Het aantal pagina's dat is bezocht op mijn weblog sinds 20 november 2006

vrijdag 21 augustus 2026

Maleisië: De verplaatsing

KL Tower en Petronas Towers

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna), vrijdag 24 november 2006

Om 06:30 gaat het Bbzzzz, Bbzzzz, Bbzzzz, Bbzzzz, Bbzzzz, Bbzzzz, Bbzzzz door de kamer. Mijn kleine Chinese reiswekker roept me dat het tijd is om op te staan. Ik heb vandaag een busreis van een kleine 360 Km voor de boeg. Wat in Europa een uurtje of vijf zou duren neemt in Zuid-oost Azië minstens acht uur in beslag, inclusief het overstappen en enkele toilet/lunch pauze’s.
Ik heb in ieder geval beter geslapen dan gisteren maar ik voel me nog steeds niet helemaal lekker. Met de gordijnen open en een kopje Nescafé oploskoffie in de hand zie ik de zon boven de hoogbouw van Singapore opkomen. Omdat mijn lakens toch weer wat vochtig zijn neem ik snel een douche en pak mijn nieuwe kleinere rugzak in. Dat is een stuk gemakkelijker dan voorheen nu ik echt met het minimum op weg ben.
Om tien voor half acht stap ik het hotel uit de koele ochtend in. Wandelend zoek ik mijn weg naar de Queenstreet busterminal. Ook dit is nieuw voor me omdat ik erg licht reis. Het lopen met een lichte kleine rugzak bespaart taxikosten! Het is een hele verbetering, dat zeker. Onderweg naar het busstation moet ik eerst twee broodjes ei, met een plat varkensworstje, scoren bij de McDonalds in Bugis Village. Er moet tenslotte wel wat gegeten worden tijdens de lange reis naar Kuala Lumpur.
De eerste twee grote bussen rijden weg van de Queenstreet Terminal zonder mij aan boord. Er staan lange rijen bij de twee vervoerders die de passagiers naar de grens bij Woodlands Checkpoint, Johor Bharu Checkpoint of de Larkin Bus Terminal brengen. Het is vrijdag, veel Maleisiërs die in Singapore werken gaan terug naar hun familie in Maleisië.
Wanneer ik eindelijk aan de beurt ben krijg ik achter in de bus een slechte stoel toegewezen door een besnorde Indiër. De stalen veren steken zowel uit de zitting als de rug van de stoel! Het Bordeaux rode kunstleer is opgevreten door de UV-straling van de sterke zon in de tropen. Hoeveel duizenden passagiers zouden al op deze stoel hebben gezeten?
Gelukkig is het niet zo ver naar de Larkin Bus Terminal aan de andere kant van de Causeway. Een dam die jarenlang de navelstreng van de afgescheiden staat Singapore was. Verkeer, de treinverbinding en drinkwater gaan over de belangrijkste verbinding tussen Maleisië en Singapore.
De immigratiedienst van Singapore is voor vertrekkende toeristen heel vriendelijk. Ze hopen je snel weer te verwelkomen, zonder belastingvrije tabak en alcohol welteverstaan. In Singapore moet je daar altijd belasting over betalen. Aan de Maleisische kant van de Causeway duurt het wat langer. Ze weten dat je onmogelijk drugs bij je hebt want in Singapore, net als in Maleisië, staat de doodstraf op het vervoeren/smokkelen van drugs! Ze zoeken naar pornografie en andere lectuur, en literatuur, die de pure en vrome islamitische gedachten kunnen besmeuren.
Ze stellen me vragen waar ik naartoe ga en hoelang ik in Maleisië wil blijven. Ik vertel mijn verhaal en dat lijkt ze zeer aannemelijk. De enkele woorden Bahasa Melayu die ik tussendoor gebruik doen ook hun werk. Uiteindelijk zijn ze tevreden met mijn verhaal en intenties. Ook het Terima Kasih trekt wel een wenkbrauw van de immigratie officieren omhoog.
Het is heel belangrijk dat je in de juiste bus stapt wanneer je de immigratie bent gepasseerd. Het busnummer en het gezicht van de chauffeur moeten in je geheugen staan gegrift! We moeten bijna twintig minuten wachten op twee passagiers die hun documenten niet op orde lijken hebben. Wij krijgen niet te horen wat het probleem was maar de twee Europeanen zien er erg geschrokken uit!
In het Larkin busstation is het nooit een probleem om een bus naar Kuala Lumpur te vinden. Er vertrekken meer dan twaalf bussen per uur. De kunst is om de eerste, de meest luxueuze, of de goedkoopste bus te vinden! Er zijn smaken voor iedereen!
Singapore en Kuala Lumpur liggen te dicht bij elkaar voor een rendabele luchtverbinding. Daarnaast zou vliegen tussen de twee landen langer duren dan een busreis door de voorgeschreven beveiligingsmaatregelen. De spoorweg verbinding is onbetrouwbaar en het rollend materieel erg oud. Dus blijven er alleen de grote bussen over in verschillende uitvoeringen.
Ook vandaag neem ik de goedkoopste versie met twee keer twee stoelen met een gangpad in het midden. Wel achterin en twee stoelen naast elkaar. Voor de kosten voor de extra zitplaats hoef ik het niet te laten. Het comfort om zes uur zonder een passagier naast je te reizen is de prijs voor een extra kaartje zeker waard!
Twee uur na mijn vertrek uit Singapore zit ik in de bus van het Larkin busstation in Johor Bahru naar de Puduraya Terminal in het centrum van Kuala Lumpur. Ik heb twee mooie plaatsen en vanachter het raam glijd het tropisch regenwoud, en ontelbare palmolie plantages, aan mij voorbij.
Lonely Planet Malaysia, Singapore & Brunei 2001KL Tower en Petronas Towers Dit is het lange zitten waar ik soms een hekel aan heb, het lange nietsdoen. Het ontbreken van muziek en het oneindig uit het raam kijken afgewisseld door een hazenslaapje. Ik haal mijn Lonely Planet van Maleisië nog maar eens tevoorschijn om te zien of iets nieuws kan ontdekken. Een nieuwe cassette in mijn Sony Walkman. Helaas zijn de batterijen bijna leeg en ik heb geen AA-batterijen meer in mijn rugzak. Ik probeer opnieuw wat te slapen maar het volume van de Bollywood films op de grote TV voorin de bus staat zo hoog dat ik de bassen in mijn maag kan voelen. Toch zijn er Aziaten die door dit kabaal heen kunnen slapen. Het is een werkelijk wonder!
Ergens in het niets, langs de tolweg, wordt er gestopt bij een wegrestaurant voor een bezoek aan het toilet of wat te eten. Mijn twee broodjes ei van de MacDonald’s zijn allang verteerd. In het Maleisische restaurant zijn de meeste tafels bezet en er zitten mannen met zwarte hoedjes, en vrouwen met hoofddoeken, met hun handen grote bergen rijst naar binnen te werken. Ik zoek naar een snack en een koel blikje frisdrank. Een curry puff ajam moet het voor mij tijdens deze pauze maar doen.
Nog even naar het toilet en daar wordt ik met mijn neus letterlijk op het feit gedrukt dat ik de ontwikkelde wereld vanochtend achter mij heb gelaten. De geur van urine in het toilet is sterk genoeg om een boxer uit zijn knock out te halen. WC brillen zijn jaren geleden al verwijderd en de sproeiers zijn van het einde van de waterslang verdwenen. Ik moet aan Jamie denken! Zij stopte in Cambodja met eten zodat ze niet meer naar het toilet hoefde.
Zodra iedereen aan boord is komt het kleurige monster in beweging en beginnen we aan het laatste traject naar Kuala Lumpur. Het lijkt nog langzamer te gaan dan de eerste twee trajecten. Tijd is elastisch als een elastiek. Het rekt zich uit en trekt zich weer samen. Een vreemde gewaarwording. Om iets na twee uur verschijnen de KL Tower en Petronas Towers aan de horizon. Ooit twee van de hoogste gebouwen in Azië of de wereld. Het is en blijft een indrukwekkend gezicht.
Bij het laatste tolstation van de autosnelweg verlaten de eerste passagiers de bus. Ik vindt het na al die jaren nog steeds vreemd dat er mensen naast de snelweg uitstappen en met hun bagage achterblijven.
Kuala Lumpur is in enkele decennia volledig uit haar voegen gegroeid en het verkeer is meer dan dramatisch. De dertig kilometer van het laatste tolstation naar de Puduraya Bus Terminal kunnen zo maar nog ruim anderhalf uur in beslag nemen! Straks begint de file, veroorzaakt door slechte planning en tientallen verkeerslichten, naar het centrum van de stad. De Puduraya Bus Terminal is nog steeds in het hart van de binnenstad!
Gelukkig wordt het uitzicht interessanter en gaat de tijd ook wat sneller. De file duurde gelukkig maar iets meer dan een uur. Volgens mij heeft de buschauffeur een nieuwe sluiproute ontdekt.
De wandeling via de Jalan Alor, Foodstreet, naar het Hotel Fortuna is een makkie! De busreis was zeer comfortabel en mijn kamer in het Hotel Fortuna is gereed. In de hal wordt ik al begroet door de piccolo en mister Selva krijgt een berichtje van de man achter de receptie dat zijn Nederlandse vriend is gearriveerd. Mister Selva en ik hebben een goede band. Ik mag van hem via de email reserveren omdat hij mij vertrouwd en omdat hij weet dat ik zal verschijnen aan de receptie. Maar er is nog een ding!
Mister Selva zorgt er persoonlijk voor dat ik mijn vaste kamer krijg aan de achterzijde van het hotel met het uitzicht op de steeg die naar Bukit Bintang leid. Waarom? Er is sinds een jaar gratis internet op en rond Bukit Bintang. En laat mijn laptop die internet bij het raam perfect oppikken. Dat is mooi meegenomen in een hotel dat nog geen wifi in haar gebouw heeft geïnstalleerd.
Mijn kostbaarheden gaan de kluis in, ook dat is in Maleisië jammer genoeg anders dan in Singapore, en ik maak me op voor de wandeling naar het Suria KLCC winkelcentrum. De foodcourt op de tweede verdieping is een van de beste in Kuala Lumpur! Waarom? Dat is niet zo moeilijk! In de twee torens op het winkelcentrum is de Petroliam Nasional Berhad, beter bekend als Petronas gevestigd. En de duizenden werknemers uit alle windstreken moeten nu eenmaal goed kunnen eten om goed te kunnen werken.
Ik heb er in de bus lang genoeg over kunnen nadenken en ik weet het al een tijdje zeker. Ik neem een plaatsje in de rij voor een broodje Kebab. Een plat pita broodje wordt gevuld, en daarna opgerold, met reepjes gegrild lamsgehakt, ijsbergsla, stukjes tomaat en ringen ui. Saus naar wens. Vanzelfsprekend is dat knoflooksaus. Een Coke Light om het weg te spoelen. Cola drinken in het verre oosten is een must. Het zorgt dat je spijsvertering goed blijft werken!
Het water loopt mij weer in de mond wanneer ik dit verhaal enkele dagen later zit te schrijven. Na het eten, een ijsje op de trappen achter het Suria KLCC en een korte wandeling door het naastgelegen park ga ik via de Jalan Sultan Ismail weer terug naar het hotel. Het is nog geen half acht en dat is wel heel erg vroeg om naar bed te gaan.
Finnegan's Irish Pub & Restaurant Jalan Sultan Ismail Het is onmogelijk om de Finnegan's Irish Pub & Restaurant aan de Jalan Sultan Ismail aan je voorbij te laten gaan. Een pint Lager of Guinness kan toch geen kwaad. Mijn darmen voelen na het eten weer prima aan na de reisdag en mijn eerste maaltijd in Maleisië. Na een pint Lager volgt er een tweede, ook nog een nummer drie en een nummer vier in de vorm van een mooie Guinness. Wat voelt het goed om weer terug te zijn in Kuala Lumpur!
Kerstmis in een islamitisch land Nog een rondje over het altijd drukke Bukit Bintang en deze verplaatsing zit er op. Helaas heb ik vandaag weinig foto’s gemaakt. Dat worden er morgen zeker meer.
Welterusten!

dinsdag 18 augustus 2026

Singapore: De krampen

National Museum of Singapore

Singapore (Tai Hou Hotel), donderdag 23 november 2006

Dat was me het nachtje wel! Na een paar biertjes, en een naan broodje met vis voor de late trek, dacht ik dat het wel goed slapen zou zijn. Nee dus, de hele nacht heb ik liggen draaien en de krampen in mijn darmen hielden mij wakker. De koorts was nog het ergste. Badend in het zweet, met een kletsnat hoofdkussen, in een kamer waarvan de ramen niet open kunnen en de centrale airconditioning veel te koud staat. Ik rilde als een rietje zodra ik uit mijn bed stapte. Het ziet er niet best uit voor mijn laatste dag ik Singapore.
Tegen al mijn overtuigingen in heb ik twee Loperamide anti-poep pillen genomen als voorzorg maatregel vandaag. Ik wil tenslotte niet mijn onderbroek stempelen tijdens het wandelen. De pillen werken gelukkig goed en het dunne spul blijft binnen. Misschien is al dat zeer gekruide eten ook niet goed voor mij? Maar ik vindt het eten hier in Singapore zo lekker dat ik er zo weinig als mogelijk van wil missen. Mijn idee is om het vandaag, op mijn laatste dag in Singapore, rustig aan te doen. Gelukkig zijn er altijd, schone, toiletten dichtbij en beschikbaar in het mooie Singapore.
De wandeling vandaag gaat in een andere richting dan naar het oude centrum en Chinatown. De Maleisische buurt met zijn Nasi en Sultan Moskee is het doel. Een welkome verandering. Wegens de diarree heb ik vanochtend aan mijn blog gewerkt. Na drie dagen experimenteren moet ik nog steeds wennen aan de manier waarop ik een verhaal op Blogger moet plaatsen.
Er zijn nog steeds veel meer vraagtekens dan antwoorden tijdens het werken met Blogger! Gelukkig gaat het met iedere aanslag op het toetsenbord beter. Het lijkt nog steeds een goede beslissing te zijn geweest om afscheid te nemen van mijn website software Dreamweaver en over te stappen op Blogger. Het platform Blogger produceert alle benodigde koppelingen vanuit zichzelf. Na een nieuwe publicatie zit ik niet meer uren nieuwe koppelingen in de website te maken!
Door de diarree en het werk met Blogger trek ik er pas net voor de middag op uit. De lunch kan waarschijnlijk in de islamitische wijk Kampong Glam worden genuttigd. Alhoewel, morgen ga ik met de bus naar Kuala Lumpur in Maleisië en daar staan de islamitische gerechten dagelijks op het menu.
Moslim begraafplaats Jalan KuborTombe van Haji Osman Ambok Dalek Daeng Pasandrek Haji Ali Het eerste nieuwe beeld van Singapore dat ik zie is een oude islamitische begraafplaats. Deze begraafplaats heeft waarschijnlijk lang geleden aan de buitenkant van Kampong Glam gelegen. Islamieten geloven ook in de wederopstanding en mogen dus alleen worden begraven, niet gecremeerd.
Dat begraven in een katoenen of jute zak gebeurt in een anoniem graf. Alleen een natuurstenen paaltje geeft aan dat er een moslim ligt begraven. Bij het leven geld er strakke regels om mannen en vrouwen gescheiden te houden. Op een islamitische begraafplaats liggen mannen en vrouwen willekeurig door elkaar. Het hele ritueel van het begraven is vaak wel een puur mannelijke gelegenheid. De aanwezigheid van een van de echtgenotes van een overleden moslim bij de daadwerkelijke ter aarde stelling is uitzonderlijk.
Belangrijke en gefortuneerde personen kopen vaak een stuk grond en bouwen een tombe als herdenking aan het leven van de perso(o)n(en). Familiegraven komen niet vaak voor maar bestaan wel. Rechtsboven zie je de Tombe van Haji Osman Ambok Dalek Daeng Pasandrek Haji Ali. Een hele naam van een van de eerste miljardairs van Singapore!

Daeng Passandrik bezat al in 1865 een eigen schip, een Europese schoener met een laadvermogen van 80 ton, die hij in Riau kocht. Het schip, genaamd "Tjian Goan Haij", werd door Daeng Passandrik gebruikt voor de handel, waarschijnlijk om gambierplanten van Riau naar Singapore te vervoeren. Daarnaast bezat en voer hij ook met verschillende Europese zeilschepen, namelijk de schoeners "Slamat", "Bintang Slamat" en "Sri Bintang Slamat" tussen 1870 en 1890. Het grootste schip was de schoener "Bintang Slamat" met een laadvermogen van 200 ton, geregistreerd onder Nederlandse vlag in Pasir, Kalimantan.
Samenvattend maakte Daeng Passandrik 10 reizen op de route Pasir-Surabaya, 5 reizen op de route Pasir-Batavia en één reis naar Singapore, elk vanuit Pasir, Samarang, Batavia en Banjarmasin. In een periode van 18 jaar werden 21 reizen uitgevoerd.
Het belangrijkste handelsartikel vanuit Pasir was rotan (naar schatting exporteerde Daeng Pasendrik tussen 1870 en 1888 zo'n 178.500 bundels rotan). In die tijd was Pasir, naast diverse andere belangrijke havens in Kalimantan zoals Banjarmasin en Pegatan, een van de belangrijkste exporteurs van rotan.

Op deze website kun je het hele vermogen bekijken van deze bijzondere handelaar.

Je kan met zekerheid zeggen dat de man een slimme en goede handelaar was tijdens zijn leven. De tombe staat er nog steeds na al die jaren omdat Islamitische begraafplaatsen, net als Joodse begraafplaatsen, nooit kunnen worden geruimd omdat de grond in eigendom is.
De Sultanmoskee in Kampong GlamBussorah Street in Kampong Glam Na een kleine tweehonderd stappen sta ik in een compleet andere wereld. Ik weet dat ik in Singapore ben maar ik had net zo goed in Kuala Lumpur kunnen zijn. De Masjid Sultan en de schoolmeisjes met de kenmerkende lange witte hoofddoeken zijn dagelijkse taferelen in het islamitische Maleisië.
Bussorah Street in Kampong GlamDe Sultanmoskee vanaf Bussorah Street in Kampong Glam Bussorah Street in Kampong Glam is uitgegroeid tot een toeristentrekpleister net als Chinatown en Little India. Alle drie de wijken zijn knooppunten van cultuur van de drie volkeren die in Singapore vredig door, en bij, elkaar leven. President Lee Kwan Yew regeert met ijzeren vuist en bied iedere inwoner van Singapore gelijke kansen in het leven. Onverdraagzaamheid tussen de drie groepen inwoners wordt absoluut niet getolereerd!
Chinese lunch in Bugis Foodcourt De lunch ging niet door in Kampong Glam wegens gebrek aan keuken personeel. Dan maar de stad in. Ik moet nog een paar goedkope wandelschoenen kopen. Rond Bugis zal ik wel moeten kunnen vinden! Maar voordat ik op zoek ga naar de wandelschoenen waag ik me eerst aan een bord Chinees eten in de Bugis Foodcourt. Chinese heerlijkheden voor vijf Singapore Dollar (€ 3,50) incl. een cola light. Geweldig!!!!
National Museum of SingaporeEen liter benzine kost een euro in het dure Singapore Met een omtrekkende beweging loop ik redelijk opgeknapt weer richting het Tai Hoe Hotel aan Kitchener Road. De natuur roept en ik waag een poging in het National Museum of Singapore. De medewerkers van het museum zijn vriendelijk en behulpzaam. De toiletten zijn kraakhelder zoals je in een ontwikkeld land als Singapore verwacht!
Aan Serangoon Road kijk ik voor een moment naar de prijzen voor de brandstof bij een Shell benzine station. Een liter benzine voor rond de een euro in het dure en autoritaire Singapore. Zo zie je maar? In vrijheid leven in Nederland heeft zijn prijs!
Morgen heb ik de verplaatsing naar Kuala Lumpur op het programma staan en ik voel mij nog steeds niet 100%. Misschien dat vroeg naar bed helpt? Toch kan ik het niet laten om een laatste biertje te drinken in het Big City Coffee House op de hoek tegenover het Tai Hoe Hotel.
Ik heb maar een biertje geprobeerd, het smaakte me ook niet. De borden Mee Goreng zagen er goed uit en ik heb tegen beter weten in een bord vol naar binnen gewerkt met een Coke Light als medicijn tegen de bijna verdwenen diarree.
Na het avond eten ben ik dan ook direct naar mijn hotelkamer gegaan en ik ben vroeg gaan slapen. De wekker staat voor morgen op half zeven!!

Ja, dit hoort er ook bij. Reizen is soms lijden!

zondag 16 augustus 2026

Singapore: Mijn eerste ontmoeting met een Couch Surfer

Old Hill Street Police Station

Singapore (Sky Orchids Hostel) 5), vrijdag 15 augustus 2008

Het is weer even wennen om met vreemden in een stapelbed op de gemeenschappelijke kamer van het Sky Orchids Hostel in Aljunied te slapen. Gelukkig waren we de afgelopen nacht maar met zijn tweeën op de kamer. De andere gast is een jongen uit de USA die een tijdje in Vietnam les heeft gegeven in de Engelse taal. Hij staat op het punt om terug te keren naar de USA, hij heeft het er zichtbaar moeilijk mee. Afscheid nemen van Azië is altijd moeilijk wanneer je gedwongen terug moet naar de westerse wereld.
We worden samen tegelijk om acht uur wakker van mijn wekker. Het is in de gemeenschappelijke keuken, en woonkamer, van het hostel al veel drukker dan ik heb verwacht. De worsteling om de boterhammen blijft uit maar het grootste gedeelte van de groep Hyena's wil toch niets missen van het gratis ontbijt, je hebt er tenslotte voor betaald!
Geroosterde boterhammen met Kaja en dunne vruchtenjam Zelf vindt ik een kop oploskoffie al genoeg voor de start van de nieuwe dag terwijl ik mijn email controleer. Ik heb ook een rommelende maag maar ik verlaag mij niet tot de goedkoopste Britse rugzakartiesten op weg naar het beloofde land Australië. Ik ben een beetje zenuwachtig en ik realiseer me dat ik niet veel kan doen deze ochtend.
cover boekOld Hill Street Police Station Ik heb een afspraak om 12:00 uur in Vivo City aan het Harbour Front. Ik ga een Couch Surfer ontmoeten om te bekijken of ik daar de komende nachten kan slapen. Ik heb de email al tientallen keren gelezen en ben nog steeds niet verder gekomen dan het winkelcentrum genaamd Vivo City aan het Harbour Front. Dat winkelcentrum ligt aan het einde van de Paarse North-East Line.
Ik ben druk bezig met het zoeken naar een omslag voor mijn boek. De avonturen van Steef in Thailand vallen bij iedereen goed in de smaak en vijfhonderd boeken laten drukken is niet zo heel erg duur. Misschien kan ik er zelfs wel wat extra zakgeld mee verdienen.
Na mijn gebruikelijke ontbijt in Bugis bij de gouden bogen, bij de oude dames, ga ik langzaam richting Vivo City aan het Harbour Front waar we hebben afgesproken voor deze vreemde ontmoeting. Vanaf Bugis wandel ik naar Clark Quay MRT om daar op de Paarse North-East Line te stappen. Ik heb nog voldoende tijd! Het is nog geen tien uur wanneer het iconische oude politie bureau van Singapore passeer. Gelukkig zijn er in Singapore veel oude iconische gebouwen gespaard gebleven voor de sloopkogel.
Sir Stamfort RafflesKlaar voor de Formule 1 Singapore straalt na vijftig jaar onafhankelijkheid nog steeds de Britse hoogtijdagen van het keizerrijk uit. Er is ook een modern Singapore. De stadstaat is druk bezig met de stad te veranderen in een Formule 1 stratencircuit. Op 28 september 2008 zullen hier de Formule 1 bolides langs de Singapore Cricket Club aan de Padang brullen.
MRT Clark QuayVivo City, effe snel knippen Na een ritje in de relatief goedkope en zeer efficiënte MRT arriveer ik ondergronds in het Harbour Front MRT trein station. Het verbaasd mij nog elke keer hoe efficiënt het openbaar vervoer in Singapore is. Zou het komen dat zwartrijders bijna geheel onbekend zijn in de schone stadstaat?
Een capsule kapper trekt mijn aandacht. Alles in Singapore is efficiënt geregeld. Een lege stoel betekend: Ga zitten en je wordt geknipt voor iets meer dan tien euro. Ik ben echt zenuwachtig en ga wel drie keer in een uur naar het toilet. Voor een moment speel ik nog met idee om onze afspraak op het laatste moment af te zeggen, maar mijn nieuwsgierigheid overwint.
Vivo City, Jielus met Valentino Rossi Ik slenter verveeld door het Vivo City winkelcentrum. Afgezien van de koelte van de airconditioning kan ik me niet voorstellen wat mensen drijft om dit soort complexen te bezoeken. Hallo Valentino! Wat een leuke verrassing!
Ik inspecteer het nummer 02-147 uit de email waar we hebben afgesproken en dat blijkt een “Pacific Coffee Place” restaurant te zijn. Ik neem een positie in zodat ik de toegang goed kan overzien.
Helaas heb ik daar ruim een half uur staan te wachten. Toen het 12:20 op mijn horloge was heb ik maar opgegeven. Ik hoop dat ze verhinderd is en dat ze geen tijd heeft om te komen. Of heeft ze op het laatste moment “koude voeten gekregen”? Een afspraak met een totaal vreemde is niet voor iedereen gemakkelijk!.
De oude gietijzeren lantaarnsFunan IT, kip met noedels in kerriesoep Het is in ieder geval tijd om te gaan eten en de foodcourt in het Funan IT winkelcentrum is altijd een goede keuze. Een gietijzeren straatlantaarn trekt mijn aandacht. Hoe oud zou deze oude gietijzeren gigant zijn. Vervoert in houten kratten beschermt door stro op houten schepen naar het verre oosten. Hoe lang zal ze hier de straten van Singapore nog versieren?
De kip met noedels in kerriesoep in Funan IT is voor minder dan vier euro natuurlijk een koopje. Singapore, het zuidelijkste puntje van het zuidoost-Aziatische schiereiland is de plaats waar de smaken uit Maleisië en China samenvloeien tot meer dan overheerlijke unieke gerechten.
Na het eten wordt het tijd om te gaan winkelen en eens even, voor een goed advies, bij mijn vriend Gordon Tan van Adventure 21 in het Chinatown Point langs te gaan. Anderhalf uur later sta ik weer buiten met precies de spullen die ik nodig heb voor mijn reis naar Marokko. Alles is licht, klein en 100% noodzakelijk om het reizen in Noord-Afrika zo aangenaam mogelijk te maken.
Chinese Chamber of Commerce, Duelerende drakenSt. Joseph's Church Nog steeds teleurgesteld, maar toch ook wat opgelucht, loop ik na het winkelen langs Hill Street en Victoria Street richting het Bugis MRT Station. Op de muur voor het Singapore Chinese Chamber of Commerce & Industry is een keramisch kunstwerk aangebracht dat in de volksmond de Negen-Drakenmuur wordt genoemd. Het is duidelijk dat de Chinese invloeden in Singapore veel sterker zijn dan in het noordelijker gelegen Maleisië.
Helaas heeft mijn Couch Surfing afspraak het moment van dit schrijven (16/08, 17:30) nog niets van zich laten horen. Ik hoop dat het niets ernstig is. Het blijft dus een teleurstelling en ik hoop op maandag nog iemand van Couch Surfing te ontmoeten voor een koffie.
Het is geen geheim dat de afsplitsing, en onafhankelijkheid, van Singapore op 9 augustus 1965 was gedreven door de poging tot onderdrukking van de Chinezen door de Islamieten in een verenigd Maleisië. Dat de Chinezen zich zelf nog steeds als een afgesplitste Britse kolonie voelen in duidelijk in het gebruik van het Engels als voertaal en het omarmen van het Christendom. De St. Joseph's Church is een schitterend voorbeeld van Engelse religieuze architectuur.
Skyorchids hostelSkyorchids hostel, mijn kamertje 5 Na twee nachten kan ik eigenlijk al wel zeggen dat het me goed bevalt in het Sky Orchids Hostel. Het hostel ligt aan de Oost-West metrolijn en is maar een kwartiertje met de trein vanuit het centrum. Ik weet eigenlijk wel zeker dat ik de volgende keer weer hier slaap. Ik wordt helemaal warm vanbinnen wanneer ik mijn georganiseerde chaos in kamer 5 zie.
Goede tijden voor de duivenLittle India, lampions De avond verloopt natuurlijk weer eens zoals ik het niet had verwacht. Van de geplande gebakken noedels onder het Sky Orchids Hostel komt weinig terecht en van de wandeling langs de rivier nog minder. De duiven doen zich tegoed aan de dagelijkse Chinese offers aan hun voorouders. Ik loop van het Bugis MRT station meteen richting Little India (Serangoon Road) om een paar biertjes in het Foodmore foodcourt te drinken.
Foodmore, nieuwe vrienden Het was heel gezellig in het Foodmore foodcourt waar ik met een paar oude Chinezen en een Indiase man stevig heb zitten drinken. De Becks biertjes smaakten me uitstekend. Becks bier zal ik het laatst in december 1981 hebben gedronken. Hoe ik dat zo zeker weet? Het was mijn laatste maand van de dienstplicht die ik bijna in zijn geheel in Seedorf in Duitsland heb doorgebracht.
Bugis MRTCeremonie voor de geesten Tijdens de twintig minuten wandelen naar het Bugis MRT station verbaas ik mijzelf opnieuw hoe schoon en veilig Singapore is, ook wanneer ik ’s avonds licht aangeschoten over straat slinger. Het is druk op straat met mensen die naar huis gaan om de volgende dag weer te gaan werken.
Er is een paar huizen verwijderd van het Sky Orchids Hostel een ceremonie gaande om de geesten in een gebouw goed te stemmen. Er wordt gezongen en wierook verbrand. Er zijn offers gebracht voor de geesten van de voorouders aan de andere zijde. Het traditionele Chinese Singapore blijft je ook altijd verbazen!
Bij terugkomst in het hostel blijken alle bedden in kamer 5 vol te zijn. Ik lig om elf uur onder de dekens met de airconditioning op 25 graden. Drie meisjes uit de Filipijnen hebben zich rond middernacht bij mij gevoegd en halen mij uit mijn slaap zodra ze luidruchtig naar bed gaan. Welterusten voor de tweede keer, daarom is het zo gezellig, en goedkoop, in een hostel.

maandag 10 augustus 2026

Nederland: Trots op deze mijlpaal

100000 visitors

Zaltbommel (Op de bouwplaats), maandag 10 augustus 2026

Op 20 november 2006 schreef ik mijn eerste verhaal voor een website over mijn reizen, ervaringen en belevenissen. Ik zat op een kleine hotelkamer in Singapore zonder internet. Mijn camera was een Olympus µ 720SW, het digitale tijdperk in de fotografie was voor mij al lang aangebroken. Het was meer een experiment om mij ’s avonds iets te doen te geven dan een pad naar deze bestemming.
Licht aangeschoten verschenen de eerste woorden op het beeldscherm van mijn loodzware Windows Laptop die ik overal mee naar toer sleepte. De camera’s zijn groter, zwaarder, en weer kleiner en lichter geworden. Windows heeft plaats gemaakt voor Apple OSX en dat maakte het reizen een stuk lichter en eenvoudiger.
Vandaag, een kleine twintig jaar later zijn de ruim tweeduizend pagina’s op mijn weblog meer dan een miljoen keer gelezen. Een mijlpaal waar ik enorm trots op ben! Het is de ultieme motivatie om, ondanks mijn leeftijd, verder te gaan met dit project. Ik hoop dat jullie net zoveel plezier hebben bij het lezen als ik bij het schrijven van “Travels and Troubles”.

100000 visitors

dinsdag 14 juli 2026

Filipijnen: Filipijnse bureaucratie

Eieren met een gezicht

San Antonio (Mamsi Residence) VIP1), maandag 8 juni 2026

Na twee dagen zonder kenteken, en kentekenplaat, te hebben rondgereden op het platteland moeten we nu echt naar de stad Legaspi om de juiste papieren te gaan regelen. Zoals gewoonlijk worden er in het kleine huisje meer problemen gemaakt dan opgelost en iedereen weet precies wat er moet gebeuren. Tenminste, dat denken ze want niemand heeft ooit een kenteken voor een nieuwe motor aangevraagd. Ik hou mij stil als een kerkmuis op de achtergrond en ik ben klaar om in te grijpen mocht dat nodig zijn.
In de Tri-Cycle naar Pilar Om kwart over acht vertrekken we met z’n drieën in de tricycle naar Pilar. Onze eerste etappe van wat een lange dag gaat worden. Driehonderd kilo op een 155cc motor met een zelfgebouwde (ongekeurde) zijspan geeft geen hoge snelheden. Ik schat dat we met een gemiddelde van 30 Km/u vijftien minuten later bij de busterminal van Pilar arriveren.
Anderhalf uur wachten op de mini-van De eerste tegenslag is om half negen al een feit! De minibus, die wat duurder maar ook comfortabeler en sneller is, heeft nog twee zitplaatsen over. Wij zijn met z’n drieën dus zouden we in de volgende minibus moeten wachten totdat die vol is. Dat kan zo maar een uur of langer duren.
In het verleden heb ik wel eens de laatste stoelen allemaal gekocht zodat we meteen konden vertrekken. Dat is nu geen optie! ₱ 1.400 (€ 20,-) voor een hele minibus is teveel van het goede. Dat is 28 flesjes bier en die drink ik liever dan dat ik vandaag snelheid en comfort heb. Ik heb geen haast!
Jeepney naar LegazpiWachten op de Jeepney Ik denk niet dat de dames het mij in dank afnemen maar we gaan van Pilar naar Legaspi met de Jeepney. Op het moment dat wij bij het vertrekpunt van de Jeepneys aankomen is het voertuig (over)vol en zet zich in beweging. We gaan op een stalen pijp zitten wachten op de volgende Jeepney. Dat duurt nooit lang want een Jeepney is het meest betaalbare voertuig om in Legaspi te komen. De Jeepney kost ₱ 180 (€ 2,60) voor drie personen. Dat is dus andere koek!
In de Jeepney naar Legazpi Het aan boort gaan van een Jeepney is een mengsel van inschikken en je laten gelden. Iedere plaats op de twee lange banken heeft zijn voor en nadelen, een man als ik zit altijd graag helemaal achterin omdat ik dan mijn lange benen buiten de cabine kan laten bungelen. Het is een van die verplaatsingen die je gewoon moet zien te overleven. We hobbelen, schudden, er klimmen nieuwe passagiers over mij heen en er stappen ook mensen weer mensen uit. Dit alles zonder dat er een woord wordt gewisseld. De passagiers zitten bijna allemaal met hun ogen dicht of met hun ogen op het kleine beeldscherm van hun telefoon. Hoe arm ze ook mogen zijn, ze hebben allemaal een grote telefoon.
In Daraga moeten we opnieuw overstappen in een Tricycle. Zodra een chauffeur een blanke passagier ziet denkt hij dat hij de loterij van de dag heeft gewonnen. Mamsi voert het woord en zij laat zichzelf niet voor de gek houden. De prijs wordt afgesproken en na aankomst betaald Mamsi de chauffeur. Hij kijkt mij nog steeds erg vreemd aan. Zijn beperkte geest kan het niet helemaal bevatten!
Wat er vanaf dit moment gebeurt moet wel een van de meest vreemde ervaringen in de Filipijnen voor mij zijn tot nu toe. We stappen een winkel binnen van Motortrade, een keten van dealers die motoren van bijna alle merken verkopen. Op de achtergrond laat ik de dames de zaken regelen. Ik observeer de nieuwe wereld om mij heen en zeg geen woord.
We moeten een verdieping hoger zijn want daar bevindt zich het kantoor van de LTO (Land Transportation Office). We klimmen de ongelijke betonnen trap op en staan voor een afgesloten deur. Mamsi klopt en er gebeurt niets. We kijken elkaar en de dames wisselen enkele woorden in de taal die Bicol heet. Er verschijnt een man die aan de deurknop rammelt en op het matglas tikt. Ook allemaal zonder resultaat. Dan kijken ze alle drie naar mij en verwachtten dat ik de oplossing ben voor het probleem.
Ik heb geen oplossing dus gaan we weer naar beneden naar de motorwinkel. Die lijken niet verbaasd wanneer we weer terugkomen. Alle ogen zijn op mij gericht wanneer Mamsi in het Tagalog begint te praten. Ik versta alleen ‘Barangay Captain’, een burgemeester van een dorp, en ben verbaasd omdat er enkele verkopers in beweging komen en druk overleggen in een taal die ik niet versta.
Een wat slungelige jongen gaat ons voor en nu beklimmen we met z’n vijven de ongelijke betonnen trap. Voor de afgesloten deur lijkt hij al zijn moed te verzamelen. Hij klopt op de deur en met een verheven hoge stem schreeuwt hij tegen het mat glas in de aluminium deur. Niet veel later gaat de deur open en worden we naar binnen gelaten in het kantoor van de LTO.
De twaalf medewerkers in het kantoor zijn net zo verbaasd als ik. Als onderling afgesproken komen ze in beweging zodra we binnen zijn. Het valt mij op dat ze niet werken maar stapels documenten op hun bureaus verschuiven en soms naar een ander bureau verplaatsen. Mamsi heeft een heel verhaal in het Tagalog, een taal die ik nog steeds niet versta. Het knikken en zalven in een onderdanigheid die ik zelden heb gezien bij overheidspersoneel is verbazingwekkend. Lyka spelt het email-adres van haar moeder en daarna is het wachten. Er gebeurt niets. Ze blijven wachten op een email die maar niet wil komen.
Misschien lukt het met een ander email-adres? Lyka geeft haar email-adres op en het hele toneelstukje begint opnieuw. Het meisje dat ons te woord staat kan haar oprechtheid slecht verbergen. Ze weet bij voorbaat dat de email niet zal arriveren!
Er is een lichte paniek en dan moet ik mijn email-adres op een stukje papier schrijven. Drie keer is scheepsrecht! Helaas, we hebben drie email-adressen geprobeerd en geen van ons drieën heeft een link gekregen om een gebruikersprofiel aan te maken bij de LTO.
Wat nu? Ik lees in hun ogen dat ze iets verbergen en dat ze willen dat we onverrichter zaken weer vertrekken. Het wordt tijd voor mijn charmes! Ik sta op, schuif mijn strohoed achterover en begin op een zacht volume in duidelijke Engels vragen te stellen. Het personeel schiet weg. Binnen een minuut zijn alle toiletten op de verdieping bezet met werknemers die de waarheid weten die wij niet mogen weten.
Een waarheid die wij nog niet weten maar waar ik wel een idee van heb. Je moet eerst het vertrouwen van een mens winnen en daarna leid je hem rustig naar de slachtbank! Zo gezegd, zo gedaan. Er is een computerstoring bij de LTO die elk moment kan worden opgelost. De oplossing is om beneden nog maar een uurtje te wachten.
Ik vraag naar de leidinggevende van het kantoor en de twee dames bij mij schamen zich de ogen uit hun hoofd dat een buitenlander het heft in handen neemt. De leidinggevende verschijnt en ik heb medelijden met hem op het moment dat mijn ogen hem zien. Hij weet zonder enige twijfel wat er aan de hand is en dat er geen oplossing voor handen is!
‘Denk nooit in problemen, denk in oplossingen!’, fluister ik hem in het Engels toe.
Hij laat mijn woorden op hem inwerken en na een tiental seconden verschijnt er een glimlach.
‘Hoe gaan wij dit oplossen?’, vraag ik hem zachtjes.
Ik zie paniek in zijn ogen. Ik moet hem eerst gerust stellen en zorgen dat hij zich op zijn gemak voelt zonder zijn gezicht te verliezen voor zijn medewerkers. Ik zie hem nadenken over een mogelijke oplossing. Tegelijker tijd weet ik dat er geen oplossing is want eigen initiatief is bij de overheid in de Filipijnen iets waar je ver vandaan moet blijven.
‘Wat is nu precies het probleem?’, vraag ik hem zachtjes.
Hij is ondertussen overtuigd van mijn goede bedoelingen en begint aan zijn moeilijke taak om het probleem aan mij uit te leggen.

‘We hebben eerst een gebruikersprofiel nodig bij de LTO (Land Transportation Office). Dat wordt aangemaakt door middel van het reageren op een email.’
‘Met het registratienummer van het gebruikersprofiel gaat u naar een verzekeringsagent en betaald de verzekering en registratie voor drie jaar voor het te registreren voertuig.’
‘Met het betaalbewijs en het bewijs van registratie en verzekering komt u terug naar ons kantoor waarna wij de gegevens van de motorfiets, zoals merk en frame- en motornummer in het systeem van de LTO invoeren.’
‘Daarna krijgt u van de verzekeringsagent een bericht wanneer de kentekenplaat klaar is en kan worden opgehaald.’

Het is mij meteen duidelijk. Wegens de storing in de computersystemen van de LTO kunnen we geen gebruikersprofiel/registratienummer aanmaken.
‘Kunnen we die eerste stap niet overslaan?’, vraag ik zachtjes.
De leidinggevende verschiet van kleur en is enkele seconden zo wit als zijn overhemd waarna zijn hoofd zo rood als een tomaat word. Hij zoekt tevergeefs naar antwoorden en excuses om niet van het protocol zoals voorgeschreven af te hoeven wijken.
Nog voordat hij reageert geef ik Lyka opdracht om het email-adres, inclusief het wachtwoord, van Mamsi op een stukje papier te schrijven. Ik stop het bij de leidinggevende in de hand en vertel hem zachtjes in zijn oor dat hij zelf het gebruikersprofiel mag aanmaken. Wanneer het klaar is wijzigt hij het email-adres en het wachtwoord zodat wij toegang krijgen met de onze inloggegevens.
Wanneer alles klaar is stuurt hij het registratienummer naar de verzekeringsagent. Het papiertje met de email gegevens wordt verscheurt en vergeten. De verzekeringsagent kan dan de verzekering en registratie documenten in orde maken.
Hij begint te glimlachen alsof hij het zelf heeft bedacht. Ik wacht op zijn reactie. Dan begint hij tegen de dames in hun eigen taal te praten. Er worden hoofden geschud en er word geknikt. Ik bevind me in onwetendheid omdat ik er helemaal niets van versta. Zodra de dames ook beginnen te glimlachen weet ik dat het probleem hoogstwaarschijnlijk is opgelost.
Mijn plan lijkt geslaagd wanneer de leidinggevende zijn jas aantrekt en met zijn motorhelm in de hand voor ons uit naar de deur loopt. De dames volgen hem en ik ga daar op mijn beurt weer achteraan.
Onder aan de trap vraag ik aan Lyka: ‘Wat gaan we nu doen?’
Lyka legt uit dat de man met ons meegaat naar een verzekeringsagent die hij goed kent. Hij gaat aan de verzekeringsagent uitleggen wat er aan de hand is en dat alles in orde komt zodra de computerstoring bij de LTO is opgelost!
Wij gaan met z’n drieën in een tricycle en de man rijd op zijn eigen motor achter ons aan. Ik voel mij nog steeds een beetje ongemakkelijk omdat ik het belangrijke gesprek niet zelf heb kunnen voeren. Bij de verzekeringsagent wordt alles snel geregeld door de man en Mamsi, die enkele documenten moet ondertekenen. Daarna moet ik ₱ 5.200 (€ 74,-) afrekenen voor de registratie en drie jaar verzekering voor de motor, de bestuurder en de passagier. Dat ik geen kwitantie krijg voelt ongemakkelijk.
We steken de man een stevige fooi toe en bedanken de verzekeringsagent voor het begrip. Wij zijn blij dat we deze reis niet nog een keer, of misschien zelfs twee keer, hoeven te maken in de onwetendheid of de computers van de LTO wel werken!
Nu deze belangrijke opdracht is volbracht word het de hoogste tijd om te gaan eten. Het is voor de dames veel later dan normaal voor een lunch maar voor mij is het tijdstip ideaal. We moeten wel eerst met de zoveelste tricycle naar de Pacific Mall. Ik kan me nog goed herinneren dat ik hier ongeveer zestien jaar geleden de eerste keer Filipijns ging eten. Dat is ongetwijfeld de grootste cultuurschok die ik ooit in Azië heb beleefd.
Lunch met mamsiNoedels met loempia'sKarbonade met rijst We gaan naar het Graceland Restaurant. Een soort van fastfood restaurant dat alle gerechten aan tafel serveert en gewoon serveersters/opruimers heeft rondlopen. Eerst komen de drankjes en de noedelsoep voor Mamsi, daarna verschijnt mijn Panchit, Filipijnse Bami, en als laatste komt de varkenskarbonade voor Lyka. Het is geen Korea maar de smaak ik goed genoeg en de prijs valt niet tegen.
Na een nieuwe bril voor Mamsi, een nieuwe koekenpan met een veilige anti-aanbaklaag voor mezelf en wat Japanse kerrie gaan we rond twee uur terug richting het kleine vissersdorp. We komen niet echt ver want het regent buiten pijpenstelen. Dit zijn de tropische regenbuien die alle neerslag in ons kikkerlandje aan de Noordzee laat verbleken. Er zit niets anders op dan te wachten totdat de wolken zijn leeg geregend.
Overstroomde stratenMet de Jeepney naar Daraga Zodra de regen is overgegaan in een natte wind, tussen droog en regen in, klimmen we in een Jeepney naar Daraga. De straten van Legaspi zijn veranderd in langzaam stromende rivieren. Het water zoekt zijn weg naar de lager gelegen gebieden waar het langzaam in de rotsachtige vulkaangrond zakt.
Met de Jeepney naar DaragaMinivan naar Pilar Het is een lange dag en de vermoeid slaat toe zodra je stilzit. Alles wat je onderneemt is in de tweede wereld landen intensiever, en verbruikt meer energie, dan in een ontwikkeld land. Lyka’s oogjes vallen voor enkele momenten dicht in de Jeepney.
In Daraga splijt onze groep zich in tweeën! Met de Jeepney of met de aircon minibus naar Pilar? Mij maakt het persoonlijk helemaal niets uit. De dames mogen beslissen. Bij de halte voor de minibus kunnen we snel zaken doen. Er zijn nog zes plaatsen over. Ik neem plaats naast de bestuurder en vertel hem dat ik beide stoelen naast hem betaal. De dames nemen achter mij plaats en tien minuten later worden de laatste twee stoelen gevuld. We vertrekken naar Pilar. Om vijf uur stappen we uit de tricycle voor het kleine huisje omringt door kokospalmen in de jungle van het platteland. Het was een vruchtbare dag met een bevredigend einde!
Tijdens het bier drinken naast het kleine winkeltje op de hoek wordt ik geholpen door het jonge weesmeisje met een nieuw fenomeen. “Piso-Wifi”, is een kastje waar je geld in gooit voor het gebruik van een sneller dan gewoonlijk wijfij in het dorp. Ik probeer eerst een muntje van ₱ 10 (€ 0,15), daarvoor krijg ik drie uur toegang tot het onbeveiligde draadloos netwerk.
LTO computerstoringDrinken op de weg Ik ben aangenaam verrast want deze snelheid van het internet heb ik in San Antonio de Padua (Sapa) nog nooit ervaren. Zelfs niet bij Mamsi in het kleine huisje. Hoe ik bij het adres van de LTO (Land Transportation Office) ben geraakt weet ik niet meer dus geef ik de kleine flesjes San Miguel Pilsen maar de schuld.
Vijf dagen geleden werd er al op het internet melding gemaakt van de computerstoring bij de LTO! We zijn vandaag dus willens en wetens voor de gek gehouden zodat de Filipino’s in het kantoor geen gezichtsverlies leden. Gelukkig kan ik er om lachen. Ze hebben een uitzondering gemaakt en ons goed geholpen. Het is geen andere wereld in de Filipijnen, het is een compleet ander universum waar ik in terecht ben gekomen!
Buiten op straat zit Eric met een paar oude klasgenoten te drinken. Twee flessen goedkope Filipijnse Emperador brandewijn, een paar flessen drinkwater en zakken bevroren drinkwater.
Zodra ik de tafel passeer wordt ik door een van zijn oude klasgenoten aangesproken: ‘Hello White Person!’
Ik ben verbaasd en kijk de jongen met de glazige blik aan.
‘Ik ben een Filipijnse Nigger!’, zegt hij in het Engels.
Ik kan mijn oren niet geloven!
‘Het is de schuld van jullie blanke imperialisten dat wij arm zijn in de Filipijnen!’
De toon is erg onvriendelijk en ik denk die na of ik nu zal doorlopen of de rest van zijn dronken betoog aanhoren.
‘Jullie blanken moeten ons schadevergoeding betalen voor het onrecht dat jullie blanken ons hebben aangedaan!’, schreeuwt hij.
Op de achtergrond klinkt Amerikaanse Rapmuziek uit een bluetooth speaker. Het is meteen duidelijk dat de kanslozen de boodschap van hun broeders uit de getto’s van de grote Amerikaanse steden hebben overgenomen. Ik draai me om en loop langzaam weg. Het is een heel ongemakkelijke situatie voor mij en de Fiësta moet nog komen.
Vanaf de veranda observeer ik de situatie. Ik ben ook niet helemaal nuchter meer maar ik kan alleen maar hopen dat hij geen gewelddadige gedachten heeft.
Het is helaas al enkele dagen, sinds de gasten voor de Fiësta begonnen te arriveren, “ieder voor zich in de keuken”! Een situatie in een keuken zoals ik me nog herinner van de vele jeugdherbergen die ik tijdens mijn reizen heb bezocht. Elke avond vond er een geweldloos gevecht plaats om de schone borden en pannen. Iedereen ongeduldig op zijn beurt wachten om gebruik te kunnen maken van de gaskookplaat, maar eerst een pan en een bord afwassen voordat je kon gaan koken.
Ik loop door mijn mogelijkheden om mijn eigen maaltijd te bereiden en bekijk de zakjes Lobo kruidenmix die ik vier weken geleden in Thailand heb gekocht. Eerst maar eens kijken of mijn zakje varkensgehakt nog in de vriezer ligt. Gelukkig hebben ze dat zakje vlees nog niet gevonden, of gebruikt! Laat mij vanavond maar de Thaise klassieker Pad Krapow Moo maken in een uitgeklede versie.
Eieren met een gezichtPad KrapowPad Krapow met tinapa Daar heb ik wel eieren voor nodig. Een ei kost in de Filipijnen ₱ 10 (€ 0,15) dus ik neem er maar meteen twee. Terug in het huisje wacht mij een aangename verrassing. Het lieve grappige weesmeisje heeft gezichtjes op de eieren getekend. Ik wordt warm vanbinnen omdat er in deze arme moeizame wereld er nog steeds liefde, hoop en humor bestaat.
De vertrouwde geur van de Pad Krapow saus maakt me hongerig, ik eet in de Filipijnen om een hoop verschillende redenen, een stuk minder dan in de rest van Azië. Alle ogen zijn op mij gericht en ik mag een schep pompoen en een gefrituurde Tinapa niet afslaan.
Om half negen zoek ik het bed op. Oordoppen in en proberen de slaap snel te pakken. De woorden van de gefrustreerde jongeman galmen door mijn hoofd. De propaganda van de Westerse Socialistische blanke boetedoening en zelfkastijding dringt zelfs door tot in een vissersdorp op het platteland van de Filipijnen!
Het meest verontrustende is dat er nu stemmen opgaan in de niet-blanke samenlevingen dat het is gerechtvaardigd om winkels van blanken te plunderen en blanke mensen te beroven omdat ze een morele schuld hebben aan de mensen in de wereld die ze eeuwen hebben uitgebuit.
Tel daar de bom met de paddenstoel van de vrijdagmensen in Iran bij op en het mag iedereen duidelijk zijn dat het blanke ras over honderd jaar waarschijnlijk alleen nog in een mensentuin is te bezichtigen!

‘You Maniacs! You blew it up! Ah, damn you! God damn you all to hell!’
(Planet of the Apes (1968)
Copyright/Disclaimer