Chiang Khan, 12/02/1999
Het zou een heel vreemde avond worden, het begon allemaal zo.
Nadat mijn eerste biertje op had kon ik nog wel een tweede gebruiken. Ik bestelde mijn tweede fles bier en zag de eigenaar op zijn brommer stappen en vertrekken. Ik was erg verbaasd dat hij mij zo alleen achterliet in het guesthouse, tenslotte was ik de enige gast. Nadat hij was teruggekeerd met een koude fles bier gingen we over tot de orde van de dag en begonnen met het inchecken. De gegevens uit mijn paspoort werden zo goed mogelijk overgeschreven en de overnachtingen moesten vooruit worden betaald.
“Een goed idee als je er zelf weinig bent”, dacht ik nog.
“Dat is dan honderdzestig baht voor twee nachten inclusief ontbijt”, zei de man nadat hij klaar was met de rekenmachine.
Ik krabde eens aan mijn oor want ik kon niet geloven wat hij net had gezegd. Voor de zekerheid herhaalde ik wat hij tegen mij had gezegd.
“Honderzestig baht voor twee nachten inclusief ontbijt?”
Hij knikte met een brede glimlach alsof hij net de 64000 dollar vraag goed had beantwoord. Het geld ging van hand op hand en ik was nog steeds bezig met het verzinnen van wat er achter zou kunnen zitten. Mijn hersenen draaiden op volle toeren terwijl ik mijn intrek nam in de kamer. De kamer had een prachtig uitzicht over de Mae Kong. Alleen de vloer liep zo sterk af dat wanneer je iets liet vallen je meteen naar de lager gelegen hoek kon lopen om het weer op te pakken.
Ik had wel trek in een derde fles maar ik wilde nu eerst wat eten. In het restaurant werd het menu tevoorschijn gehaald en na een korte blik in de lijst van de bij de toeristen populaire gerechten koos ik voor gebakken groenten met kip. De eigenaar schreef het op een stukje papier en stapte weer op de brommer en verdween pruttelend in de nacht.
“Afhaal Chinees?”, lachte ik in mezelf.
Na ongeveer tien minuten keerde hij terug met een vrouw achterop de brommer die later zijn zuster bleek te zijn. Ze verdween in de keuken om mijn eten te bereiden. Nu was het wel tijd voor mijn derde, en waarschijnlijk niet mijn laatste, biertje van de avond. En weer stapte hij op zijn brommer om even later met een koude fles bier in de zijtas terug te keren. Ik moest hier wel heel erg om lachen. Zou hij zelf niet op het idee komen om te vragen hoeveel flessen bier ik van plan was om te drinken? Ik verwachtte het niet.
Het eten en de fles bier smaakten mij uitstekend en ik was gevuld en voldaan én blij dat ik weer een dag van zwaar onderweg zijn tot een goed einde had gebracht. Een heel klein beetje aangeschoten zat ik onderuitgezakt na te genieten op de sofa in de receptie van het guesthouse.
“What you do tonight?”, waakte mij uit mijn droomwereld.
“Eh, excuse me?”
“What you do tonight?”, herhaalde de baas.
“Eh, drink one or two more beers and than go to sleep”, antwoordde ik.
“Tonight my family have big party, you want to come?” klonk het uitnodigend.
“Why not, as long as we do not come back to late”.
“I want to get up early to make a tour on a motorbike”, vertelde ik hem.
“OK, we will back before twelve o clock”, en opnieuw verscheen die brede glimlach op zijn gezicht.
Na snel per telefoon een brommer voor mij te hebben geregeld gingen we op pad. Eerst werd zijn zuster naar het feest gebracht en even later kwam hij mij ophalen. Ik had ondertussen alle waardevolle spullen bij me want het lege guesthouse vertrouwde ik niet zo.
Na een korte rit achterop de brommer kwamen we aan bij een open veld aan de andere kant van het dorp. Er stonden oneindig veel brommers en pick-uptrucks geparkeerd rond het veld en op de achtergrond klonk traditionele muziek. Ik was nu tenslotte in “de Isaan”, in het echte Thailand in het noordoosten aan de grens met Laos.
Ik zat amper en er werd al een klein glaasje met een doorzichtig goedje voor mij neergezet waarna de mannelijke helft van de groep mij met gebaren suggereerde dat ik het in één keer achterover moest slaan. Ik wierp het goedje in één keer achterover waarna ik hoestend en proestend overeind sprong. De smakeloze vloeistof brandde zich een weg naar mijn maag zoals gootsteenontstopper op zoek gaat naar de verstopping in de afvoerpijp. Ik wilde wel eens weten wat dit was! Niet om het zelf te kopen maar om in de toekomst het drinken ervan te vermijden. Het was “Lao Khao”, een zelfgestookt drank gemaakt van gefermenteerde kleefrijst. Spiritus van een blindmakende kwaliteit. Het duurde niet zo lang voordat mijn gastheer het begreep dat ik liever wat anders dronk. Een colaatje met een beetje Thaise Whisky. Een beetje zoet maar in ieder geval beter dan dat bocht dat ik eerder had geproefd.
De baas van het guesthouse tilde mij aan mijn arm op om mee te gaan naar de tafels waar het buffet op stond uitgestald. Isaan voedsel in de breedste zin van het woord. Het enige wat ik kon herkennen op de grote tafel was een pan met rijst. Natuurlijk kreeg ik uitleg over wat het allemaal was. Orgaanvlees, rauw in reepjes gesneden en vermengd met knoflook en chilipepers. Natuurlijk zal er ook wel vissaus en limoensap inzitten. Mijn verontschuldigingen dat ik net had gegeten werden geaccepteerd en zo kwam ik goed weg. Vooral de schaal met “Dog” vlees vond ik minder aantrekkelijk.
Ik was ondertussen wel nieuwsgierig geworden waarom dit feest werd gegeven. Bij navraag kreeg ik een brok in mijn keel en ik wist niet goed of ik nu moest lachen of huilen. De gelegenheid waarom dit feest werd gegeven was omdat zijn schoonmoeder honderd dagen dood was. Het klinkt bij ons als een oude belegen grap maar hier waren ze serieus. Later heb ik uitgevonden dat het allemaal om geld draait. Des te rijker je bent des te uitbundiger wordt dit honderd dagen feest gevierd, als je heel rijk bent hou je ook nog een tweehonderd dagen feest.
Ondertussen was de muziek een paar tandjes hoger gezet en iedereen aanwezig zat uit volle borst de Thaise smartlappen mee te zingen. De tekst was mij onbekend en verder dan een beetje meeneuriën kwam ik niet. Het was al laat en ik vertelde mijn gastheer dat ik het wel tijd vond om terug te gaan. Dat was geen probleem, maar niet voordat ik nog een liedje in het Nederlands had gezongen. Er werd een microfoon in mijn handen gedrukt en ik dacht even na wat ik zou gaan zingen. Daar zat ik dan naast het podium “Eenzame Kerst” van André Hazes te zingen. Ze vonden het prachtig, mijn stem klonk als van een hese ezel.
Lachend in mijzelf zat ik achterop de brommer op weg naar mijn bed. Morgen vroeg op om een hele dag van de brommer te kunnen genieten.
vrijdag 12 februari 1999
Thailand, mijn eerste blik op de machtige "Mae Kong"
Chiang Khan, 12/02/1999
Vandaag stond er een lange reisdag op het programma. Ik was om tien over zes al uit de veren om de bus van zeven uur te halen. Een banaan, die ik op de kamer als reservevoorraad had bewaard, was mijn ontbijt. Later zou ik wel zien of iets meer zou kunnen eten.
Op het busstation was het vrij rustig en toen ik aan dezelfde persoon als gisteren vroeg om een kaartje vroeg voor de bus van zeven uur kreeg ik de schrik van mijn leven. In tegenstelling tot wat hij gisteren zei bleken er alleen bussen te gaan om zes uur en half negen.
“Doe me dan maar een kaartje voor de bus van half negen”, fluisterde ik hem toe.
Met een glimlach van een minder begaafde overhandigde hij mij het handgeschreven plaatsbewijs. Er was ruim anderhalf uur te doden voordat mijn reis voor vandaag echt zou beginnen.
Natuurlijk had dit ook een positieve kant! Ik had voldoende tijd om te ontbijten. Nadat ik de stalletjes rond het busstation allemaal had geïnspecteerd kwam ik tot de conclusie dat er in deze godverlaten hoek van de wereld weinig te eten was waar ik mij aan kon optrekken. Een klein trosje overbetaalde banaantjes werd uiteindelijk mijn ontbijt, samen met een lauwe cola want het ijs vertrouwde ik hier niet.
Nadat de reis was begonnen ervoer ik die als lang en saai. Er speelde teveel in mijn gedachten en de eindeloze rijstvelden en dorre bossen zetten mij aan tot nadenken. Er speelde veel door mijn hoofd.
Gedachten over Tessa en Marieke, “waarom was ik nog steeds alleen?”
Gedachten over Dean, “wat was er fout gegaan tussen ons?”
Gedachten over wat er gisteravond was gebeurd, “zag ik eruit als een homo?”
Je hoort wel eens mensen zeggen dat homoseksuelen het aan elkaar kunnen zien. Ik voelde me een beetje gebruikt gisteren, vooral na die opvoering van al die meisjes en de jongens als dessert.
Het overstappen op het busstation in Phitsanulok, waar ik al eens eerder was geweest ging niet van een leien dakje. Er moest opnieuw een uur worden gewacht en dat stelde mij in de gelegenheid om mijn knorrende maag met een gebakken rijst en een gebakken ei te vullen. De laatste twee banaantjes er achteraan en ik voelde mij een stuk beter na de mierzoete “3 in 1” koffie. Deze “3 in 1” koffie is een voorgemengd poeder bestaande uit oploskoffie, melkpoeder en suiker. Het is vaak de enige koffie die er te krijgen is. Ik denk omdat het gewoon gemakkelijk en de verpakking vooral mieronvriendelijk is. Het probleem voor mij is echter dat het goedje veel te zoet is naar mijn zin. De hoeveelheid warm water, de grootte van het kopje, draagt er ook aan bij dat het bijna niet te overzien is hoe de koffie zal smaken. De persoonlijke smaak van de restauranthouder zal op het einde wel de doorslag geven.
Om iets over één uur reed het machtige monster van de weg het busstation uit. Mijn maag was gevuld en was voorbereid op de volgende etappe van ruim vier uur. Het landschap was veel van hetzelfde en ging langzaam bijna onmerkbaar over in heuvels. Ik luisterde naar mijn walkman en probeerde zo goed als mogelijk een beetje te lezen in mijn Lonely Planet. Een beetje vooruit kijken voor wat er zoal te doen is in de buurt. Loei was de volgende plaats waar ik moest overstappen en geloof het of niet het was kil bovenop de noordelijk hoogvlakte. De zon stond al redelijk laag aan de horizon en ik zou nog moeten haasten ook om voor het donker op mijn plaats van bestemming te zijn.
Buiten het busstation stonden er hele rijen Songthaew’s in alle kleuren en maten die zouden uitrijden naar alle uithoeken van de provincie. Voor mij was het belangrijk om de juiste en vooral de snelste te vinden, en dit zonder dat ik een woord Thai spreek. Het geluk was aan mijn zijde toen een goedgeklede Thaise man mij in perfect Engels vroeg ik hij mij kon helpen. Binnen een poep en een scheet stond ik achterop een Songthaew, met de rugzak tussen mijn benen, die mij naar “Chiang Kahn” zou brengen. In iets minder dan een uur stond ik op de plaats van bestemming. De kaart in de Lonely Planet wees mij naar de rivier en met de rugzak op mijn rug liep ik naar de dijk die langs de Mae Kong loopt. Er was wel wat bebouwing buitendijks maar desondanks wierp ik voor het eerst in mijn leven een blik op “de machtige Mae Kong”.
Veel tijd had ik niet meer want het donker kon op elk moment invallen, in de verte zag ik al het uithangbord van het “Chiang Khan Guesthouse”. Daar zou ik vannacht slapen, dat stond al vast. Met een grote koude “Beer Chang” in de hand genoot ik van de zonsondergang over de Mae Kong rivier.
Vandaag stond er een lange reisdag op het programma. Ik was om tien over zes al uit de veren om de bus van zeven uur te halen. Een banaan, die ik op de kamer als reservevoorraad had bewaard, was mijn ontbijt. Later zou ik wel zien of iets meer zou kunnen eten.
Op het busstation was het vrij rustig en toen ik aan dezelfde persoon als gisteren vroeg om een kaartje vroeg voor de bus van zeven uur kreeg ik de schrik van mijn leven. In tegenstelling tot wat hij gisteren zei bleken er alleen bussen te gaan om zes uur en half negen.
“Doe me dan maar een kaartje voor de bus van half negen”, fluisterde ik hem toe.
Met een glimlach van een minder begaafde overhandigde hij mij het handgeschreven plaatsbewijs. Er was ruim anderhalf uur te doden voordat mijn reis voor vandaag echt zou beginnen.
Natuurlijk had dit ook een positieve kant! Ik had voldoende tijd om te ontbijten. Nadat ik de stalletjes rond het busstation allemaal had geïnspecteerd kwam ik tot de conclusie dat er in deze godverlaten hoek van de wereld weinig te eten was waar ik mij aan kon optrekken. Een klein trosje overbetaalde banaantjes werd uiteindelijk mijn ontbijt, samen met een lauwe cola want het ijs vertrouwde ik hier niet.
Nadat de reis was begonnen ervoer ik die als lang en saai. Er speelde teveel in mijn gedachten en de eindeloze rijstvelden en dorre bossen zetten mij aan tot nadenken. Er speelde veel door mijn hoofd.
Gedachten over Tessa en Marieke, “waarom was ik nog steeds alleen?”
Gedachten over Dean, “wat was er fout gegaan tussen ons?”
Gedachten over wat er gisteravond was gebeurd, “zag ik eruit als een homo?”
Je hoort wel eens mensen zeggen dat homoseksuelen het aan elkaar kunnen zien. Ik voelde me een beetje gebruikt gisteren, vooral na die opvoering van al die meisjes en de jongens als dessert.
Het overstappen op het busstation in Phitsanulok, waar ik al eens eerder was geweest ging niet van een leien dakje. Er moest opnieuw een uur worden gewacht en dat stelde mij in de gelegenheid om mijn knorrende maag met een gebakken rijst en een gebakken ei te vullen. De laatste twee banaantjes er achteraan en ik voelde mij een stuk beter na de mierzoete “3 in 1” koffie. Deze “3 in 1” koffie is een voorgemengd poeder bestaande uit oploskoffie, melkpoeder en suiker. Het is vaak de enige koffie die er te krijgen is. Ik denk omdat het gewoon gemakkelijk en de verpakking vooral mieronvriendelijk is. Het probleem voor mij is echter dat het goedje veel te zoet is naar mijn zin. De hoeveelheid warm water, de grootte van het kopje, draagt er ook aan bij dat het bijna niet te overzien is hoe de koffie zal smaken. De persoonlijke smaak van de restauranthouder zal op het einde wel de doorslag geven.
Om iets over één uur reed het machtige monster van de weg het busstation uit. Mijn maag was gevuld en was voorbereid op de volgende etappe van ruim vier uur. Het landschap was veel van hetzelfde en ging langzaam bijna onmerkbaar over in heuvels. Ik luisterde naar mijn walkman en probeerde zo goed als mogelijk een beetje te lezen in mijn Lonely Planet. Een beetje vooruit kijken voor wat er zoal te doen is in de buurt. Loei was de volgende plaats waar ik moest overstappen en geloof het of niet het was kil bovenop de noordelijk hoogvlakte. De zon stond al redelijk laag aan de horizon en ik zou nog moeten haasten ook om voor het donker op mijn plaats van bestemming te zijn.
Buiten het busstation stonden er hele rijen Songthaew’s in alle kleuren en maten die zouden uitrijden naar alle uithoeken van de provincie. Voor mij was het belangrijk om de juiste en vooral de snelste te vinden, en dit zonder dat ik een woord Thai spreek. Het geluk was aan mijn zijde toen een goedgeklede Thaise man mij in perfect Engels vroeg ik hij mij kon helpen. Binnen een poep en een scheet stond ik achterop een Songthaew, met de rugzak tussen mijn benen, die mij naar “Chiang Kahn” zou brengen. In iets minder dan een uur stond ik op de plaats van bestemming. De kaart in de Lonely Planet wees mij naar de rivier en met de rugzak op mijn rug liep ik naar de dijk die langs de Mae Kong loopt. Er was wel wat bebouwing buitendijks maar desondanks wierp ik voor het eerst in mijn leven een blik op “de machtige Mae Kong”.
Veel tijd had ik niet meer want het donker kon op elk moment invallen, in de verte zag ik al het uithangbord van het “Chiang Khan Guesthouse”. Daar zou ik vannacht slapen, dat stond al vast. Met een grote koude “Beer Chang” in de hand genoot ik van de zonsondergang over de Mae Kong rivier.
Meer verhalen over:
Thailand
donderdag 11 februari 1999
Thailand, echt onder de Thaise mensen
Phrae, 11/02/1999
Een avond minder gedronken en veel langer geslapen. Dat klinkt vreemd maar zo is het wel gegaan vandaag. Het was een geen reisdag maar ik noem het een transitdag, de trip was te kort om er een hele dag aan te besteden en zodoende kon ik in de middag mijn doel voor de dag bezoeken.
Het wordt vervelend maar al schuddend in de trein met de ramen open rij je door een schitterend landschap. Langs dorpen en rivieren en overal zie je het leven op het platteland van Thailand. Ondertussen heb ik nu wel door hoe het werkt met de Songthaew chauffeurs bij aankomst. Ze beginnen allemaal met 150 baht, je lacht en loopt gewoon weg. Er zit er altijd wel eentje bij die eieren kiest voor zijn geld. Na honderdvijftig meter is de prijs weer op het normale niveau van 20 baht. En zo ook deze keer.
Ik had al snel mijn intrek in een klein hotel genomen en om één uur stond ik alweer buiten om naar het “Phae Meuang Pii” park te gaan. Ik was zo snel klaar met het zoeken van een hotel omdat ik wist dat het toch maar voor één nachtje was. Het kwam dus allemaal niet zo nauw. De recensie over dit vreemde geologische verschijnsel had mij nieuwsgierig gemaakt en ik had tenslotte tijd genoeg om ergens te stoppen. Sinds het vertrek van Marieke was er geen overleg meer nodig en ook kwamen er geen andere ideeën van een reisgenoot. Een vreemde verandering in het beleven van mijn dagen.
“Hoe zou het haar in Laos vergaan?”
“Zou ze al een andere reisgenoot hebben?”
“Zou ze ook wel eens aan mij denken?”
Veel vragen zonder antwoorden!
Opnieuw die vloot Songthaew’s voor mijn neus en opnieuw die absurde bedragen. Het begon me een beetje te ergeren. Mijn reisgids gaf duidelijk aan vanwaar de bus vertrok en hoeveel die zou kosten. Na een halfuurtje rijden werd ik op een verlaten kruising de bus uitgeschopt. Het bruine verkeersbord wees in het Engels en het Thai de weg. Ik had geen idee hoe ver het nog was en lopen was sowieso de enige optie. Met een brandende zon op mijn hoofd en het zweet op mijn rug ging ik op pad. Er was al een flink stuk gelopen toen er achter mij werd getoeterd. Ik schrok me een hoedje, in gedachten verzonken werd ik wreed uit mijn trance gewekt.
Een pick-uptruck met een monnik als passagier en een burger
achter het stuur stopte naast mij en de twee wezen naar de bak achterop. Ik klom er snel in en bedekte mijn mond om zoveel mogelijk stof buiten te houden. Maar het was in ieder geval veel beter dan lopen. Bij aankomst bedankte ik voor de lift en ging in mijn eentje het park in. En het was een vreemde verschijning. Verschillende lagen rots in een veelvoud van kleuren waren geërodeerd tot vormen die op grote paddestoelen leken. Het had wel wat weg van een vreemde verre planeet.
Natuurlijk was ik hier snel klaar en zette vol goede moed de terugweg in waarop ik opnieuw een lift kreeg. Deze was wel heel anders. Een soort kleine vrachtwagen met een luid ploffende Chinese diesel voorop. Aangedreven met een V-snaar, versnellingsbak onbekend en de koppeling was afwezig of dusdanig versleten dat hij nu afwezig was. Mijn reisgenoot in het
kleine bakje had alle moeite om zich op zijn vier poten staande te houden. Deze melkkoe had maar een hele kleine uier en ik hoopte voor de eigenaar dat dit in de toekomst snel zou veranderen. We gingen niet viel sneller dan een stevig wandeltempo.
Alsof ik alle hulp van de goden kreeg stond er binnen vijf minuten weer een bus voor mijn neus die mij terug naar het slaperige stadje zou brengen. Na een late lunch liep ik nog wat door het kleine verlaten stadje. Tempels zijn overal en ze zijn wel betoverend. Tijdens deze wandeling werd ik later op de avond uitgenodigd om bij een gezin in een klein winkeltje wat te drinken. Ik kocht een paar flessen “Beer Chang”, wat nu mijn vaste biermerk was geworden, en een klein flesje Thaise Whisky voor de gastheren. Het was een plezierige avond met mijn Thaise reiswoordenboek als middelpunt. Het ging moeizaam maar we konden elkaar toch redelijk begrijpen.
Ik had het niet meteen door maar een kleine groep oudere vrouwen kwamen en keken rond om daarna weer achter een gordijn te verdwijnen. Het spektakel was begonnen nadat ik de opmerking had geplaatst dat ik nog vrijgezel was. De mededeling dat ik liever vrijgezel bleef werd met een glimlach geaccepteerd. En eindelijk viel het kwartje, ik bedankte het echtpaar voor hun gastvrijheid en maakte aanstalten om te verdwijnen. Maar dat ging niet zo eenvoudig als ik had gedacht.
Ondertussen waren er ook twee mannen aangeschoven die wel enig Engels spraken.
“I can come with you to hotel”, glimlachte een Thai enigszins flirtend.
“I have real good sex, don’t worry”, met een nog bredere grijns.
Ik wuifde het weg en bedankte voor de eer. De sfeer sloeg om en werd voor mijn gevoel een beetje grimmig. Tijd om te vertrekken! De rekening werd betaald en de mensen aanwezig in het kleine winkeltje waren duidelijk niet zo blij met mijn besluit om zo plotseling te vertrekken. Op weg naar mijn hotel keek ik een paar keer over mijn schouder om er zeker van te zijn dat ik niet werd gevolgd en de adrenalinestoot had mij bijna weer nuchter gemaakt. Het bleek achteraf allemaal niet zo gevaarlijk als het op het eerste gezicht had geleken. Toch had ik een nare smaak in mijn mond na deze vervelende ervaring. Goed slapen, want morgen heb ik een paar honderd kilometer met de bus voor de boeg.
Een avond minder gedronken en veel langer geslapen. Dat klinkt vreemd maar zo is het wel gegaan vandaag. Het was een geen reisdag maar ik noem het een transitdag, de trip was te kort om er een hele dag aan te besteden en zodoende kon ik in de middag mijn doel voor de dag bezoeken.
Het wordt vervelend maar al schuddend in de trein met de ramen open rij je door een schitterend landschap. Langs dorpen en rivieren en overal zie je het leven op het platteland van Thailand. Ondertussen heb ik nu wel door hoe het werkt met de Songthaew chauffeurs bij aankomst. Ze beginnen allemaal met 150 baht, je lacht en loopt gewoon weg. Er zit er altijd wel eentje bij die eieren kiest voor zijn geld. Na honderdvijftig meter is de prijs weer op het normale niveau van 20 baht. En zo ook deze keer.
Ik had al snel mijn intrek in een klein hotel genomen en om één uur stond ik alweer buiten om naar het “Phae Meuang Pii” park te gaan. Ik was zo snel klaar met het zoeken van een hotel omdat ik wist dat het toch maar voor één nachtje was. Het kwam dus allemaal niet zo nauw. De recensie over dit vreemde geologische verschijnsel had mij nieuwsgierig gemaakt en ik had tenslotte tijd genoeg om ergens te stoppen. Sinds het vertrek van Marieke was er geen overleg meer nodig en ook kwamen er geen andere ideeën van een reisgenoot. Een vreemde verandering in het beleven van mijn dagen.
“Hoe zou het haar in Laos vergaan?”
“Zou ze al een andere reisgenoot hebben?”
“Zou ze ook wel eens aan mij denken?”
Veel vragen zonder antwoorden!
Opnieuw die vloot Songthaew’s voor mijn neus en opnieuw die absurde bedragen. Het begon me een beetje te ergeren. Mijn reisgids gaf duidelijk aan vanwaar de bus vertrok en hoeveel die zou kosten. Na een halfuurtje rijden werd ik op een verlaten kruising de bus uitgeschopt. Het bruine verkeersbord wees in het Engels en het Thai de weg. Ik had geen idee hoe ver het nog was en lopen was sowieso de enige optie. Met een brandende zon op mijn hoofd en het zweet op mijn rug ging ik op pad. Er was al een flink stuk gelopen toen er achter mij werd getoeterd. Ik schrok me een hoedje, in gedachten verzonken werd ik wreed uit mijn trance gewekt.
Een pick-uptruck met een monnik als passagier en een burger
Natuurlijk was ik hier snel klaar en zette vol goede moed de terugweg in waarop ik opnieuw een lift kreeg. Deze was wel heel anders. Een soort kleine vrachtwagen met een luid ploffende Chinese diesel voorop. Aangedreven met een V-snaar, versnellingsbak onbekend en de koppeling was afwezig of dusdanig versleten dat hij nu afwezig was. Mijn reisgenoot in het
Alsof ik alle hulp van de goden kreeg stond er binnen vijf minuten weer een bus voor mijn neus die mij terug naar het slaperige stadje zou brengen. Na een late lunch liep ik nog wat door het kleine verlaten stadje. Tempels zijn overal en ze zijn wel betoverend. Tijdens deze wandeling werd ik later op de avond uitgenodigd om bij een gezin in een klein winkeltje wat te drinken. Ik kocht een paar flessen “Beer Chang”, wat nu mijn vaste biermerk was geworden, en een klein flesje Thaise Whisky voor de gastheren. Het was een plezierige avond met mijn Thaise reiswoordenboek als middelpunt. Het ging moeizaam maar we konden elkaar toch redelijk begrijpen.
Ik had het niet meteen door maar een kleine groep oudere vrouwen kwamen en keken rond om daarna weer achter een gordijn te verdwijnen. Het spektakel was begonnen nadat ik de opmerking had geplaatst dat ik nog vrijgezel was. De mededeling dat ik liever vrijgezel bleef werd met een glimlach geaccepteerd. En eindelijk viel het kwartje, ik bedankte het echtpaar voor hun gastvrijheid en maakte aanstalten om te verdwijnen. Maar dat ging niet zo eenvoudig als ik had gedacht.
“I can come with you to hotel”, glimlachte een Thai enigszins flirtend.
“I have real good sex, don’t worry”, met een nog bredere grijns.
Ik wuifde het weg en bedankte voor de eer. De sfeer sloeg om en werd voor mijn gevoel een beetje grimmig. Tijd om te vertrekken! De rekening werd betaald en de mensen aanwezig in het kleine winkeltje waren duidelijk niet zo blij met mijn besluit om zo plotseling te vertrekken. Op weg naar mijn hotel keek ik een paar keer over mijn schouder om er zeker van te zijn dat ik niet werd gevolgd en de adrenalinestoot had mij bijna weer nuchter gemaakt. Het bleek achteraf allemaal niet zo gevaarlijk als het op het eerste gezicht had geleken. Toch had ik een nare smaak in mijn mond na deze vervelende ervaring. Goed slapen, want morgen heb ik een paar honderd kilometer met de bus voor de boeg.
Meer verhalen over:
Thailand
Abonneren op:
Reacties (Atom)

