woensdag 11 april 2007

Maleisië, Op weg naar Pekan deel 2

Kuantan 11/04/2007

Vandaag zou ik een tweede poging ondernemen om in Pekan te geraken. Ik voelde de biertjes van gisteravond wel toen ik in de lift naar beneden stond. Onmiddellijk werd er de roereieren aangeboden en ik was koning te rijk. Ik liet mij het ontbijt goed smaken en was klaar voor de volgende stop tijdens deze reis. Ik moest nog steeds een beetje lachen om wat er maandag was gebeurd in Kuala Lumpur.
Nadat ik had uitgeboekt en afscheid genomen van de vriendelijke dagdienst liep ik met slechts 11 kilo op mijn rug langzaam in de ochtend koelte richting het lokale busstation.
Het zou een makkie worden, slechts 50 kilometer en in de middag de oude hoofdstad van Pahang bekijken. De bussen vertrokken om de 20 minuten dus ik hoefde niet echt lang te wachten voordat de niet aan de Nederlandse standaard voldoende bus vertrok. Misschien is het openbaar vervoer daarom wel zo duur in Nederland?
De bus was voller dan ik had verwacht op het moment dat we Kuantan uitreden. Onderweg werden er veel passagiers opgepikt, opvallend veel scholieren met hun blauwe rokken en witte sjaals. Ja, het moslim zijn hier is wel anders dan het moslim zijn in Nederland.We reden langs jungle en een paar palmolie plantages. Het meeste was toch wel jungle hier en daar doorsneden door een stroompje. Dit is getijde land waar het water brak is. Maleisië heeft over het algemeen weinig strand. De rivieren van het schiereiland zijn zo kort dat ze veel slib afvoeren die dan weer in zee komt. De kustwateren zijn dan ook bijna altijd troebel. Eenmaal op de eilanden is dat anders, maar dat komt later.
Daar was dan Pekan en ik herinnerde mij uit het reisboek dat we op de weg reden waar mijn GH moest zijn. Ik drukte op de bel en stapte de middagzon in. Op zoek naar een slaapplaats waarvan je alleen de naam weet kan in deze omstreken een probleem zijn. Ik keek eens goed om mij heen en was blij verrast met het hoofdbureau van politie nog geen 30 meter bij mij vandaan. Het zweet gutste ondertussen van mijn voorhoofd. Het “goodmorning” verbaasde mij om één uur in de middag. Maar ja, ik moest nu eenmaal de weg vragen. Met handen en voeten werd mij uitgelegd in welke richting ik moest lopen en na ongeveer 500 meter in de brandende zon stond ik voor het Chief’s Rest House. Een mooi oud houten gebouw uit 1929.
Aan de receptie ging het allemaal wat minder! Ze waren vol en eigelijk waren ze bijna altijd vol. Reserveren is aanbevolen werd mij verteld. Nou, daar zou nog een tweede optie zijn. Het Pekan Hotel, accommodatie niet aanbevolen volgens mijn reisgids. En inderdaad, het aanzien van het gebouw en de receptie was voor mij al genoeg. Ik was niet ver van het busstation dus koos ik voor nog een nachtje of twee in Kuantan en een dagtripje naar Pekan morgen.
Ik zat om kwart over twee alweer in de bus naar Kuantan. De receptioniste keek verbaasd toen ze mij weer zag. Met een glimlach vroeg ik of ze mijn oude kamer nog vrij had en gelukkig was dat het geval. “Zo, nu eerst een uurtje liggen.
Na een kort middagdutje wierp ik mij opnieuw in de hete middag zon. Eerst even een lunch en daarna zou ik de “Giant supermarkt” bezoeken om wat eten te kopen om mijn versnelde spijsvertering te vertragen. Witbrood, bananen en een paar bekers snelle noedels. Ik had problemen met het eten en wist eigenlijk niet wat het veroorzaakt had. Ik had normaal en goed gegeten sinds ik in Maleisië was. Het was een rustige dag geweest met een rustige avond. Eindelijk had ik ook de verlichte “Masjid Negeri” op de foto kunnen zetten.

Ik lag om half elf in mijn bed. Morgen dus naar Pekan!

dinsdag 10 april 2007

Maleisië, Een dagje Kuantan

Kuantan 10/04/2007

Ik werd wakker in een stad die ik alleen in het donker had gezien. Dit is een probleem, ik kan mij namelijk slecht oriënteren in een stad in het donker. Het was dus alsof ik opnieuw was aangekomen vanochtend.
Het hotelbed was voortreffelijk en ik had goed geslapen, waarschijnlijk mede door de drie Tiger biertjes die ik had genuttigd. Na een lauwe douche maakte ik de tocht naar beneden waar het verrassing ontbijtbuffet werd geserveerd. Gebakken rijst, Mee, Kroepoek, kip met saus, toast met jam. Koffie, Thee, Sinasappelsap en water. Watermeloen en van die rijstjellies. Dat was snel gekozen dus, een paar boterhammen met jam en een paar koppen koffie en ik was onderweg. De dagploeg was ondertussen gearriveerd en deze was vriendelijker dan de avondploeg. Ze zag me het ontbijt inspecteren en bood mij onmiddellijk een roerei aan. Dat noem ik nog eens service! Het ontbijt smaakte mij uitstekend en na mijn tweede kop koffie was het tijd om er op uit te trekken.
Ik had natuurlijk het reisboek er op na geslagen en die had weinig te melden over Kuantan. Het kwam niet verder dan de “Masjid Negeri” en een vissersdorp dat met een pontje te bereiken was. Nou, dat pontje bleek verdwenen omdat een enorme betonnen brug over de rivier was gebouwd. Dan maar lekker lopen! En daar ging ik dan de brandende zon tegemoed. Ik had een voorhoofd van perkament na die zes uur in de zon afgelopen zondag. Ik zou dus voorzichtig zijn met de zon.
Wat mij het eerste opviel aan de oostkust is de rust, het is zeker rustig vergeleken bij de westkust. De mensen zijn er meer relaxed.
Het andere dat meteen opviel was het zwerfvuil. Het is spijtig om te constateren dat de mensen letterlijk alles uit het raam van hun auto gooien. Afvalbakken zijn dun bezaaid, ook midden in de stad, dus de gemakkelijkste oplossing is gewoon om alles op straat te gooien. Het derde punt is het moeilijkst om mee om te gaan. Als voetganger ben je weer vogelvrij, denk niet dat er ook maar één auto voor je zal stoppen. Gelukkig is het anders bij verkeerslichten, daar wordt ook bij oranje al gestopt. De politie is hier meedogenloos tegen overtreders.
Na een 40 minuten kwam ik aan in het dorp dat meer weg had van een spookstad. De enige mensen die ik zag waren de oude mensen die in de schaduw genoten van de verfrissende bries die van zee kwam. De vissers lagen waarschijnlijk te slapen, die gaan tenslotte s’avonds de zee op. Later zag ik nog enige activiteit in de vorm van een gymles op een groot grasveld die meer weg had van een dansles. Arabische muziek schalde uit twee grote luidsprekerboxen en de meisjes met hoofddoekjes wiegden mee op het ritme van de muziek. Dat was het dorp!

Eenmaal terug in de stad was de moskee ook zo gezien. Dat was het voor vandaag en het was nog niet eens één uur. Ik genoot van een mooie lunch en trakteerde mijzelf op een middag vrij. Heerlijk slapen in de airco.

Na het avondeten slenterde ik een beetje door de verlaten stad en kwam uiteindelijk in hetzelfde restaurant als gisteren terecht. De Tigers smaakten mij uitstekend en nu had ik zelfs gezelschap om mee te praten. Een tafel vol met Chinezen die de Guiness/Carlsberg half om dronken. Er werd gelachen en gedronken, ze nodigden mij uit om aan tafel te komen zitten. Met een glimlach sloeg ik de uitnodiging af en bleef alleen aan mijn eigen tafel zitten. Er werd “wild varken” (Babi Oetang) besteld en het bier vloeide rijkelijk. Als je in Maleisië bier wil drinken zoek dan de Chinezen op. Een restaurant met grote Chinese symbolen op de gevel is een plaats waar je zeker een biertje kan drinken. Het enige nadeel zijn de toiletten in die restaurants, deze keer liep er een rat zo groot als een konijn voor mij uit toen ik een plasje wilde plegen. Nou ja, dat zijn de charmes van het onderweg zijn. De verhalen die de locale vertelden logen er niet om. Hoge werkeloosheid en een regering die de oostkust aan zijn lot overliet. Veel mensen trokken weg om elders hun geluk te beproeven. Ik dacht een moment aan de Bangladeshies die hier hun geluk kwamen zoeken. Uiteindelijk was laat en tijd om naar het hotel te gaan. De lichten van de moskee waren al uit. Ik had deze foto gemist! De volgende keer dan maar. Morgen zou ik op tijd opstaan om een tweede poging naar “Pekan” te wagen.

maandag 9 april 2007

Maleisië, Op weg naar Pekan

Kuantan 09/04/2007

Als ik op voorhand had geweten wat mij vandaag te gebeuren stond dan was ik waarschijnlijk in mijn bed blijven liggen.
Allereerst had ik mij verslapen. Het “nog vijf minuutjes blijven liggen” was omgezet in een uur vast slapen. Ik zal het wel nodig hebben gehad. Arno klopte op de deur en met dikke ogen stond ik op. Terwijl ik mij douchte ging Arno nog even snel pinnen en wij zouden tegelijk klaar zijn. En zo was het ook. Voor de afwisseling mixten wij nu het ontbijt en de koffie samen bij Starbucks. Een tonijn sandwich, niet echt mijn gebruikelijke en nu bijna vertrouwde ontbijt. Maar ja, ik neem het maar zoals het komt. Na de rekening van het hotel te hebben voldaan en afscheid te hebben genomen van de manager liepen we rustig naar het “Puduraya busstation”. Arno ging op weg naar Penang en ik had een kaartje in mijn zak voor Kuantan. We waren ruim op tijd en er zou ons niets kunnen gebeuren.
Ik sloeg genoeg te drinken, chips en bananen in voor onderweg en ging meteen naar het informatiecentrum voor het perron nummer vanwaar de bus zou vertrekken. “Kom over een half uur nog maar eens terug”, was het antwoord van de niet echt geïnteresseerde baliemedewerker. Ik was na 20 minuten weer daar en hij kon mij nog steeds geen antwoord geven. Hier maakte ik mijn eerste fout! Ik was ondertussen in gesprek geraakt met een jongen die net terug was uit Bangladesh en hij bleek in dezelfde bus te zitten als ik. Fendi, zou het gaan vragen. Ik ga hierbij alles uit handen, ik voer blind op hem. Hij was zeker een keer of vijf weg geweest toen hij terugkwam met wijd opengesperde ogen en een blik van ongeloof op zijn gezicht. De bus was al vertrokken! Zonder ons! Hoe kon dit zijn gebeurd? Eigenlijk was het niet meer belangrijk hoe dit was gebeurd, belangrijker was hoe kom ik zo snel mogelijk in Kuantan en hoe snel vindt ik de aansluiting naar Pekan?
Maar voordat ik dat ging oplossen wilde ik eerst mijn geld terug, ik was de mening toegedaan dat het niet mijn fout was dat ik de bus had gemist. In eerste instantie was het zelfs onmogelijk om maar een gesprek te beginnen. Ik werd nu een beetje kwaad en begon met de politie te dreigen. Het feit dat Fendi en ik allebei hetzelfde verhaal hadden verontrustte wel een oudere medewerker. Maar er gebeurde nog steeds niets. Mijn Maleis “Salamat Datang da Malaysia” en “Visit Malaysia Year 2007” opende de monden toch wel een beetje. De jongste van het stel, een klein mannetje met opvallend roodbruin haar, werd nu een beetje agressief en probeerde indruk op mij te maken. Dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik pakte mijn notitie boekje en schreef de tijd en de datum op. Ik deelde de kleine branieschopper mee dat ik een aangetekende brief naar het ministerie van Toerisme zou sturen en een afschrift aangetekend naar zijn baas. Hierin zou ik melden dat ik slecht was behandeld en dat ze het mooie Maleisië in een kwaad daglicht hadden gezet. De slechtste persoon van allemaal was een jongen met roodbruin haar die verschrikkelijk onvriendelijk was geweest. Dat was niet moeilijk na te zoeken wie ik had bedoeld. Open monden en opengesperde ogen. Geef maar hier die kaartjes, jullie krijgen je geld terug. Zo, dat was opgelost, wel op een moeilijke manier maar het kon niet anders. Fendi had af en toe een beetje Maleis toegevoegd en had ook zijn best gedaan. Nu eerst een kaartje zien te bemachtigen voor een andere bus.
Dat was niet zo gemakkelijk, uiteindelijk vonden we er een die om 15:00 uur zou vertrekken. Ook Fendi was nu op zijn hoede en eiste dat er een perron op het kaartje stond vermeld vanwaar de bus zou vertrekken. Perron 22. Het was ondertussen 13:00 uur dus we moesten nog twee uur wachten.
Tegenover het “Puduraya busstation” zijn er een paar cafés waar je wat kan eten en drinken terwijl je wacht. Ik had wel trek wel wat dus kozen we voor deze optie. Ondertussen hadden twee jongens uit Bangladesh zich bij ons gevoegd die ook naar Kuantan moesten. Zij hadden een werkvergunning weten te bemachtigen en probeerden nu hun geluk uit in een ander land. Fendi sprak een beetje de taal van die jongens en het ijs was onmiddellijk gebroken. Mijn maaltijd smaakte mij goed en al pratend vloog de tijd om.
We wilden deze bus zeker niet missen en om 14:30 uur stonden wij met zijn allen op perron 22. Om 14:50 was er nog geen spoor van de bus te bekennen en ik begon nu wel ongerust te worden. Werd ik nu twee keer op één dag genaaid? Fendi scheurde nu naar boven en kwam met de mededeling dat de bus zo zou komen terug. Om 15:00 was er nog geen bus. Nu ging ikzelf kokend van woede naar boven. “Komt die nu of niet”? “I don’t know”, antwoordde de man. Wat was dit nu weer? Tien minuten geleden wist hij het wel en nu plotseling wist hij het niet meer! Hij draaide zich om en liep weg, ik waande mij voor een moment weer in Thailand. Toen ik weer beneden kwam en vertelde wat er was gebeurd scheurde Fendi weernaar boven om bij het loket te informeren waar wij de kaartjes hadden gekocht. Gelukkig kwam hij met de geruststellende mededeling dat de loketmedewerker zelf naar beneden zou komen als de bus er was. Er was een beetje vertraging. Om 15:20 liep er een Chinees op ons af die de kaartjes afscheurde en ons vertelde dat we daar maar aan de weg moesten gaan staan. Waar? “Eh, daar”, was het antwoord. Zoveel onverschilligheid had ik zelden meegemaakt. Mijn bloeddruk was inmiddels tot ver boven de 200 opgelopen en ik had die Chinees wel op kunnen vreten. Toen wij om 15:40 uur nog aan de stoeprand stonden nam ik mijzelf voor om nog vijf minuten te wachten. Als de bus er dan nog niet was dan ging ik terug naar het hotel en zou het morgen nog een keer proberen.
Binnen één minuut waren de passagiers uitgestapt en wij aan boord gegaan. Om 15:44 wierp de bus zich in de beginnende avondspits.
De reis zelf was lang en er was weinig te zien. Eindeloze velden met oliepalmen en rubberbomen afgewisseld met maagdelijke oerwouden. Teveel keer werd er gestopt en reizen in het donker is over het algemeen iets waar ik een hekel aan heb. Uiteindelijk reden we rond 21:20 het verlaten Kuantan binnen.
Het was nu te laat om nog naar Pekan te gaan. Ik gooide de plannen om en ging op zoek naar het “Classic Hotel”, en dat was een klassieker. Mooie kamer, schoon en een goede ligging. De receptie had iets vriendelijker gekund maar ik had al genoeg meegemaakt vandaag. Ik schonk er gewoon geen aandacht aan. De prijs van RM 85 viel mee mede omdat er een ontbijt bij zat. De rugzak op de kamer en met een nat overhemd op zoek naar eten en een koude Tiger Beer.
Dat had ik al snel gevonden, ook al waren de aanwijzingen van de vrouw niet al te best geweest. Toe ik eenmaal op mijn bed lag dacht ik na over wat er allemaal was gebeurd vandaag. Ik moest om mijzelf lachen en realiseerde dat ik me niet zo druk moest maken. Morgen gaan we Kuantan ontdekken.
Copyright/Disclaimer