woensdag 22 augustus 2007

Nederland, het eerste uitstapje

Utrecht, 22/08/2007

Nog geen week in Nederland en al bijna klaar met mijn taken. Nu werd het ook tijd voor mijn eerste uitstapje. Utrecht was de bestemming, dichtbij en ik was er in geen jaren geweest. Natuurlijk was de trein het vervoersmiddel. Snel, goedkoop en direct naar midden in het centrum. En, we konden een biertje drinken aan het einde van de middag.
Utrecht is een fijne stad met mooie grachten en leuke terrassen. Natuurlijk dronken we een kopje koffie met het oer-Hollandse appelgebak ernaast. Zijn die grachten dan typisch Nederlands? Ja en nee, ik heb ze ook in Vlaanderen gezien en dat tel ik stiekem bij (oud) Nederland. Wat wel uniek is zijn de fietsen rijendik vastgeketend met kettingen aan de bruggen. Een mooi gezicht met die grachten op de achtergrond.
Al slenterend dacht ik na over het langzaam veranderende Nederland. De mobiele telefoonwinkels en de verdwijnende warenhuizen. V&D was vroeger een dagje uit, nu zijn ze op sterven na dood.
Na een lange tijd te hebben rondgewandeld was het om een uur of vier tijd voor een biertje. De “King Arthur” had mijn eerste keus. Mede omdat ik daar vroeger veel gezellige tijden had gehad. De bieren smaakte uitstekend maar onze gesprekken waren eenzijdig. Henk praat nu eenmaal graag over Thailand en zijn grasparkieten.
Vijf pinten later was het dan ook tijd om de terugreis aan te vangen. Een laatste blik naar de kerkstraat en de markt. Een snackbar werd nog geplunderd voordat we in de trein stapten. De bamihappen en kroketten in de zak van mijn fleece en een grote patat pindasaus in de hand. Ja die glanzende muren van roestvast staal met raampjes gevuld met warme snacks zijn ook uniek voor Nederland.
De rest van de week vul ik nog met de laatste taken en na het weekend ga ik op pad om te lopen.

maandag 20 augustus 2007

Nederland, terug naar mijn jeugd

Zaltbommel, 20/08/2007

Op weg naar de supermarkt liep ik door de straat waar ik bijna 48 jaar geleden ben geboren. Langzaam ging ik terug in mijn jeugd. Ik keek goed rond en alles wat ik zag had een herinnering aan mijn jeugd. Zelfs de nieuwe huizen en andere gebouwen losten langzaam op in het niets en de oude gebouwen zoals ik ze mij herinnerde verschenen. De kapschuur van de oude gemeentewerf en de gymzaal die was overgebleven van de oude “Rikkertschool” aan de Nonnenstraat, maar ook de schuur waar de oude Damen zijn handel in oude metalen had en de stadsboerderij vol met aanhangwagens geladen met marktkramen. Hannes de Jong bouwde met behulp van de jeugd elke dinsdag en zaterdag de markt op in het centrum van Zaltbommel.
En ik zag alles met een glimlach voor mijn ogen, want ik kan gelukkig terugkijken op een fijne jeugd. Liefhebbende grootouders en lange zomervakanties bij Ooms en Tantes in Den Helder. Met al die gevoelens deed ik mijn boodschappen en bedacht dat het best leuk zou zijn om een wandeling te maken langs de huizen waar ik heb gewoond.
Ik ben geboren op Nonnenstraat 56 in de binnenstad van Zaltbommel. Een feit waar ik erg trots op ben want ik kan mij een echte Bommellaar noemen. In mijn jeugd was de binnenstad nog heel leefbaar! Vijf scholen en twee kleuterscholen binnen de stadsmuren. Ik herinner mij ook nog de fijne gebieden om te spelen, de stadsparken (stadswallen) en vooral de verboden gebieden zoals de dijken langs de spoorbaan en de fruitgaarden van Willem van de Werken. Vooral die laatste stond aan het einde van de zomer in de belangstelling. Appels en peren pikken (stelen) was een geliefde kwajongensbezigheid. Met altijd een hoongelag als wij de oude man weer te snel waren afgeweest en altijd spijt als ik s’avonds met buikpijn van de onrijpe appels en peren in mijn bed lag.
Mijn leven veranderde drastisch toen wij naar “de Balkan” verhuisde. De nieuwbouwwijk die sinds het begin van de jaren zestig aan de buitenkant van de stad werd ontwikkeld. Mijn leven veranderde ook veel in andere opzichten. Ik ging naar de brugklas en begon de andere sekse te ontdekken. Meisjes waren onverwachts erg interessant. Zoenen in het donker en schuifelfeestjes met veel cola en chips. Vooral met school kreeg ik later moeite. Mijn luiheid zorgde ervoor dat ik het eerste jaar van de brugklas niet overleefde. Gelukkig zag een docent meer potentieel in mij en ik kreeg een tweede kans die ik ook met weinig moeite verpestte. Uiteindelijk koppel ik het huis aan de Wethouder Mooringstraat dan ook aan mijn schooltijd. De MAVO, zonder problemen en met uitstekende cijfers. Het zeer korte bezoek aan de laboratoriumschool in Den Bosch, mijn interesse in de chemie en natuurkunde was niet te stoppen, en de stap terug en hereniging met mijn oude vrienden op de HAVO. Oudere vrienden en de zucht naar contanten maakte van de HAVO geen succes. Het felbegeerde diploma bleef uit en daarmee was ook mijn laatste plan, ik wilde graag fotograaf worden, voorgoed verkeken.
De boodschap van mijn grootouders was eenvoudig en duidelijk. Wie niet wil leren gaat maar werken, de geldkraan is dicht! En daar ging ik dan aan de slag bij een achterbuurman. Elke dag in een Volkswagenbusje naar de bouw, spoorwegbouw wel te verstaan.
Anderhalf jaar later werd ik uit mijn lijden verlost door de dienstplicht. Ik had er zelf niet meer op gerekend maar de “Staat der Nederlanden” vergeet je niet. Een hele fijne tijd heb ik gehad. Het jaar in Duitsland is onvergetelijk, ik werd volwassen en was klaar voor de maatschappij. Van mijn zilvervloot spaarboekje werd een, veel te, grote stereo-installatie gekocht en niet veel later werd mijn eerste flatje een feit. Een kleine flat aan de Prins van Oranjestraat 71, we hadden de werkelijkheid wat moeten buigen maar uiteindelijk kreeg ik de sleutel van mijn eerste huis.
Drie jaar later nam ik de grote stap om een huis te kopen, nog steeds vrij als een vogeltje ging ik terug naar de stad. Daar gebeurde het! En inderdaad, het leven werd één groot feest. Een fijn huis met veel licht en een prima ligging. Erg veel mooie herinneringen heb ik achtergelaten toen ik uiteindelijk het huis aan de Omhoeken verkocht.

zondag 19 augustus 2007

Nederland, het mooie rivierenlandschap

Zaltbommel, 19/08/2007

Zo fris als mogelijk was stond ik op. Acht uur op een zondagochtend, het kleine stadje sliep nog en ook Henk lag nog op één oor toen ik net na negen uur bij hem aan de deur was. Dan maar lekker alleen wandelen. Het weer was niet zo slecht als voorspeld maar voor de zekerheid had ik toch maar een paraplu in mijn zak gestoken.
Rustig wandelde ik de stad uit richting Hurwenen. Door het gebrek aan een internetaansluiting had ik niet kunnen controleren hoe lang de route zou zijn. Eigenlijk maakte het ook weinig uit. Ik had wel vijf uur de tijd voor de kleine vijftien kilometer. Heerlijk door de frisse wind, die mij aan Korea deed denken, liep ik over het fietspad langs de provinciale weg. Net voordat ik de dijk op ging werd ik ingehaald door een hardloper en in mijn snelle blik zag ik dat het ook een oude bekende was. John Tims, lekker aan het trainen voor de halve maraton. We kletsten wat en zette later onze eigen tocht weer voort.
Het was al druk op de dijk. Bromfietsers, gewone fietsers en wielrenners waren overal te zien. Op deze dijk is het zeker de moeite waard om rustig een wandeling te maken. De oude rivierbocht, de “Hurnse Kil”, met zijn unieke dieren en planten en later de vergezichten over de waal maakten jeugdherinneringen in mij los. Dertig jaar geleden gingen wij hier zwemmen in het zandgat en scheurden we als groepjes met onze brommers over deze dijken op weg naar “Laanzicht” en de “Grinibus” in Rossum. Ik werd er een beetje melancholisch van. Waar blijft in hemelsnaam de tijd?
Natuurlijk passeerde ik nog meer bekenden maar om die allemaal bij naam te noemen zou te ver gaan. Een rustige zondag, dat zeker.
Nu ik goed ben uitgerust begint de week met het afhandelen van mijn zaken en ik hoop deze week zeker om een paar mooie wandelingen te maken.

Copyright/Disclaimer