, zoals in veel ontwikkelingslanden, blijven ze wel opgewekt en heel vriendelijk. Ze krijgen het met de week beter en die langzame verandering en uitzicht op een betere toekomst geeft hoop. En hoop doet leven. Ondanks deze verbetering in levensomstandigheden wordt er toch regelmatig een arm met daaraan een vlakke hand naar je uitgestrekt om te bedelen, oude gewoontes blijken moeilijk uit te bannen.
In de ogen van de minder bedeelden lijken wij westerlingen toch nog steeds heel rijk! Ik denk kort en diep na over al de corruptie die, de afgelopen zestig jaar na de onafhankelijkheid, het land financieel heeft leeggezogen. Het vertrek van de Nederlanders en de onafhankelijkheid onder Soekarno en Hatta heeft veel Indonesiërs niet gebracht waar ze op gehoopt of verwacht hadden.
De wagons staan klaar bij het Kota StationKota station Wat maakt Indonesië nu precies Indonesisch? Met deze vraag in mijn achterhoofd struinen we door de straten van Surabaya. Zijn het de fietstaxi’s? Nee, die heb ik ook in Maleisië gezien en ik geloof zelf dat ze met de rondtrekkende Chinezen zijn mee gekomen. Is het de Kereta Api Indonesia? De erfenis van de oer-Hollandse Spoorwegen, inclusief de rode bakstenen treinstations, die nog steeds heel Java doorkruisen.
Lege flessen hergebruikenAutosloperij Het bevreemd me dat ik niets ècht Indonesisch zie. Wat ik wel duidelijk zie zijn de symptomen van een arm land. Recycling uit noodzaak! Niet uit financieel bejag of moreel besef. Nee, hier wordt alles gerecycled omdat het een synoniem is voor overleven.
Saté verkoper En daar staat dan zomaar langs de weg een kraampje waar ze saté verkopen. Saté! Een van mijn meest favoriete voedsel en niet ècht Indonesisch, eigenlijk alleen door de pindasaus! Saté, in een ver verleden bij Loek Stehman in Bar ‘t Torentje. Saté, met Bapao in de cafetaria van Henkie Patat in de Boschstraat. Herinneringen uit een ver verleden borrelen in me op. Ik ben zo gek op die pindasaus dat Gado-gado ook tot mijn favoriete Indonesische gerechten behoort.
Als een kat op jacht naar een oplettende prooi sluipen we langzaam dichterbij en snuiven de slingers van rook op. Een dikke zware rook, de geur is een mix van kruiden en specerijen vermengd met de laatste restjes hout van de houtskool, bereikt onze neuzen en het water loopt me in de mond.
Mijn gezond verstand verteld me meteen dat het niet zo’n goed idee is om die heerlijk ruikende bamboestokjes met gegrilde kip langs de straat te proberen terwijl mijn reukorgaan me aanspoort om enkele van die stokjes met geroosterd vlees te bestellen.
Mijn gezond verstand wint uiteindelijk en we vertrekken weer onverrichter zaken richting ons hotel. Een kans om van die geroosterde saté te proeven doet zich later deze reis zeker nog wel een keer voor.
Door smalle straatjes, over onverzorgde perken, door dorre parken en over onverharde paden belandden we op de Pasar Pabean, een overdekte markt waar de adembenemende geur van de dood hangt. Kokhalzend kijk ik om me heen terwijl ik de stank probeer te ontkennen en uit mijn hoofd te verbannen.
Kippen, runderen, geiten en vissen worden hier ter plaatse onverdoofd geslacht en schoongemaakt. Het bloed wordt opgevangen om te worden verwerkt. Andere lichaamseigen vloeistoffen en onbruikbare resten stromen langzaam door een smalle diepe goot richting het riool.
Een rioolsysteem dat nog door die slechte Orang Belanda (Hollanders) is aangelegd. De stank overweldigd me en voordat ik over mijn nek ga verlaten we de hal van de dood. We hebben zelfs geen foto’s gemaakt omdat we onze handen gebruikten om onze neuzen en monden te bedekten.
Er wordt maar weinig opgeslagen of gekoeld, de meeste geslachte dieren worden direct uit elkaar genomen. Alles wordt gebruikt! Buiten de slachterij kijk ik naar een grote kunststof teil gevuld met kippenvoeten, de nagels er nog aan. Trossen vlees hangen als vreemde vruchten aan haken hoog in de kramen. Fotografie wordt hier niet echt op prijs gesteld. Zodra de camera tevoorschijn komt verdwijnen de verkopers als kakkerlakken die door het zonlicht worden verrast.
Tettje aan de pomp in China TownTamarind of asamPasar Pabean, van alles te koopPasar Pabean, van alles te koop Op de markt wordt op het eerste gezicht niets per kilo verkocht maar meer per reep, of per stuk, ik zie tenminste maar heel weinig weegschalen. Een fascinerend beeld waar ik niet snel genoeg van kan krijgen. Kruiden en specerijen afgewisseld door groenten en keukengerei.
Oude vrouwen die 365 dagen per jaar knoflook zitten te pellen en de tenen naar grootte sorteren. Enorme blokken geperste tamarinde, asem in het Bahasa Indonesia, staan uitgestald langs de smalle paden.
Ongebakken kroepoek Bakken vol met ongebakken kroepoek, in alle smaken en soms andere kleuren. Citroengras en kruidnagel, zwarte peper en grote gemberwortels, alles is hier te koop. Ik ben wel op bekend terrein want de Indonesische keuken heeft weinig geheimen meer voor mij. Het is een indrukwekkend schouwspel en zeker anders dan de vele markten die ik in het verleden in Azië heb bezocht. Veel specerijen zijn lokaal maar ook veel specerijen zijn door de Arabische zeevaarders ver de archipel in gebracht op zoek naar handel en rijkdom.
Samen met de koran en de islam. Bij volkeren die afhankelijk zijn van beperkte landbouw en visserij is het niet moeilijk een nieuw geloof te slijten. Wanneer deze arme mensen het er maar ook een beetje beter van krijgen lopen ze al snel mee. Het gevolg is dat Indonesië nu het land is met de grootste islamitische bevolking in de wereld. Toch zijn ze hier in Indonesië, en met name oost-Java, niet helemaal in de islam opgegaan. In Oost-Java gaan we later tijdens deze reis nog de overblijfselen van het Hindoeïsme en het Boeddhisme bezoeken.
Oude geveltjesOude geveltjes Op de Garmin GPS ziet het er allemaal heel gemakkelijk uit dus nemen we een onverwachte afslag die ons wat verder weg brengt van de meest belopen paden. En dan wordt het echt mooi. De oude koloniale architectuur uit de glorietijd van de VOC. Wat moet het er hier in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw mooi hebben uitgezien! Ik vraag me af of die Belanda echt zo slecht zijn geweest voor de inheemse bevolking. Uitbuiting heeft tenslotte ook binnen de Nederlandse landgrenzen in Europa plaats gevonden!
Een ontmoeting met een bewoner Ik geniet van die oude gevels die door het achterstallig onderhoud een extra dimensie hebben gekregen. Bij het passeren van zo’n oud bakstenen pand werp ik een blik door een openstaande deur naar binnen. Dat blijft niet onopgemerkt! Binnen enkele seconden staat er een man gekleed in een traditionele sarong. Hij nodigt me met een soepel handgebaar uit om een kijkje in zijn huis te nemen.
Dat wil ik niet afslaan want ik ben ook erg benieuwd hoe die oude opslagloodsen er tegenwoordig van binnen uitzien. Bouwkundig is er binnen en buiten maar weinig veranderd. Hier en daar is er een elektrische kabel op de muur gespijkerd die zonder uitzondering eindigt in een dubbel stopcontact. Een kaal doorzichtig peertje strooit 15 watt licht door de donkere ruimte.
We wisselen enkele woorden, half Bahasa, half Belanda, de man is zichtbaar trots dat hij zich nog enkele woorden van de verslagen kolonialen kan herinneren, de uitnodiging om thee te drinken sla ik maar af. We worden als Belande wel getolereerd maar nog steeds niet geaccepteerd.
Tettje staat buiten rustig op me te wachten. De vermoeidheid maakt zich langzaam meester van mijn lichaam en geest. Hoewel het pas de eerste dag is van onze reis in Indonesië hebben we toch al heel veel indrukken opgedaan.
Onverharde straat in het centrum van Surabaya Met elke stap lopen we verder van de rijkdom richting de armoede. Ik twijfel of het wel een goed idee is geweest om van de gebaande paden af te wijken. Ik laat Tettje niets merken dat ik met elke stap een beetje onzekerder wordt. De straten afgebeeld als gekleurde strepen op het kleine scherm van mijn GPS houden dezelfde kleur maar de toplaag in de werkelijkheid veranderd in een hindernisbaan met verspreide plassen water.
Jute zakken repareren Een monotoon gezang trekt onze aandacht. Het gezang komt uit een openstaande deur met daarachter een donker hok zonder enige verlichting. Mijn ogen hebben even tijd nodig om van het felle zonlicht over te schakelen naar de duisternis. In de ruimte wordt langzaam een middeleeuws tafereel zichtbaar. Er hangt veel stof in de lucht en het stof vormt een vieze smaak in mijn mond. Mijn nieuwsgierigheid wint van de vieze smaak.
Zodra ik ben opgemerkt staat er een kleine Indonesiër naast me en vraagt in slecht Engels wat ik kom doen. Niet geheel ongastvrij maar toch met voldoende druk om ons zo snel mogelijk door te lopen. Ik ben beland in pakhuis met een reparatie werkplaats voor jute zakken. Hier speelt zich iets af dat niet voor ieders ogen bestemd is. Nadat ik hem uitgebreid bedankt heb draait hij zich om en loopt weg. Mijn camera flitst één keer en de mannen en vrouwen in de donkere ruimte zijn voor enkele seconden blind. Wanneer het zicht bij hen weer terugkeert zijn wij al verdwenen.
Buiten op het kleine beeldscherm van mijn camera bekijk ik, samen met een nieuwsgierige Tettje, het resultaat. Een sweatshop, waar onder de meest erbarmelijke omstandigheden die je je kan voorstellen mannen en vrouwen kretek sigaretten rokend in een wolk van hoogst ongezond stof voor een paar cent per stuk jute zakken zitten te repareren.
Samen werken aan de KoranDe Koran staat klaar Dat zingen komt nog een keer terug en deze keer zit een groep jonge vrouwen in een goed geventileerde en verlichte ruimte boeken in elkaar te lijmen. Niet zomaar een boek, het is de Koran!
‘As Salam Alaikum’, zeg ik tegen de groep vrouwen die me giechelend en verbaasd aankijken.
‘Wa Alaikum Salam’, hoor ik een zware mannenstem achter me zeggen.
‘Are you a muslim?’
Ik schud met mijn hoofd en de man kijkt me teleurgesteld aan.
‘We make koran for the masjid!’, lacht hij me tandeloos en vol devotie toe.
Ik lach vriendelijk terug en maak enkele foto’s. Dit is dan toch wel het andere uiterste in werkomstandigheden. Hoewel ik politiek en religie altijd probeer te vermijden tijdens het reizen krijg ik toch de indruk dat het geloof hier hand in hand loopt met de macht over de burgers.
Tettje met een collega De tijd is erg snel gegaan en rond half een gaan we weer de terugweg aan richting het hotel. Tettje maakt nog een praatje met een collega gemeentewerker. De vermoeiende reis en de slechte nachtrust van de afgelopen nacht heeft zijn tol geëist, het zeer vroeg opstaan heeft daar natuurlijk nog een schepje bovenop gedaan. Tettje doet zijn dutje in de middag terwijl ik de foto’s van deze dag bewerk en mijn verhalen schrijf.
Vreemde beelden voor een winkelcentrumGoede mie goreng De stad lijkt na ons eerste uitstapje niet erg uitnodigend en enorm uitgestrekt, openbaar vervoer is er wel maar erg ingewikkeld. Er zijn weinig terrassen en eetstalletjes op avondmarkten waar de mensen samenkomen.
Hier in het oosten van Java gebeurd alles in de enorme geairconditioneerde winkelcentra. Dus opnieuw naar de foodcourt die we gisteren hebben ontdekt is dus onze keuze voor de avondmaaltijd. Het eenvoudige eten smaakt ons weer goed en ik schiet met plezier een plaatje van mijn bord.

Morgen staan we iets later op omdat we niet echt veel te doen hebben. Surabaya is geen stad die bol staat van de monumenten of bezienswaardigheden.

maandag 26 oktober 2026

Thailand: Een hotelkamer is een hotelkamer

Pattaya Beach

Pattaya (Nakorn Siam Boutique Hotel) 604), donderdag 19 december 2024

Het lijkt op het eerste oog een eenvoudige titel die toch niet helemaal waar is! We hebben goed geslapen en het voelt nog steeds als dat we zijn thuisgekomen. De gordijnen open, een bakkie koffie zetten, een tosti en een halve banaan als ontbijt en dan terug naar de orde van de dag. Een drukke eerste dag!
Wanneer de gordijnen dicht zijn is elke hotelkamer in dit gebouw hetzelfde! Het verschil in de kamer zit in wat je ziet wanneer de gordijnen open gaan. Vandaag wordt ik wakker in kamer 406 en dat stemt me niet gelukkig. Vanaf het balkon kijk ik tegen een groen dak aan dat vol ligt met rotzooi. Zo ligt er jaren een witte joggingbroek die waarschijnlijk tijdens het drogen door een onverwachte windvlaag van een balkon is gewaaid.
Straks maar meteen vragen wanneer een van onze favoriete kamers beschikbaar komt want we hebben tenslotte nog zesentwintig nachten in het “Nakorn Siam Boutique Hotel” voordat we naar Japan vertrekken. Het zou ook nog steeds zomaar ons laatste verblijf in dit hotel kunnen zijn want de prijzen zijn nog steeds niet bijgesteld op booking.com en Agoda.
Het blijft een vreemde zaak, en ook een Thais gebruik, dat je vaste gasten de lasten laat dragen en de nieuwe gasten in de watten legt. Zodat ze ook in de toekomst vaste gasten worden. Er denkt helemaal niemand aan het feit dat vaste gasten je de rug kunnen toe keren omdat ze zich slecht behandeld voelen.
Wanneer ik straks op pad ga om een paar zaken af te handelen, zoals een nieuwe internetpas voor de komende maand, spreek ik eerst met de vriendelijke vrouw achter de receptie over wanneer er een kamer voor ons op de zesde verdieping aan de achterkant vrij komt.
Ze verzekerd me dat we rond twaalf uur een nieuwe kamer krijgen op de zesde verdieping. Zodra de kamer is schoongemaakt kunnen we verhuizen. Mijn vraag welke kamer we krijgen blijft onbeantwoord, dat weet ze nog niet zeker.
Lyka gaat op deze mooie ochtend eerst de vuile was, die we uit Vietnam hebben meegebracht, doen bij de “Otteri” wasserette en ik ga mijn gebruikelijke ochtendwandeling doen. Het lijkt vandaag wat drukker dan drie weken geleden op de “Beach Road” maar het is bij verre nog niet zoals voor de Covid-19 samenzwering. Even rusten voor de 7-11 met een flesje sodawater om mijn lichaamsvloeistoffen weer aan te vullen die ik onderweg heb uitgezweet. Het is heerlijk weer rond deze tijd in Pattaya. Niet te warm en zeker niet te koud.
Bij terugkomst in het hotel, om kwart over twaalf, blijkt de gast nog in zijn kamer te zijn en zeker te laat met het uitchecken. Er wordt een medewerker naar boven gestuurd om te kijken wat er aan de hand is. Ik krijg een donkerbruin vermoeden dat de gast nog enkele dagen wil bijboeken om zijn verblijf in Pattaya te verlengen. De vrouw achter de receptie leest mijn gedachten en geeft me de sleutel van kamer 602. Dat is bijna goed maar kamer 602 is voor mij te dicht bij de lift. Ik ben tegenwoordig een lichte slaper en op kamer 602 lig ik de hele nacht naar de bel van de lift te luisteren! Dat gaat hem dus niet worden.
Onverrichter zake ga ik weer terug naar kamer 406 en neem de tijd. Alle vier de koffers staan ingepakt en zijn gereed voor de (mogelijke) verhuizing. Niets is nog zeker vandaag! Om kwart voor een waag ik nog een poging en nu lijk ik meer geluk te hebben. De kamer is nog niet schoongemaakt maar ik krijg al wel de sleutel van kamer 604 overhandigd. Dat geeft me veel vreugde want de kamers 604 en 605 zijn mijn favoriete kamers in het “Nakorn Siam Boutique Hotel”.
Nakorn Siam Boutique Hotel 604Uitzicht van kamer 604 Om een uur rollen we onze koffers de lift uit naar kamer 604 die voor de komende vier weken ons thuis zal zijn. We zijn blij en ik ben nog blijer met het vrije uitzicht over de oostkant van Pattaya. Het grote voordeel van deze kamer is dat het balkon ’s morgens de zon heeft en na de middag, wanneer het erg warm is, in de schaduw. Het is dan heerlijk om buiten te zitten om wat te lezen en te genieten van een koud biertje.
Varkensvlees met gebakken spaghettiLunch bij BigC We gaan vanzelfsprekend weer lunchen in de BigC. Het foodcourt is nog steeds een absolute winnaar waar je voor minder dan vijf euro met z’n tweeën heerlijk kan eten. Een bak noedels en een bak gegrild varkensvlees uit de supermarkt boven aangevuld met een bord gebakken rijst uit de foodcourt. Het voelt goed om weer terug in Thailand te zijn. Nadat we hebben gegeten wordt mijn internet weer opgestart. Alles draait weer voor acht euro de hele maand!
De rest van de middag zijn we bezig met onze koffers. We wachten de aankomst van onze rugzakken en blauwe koffer af. Piet en ik hebben al een tijdstip voor morgen afgesproken. Daarna gaan we alle koffers herinrichten voor ons volgende avontuur.
Uitzicht Café Racer Om half vijf is het tijd om mijn neus weer bij de “Café Racer” te laten zien. Op mijn vaste plekje zie ik het zwoele leven in “LK Arcade” aan mij voorbij trekken. Ik haal diep adem en denk diep na over de vier weken in Pattaya die nog voor ons liggen. Vrienden komen en gaan en het worden zeker gezellige weken.
Het duurt niet lang voordat John zich bij mij voegt. Oude vrienden die samen genieten van het leven. Een eenvoudig maar ook niet altijd een gemakkelijk leven. Grote en kleine problemen zullen je altijd achtervolgen, waar je ook naar toe gaat!
Om kwart voor zeven komt Lyka me ophalen. Een laatste slok uit mijn flesje en het afscheid van John. Het is tijd om te gaan eten bij de “Captain’s Bar”. Een goed restaurant in “Soi Honey Inn” met slechts een klein gebrek. Ze hebben geen personeel en de eigenaresse staat zelf in de keuken. Ze begint ’s morgens om zeven uur met het ontbijt, natuurlijk voor de gasten van haar eigen guesthouse. Om half acht ’s avonds worden er geen bestellingen meer aangenomen. Dan heeft ze lang genoeg gewerkt! Daarom proberen we altijd rond zeven uur aan tafel te zitten.
Pad Krapow en gebakken groenten Over wat we gaan eten hoeven we niet lang na te denken. We zijn na drie weken Vietnam weer toe aan Pad Krapow Moo met gebakken groenten. Het smaakt ons uitstekend en we weten dat we hier in de “Captain’s Bar” de komende weken weer verwend zullen worden met overheerlijke Thaise gerechten afgewisseld door westerse gerechten.
Nog een grote fles Leo bier en dan slapen. Ik ben nog steeds vermoeid van de dag reizen en deze inspannende dag. Vanaf morgen sta ik pas om half zeven uur op.

donderdag 22 oktober 2026

Thailand: De laatste rit in een Japanse trein

Japan Airlines

Pattaya (Nakorn Siam Boutique Hotel) 502), donderdag 29 februari 2024


Wanneer ik voor de tweede keer het bed verlaat om te gaan pissen tik ik voor de zekerheid op het beeldscherm van mijn iPhone. 05:45 verschijnt er op het beeldscherm en het is mij meteen duidelijk dat het geen nut meer heeft om terug naar bed te gaan. Ik doe snel een “Lorre Dana” om zo geen geluid te maken op de gang. De gipswanden zijn erg dun en ik vraag me af of er wel steenwol tussen zit.
Het licht in onze hotelkamer gaat aan en ik kijk naar de zeven lege bierblikken op de grond naast de afvalemmer terwijl ik zachtjes met mijn hoofd schud. Het is eigenlijk teveel op de avond voor een reisdag. Maar het was een gezellige avond en een mooi afscheid van Osaka. Ik schud Lyka voorzichtig aan haar schouder en gelukkig is ze meteen wakker en ook nog eens in een goed humeur. Mooier en voorspoediger kan deze reisdag niet beginnen. Ons bezoek aan Japan zit er alweer op, de vier weken zijn voorbij gevlogen en veel indrukken zijn nog niet verwerkt tot herinneringen. Gelukkig hebben we daar voldoende foto’s voor.
Zodra de koffie gezet is beginnen we aan het inpakken. Eigenlijk moet ik zeggen dat we het inpakken afmaken, we hebben gisteren al het een en ander in de verschillende koffers gelegd. Het reizen met vier koffers heeft zijn voordelen. Het zou zo maar kunnen dat het einde van het tijdperk “reizen met de rugzak” is aangebroken. Dat zijn de kleine dingen die we na thuiskomst maar eens goed moeten evalueren. Nu ik niet meer de jongste ben en toch wel van wat comfort hou is een koffer waarschijnlijk gemakkelijker.
Een slokje hete koffie en bepalen wat er in welke koffer verdwijnt. Om ongeveer tien voor half zeven zijn we klaar met het inpakken en smeer ik de overgebleven vier witte boterhammen met boter en beleg die ruim met de ham en de kaas die ook nog in de koelkast ligt. Geld besparen is geen schande! Nog een laatste keer door de kamer rondkijken en we zijn honderd procent zeker niets vergeten.
We laten de sleutel van de kamer in de deur zitten zoals we met Ken hebben afgesproken. Het boodschappenmandje met de handdoeken en de Japanse 110 Volt opladers staat op het bed. De lift is klein dus loop ik voor de laatste keer de trap van het Cote House af naar de begane grond terwijl Lyka met de vier koffers met de lift afdaalt.
Nog voor zes uur staan we op het perron van “Sakuragawa Metrostation” op de eerste trein te wachten. Osaka slaapt nog en de dienstregeling voor de ochtendspits moet nog op gang komen. Voor 190 yen per persoon stappen we twee minuten later uit op het enorme “Namba treinstation”. Een knooppunt van verschillende spoorwegen, met verschillende spoorwegmaatschappijen, en de Osaka Metro.
Hier beginnen de eerste kleine ongemakken. We hebben beide een kleine rolkoffer voor in de cabine en een grote koffer voor in de buik van het beest. Met mijn slechte schouder is dat niet gemakkelijk omdat de liften niet altijd gemakkelijk te vinden zijn. Dan maar met alle koffers de roltrappen op. We overleven het wel maar gemakkelijk is anders.
Nankai Airport Express Ondertussen zijn we wel gewend aan de kaartjesautomaten en voor 970 yen (€ 6,10) per persoon zitten we een uur in de stoptrein naar het “Kansai International Airport”. Voor slechts 500 yen (€ 3,10) meer kunnen we ook de super de luxe “Nankai Airport Express” nemen. Helaas vertrekt die twintig minuten later en komt drie minuten later dan onze gewone Nankai “Limited Express” aan. Dat is het extra geld niet waard, misschien een volgende keer.
De enorm grote liften op de de Kansai luchthaven maken het de passagiers een stuk gemakkelijker dan de lange roltrappen op het treinstation. Alleen zijn er vandaag de dag nog steeds passagiers die naar beneden moeten maar meteen instappen zodra de deuren van de lift zich openen, ook wanneer de lift nog omhoog gaat! De koffers zijn we veertig minuten later kwijt en we zien hoe onze koffers enkele speciale labels krijgen omdat we een zeer korte overstap tijd hebben in Manilla.
We worden gecontroleerd of onze handbagage wel in orde is en deze keer kunnen we onze schoenen aanhouden en mag de MacBook in de koffer blijven. Het kan dus wel! We volgen de stroom passagiers naar de immigratie en ik moet even een korte zijstap maken om mijn paspoort te laten scannen omdat ik een “Tax Free” aankoop heb gedaan in een warenhuis. Twaalf ogen houden me goed in de gaten vanachter een balie aan het einde van de rij paspoortscanners voor Tax Free aankopen. Er wordt gebaart dat ik door mag lopen en zo stap ik naar de volgende scanner toe om mijn paspoort voor mijn vertrek door de immigratie te laten scannen.
Het is even tobben omdat de camera mijn gezicht niet goed kan vergelijken met de pasfoto in mijn paspoort. Na twee pogingen gaat het allemaal het goed en ik heb officieel Japan verlaten, zonder een stempel in mijn paspoort. Bij Lyka wil het vergelijken maar niet lukken en zij wordt naar een lange rij wachtenden gedirigeerd om haar paspoort door een beambte van vlees en bloed te laten afstempelen.
Ook op de luchthaven Osaka-Kansai zijn de “Tax Free Shops” niet echt goedkoop te noemen. Dat is bijna nergens meer in de wereld omdat die belastingvrije winkels zijn toegevoegd aan het verdienmodel. “Osaka-Kansai” is een mooie luchthaven maar bij de verschillende toiletten staan lange wachtrijen, er zijn te weinig toiletten bij de gates.
Genoeg ruimte in de Airbus A321-200 Alles gaat gemoedelijker in Japan en ook mijn verzoek om wat extra hulp om aan boord te gaan wordt zonder enige weerstand gehonoreerd. We zijn weer als eerste aan boord van de Airbus A321-200 en omdat ik gisteren tijdens het internet inchecken een trucje heb uitgevoerd zitten we de ruim vier uur van Osaka-Kansai naar Manilla prinsheerlijk met z’n tweeën op drie stoelen!
Kansai International AirportBoven de Filipijnenzee Wat valt er over een een vlucht van ruim vier uur gevolgd door een korte overstap en nog een vlucht van bijna drieënhalf uur te vertellen? Bitter weinig, ik kijk naar de film “Killers of the Flower Moon” en lees in “Moby Dick”. Gelukkig blijft de pijn in mijn rechterbeen voor een langere tijd weg omdat ik regelmatig kan gaan verzitten en mijn been strekken of een andere positie laat innemen.
Kip Teriyaki Philippine AirlinesRoast pork rice Philippine Airlines Het eten onderbreekt het kijken naar de film en het lezen. De maaltijden zijn precies zoals we gewend zijn in de aluminium pijpen en ik zet er nog steeds vraagtekens bij hoe het mogelijk is dat je in veel Aziatische landen heerlijke magnetron maaltijden bij elke kleine supermarkt kan kopen maar dat het eten in het vliegtuig nog steeds achterblijft in hoeveelheid en kwaliteit. Smaak verandert wanneer de luchtdruk verandert! Maar dan toch, het blijft een raadsel.
Dan is er eigenlijk nog maar een ding waar ik gelijk na het eten in het vliegtuig aan moest denken. Tijdens het gebruik van het minuscule toilet achter in het vliegtuig, twee toiletten voor ruim 150 passagiers is ook aan de dunne kant. In een ver verleden, toen we de bouwplaatsen in de randstad frequent bezochten, waren warme toiletbrillen op de toiletten in de keten de norm. Een rilling ging er door je heen wanneer je plaats nam op een toiletbril die je voorganger persoonlijk had voorverwarmd.
In Japan kwam dat gevoel voor enkele momenten terug gevolgd door een acceptatie van het comfort van de voorverwarmde toiletbril! En nu in het vliegtuig schrik ik me kapot wanneer ik neer zijg op een ijskoude zitting als afscheid van een geciviliseerde en goed georganiseerde oosterse samenleving. Lyka en ik hebben het er al samen uitgebreid over gehad! Wanneer we weer in Nederland zijn ga ik een Japanse toiletbril plaatsen op ons eigen toilet. Er gaat niets boven een warme toiletbril en een verfrissende lauwe straal water om je achterste te reinigen! Alleen nog even droog deppen met een stukje toiletpapier. Misschien zijn washandjes wel gemakkelijker en beter voor het milieu en de portemonnee?
Eenmaal in Bangkok staan we, nadat we zonder problemen de immigratie zijn gepasseerd, aan bagageband 21 te wachten op onze twee koffers. Dit is zonder enige twijfel het meest stressvolle moment van elke verplaatsing. We hebben het nu al twee keer meegemaakt dat onze koffers niet tevoorschijn kwamen en ondanks dat het ook twee keer allemaal weer is goedgekomen blijft het wachten op je bagage heel erg stressvol.

De taxi is gevonden
We slaken tegelijk een kreet van opluchting wanneer de zwarte koffer met het rode plakband als eerste uit de catacomben verschijnt. Een vriendelijke jonge sterke gozer plukt de koffer voor me van de band. Niet veel later verschijnt de lichtblauwe koffer en ook die wordt door de vriendelijke gozer opgepikt en op de bagage trolley gezet. Er bestaan ook in de westerse wereld gelukkig nog beschaafde en behulpzame mensen!
Nadat ik drie ijskoude blikken “Leo Beer” bij de 7-11 heb gekocht gaan we op zoek naar onze taxi en alles is door Narin weer tot in de puntjes geregeld. Een kwartiertje later zoeven we door de duisternis van de net gevallen avond richting Pattaya. Ik sip van mijn koude biertje en glij terug in de tijd, naar Japan. Wat zijn dit toch verschrikkelijk mooie en intensieve vier weken geweest! We proberen Japan in 2025 weer te bezoeken, dan de omgeving van Tokyo!
Nakorn Siam Boutique Hotel 502 Na een taxirit van een kleine twee uur staan we in de receptie van het ons zeer bekende “Nakorn Siam Boutique Hotel”. Onze kamer is gereed maar helaas is het niet een van de fijne kamers op de zesde verdieping waar we gewoonlijk logeren. Het is kamer 502 geworden omdat ik helaas een standaard kamer heb moeten boeken voor de komende drie weken. De Superior en de DeLuxe kamers waren allemaal volgeboekt. Het is zoals het is! We beginnen morgen aan de laatste etappe van deze fantastische winterreis.

Copyright/Disclaimer