zaterdag 9 oktober 2010

Maleisië: Een slome dag

Kuala Lumpur (Fortuna Hotel (102))

De vier grote flessen Tiger bier hadden me geraakt als een mokerslag! Misschien in combinatie met de vermoeidheid en de jetlag maar ik voelde niet zo best vanochtend. Nadat ik om acht de wekker op de iPhone had uitgeschakeld kroop ik terug onder de dekens met het idee om nog een uurtje te blijven liggen.
Dat uurtje werd drie uur en toen ik de foto’s van gisteren had verwerkt en een paar sneden krentenbrood had gegeten was het bijna tijd voor de Formele 1 kwalificatie voor de GP van Japan. Ondertussen werd ik nog opgeschrikt door de geur van brand! Voor een moment dacht ik dat mijn hotel in lichter laaie stond, gelukkig was het de keuken van een restaurant achter het hotel.

De kwalificatie werd dus drie keer een half uur wegens de neerdalende regen uitgesteld en zo vertrok ik om kwart voor vier voor de late lunch.

Alles duidde er op dat het vandaag een rustige alcoholvrije dag zou worden. Na het eten keek ik nog even in de Yamaha tent bij het KLCC maar het zweet kwam met zulke grote hoeveelheden uit mijn lichaam dat mijn shirt en korte broek binnen tien minuten doorweekt waren. Dan maar terug naar het hotel waar ik de tijd doodde met internet en het plannen voor de rest van het jaar. Heerlijk in bed met de radio aan wachtten totdat het tijd is voor het avondeten.
Ik had niet veel trek en een Penang Laksa was voldoende. De Penang Laksa is een noedelsoep met garnalen en kokkels in een kerrie bouillon.

De trek was gestild maar voor de zekerheid ging ik nog op zoek naar een box Sushi die vijftig procent was afgeprijsd, en ik vond hem ook nog. Nu zelfs met paling, tonijn en van die grote viseieren. Morgen dus lekker om zeven uur op en zo snel mogelijk naar het circuit.

Ook hier nemen de taxi’s het niet zo nauw met de verkeersregels!

vrijdag 8 oktober 2010

Maleisië: Het goud en het geloof

Kuala Lumpur (Fortuna Hotel (102))

Ik heb beter geslapen dan gisteren maar het ritme is nog steeds niet goed. Natuurlijk was ik weer om vijf uur wakker maar een half uurtje achter de computer was genoeg om weer slaperig te worden en terug naar bed te gaan. Acht uur was het moment dat mijn iPhone een irritant geluid begon te maken en ik meteen opstond.
Deze ochtend was het niet meteen tijd voor een kopje koffie!
‘Waarom niet?’
‘Wat was er dan anders deze ochtend?’
Vanochtend zette ik een kopje thee om de sushi mee weg te spoelen.
‘Sushi?’
Ja, de sushi was gisterenavond blijven staan en ik at de sushi vandaag als ontbijt. Wel puur! Zonder de wasabi en sojasaus. En het was heerlijk! Ik nam me meteen voor om het vaker te doen.

Na het douchen ging ik meteen op stap. Ik had niet al teveel te doen vandaag maar ik had geen zin om rond te blijven hangen. Eerst even langs YL-Camera in Pudu Plaza om mijn camera te laten reinigen en dan naar het “Islamic Arts Museum Malaysia”.

Op weg naar YL-Camera vond ik dat mijn camera nog steeds vreemd deed. Het waren van die onverklaarbare zaken die de foto’s precies anders maakten dan dat ik wilde of gewend was. Ik zou daar toch maar eens naar vragen?

YL-Camera was nog steeds gesloten wegens een renovatie maar gelukkig liep ik één van de jongens tegen het lijf. Alvin was nog steeds ziek maar hij herkende me ook en het schoonmaken was geen probleem. Ik zat nog geen minuut binnen en daar was Alvin. We schudde elkaar de hand en begonnen meteen over de exotische bestemmingen in Azië te kletsen. Ik geniet altijd van Alvin zijn foto’s en het is goed om te zien hoe een ander door de zoeker van zijn Nikon kijkt.

In verband met mijn voet besloot ik om maar met de trein terug naar de stad te gaan. Pudu-Masjid Jamek en dan met een omweg langs het oude centraal station naar het “Islamic Arts Museum Malaysia”. Het was pas vijf voor twaalf toen ik langs “Restoran Yussoof” liep. Een oude bekende en een zeer gewaardeerde. Een moment naar binnen gekeken, een moment nagedacht en na een korte blik op mijn horloge had ik besloten om maar vroeg te lunchen vandaag. Rijst, inktvis en vis in verschillende kerries met witte kool. Met veel plezier verdwenen de heerlijkheden hap voor hap in mijn keel.

Het weer is opvallend goed tijdens dit verblijf en met weinig haast slenterde ik achter het oude centraal station van Kuala Lumpur langs. Dit paleis uit het sprookje “1001 nacht” kon zo worden overgeplaatst naar “de Efteling”. De gebouwen zijn mooi maar het blijft toch altijd een beetje kitsch. Tegenover het station ligt het hoofdkwartier van van de nationale spoorwegmaatschappij, ook een pareltje van deze architectuur, en ik was daar nog nooit binnen geweest. Het werd eens tijd dat ik dat eens probeerde. Helaas kwam ik niet verder dan de hal maar een foto van de schitterende trap was al voldoende.

Vrijdag is de belangrijkste dag voor de Moslims, het is de tegenhanger van de zondag voor de Christenen. Met als gevolg dat er een drukte van jewelste heerste bij de Nationale Moskee. Het was vreemd om te zien hoe een grote groep moslims met hun vrouwen in die verschrikkelijke zwarte boerka’s de trappen van de moskee betraden. Er werden zelfs foto’s gemaakt. Ik liet de camera maar in de tas, als ik mijn 200mm telezoom bij me had gehad dan had ik het waarschijnlijk wel aangedurfd om een foto te schieten
Ik wilde het “Islamic Arts Museum Malaysia” bezoeken om twee redenen. De eerste was een tentoonstelling van foto’s over de Islamitische monumenten in India van “Benoy K. Behl” en de tweede was een tentoonstelling “Jewelled Arts of India in the Age of the Mughals”. Wat me meteen opviel was de stilte in het museum, het is natuurlijk meestal stil in het museum maar vandaag zag ik helemaal niemand in het museum. Ik was alleen! Alleen liep ik langs de middelmatige foto’s van “Benoy K. Behl” en na het zien van zijn werk durf ik nog te geloven dat ik in de toekomst ook zal exposeren. Al is het maar in het “Stadskasteel” in Zaltbommel. Toch was deze expositie interessant omdat het me weer wat meer leerde over de Islam en de hypocrisie die dit geloof omringt. Maar daarover later meer!

De expositie “Treasury of the World: Jewelled Arts of India in the Age of the Mughals” was veel interessanter. Het was fantastisch om de kunst en de handvaardigheid van de oude meesters en goudsmeden uit een ver verleden te zien. Van ringen tot zwaarden belegd met de meest kostbare edelstenen stonden er tentoongesteld. Ik heb wat plaatjes van de website gestolen want ik mocht zelf de juwelen van onschatbare waarden wegens de veiligheid niet fotograferen.

De vaste collectie van het museum was erg saai, muurkleden en potjes met Islamitische teksten erop. Die gasten mogen namelijk geen menselijke afbeeldingen gebruiken. Er was maar één object dat ik noemenswaardig vond. Een rood zandstenen raam uit één stuk dat ongelofelijk fijn was uitgehouwen.

Mijn dag zat er alweer op en het werd tijd voor een middagtukje. Mijn voet deed weer pijn en mijn oogleden waren zwaar.

Het was vrijdag en dat is ook een traditionele avond voor een biertje in Chinatown, of Jalan Petaling. Het is maar hoe je het noemen wilt. Heerlijke saté, bruisende kip en gebakken mie, alles natuurlijk weggespoeld met een ijskoud Tiger biertje.

Tegen twaalf uur lag ik op bed, redelijk vermoeid en terugkijkend op weer een mooie dag in mijn geliefde Kuala Lumpur.

donderdag 7 oktober 2010

Maleisië: De verborgen schatten van Kuala Lumpur

Kuala Lumpur (Fortuna Hotel (102))

Om vijf uur vanochtend was ik alweer klaarwakker. Vreemde geluiden en een beetje jetlag hoogstwaarschijnlijk. Ik was echt al over mijn slaap heen dus ik stond gewoon op, nou ja, ik startte mijn MacBook op en begon in mijn bed te schrijven en aan mijn foto’s te werken.
Het verhaal was zo geschreven en ik begon met het plannen voor vandaag. Een korte blik op de website van “Kuala Lumpur” en ik ontdekte een tempel in de top tien waar ik nog nooit was geweest. Op plaats negen staat de Sri Maha Sakthi Mohambigai Amman Temple. Nog nooit van gehoord en nog nooit geweest. Volgens de korte beschrijving op de website stond hij naast de “Mid-Valley Megamall”.
Nadat ik twee boterhammen met kaas en een kop koffie had gedronken was er toch nog plaats voor een broodje ei en een derde bakkie bij MacDonald’s op de hoek van Bukit Bintang. Het is heerlijk om vanachter het glas te zien hoe een wereldstad als Kuala Lumpur langzaam op gang komt.
Uitgerust, maar met toch nog lichte sporen van vermoeidheid ging ik op stap om het begin van het MotoGP 2010 weekend te bekijken. Het was me gisteren al opgevallen dat er geen kaartjes meer werden verkocht in het Sentral Stesen en ook in het Pavilion Shopping Complex was er maar een minimale stand ingericht om de kaartjes aan de man te brengen. De Formula One van afgelopen april was, voor mij persoonlijk zeker, al op een fiasco uitgelopen en het leek er op dat de MotoGP door de zelfde incompetente mensen wordt georganiseerd.
Yamaha en Tissot (Horloges) hebben allebei een stand ingericht in en bij het Suria KLCC shopping center en dat was alles. Gelukkig was het nog vroeg en er liepen weinig mensen in de weg zodat ik wat leuke plaatjes van de Yamaha M1 van 2009 kon schieten. Het viel meteen op dat het beangstigend stil was op deze donderdagochtend.

Vanaf het KLCC ging ik met de Putra line, die nu anders heet, naar het Sentral Stesen om daar over te stappen op de KTM naar het “Mid-Valley Megamall” winkelcentrum. Openbaar vervoer is goedkoop en gemakkelijk in KL, en dat is maar goed ook want het is niet een stad om te gaan wandelen. Ruim een uur heb ik naar de tempel gezocht, en zonder resultaat! Dit is ook Maleisië! Er wordt hier gepraat over één volk en één staat maar het blijft bij een mooie ideologie. In een land waar vijfenvijftig procent van de bevolking moslim is en een openlijke bevoorrechte positie inneemt is dit moeilijk te verwezenlijken. Hindoe, Christelijke en Boeddhistische monument worden meestal doodgezwegen. Elke moskee, hoe mooi of hoe bouwvallig ook, heeft een dozijn verkeersborden in de omgeving maar voor de rest van de culturele schatten is en blijft het maar zoeken. En zo, helaas ook voor deze tempel, blijft het een verborgen schat van Kuala Lumpur.
Onverrichterzake ging ik weer op de stad aan. In de trein wijzigde ik mijn plannen omdat mijn rechtervoet me weer problemen gaf. Het doet pijn, heel veel pijn, en af en toe schieten er gewoon tranen in mijn ogen. Ik wil het niet accepteren maar het lopen van afstanden gaat me nu gewoon slecht af. Volgende week moet ik maar eens op steunzolenjacht gaan.
In plaats van het museum werd het dus langzaam terug naar het hotel. De Jalan Hang Kasturi, naast de “Central Market”, krijgt ook een overbodige facelift. Het oude culturele hart van Kuala Lumpur wordt langzaam kapot gemaakt in naam van de vooruitgang. Wegens een drie meter hoge afscheidingswand ging ik maar rechtsaf een steegje in en aan het einde stond ik voor de, ook voor mij nog onbekende, Sin Sze Si Ya Temple. Een levend fossiel uit een ver verleden. Ik genoot van mijn ijskoude Cola Light en zoog de sfeer en rust op die hier op de kleine buitenplaats hing.

Helaas was het erg moeilijk om leuke foto’s te maken. De strategisch geplaatste lelijke TL-buizen waren moeilijk te ontwijken.

De lunch was goed en voortreffelijk van smaak. Een klein islamitisch restaurant werd gekozen. Volgens mij was ik er wel eens eerder geweest maar ik durfde mijn hand er niet voor in het vuur te steken. Gebakken mie met een lamskerrie, en een mok zwarte thee. Wat kan een eenvoudige Maleisische lunch toch mooi zijn! € 2,50 was de schade inclusief een flesje fris.

Mijn voet deed steeds meer pijn en mijn ogen werden zwaar. Een tukje in het hotel!
Dat tukje werd een flinke tuk en pas om half acht verliet ik uitgerust maar ongerust het hotel. Ik was bang dat ik vanavond niet kon slapen. Ik had gevochten tegen de jetlag maar de eerste slag was verloren.
Noedels in Sichuan pindasoep met groenten. Fantastisch voedsel voor een ongekende prijs, € 3,20 voor deze vullende maaltijd.

Het was nog te vroeg om terug te gaan naar het hotel en ik werd overvallen door de drang om een chocolade ijsje te gaan eten. Het weer was goed dus waarom zou ik niet even naar de torens lopen. Onderaan de torens kon ik het toch weer niet laten om een paar foto’s te schieten. Achter mij was een groep meisjes bezig met het fotografen voor een opdracht van school. Het waren Nikonians dus ik bood aan of ze mijn fisheye wilden proberen. Één van de meisjes ging er mee aan de slag en ik had een leuk gesprek met de rest van de groep.

Het ijsje was al halverwege toen ik moest afrekenen aan de kassa, de cassière keek me vreemd aan toen ik het lege omhulsel voor haar neerlegde. Toen ze mijn half opgegeten ijsje zag verscheen er een brede glimlach onder haar hoofddoekje. Als door een vreemde onzichtbare kracht gestuurd begon ik zonder doel door het enorme winkelcentrum te dwalen. Ik keek goed om heen ondanks dat ik niets nodig had. Althans, dat dacht ik! Op de vierde verdieping stond ik plotseling oog in oog met iets waarvan ik gedacht had dat ik het nooit meer zou zien!
‘Daar hing een exemplaar van mijn uitgestorven cameratas!’
Niet één, maar het bleken er drie te zijn in verschillende kleuren! Ik kon mijn ogen niet geloven en bekeek de eerste om te zien of het echt dezelfde was, en dat was zo. De verkoper kon zijn oren niet geloven toen ik vroeg wat de prijs voor alle drie de tassen was.
‘Alle drie?’, vroeg hij verbaasd.
‘Ja, alle drie!’, antwoordde ik vastberaden.
De prijs werd met vijfentwintig procent verminderd en voor nog geen honderd Euro was ik drie tassen rijker. Mijn dag kon al niet meer kapot!
Met een laatste sessie van de Yamaha en Petronasmeisjes op de gevoelige plaat ging ik voldaan op mijn hotel aan. Ik had weer een mooie dag achter de rug.
Copyright/Disclaimer