vrijdag 18 juli 2008

Thailand, typisch Thailand

Trang, 18/07/2008

Een redelijke nacht lag achter mij toen ik door het zonlicht werd gewekt. De wekker was overbodig geweest omdat de kamer geen gordijnen voor de ramen had. Wel was ik vannacht een paar keer wakker geworden van de stortbuien die de westkust van Thailand tijdens de moesson teisteren. Als die buien ’s nachts vallen heb ik daar geen probleem mee, maar niet net als gisteren toe ik op Langkawi was.
Na de kop koffie en een paar boterhammen op de kamer werd de rugzak gepakt en we gingen op weg naar onze tweede stop in Thailand. Trang, er valt niet veel over te zeggen behalve dat het meerdere malen tot schoonste stad van Thailand is gekozen.
Om kwart voor negen plaatste ik me op een strategische locatie zodat ik de bus naar Trang al van verre kon zien aankomen. Twee winkelmeisjes van de zaak waar ik op de stoep zat hielden ook een oogje in het zeil. Om tien uur was er nog geen bus voorbij gekomen en ik moest nu maar eens aan plan B gaan denken.
Enkele minuten later zat ik in de bus naar Had Yai. Het was wel een stukje de andere kant op maar we reden in ieder geval. Misschien is het mijn inbeelding maar als ik beweeg heb ik in ieder geval het idee dat ik onderweg ben. Twee uur later arriveerde ik op het busstation van Had Yai en had de aansluiting zo gevonden. Ik had ongeveer tien minuten de tijd om te pissen en wat te eten en te drinken te kopen voor de volgende busreis die volgens mijn schema wel drie uur zou kunnen duren.
Het werden er uiteindelijk drie en een half en het geluk was dat de bus bijna voor het hotel dat ik op het oog had stopte. Zo, dat was dat. De kamer was mooi en ruim en redelijk geprijsd voor 350 baht. Eten was nu belangrijker en in een klein eettentje dat ik op een hoek niet ver van mijn hotel had gezien bestelde ik een gebakken noedels met een grote fles Heineken bier, het was tenslotte vrijdag vandaag. Het eten smaakte me uitstekend en ook het bier ging gemakkelijk naar binnen.
Eenmaal terug op de kamer werd het nu tijd om te douchen en daar bood het eerste probleem zich aan. Geen warm water! Met de handdoek om mijn middel geslagen liep ik naar beneden om aan de receptie te vragen of er even iemand naar kon komen kijken. Een medewerker van het hotel volgde mij en probeerde ook beide kranen. Koud water, OK! Warm water, niets! Hij krabde aan zijn kin en begon in het Thais te hakkelen.
“OK, OK, ik loop wel even mee naar beneden”, sprak ik met zachte beheerste stem in het engels.
De receptioniste riep de onderhoudsman op met een walkie-talkie en stuurde mij weer naar mijn kamer. De kleine dikke besnorde man had duidelijk instructies gekregen en deed zijn slippers uit voordat hij de badkamer betrad.
Koud water, OK! Warm water, niets! Hij krabde aan zijn kin en begon in het Thais te hakkelen.
Het was een exacte kopie van het toneelstukje dat enkele minuten ervoor voor mij was opgevoerd. Nu brak mijn klom en ik liep weer, nog steeds met de handdoek om mijn middel, naar beneden om met de receptioniste te overleggen wat er nu mis was. Zij sprak tenminste engels en daar kon ik wat mee! Na een kort gesprek kwam de aap uit de mouw, het Queen hotel in Trang heeft helemaal geen warm water. De knoppen zitten er wel maar de installatie is zo oud dat het niet meer werkt. Als je dat verzwijgt of liegt dat er wel warm water is dan blijven de buitenlandse gasten toch wel. En zo ook ikzelf. Alles was al uitgepakt en het was al bijna half zes, ik was moe en had geen zin meer om alles in te pakken en op zoek te gaan naar een ander hotel. Maar om eerlijk te zijn is dit typisch Thailand zoals de titel van dit verhaal al zegt, dit zal je in Maleisië nooit overkomen.
Één dag in Trang is voldoende want er is helemaal niets te doen. Morgen op weg naar Krabi waar ik waarschijnlijk wel een paar dagen zal blijven.

donderdag 17 juli 2008

Maleisië, het tropische paradijs Langkawi

Langkawi, 17/07/2008

Na Henk zijn plotselinge vertrek en mijn dag alleen had ik een nieuw strijdplan opgesteld. Er was tenslotte voldoende tijd dus zou ik heel rustig weer richting Bangkok gaan. Er waren veel plaatsen in het roerige zuiden van Thailand die ik nog niet had bezocht. De grensovergangen aan de westkant van het schiereiland lijken allemaal moeilijk. De meeste bussen gaan niet verder dan de grens en het laatste wat ik wil is overgeleverd zijn aan de Thaise taximaffia aan de grens.
Met dit allemaal in mijn achterhoofd had ik dus een kaartje voor de veerboot naar Langkawi gekocht. Een paradijselijk eiland met mooie stranden en een hoog toeristengehalte. Ik ben niet echt een strandpersoon maar nadat ik de Lonely Planet had bestudeerd en een paar wandelingen had gevonden kon ik er wel een paar dagen verblijven.
Na een ontbijt van twee boterhammen met kaas en twee koppen koffie, op mijn kamer, stapte ik om kwart over zeven het nog rustige Georgetown in. Ik wist waar ik zijn moest en dat gaf me een rustig gevoel. Het weer was goed en alles leek erop dat het een mooie dag zou worden.
Aangekomen bij de steiger kon ik zo doorlopen aan boord want ik was erg vroeg. Nou ja, ik was op tijd en de rest van de passagiers was erg laat. Slechts een enkele backpakker kwam aan boord, veruit de grootste groep waren Arabieren met hun gevolg. Dikke bebaarde en behaarde mannen gevolgd door dikke vrouwen in zwarte gewaden waarvan je slechts de ogen kon zien, jengelende verwende dikke kinderen met iPhones en draagbare playstations. Maar wat nog het meeste opviel was de hoeveelheid bagage van zo’n gezin. Minimaal dertig kilo per persoon dus ongeveer 120 kilo per gezin. De grote hoeveelheid bagage werd aangevoerd door kruiers met natte ruggen die weer een goede dag hadden. Aan boord werd alles opgestapeld boven op het dek en overtrokken met een groot blauw dekzijl.
Touwen los! En we waren op weg naar het paradijs. Georgetown met zijn unieke Komtar toren verdween langzaam aan de horizon. Er stak een wind op en de golven werden hoger, de eerste witte koppen op de golven dienden zich aan. Het zag er niet best uit! Het duurde niet veel langer of de eerste passagiers met zeeziekte kwamen aan dek om de vissen te voeren. Nu slingerde de boot als een kermisattractie en de spray van het zeewater overspoelde de nietsvermoedende zieke passagiers. Het was soms alsof ze hele emmers water over zich heen kregen gegooid. De boot minderde snelheid en langzamer dan normaal voeren we naar Langkawi. Plotseling waren de golven verdwenen en waren vervangen door regen. Zware tropische regen, een muur van water daalde neer uit de hemel. Het eiland was niet ver meer weg.
De eerste eilandjes die rondom het hoofdeiland liggen toverden inderdaad een mooi landschap voor mijn ogen, maar in mijn beleving moeten ze wel onder een helder blauwe hemel liggen.
De regen striemde op de passagiers die de boot verlieten en ik werd meteen depressief van dit gebeuren. Linea directa liep ik naar het loket om een kaartje te kopen naar Satun in Thailand. Er is namelijk niets vervelender voor mij dan in de regen op een eiland te liggen. Ik kom hier zeker nog wel een keer terug. Een kaartje was zo gekocht en was nog voldoende tijd voor een broodje en een kopje koffie bij de Starbucks vanwaar ik weer een verhaal publiceerde op mijn weblog. Het is maar dat jullie weten dat ik vaak mijn verhalen bezig ben.
Het uur dat ik moest wachten was zo om en nadat ik de immigratieformaliteiten had doorlopen stond ik wel voor een heel klein bootje dat me naar Thailand zou brengen. Langkawi is een belastingvrije zone en dat brengt met zich mee dat de meeste zich hier laten gaan en enorme hoeveelheden tabak, chocolade en alcohol inslaan. Het bootje was maar net groot genoeg voor de passagiers maar het moest toch nog een grote hoeveelheid bagage in zich opnemen. Met beide nooduitgangen geblokkeerd verliet de boot de haven op weg naar Satun. Het weer was in ieder geval een stuk beter en na een half uurtje brak de zon door.
Het ging allemaal veel soepeler dan ik had verwacht aan de Thaise zijde. Mijn paspoort werd gestempeld en buiten de terminal stond een Songthaew te wachten die me naar de stad tien kilometer verderop zou brengen. Eerst stond ik alleen met de chauffeur te wachten maar die wist dat er nog meer te vangen was. En inderdaad, iedereen die een buskaartje voor een volgende bestemming had gekocht moest bij ons in de kleine verbouwde pick-up truck. We waren al met zijn vijven toen ook een Arabisch gezin inclusief de 120 kilo bagage mee moest. Nu was het ook voor mij tijd om in te stappen. De besnorde Arabier begon met de chauffeur ruzie te maken over de grote van het vervoermiddel. Misschien dacht hij dat de bus uit zichzelf groter zou worden. De zwijgzame vrouw in het zwarte gewaad klom de bus in terwijl de achterkant van de truck weer verder in de veren zakte.
Nadat ook de Arabier had begrepen dat er niet veel meer zou veranderen gingen we richting de stad waar we de meeste op de busterminal achterlieten. Als enige ging ik het kleine stadje in. Het Rain Thong Hotel was snel gevonden en voor 160 Baht kreeg ik een grote Spartaanse kamer zonder gordijnen en een koud water douche. Het maakte me niet zoveel uit want ik zou toch wel slapen.
Mijn bagage bleef achter en ik ging meteen op pad. Ik had een stevige trek en ik vroeg me af wat ik nier aan de grens met Maleisië van Thailand kon verwachten. Was het gelijk aan Maleisië alleen met de Thaise taal? Was het echt Thailand met slechts kleine moslim invloeden? Het antwoord kreeg ik op nog geen tweehonderd meter van mijn hotel. De geur van gebakken varkensvlees vulde mijn neusgaten. Man, wat ruikt dat lekker na een week of twee kip! Ik bestelde een Pad Krapow Moo met een gebakken ei er bovenop en een cola. Ik had mijn late lunch gevonden. Een paar minuten later arriveerde een groot bord dampend eten. Het zag er voortreffelijk uit en smaakte zo niet nog beter. Een korte wandeling door het kleine stadje maakte een einde aan de dag.
’s Avonds is er in deze stadjes niet veel te doen. Verder dan wat eten en het drinken van een fles Singha ben ik niet gekomen. De vermoeidheid was te groot geworden en om iets voor half tien deed ik het licht uit. Het was buiten muisstil op wat zingende kikkers na. Morgen gaan we op weg naar Trang.

dinsdag 15 juli 2008

Maleisië, een onverwacht vertrek

Georgetown, 15/07/2008

Nog een heerlijke extra dag voordat we verder zouden gaan. Van een vriend had ik gehoord dat het Penang War Museum de moeite waard was en voor mij was het ook leuk om eens ergens naar toe te gaan waar ik nog niet was geweest.
We stonden rustig op en het eerste wat Henk zei was, “Goedemorgen”.
Onmiddellijk gevolgd door, “wat kan jij snurken zeg, ik heb bijna geen oog dicht gedaan”.
Daar stond ik dan zelf een beetje schaapachtig te lachen, ik slaap nu eenmaal gemakkelijk en ik vindt dat zelf wel positief. Aan de overkant werd nu voor de derde keer ontbeten en ik bestelde het bekende recept. Henk zat niet lekker in zijn vel en bestelde een tosti.
“Die gebakken eieren komen mijn neus uit”, gromde hij nors.
We hadden tijd genoeg vandaag en Henk wilde eerst nog een poging wagen om de was te laten doen. Helaas kon hij weer geen wasserij vinden en om eerlijk te zijn vond ik het ook vreemd dat er geen enkele open was. De verjaardag van de gouverneur lag nu al een paar dagen achter ons dus dat was zeker niet de reden. Op weg naar de Komtar probeerde ik met Henk te overleggen waar we hierna naar toe zouden gaan. Henk was de man met een tijdplan en mij maakte het allemaal weinig uit. De mogelijke bestemming passeerden de revue, Kota Bharu, Alor Star, Hat Yai en Langkawi. In de bus vervolgde wij ons gesprek zonder ook maar een stap dichter bij een bestemming te komen.
Onderaan de heuvel, die het eigenlijke fort herbergt, stapten we uit en liepen langzaam naar boven. Ik had ook geen idee wat me te wachten stond maar een wit geverfde Pillbox begroette ons met de letters “War Museum”. RM 30 entree en het eerste wat Henk deed was dit omrekenen naar de Thaise Baht.
“300 Baht entree?”, vroeg hij me met een vreemde gelaatsuitdrukking op zijn gezicht.
“Ja Henk, 30 RM entree”, beantwoorde ik zijn vraag.
We kregen een korte uitleg en volgden de rode pijlen zoals de dame achter het loket ons had verteld. Ik merkte dat Henk vanaf de eerste stap eigenlijk weinig interesse had voor wat er hier in dit museum was. Het is natuurlijk best mogelijk dat je minder geïnteresseerd bent in de geschiedenis maar dan kan je volgens mij toch wel een beetje openstaan voor wat er is gebeurd, zeker als het over de tweede wereldoorlog gaat. We slenterden over het terrein en liepen van gebouw naar gebouw waar steeds een kleine expositie was ingericht met een afwisselend onderwerp. Ik vond het al met al een heel interessante ervaring maar Henk had nog geen minuut gefilmd tijdens ons bezoek aan het museum.
Op weg naar beneden zagen we twee apen in de berm zitten en Henk greep meteen in zijn zak om de videocamera te pakken. Helaas waren de twee apen al in de bosjes verdwenen toen alles in gereedheid was gebracht om te gaan filmen. Henk stond daar met een teleurgestelde blik op zijn gelaat.
Op de heenweg hadden we een enorm winkelcentrum gezien en daar zouden we wat eten. We hadden voldoende tijd en kozen ervoor om maar te gaan wandelen. We wisten niet precies waar dit winkelcentrum was maar volgens ons kon dit niet ver zijn. Na twee uur en bijna tien kilometer vielen we in de kuipstoeltjes bij de McDonalds. We waren onderweg in de bus zo diep in ons gesprek geweest dat we beiden geen idee hadden gehad van plaats en tijd. Maar nu waren we er en we lieten ons de broodjes met twee grote cola goed smaken.
In de bus terug op weg naar de Komtar bracht ik opnieuw het onderwerp van de volgende bestemming onder de aandacht. Besluiteloos als Henk kan zijn kwamen we er niet uit. Het werd nu toch wel tijd om wat te beslissen want we moesten gaan onderzoeken over vertrektijden en vertrekplaatsen.
Plotseling uit het niets klonk het, “kan ik ook hiervandaan naar Bangkok vliegen?”
Nietsvermoedend antwoordde ik, “ja natuurlijk, maar ook naar Koh Samui als we dat willen”.
“Wat zou dat kosten?”, vervolgde Henk.
“Tussen de zestig en tachtig Euro schat ik”.
“Dan denk ik dat ik morgen naar Bangkok vlieg als er nog plaats is, ga je dan mee?”, vroeg hij.
“Nee Henk, als jij naar Pattaya wil dan moet je dat doen maar ik blijf nog wat langer onderweg”, antwoordde ik teleurgesteld.
“Waar moet ik dan boeken?”.
“Er is een Air Asia winkel in de straat van ons Hotel”, gaf ik hem als aanwijzing.
“OK, laten we maar gaan kijken”, zei Henk duidelijk opgelucht.
Het was één van de weinige keren dat ik hem had zien lachen buiten de kroeg in Maleisië.
In het kleine boekingskantoor was er zo orde op zaken gesteld. Één enkele reis Penang-Bangkok voor RM 316, ongeveer 63 Euro. Wel moesten we nog even terug naar het hotel om Henk zijn paspoort op te halen. Onderweg speelde ik nog met de gedachte om maar met hem mee te gaan en dan een paar dagen later af te reizen naar Vietnam. Maar verder kwam het niet, er liggen nog teveel leuke en onbekende bestemmingen in het zuiden van Thailand. Met het geprinte stuk papier in de hand kon je duidelijk zien dat er een last van Henk zijn schouders was gevallen. Hij was weer blij dat hij morgenavond onder de lichtjes van Pattaya was. Om eerlijk te zijn was het ook ongeveer twee weken dat we op pad waren, en dat was Henk zijn oorspronkelijke plan geweest.
Op onze laatste avond dronken we nog wat bieren samen maar we waren stiller dan de avonden ervoor. Ik had een ticket voor de boot naar Langkawi in mijn zak en zou nog één dag langer in Penang blijven. Natuurlijk werd het later dan gepland en mijn laatste bier kon ik niet eens meer opdrinken, ik zat vol. Stil liepen we samen naar het Swiss Hotel.
“Half zeven?”, vroeg Henk.
“Ja, half zeven”, antwoordde ik bevestigend.
Ik zou morgen vroeg opstaan om Henk nog op de bus naar de luchthaven te zetten.
Copyright/Disclaimer