zondag 31 december 2023

Gelukkig nieuwjaarFilippijnen: Alleen op nieuwjaarsavond!
Angeles City (Walk About Hotel) Poolside 1), zondag 31 december 2023

Dat klinkt veel tragischer dan het in werkelijkheid is, ‘Alleen op nieuwjaarsavond!’

Waar woont “de eenzaamheid” eigenlijk?

Woont “de eenzaamheid” in de ziel van een persoon die op zichzelf aangewezen is of woont “de eenzaamheid” in de ziel van de persoon die medelijden heeft met de persoon die op zichzelf aangewezen is?

Wordt “de eenzaamheid” gevoed door de angst om alleen te zijn?

“Wanneer je niet gelukkig kan zijn wanneer je alleen bent kun je ook niet gelukkig zijn met een ander!”

Ik heb helemaal niets met het Christelijke nieuwjaar. Door mijn reizen langs de vele culturen heb ik soms het Christelijke (1 januari), het Joodse (2 oktober), het Thaise (13 april), het Chinese (10 februari), het Islamitische (6 juli) en het Hindoestaanse (25 februari) nieuwjaar in een kalenderjaar. Daarom is 1 januari voor mij een dag als alle andere dagen op de kalender.

De laatste dag van 2023 is gearriveerd en ik ben al 17 dagen op mezelf in Angeles City. Mijn vrouw bezoekt haar moeder in de provincie om samen met haar en een handjevol kinderen en kleinkinderen kerstmis en nieuw jaar te vieren. Ik ben erg blij voor Lyka en mijn familie.

2023 was voor Lyka en mij een gemiddeld jaar. Enkele mooie maar ook enkele lelijke momenten. Er was stress en er was geluk. Ik ben oprecht blij dat 2023 voorbij is.

2024 gaat hoogstwaarschijnlijk beter worden, er zijn belangrijke beslissingen genomen en onze toekomst gaat er heel anders uitzien.


Lyka en ik wensen jullie een voorspoedig en gezond 2024



Gelukkig nieuwjaar

zondag 24 december 2023

Filippijnen: En daar is kerstmis

Kerstballen
Angeles City (Walk About Hotel) Poolside 1), zondag 24 december 2023

Ik zit voor het tweede jaar op rij op dezelfde stoel, aan dezelfde tafel, voor dezelfde kamer, aan hetzelfde zwembad na te denken over de gebeurtenissen in het jaar dat achter ons ligt en de onzekerheden over het jaar dat voor ons ligt.

We hebben helaas afscheid moeten nemen van veel goede vrienden en bekenden. Daarom wordt 2024 voor ons een heel belangrijk jaar.

Mijn AOW leeftijd komt met rasse schreden dichterbij en daarom gaan we het komende jaar knopen doorhakken. We gaan weer op reis en nog meer genieten van exotische bestemmingen, lekker eten, koude biertjes en elkaar nu het nog kan. Elke ademtocht kan je laatste zijn.

De wereld wordt met de dag een zwartere en gevaarlijkere plaats. 2024 wordt voor ons een nieuw begin op weg naar het definitieve einde!


Daarom wensen Lyka en ik onze vrienden, kennissen en lezers van dit weblog een


Nieuwjaarskaart 2024

woensdag 13 december 2023

Filippijnen: Afdingen

Een astronaut
Angeles City (Walk About Hotel) Poolside 1), woensdag 13 december 2023

Het was op een van die doordeweekse middagen dat ik ergens in Angeles City rustig aan een buitenbar een biertje zat te drinken. Ik bemoei me normaal gesproken nooit met mensen die ik niet ken en wacht tot er misschien een bekende, of iemand van het drinkteam, komt opdagen voor een gesprek en een goede mop.

Voordat ik het me realiseerde nam er een “Gekke Henkie” naast me plaats en ook tegenover me aan de lange tafel onder het afdak zeeg er een man neer gekleed in een lange korte-broek, of was het een korte lange-broek, een t-shirt met een vreemde opdruk en de altijd en overal aanwezige honkbal pet. Een combinatie van kleuren die pijn doet aan je ogen en je doet vermoeden dat er van kleurenblindheid sprake moest zijn.
‘De koffer is zeker door zijn moeder ingepakt?’, zeiden we vroeger altijd tegen elkaar in Pattaya.
Maar het meest opvallend was natuurlijk zijn zwarte sokken in de sandalen.
Ik bemoeide me alleen met mijn eigen zaken. Mijn blik strijkt voor me uit over de straat naar het kleurrijke pakket van de passanten. Toeristen en lokale bevolking met ieder hun eigen dromen en problemen. Nog maar een sip van mijn ijskoude flesje “SMB” (San Miguel Beer). Het andere populaire bier in de Filipijnen is het “SML” (San Miguel Light) bier. Voor mij persoonlijk is dat laatste paardenpis zonder enige smaak.
Of de twee Gekke Henkies elkaar al kenden is me op dit moment nog niet duidelijk. Nadat de serveerster de twee nieuwe klanten van een koud biertje heeft voorzien beginnen ze aan de aftastende fase. Het is me nu meteen duidelijk dat ze beiden uit verschillende landen komen. Landen waar het Engels niet de voertaal is maar wel wordt onderwezen. De twee Henkies hebben elkaar in ieder geval nog nooit gesproken. Het zijn twee Scandinavische Henkies die elkaar wel eens tijdens de dagelijkse wandeling in “Walking Street” in Angeles City zijn gepasseerd. Ze hebben elkaar wel eens gezien maar nog nooit met elkaar gesproken.
Het was niet mijn bedoeling om ze af te luisteren maar in hun enthousiasme, extra aangespoord door de alcohol, gaan ze steeds harder praten waardoor het onmogelijk word om niet mee te luisteren.

De inleidende gesprekken gaan altijd volgens de bekende patronen maar nooit in dezelfde volgorde:

• Waar kom je vandaan?
• Hoe lang blijf je hier?
• Ben je hier al vaker geweest?
• In welk hotel verblijf je?
• Heb je een vaste vriendin?
• Waar ga je meestal eten?
• Wat is je favoriete bar?
• Neem je wel eens meisjes van de straat mee?

Wat mij altijd meteen opvalt is dat tijdens de inleidende gesprekken de persoon die het initiatief neemt altijd ondergeschikt wordt gemaakt door het antwoord van de persoon die de vraag stelt. De overtreffende trap voor het antwoord staat altijd klaar. Omdat de antwoorden toch niet kunnen worden gecontroleerd schiet er af en toe wel eens een leugentje voor bestwil tussendoor. Het is een spelletje waarvan je na een paar keer de uitkomst al van weet.
Af en toe kom ik onverwacht, en ongewenst, zelf ook in deze situatie. Ik wil het spelletje niet (meer) mee te spelen en geef bewust belachelijke antwoorden die absoluut nergens op slaan en niet de waarheid zijn. Ik stel me namelijk meteen op als ondergeschikte en bevestig daarmee tegelijkertijd de superioriteit van mijn gesprekspartner.
Het directe gevolg is steevast een monoloog over wat, waar, en vooral over hoe goedkoop, het in de ogen van je gesprekspartner is. Hij schikt zich met plezier en vol overgave in zijn nieuwe rol als ongevraagde adviseur/reisleider en bevestigd daarmee voor zichzelf zijn superioriteit in zijn kennis over het land waar je je op dat moment bevind.
Het kan zelfs zo erg zijn dat er een Henkie, op weg naar je vakantiebestemming, naast je in het vliegtuig zit en dan begrijpen jullie wel waar de gesprekken de vijftien uur durende reis over gaan. Een gesproken reisgids ratelt onafgebroken in je oren en geen bar/restaurant/winkelcentrum/bezienswaardigheid wordt overgeslagen. Mocht je het geluk hebben van een tussenstop ergens in het Midden-Oosten dan loopt de Henkie bijna altijd als een puppy achter je aan want hij ziet in jouw een onervaren bloedbroeder die met veel advies moet worden geholpen en vooral worden beschermd tegen de gevaren die op de loer liggen tijdens de reis naar, en in het vakantieland, van je bestemming.
Na een tik op de receptiebel worden er twee nieuwe biertjes geserveerd en het gesprek wordt intiemer en luider. De poorten naar de menselijke ziel worden geopend en de twee mannen beginnen hun gepijnigde harten bij elkaar uit te storten op zoek naar compassie en een lotgenoot.
De man naast me begint plotseling met zijn levensverhaal. De klassieke opening van een echtscheiding die absoluut niet zijn schuld was. Een andere man in het spel en zijn vrouw, waar hij altijd goed voor was geweest, liep weg. Zijn gesprekspartner gaat nog een stap verder, hij is nooit getrouwd geweest en dat was ook absoluut de schuld van de mensen om hem heen en zijn werk. Het was in ieder geval niet zijn schuld.
Nu het hek van de dam is ga ik er maar even goed voor zitten. Het is overduidelijk dat deze twee veteranen het klappen van de zweep kennen. Ik proef dat ze beiden in zowel Thailand en de Filipijnen kind aan huis zijn.

‘Ik ontmoette een vrouw in een kleine bar in Pattaya.’, de klassieke opening voor een exotisch sprookje!, denk ik in mezelf en glimlach onopvallend als voorbode voor het voorgekauwde verhaal dat er nu gaat komen.
‘Ze was weduwe, haar man had een ongeluk met de motor niet overleeft, en ze moest voor twee kleine kinderen zorgen die door haar moeder werden opgevangen. Dat was niet gemakkelijk van de 300 baht die ze per dag in de bar verdiende dus had ze geen andere keuze dan haar lichaam te verhuren aan vreemde buitenlanders voor 1.000 baht per nacht.’
De Henkie tegenover hem is een en al oor en ik zie de glinsteringen in zijn ogen dat hij elk woord van het relaas herkend en er ook van geniet.
‘We werden vrienden.’
‘Hoe oud was ze?’, vraagt de overbuurman.
‘Ze zei dat ze negen en dertig jaar was maar nu weet ik dat dat ook een onderdeel van haar gelogen verhaal was.’
‘Jij houdt ook niet van die jonge meiden? Ik ook niet, die zijn me veel te wispelturig en lopen zo maar bij je weg als je geld op is!’, vult de overbuurman aan die zich nu een levende figurant in het verhaal van mijn buurman voelt. Hij geniet zichtbaar van het noodlot dat zijn gesprekspartner heeft getroffen.
Diep in gedachten verzonken vergeet de man naast me zijn verhaal te vervolgen, zijn omgeving, zijn gedachten drijven terug in in het verleden, de tijd dat het allemaal nog koek en ei was op het platteland van Thailand.
Wanneer de stille periode de overbuurman te lang duurt en hem teveel wordt schreeuwt hij: ‘Hé, ga eens verder met je verhaal man!’
Mijn buurman schrikt op uit zijn dagdroom en neemt een stevige slok van zijn bier om de woorden van zijn betreurenswaardige verhaal gemakkelijker uit zijn zware hart te laten komen.
‘Het waren altijd drie hele mooie weken met elkaar in Thailand!’, zegt hij met een brok in zijn keel.
Ik durf niet naast me te kijken maar ik weet zeker dat er tranen opwellen in zijn ogen. Ik hoor het in zijn stem.
‘Er was geen sprake van seks, alleen zorgzaamheid en een beetje knuffelen, en ik betaalde haar elke dag 1.500 baht. 1.000 baht voor haar en 500 baht voor de bar omdat ik haar moest uitkopen.’
‘Naarmate we dichter bij mijn vertrek, en ons afscheid, kwamen des te moeizamer was onze omgang. Onze gesprekken gingen bijna altijd over geld.’
‘ Ze wilde graag 30.000 baht per maand van mij hebben zodat ze terug naar de provincie kon en zelf voor haar twee kleine kinderen kon zorgen. Ik heb een uitkering en kon haar onmogelijk beloven om elke maand dat geld over te maken. Mijn spaargeld wilde ik ook niet aanspreken omdat ik dat voor mijn pensionering wilde bewaren.’
‘Uiteindelijk is het 10.000 baht per maand geworden. Ook een stevig bedrag voor mij. Ik kon dat geld maar moeilijk missen dus beknibbelde ik op van alles en nog wat. Ik at zo goedkoop mogelijk, eindeloos spaghetti met tomatensaus, en ging nooit meer op stap om een biertje te drinken. Ik viel ’s avonds in slaap met de foto van mijn vriendin met haar twee lieve kinderen op het hoofdkussen naast mij.’
‘Ik spaarde al het geld dat ik bespaarde en zodra ik genoeg geld voor een reis naar Bangkok bij elkaar had stond ik met de telefoon in de hand om een vliegticket bij mijn vaste reisbureau te bestellen. De eerste keer bleven we vier weken in Pattaya. De tweede keer kwam ze mij persoonlijk, samen met haar broer en haar twee kinderen, op de luchthaven in Bangkok ophalen om met de pick-up truck direct naar haar dorp in de Isaan te rijden. Daarna vloog ik altijd van Bangkok direct door naar Buriram. Pattaya bestond voor mij niet meer! Alleen het geboortedorp van mijn vriendin een tiental kilometers buiten Buriram.’
‘Heerlijke avonden samen, een gezellige kleine barbecue voor het huis met grote garnalen en stukjes gemarineerde kip aan een stokje. Samen met haar broer naar de Big C voor een nieuwe koelkast en een nieuwe TV. Rijst met groente eten en bier met ijsklontjes drinken. Die broer was een prima kerel, zo op het eerste gezicht.’
‘Na twee jaar hadden ze mij zover dat ik 185.000 Krone van mijn spaargeld neerlegde voor de bouw van een klein huisje. Haar broer was lang bouwvakker geweest in Bangkok en kon het huisje zelf bouwen. Haar moeder, die om de hoek in een bamboe hutje woonde, kon dan ook bij haar komen wonen en ik hoefde geen geld meer voor de huur van hun huidige woning over te maken!’
‘Schiet nou toch op met je verhaal man, dat geneuzel begint me te vervelen!’, de overbuurman begint zijn geduld te verliezen want hij moet zijn verhaal, dat ongetwijfeld de overtreffende trap is van het verhaal van mijn buurman, ook nog vertellen. Zijn hand komt met een ferme klap neer op de receptiebel en de serveerster brengt twee nieuwe biertjes.
In mijn hoofd tel ik al tot minimaal zes biertjes per persoon. En er moet nog een, ongetwijfeld spectaculair, verhaal door de overbuurman worden verteld.
‘Ach’, zucht mijn buurman.
‘Laat ik maar meteen naar het einde gaan.’, hij klinkt nu bedroeft en het huilen staat hem nabij.
‘Uiteindelijk bleek haar broer haar bloedeigen man! Kun je dat geloven?’, vraagt hij snikkend.
'Alles kwijt na zes jaar! Mijn vriendin, mijn spaargeld, en het vertrouwen in de mensen en de mensheid! Ik zou nooit meer zo’n wolf in schaapskleren kunnen vertrouwen!’
Mijn overbuurman lijkt geamuseerd, er verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht. Zijn ideeën, zijn vooroordelen en ook zijn eigen ervaringen zijn gedeeltelijk bevestigd.
‘Hoe heb je zo dom kunnen zijn? Heb je dat ècht niet zien aankomen?’, vraagt hij cynisch.
De man naast mij voelt zich gekleineerd en verteld trots dat hij ook meer dan tien jaar vaste klant in Brazilië èn Cuba is geweest. Of dat zijn financiële en emotionele verlies ook maar enigszins zou goedmaken? Hij lijkt door een mislukte liefde voor het leven getekend.
Het gesprek wordt na elke nieuwe slok bier grimmiger. Opnieuw slaat een hand hard op de receptiebel en worden er nieuwe flesjes koud bier aangevoerd. De serveerster weet als geen ander dat twee dronken oude emotionele Henkies meestal wel een flinke fooi achterlaten wanneer ze een schaaltje vol met muntjes wisselgeld terug brengt na het signaal “Afrekenen!”
‘En gij denkt dat dàt erg is?’, schreeuwt mijn overbuurman.
‘Ik ben er ingeluisd en opgelicht door een goede vriend, tenminste, ik dacht dat hij mijn vriend was! Dat is pas erg!’, de spetters speeksel, die uit zijn mond vliegen, lichten op als vonken in het zachte zonlicht van de namiddag. Als het vuur uit de mond van een boze draak, alleen de geur van zwavel ontbreekt.
Ik ga er maar eens even goed voor zitten want nu komt de kers op de taart en de overtreffende trap van de eeuwige slachtoffers van uitbuiting en oplichting in het buitenland.

‘Ik ging vroeger op bezoek bij een goede vriend in Thailand, hij bleek uiteindelijk een gewiekste oplichter die mij, en heel veel van mijn vrienden, veel geld afhandig heeft gemaakt!’, vervolgt mijn overbuurman.
De man naast me is zo overdonderd door de hartstocht van zijn overbuurman dat hij geen woord meer kan uitbrengen. Hij tikt nog maar een keer met een trillende hand op de receptiebel voor twee nieuwe biertjes omdat hij uit ervaring weet dat hij niet aan het verhaal van zijn overbuurman kan ontkomen. Hij moet zijn verhaal kwijt om zijn eigen schuldgevoelens af te schudden en die over te brengen op de verloren oplichtende vriend. Wat je ook in het buitenland overkomt, het is namelijk zonder enige uitzondering altijd de schuld van een ander!
Ik laat de receptiebel voor wat ze is en steek demonstratief mijn rechterarm met de lege fles, gestoken in een neopreen koeler, zover als ik kan omhoog als teken voor de serveerster dat ik nog een biertje wil. Mijn aanwezigheid moet voor nu nog even voor mijn buren onopgemerkt blijven, het beste verhaal moet hoogstwaarschijnlijk nog komen. De twee Henkies zijn zo diep in hun zelfmedelijden verzonken dat ze mij niet eens meer opmerken. Hun broederschap, en gedeeld slachtofferschap, worden met elke slok bier, met elk woord van hun meelijwekkende verhalen sterker.
‘Vertel eens?’, vraagt de man naast me wanneer hij de grootste schrik te boven is gekomen en zichzelf heeft hervonden.
‘Wat is er dan precies gebeurd?’
‘Ik kom al achttien jaar in Thailand….’, begint hij waarna mijn buurman hem ruw onderbreekt.
‘Ik al een en twintig jaar!’
‘Wil je nu mijn verhaal horen òf niet!’, blaft de overbuurman, die zichtbaar korzelig is over de onderbreking van zijn klaagzang.
‘Oké, oké’, klinkt het onderdanig: ‘Ga verder!’
‘Ik ging voor de eerste keer naar Thailand met een vriend. Ik wilde wel eens met mijn eigen ogen zien of het allemaal waar was wat er op de TV vertoont werd en wat er over verteld werd. De eerste keer dat ik in Pattaya was kon ik mijn ogen niet geloven! Ook de vrouwen was een wereld waarvan ik het bestaan nooit had kunnen bedenken. Ik voelde me voor het eerst een man! Ik kon me niet herinneren hoe dat in een ver verleden had gevoelt.’, hij likte aan zijn onderlip en het was duidelijk dat hij in zijn geheugen aan het spitten was.
‘De derde, òf vierde, keer begon het oplichten! Die zogenaamde vriend, de vuile oplichter, haalde me over om geen visum voor zestig dagen bij de ambassade aan te vragen maar dat geld voor dat visum te gebruiken voor een ticket naar een bestemming buiten Thailand. Dertig dagen gratis visum, dan een korte onderbreking buiten Thailand en dan weer dertig dagen gratis visum in Thailand. En ik was zo dom om dat te doen!’
‘Na twee weken begon hij al te te zeuren waar ik heen wilde. Maar eigenlijk wilde ik helemaal nergens naar toe, ik wilde onder de rode lichtjes van Pattaya blijven. Lekker elke dag zuipen en hoeren totdat ik meer dan vermoeid in de armen van een nachtvlinder in slaap viel.’
‘We gingen uiteindelijke altijd naar plaatsen waar hij naartoe wilde, altijd Maleisië en een keer naar Singapore. De vliegtickets werden volgens hem elke dag een beetje duurder totdat ik eindelijk had ingestemd dat ik met hem mee ging. Dan pas ging hij boeken en vertelde me wat de vlucht kostte’, mijn buurman luistert aandachtig naar het verhaal en schud af en toe met zijn hoofd. Hij kan zijn oren maar moeilijk geloven.
‘Iedereen weet toch dat vliegtickets steeds duurder worden naarmate de tijd tussen het boeken en het vertrek korter word?’, de Henkie tegenover mij begint met zijn hoofd te schudden als teken dat hij mijn buurman helemaal niet begrijpt.
‘Eenmaal op de plaats van bestemming begon alle ellende. Elke ochtend vroeg op stap om dingen te bezoeken of te bezichtigen. Vreemd eten in nog vreemdere restaurants waar ik helemaal geen zin in had. Ik wilde een broodje ’s morgens, varkenskarbonade’s en friet voor het avondeten, niets van al die vreemde gerechten met rijst waar ik nog nooit van had gehoord. En dan, aan het einde van de middag begon het bier drinken totdat hij om een uur of negen zei dat hij genoeg op had en naar bed ging. Daar zat ik dan! In een vreemde stad, waar ik de weg niet kende, te denken aan de lichtjes van Pattaya. Ik was altijd meer dan blij wanneer we weer terug naar Pattaya gingen!’, zuchtte hij alsof zijn marteling onverdraaglijk was geweest.
‘Waar begint dat oplichten dan?’, vraagt mijn buurman steeds meer verbaasd.
‘Hij vroeg altijd meer geld dan hij betaalde voor de vliegtickets en de hotelovernachtingen. Ook wilde hij altijd de restaurantrekening delen zodat ik voor zijn eten en zijn bier moest betalen!’
‘Heb je dan nooit om rekeningen en kwitanties gevraagd? Op het vliegticket staat toch meestal de prijs vermeld? Heb je nooit voorgesteld om ieder zijn eigen rekening te laten betalen?’
‘Nee, ik kan me dat niet herinneren, ik dacht dat het wel klopte.’
‘Hoe ben je er dan achter gekomen dat hij jou oplichtte?’
‘Later, toen anderen mij vertelde dat hij hun ook had opgelicht!’
‘Nou begrijp ik er helemaal niets meer van!’, zegt mijn buurman.
‘Jouw oplichter betaalde zijn eigen vliegticket, zijn eigen hotelkamer en zijn eigen eten en drinken? Alles uit zijn eigen portemonnee omdat hij jouw mee op sleeptouw nam naar landen waar je nog nooit was geweest en waar je waarschijnlijk zonder hem ook nooit naartoe zou zijn gegaan? Was het niet goedkoper voor hem geweest wanneer jij gewoon een zestig dagen visum bij de ambassade had gekocht?’
‘Hoe heeft hij jouw dan opgelicht? Hier in Azië praat je over centen, kleingeld. Alles is hier spotgoedkoop, daarom zijn we uiteindelijk toch hier, omdat het hier heel erg goedkoop is en de meisjes gewillig?’
Er verschijnt vuur in de ogen van mijn overbuurman. De twijfels aan de juistheid van zijn mening, zijn gevoel, snijd als een gloeiend heet mes door zijn ziel, briesend zegt hij: ‘Hij gaf ook nooit een rondje, de uitzuiper! In Thailand wil niets en niemand nog met hem te maken hebben!’
Mijn buurman begint hard te lachen, ’Ik kan niet zeggen dat wij hier met grote groepen vrienden op stap zijn! Ik kom je altijd alleen tegen, overdag en ook ’s avonds.’
Mijn overbuurman hangt als een aangeslagen boxer in de touwen. Zijn ogen gloeien op als kolen van de haat die in hem smeult. Hij overdenkt de woorden van zijn drinkebroer en peinst diep na over een antwoord. Dat antwoord komt niet. Kan hij geen woorden vinden? Hij overdenkt de woorden die hij van zijn drinkebroer heeft gehoord. Heeft zijn overbuurman misschien wel gelijk?

Precies op dat moment verschijnt er een verkoper van lederwaren, of kunstlederwaren, aan de lange tafel die vraagt of de twee Henkies geïnteresseerd zijn in een leren portefeuille of riem. De twee zijn nu volledig opgeladen met haat tegen buitenlanders en vol van zelfmedelijden. De verkoper is ideale slachtoffer om dit slechte gevoel van zichzelf af te schudden. Hij is voor de Henkies de belichaming van al het kwaad en tegenspoed dat ze in het buitenland is aangedaan.
Er ontvouwd zich een nieuw opzienbarend spektakel voor mijn ogen. Ook in het afdingen willen de twee Henkies uitblinken en de bovenliggende partij zijn! Hun leven is een oneindige wedstrijd om altijd de beste en de slimste te willen zijn! Ze nemen beiden een lederen portefeuille aan en bekijken die aandachtig van alle kanten. Er wordt aan geroken, getrokken en de draden van de stiksels worden nauwkeuriger gecontroleerd dan de onderdelen van een ruimtevaartuig.
‘Drie honderd!’, roept de verkoper die voelt dat hij beet heeft.
‘ Twee honderd!’, schreeuwt mijn buurman.
Gevolgd door het: ‘Honderd!’, van mijn overbuurman.
Ook hier is de overtreffende trap om de “tegenstander” te overtreffen.
‘Honderd!’, schreeuwt mijn buurman om niet voor de overbuurman onder te doen terwijl hij beseft dat vijftig geen redelijk bod zou zijn.
Een hand valt op de receptiebel en er worden opnieuw door de serveerster twee nieuwe flesjes bier gebracht. Ik knipoog naar haar als teken dat ik ook nog wel een koud biertje lust. Een vriendelijke glimlach valt mij ten deel.
‘Controleer of de vakjes groot genoeg zijn voor je bankpasjes en je rijbewijs!’, adviseert mijn buurman.
Er komt aan de andere kant van de tafel een verfomfaaide oude leren portemonnee tevoorschijn en met een bankpasje van een onbekende bank worden alle vakjes, in beide portefeuilles, uitvoerig gecontroleerd.
De Henkies kijken samen op naar de verkoper, knikken goedkeurend, en zeggen tegelijkertijd: ‘ Honderd peso!’
De verkoper schud afwijzend zijn hoofd en lispelt: ‘Twee honderd vijftig peso.’
De Henkies krijgen er plezier in, in koor roepen ze: ‘Honderd vijftig peso.’
Verbaasd kijken ze elkaar aan wegens de synchroniciteit in hun opmerkingen maar het plezier straalt van ze af. Eindelijk hebben ze een beetje opwinding tijdens hun vakantie!
Ze wisselen de twee portefeuilles onderling uit en bekijken nauwkeurig het al goedgekeurde andere exemplaar. De verkoper hoopt nog steeds dat hij beet heeft en bekijkt zwijgend de handelingen van de twee vreemde buitenlanders. Hij heeft al veel vreemde vogels meegemaakt en is door de wol geverfd. Afwachten is de beste strategie!
‘Twee honderd?’, vraagt de verkoper met enige twijfel en wanhoop in zijn stem.
De twee Henkies, ondertussen al aan hun twaalfde flesje bier van 60 peso begonnen, schateren van het lachen. De alcohol en het afdingen heeft hun nog meer verbroedert en de tegenslagen uit het verleden en hun meningsverschillen zijn al lang weer vergeten.
‘Honderd vijftig peso!’, herhalen ze vrolijk in koor met een dubbele tong, duidelijk aangeschoten.
De verkoper zegt nog een keer met het automatisme van een robot: ‘Twee honderd peso?’
De Henkies zitten gebroederlijk nee te schudden en door het vele bier lijkt het dat ze motorisch, en ook een beetje geestelijk, niet helemaal in orde zijn.
Er zit voor de wanhopige verkoper niets anders op dan het slechte bod van de twee dronken toeristen te accepteren. Drie honderd peso voor twee portefeuilles is beter dan niets! Het begint al aardig laat te worden en de kans dat hij nog twee dronken toeristen kan vinden wordt met de minuut kleiner.
Zijn: ‘Oké’, wordt met een hoongelach, en een overwinningskreet, van de twee Henkies ontvangen.
Demonstratief haalt de ene Henkie twee honderd peso van een dikke bundel bankbiljetten af en de andere Henkie gunt de gedesillusioneerde verkoper een blik in zijn verfomfaaide oude leren portemonnee. De dikke stapel van blauwe 1.000 peso biljetten valt meteen op!
Daar staat hij dan met vier briefjes van honderd en geen kleingeld om terug te geven. Hij schuift een biljet van honderd peso over de ruwe vochtige tafel terug naar de Henkies. Hij wijst om beurten met zijn wijsvinger naar zijn dronken klanten als teken dat ze het wisselgeld maar onder elkaar moeten verrekenen. De Henkies hebben nog een laatste vernedering, voor hun zelf voelt het waarschijnlijk als een overwinning, voor de arme verkoper in petto. Zij wijzen luid lachend zijn voorstel om het paarse briefje van honderd peso onder elkaar te verreken af!
Op dat moment heb ik er genoeg van! Ik grijp in mijn broekzak naar mijn bundel bankbiljetten en leg twee rode briefjes van vijftig peso voor de verkoper op de tafel. Naast mij vallen er twee monden open en valt er een plotselinge stilte, vier grote uitgepuilde ogen kijken mij verbaasd aan. De verkoper schuif een briefje van honderd peso in mijn richting en ik laat het voor mij op de tafel liggen. Ik tik op de receptiebel als teken dat ik nog wel een biertje wil bestellen.
De Henkies ruimen de briefjes van vijftig peso op en zijn duidelijk van slag over wat hun is overkomen. De verkoper kijkt mij dankbaar aan en de ogen van de twee Henkies zijn weer op ons gericht. Ze zijn muisstil. Ik schuif het briefje van honderd peso naar de verkoper en zeg tegen hem: ‘Hier, koop maar twee kilo rijst voor je gezin, veel geluk en fijne kerstdagen!’
Zijn ogen gaan wijd open en een onbetaalbare brede glimlach verschijnt er op zijn gezicht. Een kerkhof van vergeelde tanden verschijnt. Direct gevolgd door dodelijke en verbijsterde blikken naar de twee toeristen die enkele minuten geleden zijn klanten waren. Onze vooruit gestoken vuisten raken elkaar als teken van respect en afscheid. Hij beent weg en kijkt nog een keer over zijn schouder, hoofdschuddend.
‘Waarom doe je dat?’, schreeuwt mijn overbuurman.
‘Wij zitten hier al die tijd af te dingen omdat we anders door die schooier worden opgelicht en jij geeft die oplichter zo maar die 100 peso die wij extra hebben afgedongen?’
‘Is die beste man wel een oplichter?’, vraag ik hem met een zachte en rustige stem. ‘Of zijn er nog veel meer, veelal onzichtbare, oplichters?’
Hij neemt een opvallende grote slok van zijn bier en is duidelijk van slag. Ik blijf hem recht in de ogen kijken wat hem een ongemakkelijk gevoel geeft. Ik zie de radertjes achter in zijn ogen draaien omdat hij diep nadenkt. Hij lijkt geen antwoord te kunnen vinden op mijn eenvoudige vraag.
‘Misschien heeft die man wel een gezin met enkele kinderen en hij probeert op deze manier wat extra voedsel op tafel te zetten.’, vervolg ik het gesprek.
De man naast me is zich bewust geworden van zijn onacceptabel gedrag en zit onophoudelijk nee te schudden.
‘Jullie hebben hier voor meer dan 800 peso per persoon bier in je keel zitten gieten en die arme man is voor 50 peso per persoon een oplichter? Ik heb die arme man 100 peso gegeven zodat hij bijna twee kilo rijst kan kopen voor zijn geliefden. Voor slechts 100 peso heb ik weer een fantastisch verhaal voor mijn weblog!’

Het is vertederend en tegelijkertijd verbazingwekkend dat de zelfbenoemde slachtoffers van de, veelal vrouwelijke, oplichters zich op eeuwigdurende zoektocht bevinden naar gelijkdenkende slachtoffers. Dat is toch de bevestiging van hun eigen domheid en goedgelovigheid?
In hun zoektocht naar lotgenoten en medelijden zullen ze de waarheid altijd ontkennen omdat de waarheid niet hun doel is. Het doel is de erkenning dat zij zelf absoluut niet schuldig zijn aan hun (financiële) fouten en beperkingen. De slachtofferrol, hoe dom die ook mag lijken, is onaantastbaar en heilig!

“De Henkies" veranderen in het vliegtuig in “The Hankies”, ze halen hun zakdoeken tevoorschijn om de tranen van verdriet over hun vertrek weg te deppen. Hun vakantie is tot een einde gekomen, terug naar de kille harde wereld die “Thuis” heet.

Alle overeenkomsten met personen, dood of levend, berust op toeval!


Terwijl ik dit verhaal aan het zwembad schreef zag ik dat ik sinds de geboorte van mijn blog in 2006 al meer dan twee duizend artikels/verhalen heb gepubliceerd. Een fantastische mijlpaal en ik kan alleen maar hopen dat ik dit aantal in de toekomst nog kan verdubbelen.

2000 publicaties
Copyright/Disclaimer