dinsdag 8 maart 2005

Maleisië, de rit naar Melaka

Melaka, 08/03/2005

Toen ik wakker werd voelde ik mij niet helemaal 100%. Ik bleef op mijn bed liggen met mijn ogen open. De tientallen gitzwarte kraaien buiten voor mijn raam deden pijn aan mijn ogen.
Lekker blijven liggen!
Ik heb zeker een uur zo gelegen voordat ik uiteindelijk besloot om toch maar verder te gaan. Ik wilde mijn verblijf niet met vijf dagen verlengen zoals vorig jaar. De douche maakte mij wakker en na een sandwich, uit de koelkast, voelde ik mij een stuk beter. Eenmaal aangekleed en gepakt ging ik op weg naar Maleisië. Melaka zou het worden. Zoals het jaar ervoor ging ik met de metro naar "Kranji" en met de gele bus de causeway over. Maar!
Bij het instappen vertelde de chauffeur mij, zonder zijn telefoongesprek te onderbreken, tachtig sen. Ik gooide in de sleuf en uit de automaat kwam een kaartje. Toen de chauffeur klaar was met bellen vertelde ik hem dat ik naar Melaka moest. Ik wilde een bus op het interlokale busstation nemen.
"Ja, maar dan had je één dollar dertig sen moeten betalen", antwoordde hij.
Ik dacht het simpel op te lossen door vijftig sen bij te betalen.
"Nee, je moet één dollar dertig betalen voor een nieuw kaartje", zei hij met een brede glimlach die zijn grote gele tanden liet zien.
"Maar U zei tegen mij tachtig sen", blufte ik terug.
"Ja, maar U zei", en ik onderbrak hem.
"Nee, ik heb niets gezegd".
"U zat te telefoneren en ik was zo beleefd dat ik wachtte dat U klaar was", ik verhief lichtjes mijn stem.
"Ik blijf hier zitten totdat u mij een ander kaartje geeft en anders wil ik wel eens even met uw meerdere spreken over het telefoneren van de buschauffeur tijdens het rijden", blufte ik.
Hij dacht even na, accepteerde mijn vijftig sen en een nieuw kaartje werd door de machine uitgespuugd. Hij moest er gelukkig zelf ook om lachen.
De immigratie procedures waren geen probleem en al snel was ik op weg naar de "Larkin" busterminal van Johor Bahru.
Het vreemde is dat ik mij vrij weinig kan herinneren van mijn vorig bezoek aan deze oude Hollandse enclave. Tijdens de bus rit had ik naar de muziek geluisterd op mijn iPod en van de het uitzicht geprobeerd te genieten. Eindeloze palmolie plantages omringt met mesjes prikkeldraad dat allang door de westerse militairen verboden is om de onmenselijke wonden die het kan veroorzaken.
Hoe was ik ook alweer de vorige keer in Melaka terecht gekomen? Ik weet het echt niet meer. Het moet wel met de bus zijn geweest vanuit Singapore! Soms is het wegstrepen van enkele mogelijkheden ook een manier om dichter bij het antwoord te komen. En ja hoor, mijn flinterdunne herinnering over een veel te klein busstation achter een flatgebouw naast een rivier klopte precies. Het werd bevestigd door een Hollandse jongen met een Taiwanese vriendin die mij even de weg wezen. Meer later.
Ik was dus weer op weg naar Melaka. Op het Larkin busstation in Johor Bahru had ik besloten dat het maar eens voorbij moest zijn met elke keer weer bekende, en dus veilige, plaatsen te bezoeken. Een halve waarheid want ik was hier ook al eens geweest. Het gaf mij wel een beangstigend gevoel dat ik mij bijna niets meer van Melaka kon herinneren. OK, ik wist nog van die rode kerk en het stadhuys. Een enorm winkelcentrum in het midden van het niets en de ontmoeting met drie Nederlandse jongens die ook op weg waren naar Kuala Lumpur om de Grand Prix te zien. Maar dat was het. Ik wist zeker dat ik mijn avonden had doorgebracht met een overdosis Tiger Beer en saté. Veel kon het me niet schelen, ik zou het een nieuwe kans geven.



Melaka.
Het was niks, het is niks en het wordt waarschijnlijk nooit iets.
Ik arriveerde op het spiksplinternieuwe interlokale busstation van Melaka. De regering en lokale overheden hadden zo te zien grootse plannen met de toeristische attractie. Een roedel taxi chauffeurs lieten mij links liggen, de rugzak werkt soms ook positief, en ik werd aangesproken door een kleine man die mij in goed Engels vroeg of ik op zoek was naar een Guesthouse. Helaas moest ik hem teleurstellen. Tegenwoordig verblijf ik liever in de goedkopere middenklasse hotels. Ik kan er slecht meer tegen omringd te zijn met groepen jongeren die zich te goed doen aan instant noedels en spaghetti. Ook het gespreksonderwerp over de prijs, "was het goedkoop?", heb ik ondertussen wel gehad.
Tijdens mijn trektocht naar het punt vanwaar de stadsbus vertrok kon ik mijn ogen niet geloven. Nee, de tijd had hier zeker niet stilgestaan. Nadat ik door een humeurige donkere hindoe buschauffeur was weggejaagd had ik eindelijk de juiste bus gevonden.
Een mede passagier begon meteen met mij te praten en toen bleek dat het een Hollander was die al drie jaar in Melaka woonde was mijn geluk compleet. Zijn hulp kwam uitstekend van pas en voordat ik het eigenlijk in de gaten had stond ik alweer op het plein voor de rode kerk. Ja, hij was nog precies zoals ik me herinnerde. De rest zag er toch wel onbekend uit. De tijd had hier zeker ook niet stilgestaan en de Aziatische bouw woede had ook hier toegeslagen. Met wat aanwijzingen voor een hotel in mijn geheugen nam ik afscheid van het leuke stel. Wat hij nu precies deed weet ik niet, maar zij liet mij een indrukwekkende portfolio van haar werk zien. Er zijn heel wat kunstenaars werkzaam in Melaka.
Het eerste hotel dat mij werd aangeraden voldeed aan al mijn wensen. Een nette schone kamer voor RM 78 (€ 16,-). Ik kon het hier wel vinden. Een lang smal gebouw. Gebouwd tussen het einde van 1700 en het einde van 1800. Het vertoonde sporen van vele aanpassingen maar de laatste die het in een hotel had omgetoverd mocht er zijn. De ruime lobby met de zeer vriendelijke eigenaar en zijn zijn vrouw zorgen ervoor dat het je aan niets ontbreekt. De kleine hofjes opgesierd met groen en zitjes nemen meteen het idee van het smalle lange gebouw weg.
Ik nam intrek in mijn kamer en maakte mij gereed om even de stad te verkennen en wat te eten.
Toen ik door de stad liep verraste de leegte en de stilte mij. Het was net een spook stad. Ik had verwacht om in een toeristische trekpleister aan te komen en wat ik vond was een leeg dorp. "Closed", "For Sale" of "For Rent". Dat is wat ik zag als ik om mij heen keek. Ik kon geen fatsoenlijk restaurant of café zien dat open was. Vreemd!
Een spook stad. Zoals het ongebruikelijk is in Azië. In Azië is alles open en het leven gaat 24/7 door. Hier dus niet. Ik besloot om rustig de stilte in te wandelen en gewoon op zoek te gaan naar leven en licht, daar zou ik zeker wel wat te eten kunnen vinden en zeker wel een koud biertje. De linksaf en rechtsaf volgden elkaar in een rap tempo op en de leegte bleef. Een verdwaalde auto passeerde mij zo nu en dan maar daar bleef het bij. Er was letterlijk geen hond op straat. Moslims hebben namelijk een hekel aan honden. Eenmaal opnieuw bij de rivier aangekomen hoorde ik gelach en hoorde zachte muziek. Daar was eindelijk leven! En ja hoor, het "Discovery Café" was een leuk ingericht restaurant/Café met een terras. Buiten of binnen waren beiden mogelijk, natuurlijk was het weer de raadsheer die bepaalde waar je zat. Ik plofte voldaan neer en zonder op de menukaart te kijken bestelde ik een grote koude Tijger Bier. En die smaakte! De menukaart was niet de meest uitgebreide maar wat er op stond zou voldoende zijn om de ergste honger te stillen. Gebakken groente met Nasi Goreng en nog een tweede bier waren een uitstekende maaltijd. Maleisië is zeker niet duur om te verblijven en te eten, drinken is een ander verhaal. Toch smaken die biertjes heerlijk na een zware dag reizen.

zondag 6 maart 2005

Singapore, lekker eten en drinken

Singapore, 07/03/2005

Alweer de laatste dag in Singapore. Ik was nog steeds lui en natuurlijk werd er weer uitgeslapen. Geen enkele keer was ik op tijd opgestaan voor het ontbijt bij de Indiër. Volgende keer dan maar weer.
Eindelijk begon ik me een beetje uitgerust te voelen. Het slapen, eten en drinken hadden mij goed gedaan. Ik had het nodig gehad. De rest van de dag bestond uit lekker niets doen gemengd met het nadenken over mijn volgende bestemming. Alles duidde er op dat het Melaka zou worden. Het was tenslotte vijf jaar geleden dat ik daar voor het laatst geweest was. Bij hoge uitzondering nam ik een biertje op het terras achter de Funan IT tower. Ik las de gebruiksaanwijzing van mijn nieuwe speeltje door. Een oranje mp3 speler. Ik had uiteindelijk toch toegegeven aan de drang om zo'n ding te kopen. Erg wijs. vooral de radio vond ik aantrekkelijk.
Langzaam ging de zon onder en ik begon mij langzaam een beetje tipsy te voelen. Ik genoot van wat er allemaal om mij heen gebeurde. Op de terugweg naar het hotel toen ik mijn favoriete foodcourt passeerde had ik eindelijk de kans om even naar het toilet te gaan. Eenmaal opgelucht en terug in de airconditioning besloot ik ook hier nog een biertje te nemen. Een laatste biertje in de foodcourt, de sfeer van Singapore opsnuivend. Het werden er uiteindelijk twee. Het biermeisje, een Chinese in de veertig, probeerde mij met veel enthousiasme aan het "Royal Dutch" bier te krijgen. Een inspectie van het etiket deed mij vermoeden dat het bij de "Drie hoefijzers" in Breda wordt gebrouwen. Ik bleef bij het vertrouwde "Tiger Beer".
Drie grote flessen is gelijk aan zes kleintjes. De tijd was ondertussen al zo ver dat ik geen zin had om naar het hotel te gaan om mijzelf op te frissen. Het werd weer van hetzelfde en als einde van de avond een biertje op het terras. Mijn laatste avondmaal zou weer Indiaas zijn en tegen de tijd dat ik mijn laatste hap rijst met curry had weggespoeld was ik zo voldaan als een baby. Een beetje aangeschoten ging ik naar bed. Morgen op weg naar Maleisië!

zaterdag 5 maart 2005

Singapore, Het F1 seizoen is begonnen

Singapore, 06/03/2005

Ik wist dat de uitzending van de Formule 1 in Australië om elf uur zou beginnen. Het voorprogramma begon om tien uur en dus stond de wekker op negen uur. Met een welgemikte klap vloog de wekker om een paar minuten over negen door de kamer. Het gordijn werd geopend en de ogen opnieuw gesloten. Nog even liggen!
Om kwart voor tien wierp ik een tweede blik op mijn trouwe wekker. "Het voorprogramma haal ik toch niet meer", dacht ik. Nog even liggen. Om kwart over tien schoot ik weer wakker uit een absurde droom.
"De race gaat ook zonder mij wel door", ging er door mijn hoofd.
Nog vijftien minuten later besloot ik om zelf maar tegen de klok te gaan racen om de start alsnog te halen. Een snelle douche, ik was nog steeds moe maar de warme waterstralen deden me goed. Even stevig doorstappen naar de Metro en ik had geluk, de trein arriveerde precies op hetzelfde moment als ik van de roltrap afstapte.
Het "Clarck Quay station" kon ik bereiken zonder over te stappen. Het "Raffles Place station" was dichterbij, maar dan moest ik wel overstappen! Op het laatste moment besloot ik voor de eerste optie. Eenmaal aangekomen bij de rivier keek ik op mijn horloge en ik had iets minder dan tien minuten om bij de kroeg te komen. En ik was precies op tijd! De wagens kwamen net aangerold op de grid en binnen minder dan dertig seconden zou het spektakel beginnen.
Toen ik mijn positie had ingenomen kon ik mijn ogen niet geloven dat er geen enkele Ferrarie vooraan stond. Het nieuws had gisteren toch duidelijk gezegd dat Michael Schumacher het snelste was geweest?! Nou het mocht de pret niet drukken. Wat wel de pret drukte was het onaangename gevoel in mijn darmen. Normaal stond mijn hoofd wel naar een Engels ontbijt maar verder dan twee koppen koffie en een Coke Light kwam ik niet in de twee uur die de race ongeveer duurde. Ik realiseerde mij wel degelijk dat ik moest gaan eten. Maar wat?
Helaas liet ik mij verleiden tot fastfood. In een stad die de culinaire hoofdstad van zuidoost Azië wordt genoemd nam ik een Big Mac met patat. Schande! Maar ja, ik weet op zo'n moment wel wat goed voor mij is. Ik hing nog wat rond en besloot om wat te gaan rusten. Vanavond zou ik nog even naar Chinatown gaan.
Na mijn schoonheidsslaapje slenterde ik weer richting het centrum. Mijn darmen waren een stuk rustiger en ik had zelfs trek. Snel gestopt bij één van de vele foodcourts en een kip met zwarte peper en rijst naar binnen gewerkt. Zonder het vanzelfsprekende biertje. Mijn hoofd stond niet naar drinken. Het alleen op pad zijn begon te werken. Het is als een kuur. Je begint er gemakkelijk aan maar des te verder je komt hoe moeilijker het wordt. En nu begon de eenzaamheid aan mij te knagen. Ik vond het wel lekker om alleen te zijn maar af en toe gezelschap is ook fijn.
Dus China town maar in. Met een grote omweg wel te verstaan. Ik liep nu even de hele rivier langs. Veel gebeurde er niet. Het was al na negen uur en de meeste winkels waren al gesloten. Het was zelfs rustig. Ik dwaalde wat door de smalle verlaten straatjes en zocht naar bekende aanknopingspunten uit het verleden. Ik zag er maar weinig. Ook hier staat de tijd niet stil.
Nadat ik besloten had om huiswaarts te keren ging ik richting de wolkenkrabbers. Dan was ik weer op bekend terrein. Even speelde ik met het idee om nog een biertje te drinken maar de pub was zo leeg dat het mij geen goed idee leek. Ik hou er niet van om in mijn eentje bier te drinken in een lege bar. Dus maar naar huis. Rustig aan en alles in mij opnemend.
Mijn aandacht werd getrokken door luide muziek, trommels en bekkens. Het hoge zingen in de verte. Ik ging in de richting van de muziek en belande op een Chinees feest. Vanmiddag had ik al enkele deelnemers gezien! Veel lawaai makend achterop open vrachtwagentjes. Ik kon de borden natuurlijk niet lezen maar nu begreep ik waarom het ging. Er was een wedstrijd draken dansen, compleet met de held die met een groot zwaard (van plastic) de draak te lijf gaat en hem uiteindelijk verslaat. Gefascineerd sloeg ik het geheel gade. Ik was jammer genoeg net te laat. De laatste draak werd geslacht en het eten was al op. Met zulke dingen moet je nu eenmaal een beetje geluk hebben. Ook de Chinese Opera werd goed bekeken. Een honderd oudjes volgde met een glimlach de verrichtingen van de operazangers.
De mensen die naar huis gingen staken nog wat wierrook aan en bidden tot de goden en de Buddha. Dat was nou net wat ik niet begreep. Een Chinese Buddha (met zo'n dikke buik) had ik natuurlijk verwacht. Ook de demonen die alles bewaken met hun enge grimas waren van de partij, deze keer zelfs op paarden om de snelste kwaadaardige geesten sneller af te zijn. Maar waar kwam die Thaise Buddha vandaan? En wat was het doel van die god met de vier gezichten? Nadenkend over het eventuele antwoord ging ik richting mijn hotel. Een tonijn sandwich en dan slapen. Morgen de laatste dag.
Copyright/Disclaimer