donderdag 29 juli 1999

Hong Kong: Een dagje naar Macau

Ponte Macau

Hong Kong (Mt. Davis Youth Hostel), donderdag 29 juli 1999

Er is na het opstaan meteen een grote verrassing! Kris is te bezorgt over de geestelijke toestand van Jamie dat hij besluit om vandaag in Hong Kong te blijven. Geen probleem, alleen zal ik het ook wel redden in de Portugese nederzetting op een puntje van het Chinese vasteland.
In een mistige omgeving daal ik de trappen af naar de bushalte aan Victoria Road. Elke Britse nederzetting, overal te wereld, heeft zeker een Victoria weg, plein of laan! Snel een broodje bij de McDonald’s en daar is mijn bus van 07:30 naar de pier in de stad vanwaar de snelle “Jetfoil boten” naar Macau vertrekken.
Turbojet naar Macau Het kost ruim dertig gulden voor een enkele reis. Dat is een flinke hap uit mijn dagelijks budget met in mijn achterhoofd dat ik ook nog terug naar Hong Kong moet reizen. Het retour naar Macau is zelfs groter dan mijn budget voor vandaag! En daar zit een probleem. Eigenlijk zou ik meer moeten besparen, maar daar ben ik niet voor op reis.

Geld besparen wanneer het gezellig is met andere reizigers: Onmogelijk!
Geld besparen wanneer je een excursie wil maken naar een plaats waar je waarschijnlijk nooit meer komt: Onmogelijk!
Geld besparen op een redelijke slaapplaats en in een hol gaan slapen: Onmogelijk!

Zo kan ik er nog wel een paar opnoemen. Ik heb zes heel mooie maanden achter de rug en veel meer geld uitgegeven dan gepland. Reizen is als het eten van kauwgum! Zodra de smaak er af is moet je het uitspuwen en verder gaan met de orde van de dag.
Hong Kong Skyline Het weer ziet er niet al te best uit boven het zoute water wanneer de Jetfoil los komt van de kade en haar tocht naar Macau begint. De sterke motoren brommen en buiten is het uitzicht vanaf “Victoria Harbour” bijzonder. Eenmaal in open water brullen de motoren en tillen de romp van de boot uit het water zodat we met een minimale weerstand op ski's, of beter gezegd vleugels, over het heldere zeewater glijden.
De reis was niet echt spectaculair, links en rechts water met hier en daar een boot of een schip. Na aankomst in Macau ga ik eerst naar de toiletten in de terminal. Die zijn erg schoon en een groot verschil met China. Portugal is natuurlijk ook heel wat anders dan het Verenigd Koninkrijk?
Nadat ik een stadsbus heb gevonden die richting het centrum gaat heb ik eindelijk het gevoel dat ik op een ontdekkingstocht ben. Ik mis Kris een beetje, ik vind het echt jammer dat hij er vandaag niet bij is. Maar dat is ook reizen, je brengt veel tijd samen door maar soms breekt een van de twee los om even wat tijd voor zichzelf te nemen.
Largo do Senado, Macau Vanuit de bus zie ik een Europese kolonie die toch wel wat op Hong Kong lijkt. Eenmaal in het oude centrum van de oude stad is Macau compleet anders. Je waant je in een stadje aan de Middellandse Zee of aan de Atlantische kust van het Iberische schiereiland. De plein genaamd “Largo do Senado” is indrukwekkend omdat het omzoomt is met oude gebouwen in een Europese stijl.
Smalle straat met de Ruïne van São Paulo
Schitterend gewoon, ik slinger door smalle straatjes met aan beide zijden oude gebouwen. Het is hier een stuk warmer dan in Hong Kong en dat bevreemd me. Waarom zou het hier warmer zijn dan enkele tientallen kilometer verderop? Zou het de omgeving en de beleving zijn?
Ruïne van São Paulo Het icoon van Macau, de “Ruïne van São Paulo”, mag natuurlijk niet worden overgeslagen. De gevel van de oude katholieke kathedraal in Macau is nog net zo indrukwekkend als voor 1835 toen de kathedraal door een vuur werd verteerd tijdens een tyfoon. De bedelaars zijn uniek voor Macau, die ontmoet je niet in Hong Kong!
Nederlands graf - St. Miguel Arcanjo’s CemeteryKunstwerk op een graf - St. Miguel Arcanjo’s Cemetery Over de heuvel, ik heb het fort ook bezocht, kom ik in een gedeelte van de oude stad waar weinig toeristen komen. Ik kijk mijn ogen uit en zwerf opnieuw door smalle slingerende smalle straatjes.
Een van de plaatsen die ik zeker niet mag missen is de “St. Miguel Arcanjo’s Cemetery”. De oude begraafplaats waar al eeuwen lang de belangrijkste inwoners van Macau worden begraven. Het graf met een tekst in het Nederlands valt meteen op! “Pieter Kintsius”, ligt hier ten ruste. Hij was het eerste opperhoofd van de Nederlandse Oost Indische Compagnie verbonden aan het Rijk van China. Hij blies zijn laatste adem uit op 15 juni 1786.
Het andere graf is een kunstwerk op zich. Dit grafmonument kan zo in een museum worden geplaatst. Het is ongetwijfeld een voorbeeld van een katholiek graf. Een vrome vrouw die eeuwig rouwt om haar overleden man.
Santa Casa da MisericórdiaAlbergue Een hofje achter een open poort met een stenen façade trekt mijn aandacht. Het is het “Santa Casa da Misericórdia Albergue”. Bijzonder om het zo in een licht verval te zien en ook de Chinese karakters maken de combinatie erg bijzonder.
Travessa da Mosca Een straatbeeld uit Macau, een Portugese enclave op een puntje land van zuidelijk China. Het beeld geeft mij het gevoel dat ik weer in Europa ben, omringt door Chinezen.
Paleis van de gouverneur van Portugal
Op het “Paleis van de gouverneur van Portugal” wappert nog steeds het Groen/Rood. Het zal niet lang meer duren voordat China de enclave weer voor zichzelf opeist en er een speciale bestuurlijke regio van de Volksrepubliek China (net als Hongkong) van zal maken. De tijden veranderen en de Chinese tijger is aan het ontwaken. De economische voorspoed van het enorme moederland werpt haar schaduw vooruit!
Toegangsbewijs Meseu Maritimo de Macau De nederzetting Macau is een vrucht van de zeevaart. Natuurlijk was er al sinds mensenheugenis visserij op de Zuid-Chinese Zee voordat de Europese ontdekkingsreizigers langs deze onontdekte kusten vaarden. Het Maritieme museum kan ik dus niet aan me voorbij laten gaan.
Ook deze bezienswaardigheid is interessant. Veel miniaturen van verschillende bootjes en verhalen over zeeslagen. Wat me nog het meeste verbaasd is de geschiedenis van de walvisvangst! Laat mij nu altijd in de veronderstelling zijn geweest dat de walvisvangst was beperkt tot de noordelijke Atlantische Oceaan. Maar nee hoor!
Walvis wervels Een klein monument met twee ruggenwervels van de grootste zoogdieren in de oceanen is indrukwekkend en geeft je een gevoel van de omvang van deze dieren. In deze moderne wereld is het een vergeten reden waarom er vroeger op de walvissen werd gejaagd.
Dat was om de walvisolie, gewonnen uit de dikke laag spek van de walvis, die de olielampen deden branden. Walvisolie stinkt niet en roet niet, daarom was het de ideale olie om mee te verlichten voordat de aardolie werd ontdekt.
Soms werd ook het vlees gegeten maar dat was haast nooit het geval. Het vlees was na de vangst moeilijk te conserveren dus alleen de bemanningen van de walvisvaarders kregen af en toe een walvis biefstuk op hun tinnen bord. Volgens de kenners lijkt walvisvlees het meest op rundvlees met een lichte vissmaak.
Toegangsbewijs Grand Prix Museum Macaudb199907-062 Na het maritieme museum ga ik weer richting de terminal om de Jetfoil naar Hong Kong te nemen. Onderweg is er nog een halte: het “Macau Grand Prix Museum”. Als liefhebber van de racerij kan ik dit museum niet aan mij voorbij laten gaan.
Triumph TR2 Racewagen Het museumis echt de moeite waard. Een waardevolle collectie van oude beroemde raceauto’s en motoren. Haast alle groten uit de racerij hebben hier op het stratencircuit hun kunsten vertoont. Ik kan wel honderd foto’s maken maar zoveel fotorolletjes heb ik niet meer over. Ook hier moet ik budgetteren! De vuurrode “Triumph TR2” springt in het oog en gaat op de gevoelige plaat als herinnering aan deze mooie dag in Macau.
Helaas is de simulator van de raceauto vandaag buiten dienst gesteld. Dat is een tegenvaller en een grote teleurstelling voor mij. Ik had graag een paar rondjes in de simulator over het circuit van Macau gereden.
Turbojet naar Hong Kong In de veerbootterminal koop ik de beloofde twee sloffen sigaretten voor Leo. Hij heeft mij geld meegegeven en hij neemt het risico dat er bij aankomst in Hong Kong een slof in beslag kan worden genomen. Je mag 200 sigaretten belastingvrij in Hong Kong binnenbrengen. De reis Hong Kong - Macau - Hong Kong kost zoveel geld dat het het ondoenlijk is om een winst met de smokkel van sigaretten te maken. Zij die een poging wagen hebben zoveel bagage bij zich dat het meteen opvalt wanneer ze de douane passeren. Twee sloffen in een vale rugzak zal zeker niet opvallen volgens Leo.
Ponte Macau Nadat we los zijn gekomen van de kade zie ik vanuit de patrijspoort de “Ponte Macau”. De naam is afgekort van de oorspronkelijke naam: “Governor Nobre de Carvalho Bridge”. De ruim tweeënhalve kilometer lange brug is een duidelijk voorbeeld dat Macau een moderne kolonie is.
De douane in Hong Kong is zoals verwacht geen probleem. Moe, maar voldaan, arriveer ik terug op de heuvel in het “Mt. Davis Youth Hostel”. Ik tref mijn vriend Kris aan die in grote stress verkeerd. Hij rent heen en weer naar de telefoon aan de wand in de receptie om te zien of er wordt gebeld of hij neemt de hoorn van de haak en draait zelf een nummer dat hij ondertussen uit zijn hoofd kent.
Leo is blij met zijn vierhonderd sigaretten en gaat ze snel breed lachend verstoppen in zijn persoonlijke kast in het dormitorium.
De rust in Kris keert terug wanneer hij eindelijk contact heeft gehad en een afspraak heeft met Jamie om zaterdagavond de stad in te gaan. Dat zal wel eten en een bioscoopje pikken zijn!
Mijn avondeten is eenvoudig en uit de magnetron. Nog een noedelsoep om de grote trek te verdrijven en daarna begin ik aan mijn Six-pack halve liters Europees bier van de 7-11. Alle ogen op het terras zijn op mijn bier gericht. Jammer, ik drink ze alle zes zelf op!
UItzicht van Mt. Davis YHA Het uitzicht ’s avonds vanaf het terras van de jeugdherberg is schitterend. Was mijn financiële situatie ook maar zo mooi. Mijn bankkaart van de Rabobank werkt niet meer zoals ik gewend ben en een kostbaar telefoongesprek met Nederland heeft ook niet geholpen. Er staat voldoende geld op mijn rekening, dat is bevestigd, maar het komt niet meer als buitenlandse valuta uit de ATM in Hong Kong.
Er heeft zich een gemêleerd gezelschap op het terras geïnstalleerd en ik raak aan de praat met een meisje, genaamd Julie, dat een multimedia CD voor kinderen heeft ontworpen.
Ze probeert die CD nu in de winkels te krijgen om van de opbrengst te kunnen reizen. Het gaat helaas niet zoals ze heeft verwacht en zij staat nu op het punt om haar laatste geld te gebruiken voor een tv-reclame in Hong Kong.
Ze doet mij een prima aanbod zodat ik ook de rest van mijn leven kan blijven reizen, volgens Julie. Het aanbod is te mooi om waar te zijn! Mijn gevoel zegt dat ze mensen misbruikt, of gebruikt, en dat ze diep in haar hart slecht is.
Dat zal dan ook meteen de reden zijn dat een aantrekkelijk meisje als Julie al meer dan een jaar alleen op reis is. Ze heeft de het hele gesprek nooit een naam van een reisgenoot, mannelijk of vrouwelijk, laten vallen. Veel succes! Mijn bier is op en ik ga slapen.

donderdag 8 juli 1999

China, de overval

Zhongdian, 8 Juli 1999

Na wat slechte ervaringen met slaapplaatsen in Azië vindt ik het vaak fijn om een hotel of hostel te bekijken dat niet in de Lonely Planet vermeld staat. Op weg naar het Songzanlin klooster, een kilometer of vijf buiten Zhongdian, had ik vanuit de de bus een bord “Bed and Breakfast” gezien. Een ongebruikelijke plaats voor een Bed and Breakfast, zo ver buiten de stad, maar vanuit de voorbij razende bus zag het er allemaal wel uitnodigend uit.
De terugweg van het klooster naar Zhongdian werd te voet afgelegd en na een minuut of veertig stonden we onder het bord aan de poort van het guesthouse. Kris en ik hadden onderweg alle mogelijkheden al besproken en waren tot de conclusie gekomen dat er waarschijnlijk een gesjeesde Engelse man of vrouw er de scepter zou zwaaien.
Hoe anders zou het blijken te zijn toen we door vier, in klederdracht gestoken, Chinezen bij de poort werden opgehaald en het duurde niet lang voordat zich een vijfde Chinees zich bij de groep voegde. Het was de man van het huis die tevens taxichauffeur was.
Nadat we op een zeer bescheiden manier naar de prijzen hadden geïnformeerd vroegen we of we of we de kamers en de bedden mochten zien. De verrassing was compleet toen we de oude Tibetaanse boerderij door de vijf in optocht werden binnengeleid.
De eerste ruimte die we betraden was de keuken met in het midden een zwaar gietijzeren fornuis omringt door een dozijn koperen potten en pannen. In de bijkeuken stonden banken met lage tafels die een gemoedelijke sfeer uitstraalden en niets verhulden over de gezellige tijden die ze in de loop der jaren al hadden gezien.
Langzaam maar zeker werden we door de vijf als schapen door de herder naar de slaapzalen geleid. Grote kamers met zes comfortabele bedden. Ze begrepen er zelf niets van wat er allemaal gebeurde. Die twee vreemde westerse vogels die in hun huis rondkeken, hun de hemd van het lijf vroegen en alles noteerden in kleine notitieboekjes.
Een oude vrouw, die waarschijnlijk de moeder des huises was, nam de vrijheid om het notitieboekje uit mijn handen trekken.
Ze keek met een verbaasde blik naar het Nederlandse handschrift en verontschuldigde zich voor haar onbesuisd gedrag met de opmerking, “I study English!”
Toen ze de woorden “Kangba Hotel” en “Zhongdian” herkende sprak ze een paar woorden Chinees. De monden en ogen van de groep gingen nog verder open en ze werden nog vriendelijker.
Na een gedegen rondleiding die ons alle hoeken en gaten van het gebouw had laten zien probeerden we beschaafd afscheid te nemen. Er was nog maar één ding dat we nog niet hadden gezien! De badkamer met de douche en het toilet.
Toiletten in China zijn niet moeilijk te beschrijven. Het is min of meer een brede sleuf in een betonnen vloer met de geur van een varkensstal waar de stortingen van de vijf laatste dagen nog duidelijk zichtbaar onder je liggen.
Om de hoek van de oude boerderij lag het China van de 21ste eeuw. Een betonnen blokkendoos gestoken in smetteloze witte tegeltjes. Na een blik op de porseleinen wc potten en de schone douches schoten we in de lach. Dit hadden we dus echt niet verwacht! Wel een beetje ongemakkelijk als je midden in de nacht naar het toilet moet! Nadat de Chinezen hadden begrepen dat we het allemaal goedkeurden verscheen er ook een brede glimlach op het gezicht van elke Chinees die ons naar buiten was gevolgd.
Het werd al laat en het was de hoogste tijd om naar de stad te lopen. We wilden natuurlijk voor het donker weer in de stad zijn. Na een kort onderonsje van de gastvrouwen werd ons plotseling thee aangeboden die wij met een verontschuldigende glimlach op onze beurt afsloegen.
“Niemand verlaat ons zonder een gebaar van dankbaarheid!”, is het motto hier.
We kregen als dank van de familie een Tibetaanse gebedssjaal in onze handen gedrukt. Tijdens de laatste blik achterom zagen we de groep vrouwen en mannen nog steeds naar ons zwaaien. Als ik ooit terug kom in deze stad dan weet ik zeker dat ik in het “Living Buddha Guesthouse” verblijf.


http://www.aboutbuddha.org
Copyright/Disclaimer